Call of Cthulhu speelt zich af in de jaren van Prohibition, wanneer de handel, productie en het vervoer van alcoholische drank was verboden (het 18de amendement, dat inmiddels uiteraard is afgeschaft). Maar ook voor andere verdovende en stimulerende middelen verdween het maatschappelijke draagvlak. De tolerantie voor cocaïne en heroïne, bijvoorbeeld, was reeds voor de Eerste Wereldoorlog voldoende afgenomen om een strenge controle op de handel in te voeren (1914). In 1923 volgde een totaal verbod op verkoop. Opium an sich is niet verboden; het gebruik ervan werd gereguleerd, net zoals derivaten daarvan. (Zoals je op het historiciteitsforum kan lezen bestond drugsbestrijding eigenlijk niet voor de 20ste eeuw.) Alcohol was tussen 1920 en 1933 ook uit den boze en absinth zou alleen al op basis daarvan verboden zijn: er is weinig bewijs dat er echt een hallucinogene stof in zat, maar het goedje is echter wel zeer sterk alcoholisch. Mescaline en LSD kwamen pas veel later. Benzedrine en ether bleven als een van de weinige legale drugs. Blijft nog de laatste echt bekende drug uit de Jazz Age, cannabis. Hoe zat het daarmee?
Welnu, eerst het korte antwoord. Cannabis was bekend en werd vooral gebruikt in de lagere klassen. De substantie werd niet meteen illegaal gemaakt. Dat gebeurde eigenlijk pas in 1970. Via een wettelijke omweg werd in 1937 de verkoop, aanmaak, import of distributie ervan onderworpen aan een rigide takssysteem, wat de regering de mogelijkheid verschafte om een uitgebreid controlesysteem te installeren. Zware straffen werden gezet op ieder contact met de drug dat niet volgens de regels gebeurde. Op die manier beheerste de regering de spelregels, en kon het de bakens zo verzetten dat cannabisgebruik werd onderdrukt. Dit en de negatieve campagne maakten snel een einde aan openbaar gebruik van cannabis in hetzelfde jaar als Lovecraft stierf.
De strijd tegen cannabis
Welke factoren speelden mee in deze beslissing?
Om te beginnen, het was een repressief tijdperk. In andere landen, zoals Groot-Brittannië, bestond er al een verbod op cannabis. Dat is belangrijk omdat het een referentiekader schept voor tegenstanders. Sommige staten van de VS hadden kennelijk ook reeds wetten in voege die het roken van wiet moesten tegengaan.
Daar staat tegenover dat cannabis al een van oudsher bekende plant was, met medicinale en industriële toepassingen. Zou het gebruik ervan dan niet gereglementeerd kunnen worden? En welke krachten speelden mee in het onderdrukken van cannabisconsumptie?
Het meest actieve bestanddeel van wiet is een stof die men kent onder het acroniem THC, maar die is niet in elke variant even sterk aanwezig. De cannabis die gerookt wordt is vaak afkomstig van speciaal daarvoor geselecteerde soorten. Hennep is de naam die men meestal associeert met de niet-verdovende variant, en die heeft dus andere toepassingen: de vezels kunnen dienen als grondstof voor touw, textiel, papier, etc. Dergelijke producten kan je ook van ander materiaal vervaardigen, dus er zijn concurrenten en bijgevolg economische belangen in het spel. Cannabis werd het slachtoffer van een mediacampagne die de strijd op het niveau van de taal voerde – net zoals dat meestal gaat.
Om cannabis als drug te diaboliseren had men een andere benaming nodig, die de bij het publiek bekende associaties van cannabis miste. Men had het dan ook in de media over marihuana (zoals het toen gespeld werd, ondertussen marijuana). Het werd voorgesteld alsof de drug iets nieuw en bedreigend was, en dat de Mexicanen het hadden meegebracht, toen ze als goedkope arbeidskrachten in de VS kwamen werken. Toen net als nu waren die niet zo gek populair bij een groot deel van de bevolking. Termen als marihuana, devil weed of reefer kregen al snel een negatieve bijklank; het verhaal van de assassijnen werd opgediept en zorgde voor een link met gewelddadig gedrag. Door het discours in deze termen te dwingen slaagden de tegenstanders erin om het verdovende aspect van de cannabisplant te vatten in een taal. Dat maakte het makkelijker om het debat te domineren.
