(Ik wil hiervoor in het speciaal mijn nichtje bedanken)
Hekserij:
Deel 1:
Er is altijd al magie geweest. Zowel witte als zwarte magie kwam al voor bij de oude Grieken en Romeinen. Ook in de middeleeuwen geloofde men in heksen. Oude wijze vrouwen die je om raad kon vragen of die je beter maakten wanneer je ziek was. In die tijd werden heksen getolereerd of slechts licht gestraft omdat ze in een maatschappelijke behoefte voorzagen.
Pas later veranderde het beeld dat mensen van hekserij hadden. Langzaam aan werden heksen gezien als oude, lelijke gemene vrouwtjes die zelfs kleine kinderen zouden eten. Toen er in de twaalfde eeuw vertalingen verschenen van Arabische en Griekse boeken over magie veranderde het beeld dat men van heksen had weer. Een elite van juristen en theologen ontwikkelde het idee dat heksen de duivel vereerden. Toen magiërs en alchemisten beweerden dat ze met behulp van de vertaalde Griekse en Romeinse boeken goud konden maken maar ze hier dan wel vaak de hulp van een demon bij nodig hadden werden voor het eerst magie en duivel verering bij elkaar gebracht.
Wanneer magiërs en alchemisten daadwerkelijk de hulp van een demon inschakelden sloten zij als het ware een verbond met de duivel waarin ze dienstverlening of verering aan de betreffende demon beloofden. Volgens theologen was dit ketterij en dit was de reden waarom de inquisitie zich met hekserij ging bemoeien.
De inquisitie echter, was gewend aan het vervolgen van georganiseerde godsdienstige sekten en pakte de duivelverering dan ook zo aan. Ze lokten bekentenissen uit met behulp van martelwerktuigen, dwongen mensen om medeplichtigen aan te geven en om dorpsgenoten verdacht te maken. De elite van Europa verbond hekserij al langere tijd met duivelverering. Het gewone volk echter besteedde niet zo veel aandacht aan duivelverering. Wanneer zij iemand beschuldigden van hekserij ging dit enkel om zwarte magie. Pas gedurende het proces brachten de inquisiteurs, die hekserij wél in verband brachten met duivelverering, vragen naar voren over duivelverering. Wanneer de verdachten dan door pijniging bekenden werden zij hiervan beschuldigd. Zo drong langzamerhand het besef van duivelverering in combinatie met magie ook bij het gewone volk door.
Deel 2:
Heksenvervolgingen kwamen steeds vaker voor en het volk raakte gewend aan het idee dat dorpsgenoten deel uit konden maken van het gevolg van de duivel. Rond het jaar 1500 ontstaat er een nieuwe cultuur. Het humanisme. Het humanisme was een stroming die de nadruk legde op kritisch en zelfstandig denken en humanisten waren het dan ook niet eens met het middeleeuws denken dat de duivel en heksen macht op aarde hadden. Het is de humanisten echter niet gelukt om de heksenvervolgingen tegen te houden, aangezien er ook een groep mensen was die voor 100% achter het idee van hekserij en duivelaanbidding stond.
Toch is het echte aantal heksenvervolgingen niet zo groot als velen ons laten denken. Het werkelijke aantal zal tussen de 50.000 en 60.000 terechtstellingen liggen. Dat is veel als je bedenkt dat dit om onschuldige mensen ging maar het is ontzettend weinig als je weet dat er schattingen zijn die tot de 9 miljoen lopen.
Ook bestaat de misvatting dat heksen altijd vrouwen zijn. Hoewel driekwart van de beschuldigden uit vrouwen bestond werden er ook mannen van hekserij beschuldigd. Vrouwen werden nou eenmaal vaker beschuldigd omdat zij als het zwakkere geslacht werden gezien, makkelijker beinvloedbaar door de duivel dus en omdat zij vaker werk hadden waarbij middelen werden gebruikt die ook in de hekserij voorkwamen zoals amuletten, poeders en verschillende spreuken en drankjes.
Voor de heksenvervolgingen zijn drie hoofdredenen:
1. Godsdienstige conflicten.
Tegelijk met de heksenvervolgingen waren er grote godsdiensttwisten tussen katholieken en protestanten binnen Europa. De twee godsdiensten beschuldigden elkaar van duivelverering en voor de katholieke inquisitie was het verschil tussen ketters en duivelvereerders niet erg groot. Het is daarom ook geen toeval dat de grootste heksenvervolgingen samenvielen met de grootste godsdienstige oorlog: de Dertigjarige oorlog.
2. Economische problemen
Rond dezelfde tijd van de grote heksenvervolgingen was er sprake van grote armoede. Door inflatie werden de armen nog armer. Door de toename van handel echter, werden de rijken rijker waardoor de tegenstellingen tussen arm en rijk ook nog eens groter werden.
3. Rampen
Ten derde werden de mensen die in de zestiende eeuw leefden getroffen door enkele rampen zoals hongersnoden en epidemieën.
Het leek alsof alles misging en men was zich hier sterk van bewust. Iemand moest de schuld krijgen van deze tegenslagen en is het niet simpel om dan die zonderling uit het dorp, die weerloze zondebok, hiervan de schuld te geven?
Deel 3:
In de tweede helft van de zestiende eeuw bleven kritische denkers protesteren tegen de heksenvervolgingen. In het begin van de zeventiende eeuw ontwikkelde zich het empirisme. Dit was een stroming die vertrouwde op waarnemingen om achter de waarheid te kijken. Uit empiristisch onderzoek bleek dat veel opvattingen in de samenleving onder het volk gebaseerd waren op geloof of bijgeloof. Empirisch onderzoek kon echter niet op elk gebied worden toegepast, daarom ging men over op een andere onderzoeksmethode, het verstand. Deze manier van denken werd het rationalisme (ratio = verstand) genoemd en later, begin achttiende eeuw de Verlichting. Deze nieuwe manier van denken bracht meer mensen aan het twijfelen over de traditionele manier van denken en hekserij. Er werden veel boeken geschreven over hekserij en dat dit niet kon bestaan maar dit was niet genoeg om de heksenvervolgingen te laten ophouden.
Het rationalisme had echter wel grote invloed op de rechtspraak.De rechters drongen aan op rechtspraak waarbij er meer logica werd gebruikt en stelden hogere eisen aan de bewijzen die je nodig had om iemand schuldig te verklaren. De centrale overheid kwam ook met strengere regels en uiteindelijk werd de heksenvervolging in bijna heel Europa beperkt of verboden. Het gewone volk geloofde nog wel in hekserij maar de elite trok zich wat dat betreft terug uit de volkscultuur van Europa.
Na de heksenjachten bleef men dus nog wel in heksen geloven en in de negentiende eeuw raakte men weer geobsedeerd door bovennatuurlijke krachten en werden er over hekserij weer vele verhalen verteld en boeken geschreven. Ook nu nog zijn er mensen die naar eigen zeggen hekserij beoefenen.
Nogmaals, dank aan mijn nichtje, (niet omdat dat een heks is hoor
)


