WAARSCHUWING: blijkbaar ondersteunt je browser geen JavaScript of staat het niet ingeschakeld. Aangezien JS op geen enkele manier de veiligheid of privacy van je pc in gevaar kan brengen, maar wel interessante interactiemogelijkheden biedt, gebruikt deze site erg veel JavaScript. Wil je dus van alle toeters en bellen genieten, doe jezelf een lol en verzet de settings van je browser even ;o)
Jefrrey Miller
Jeffrey Miller in zijn meer levende momenten. Let op de sigaret en grote beker koffie, zijn favoriete atributen.
Jeffrey Miller
Jeffrey Miller werd gecreëerd als gastrolletje in Restless Oblivion (meer info
alhier ), als sidekick van Robin Clearwater alias Elisabeth Starling. Helaas, het einde van het avontuur haalde hij nog net, maar daar stierf hij jammerlijk maar wel enigzins heldhaftig.
Reacties
door Assunkill Wandraak, 3238 / 5128 gepost: 7-2-2006 om 23u08
Jefrrey Miller: voorstelling
Ik, Jeffrey William Donald Miller, ben geboren in 1949 in Albert City. Waar ligt dat? Technisch gezien in Iowa, USA. In de realiteit: nergens. Meer bepaald, het midden van nergens. Albert City is geen stad, het is amper een dorp. Toen ik 10 werd werd, ging het eerste zwembad open. Als je weet dat het hele dorp een week lang in rep en roer stond (lees: straalbezopen zichzelf onderkotste), weet je precies wat voor gat het is. Daar werd ik dus geboren. Als ik ooit – God verhoedde het – burgemeester van Albert City wordt, is het eerst wat ik uitvaardig een verbod op kinderen maken en opvoeden in Albert City.
Wat deden mijn ouders, behalve mij geboren laten worden? Maïs kweken. Wat deden mijn grootouders? Maïs kweken. Wat deden al mijn ooms, tantes, grootooms en achtertantes? Maïs kweken. Heel Albert City kweekt maïs, maïs en nog eens maïs. Het is om ziek van te worden. Logisch dat je uit je dak gaat als er dan een zwembad wordt geopend.
Wat deed ik dus van zodra ik iets kón doen? Maïs kweken. Ik denk dat ik eerder op een tractor kon rijden dan op een fiets. Wat deed ik als ik geen maïs kweekte? In de kroeg rond hangen. Slechte bourbon drinken, caféruzies uitvechten, meisjes zover proberen krijgen dat ze met je naar bed gingen. Niet zo moeilijk overigens, want ook zij verveelden zich steendood. Iets anders was er ook niet te doen, ondanks dat zwembad. Op m’n zestiende had ik er genoeg van en trapte ik het af in Albert City. Ik ben er sindsdien nooit meer geweest en ik hoop dat zo te houden. Zuipen, vechten en neuken kan je elders ook – en beter.
Ik had gespaard voor m’n eigen wagen. Ik kocht ‘m bij Rick’s. Het was een derdehands aftands krot waarvoor ik met 100$ nog veel te veel betaalde, maar ik wilde maar één ding en dat was wegkomen. Het was ‘n ouwe Ford Victoria uit ’53 en het is een wonder dat ik er Des Moines mee haalde. Toen was m’n zakgeld op en heb ik ‘m moeten verkopen. Ik kreeg er 50$ voor en daar kon ik weer even mee verder.
Ik heb gereist per truck, trein, boot en soms stukken te voet. Ik heb zoveel klusjes gedaan om aan geld te geraken, dat ik niet eens meer weet allemaal. Ik heb hout gehakt, maïs gemaaid, auto’s gelakt, graven gedelfd, kippen gepluimd, motoren gepoetst, kolen versleept, straten gelegd, hamburgers gebakken, boten geladen, bier getapt, trucks geladen, daken geschilderd, stallen gekuist en nog meer maïs gemaaid. Ik heb ook eens een maand of zo een vrouw drie keer in de week geneukt terwijl zijn mijn hotel betaalde, tot haar man erachter kwam. Na anderhalf jaar heb ik Los Angeles bereikt. Daar heb ik nog eventjes moet klussen, maar al snel vond ik een prima baantje als bewakingsagent bij een productiefirma, MGM.
Ik heb bijzonder veel geleerd tijdens die twee jaar van honderden klusjes. Het belangrijkste was dat je, als het er uiteindelijk op aankomt, altijd op jezelf aangewezen bent. Dat moet je beseffen en je moet er ook steeds rekening op houden. Anderen kunnen soms helpen, maar uiteindelijk moet je alles zelf doen.
Ik ben vaak murw geslagen, opgelicht en één keer ook bijna verkracht in een kroeg waarvan ik niet wist dat het een club voor nichterige truckers en bouwvakkers was. Mij maak je niets meer wijs. Iedereen die je tegenkomt is een potentiële vijand. Dus hou je ogen open, je vuisten klaar en eet voor je opgegeten wordt.
Het baantje bij MGM was zeer lucratief. Op zich werd het maar matig betaald, maar er waren heel veel extraatjes. Ik kreeg ruime fooien van de sterren en de informatie die je over die sterren kreeg, kon je voor harde cash aan fans of journalisten doorverkopen. Ik kon ook af en toe op fijne feestjes binnenglippen. Van al dat geld kon ik in een goedkoop motel wonen en me na een tijdje ook opnieuw een wagen aanschaffen. Nee, dat baantje was ideaal voor een jongen zoals ik. Alleen had ik me een beetje moeten inhouden natuurlijk. Een gewone jongen die flirt met filmsterren en op hun partijtjes binnenglipt, dat kan niet blijven goedgaan.
Ik kan flink wat drinken zonder over m’n nek te gaan. Ik ben niet vies van een glas maar ik zorg ook altijd dat ik alles onder controle hou. Met drugs had ik toen niet zo’n ervaring en ik wist ook niet hoe dat de zaak kon laten mislopen.
Ik was op een feestje van Katharine Ross, ergens halfweg augustus. Ze had net geschitterd in “Butch Cassidy and the Sundance Kid” en was hotter than hot. Ze schuimde alle feestjes in Hollywood af en zo ook eentje van MGM. Ik had mezelf binnengesmokkeld rond een uur of twee a.m.en het feest was volledig ontspoord. Het was, uiteraard, the summer of love. De meeste gasten waren gedeeltelijk ontkleed en de LSD werd met champagne weggespoeld, bij wijze van spreken. Iedereen was dronken of stoned, meestal allebei, en meestal ook geil. Zoals ik al zei, normaal neem ik geen drugs, maar als Katharine Ross je tegen zich aantrekt en op haar tong een pilletje aanbiedt, zeg je niet nee. Ik dacht nog: “dit wordt mijn eerste nacht met een filmster” maar er is van neuken niet veel meer gekomen. Ik was redelijk snel totaal van de kaart, maar anderen waren er erger aan toe.