Op straat kende men de drug, net als tegenwoordig, onder verschillende namen, zoals mooter, tea, reefer of muggles: het gelijknamige lied van Armstrong gaat effectief over cannabis. Louis Armstrong was een van de talrijke jazz-muzikanten die pleitte voor cannabisgebruik en stond dus lijnrecht tegenover Harry Anslinger, een ambtenaar die zijn carrière bouwde op de strijd tegen drugs.
Een culturele strijd?
Het is de aandachtige lezer al opgevallen dat zowel de zwarte jazz-cultuur van de jaren ’20 en ’30 en de Mexicaanse gastarbeiders gerelateerd werden aan de drug. Dat was kennelijk ook zo, en is niet louter ontsproten aan het racisme van enkele rechtse denkers. Het punt is natuurlijk dat de drug met atavisme, met degeneratie van de rassen werd geassocieerd. Een drug van zwarten en latino’s is een bedreiging voor de blanken. Het moge duidelijk zijn dat dankzij de rassenscheiding in de Verenigde Staten zwarten en latino’s overwegend de lagere klassen bevolkten. De jazz-scène was voor een deel een uiting van zwarte cultuur in het raciaal gescheiden Amerika van toen.
Volgens conservatieven was jazz daarom een aantasting van de blanke suprematie, van de culturele hegemonie. Aan marihuana werd eenzelfde perfide invloed toegeschreven: het maakte zwarten ‘opstandig’ en zorgde dat zogenaamde vreemdelingen ‘hun plaats vergaten’. Dat is onder andere een bedreiging voor eerbare blanke meisjes: het gaat met andere woorden over een maatschappelijk kwaad. Marihuana is ongezond voor geest en lichaam, tast de openbare orde aan of zet aan tot ontucht en misdaad of nog erger: communisme. In de film 'Reefer Madness' uit 1936 begonnen blanke jongeren die zich aansloten bij een groep cannabisrokers wild te dansen op onbegrijpelijke jazzmuziek, laten ze hun remmingen varen en komen uiteindelijk na een doodslag in contact met het gerecht. Een van de gebruikers wordt stapelgek tijdens de finale. (De film heeft tegenwoordig vooral cultwaarde vanwege deze plotelementen en het bedenkelijke niveau van de acteerprestaties.)
De campagne werd ook en vooral gevoerd in de eerste tabloids van mediamagnaat W.R.Hearst (ja, die van Citizen Kane en de oorlog tegen Spanje). In een stroom sensationele artikelen werd een link gelegd tussen marihuana enerzijds en misdaad en degeneratie anderzijds. Men bracht de 'nieuwe' drug zo in verband met alles waar de maatschappij angst voor heeft (een beproefde tactiek trouwens). De kranten verkochten, mensen maakten carrière, het kwam tot een wetsvoorstel... en in 1937 kon men marihuana uitschakelen, na vrij weinig inhoudelijk debat.
Het lijkt er dus op dat een samenspel van economische en culturele factoren (drugsbestrijding, rassenscheiding) een sfeer van verdachtmaking in gang zetten, waarna het verbod als vanzelf tot stand kwam.
En Lovecraft/CoC zelf?
Bij mijn weten heeft Lovecraft nooit expliciet verwezen naar marihuana, hoewel het debat tijdens zijn leven werd gevoerd. In het kortverhaal “In the Walls of Eryx” heeft hij het wel over een gelijkaardige plant met hallucinogene werking. Toch werd de stad op het moment dat de auteur in New York verbleef een magneet voor de jazz-scène. Natuurlijk, vele van zijn verhalen resulteren in waanzin van de verteller of hoofdpersonage. De kans zou dus bestaan dat de associatie van een van de PC’s met ras, klasse of misdaad bij een vlaag van waanzin in de kranten terecht komt, als gevolg van een periodieke hetze. Vermoedelijk onwelkome aandacht, lijkt me.



