De cyclus van Kelticmyst

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
2-11-2004, 11u52, door Kelticmyst
(Ik weet dat `t nogal lang is en het is ook nog niet af. Kritiek (Positieve of negatieve) is welkom.




1




Een alles verscheurende pijn schoot door zijn ledematen toen de Dorg haar tanden zette in zijn onderbuik, en hij zag hoe hij levend opgegeten werd……


Hijgend werd hij waker, een droom, alweer zo`n droom. Sinds de hoogmyster had ontdekt dat hij een dromenwever was waren al zijn dromen zo, ze waren ook zo werkelijk, dacht Kortaq, bijna alsof ze echt gebeurden. Of nog moesten gebeuren dacht hij grimmig toen hij zich zijn magische talent weer herinnerde. Een heel zeldzaam talent had zijn meester Rahl gezegd, van alle magisch begaafde mensen op Roq bezat maar één op de honderdduizend mensen dit talent, en Kortaq was de eerste in Achtduizend jaar met het talent van de dromenwevers.


Toch had Kortaq liever een ander talent bezeten, zoals de controle over elementen of beesten.


Op Roq had iedereen een talent voor magie, elementaire controle of beheersing van andere wezens zijn slechts voorbeelden. Deze krachten worden gerekend tot de lage magie, omdat ze niet zeldzaam zijn en erg makkelijk te beheersen.


Kortaq`s talent behoorde echter tot de hoge magie, net als de nobele kunst van het scheppen of de geheime kracht van de Necromagie, de kracht om de doden te beheersen. Deze talenten waren veel zeldzamer op Roq en een stuk krachtiger dan de lage magie.


Toch had Kortaq met plezier zijn kracht omgeruild voor een andere als dit mogelijk was.


Maar een magisch talent was aangeboren en kon niet gewisseld worden had zijn meester gezegd.


Kortaq keek naar buiten, hij zag dat de zon al op was en besloot te beginnen aan zijn dagelijkse gedachtenverslag aan Rahl om hem te vertellen over zijn dromen van die nacht.


Na het hele verhaal te hebben doorgegeven viel er een bedachtzame stilte in Rahl`s deel van hun gedeelde geest, na een tijdje antwoordde hij weer.


“Deze droom was een voorspellende droom” begon hij “het is iets wat nog moet gebeuren”


“Nou, leuk om te weten dat ik binnenkort aan kleine stukjes gescheurd word” antwoordde Kortaq boos.


“In de toekomst staat niks vast” antwoordde Rahl weer “Je zag alleen iets wat zou kunnen gebeuren, het staat niet vast dat wat jij gezien hebt ook echt gebeurd, en misschien was het iemand anders die verscheurd werd en zag jij dat door zijn ogen. Zie je ? een droom van een droomwever hoeft niet altijd te zijn wat hij lijkt”


“Ik begrijp het” antwoordde Kortaq en de gedeelde gedachtenruimte werd verbroken.


Na deze geruststellende woorden van Rahl ging Kortaq aan de gang met zijn dagelijkse zaken als het voeren van de dieren en de dagelijkse gebeden. Hij hoefde pas om 12 uur op school te zijn voor zijn lessen van Rahl, die had hij hard nodig als hij zijn magie wilde leren beheersen.


De lessen in het atrium waren nooit saai, behalve dan misschien de lessen in geschiedenis van Roq en Magie die gedoceerd werden door de meest saaie docent die je maar kunt bedenken, dacht Kortaq terwijl hij luisterde naar professor Crosstagh die een onderwerp behandelde dat best interessant zou zijn als het werd gedoceerd door een andere docent.


Het was erg warm die dag en de monotone stem van Crosstagh hypnotiseerde hem, het duurde dan ook niet lang totdat Kortaq met zijn hoofd op zijn armen lag te slapen.


Een enorm monster dook op uit het water, waarbij hij en zijn vader bijna uit de boot geslingerd werden door de stroming in het water. Het enorme beest dat uit het water oprees bekeek de boot achterdochtig , dan spreidde het zijn vleugels en steeg op , de enorme neerwaartse wind duwde het schip het water in. Een slok zeewater schoot zijn longen in en Kortaq verdween in de diepte.


Crosstagh stond over hem heen gebogen en keek hem bezorgd aan toen Kortaq wakker werd op dezelfde plek waar hij in slaap was gevallen. “Het was weer zo`n droom he?” vroeg hij.


“Ja.” antwoordde Kortaq nog narillend van het gevoel van water door zijn hele lichaam. “Ja inderdaad.” “Ga dan maar snel naar Rahl om het te rapporteren” zei Crosstagh. Kortaq besloot niet te proberen hiertegen in te gaan en stond op om naar het kantoor van Rahl te gaan.


Ergens in zijn hart was Kortaq erg dankbaar voor de bezorgdheid van Crosstagh.


Crosstagh keek Kortaq hoofdschuddend na “Een vloek en een zegen tegelijk” dacht hij. Toen Ging hij verder met zijn les.


Rahl luisterde geduldig naar het verslag van Kortaq en stelde hem gerust zeggend dat deze dingen nog niet vaststaan en pas gebeuren als de juiste dingen op de juiste ogenblikken gebeuren. Daarna drukte Rahl hem op het hart om alle dromen te komen rapporteren. Toen Kortaq nogmaals instemde met dit advies liet Rahl hem teruggaan naar zijn lessen.


Rahl keek door het zuidelijke raam van zijn kantoor “Er staat iets belangrijks te gebeuren en hij speelt daarin een grote rol” dacht hij in zichzelf “Ik hoop dat hij klaar is om zijn lot te accepteren als dat zich kenbaar maakt” Hij staarde mistroostig over de golven. De kwade kwam eraan wist hij. Na jarenlange studies van de profetieën en bestudering van de talenten van de droomwevers had hij een cyclus van achtduizend jaar ontdekt waarin de kwade aan kracht wint. En telkens als hij op het punt stond om uit te breken en zijn schepsels al over de wereld liepen kwam er een droomwever om hem weer in slaap te sussen.


Dit had hij ontdekt, de hoogste magiërs wisten er al van maar het werd angstig verborgen gehouden om paniek te voorkomen. Ze hadden nog 3 jaar om alles klaar te stomen voordat de dromenwever de kwade weer moest verdringen en zijn lot moest vervullen.


Rahl wou dit Kortaq eigenlijk niet aandoen, maar hij wist dat hij moest want als de dromenwever niet op tijd klaar zou zijn voor de confrontatie zou de wereld voor de volgende achtduizend jaar in duisternis gedompeld worden. Die duisternis zou duren tot er na achtduizend jaar een nieuwe dromenwever opstond om de duistere weer in slaap te sussen.


Niets is zeker in de toekomst fluistert hij , een traan rolt over zijn wang als hij zich van het raam wegdraait.


Na zijn lessen in het atrium voelde Kortaq zich suf en moe , de grote hoeveelheden informatie over de lage en hoge magie , de geschiedenis van magie, en de talen van de andere volken roerde door zijn hoofd. Maar er was nog geen tijd om te rusten, Hij moest nog naar zijn speciale bijlessen van Rahl om zijn krachten als droomwever te leren gebruiken en om te leren om valse toekomstpaden van echte te leren onderscheiden.


Ook moest Kortaq nog wat meer tijd steken in het oefenen van zijn verdedigende, aanvallende en nuttige magie. Niet omdat hij daar zo slecht in was, integendeel, Kortaq was een van de besten van zijn leerjaar, maar hij voelde dat er iets aankwam en had Rahl speciaal om deze lessen gevraagd. Rahl, die wist dat da kwade eraan kwam, had Kortaq`s vraag maar al te graag ingewilligd.


De lessen van Rahl waren altijd anders, dan weer liet hij Kortaq uren achter elkaar in zijn dromen en gedachten graven om daarna een rapport te eisen van wat hij “geschouwd” had.


Op andere dagen liet hij Kortaq oefenen in verdedigende en aanvallende magie op de eilanden bij Roq die volzaten met gevaarlijke en onvoorspelbare wezens, eens was hij zelfs een Gnarlter tegen gekomen, een enorm reptiel dat nog het meest leek op een rechtoplopende leguaan met geïmproviseerde bepantsering en enorme tanden, Kortaq leerde van die ontmoeting ook dat deze wezens een soort intelligentie bezaten en niet alleen op instinct handelen zoals vaak werd aangenomen. Het gevecht met de Gnarlter was lang en hard, omdat het reptiel bestand was tegen de meeste magie had Kortaq het moeten aanvallen met zijn kromzwaard, de Gnarlter die een geoefend vechter bleek gaf zich pas gewonnen nadat Kortaq een van zijn armen had afgehakt en dreigde de wond te vergiftigen met de erg bruikbare infectie rune.