Stanley Andrews was er ook. De stakker moet ruim in de 70 geweest zijn, maar draaide nog steeds westerns. Helaas, de combinatie van LSD, vodka, champagne én de decolleté van Katharine Ross moeten zijn hart teveel geworden zijn. Hij stierf temidden van een half orgie van drank en drugs, maar uiteraard had niemand het door. Behalve ik. Eerst dacht ik dat het door de LSD kwam, maar ik trad buiten mijn lichaam. En ik zag Andrews als een soort van geest een beetje triest naar zijn lichaam kijken. Toen besefte ik dat hij dood was. Ik vroeg me af of ik óók dood was, dat mijn geest ook buiten mijn lichaam zweefde. Ik zei hem dat we toch op een leuke manier gestorven waren en toen grijnsde hij een beetje en stapte weg. Ik wou mijn lichaam nog even gaan bekijken en hem dan achterna gaan, maar ik zag het nog ademen. Ik probeerde er weer in te klimmen en dat lukte. Ik merkte dat ik zelf helemaal niet dood was. Ik ging Andrews’ lichaam controleren en die was beslist wel de pijp uit.
Ik besloot mijn boeltje te pakken, per slot van rekening lag iedereen daar nog horizontaal en hoorde ik er niet thuis. En wou ik liever niets met Andrews zijn dood te maken hebben.
De volgende dag stond er al een politieagent aan de deur van m’n motel. Ik wist dat ik niets mis had gedaan, maar toch was ik erg nerveus. Dat was niet echt nodig. De man stelde zich voor als Francis Cooper en bleek niet écht voor de politie te werken, althans, hij had een belangrijkere werkgever: Pandora. Pandora houdt zich bezig met mensen te recruteren die uit hun lichaam kunnen treden en zo contact kunnen maken met geesten. Uiteraard recruteerden ze mij ook. En uiteraard ging ik op hun aanbod in. Ik kreeg promotie bij MGM. Mijn nieuwe functie was het logistiek coördineren van projecten op locatie. Zo kon ik voor Pandora probleemloos rondreizen en klusjes opknappen.
Ik zal niet beweren dat ik een supergetalenteerde skimmer ben. Er zijn er bij Pandora die veel beter overweg kunnen met al die geestenstuff. Maar ik gebruik mijn hersens en ben niet bang om m’n handen vuil te maken. Daarom ben ik een goeie agent voor Pandora, zeker als je bekijkt dat ik nog maar 6 jaar in dienst ben. Ze weten me altijd wel te vinden als ze een moeilijke klus te klaren hebben. Goed zijn in de rottige klusjes heeft groot nadeel: ze vragen je steeds meer voor steeds vuilere opdrachten. Allemaal goed en wel, maar ik zou graag een beetje naar waarde geschat worden. Dat zei ik dus laatst ook tegen Cooper, maar die had er geen oren naar. Volgens hem kon ik maar beter oppassen met zo’n attitude. En ja hoor, ik heb intussen prijs. Mijn volgende opdracht is het begeleiden van een vrouw, Elisabeth Starling, bij een opdracht van haar.
Ik mag tegenwoordig niet eens meer mijn eigen opdracht uitvoeren, welnee, ik moet die van een ander gaan ondersteunen. Het mens is amper zo oud als ik, dus de term ‘begeleiding’ is wel heel doorzichtig. Ik zal het zeggen zoals het is: ik mag hulpje gaan spelen voor mevrouw Clearwater.
Nou ja. Misschien is het een lekker stuk of zo. Walk The Night Alone
door Assunkill Wandraak, 3239 / 5128 gepost: 7-2-2006 om 23u09
Jeffrey Miller: aanwerving bij Pandora (1)
We leven in een vrij land. Wie met een IQ van 170 beslist zijn hele leven bij Burger King achter de bakplaat te staan, kan dat. Wie met een IQ van 70 aan Princeton wil gaan studeren, kan dat. Wie beslist uit een gat van maïskwekers te vluchten om in L.A. van het echte leven te proeven, kan dat. En wie zijn lichaam wil kapot spuiten, slikken of snuiven, kan dat ook. In Amerika kan alles en mag iedereen alles. Maar er zijn een paar uitzonderingen. De belangrijkste uitzondering is: iedereen mag doen wat hij wil, behalve als het mijn job is om hem daarvan tegen te houden.
Ik kende in die tijd Francis Cooper nog niet zo goed. Hij was wel al rechercheur bij LAPD en als je baantjes aanneemt zoals ik, is het altijd goed als je wat mensen bij de politie kent. Het kan je een hoop problemen helpen voorkomen. Je moet natuurlijk ook geen al te dikke maatjes met ze worden, dat is slecht voor je reputatie, maar het staat vast dat een smeris in je kennissenkring een goeie zaak is.
Het was hoe dan ook een vreemde dag. Er hing al vanaf ‘s morgens een vreemde sfeer in de lucht. Ik kon het niet precies duiden, maar er was iets aan de hand. Ik stond op om 06u30 a.m. en stak een sigaret op met een lucifer van MGM. Niet de geur van solfer, maar wel het prikkelende ervan zou een hele dag in mijn neus blijven hangen. Ik at een uitgebreid ontbijt – spek, eieren, brood met dik boter en véél koffie – bij Jenny’s en nam de wagen naar Samambaya. In die club gaf MGM ‘s avonds een privé-feestje en ik was verantwoordelijk voor de organisatie en de zaal. Het was 08u00 a.m. toen ik aankwam.
Ik belde wat mensen uit hun bed om te zorgen dat ze om 08u30 a.m. zouden klaarstaan, stak nog een sigaret op en nam mijn thermos koffie. Het eerste halfuur van de dag neem ik normaal de ochtendkrant door. Maar toen ging de telefoon.
“MGM Logistics, met Jeffrey Miller.”
“Jeff, het Sandra hier.” Sandra was mijn bas. Ze zag er niet slecht uit voor haar veertig jaar maar volgens mij was ze sexueel gefrustreerd. Ik had haar vent één keer gezien en die was moddervet, dat kon nooit veel geven in bed. Ik had Sandra best willen proberen versieren, als ze m’n baas niet was geweest. Met je baas naar bed, dat geeft maar rotzooi.
