Het is al een tijd geleden dat Hegemonie 2 zijn deuren sloot. En het is tijd voor iets compleet nieuw! De regels zijn helemaal zelf in elkaar gestoken, vandaar dat ik dus jullie opmerkingen, bedenkinkgen, toevoegingen en ideeën nodig heb om het cooler en flitsender te maken. Zijn de regels duidelijk of niet? Laat het alsjeblieft weten. De regels staan in een ander artikel onder deze subset. Dit is een verhaal dat de sfeer en de setting moet duidelijk maken.
Het is koud en donker in Gerstlanding, de wind blaast gestaag doorheen de steegjes en de straatjes van de Vlooienzak. Overal branden lichtjes en her en der haasten mensen zich door de kou naar huis. Het is donker en koud in Gerstlanding, toch bruist het er van het leven. De eindeloze kroegen waar de deuren open en toe klappen met de regelmaat van de klok. De ambachtslieden die in hun wijk naarstig aan het werken zijn. Je hebt de bakkers die hun winkel sluiten voordat ze onder zeil kruipen. Het warme licht van een smidse, het stille naaiwerk van een kleermaker, het geklingel van potjes van de kruidenmenger, de bloemist of de marktkramer die al lang gesloten zijn. Het is best wel gezellig in Gerstlanding als het donker is. De lichtjes branden en iedereen haast zich wel door. Maar toch, het heeft een magische sfeer daar in de ambachtshoek. In de Vlooienzak trippelen de hoertjes, slapen de bedelaars en sluipen de mensen. Het is er stil en rustig, iedereen verdraagt iedereen als het donker is. Rust.
Bij de burcht is het drukker. Het slot maakt zich op om te gaan slapen. De soldaten lopen hun laatste wachttoer voordat ze worden afgelost. De keukens dampen nog na van het avondeten en iedereen die niets te pakken heeft gekregen wandelt nu zachtjesaan naar de schaftketels in de hoop nog iets warm te krijgen. De keuken is een van de gezelligste plaatsen in de burcht. Bij de paarden sluit de stalmeester zijn stallen, hij is een zorgzaam man. In de rijke buurt wakkert nog wat licht na uit de ramen, het is verlaten op straat. De huizen zijn er warmer. De smidse hamert, de soldaat loopt zijn ronde, de stalmeester sluit zijn stallen, de kruidenmenger mengt zijn mengsels.
Iedereen in zijn eigen wereld, iedereen in zijn eigen denken verzonken, allemaal een deel van de stad. De haven is verlaten. Tijdens de dag is het een organisch deel van de stad, af en aanlopen van mensen en karren. Mensen zoeken nu geen schepen om te lossen, in de haven is het stil en verlaten als je naar de kaai loopt. Geen levende ziel te bespeuren. Uit de Vlooienzak weerklinkt feestelijke muziek, maar hier is het stil. Mooi zo,…
In de verte hurken twee mannen op het einde van de kaai, ze staren voor zich uit. Eindeloos naar de verte, ze zitten er al een tijd zonder te bewegen. Ze wachten op iets, zoveel is duidelijk…
2. Vier maanden later
Al maandenlang staat er een leger van verre streken voor de poorten van Gerstlanding. Al maandenlang stijgt de broodprijs, zien de handelaars hun winsten dalen. Iedereen heeft honger en wil het einde van de strijd. Maar Gerstlanding opgeven aan het invasieleger? Nooit!
Er ligt een blokkade voor de haven en alleen een aantal smokkelaars slagen er af en toe in om met een klein bootje de blokkade te breken. De magistraat van Gerstlanding zit met de handen in het haar, er zal geen hulp komen, er zal geen verlossing zijn.
Iedereen gaat slapen met honger en een lichte wanhoop. De helden van de wachttorens zijn moeten vluchten. Het aanvallende leger kwam te snel.
Een rossige gloed flakkert door het slaapkamerraam. Snel kleed je je aan en gaat naar buiten. De stad staat in brand! In de verte hoor je de geluiden van strijd... Het leger is de stad binnen geraakt! De haven wordt aangevallen door de schepen. Een voor een vallen de wijken van de stad, de rijke buurt wordt in as gelegd. De oude markt wordt geplunderd, de vlooienzak neergehaald. De stadswacht, de mannen van de scout vechten met de moed der wanhoop, een verloren strijd. Er is geen redding voor de doden, er is geen hulp voor de levenden...
Je bent gevlucht naar het hoofdkwartier van je gilde. Maar je weet dat het slechts een kwestie van tijd is voordat het leger ook bij jou een einde komt maken aan alles. Hoe zijn ze binnen geraakt? Het beleg hield al maanden stand. Hoe zijn ze in godensnaam binnen geraakt?
De volgende dag... je ligt onder het puin. Je houdt je stil. Je hebt honger, maar er sluimert iets in je, de drang om te overleven. Plunderaars trekken door de stad, je houdt je voor dood. Je sluit je ogen weer en zakt weg in een grijze duisternis.
De tweede dag…het wordt rustiger. De plunderaars trekken weg. Je glimlacht, want je leeft nog! Langzaam krabbel je overeind, je bent een eind van het hoofdkwartier van de gilde verwijdert geraakt. Geen paniek…
Derde dag…Veel mensen zijn gestorven, de stadswacht is gehalveerd. Veel gebouwen zijn ten prooi gevallen aan het vuur. De scout leeft nog, maar de magistraat is omgekomen tijden sde gevechten in de burcht. De overste van je gild eis dood. Je ziet een kans, een opportuniteit,.. je kan je gilde doen groeien!
Er zal een nieuwe magistraat nodig zijn! De invloedrijkste gilde zal hem op de troon kunnen zetten en hem bespelen… Maar niet te snel! Nee, niet te snel. Eerst moet je zien dat je stevig staat in de stad. Dan kunnen jullie de andere gilden verpletteren en hun zaakjes overnemen. En dan heersen jullie over de stad.
Je kijkt rond en ziet overal puinhopen. Maar wat je vooral ziet zijn de eindeloze mogelijkheden...