Een andere dag leidde Rahl hem door een donkere grot naar een onderaardse zaal waar Kortaq voor het eerst kennismaakte met het Orakel van Roq.


Het orakel was een vriendelijke man van middelbare leeftijd die in het bezit was van een van de zeldzaamste en onbegrijpelijke talenten op Roq, deze man bezat de godenspraak, een vorm van magie waardoor de man uiterst gevoelig was geworden voor de gedachten van de goden en deze ook kon vertalen. Over Kortaq`s toekomst waren de goden vaag geweest “Maar een ding was duidelijk” fluisterde de Godenprater met Rahl “Als de jongen zijn lot niet accepteert zal duisternis de wereld ten deel vallen.”


Deze les echter was interessanter dan alle voorgaande lessen, want vandaag zou Rahl hem leren de tijd heel even te stoppen met behulp van een vorm van magie die de Magiërs De poort noemden, omdat deze vorm van magie letterlijk voor even de poort opende tussen de tijden. “Deze poort blijft echter maar een paar seconden intact voor hij begint te verkruimelen onder het gewicht en de kracht van de tijdstroom.” Zei Rahl , “Probeer jij maar eens” Kortaq zeeg neer op de grond en kneep zijn ogen stijf dicht van concentratie , pas na enige tijd was zijn geest helder genoeg om genoeg kracht te verzamelen voor de poort. Toen hij eindelijk voldoende kracht had verzameld fluisterde hij zacht de juiste woorden en tekende hij een scherpe rune in de lucht. De poort opende zich! Hij werd een vreemd geluid gewaar en toen hij opkeek zag hij dat de tijd om hem heen stilstond alles binnen en cirkel van twee meter stond volkomen stil, Rahl die net buiten de cirkel stond trok verbaasd en onder de indruk toe te kijken hoe Kortaq in een keer de poort onder de knie gekregen had. En in een cirkel van twee meter nog wel! Een volleerd magiër had vaak maar genoeg kracht om een cirkel van een of anderhalve meter in stand te houden, hijzelf kon een cirkel van drie meter creëren maar Kortaq was pas een kind dus zou het niet eerlijk zijn om hun beider krachten te vergelijken. Maar opeens verwijdde de cirkel ! Rahl kon nog net op tijd achteruit springen, hij schatte de straal nu op drie en een halve meter ! “waanzinnig” dacht hij, “Deze jongen bezit meer kracht dan ik, en ik ben een van de meest krachtige magiërs op Roq.” Nog steeds diep onder de indruk gaf hij Kortaq het teken om te stoppen. “Dit moet de hoogmyster weten !”dacht hij Kortaq liet de poort los voordat die kon instorten onder het gewicht van de tijdstroom en de poort loste met een flauwe lichtflits op.


Na de verder uiterst normale les liep Kortaq weer naar huis. Omdat zijn ouders waren gestorven in een schipbreuk toen hij nog klein was had hij niemand om tegen te vertellen dat hij net een van de krachtigste en hoogste magieën had geleerd , en in een keer nog wel !


Thuisgekomen liep Kortaq naar de haard en stak die aan hij zette het eten op het vuur en ging daarna aan de slag met zijn meditaties en zijn huiswerk, hij was net klaar met zijn werk toen een scherp gefluit aangaf dat het eten klaar was. Na het eten ging Kortaq aan de slag met zijn speciale huiswerk, na een paar keer te hebben geprobeerd lukte het hem weer om de poort te openen. Kortaq merkte dat hoe vaker hij de poort opende hoe wijder de cirkel werd, na verloop van tijd wist hij met zijn poort de hele kamer stil te zetten. Hij vroeg zich af hoever Rahl zijn poort kon laten uitbreiden Kortaq besloot het de volgende dag te vragen. Met een lach in zijn ogen dacht hij ook aan de verassing die hij in Rahls geest had achtergelaten. Wat zou hij schrikken als hij het merkte. Lachend ging Kortaq naar bed.


Rahl liep na de les regelrecht naar het kantoor van de hoogste en krachtigste magiër op Roq het kantoor van de hoogmyster bevond zich niet ver van de zijne maar in zijn haast om het nieuws te vertellen vergat Rahl toch zijn waardigheid en sprintte door de gangen. Bij het kantoor aangekomen ging Rahl zonder te kloppen naar binnen, de hoogmyster keek verstoord en een beetje chagrijnig op van zijn werk maar toen hij Rahl zag klaarde zijn gezicht op “Nieuws over de ene neem ik aan?” “Ja heer”antwoordde Rahl “Hij heeft net de poort geleerd. En de kracht en reikwijdte van zijn poort zijn onvoorstelbaar.” Zij Rahl nog een beetje nahijgend van de sprint naar de kamer van de hoogmyster. “Zijn poort had een reikwijdte van meer dan drie en een halve meter !” De hoogmyster keek Rahl ongelovig aan “Heb jij niet wat teveel gedronken? , drie en een halve meter , dat is onmogelijk , en al helemaal voor een kind.” “Dat dacht ik ook” Antwoordde Rahl “Maar ik zag het met mijn eigen ogen , bijna de hele kamer werd stilgezet. Als ik niet net op tijd was weggesprongen had ik misschien nog steeds zo stil als een standbeeld in die kamer gestaan.” De hoogmyster leek overtuigd door het betoog van Rahl “Drie en een halve meter” mompelde hij , onvoorstelbaar.


“Denk je dat met wat meer training hij in staat is een nog grotere poort te creëren?” vroeg de hoogmyster “Ik weet het wel zeker heer” antwoordde Rahl “U moet bedenken dat Kortaq nog niet in het bezit is van zijn volledige vermogen, dat moet nog groeien. Tegen de tijd dat hij klaar is verwacht ik een poort van ruim zes meter” zei Rahl met enige trots in zijn stem. “Zes meter”fluisterde de hoogmyster “zelfs de vorige uitverkorene kon maar een poort van vier meter maken. Geweldig.” “Ja , maar dit kan ook en ramp betekenen” antwoordde Rahl “De legende spreekt van een eerlijke strijd , zou dit kunnen beteken dat de duistere ook aan kracht heeft gewonnen?” De hoogmyster dacht hier even over na “Laten we hopen van niet.” Zuchtte hij.


“Let goed op de jongen.” Zei hij en met een handgebaar stuurde hij Rahl weg.


Rahl zat alleen op zijn kamer, hij mediteerde. Het zweet stond hem op het voorhoofd zo hard concentreerde hij zich. In zijn gedachten streed hij met de meest krachtige magische wezens zoals wraiths en artoghs hij deed dit om hun zwakke plekken te achterhalen, hun instincten en vechtstijlen te leren kennen. Maar net toen hij na een geestgevecht van een half uur de artogh gedood had merkte hij iets op in zijn geest, er was een vreemde vervorming die daar niet hoorde! Zo snel als hij kon sloot hij een neuraal net om de mutatie “Dat houdt het wel even.” Dacht hij, en Rahl begon de mutatie te bestuderen. Na een tijdje zag hij gedachtesporen van Kortaq in de mutatie “Dit is een deel van Kortaq zelf.” Fluisterde Rahl diep onder de indruk “Het is Kortaq gelukt door mijn verdediging te breken en een stuk van zichzelf in te brengen zonder dat ik het merkte!” hij verbrak het neurale net en sprak rechtstreeks tot de mutatie “Je kunt je speurder nu wel weghalen Kortaq, je hebt bewezen dat je door mijn verdediging kan , je bent sterk geworden Kortaq , sterker dan mij maar mijn ervaring in de magie geeft mij nog altijd het voordeel, vertrouw nooit op je kracht alleen.” Met deze woorden in zijn geest trok Kortaq zich terug uit de geest van Rahl. “Sterker als Rahl zelf! Maar waarom? Waarom was hij op jonge leeftijd al sterker dan de op twee na krachtigste magiër op Roq?”
















































2




Zaroth keek op van zijn werk , hij was samen met zijn broer Zagoth aan het werk in de tunnel geweest tot een vreemd gerommel dat wel uit de diepste diepten van de aarde leek te komen hen op liet kijken. Enkele andere dwergen keken ook op van hun werk en luisterden aandachtig naar de vreemde geluiden uit de diepte. Plotseling begon ook de grond te schudden. Maar de trillingen waren te ritmisch om een aardbeving te zijn, het leek wel alsof er iets of iemand een enorme hamer op de wanden van de tunnel beukte!