“Ben je al aan het werk, Jeff?”
“Ik heb iedereen net gebeld. Ik verwacht tegen half negen aan het werk te kunnen. Ik wil de zaal klaar hebben tegen half één, zodat de drank deze namiddag tussen twee en vier kan geregeld worden. Om vier uur brief ik iedereen, we eten vanavond samen en dan geef ik iedereen pauze tot 08u00 p.m. Is dat okay?” Sandra was professioneel en verwachtte van haar personeel hetzelfde. Ik vroeg me af of ze zich zo op haar werk stortte omdat haar huwelijk waardeloos was.
“Jeff, eh, ik euh… kan ik je wat vragen? Iets… discreet?”
“’Tuurlijk mevrouw. Er is hier voorlopig niemand.” Het was de eerste keer dat ik Sandra nerveus hoorde. Het maakte mij zelf ook ongemakkelijk. Ik inhaleerde diep mijn laatste trek en stak een volgende sigaret op. Het herinnerde me opnieuw aan de vreemde sfeer die ik had gevoeld toen ik opstond. Dit gesprek leek er wonderwel in te passen.
“We… Er wordt vanavond verwacht dat er, nu ja, drugs verhandeld zal worden.Vanavond, op ons feest.”
“Wie verwacht dat, mevrouw?”
“Weet ik niet, Jeff. Ik krijg het maar te horen zoals jij het nu te horen krijgt.”
“O.”
“Ja. Kan je er een beetje extra op letten? Niet te opvallend, maar…”
“Moet ik aan de jongens vragen extra alert te zijn?”
“Nee, nee, dat is niet nodig. Gewoon, kijk zelf een beetje uit en zorg dat de naam van MGM niet besmeurd raakt.”
“Komt in orde mevrouw. Ik zal er op letten.”
“Ik reken op je, Jeff. Ik zie je vanavond wel, rond middernacht waarschijnlijk. En rook wat minder, het is slecht voor je gezondheid.”
“Bedankt voor het vertrouwen, mevrouw. Tot vanavond.”
Ik legde de hoorn dicht. Wat was dit nou weer? Het was toch een privé-feestje? MGM verbood haar gasten nooit drugs te nemen, ze vroeg alleen om het discreet te doen. Geen enkele filmmaatschappij maakte problemen van acteurs die gebruikten, want dan hadden ze geen acteurs meer. Ik vroeg me af wat er waar was van het verhaal, maar ik in elk geval zou mijn ogen open houden.
Om half negen kwamen de jongens aan en begonnen we de zaal op orde te brengen. Misschien was ik het het telefoontje vergeten tot ‘s avonds, als rond twaalf uur ‘s middags Francis Cooper niet in het deurgat van de Samambaya had gestaan. Het was schemerig binnen, maar buiten scheen de Californische zon ongenadig fel. Coopers gestalte zag er indrukwekkend uit in het tegenlicht.
“Miller! Is Jeffrey Miller hier?”
Ik liep naar de deur. Cooper nam me mee naar buiten en nam een sigaret. Hij bood me er ook één aan. Ik gaf ons beiden vuur. Ik leunde tegen de muur terwijl ik tegen het zonlicht knipperde. Cooper had een grote zonnebril op.
“Het gaat over vanavond, Miller. Je schijnt een geschikte kerel te zijn. Je bent vanavond ook verantwoordelijk, dus…”
“Enkel voor de logistiek, rechercheur.” Cooper sprak onverstoord verder.
“… dus wil ik je graag iets vertellen. Ik wil ook graag dat je er tegen niemand anders wat van zegt. Kan ik daar van op aan?” Hij nam z’n zonnebril af.
Ik bekeek Cooper eens goed. Hij was niet heel groot, maar redelijk breed gebouwd en hij begon een stevige buik te ontwikkelen. Typisch voor mannen van rond de veertig, denk ik. Zijn machtige kin was vanochtend niet geschoren en hij had wallen onder z’n ogen. Volgens mij had hij er een zware nacht opzitten.
“Kan u van op aan, rechercheur.”
“Niet tegen je baas, niet tegen je vrouw en niet tegen je minares.”
“Ik ben niet zo intiem met m’n baas en momenteel zijn er geen vrouwen in mijn leven. Waarover gaat het?”
“Ik verwacht vanavond een grote drugsdeal. Hier, in de Samambaya, op het feest van jouw firma.”
“Betekent dat dat ik met politieagenten op het feest rekening moet houden?”
“Nee… er zal niet veel politie zijn. Niet meer dan gewoonlijk. Misschien minder zelfs. Het is vanavond het jaarlijkse politiebal, weet je…” Cooper keek triest. Ik beet op mijn lip om niet te lachen. De politie liet drugsdealers lopen omdat ze hun jaarlijkse bal hadden, dat kan enkel in L.A.
“Lach maar,” zei Cooper treurig, “ik vind het ook zielig. In elk geval klop ik vanavond wél dienst. Dus als er iets is, bel je me maar. Dit is het rechtstreekse nummer van m’n bureau. Maar hou alsjeblieft je mond, de luitenant bijt m’n strot af als hij weet dat ik externen inschakel om dealers te arresteren.”
“Ik hou m’n mond rechercheur. Ik hoop u vanavond niet te moeten bellen.”
Hij stak z’n kaartje toe en gaf me een hand. Toen slenterde hij naar z’n wagen. Ik had een beetje medelijden met hem. Hij was een goeie agent. Ik zou ook balen als ik door het jaarlijkse bal zo’n arrestatie zou mislopen.
Nu had ik twee keer dezelfde informatie gekregen van verschillende personen. Twee keer met de vraag om het alsjeblief geheim te houden. Maar blijkbaar ging het verhaal al vrolijk rond. Ik was benieuwd naar wat er die avond zou gebeuren.
Rond een uur of 10 p.m. kwamen de eerste gasten toe en tegen half twaalf was het feestje volop aan de gang. Er werd links en rechts wat gebruikt, maar ik zag niet iets dat op een grote deal leek. Ik hield alle gasten sterk in het oog, maar ik zag niet veel. Het leek gewoon een doordeweeks, leuk, decadent filmsterrenfeestje.
