FRP is een engelse afkorting en staat voor 'Fantasy RolePlaying'. RPG is van hetzelfde deeg een koek en staat voor RolePlayingGame. We kunnen daar in het nederlands de naam 'rollenspelen' op kleven, dat wordt ook wel eens gedaan. In dit artikel zullen we eens eenvoudig maar grondig uitleggen wat het begrip inhoudt, want het staat eigenlijk voor een rijke en plezierige hobby.
Zowat de oermoeder van alle RPG's is niet toevallig eentje met enige naambekendheid: Dungeons & Dragons, dat het licht zag halverwege de jaren zeventig, ontwikkelt door twee enthousiastelingen. De spellen en varianten die sinds die jaren '70 zijn uitgegeven hebben van rollenspelen (RPGs) een volwassen spelvorm gemaakt, die door duizenden spelers over heel de Westerse wereld wordt gespeeld. We verduidelijken even aan de hand van een metafoor: iedereen kent hopelijk het spel 'ganzenbord'.
Basisidee
Een rollenspel draait rond personages, min of meer zoals ganzenbord rond ganzen draait. Net als de ganzen, worden de personages gespeeld door spelers.
In tegenstelling tot de ganzen moet je geen vaste baan volgen. De keuzes zijn geheel aan jou. Wil je niet teruggestuurd worden door Moeder Gans, dan kan je haar ompraten of gewoon haar blind negeren of haar haar vet geven. De mogelijkheden zijn haast eindeloos. Gelukkig spelen rollenspelen zich niet op een ganzenbord af.
Hoe het concreet in zijn werk gaat? Spelers spelen hun personage min of meer als een acteur in improvisatietheater. Net als in zulke improvisatieoefeningen moet je het decor inbeelden, want eerlijk gezegd: een tafel en wat stoelen zijn niet bepaald het decor bij uitstek om moordmysteries op te lossen, laat staan steden te belegeren. En dat is meteen de sleutel tot rollenspel: inbeelding en stoelen.
Nu komt het moeilijkste deel (zelfs dat is een makkie): haast ALLES in een rollenspel is inbeelding. Ja, je personages zijn misschien wel ridders van een of andere Ronde Tafel, die moedig ten strijde trekken tegen snode baronnen en slinkse draken, maar aan de andere kant, deze kant, zit je eigenlijk rond de tafel. Je beschrijft en vertelt enkel wat je Ridderpersonage doet, het is niet alsof je op de tafel springt en elkaar begint te bekampen met plastieken zwaarden. (Op zich is het allemaal niet zo vreemd. Als je in Monopoly een straat koopt doe je dat ook niet met écht geld, en als je in Risk China aanvalt ga je er ook niet persoonlijk de douane neerslaan.)Het enige dat je personage voorstelt in de echte wereld, is een kladje papier met wat gegevens op. Je personage is jouw creatie, iemand die bestaat in jouw verbeelding.
Spelleider
Dan is er de spelleider. De spelers zijn de hoofdpersonages in het rollenspel, de Spelleider is de wereld om hen heen. Hij voedt de zintuigen van je personage met prikkels: wat je ziet, wat je hoort, wat je ruikt. De spelleider beschrijft de wereld van de personages zoals ze hem op dat moment meemaken.
Om terug te komen op het ganzenbord: de spelleider beschrijft de ganzen die je verder duwen, die je ophouden en terugsturen, de waterput, de finish. Hij beschrijft ze niet als eenvoudige vakjes, maar als echte plaatsen en personages.
Conflicten durven ook al wel eens ontstaan. Dan is het de spelleider die het latste woord heeft. Hij is dus niet enkel de personele verteller van het verhaal, hij is ook de jury en de rechter, die de goede vrede in het spel moet bewaren.
Bovenal volgt de spelleider ook de eerste ongeschreven regel van rollenspel: het moet leuk zijn om te spelen. Een groot deel van die taak valt op de schouders van de spelleider, want hij moet het spel lopende houden. Hij moet de spelers iets te doen geven, een verhaal spinnen.
Spelregels
Als je in ganzenbord aan het eind wil komen moet je de regels van het spel volgen. In een Rollenspel is dat niet echt anders. Spelers en spelleiders houden zich aan spelregels, die de uitbundige fantasie van spelers ietwat in toom houden. Spelregels voor rollenspel zijn doorgaans behoorlijk ingewikkeld, al naar gelang welk spelsysteem je speelt, maar ze zijn niet echt dwingend. Als de spelleider beslist om op een bepaald moment van de regels af te wijken, dan is dat zijn volste recht.
Veel verder kunnen we hier niet op spelregels ingaan. Spelregels variëren van spel tot spel en het is niet onze bedoeling de vele verschillende systemen te bespreken. Het zou je ook enkel maar vervelen.
Samenvattend
Zo, je zou nu enig idee moeten hebben hoe een rollenspel werkt. We hebben de vier grote aspecten behandeld:
De Spelers: Een bende ongeregeld, gewone en minder gewone mensen.
De Personages: Fictieve personages, ze worden door de spelers gespeeld.
De Spelleider: De verteller die de ogen en oren van de personages speelt.
Het Regelsysteem: Een set regels en richtlijnen die helpen het spel in de hand te houden.
Wat meer concreet.
Je hebt nu de basis vast wel door. Maar hoe, zo vraagt u zich misschien af, gaat dat dan in zijn werk?
