Soms kent het leven onverwachte wendingen, zaken die je hele leven overhoop gooien en al je plannen verijdelen. Zo is het ook met ons verlopen. We hadden het ondergrondse verlaten om Hazaar te genezen en dan terug te keren … en nu, nu zitten we hier in het moeras beter bekend als Shrieken Mire. Terwijl mijn kompanen genieten van een welverdiende nachtrust hou ik als gewoonlijk de eerste nachtwacht. Het is pas nu dat ik besef hoe nietig de mens wel is tegenover de kracht van de natuur. Het enige geluid dat er te horen is, is het gezoem van de vele muskieten die hier in grote aantallen rondzwermen en de occasionele plons van één of ander dier dat zich in het water begeeft. Het geeft een rustgevend gevoel, maar toch is er het besef dat vanuit iedere hoek de dood kan loeren … klaar om onverwacht en genadeloos toe te slaan. Het is op zo’n moment dat ik kan begrijpen dat sommigen zoals Enyo hun roeping vinden in het eren van de natuurgoden. Krachten die een tweezijdige medaille hebben met een scheppende en een vernietigend keerzijde. Toch vind ik mijn roeping in het woord van Tyr, en wil ik rust en vrede schenken aan alle mensen van goede wil. Gerechtigheid !!! Een woord dat voor velen geen betekenis meer heeft of misbruikt wordt door boosaardige dispoten. Het is voor hen die van goede wil zijn dat ik dit leven wil leiden en streven voor een toekomst waarin er geen plaats meer is voor onrecht.
Terwijl ik dit schrijf verbijt ik de stekende pijn aan mijn linkerschouder. Ja, het is een vuile wonde die dringend goede verzorging nodig heeft. Maar ja, nog een paar uur doorbijten en dan kan ik terug de wonde genezen doormiddel van mijn helende gave. Een gave die ik heb gekregen van Tyr, omdat ik heb gekozen om te leven naar Zijn voorbeeld. Een taak die niet altijd gemakkelijk is, maar waar ik met hart en ziel vrede in vind. Op enkele meters van mij ligt het karkas van het ondier dat mij deze wonden bezorgt heeft. Een hydra, een monsterachtig wezen met 12 koppen die terug groeien wanneer je ze afhakt,. Het hongerige monster stortte zich op mij en mijn vrienden en we hebben moeten vechten voor ons leven. Met de moed der wanhoop hakten we op het ondier in, en de monsterachtige koppen bleven maar aangroeien. Toch is onze moeite niet voor niets geweest en ligt het monster nu in het slijk te rotten. Klaar om op zijn beurt verteerd te worden door de vele insecten die leven in dit moeras.
Ja, ik zie de verbaasde blik al van de lezer die mijn dagboek in handen krijgt en dit leest. Hoe zijn we nu in Tyr’s naam in dit godverlaten land terecht gekomen? Wel, het begon allemaal tijdens onze zoektocht in Harenshire naar een magiër die Hazaar zou kunnen genezen. Al gauw kwamen we te weten dat een zekere Iraclis misschien wel het geschikte middel zou hebben om Hazaar’s toestand te verbeteren en het “gif” dat in zijn aderen vloeit te neutraliseren. Met hernieuwde hoop gingen we met zijn allen naar het stadje “Marcus' Trading Post”, waar deze magiër zou wonen. Het is daar dat ik in contact kwam, met iets wat ik alleen maar kende vanuit mijn grootste nachtmerrie. Het stadje was helemaal vernietigt en de straten waren bezaait met lijken. Mannen, vrouwen en zelfs jonge kinderen lagen deerlijk verminkt op de grond. Mensen waren met één enkele zwaardhouw in tweeën gereten terwijl bij anderen de ledematen letterlijk afgerukt waren. Een man lag op de grond waarvan duidelijk ieder botje van zijn lichaam gebroken was, en enkele meters hoger zag je op de muur de aftekening waar de man blijkbaar met volle kracht tegen geslingerd werd. “Dit lijke een wrake Gods …” zei Allon toen, en dit was ook waar het naar leek. De aura die er te voelen was in het dorp was onbeschrijflijk. Het deed me denken aan de tijd toen ik samen met mijn metgezellen in het vervloekte huis in Avonleigh was. Het was een boosaardige aura … het kwaadste van het kwaad. Het leek alsof zelfs de dieren de plek schuwden want zelf geen vogel vloog over de plek des onheils.