Om twee uur viel het me op dat Rick Garvin naar buiten vertrok. Hij betekende niets in de filmwereld maar timmerde ijverig aan zijn carierre door zo vaak mogelijk op dit soort avonden rond te hangen. Hij viel me op omdat hij niet langs de vestiaire passeerde en z’n gevolg niet meenam. Maar vooral viel het me op omdat hij zich plots verdacht gedroeg. Nerveus rondkijken, gehaast wegstappen…Ik besloot ‘m te volgen. Misschien betekende het niets, maar er was me gevraagd mijn ogen open te houden. Ik deed mijn werk.
Garvin liep naar buiten en ging de hoek om, een doodlopend steegje in waar enkele brandtrappen uitkwamen en ook de nooduitgang van de Samambaya. Er stonden vuilnisbakken en containers, maar al bij al was het er vrij proper. Tussen de containers waren enkele fietsen en brommertjes gestald van ons personeel. Garvin leek er te wachten op iemand. Ik ging de feestzaal weer in en liep me naar de tweede verdieping. Daar klom ik stil de brandtrap op, en zo kon ik Garvin perfect bespieden. Ik zat vier meter hoger en in de duisternis. Garvin wachtte en ik wachtte ook. Misschien verdeed ik m’n tijd maar dit léék in elk geval verdacht. Walk The Night Alone
door Assunkill Wandraak, 3240 / 5128 gepost: 7-2-2006 om 23u10
Jeffrey Miller: aanwerving bij Pandora (2)
Plots begon Garvin zacht te babbelen tegen iemand, hoewel ik niemand zag. Heel stil en heel voorzichtig klom ik lager langs de trap, doodsbenauwd om geluid te maken. Toen ik twee meter lager was, zweeg hij alweer. Maar hij wachtte nog steeds. En toen sprak hij weer.
“Hij laat op zich wachten. Dit is de laatste keer dat ik op zo’n manier iets met hem regel. Dit soort feestjes is belangrijk voor mijn carierre.”
En toen klonk er uit de duisternis naast hem een zacht, nauwelijk verstaanbaar gefluister. De stem was hees maar zelfzeker.
“Garvin, je bent een prutsacteur en dat weet je zelf ook. Wij hebben je nodig. Voor ons ben je wel belangrijk. Hou je kop en doe je werk.” Het werd weer stil. Ik tuurde in de duisternis en daar stond inderdaad iemand. Hij was bijna onzichtbaar. Het leek een soort schim die uit duisternis was opgetrokken, maar daar stond beslist iets of iemand naast Garvin!
Na wat een eeuwigheid leek, kwam er een derde figuur het steegje ingelopen. Garvin siste woedend: “Weet je hoe lang ik hier al sta te wachten? Je bent godverdomme…”
De man sloeg Garvin met de rug van z’n hand in diens gezicht. Niet hard, maar hard genoeg om Garvin te laten schrikken. “Niet zo luid, idioot. En ik regel deze afspraken dus ik bepaal hoe laat ik kom.” Garvin knikte zachtjes. “Nou. Het spul…” De man haalde zijn koffer boven, legde hem op een gesloten container en maakte ‘m open. Er lagen allemaal kleine pakjes in. Drugs, dat was wel duidelijk. Mijn gevoel had me niet bedrogen.
Een half uur tevoren had ik deze uitkijkplaats nog ideaal gevonden, maar nu moest ik vaststellen dat ik niet wegkon zonder op te vallen en dus ook Cooper niet kon waarschuwen. Intussen telde Garvin de pakjes na terwijl de twee anderen toekeken. Op dat moment liep het helemaal mis. Er kwam nog iemand het steegje ingelopen. Ik kende haar. Het was Linda Berger.
Linda had die avond dienst tot 02u30 p.m. achter de bar. Waarschijnlijk zat haar tijd er op en kwam ze haar fiets of brommer halen. Ze zong zachtjes in zichzelf en had een klein sleuteltje vast. Toen zag ze de drie mannen en de open koffer met drugs. Ze stond stil en keek verbijsterd naar het tafereel. Ze wou zich omdraaiden maar de onbekende man liep op haar af en greep haar arm. Zijn andere hand legde hij over haar mond. Garvin siste opnieuw verwijtend: “Ik zei nog op tijd te komen…”
De man zweeg terwijl hij Linda in bedwang hield. Blijkbaar moest hij Garvin nu toch gelijk geven. De schim zweeg ook.
“Wat moeten we hier nu mee?” vroeg Garvin. “Ze heeft alles gezien. We kunnen haar niet laten lopen.”
“Haal je wagen,” gromde de man, “eerst maken dat we hier weg zijn. Dan zien we wel.”
Garvin rende het steegje uit. Linda’s ogen waren wijd opengesperd van angst. Ze leek verstijfd, maar hoe dan ook had de man haar stevig vast. De onbekende stond naast hem, nog steeds in de schaduw. Ik besloot dat ik snel moest handelen. Op dit moment had ik maar één tegenstander: het schimmige personage in de duisternis. De andere man moest Linda immers vasthouden en Garvin was om z’n wagen. Ondanks alle discretie die ik Sandra en Cooper beloofd had, kon ik moeilijk mijn collega laten ontvoeren.
Ik sprong van de brandtrap naar beneden en landde tussen de twee criminelen en de uitgang van het steegje. Snel trok ik een ketting los van één de containers en nam hem stevig vast. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik nu moest doen, maar het moest hoe dan ook snél gebeuren.
“Jij laat nu onmiddellijk mijn collega los. Dan laat ik je met deze rommel weglopen. Anders sla ik je knock out, en dan zal je haar ook wel loslaten.”
De man kneep zijn ogen tot spleetjes.
“Je denkt toch niet dat ik ongewapend ben, sucker. Ik schiet je overhoop.”
“Dat wordt moeilijk, als je twee handen nodig hebt om Linda vast te houden. Laat haar dus maar braaf los, dan blijven we beste vrienden.”
Ik begon te beseffen dat ik een aardig probleem had, vooral omdat ik helemaal niet wist hoe ik met zo’n ketting moest vechten. Vooral niet als de tegenstander een levend schild vasthield. De tijd drong, want straks stond Garvin hier en dan was ik helemaal verloren.
“Als we nou de afspraak maken dat jij Linda loslaat en me daarna overhoop knalt. Zou dat je tevreden stellen, mr. hitman? Anders, en dat is ook een oplossing, roep ik de politie erbij…”
“Je bluft…” Hij keek me onzeker aan.
“Je onderschat rechercheur Cooper. Waarom denk je dat ik hier ben? Dit is een hinderlaag, idioot. Garvin komt niet meer terug. Garvin is al lang gepakt en was bereid in ruil voor strafvermindering ons te helpen om jou te pakken. Geef nou netjes Linda aan me door, anders we ook nog weerspanningheid bij arrestatie tegen je indienen, net zoals kidnapping en gijzeling. Wat wordt het?”
De man twijfelde nog steeds. Ik niet.
“Security!” riep ik zo luid ik kon, terwijl ik de man bleef aankijken. Toen gooide hij Linda in mijn armen en spurtte het steegje uit. Ongelukkig gnoeg voor hem, kwamen daar net mijn collega’s van de veiligheid aangelopen. Steve hield ‘m tegen en toen hij wou slaan, sloeg Steve ‘m met één slag knock out.
Ik draaide me om, om de mysterieuze onbekende te zoeken maar die was plots verdwenen. Ik wist zéker dat hij er geweest was, maar nu was hij er even zeker niet meer.
“En nu, Miller?” riepen Steve en George naar me. Ik liep met Linda naar het begin van het straatje en bekeek de bewusteloze man.
“Sluit hem om in dat klein lokaaltje naast de vestiaire. Ik bel de politie. Oh, en zorg voor Linda. Ze waren van plan haar te ontvoeren.”
Ik kreeg het van Cooper gedaan dat ik mijn nacht gewoon mocht doorwerken en pas de volgende namiddag een verklaring moest komen afleggen. Het kan geen kwaad om sommige smerissen een beetje beter te kennen, zei ik al.
Cooper zat ontspannen maar duidelijk oververmoeid aan zijn bureau. Hij bette met een groezelige zakdoek regelmatig zweetdruppeltjes van zijn massieve voorhoofd. De ventilator liet warme luchte in het bedompte lokaal circuleren. Ik droeg enkel een wit onderhemdje en een jeans, en nog stierf ik van de hitte. Maar hoe loom de sfeer ook was, Cooper en ik hadden een zware discussie. Hij weigerde te noteren dat ik drie personen had gezien. Ik weigerde hem te laten noteren dat het er maar twee waren.
“Linda zag enkel Garvin en Marquez. Er staan ook enkel hun vingerafdrukken op de koffer. Waarom wil je per se dat er drie mannen waren, Miller?”
“Omdat er verdomme drie waren!”
“Maar je hebt geen degelijke beschrijving van de derde. Je was nerveus, Miller. Je hebt je zo hard ingespannen dat je misschien dácht dat er een derde…”
“Nee. Die was er zeker. Heel zeker. Hij bleef verstopt in de duisternis, maar het was een hese stem, en…”
“Dat heb je al drie keer gezegd, Miller.” Cooper begon vermoeid te geraken. “Kijk, we hebben een ijzersterk dossier tegen Marquez. Als deze zaak voorkomt, krijgt Marquez twintig jaar en krijg ik promotie tot inspecteur. Op voorwaarde dat de getuigenverklaringen geen belachelijke ongerijmdheden vertonen. Teken je nou die verdomde verklaring of moet Marquez op vrije voeten blijven?”
Ik zuchtte en tekende de verklaring.
“Mooi.” Cooper keek opgelucht en stak de papieren in een dikke map. Toen keek hij me plots ernstig aan. “Ik laat onderzoeken of er een derde persoon was, Miller. Eerlijk waar. Kom me niet om resultaten bedelen, want ik zal je er niets over kunnen zeggen tot dat onderzoek rond is. Maar als er een derde persoon was, hoor je nog van. Beloofd.”
Dat was een half jaar vóór het feestje waarbij Andrews de pijp uitging en ik onder LSD uit mijn eigen lichaam trad. Cooper kreeg zijn promotie en Marquez kreeg zijn twintig jaar cel. Garvin kreeg twee jaar en nooit meer een filmrol.
Het was al middag toen ik opstond. Ik zette koffie en zocht m’n sigaretten. Toen ik me stond te scheren, ging de bel. Met ‘n handdoek in m’n nek deed ik open. Het was Cooper, die vroeg of hij even binnen mocht komen.
“Neem een tas koffie, Coop. Ik maak deze klus nog even af, als je het niet erg vindt.” Ik wees op het scheerschuim op mijn kaak. Cooper schonk een tas koffie voor zichzelf in en vroeg waar hij melk en suiker kon vinden. Ik deed teken met mijn kin naar de keuken. Terwijl ik voor de spiegel stond vroeg ik me af waarvoor hij hier was. Moest ik een verklaring afleggen over Andrew’s dood? Dat kon problemen geven, als Sandra erachter kwam dat ik ook op feestjes rondhing waar ik niet moest werken en daar onbehoorlijke dingen deed, zoals drugs slikken.
“Zet je even, Miller. Ik weet dat je gisteren op dat feestje van MGM was. Ik wou je wat vragen stellen over Andrews.”
Ik schonk mezelf ook koffie in en nam een slok.
“Ik geef aan jou graag toe dat ik daar was, Coop. Maar zie je, het is een beetje vervelend voor me. Bij MGM hebben ze niet zo graag dat personeel ook na de uren nog met filmsterren op feestjes rondhangt.”
Cooper wuifde mijn bezwaren weg en goot een flinke scheut melk bij zijn koffie.
“Daar gaat het niet over, Miller. Andrews is gestorven en jij hebt dat gezien. Nu vraag ik me af, Miller…”
Hij dronk zijn mok in één teug leeg en keek me scherp aan.
“Wat heb je precies gezien?”
Ik keek hem verbaasd aan. Moest ik hem zeggen dat ik Andrews’ geest had gezien? Dat ik ermee had gebabbeld omdat ik zelf ook eventjes een geest was geweest? Maar dat ik weer in mijn lichaam kon en Andrews blijkbaar niet? Wat moest Cooper van me? Hij bleef me scherp aankijken.
“Het zit zo, Miller. We hebben nagetrokken wat er met jouw fameuze ‘derde persoon’ aan de hand was. Er wás een derde persoon, Miller. Je had gelijk. Alleen was die persoon al vier jaar dood. Je hebt zijn geest gezien. Ik denk dat je gisteren Andrews’ geest ook hebt gezien, niet?”
Ik staarde hem bleekjes aan en knikte. Cooper stak een sigaret aan en gaf ze mij.
“Hier… Je kan geesten zien, Miller. Je begrijpt dat ik dat in de zaak van Marquez moeilijk in het getuigenverslag kon opnemen. Je bent niet de enige die doden ziet. Ook niet de enige die er mee kan communiceren. Je zag dat Garvin het ook kon. Ik kan het ook en er zijn nog vele anderen...” Walk The Night Alone
door Assunkill Wandraak, 3241 / 5128 gepost: 7-2-2006 om 23u11
Jeffrey Miller: eerste (en enige) avontuur (1)
“Zei ik dat ik hoopte dat Starling een stuk was? Ik had verdomd veel geluk. Die meid was bloedmooi. Ze kon zó met me mee naar LA, ik had haar zeker aan een rolletje kunnen helpen. Mooi blond hoofdje en een figuurtje om in te bijten, ze was écht een stuk.
We hadden afgesproken in een wegrestaurant, maar uiteraard had Hoover me geen signalement gegeven. Ik zat daar dus maar een hapje te eten en er eentje te roken, toen Starling op me afkwam. Blijkbaar had zij mijn signalement wel gekregen. Zoals ik al zei, ze zag eruit om op te vreten.
Ik waarschijnlijk niet, want ik had me niet gekleed op Boston en het poolklimaat daar. Ik had enkel dunne handschoentjes en een stomme kerstmuts. Maar dat was niet het enige dat tegenviel. Starling had nog veel slechter nieuws dan dat mijn sex-appeal wel een opknapbeurt kon gebruiken: ze had de kaart niet en wist ook niet waar die was.
Mijn missie was om haar te helpen die kaart in New York te krijgen en ik had veel zin om meteen een vliegtuig terug te nemen naar LA, waar de zon scheen. Maar dat had Hoover vast niet gepikt. Bovendien, bedacht ik me later, zou het best gekund hebben dat Hoover wist dat Starling de kaart kwijt was. En dat ze juist daarom mij had meegestuurd. Omdat ze weet dat dat soort klusjes een kolfje naar m’n hand zijn.
Nou, ik wilde Hoover niet op haar tenen trappen, dus ik vroeg Starling waar we gingen beginnen zoeken. Dat bleek het ziekenhuis te zijn. Daar reden we heen, nadat ik me degelijke winterkleding had gekocht. In een washok in de kelder traden we uit. Ik wist niet precies wat Starling zocht in het ziekenhuis. Ze leek behoorlijk overstuur, en als je het mij vraagt, had ze net een boel dingen meegemaakt die knappe meisjes als zij enkel horen mee te maken in de studio in LA. Ik besloot haar haar gangetje te laten gaan en zelf m’n ogen open te houden.
In het mortuarium werd op een bepaald moment een lijk binnengereden, waar een uitzinnige geest achteraanliep. Blijkbaar hoorde hij bij het lichaam. Starling kende ‘m en wist hem te kalmeren. Toevallig wist hij waar de kaart was: in zijn kantoor bij de politie – als dat nog niet ontruimd was. Starling kon de agent overtuigen dat er aan zijn dood niets te doen was en dat hij ons beter kon helpen met zijn fout – wat die ook geweest moge zijn – recht te zetten.
We verlieten het ziekenhuis en ik reed naar het politiekantoor. De geest van de agent bleef in de auto zitten. Starling en ik traden weer uit en gingen het gebouw weer binnen. Het was vroeger een sanatorium geweest en dat was te merken. Er dwaalden nog heel wat ongelukkige geesten rond, daar binnen. Starling wou van eentje energie stelen. Dat had ik niet van haar verwacht, maar ze deed het. Ik probeerde ook wel, maar meer omdat we volgens haar die energie echt nodig hadden dan omdat ik het een goed plan vond. Het mislukte, en ik vond het niet eens spijtig.
De agent had goed beschreven waar zijn kantoortje was, dus dat vonden we makkelijk. Binnen zat z’n partner, naast een grote kartonnen doos, naar foto van onze dode agent te kijken. Hij stonk naar de drank. Dit moest een makkie worden, en dat zei ik ook tegen Starling. Ze gaf me extra energie en ik nam de man zó over. Hij was een zacht ei, ik had ‘m meteen volledig onder controle.
Ik liet ‘m meteen de deur sluiten en begon de doos te doorzoeken. Tussen allerlei paperassen vond hij de kaart, maar op dat moment kwam er een agente binnen. Ze begon de man de troosten. Ik wou haar laten wegsturen door mijn pop, maar durfde niets te zeggen uit schrik dat m’n accent me zou verraden. Tot overmaat van ramp begon Starling geestige opmerkingen te maken. Onhoorbaar voor de agente, maar ik verstond natuurlijk wel alles. Ze besefte, geloof ik, niet hoe subtiel het Poppenspel is. Ik moest me volop concentreren om de draden volledig onder controle te houden. Uiteindelijk vertrok de vrouw door toedoen van Starling, die mensen hun emoties blijkbaar kan beïnvloeden.
Ik maakte haar duidelijk dat ik geen grapjes wou als ik het Poppenspel Speelde en dat leek ze toch te snappen. Toen liet ik mijn mannetje de kaart en zijn wapen in een jas wikkelen. Starling vertrok en ging haar lichaam ophalen, waarmee ze tien minuutjes laten via het venster de jas kon aannemen ook. Ik liet de agent tenslotte naar de uitgang wandelen, waar ik hem losliet. Hij zakte in mekaar als een marionet waarvan de draadjes waren doorgeknipt, en dat was hij ook.
We verlieten Boston nog die nacht. Het begon steeds zwaarder te sneeuwen, maar niets kreeg mij en m’n Dodge van de baan. Ook Starling niet, die het in haar mooie hoofdje had gehaald dat ze persoonlijke vragen moest gaan stellen en me met een minderwaardigheidscomplex bedacht. Nu was zij wel de baas, maar dat soort onzin hoef ik niet te pikken. Ik draaide de radio luider en zweeg. Zo bereikten we in een soort sneeuwstorm New York.
Ik schat mezelf niet onder m’n waarde – dat doet Pandora. En wat Starling daarover denkt, doet er niets toe. Als ze zich meer op haar opdrachten zou concentreren dan op psychologische tests uit vrouwenblaadjes, was die kaart waarschijnlijk nooit kwijt geraakt.