Wel, de spelleider heeft een avontuur klaar om te spelen met zijn spelers. Vergelijk dat als je wil met een scenario. In het verhaal, worden de spelers met een opdracht (probleem, gebeurtenis,...) geconfronteerd, waarop ze moeten reageren vanuit hun personages. Door creativiteit en samenwerking proberen de spelers dit tot een goed einde te brengen. In het scenario staat een plot, staan plaatsen, en mensen. Afhankelijk van hoe de spelers besluiten om de zaken aan te pakken, ontwikkeld zich het scenario. Door de gebeurtenissen, die de personages meemaken, evolueren ze. De personages worden steeds sterker, slimmer, ... Hierdoor kan de opdracht in het volgende spel net iets moeilijker of ingewikkelder zijn. Je personage hoeft helemaal niet dood te gaan (hoewel dat soms ook kan gebeuren); zolang er verbeelding is, kan hij op nieuwe avonturen gaan.
Benodigdheden voor het fantasierollenspelen
Naast een spelleider en spelers met een flinke portie fantasie zijn volgende zaken wel handig:
Een fantasiewereld, een spelsetting:
Het verhaal, dat de spelleider vertelt, speelt zich uiteraard wel ‘ergens’ af. Deze plaats, wereld moet wel voor alle deelnemers van het spel overeenstemmen. Zo is het voor iedereen duidelijk welke mogelijkheden de wereld heeft en hoe de personages er gebruik van kunnen maken. Alle fantasiespellen, die in de winkel te koop liggen, bestaan uit minstens één boek waarin de fantasiewereld van dat spel voorgesteld en uitgelegd wordt. Vaak is dit heel uitgebreid met een uitgewerkte geografie, theologie, rechtssysteem, volkeren, ...
Spelregels:
Elk spel heeft nood aan regels en bij fantasierollenspellen is dat niet anders. Enerzijds wordt er vastgelegd hoe een personage ontwikkeld kan worden. Een personage wordt steeds in scores beschreven op papier. Zo is het duidelijk wat het personage wel en niet kan. Tijdens het spel zal de speler dan ook regelmatig een proef moeten afleggen tegen de scores van zijn/haar personage. Meestal (maar niet altijd) gebruikt men voor dit kanselement dobbelstenen (vb: Een speler beslist dat zijn/haar personage ergens over gaat springen. De speler legt een dobbelproef af tegen de score ‘springen’ van zijn/haar personage. Lukt de proef, dan is de sprong gelukt, mislukt de dobbelproef echter...)
Anderzijds zijn er ook regels waarmee de proeven/testen zelf en het verloop ervan bepaald worden. (Wanneer een personage over een greppeltje wil springen, is dit uiteraard makkelijker dan springen over een brede rivier.)
Alle fantasiespellen, die verkocht worden, bestaan uit minstens één boek waarin de spelregels omschreven staan. Vaak is dat hetzelfde boek als waarin de spelsetting uitgelegd wordt.
Potlood, gom en papier:
Zoals reeds gezegd, worden de personages beschreven op papier. Iedere speler heeft dan ook zijn eigen documentje waarop zijn/haar personage beschreven staat. Hier kan de speler dan ook de score’s aflezen en eventuele wijzigingen van het personage noteren. (vb: Een personage raakt soms gewond, waardoor deze tijdelijk minder levenspunten heeft en tot de verwonding genezen is, gehinderd wordt in sommige handelingen). Alle fantasierollenspellen, die te koop zijn, hebben speciale (invul)bladen waarop het personage beschreven kan worden. Deze ‘Charactersheets’ vind je telkens in het boek waar ook de regels beschreven worden. Ook op het internet zijn deze ‘Charactersheets’ meestal wel te vinden.
Dobbelstenen:
Verreweg de meeste RPG's gebruiken ook dobbelstenen. Welk soort dobbelstenen er gebruikt wordt, hangt af van het spel. De meest gebruikte vormen zijn zeszijdige, tienzijdige en twintigzijdige dobbelstenen. Maar er zijn er ook vierzijdige, achtzijdige en twaalfzijdige. Deze vind je in winkels, die fantasierollenspellen verkopen.
Wie kan fantasierollenspelen?
Uit puur enthousiasme zijn we geneigd om op deze vraag te antwoorden met ‘Iedereen!’. Dit is echter niet geheel waar. Om te fantasierollenspelen is een flinke portie fantasie noodzakelijk en is bovendien toch enige maturiteit nodig. De doelgroep van dit soort spellen is dan toch minstens 12...euh...neem maar 14 jaar oud.
Verschillende soorten fantasierollenspellen.
Het basisprincipe van fantasierollenspellen is eigenlijk altijd hetzelfde. Het grote verschil zit ‘m in de spelsetting, de fantasiewereld, waarin het spel zich afspeelt. Het gamma is enorm uitgebreid. De spelwerelden variëren van de vroege middeleeuwen tot cyberpunk. Ook het genre wil wel verschillen. Het gaat soms van pure epiek tot horror of zelfs misdadigheid.
Als je nog vragen hebt kan je die steeds op de Mandragon-fora posten (registratie is wel vereist - als je wil weten waarom lees dan even onze FAQ), of kan je die mailen naar één van de redactieleden.
Méér info
Als je nog meer informatie wil dan je hier al hebt gehad: