Soms lijkt het alsof we allemaal maar instrumenten van de goden zijn … dat zij ons doen en laten bepalen. Dit is ook zo in mijn geval. Het gebeurde allemaal toen ik samen met mijn metgezellen de Carlstone mijnen uitkamde. We waren op zoek naar magiërs en geestelijken, die al gedurende maanden spoorloos verdwijnen in het land van Harenshire. Toen we na een gevecht met enkele priesters van de megalomane god Cyric, en hun ondode dienaars wouden genieten van een welverdiende nachtrust … gebeurde er iets geheel onverwacht. Iets dat mijn leven voorgoed zou veranderen. Die bewuste nacht … toen we in het binnenste van Faerûn sliepen … kreeg ik een visioen … een beeld van een opdracht die me was opgedragen door Tyr, mijn God.
In mijn droom bevond ik mij in complete duisternis met vlak voor mij een glazen kist. Toen ik dichterbij de kist kwam zag ik dat er een jonge vrouw in lag. Ze had mooie zwarte haren en ze was bloedmooi. Alhoewel ik ze niet zag ademen zag het meisje er springleven uit … alsof ze op ieder ogenblik haar ogen kon openen. Ik stapte langzaam dichterbij en ik voelde de aanwezigheid van een kwaadaardige entiteit. Hoe dichter ik bij de glazen kist kwam … hoe sterker dat gevoel werd. Plotseling gebeurde het … en ik merkte de entiteit op … het was in een fractie van een seconde en de boosheid die het uitstraalde kende geen grenzen. Toen verdween het plotseling … en diep in mijn binnenste besefte ik … dat ik daar iets mee te maken had.
De volgende ochtend vertelde ik mijn kompanen hierover, zodat ik hun mening kon horen over dit vreemde fenomeen. Enyo, onze druïde, luisterde aandachtig … en aan zijn gezicht te zien merkte ik dat ook hij vermoedde dat hier meer achterzat. De toekomst zou het wel uitmaken en we vertrokken verder op pad om onze opdracht te vervullen. Tijdens onze tocht vonden we een kleine smalle gang en we besloten deze te volgen. Toen we eindelijk het einde van de gang bereikten, merkten we tot onze verbazing dat we uitkwamen in een bos. Iets wat eigenlijk niet zou kunnen aangezien het grote woud ver ten oosten van de mijnen ligt. Ook de grimmige sfeer die er in het woud hing beviel me niet. Het was alsof de omgeving zelf uit boosheid bestond. Toen we ons omdraaiden om terug in de mijn te gaan merkten we tot onze grote verbazing dat deze verdwenen was … We waren omgeven door bomen. Tot onze grote angst kwamen we tot het beseft dat ook Hazaar, onze stoere Half-Orc met het gouden hart, verdwenen was. De angst kroop in onze harten …
Enyo besloot om in de gedaante van een dier het woud vanuit de lucht te verkennen op zoek naar een herkenningspunt. In wat hij transformeerde … dat herinner ik me niet meer … was het een vogel of een vleermuis … het doet eigenlijk niet terzake. Toen hij na een tijdje terugkwam bleek dat hij achtervolgd werd door schaduwen die uit de duisternis kwamen. Terwijl we ons met man en macht op deze wezens storten, begon Galaxa, onze priesteres, allerlei bezweringen te prevelen … die enkele van deze demonische wezens verdreef.
Na dit incident vertelde Enyo ons dat hij in de verte een groot meer zag, en wat nog belangrijker was … hij zag in de verte een lichtschijnsel. We besloten dan maar te stappen in de richting van het lichtschijnsel . .. misschien dat we daar antwoorden op onze vragen zouden vinden. Wanneer ik aan de tocht door het woud denk … krijg ik alweer kippenvel. Geen enkel levend dier hebben we gezien … geen gefluit van vogeltjes, geen konijn. Zelf geen kraai of uil die in de stilte van de nacht zijn roep laat horen. Het enige dat we hoorden was in de verte het gerommel in de hemel. Een onweer was op komst.
Ondoden … ja die gedrochten kwamen we in het woud wel tegen. Tot een echt treffen kwam het gelukkig niet want samen met de hulp van Galaxa heb ik ze zonder bloedvergieten verdreven. Alleen Iona , die haar niet kon beheersen, is één van deze schepsels te lijf gegaan.
Toen we eindelijk bij het lichtschijnsel aankwamen … merkten we dat deze afkomstig was uit een mooi herenhuis. Helemaal bovenaan in de klokkentoren scheen er een helder licht. Het was een huis zoals ik nog nooit heb gezien … en ik betwijfel of ik ooit nog in mijn leven zo een huis zal zien. Enyo besloot om zich weer in een vogel te veranderen en een kijkje te gaan nemen in de klokkentoren. Toen hij daar aankwam voelde hij hoe een onbekende kracht hem hinderde om de toren te betreden … Wel merkte hij vanuit zijn ooghoek in de klokkentoren iets dat hij later zou beschrijven … als een glazen kist.
Met achter ons een woud waar het krioelde van rusteloze zielen besloten we om het herenhuis te betreden. Eén voor één gingen we voorzicht binnen … terwijl het hart uit onze keel klopte. We waren amper binnen en achter ons sloeg de deur dicht. We waren opgesloten in dit mysterieuze huis.