Ik nam ‘n dubbele kamer in het Blue Parrot Motel. Het was er erg druk. Mede daardoor bracht Starling ons niet in de problemen. Ze was haar papieren plots kwijt, of deed alsof. Intussen moest ik haar geïrriteerde echtgenoot spelen. Dat ging me nog redelijk goed af. Het meisje aan de balie had het druk genoeg en liet ons een kamer huren. Ik kon er niets aan doen, ik vond Starling weinig betrouwbaar. Niet dat ik haar niet vertrouwde, maar je kon helemaal niet zeggen wat je er aan had. Op de meest onverwachte momenten bleken er plots problemen op te duiken. Ik begon te begrijpen waarom ze mij als fixer hadden meegestuurd. Ik bedoel, ze wou niet opvallen en haar paspoort niet gebruiken. Eén, hoe had ze zonder mij een kamer gehuurd? En dacht ze nu echt dat Orpheus, als die ons op het spoor waren, niet zou kunnen raden wie ‘mrs. Miller’ was? Twee, wie gaat er nu bij de buren op de muur bonken omdat ze te luid neuken, als hij niet wil opvallen? Het was allemaal niet slecht bedoeld en het liep ook niet slecht af, maar het was wel duidelijk dat praktische zaken niet haar sterkste kant waren.
Ik belde naar Hoover dat we in New York waren. Ik kreeg enkel ‘n naam en ‘n adres: Tony Cassada, Conny Island Avenue. Niets meer. Hoover is professioneel dus ik ging er vanuit dat dat voldoende zou zijn. Starling was intussen klaar moet duchen en kwam zo sexy mogelijk de kleine badkamer uitgelopen. God, wat was die meid lekker. Ze droeg een strakke sportoutfit waarin zo ongeveer elke ronding niet alleen perfect was, maar ook perfect te zien was. Ik ging maar snel douchen om niet naar dat verukkelijke lichaam te lopen staren.
Halverwege zat ik met koud water natuurlijk – bedankt, juffrouw Starling. Zelf was ze intussen aan het telefoneren. Ze had het nogal openlijk en uitgebreid over Orpheus. Dat leek me niet verstandig en dat zei ik ook, maar ze trok er zich niets van aan. Dat heb je met bazen. Ik liet het motel ons om 07u00 am wekken en kroop onder de lakens. Ik sliep al half toen Starling naast me kwam liggen. Er gebeurde niets die nacht, natuurlijk. Wat had je gedacht. Walk The Night Alone
door Assunkill Wandraak, 3242 / 5128 gepost: 7-2-2006 om 23u12
Jeffrey Miller: eerste (en enige) avontuur (2)
Echt, Starling was een prima meid. Leuk om te zien, beslist niet op haar achterhoofd gevallen en als skimmer trok ze zich meer dan aardig uit de slag. Maar ze mist een aantal dingen, volgens mij althans (maar wie vraagt mij wat?), om een echte geschikte en betrouwbare agent te zijn. Ik zei al dat ze niet echt pragmatisch was ingesteld. Ik kan je vertellen dat ze bovendien moeilijk zelfstandig kan opereren: ze heeft voortdurend precieze richtlijnen nodig en durft zelf geen initiatief nemen. Desalnietemin, dat alles misliep is niet haar schuld en zoals ik al zei, afgezien daarvan vond ik haar wel een leuke meid. Als tenminste zweeg over minderwaardigheidscomplexen.
Het sneeuwde die ochtend hard en het vroor de stenen uit de grond. Ik reed zo snel mogelijk naar Conny Island Avenue, waar Tony Cassada op ons zou wachten en een kaart van ons zou krijgen. Alle gebouwen op die Avenue bleken gesloopt te zijn, op eentje na: Tony’s Garage. Kon niet missen dat we daar moesten zijn. Maar toen begon Starling dus vervelend te doen: was dit wel de juiste plek? Konden we dit wel vertrouwen? Ik kreeg het er behoorlijk van op m’n zenuwen, maar ik hield me rustig. Uiteindelijk had ík de kaart. Zelf. Ikzelf vond de kans dat we ene Tony Cassada zouden vinden in een gebouw dat Tony’s Garage heette redelijk groot. Starling niet en zij was de baas, maar af en toe moet het gezond verstand het overnemen. Ik besloot achterom te lopen op zoek naar Tony.
Alles leek afgesloten, maar er blafte een hond en van om de hoek kwam een zwarte vrouw die ons onder schot hield. Misschien dacht Starling nog even dat ze gelijk kreeg, maar toen ik zei dat we Tony Cassada zochten, liet ze de shotgun zakken en moesten we haar volgen. Ze bracht ons inderdaad bij een man die zich Tony Cassada noemde. Je zou denken: alles loopt dus goed af.
Maar Starling bleef overtuigd van een mogelijk valstrik en weigerde mee te werken. Ze was niet voor rede vatbaar gewoon. Misschien had ze haar maandstonden of zo. Ik zie tegen Cassada Hoover op te bellen. Hoover overtuigde Starling dat het écht okay was. Zo kon ik eindelijk de kaart aan Cassada geven en was onze opdracht afgelopen. Maar nog voor ik kon dénken aan een fris biertje op het strand, begon Cassada uit te leggen wat het plan precies was. Soms denk je toch…
Wel, ik heb niets tegen Hoover. Ik heb niets tegen Starling. Ik heb niets tegen Cassada. Maar als Pandora de strijd tegen Orpheus uiteindelijk verliest, moeten ze niet zielig gaan doen. Ze missen professionaliteit, stuk voor stuk. Niet dat ik zo’n prof ben, maar het amateurisme loopt bij Pandora echt de spuigaten uit. Dat merkte ik die middag. Nog zo’n reden waarom ze er beter aan zouden doen om we wat ernstiger te nemen en niet als kleine klusjesjongen te beschouwen.
Hoover moet geen uren aan telefoon hangen met Starling, en ook niet toestaan dat Starling haar elke twee minuten belt. Ze moeten leiden, niet begeleiden.
Starling moet zelfstandig leren werken en bevelen leren opvolgen. Vol goede bedoelingen, die meid, maar met haar eigenzinnigheid is ze in staat alles in de war te sturen. Ze mist het juiste soort levenservaring, die soort die je leven kan redden, of andermans leven. Klink ik bitter? Sorry hoor. De smaak van metaal in je mond is nu eenmaal bitter.
Cassada moet geen uren zitten uitleggen hoe zijn plan zal werken aan twee agenten die er geen bal mee te maken hebben. Dat is een overbodig risico.
Dat zijn allemaal stomme fouten, die je vroeg of laat zuur opbreken. Goed, ik ben nu dood en het was niet hun schuld dat ik stierf, maar als ze zo rommelig gaan blijven werken, gaan ze nog veel meer mensen verliezen. Niet dat ik me er mee bemoei, ik stel het gewoon vast. Soms lijkt het wel alsof Cooper de enige man bij Pandora is die weet hoe dingen in mekaar zitten.