Plotseling begon de rots waar Zaroth aan werkte te verkruimelen en de wand waar Ortheon net de laatste hand aan legde ook. Allebei de wanden stortten met donderend geraas in. Zaroth greep naar het korte zwaard dat hij altijd bij zich droeg als hij in deze omgeving werkte, “Aroks , en misschien nog dorgs ook” flitste het door zijn geest “Dit is een aanval!” en inderdaad, terwijl de tunnel nog naschudde van de instortingen werd hij overspoeld door met felle kleuren beschilderde Aroks en hun getemde dorgs. Aroks waren klein en zwak en in hun eentje of met zijn tweeën geen partij voor een dwerg, maar met zovelen en ook nog eens met dorgs, dat was een andere zaak. Zagoth gaf een ruk aan het alarmkoord en meteen klonk een luide sirene door de gangen. “De Aroks vallen aan, pak je wapens.” Werd er geroepen. Onnodig omdat veel dwergen al in gevecht waren met de grote groep Aroks en dorgs. Even leek de bloedige strijd de verkeerde kant op te gaan voor de dwergen, maar met het arriveren van de versterkingen uit het andere deel van de tunnel werd de strijd snel beslist in het voordeel van de dwergen. De Aroks die niet op tijd weg wisten te komen werden neergemaaid door de woedende dwergen. Ook de dorgs die met de staart tussen de poten weg probeerden te komen door de smalle tunnels werden snel en effectief gedood door de in gevecht geharde dwergen. Na het verwijnen van de laatst Arok ging er een zucht door de deels ingestorte tunnel. “Dat was al de 5e keer deze maand maar dit was een compleet nieuwe strategie”werd er gezegd , hoeveel mensen moeten er nog sneuvelen voor de koning inziet dat dit gebied te gevaarlijk is? Een opzichter kwam de tunnel in gerend “De koning heeft bevolen om terug te trekken” hijgde hij “En hij vraagt Zaroth en Zagoth bij zich” De 2 broers keken elkaar verbaasd aan “Waarvoor zou hij ons nodig hebben?” vroegen ze zich tegelijkertijd af.


“Volg mij” riep de opzichter naar de beide broers terwijl de rest van de tunnelwerkers via de arbeidersuitgangen vertrokken “De grote Yeochee heeft jullie nodig voor een zeer belangrijke missie” legde de opzichter uit “Hij wil dat jullie naar de magiërs op Roq gaan, de details krijg je bij de briefing” de broeders keken elkaar vragend aan en volgden toen de opzichter.


“jullie zullen naar Roq gaan voor een zeer belangrijke missie”legde de koning uit. “Mijn vriend Rahl vroeg om twee van mijn beste tunnelaars te sturen, ik heb eigenlijk geen idee wat hij van jullie wil maar……” voor de koning uitgesproken was stonden de twee broeders al te juichen en te lachen “Eindelijk zullen we Rahl weer zien” juichte Zaroth “Da`s lang geleden”juichte ook Zagoth “Ik neem aan dat jullie de missie accepteren?” vroeg de koning met een glimlach op zijn lippen. Zaroth knikte “Mooi” zei de Yeochee “Jullie vertrekken zo gauw jullie je spullen hebben gepakt”


En zo vertrokken de broeders op weg naar Riverbreeze de enige stad waar schippers van Roq aanlegden, meestal om leerlingen en magiërs heen en weer te brengen, maar nu lag er een boot klaar speciaal voor hen. De kapitein, een grote op zee gehardde man met een lelijk wit litteken heette hen welkom op De Zeevlam een goed onderhouden klipper geverfd in het rood en zwart, de kleuren van de vlag van Roq. Meteen toen de beide broers aan boord waren vertrok de Zeevlam op hun tocht naar Roq.


Roq lag in zeemijlen niet ver van het vasteland, maar er lagen vele gevaren op weg van Riverbreeze naar Roq. “We moeten allereerst door de stormfocus.” Legde de kapitein uit. “De stormfocus is een magische verdediging tegen kapers en piraten, helaas werkt het ook de vaste schippers tegen.” Met een scheve grijns op zijn gezicht liet hij de broers alleen achter op het dek. “De stormfocus? Daar heb ik geloof ik wel eens van gehoord.”zei Zagoth “Het is een plek waar alle stormen in de omgeving door magie naartoe getrokken worden. “Maar er zijn hier helemaal nooit stormen.” Antwoordde Zaroth. “Waar moet de stormfocus dan zijn stormen halen?” “Hier zijn inderdaad nooit stormen, Maar in het noorden wel.” Grijnsde Zagoth. “En hele grote ook.” De golven begonnen al sterker te worden en de twee dwergen voelden dat het schip onder hun voeten begon te rollen en te stampen. “Dat word een ruwe nacht broertje.” Zei Zagoth, en zijn gezicht betrok. “Ik hoop dat we ons eten kunnen binnenhouden.” En hij vertrok naar hun kamer. Precies toen Zagoth onderdeks verdwenen was barstte de storm in alle hevigheid los. Metershoge golven sloegen op het dek en een sterke wind teisterde het wand en de zeilen. “Ik denk dat ik ook maar eens benedendeks moest gaan.” Mompelde Zaroth in zichzelf. En hij liep richting de trap naar beneden. De storm hield nog enkele dagen aan, maar doordat de bemanning van De Zeevlam aan de stormen gewend was kwam de zeevlam er ongedeerd uit. “Maar als jullie er ongedeerd doorkwamen, waarom piraten dan niet?” Vroeg Zagoth aan de kapitein. “Zelfs met de beste zeelui en het beste schip dat er is zou niemand levend door de stormfocus komen.” Antwoordde de kapitein. “Ze zouden simpelweg zinken. Maar dit schip word net als alle andere schepen van Roq beschermd met spreuken de bestand zijn tegen de sterkste stormen. Je voelt ze wel, maar lang niet zo heftig als ze echt zijn.” De kapitein grinnikte. “Mijn schip is onkwetsbaar voor welke storm dan ook,”Zei hij terwijl hij liefdevol op de reling klopte. “En nog snel ook, daar is het messenrif al.” “Messenrif ? dat klinkt niet echt plezierig.” Zeiden Zagoth en Zaroth in koor. “Is het ook niet.” Grijnsde de een matroos die op weg was naar zijn kooi. “Behalve voor iemand die er de weg weet.” Vulde de kapitein aan. Hij reikte de broers zijn verrekijker aan. “Kijk maar eens wat ons morgen te wachten staat.” De broers keken door de kijker naar het rif recht voor hen. Enorme messcherpe stenen rezen op uit het wateren schuurden tegen elkaar. “Maar , dat rif beweegt.” Zei Zagoth. “Klopt.” Antwoordde de kapitein. “Het gaat volgens een vast patroon dat alleen de magiërs en de kapiteins van Roq kennen. Maar het kleinste foutje kan nog steeds fataal zijn.” “De magiërs zijn wel gesteld op hun privacy.”Zei Zaroth sarcastisch en hij verdween onderdeks.


De volgende dag bereikte de Zeevlam het messenrif, de enorme puntige rotsen rezen en daalden in de golven Als je hier overboord ging zou je zeker verdrinken wist Zagoth, de zuiging van die enorme zinkende en reizende rotsen zou je als een blaadje op de wind meevoeren naar je graf. Zagoth huiverde toen hij bedacht hoeveel boten hier al gezonken moesten zijn. Hij zond snel een gebed op richting de zeegod Leviatan om de Zeevlam voor datzelfde lot te beschermen. De kapitein daarentegen stond zelfverzekerd aan het roer terwijl zijn eerste stuurman hem vanaf de boegspriet aanwijzingen toeriep. De zeevlam laveerde tussen de enorme rotsen door terwijl de kapitein met een frons van concentratie het ritme van de oprijzende en dalende stukken rots bijhield. Een foutje en hij, zijn schip, zijn mannen en zijn lading zouden dit tochtje niet overleven. Een messcherp stuk rots rees op op nog geen 3 meter van de boot. “Nog een half uurtje langer en we zijn weer op open zee.”Schreeuwde de kapitein naar Zaroth en Zagoth. “En als we eenmaal op open zee zijn duurt het nog maar twee dagen voordat jullie weer vaste grond onder je voeten zullen voelen.


Zaroth keek opgelucht, maar die uitdrukking verdween weer toen een rots vlak voor het schip oprees. De kapitein vloekte “Let je even niet op gebeurt er zoiets.” Hij gaf een ruk aan het stuurwiel en opgelucht zag hij dat zijn schip weer op koers lag. Zaroth zuchtte opgelucht. “Het is te hopen dat zoiets niet vaker gebeurt, ik weet niet of mijn hart dat aan kan.” “Wees gerust vriend, ik lette alleen even niet op de rotsen, het zal niet meer gebeuren.” “Hij lette alleen even niet op, wat een geruststelling.” Zei Zaroth zuur.


Uit angst dat hij weer “even niet op zou letten” durfde Zagoth de kapitein pas op open zee weer aan te spreken. “Zeg eens, weet jij wat Rahl nou eigenlijk van ons wil?” Vroeg hij.


“Geen flauw idee, maar hij had het over een zeer belangrijke opdracht of zoiets.” Antwoordde de kapitein.


“Hmmm, ik vraag me af wat er is.” Zei Zaroth bedachtzaam tegen zijn broer. “Maak je geen zorgen.” Antwoordde Zagoth en hij verdween onderdeks.






























































































3








Rastoth trok naar het Noorden, een spoor van vernietigde demonen achter zich latend. Rastoth was een speciaal geval, in plaats van maar over één talent te beschikken zoals bijna alle magiërs op Roq had hij er twee. Rastoth was zowel Beastmaster als vuurtovenaar. Zijn twee talenten maakten van hem de op één na krachtigste magiër van Roq. Dat was ook de reden dat zoveel kwaad volk hem wou uitroeien, Hij was de op één na grootste bedreiging voor hun bestaan.


Gehoorgevend aan een roeping die niet van hemzelf kwam trok hij naar het noorden.


Hij was al dagen onderweg, hij rustte alleen om zijn krachten te laten herstellen en te drinken, hij hoefde niet te jagen want hij kon de dieren bij zich roepen met zijn beastmaster talent. “Het schiet goed op zo.” Dacht hij in zichzelf. Hij had ook al in geen dagen geen kwaad wezen meer gezien of gevoeld. Dat was goed omdat hij nu echt even geen Ank`ter of een Tarkor achter zich aan kon hebben, dat gaf alleen maar weer tijdsverlies. “Maar mochten de demonen het toch in hun hoofd halen hem aan te vallen dan zal ik er klaar voor zijn.” Dacht hij grimmig. Opeens voelde hij een duistere energie zijn waarnemingscirkel inkomen, hij zuchtte om het verlies aan tijd dat de Ank`ter zou veroorzaken. Hij haalde zijn verzameling artefacten uit zijn tas en koos een roodopgloeiend kristal uit. “Dit moet genoeg zijn.”Dacht hij terwijl hij het kristal met zijn zwaard verbond. “Er gaat niks boven een beetje drakenvuur in een gevecht als dit.” Meteen toen hij het kristal in verbinding bracht met zijn zwaard smolt het samen en begon zijn zwaard net zo te gloeien als het kristal. Er sloeg een bijna ondraaglijke hitte vanaf, zelfs voor een vuurtovenaar. Glimlachend dacht hij terug aan de draak die hem het kristal uit haar nest geschonken had. Hij had altijd al vreemde vrienden gehad.


Hij gebruikte zijn beastmaster talent om de dieren in een cirkel van 20 meter weg te drijven en daarna zijn vuurkracht om die cirkel totaal kaal te branden. Hij liep naar het midden van de cirkel zette zijn zwaard in de grond, ging in kleermakerszit zitten en wachtte.


De Ank`ter liet niet lang op zich wachten, na een paar minuten merkte Rastoth de geelgloeiende ogen op die hem vanuit de schaduw gadesloegen. Het begon al nacht te worden. Precies toen de maan boven de bomen uit kwam stapte de Ank`ter uit de schaduwen. “Hij heeft wel gevoel voor drama.” Dacht Rastoth en hij glimlachte. De demon die de lach aanzag voor een uitdaging begon woedend te schreeuwen en sloeg met zijn geklauwde vuisten tegen zijn borst. Rastoth keek het twee meter lange ondier recht aan, Het had een reptielachtige geschubde huid, een krokodilachtig hoofd met gele ogen en een gevorkte staart met punten die hij waarschijnlijk voor het gevecht in vergif had gedoopt, Zijn lichaam zag er mensachtig uit op het feit na dat het bedekt was met groene schubben.


Rastoth Wachtte tot de Ank`ter was uitgeschreeuwd trok toen zijn zwaard uit de grond en wachtte tot de Ank`ter zou aanvallen, hij hoefde niet erg lang te wachten. Het beest sprong met een woedende schreeuw op hem af zijn korte speer boven zijn hoofd geheven en zijn staart gekruld om toe te slaan. Maar Rastoth die zo`n typische aanval wel verwachtte schoot het beest met een vuurbol uit de lucht en ging toen zelf tot de aanval over. De Ank`ter verdedigde zich onhandig terwijl hij probeerde weer op te staan. Rastoth merkte dat de Ank`ter het niet gewend was om zich te verdedigen en hakte er nog sneller en harder op los. Hij wist De Ank`ter een paar keer te raken met zijn drakenvuurzwaard en er begon dik groen bloed op te wellen uit de wonden van de demon. De Ank`ter greep een handvol as en wierp dit in het gezicht van Rastoth. Rastoth wankelde verblind achteruit en de demon gebruikte dat moment om snel op te staan en in de aanval te gaan.


Hij sloeg met zijn giftige staart naar Rastoth maar zijn tijdelijke blindheid was over en hij sprong snel buiten bereik van de zwiepende staart. Met een flinke slag van zijn zwaard hakte hij één van de twee staarten van de Ank`ter af. De Ank`ter krijste woedend en verrast toen zijn staart levenloos op de grond viel. Rastoth maakte gebruik van het moment door snel toe te steken, hij bracht de Ank`ter een diepe wond toe precies tussen zijn ribben. De ank`ter krijste van pijn en viel achterover op de grond, Rastoth rukte zijn zwaard uit de borstkas van de demon en sloeg toen snel zijn toe, met één slag kliefde hij door de nek van de demon. Er ging een siddering door het lichaam van de Ank`ter en toen stierf hij.


Eenentwintig mompelde Rastoth terwijl hij zijn zwaard droogmaakte aan de wambuis van de Ank`ter. Hij dwong het kristal zijn zwaard te verlaten en hij stopte ze weer weg. Hij onderzocht het lijk van de Ank`ter en vond een buideltje met munten en stenen. “Daar heb jij toch niets meer aan.” Zei hij terwijl hij de buidel in zijn tas deed. Hij nam ook de tanden en klauwen van het lijk mee. Toen draaide hij zich om en langzaam liep hij weg van de open plek.


Hij keek naar boven en zocht de poolster, na enig zoeken vond hij hem en begon weer richting het noorden te lopen. Hij wist nog steeds niet wat daar was “Maar het kan maar beter iets goeds zijn om mij dit hele eind te laten lopen door dit van demonen vergeven land.” Dacht hij bij zichzelf en hij ging weer verder.


De lucht begon roze te kleuren, het was bijna ochtend, met de nieuwe dag kwamen ook de dieren weer terug. Rastoth voelde hun nabijheid en putte daar kracht uit, de hele nacht had hij doorgelopen zonder een dier tegen te komen, niemand kwam hier s`nachts naar buiten tenzij ze als voer voor de demonen wilden eindigen. Hij riep een oud levensmoe konijn naar zich toe en doodde hem snel en humaan, onder het lopen roosterde hij hem met zijn vuurtalent, “Sorry vriend.” Fluisterde hij terwijl hij zijn maaltijd at. Rastoth hield er niet van om dieren te doden.


De restjes van zijn maaltijd liet hij achter voor de aaseters. Niet lang daarna voelde Rastoth een aanwezigheid in zijn nabijheid, het was niet helemaal dierlijk, maar het was zeker ook niet menselijk. “Een demon kan het niet zijn, die laten zich nooit zien in als het dag is.” Dacht hij, vastberaden om dit uit te zoeken liep hij richting de aanwezigheid. Naarmate hij dichterbij kwam voelde hij de angst van het wezen. Hij wist niet zeker of het wezen hem wel zou verstaan, maar toch riep hij het aan. “Ik zal je geen kwaad doen.” Riep hij. “Wie ben je?” Er klonk geritsel in de struik naast hem, het wezen stond op en bekeek hem achterdochtig, hij keek zelf uitdagend terug. Hij zag een meisje dat menselijk liep en deed maar onmiskenbaar sporen van wolfachtigheid vertoonde. “Ik ben Ralss.” antwoordde ze onzeker. “En wie ben jij?” Rastoth keek haar aan en antwoordde. “Ik ben Rastoth van Roq, aangenaam kennis te maken.” “Van Roq? Je bent dus een magiër?”vroeg ze. “Inderdaad.” antwoordde Rastoth “En waar kom jij vandaan? Ik heb nog nooit gehoord van jou volk.” “Dat komt omdat ik geen volk heb, ik ben uitgestoten omdat ik een halfbloed ben, mijn vader was een wolfmens, mijn moeder een mens.” “En nu leef je in je eentje in het woud?” vroeg Rastoth “Daar komt het wel op neer ja.”Antwoordde Ralss. Rastoth, die het niks vond dat een meisje alleen achterbleef in een woud vol vleesetend demonen vroeg haar met hem mee te komen. Ralss wist instinctief dat ze hem kon vertrouwen en ging met hem mee al wisten ze beiden niet waar hun tocht hen heen zou voeren. In het begin was Ralss erg stil, maar naarmate ze langer onderweg waren begon ze meer te praten en ze vertelde Rastoth over de wolfmensen. Ze zei dat de wolfmensen diep in het woud woonden in steden onder de grond. Ze maakten die met behulp van hun magie. Voor de ingangen naar hun steden zetten ze poorten doorweeft met wolfsmagie om de demonen buiten te houden. Rastoth had nog nooit van wolfsmagie gehoord en vroeg haar ernaar. “Wolfsmagie is een soort woudmagie die alleen de wolfmensen kunnen beheersen. Het is een magie die zich geheel heeft aangepast aan ons en daardoor alleen door ons aangeroepen kan worden. Net als trollenmagie alleen door trollen gebruikt kan worden.” Antwoordde Ralss. “wil je een demonstratie?”


“Ja graag.” Antwoordde Rastoth meteen. “Ik leer graag nieuwe dingen over magie en magische wezens.” Ralss tekende een rune in de grond, hief haar handen op en begon te zingen in een taal die Rastoth niet verstond. Bijna meteen begon er op de plaats van de rune een plant te groeien, Hij zag de plant groeien alleen dan duizend keer versneld, binnen de kortste keren was de plant volgroeid, een paar seconden later stond hij in bloei en nog later stierf hij weer af. “Dat is geweldig.” Zei Rastoth. “kunnen alle mensen van jouw volk dat?”


“Ja” Antwoordde Ralss. “Maar de een is er wat beter in dan de ander. En laat jij nu maar eens een jou magie zien.” Zei Ralss. Rastoth stemde daarmee in en hij toverde een vuurbal tevoorschijn. Hij vormde het vuur totdat het een halsketting was en legde die om de nek van Ralss. Ralss schrok en wou het al uitschreeuwen toen ze merkte dat het helemaal niet heet was. Ze keek bewonderend naar de ketting en deed hem weer af. Met een knip van zijn vingers liet Rastoth de ketting weer verdwijnen. “gebruiken jullie handgebaren voor jullie magie?” Vroeg Ralss. “Soms.” Zei Rastoth glimlachend. “Maar die knip in mijn vingers net was eigenlijk alleen voor de show.”


Na deze uitwisseling van kennis ging Ralss verder met haar verhaal over de wolfmensen. Ze vertelde dat de wolfmensen al eeuwen bestonden en dat oude tekeningen en geschriften zeiden dat de wolfmensen er al waren toen de mensen nog slechts apen waren. “Indrukwekkend.” Zei Rastoth. “Dus jullie bestaan al heel lang.” “Ja, onze oudste geschriften stammen van tienduizend jaar terug.” Antwoordde Ralss. “En ze vertellen dat we er nog eerder waren maar dat we toen nog geen schrift ontwikkeld hadden.” Ondertussen waren Rastoth en Ralss steeds verder naar het noorden blijven lopen. Plotseling stopte Ralss, het haar in haar nek ging overeind staan en ze begon te grommen. “Wat heb je gedaan tovenaar.” Snauwde ze. “Je hebt ons recht het land van de Panthera clan ingeleid.” “Panthera?” vroeg Rastoth. “Slechte wolfsmensen, duister volk.” Legde Ralls uit. “Snel, rennen.” Siste ze. “We zijn nu toch al in hun territorium, dan kunnen we er net zo goed meteen doorheen. Maar zorg dat je zo stil en onopvallend mogelijk bent.” Rastoth rende zo stil en onopvallend als hij kon achter Ralss aan. Zo renden ze bijna een half uur lang. “We zijn er bijna uit, opschieten nu.” Siste Ralss. Maar opeens suisde er een pijl door de lucht, met een klap raakte hij de boom waar Rastoth een fractie van een seconde nog voorlangs liep. Een vogel vloog verschrikt op maar werd neergehaald door een zwart met rood gevederde pijl. Nog twee pijlen vlogen door de lucht en nog twee keer werd Rastoth bijna geraakt. “Nog maar een paar meter.” Riep Ralls naar Rastoth. “Opschieten nu.” Ze passeerden een enorme boom waarop de schedel van een enorme Ank`ter was bevestigd. En Ralls hield op met rennen. “we zijn eruit.” Hijgde ze. “Je kan ophouden met rennen nu, de wet van de Panthera verbiedt hen buiten hun territoriun te komen.” Ze glimlachte. “Je bent best snel voor een mens.” “Dank je.” Hijgde Rastoth. Zijn er nog meer van dat soort clans richting het Noorden?” Informeerde hij. “Ik weet het niet zeker.” Antwoordde Ralss. “Er werd thuis verteld over de wrede Krag`tor maar niemand weet zeker of dat een legende is of niet. Ze schijnen in ieder geval alles te doden wat maar een voet in hun territorium durft te zetten.” “Nou ja, wat komen moet dat komt.” Zei Rastoth. En hij begon weer te lopen. Naar het Noorden.






















4




Het was een vreemd gezelschap dat door de straten van Langstein liep, iedereen keek ze na, niemand had immers ooit een mens een Shade en een cephalid samen gezien.


Kamuhri, de Shade was niet blij met alle aandacht die ze trokken en liet dat ook duidelijk blijken aan zijn reisgenoten, de mens Joric en de cephalid inqar. Joric trok zijn schouders op. “Morgen zijn ze ons toch al weer vergeten.” Zei hij, en hij liep door, inqar haalde ook zijn schouders op en liep achter Joric aan. Kamuhri zuchtte en liep ook weer door. “Het zal wel goed komen.” Dacht hij bij zichzelf. “Het komt meestal wel goed met ons.” Joric bleef staan en wees naar een vervallen oud huis. De deur hing los en er zat geen glas in de ramen, er mocht ook nodig een nieuwe verflaag over. “Dit is het adres.” Zij hij. “Hij zou hier moeten wonen.” Ze liepen naar binnen, van binnen zag het huis er nog slechter uit dan van buiten, er zaten gaten in de muren en de trap was verrot de gordijnen waren aangevreten en er lagen rottende etensresten door het hele huis. “Leuk optrekje.” Zei Inqar sarcastisch, laten we onze nieuwe opdrachtgever maar eens roepen. “Dat zal niet nodig zijn.” Klonk een stem uit de kelder. “Kom naar beneden.” De vrienden keken elkaar aan en haalden hun schouders op. Ze liepen naar de trap en keken naar beneden. “nou, laten we maar gaan dan.” Zei Kamuhri achteloos, maar toen Joric en Inqar even niet keken gespte hij wel snel zijn schaduwbijl los zodat hij hem meteen tevoorschijn kon halen mocht er iets gebeuren. Ze liepen de trap af, Joric voorop, dan Inqar en als laatste Kamuhri. Toen Kamuhri naar zijn reisgenoten keek zag hij dat ook zij hun wapens los in de schede hadden zitten. Beneden gekomen keken de drie in het rond, ze bevonden zich in een grote lege ruimte. Ook deze ruimte was getekend door de lange periode van slecht onderhoud, er lagen plasjes water op de modderige vloer, het hout van de verdieping boven hen zag er hier nog slechter uit en er zaten grote schimmelplekken op de muur. Inqar snoof diep en Kamuhri gebruikte zijn schaduwzintuig, beiden constateerden ze dat er hier niemand aanwezig was. “Maar waar kwam die stem dan vandaan?” vroeg Joric zich af. “Dat was ik dus.” Klonk opeens een stem naast hen. In een fractie van een seconde had iedereen zijn wapen getrokken, Kamuhri zijn schaduwbijl, Joric zijn zwaard en Inqar zijn kruisboog. “stop die wapens weg.” Zei de stem. “Jullie kunnen mij niet doden, ik ben niet echt hier.” Er verscheen een gestalte op de plek waar de stem vandaan kwam. Hij was lang en had stekelig zwart haar, hij droeg een lange jas met Roqse runen erop.


“Ik ben Rahl.” Zei hij. “Nou ja, niet echt natuurlijk, ik ben een projectie van Rahl, hier achter gelaten om jullie uit te leggen wat jullie moeten doen.” Hij glimlachte. “Natuurlijk, wat onbeleefd van me, ga zitten.” Zei hij en met een paar gemompelde woorden verschenen er drie stoelen. Joric Inqar en Kamuhri keken er vertwijfeld naar. “Geen zorgen, deze zijn echt.” Zei Rahl. Toen de drie eenmaal zaten begon hij aan zijn verhaal.


“Ik heb jullie ingehuurd om een pupil van mij te beschermen op een reis die hij over een paar jaar gaat maken, ik wil ook dat jullie nu naar Roq komen en mijn pupil opleiden in het omgaan met wapens.” “Je zei enkele jaren.” Onderbrak Joric hem. “Ben je van plan zo lang te betalen?” “Ja.” Antwoordde Rahl. “Jullie zijn de besten, en jullie staan ook vermeld in de profetie over de cyclus, er staat dat jullie een grote rol spelen bij het verslaan van de kwade.” “Wacht, dus jij wil van ons dat wij het opnemen tegen de kwade met één van jouw pupillen bij ons?” Vroeg Kamuhri ongelovig. “Jullie zijn huurlingen toch?” Vroeg Rahl geamuseerd. “En er zullen nog meer mensen komen, Rastoth is al onderweg hierheen, al weet hij dat nog niet, Ralss komt met hem mee, zij is een lid van de oeroude wolvenclan en Rastoth kennen jullie ongetwijfeld, daarnaast ga ik mee en er gaan twee dwergen mee, Zaroth en Zagoth. En er moet nog één persoon gevonden worden om het magische getal van tien reisgenoten vol te maken, ook zij zal naar Roq komen.” “En jij verwacht dat zo`n zooitje ongeregeld de duistere kan verslaan?” Zei Kamuhri sceptisch. “Ik verwacht niets.” Zei Rahl. “Ik weet enkel dat als niet al deze mensen op reis gaan de queeste gedoemd is te mislukken en dan zal de duistere heersen over de wereld en zal chaos ons ten deel vallen.” “We hebben zeker niet veel keus?” Vroeg Inqar. “Als je wilt blijven leven zonder je altijd te moeten verschuilen voor de demonen, niet echt nee.” Zei Rahl. “Er ligt een schip klaar in Riverbreeze. Jullie weten waar dat ligt?” Joric bevestigde dat. “Dat is mooi.” Zei Rahl. “En hier is jullie betaling voor deze maand.” Hij gooide Kamuhri een zak met goud toe. Kamuhri woog hem en stopte hem toen weg. “Nou, gierig is `ie in ieder geval niet.” Grinnikte hij en de drie huurlingen liepen de kelder uit. De drie vrienden besloten eerst eens wat te gaan rondkijken in de stad voor ze hun proviand zouden gaan kopen. Het duurde niet lang voordat ze op iets interessants stuitten, in een klein achteraf steegje liepen ze een winkel met occulte voorwerpen binnen. Het meeste is echt concludeerde kamuhri tevreden en hij begon de schappen vol artefacten en magische spullen af te zoeken naar bruikbare voorwerpen. Na een half uur waren ze allemaal klaar, Joric kocht 2 flesjes antigif en een vuurrune, Inqar had alleen 2 drakenklauwen nodig en Kamuhri kocht een nieuwe watermantel. Na wat afdingen bereikten de huurlingen en de verkoper een prijs waarmee ze alle vier tevreden mee waren. Joric betaalde de handelaar met wat goud uit de buidel en gaf de verkoper een fooi in ruil voor wat informatie over de stad. De verkoper vertelde hen dat ze in het centrum van de stad moesten zijn voor slaapgelegenheid en eten. De beste winkels voor proviand waren daar ook te vinden volgens de verkoper. Met een buiging nam hij de fooi in ontvangst en Joric, Inqar en Kamuhri verlieten de winkel. De weg naar het centrum was niet moeilijk te vinden. In het centrum zochten ze naar de herberg waar de verkoper over sprak. Na wat zoeken vonden ze de herberg en reserveerden ze drie kamers. De waard nam hen goed op en eiste een vooruitbetaling van twee zilverkronen. Kamuhri betaalde de waard en de drie liepen de herberg uit. Ze liepen en tijdje door het centrum van de stad op zoek naar een wapensmid. Ze vonden er een in de hoofdstraat en gingen naar binnen. Het was er donker en het rook er naar brandend metaal. Het vuur stond erg laag. Dit baarde Joric zorgen, welke smid liet zijn vuur nou zo laag worden. Op het eertse gezicht leek er niemand aanwezig te zijn in de smidse, Inqar spitste zijn oren. Hoorde hij iemand? Hij hoorde een geluid, het klonk als een gedempt geroep. De drie gingen op onderzoek uit. Ze trokken hun wapens en doorzochten de winkel. Ze vonden de wapensmid gekneveld en geboeid achterin de materiaalkast. Kamuhri bevrijdde de man van zijn boeien en trok de prop uit zijn mond. “Corelion zij dank.” Zij de man. Hij bekeek het drietal kritisch. “Ik haat het dit te moeten vragen van mijn redders, maar de schurk die dit gedaan heeft heeft iets heel kostbaars en vooral gevaarlijks van mij gestolen, jullie zien eruit als drie sterke kerels, kunnen jullie mij helpen het object terug te krijgen? Ik betaal jullie voor die dienst natuurlijk.” Zei de smid. De drie keken elkaar aan en overlegden even fluisterend. “Heeft u een beschrijving van de dader?” vroeg Joric uiteindelijk. De man beschreef de dader uitvoerig en de drie zeiden dat ze zouden doen wat ze konden. De wapensmid bedankte hen uitvoerig en gaf ze drie stenen mee. Joric vroeg wat ze daarmee moesten. “Dat zullen jullie merken wanneer je de dader vind.” antwoordde de smid geheimzinnig.” De drie liepen de winkel uit en wisten zonder te beraadslagen wat ze moesten doen, de drie gingen allemaal een kant op en begonnen hun zoektocht. Joric liep de eerste bar binnen die hij tegenkwam en vroeg de waard of hij zijn doelwit soms gezien had. De waard zei van wel en wees Joric waar hij heen was gegaan na de bar had verlaten. Hij wees op een straat die westelijk parallel aan de hoofdtraat liep. “Hij verdween in een straat verder die kant uit.” Hij wees in Naar het Oosten Joric begon in de richting te lopen die hem aangewezen was.


Inqar ging precies de tegenovergestelde richting in als Joric. Hij vroeg enkele omstanders of zij het doelwit gezien hadden. Een oude man zij dat hij een man die klopte met de beschrijving naar de Oosterpoort had zien lopen.


Inqar bedankte de man en liep dezelfde straat in waarin joric zojuist was verdwenen. Kamuhri pakte het voorzichtiger aan als zijn vrienden en versmolt met de schaduwen in het steegje waarin hij gelopen was. Gehuld in een schaduwmantel liep hij door de straten van de stad. Het duurde niet lang voordat hij zijn doel gevonden had. Hij sloop naderbij, plotseling bedacht hij zich dat hij beter zijn vrienden bij zich kon hebben als hij de man zou oppakken. Meteen na die gedachte begon de steen in zijn zak te trillen en te gloeien. Op precies hetzelfde moment begonnen de stenen in bezit van Joric en Inqar te gloeien en te fluiten, Beidden beseften ze meteen wat er gebeurde en haalden de stenen uit hun zak. Het leek alsof de steen weg wilde, weg bij hen. Beidden lieten ze de stenen los die meteen weg zweefden, beidden volgden ze hun stenen. Na een minuut rennen bleven hun stenen plotseling recht voor hun in de lucht zweven. Inqar en Joric keken elkaar aan. “ De steen?” In formeerde Joric. Inqar knikte. Vannuit de schaduw zwaaide iemand. “kom hier, ik heb hem gevonden.” Hoorden ze een fluisterende stem. “En wees stil.” Klonk erachter aan. Joric en Inqar stapten de beschaduwde hoek in. “Daar.” Wees Kamuhri en Joric en Inqar keken in de richting die Kamuhri aangaf.


Daar stond hij. “Hij staat daar al een tijdje, alsof hij op iets wacht.” fluisterde Kamuhri, ik denk dat we hem meteen maar moeten oppaken. Joric en Inqar knikten. Ze stapte met z`n drieën uit de schaduw in het volle licht van een lantaarn, de man schrok zichtbaar en probeerde weg te rennen maar het was al te laat. Joric greep hem bij zijn pols en fluisterde “kom toch mee, ik sta erop.” “En als ik weiger?” informeerde de man. “Laten we zeggen dat dat erg onverstandig zou zijn.” Fluisterde Joric en hij dwong de man met zijn dolk om te lopen. Ze liepen met z`n vieren terug naar de smidse, daar aangekomen leverden ze de man uit aan de smid. De smid liep naar de man toe, grabbelde in zijn binnenzak en haalde er een roodgloeiende robijn uit. Inqar was meteen op zijn hoede, hij had deze steen eerder gezien, maar waar? De smid begon kakelend te lachen. “En hier is jullie beloning fluisterde hij slissend, er begon zich een rode aura te vormen om het lichaam van de smid, roodgloeiende energieballen vormden zich om zijn handen, met een gefluisterde spreuk schoot hij ze af op de vier mensen in zijn winkel. De vier mensen sprongen wegen de energiestoot boorde zich in de muur met een enorme explosie tot gevolg. Inqar legde een pijl op zijn boog en schoot, het was in één keer raak, met een pijl door zijn hoofd viel de smid/magiër op de grond. Hij begon meteen te veranderen, hij kreeg schubben in plaats van huid en er groeide een staart waar er eerder geen was, zijn nagels groeiden uit tot klauwen en zijn ogen veranderden in die van een reptiel. “Een anolisius.” Zij Inqar. “ik dacht al zoiets toen hij die steen pakte, dat is de bron van hun krachten.” De drie vrienden keken elkaaraan. “maar als hij de slechterik is hier wie is hij dan?” en ze keken naar de man die net zijn kleren stond af te kloppen. Hij keek de drie spottend aan.”even voorstellen.” zei hij. “Minasilus, meesterdief een paladijn van Valor, de god van de zon en het goede op deze wereld.” Hij boog spottend. “Ik had als missie dit reptiel onschadelijk te maken en uit te vinden wat hij hier deed. Het ging goed tot jullie kwamen, maar omdat jullie hem ook hebben gedood zou ik zeggen dat we quitte staan nietwaar?”


De drie knikten. “mooi zo, nu ga ik melden dat mijn missie een succes was, mischien tot ziens.”


De drie bleven verbaasd achter in de winkel. “Nu die kerel toch dood is kunnen we net zo goed even in zijn spullen neuzen.” Zei Joric en het duurde niet lang en hij kwam terug met allerlei magische snufjes in zijn tas. “Neem ook wat mee, het zou handig of waardevol kunnen zijn.” Kamuhri en Inqar laadden ook hun tassen vol en gedrieën liepen ze de winkel uit.


Twee dagen later zou iemand de smidse inlopen en ontdekken dat de smid een reptiel was en dat de smidse zelf was leeggeroofd, de drie waren toen allang weg, op weg naar Roq en Kortaq.









5




Kira liep door de woestijn, ze kende die als haar achterzak, ze was er immers opgegroeid. Kira hoorde bij het woestijnvolk, haar voorouders leefden al eeuwen in de woestijn en wisten beter dan wie ook hoe je er kon overleven. Kira hoorde bij de hoogste van de vier klassen in haar clan, Kira was een Ark, een krijger. Toch was ze uitgestoten, waarom wist ze niet. Op een dag was ze aan het jagen in de woestijn, de zonbokken lieten zich niet vangen die dag en ze hield het al gauw voor gezien. Ze zocht een Boaplant op en boorde er met haar speciaal ontworpen boor een gat in, ze had erge dorst en merkte het gat dat al in de plant zat niet op. Na ongeveer 2 centimeter voelde ze dat ze door de stam heen geboord had en haalde ze haar boor terug. Ze hield haar beker onder het gat om het water dat eruit liep op te vangen. Ze stopte het gat dicht met een prop van de bladeren van de plant. Ze rook aan het water maar merkte er niets vreemds aan. Ze dronk de beker leeg en ging terug naar haar woonplaats. Ongeveer halverwege de tocht door de bloedhete woestijn kreeg ze een stekende hoofdpijn en viel ze bijna flauw, ze bleef nog lang genoeg wakker om een duistere gestalte over haar heen te zien buigen.


Toen ze wakker werd stond ze met een bebloed zwaard naast het lijk van haar man alhoewel ze hem niet herkende als haar man, ze wist niks meer, haar naam niet, ze wist niet waar ze was. Ze herkende de man die haar vastbond niet en de mensen die haar veroordeelden niet, ze wist alleen dat ze onder de invloed was geweest van een slecht persoon en toen de clanrechter haar de hoogste straf die er was oplegde, namelijk verbanning zwoer ze wraak te nemen op de persoon die haar betoverd had. Ze mocht van de jury vijf dingen meenemen in verbanning, ze koos voor haar zwaard, ze wist niet meer waarom maar ze voelde dat het van grote waarde zou zijn, verder koos ze een grote waterzak, haar woestijnuitrusting, haar boog en pijlen en een amulet van glas met daarin een kleien beeltenis van Qarius, de god van vuur, zon en woestijn.


Toen ze buiten zicht van het dorp was dook er een man naast haar op, hij stelde zich voor als haar broer Kori. Hij duwde haar een beschreven rol perkament in haar hand en nam weer afscheid van haar, hij zwaaide nog eenmaal en verdween toen achter een grote zandduin.


Daar liep ze dus, alleen in de woestijn, ze had nog driehonderd kilometer te gaan voordat ze de rand van de woestijn bereikte en haar water begon op te raken. Gelukkig waren ook in dit deel van de woestijn genoeg boa planten om haar van water te voorzien. Ze schrok van het feit dat ze wist dat ze water kon halen uit de boa planten, dit wist ze dus nog wel, en de route die ze nam was er ook een die ze herinnerde. “Vreemd.” Dacht ze. En ze speurde haar gedachten door naar dingen die ze nog wel herinnerde, dat was niet veel maar het waren de basis overlevingsmethoden om te overleven in de woestijn. “Expres.” Dacht ze. “Ik denk het niet, als hij mij iemand heeft laten vermoorden denk ik niet dat hij goedaardig genoeg is om mij te laten overleven.”












Reacties

door Kelticmyst
draak, 2 / 1142
gepost: 2-11-2004
om 13u12
Re: De cyclus van Kelticmyst
Oh jah, dit is alleen de introductie van de hoofdpersonen, het verhaal word echt veeeeeel langer


disturbingly yours
Kelticmyst
door Pyronion
draak, 157 / 558
gepost: 2-11-2004
om 13u34

gewijzigd door Pyronion
2-11-2004 om 13u35

Re: De cyclus van Kelticmyst
Nice story, waarom had je mijn chapter 5 eigenlijk niet gebruikt??


maarja ik heb hem al een keer gelezen...


door Kelticmyst
draak, 3 / 1142
gepost: 2-11-2004
om 13u49
Re: De cyclus van Kelticmyst
Ehm, omdat jouw stukje in Engels was.