Toen we op verkenning gingen voelde ik aan dat het kwaad zich centreerde in de plaatselijke tempel van Helm, de god van de bewaking. Dit verbaasde me enorm omdat Helm geen boosaardige god is en zijn priesters eerder het goede prediken dan het kwade. Dit wil niet zeggen dat ik akkoord ga met het woord van Helm, want op vele punten argumenteer ik tegen hun denkwijze. Toch ga ik hier niet verder over uitweiden. Het was in de tempel dat we een “portaal” vonden die in verbinding stond met één of andere dimensie. Omdat we niet wisten wat te doen begonnen we dan maar te zoeken naar overlevenden in het dorpje. Het was toen dat ik oog in oog kwam te staan met het wezen dat verantwoordelijk was voor heel deze slachtpartij. Het was een demoon uit de hel. Een monsterachtig wezen dat koppen groter was dan mij. Hij had een vuurrode huidskleur en zwarte, afgeblakerde vleugels. Op zijn hoofd stonden twee horens en achteraan bengelde een kleine staart. Het hellegedrocht had een vlijmscherp zwaard vast waarmee hij in de aanval ging. Terwijl mijn metgezellen in paniek wegvluchten bond ik de strijd aan tegen dit wezen van chaos. Een wezen dat voor alles staat wat tegen mijn geloofsovertuiging is … het is een blaam in het aangezicht van de machtige Tyr. Het bleek al gauw dat ik niet opgewassen was tegen dit wezen en de eerste zwaardhouw van de demoon legde heel mijn schouder bloot. De tweede treffer kwam zo hard aan dat twee van mijn ribben werden weggesneden door de zwaardhouw. Terwijl het bloed uit de wonde gutste, viel ik neer. Ik was al bewusteloos voor ik de grond raakte, en het was dankzij mijn vrienden die juist al hun moed bijeengeraapt hadden dat ik me nog in het rijk der levenden bevind. Galaxa heeft met haar krachten de wonde geheeld. Het was een raar gevoel toen ik voelde dat mijn ribben langzaam terug groeiden en de wonde zich dichte, terwijl op de grond een stuk vlees lag en een deel van mijn ribben. Met man en macht storten we ons terug op de demoon en we hebben hem verslagen. Ik zie nog steeds die boosaardige blik in zijn ogen toen hij ons beloofde wraak te zullen nemen. “Binnen 100 jaar als mijn verbanning afgelopen is, sta ik hier terug … en wee degene van jullie die dan nog in leven zijn.” waren zijn laatste woorden voor hij terug naar zijn hellekrocht ging.
Toen we wat bekomen waren vonden we de restanten van de toren van de magiër Iraclis, en tot onze grote verbazing bleek de magiër nog te leven doch was hij zwaargewond. We hebben hem verzorgt en daarna Hazaar bij hem achtergelaten zodat de magïer hem kon genezen. De reden dat de demoon is opgeroepen kennen we nog niet, wel weten we dat er onder de priesters van Helm een verrader zat die blijkbaar deze demoon heeft opgeroepen. Toen we het portaal vernietigd hadden ging ik samen met Allon, Enyo, Galaxa en Iona terug naar Kuiper. Hazaar lieten we achter in de goede zorgen van de magiër.
Het was bij Kuiper dat we te horen kregen dat er opschudding was in het land, er was een draak gesignaleerd in Shrieken Mire. Kuiper vroeg ons om zo snel mogelijk naar Millborn te reizen. Daar zouden we in contact komen met Rondell, de befaamde bard. Rondell is geen onbekende voor mij … haar reputatie is heel bekend in Harenshire en ze is zelfs al eens geïnviteerd geweest door mijn vader. Zo gezegd, zo gedaan en we vertrokken met ons vijven naar Milborn. Ik moet zeggen dat Rondell een diepe indruk op mij heeft nagelaten toen ik haar de eerste keer zag. Het is een knappe jonge vrouw met donkere korte haren. Ze heeft een prachtig figuurtje en ogen om in te verdwalen. De enige die er op dat moment niet graag bij was, was Iona die blijkbaar jaloers was op de reputatie van Rondell. Rondell vertelde ons dat er een draak gesignaleerd was in het moeras en dat aan de beschrijving die de mensen geven het om een ongekende soort moet gaan. Ze vroeg ons om de draak te gaan bestuderen en te gaan bevestigen of deze verhalen waar zijn. Ze gaf ons ook een magische ketting mee waaraan drie beeldjes hangen. Wanneer we gebruik maken van deze ketting kunnen we ons lot tot driemaal toe veranderen.
Toen we in het moeras aankwamen hadden we het al snel aan de stok met enkele hagedismannen die we op één man na gedood hebben. De laatste, die we gevangen hadden genomen, en die ons geen nuttige informatie kon verschaffen hebben we daarna terug vrij gelaten. Toch had ik de indruk dat Iona en Galaxa liever hadden dat ik het wezen een kopje kleiner had gemaakt. Het was s’nachts dat we voor het eerst contact hadden met de draak. Enyo had zich in een vogel veranderd en had in de lucht een gevleugelde slang zien vliegen ,en hij had het wezen in het oog gehouden, terwijl wij verder door het moeras trokken. Het was ook daar dat we Hazaar terug tegen kwamen die blijkbaar genezen was en ons achterna was gereisd. Toen we merkten dat de draak onze richting uitkwam besloten we om gebruik te maken van de ketting. Iona maakte de juiste bezweringen en we zouden dan na tien minuten kunnen kiezen of we ons lot houden of veranderen. Indien één van ons zou sterven tijdens die tien minuten en we ons lot zouden veranderen dan zou alles terug gaan tot als de incantatie werd uitgesproken. We zouden weten wat er ging gebeuren en zo zouden ook de doden terug in het rijk der levenden zijn. Ik ging op een zichtbare plaats staan en wachtte de draak op. De draak stopte op enkele meters van mij en keek me aan …. Hij zag er immens uit. Een lang, slangachtig lijf met grote vleugels en een grote kop. Samen met Hazaar besloten we om het eerst diplomatisch aan te pakken en met de draak te praten wat ons ook lukte. De draak vertelde ons dat ze “Alamaré” noemde en een koningindraak is. We zijn meer van haar te weten gekomen doch indien we haar zilver en zwaarden zouden schenken, dan zou ze ons nog meer van haar vertellen. Ze vertelde ons dat we naar haar nest moesten komen met de geschenken en dat ze ons dan zou helpen. Alamaré was niet vriendelijk, maar ook niet vijandig … toch denk ik dat ze diep van binnen gekwetst is om een voor mij onbekende reden. Ik hoop dat ik hier de reden van vind. Het is op de terugweg van het moeras naar Milborn dat we de hydra zijn tegenkomen.
Moge Tyr ons genadig zijn …
Rudolf Weathermay