Cassada vertelde gedetailleerd hoe en wanneer ze de basis zouden aanvallen. En ook dat hij een mannetje miste en vreesde dat die onderschept was en de boel had verraden. Als je zag hoe loslippig hij was tegenover ons, verbaast het me niets dat zijn agenten onderschept worden en zijn plannen uitlekken. Hij stelde een deadline in, maar die werd uiteraard niet gehaald. Hij miste iemand voor zijn missie.
Ik stelde voor die plaats in te nemen. Starling wou ook mee maar wou eerst toestemming van Hoover. Cassada weigerde. Uiteindelijk kon ik hem overtuigen, nadat Hoover – nog maar eens opgebeld! – hem had beloofd dat hij niet verantwoordelijk gesteld zou worden voor ons. Wat een schrijnend gebrek aan initiatief en verantwoordelijkheid! Als hij dan toch in een noodsituatie zit, met gevangen agenten en verraden plannen en basis, dan is dat een crisissituatie die crisismanagement vraagt. En geen urenlang getwijfel en getelefoneer over wie wat mag en wat niet.
Om kort te gaan: er stopte een truck voor de garage. Ik wou eventjes poolshoogte gaan nemen, maar Cassada wou dat niet: we zouden ons verraden. Wel ja, hoe toevallig is het dat een truck temidden van een sneeuwstorm stopt voor een vervallen garage op braakland? Het volgende moment braken de rolluiken aan de voorkant open. Helaas was ik net in die ruimte aan het rondsnuffelen. Ik schreeuwde alarm en rende naar het volgende vertrek. Voor ik daar was stak er dolk in m’n rug en raakte een kogel m’n rechterschouder. Ik duizelde en sloeg zwalpend de hoek om.
Starling had zich ook naar de tussenruimte teruggetrokken en liep naar buiten. Ik liep haar achterna. Buiten stond een andere schutter ons op te wachten. Hij schoot en raakte me opnieuw, ik weet al niet meer waar. Ik weet alleen nog dat enkel adrenaline me overeind hield en ik zo snel mogelijk dekking zocht.
Ik haalde de hoek net… daarachter zag ik de truck staan. Starling probeerde hem ook te bereiken. Achter mij klonk opnieuw een doffe knal en ik voel opnieuw een gloeiende pijn, ditmaal in mijn nek. De kogel scheurde zich door mijn spieren, schuurde langs mijn nekwervel en reet mijn hals en kin open. Ik proefde het koude metaal tegen mijn tong en toen niets meer. Ik viel dood voorover in de sneeuw vlak voor de truck. Er stroomde bloed uit mijn hals en mijn rug. Ik was totaal kapot geschoten.
Ik verliet mijn lichaam en draaide me naar mijn belager. Hij schoot in paniek opnieuw op me terwijl ik op hem toeliep om zijn lichaam over te nemen. De kogels zoefden door me heen en sloegen lekken in de benzinetank van de truck… De man vluchtte hals over kop. Ik liet hem en besloot Starling te proberen helpen. Blijkbaar kwam er niet meteen een witte hemelpoort met zingende engelen voor mij, dus ik had nog even tijd. Ze was intussen de truck ingeklommen – dat nam ik tenminste aan toen ik een levenloos lichaam uit de cabine zag tuimelen. Ik schreeuwde dat ze de truck uit moest en ja hoor, ze sprong eruit en liep weg. Ik denk dat ze schrok dat ik dood was.
Ik haalde de zippo uit mijn broekzak. Het is grappig hoe die dingen van pas komen op het moment dat je ze het minst nodig denkt te hebben – bijvoorbeeld als je dood bent. Ik klikte hem langzaam open en streek hem aan. De vlam ruiste zachtjes. Ik nam wat afstand en gooide de zippo in een net boogje naar de plas benzine onder de truck.
De truck vloog meteen in brand en bijna tegelijkertijd explodeerde het gebouw achter me. Blijkbaar had iemand de explosieven geraakt…
Starling stond ontredderd naar de brand te kijken. Ik geloof dat ze de enige overlevende was. Hoe dan ook waren alle skimmers in de truck omgekomen en alle Pandora-agenten in het gebouw. Het was een slachting. En het ergste van al: ik was ook afgeslacht.
Ik liep naar Starling. Ze leek in shock. Het leek haar zelfs te spijten dat ik dood was. Nou ja. Het speet mij in ieder geval meer. Ik schudde haar de hand en zei dat het fijn geweest was onder haar te werken. Dat ik me ook geërgerd had, zei ik er maar niet bij. Ik vroeg haar de groeten te doen aan Cooper. Eventjes dacht ik haar nog een kus te geven, maar dat liet ik maar. Het is een beetje flauw om als dode te nemen wat je als levende niet kunt krijgen…
Ik denk dat ik haar wel gemist zou hebben. Maar op dat moment leek de hele wereld donkerder te worden, en verderaf, alsof ik een spot stond. Er werd op een vreemde manier aan me getrokken, gezogen eigenlijk. Boven zag ik het witte licht waarover iedereen het altijd had. Ik knipoogde naar Starling en liet me toen meetrekken, benieuwd naar wat er achter het licht lag." Walk The Night Alone
door Zorbalt Moorderator, 3545 / 5435 gepost: 8-2-2006 om 20u15
Antw: Jefrrey Miller
Ik heb me heerlijk vermaakt zaterdag. Jullie karakters pasten goed in het verhaal en het einde liep dan wel ietwat dramatisch af voor Miller, zijn dood heeft het verhaal gelukkig alleen maar beter gemaakt.
Hiermee is nogmaals bevestigd dat karakters in Orpheus misschien wel het kwetsbaarst zijn in vergelijking met de andere WW spelsystemen, maar op de een of andere manier is dat ook de charme van het spel. Je speelt immers een doodnormaal mens.
De dood van Miller had enkel voorkomen kunnen worden door een andere manier van ontsnappen, een gelukte sprint of een mislukt schot, maar what's done is done. Jeffrey Miller is niet meer.
Ondanks alles heeft Miller er wel voor kunnen zorgen dat één van de divisies van Section 9 , een cleanteam van ORPHEUS bestaande uit 4 Sleepers, 2 skimmers en 2 doktoren, alsnog is uitgeschakeld.
Grote klasse... Dat artifact (de zippo) heeft zijn nut bewezen.
naar boven
© mandragon web team - 2000-2012disclaimer - privacy 1.0798 s