Thx voor de hulp anyway


disturbingly yours
Kelticmyst
door Chronos
draak, 16 / 65
gepost: 18-11-2004
om 22u29

gewijzigd door Chronos
18-11-2004 om 22u30

Re: De cyclus van Kelticmyst
k heb nog niet alles gelezen bas, cuz het wel heel erg lang is (en als dit pas de introductie is ), maar in ieder geval, het leest erg goed, dus het leest goed genoeg om jezelf erin in te leven, maar in het begin zijn alle personages en namen nogal een beetje verwarrend (dit zal vast wel wennen wanneer je door leest, want dan raak je bekend met de personages enz. maar zo in het begin is het een beetje :S . (voor mij tenminste he, ik spreek niet voor iedereen dus het zou ook gewoon aan mij kunnen liggen dat het een beetje verwarrend is ))


----------------------------------------------------------------------------------------------------







The belief in the absence of illusions is an illusion itself
door Kelticmyst
draak, 22 / 1142
gepost: 20-11-2004
om 10u52
Re: De cyclus van Kelticmyst
Verwarrend???? ik heb juist geprobeert het een beetje simpel te houden omdat ik ook altijd zit te klooien met character namen in boeken


hmmmm............. beetje beter mijn best doen, thnx voor de tip.




disturbingly yours
Kelticmyst
door Morticio
draak, 382 / 635
gepost: 29-12-2004
om 21u35
Re: De cyclus van Kelticmyst
wat is veel langer?? een deftig boek van een paar honderd bladzijden of een kortverhaaltje van een 60 tal pagina's




Morticio


-------------------------------------



why wont they mate,... stupid zombies
door Dridon
draak, 1068 / 1223
gepost: 20-1-2005
om 16u17

gewijzigd door Dridon
20-1-2005 om 16u20

Re: De cyclus van Kelticmyst



wat is veel langer?? een deftig boek van een paar honderd bladzijden of een kortverhaaltje van een 60 tal pagina's




Morticio







Nou tim,, een KORT verhaal van 60 bladzijdes, ik doe dat zeker niet na .




Als hij in boek vorm uit is bas dan ga ik hem lezen. Maar beloof me, als hij over de 50 bladzijdes heen is, zou ik het persoonlijk al de moeite waard vinden om hem te laten drukken, alleen al voor jezelf . Ik maak wel een mooie voorkant voor je




Edit Tip trouwens bas, als je hem op MDG post, zorg dan wel dat alle enters er tussen uit zijn

'Its not the size that matters only the one who weilds it'



Give me a pencil and i'll do what I can.

door Morticio
draak, 558 / 635
gepost: 20-1-2005
om 21u19
Re: De cyclus van Kelticmyst
dat hangt er natuurlijk van af hoe je het bekijkt. 50 bladzijden is enorm om te schrijven maar om te lezen toch redelijk kort.




mijn vraag was eigenlijk of hij een echt fantasyboek wil schrijven en eventueel uitgeven (zoals de bekende schrijvers => een boek van meer dan 200 bladzijden)


of eerder een verhaal(tje) van 50 bladzijden (wat op, zich ook al wel fantastisch is)


-------------------------------------



why wont they mate,... stupid zombies
door Kelticmyst
draak, 278 / 1142
gepost: 22-1-2005
om 9u57

gewijzigd door Kelticmyst
22-1-2005 om 9u59

Re: De cyclus van Kelticmyst
weet ik zelf nog niet, ik zit nu op zo`n 23 bladzijdes en 'de reis' is pas net begonnen dus meer als 50 word het zeker wel, tenzij ik nu afrond met




"En ze kwamen in de Karachi woestijn, de kwade was inmiddels wakker, maar Kortaq gebruikte zijn droomwever talent om hem weer te laten inslapen"




wat dus zeker niet de bedoeling is.





ik wil op zijn minst nog enkele zijdelingse missies e.d. erbij voegen, zoals het vinden van een bepaalde ring om het droomwever talent te maximaliseren ofzo... of de draak uit hoofdstuk 6 verslaan, of de stad Tochtbar bevrijden uit handen van de anolisius, of, of, nou ja teveel om op te noemen.




dus boven de 50 blz is geen probleem, maar 200 blz word ietsje moeilijker. maar is denk ik wel te doen.




voor een eerste serieuse schrijfwerkje 200 blz afleveren...




en ik zou graag willen weten wat je mening over mijn 'verhaaltje' is, als dat kan








disturbingly yours
Kelticmyst
door Raska
mandraak, 3524 / 10811
gepost: 22-1-2005
om 14u53
Re: De cyclus van Kelticmyst
Je moet vooral zien dat je er lol aan blijft hebben (aan het schrijven).




Ik heb met 'de goden bestaan niet meer' (de eerste 20 pagina's staan hier ook online) ongeveer 370 pagina's geschreven, ik ben er heel lang aan bezig geweest. Maar momenteel heb ik zoveel andere dingen aan mijn hoofd dat ik mijzelf het niet meer kan opbrengen om verder te typen, en dan moet je het ook niet doen natuurlijk. Ik vind het zelf jammer dat ik het heb laten stil vallen, maar er zaten ook een hele hoop dingen in waar ik niet meer zo tevreden mee was en ik zag het niet meer zitten om dat allemaal te gaan aanpassen etc...


Dus... ofwel met een nieuw verhaal beginnen, ofwel eens een zee van tijd krijgen waarin ik alles terug opnieuw door elkaar ga gooien.




Maar ik hoop dat je het af krijgt veel succes toegewenst alleszins.




Ter informatie: ik heb eens gehoord wat het kost om een boek in eigen beheer uit te laten brengen en mispak je daar niet aan, zeker als het een kleine oplage is is het enorm duur.
------------------------------------------
Productie Lines The Movie
door Morticio
draak, 565 / 635
gepost: 22-1-2005
om 15u52
Re: De cyclus van Kelticmyst



en ik zou graag willen weten wat je mening over mijn 'verhaaltje' is, als dat kan







sorry dat ik die niet eerder heb gegeven, maar ik haat lezen van een pc scherm en ik had je verhaaltje nog niet helemaal gelezen


maar dus. ik vind het verhaal wel goed. er zit een goed idee achter en het is vrij vlot geschreven. het kan misschien wel iets vlotter maar het is zo zeker goed. het enige wat ik wel zwaar mis is dat het verhaal me niet echt boeid. het is nogal afstandelijk. ik heb niet echt der drang om te blijven lezen. en ilk denk dat dat bij een boek wel belangrijk is. dat het verhaal zo verslavend is dat je gewoon blijft lezen. en dat mis ik een beetje bij jouw. misschien moet je proberen om meer "mysteries" enzo te betrekken of bepaalde passages waneer het spannend wordt onderbreken en gewoon beginnen met "terzelfdertijd op een andere plaats,..." je kan ook spanning opwekken door bijvoorbeeld een moordenaar naar oiemand te laten reizen. de lezer zal blijven lezen totdat hij de confrontatie heeft gelezen. en dan doe je iets soortgelijks. zodat het verhaal spannend bijft.




het kan natuurlijk dat dat allemaal nog komt in de rest van het verhaal en dat dit gewoon een inleiding is.




alleszins veel succes ermee en als je het af hebt (of een deeltje) mag je het altijd eens sturen naar mijn e-mail (zie mijn profiel)




de zus van mijn vriendin heeft trouwnes ook al een boek geschreven en ze heeft er toch wat geld mee verdient. maar zij is gewoon naar een uitgever gestapt. dan verkoop je je boek eigenlijk en je krijgt voor elk verkocht exemplaar een bepaald bedrag (dit is we weinig: ik dacht 1 euro) maar je verkoopt normaal toch een 1000 boeken dus dat brengt al op hé




je moet meestal wel in je contract met de uitgever telkenen dat je je eventuele 2de boek ook door hen laat uitgeven.




zo, ik hoop dat dit al een beetje helpt


-------------------------------------



why wont they mate,... stupid zombies
door Kelticmyst
draak, 280 / 1142
gepost: 23-1-2005
om 13u39
Re: De cyclus van Kelticmyst
Dat doet het zeker dit is comentaar waar ik wat aan heb.




Ik vond zelf ook al dat het niet echt vlot liep, maar wist eigenlijk niet wat ik daaraankon doen, ik heb in Hoofdstuk 6 en 7 daarmee een beetje lopen te experimenteren, die staan ook online, bij: vervolg v/h verhaal.




Ik schrijf dit verhaal ook goeddeels voor mezelf, maar ik zit met de gedachte te spelen om als het af is, en ook goed is mischien naar een uitgever te stappen.








disturbingly yours
Kelticmyst
door Morticio
draak, 567 / 635
gepost: 23-1-2005
om 17u11
Re: De cyclus van Kelticmyst
als het goed is zou ik dat zeker doen


het is toch leuk als je een mooi boek ziet staan in de winkel en kan zeggen : "dat heb ik niet slecht gedaan"


-------------------------------------



why wont they mate,... stupid zombies
door Kelticmyst
draak, 281 / 1142
gepost: 23-1-2005
om 20u28
Re: De cyclus van Kelticmyst
haha dat is wel een mooi vooruitzicht ja








disturbingly yours
Kelticmyst

naar boven