In heel de kleurrijke en gevarieerde verzameling van fantasy-wezens, kunnen elfen misschien wel op de grootste populariteit rekenen. Waarom is mij altijd een raadsel gebleven, hoewel ik zelf ook een grote sympathie, of beter: grote bewondering voor hen koester. Hoe kan dat? Kan ik mijn eigen liefde niet verklaren? Dat kan ik wel, maar die van de meeste anderen niet.
Voor de meeste elfenfans zijn elfen een soort supermensen, halfgoden. Ze zijn alles wat mensen zijn, maar dan beter. Elfen zijn groter, mooier, intelligenter, en nobeler. Het zijn edele wezens, die beschaafd en verfijnd leven, die desalnietemin niet met zich laten spotten. Ze zijn zowel vredelievend als krijgshaftig, trots als edelmoedig, elitair en hartelijk. Elke elf is begiftigd met zowat alle talenten die iemand maar kan bezitten, van wijsheid over kunstzin tot empathie. Het is dan om van te gruwelen dat mensen zich met deze ideale wezens identificeren. Wat een arrogantie zeg. Langs de andere kant: is het mogelijk deze nieuwe goden niet te aanbidden?
Ik kan het wel verklappen nu: van deze geïdealiseerde suikerwezens wálg ik. Heel wat dwergenliefhebbers hebben een hekel aan deze elfen, en dat begrijp ik best. Wat zeg ik, ik sta zelfs volledig achter hen als zij de volledige elfenbevolking het liefst van hun goddelijke troon willen slaan. Van de nobele überelf moet ook ik werkelijk niets hebben. Toch heb ik er bewondering voor elfen, maar dan wel op een helemaal andere manier.
Ik kan op een paar punten mee met de traditionele elfenfans. Elfen zijn inderdaad trots, krijgshaftig en laten ook niet met zich spotten. En daar stopt het zo wel een beetje. Zijn ze groot en mooi? Wie zal het zeggen, het is bekend dat elfen de meesters van de illusie en zinsbegoocheling zijn. Zijn ze vredelievend? Zolang je hen met rust laat misschien, maar de futielste (en onbegrijpelijkste) is genoeg om ze tegen je in het harnas te jagen. En nobel is wellicht de meest bespottelijke beschrijving die op elfen van toepassing is. Edelmoedig als ze er zin in hebben, en elitair vast en zeker, maar hartelijk ook alleen als het hen uitkomt. En áls ze dan edelmoedig en hartelijk zijn, ben je nooit zeker of het gemeend is of als spotternij bedoeld.
De charme van elfen ligt dan ook absoluut niet in hun edele, bijna goddelijke aard. De zielen die dat geloven zijn de grootste slachtoffers van de elfse bedrieg-strategieën.
Nee, de charme van elfen ligt in hun absoluut irrationeel zijn. Elfen zijn geen mensen, en handelen of denken dan ook absoluut niet zo. Hun logica is schijnbaar volstrekt onlogisch, moraal schijnen ze niet te kennen en een vast patroon in hun leven lijkt te ontbreken. Hun schoonheid is dan ook precies hun grilligheid, hun onvoorspelbaarheid, hun onmenselijkheid. Het achteloos wreed zijn of belangeloos hulpvaardig, de grenzeloze arrogantie of het eeuwige geduld dat ze naar eigen goeddunken tonen tegenover mensen, het feit dat wij mensen er nooit zullen kunnen achterkomen wat elfen precies drijft, laat staan dat we ooit zullen weten wat ze eigenlijk zijn. Dat maakt de mystiek uit van elfen, die onwerelds zijn en eigen, onaardse normen hebben. Elfen en mensen behoren tot een andere wereld, en waar ze met mekaar in contact komen zorgt het onoverkomelijk voor conflicten en misverstanden, maar ook voor magie.
Het wilde, ontembare en ongrijpbare, dat is wat elfen zo mooi maakt, en niet hun wijsheid en quasi-onfeilbaarheid. En net zoals een roofdier veel van zijn woeste aantrekkingskracht verliest in menselijke contexten, als een huisdier met een naam bijvoorbeeld, zo verliezen elfen al hun mysterieuze charme als je er geïdealiseerde mensen van wil maken. En daarom zeg ik: dood aan de honingzoete überelf, leve de grillige en inhumane elf!