Voorzichtig begonnen we het huis te verkennen en het is daar dat ik pas besefte wat het woord angst betekend. Nog nooit in mijn leven voelde ik me zo alleen, verlaten door mijn god, als in dit duivels bolwerk. Verschillende angstaanjagende zaken gebeurde er in het huis … zaken die ik hier niet op papier zal zetten, omdat spreken over kwaad nooit goed kan zijn. Doch kan ik verzekeren dat dit huis haar oorsprong vond in gruwel en horror. We vonden kleine spiegelstukjes, 13 verschillende om precies te zijn, die ons hielpen om het mysterie op te lossen. Iedere keer als we zo een stukje spiegel vastnamen … schoten er beelden uit het verleden door onze hoofden … beelden die de geschiedenis van het huis en zijn bewoner verduidelijkten.
De spiegelstukjes “vertelden” ons dat we ons bevonden in het herenhuis Tergeron, gelegen in land genaamd Avonleigh. Morgoroth, een boosaardige necromancer, heeft het huis jaren geleden doormiddel van toverij uit de grond laten opstaan. Misschien is het best dat ik hier het verhaal van Morgoroth zal verklaren …
Morgoroth was een boosaardig man die zich bezighield met de duivelse kunst van necromancy … dodenbezwering. Tot op een dag dat hij berouw had voor zijn wandaden en zich melde bij heer Ferran, een Paladijn, om boete te doen voor zijn vele misdaden. De ridders van Ferran wantrouwden de magiër maar Ferran had vertrouwen in Morgoroth en nam het steeds voor hem op. Het is daar dat Morgoroth in contact kwam met Vrouwe Aurora, een hoge priesteres van een voor mij onbekende godheid. De magiër werd verliefd op de vrouw en ondanks dat zij ook van hem hield kon ze zijn liefde niet beantwoorden. Ze mocht omwille van haar priesterschap geen relatie beginnen met een man … in welke omstandigheden dan ook. Toen de magiër haar zijn gevoelens toonde reageerde ze geschokt. Ze voelde haar schuldig … en dacht dat zij hem verleid had. Het ware beter dat ze elkaar nooit meer zouden zien. Het was toen dat Morgoroth, weer het pad van duisternis is beginnen betreden. Hij begon zijn duivelse gave te gebruiken om haar voor hem te winnen wat vreselijke gevolgen had. De ridders en Ferran, de paladijn, stierven allen een vreselijke dood en Vrouwe Aurora kwam door één of andere spreuk in een glazen kist te zitten. Maar mysterieuze krachten hadden de wandaden van Morgoroth gezien en hadden het land omhuld in een duistere mist en zodoende het land getransporteerd naar een gebied wat we kennen onder de naam: De domeinen van Angst. Het is daar dat Morgoroth probeerde om via een magische spiegel zijn geliefde uit de glazen kist te halen en haar terug uit haar slaap te wekken. Morgoroth’s poging mislukte jammerlijk en de spiegel explodeerde in 13 stukjes. De magiër stierf ter plekke en de essentie van zijn ziel werd opgeslorpt door het herenhuis zelf.
Toen we door het huis dwaalden, leek het alsof ieder moment het noodlot kon toeslaan. De temperatuur begon plotseling te stijgen of te dalen, stoelen begonnen te verplaatsen en onzichtbare schepselen begonnen ons lastig te vallen. Vooral in de badkamer gebeurde er iets waar ik nu nog steeds niet het fijne van weet. We vonden het bad waarin in het ijs een stukje spiegel was ingevroren. Doormiddel van magisch vuur lieten we het ijs smelten zodat we het deeltje van de magische spiegel eruit konden halen. Groot was onze verbazing toen het overgebleven water de kleur van bloed had … en zich oprichtte om tenslotte mij in hem te trekken. Men metgezellen deden alles om mij uit de greep van dit bloedwezen te trekken … terwijl ik langzaam aan het stikken was in de bloederige massa. Toen één van men metgezellen, die bezeten was geraakt door één of andere entiteit, een spreuk uitsprak …, verliet het wezen zijn lichaam en nam bezit van de bloederige massa. Het bloedwezen zakte in elkaar en begon te krimpen … tot er tot ons afgrijnzen de vorm van Hazaar zichtbaar werd. Toen hij bijkwam vertelde hij ons dat hij ons was kwijtgeraakt en dat hij niet weet hoe hij hier verzeild is geraakt of wat er gebeurd is. Zou Tyr hem hebben gezonden als reddende engel, om ons bij te staan in deze donkere uren? Of is er een andere reden dat onze vriend, juist op dit moment en op deze wijze ten tonele verschenen is? Ik weet het niet … en ik denk niet dat ik ooit het fijne er zal van weten.
Toen we alle spiegelstukjes verzameld hadden en in de spiegel hadden gestoken … verscheen de geest van Morgoroth die ons direct aanviel. We verdedigden ons uit alle macht en toen we de genadestoot gaven … merkten we dat de essentie van zijn ziel terug in de spiegel ging en de spiegel terug explodeerde. Dit gebeurde een paar keer tot Hazaar een geniaal idee kreeg om af te rekenen met de boosaardige Morgoroth. Door zijn toedoen hebben we de boosaardige magiër verslagen en Vrouwe Aurora kunnen bevrijden uit haar kunstmatige slaap. Daarna stapten we, vermoeid en gewond, door de magische spiegel om terug in de Carlstone mijnen terecht te komen.
Toen we daar aankwamen merkte ik een grote hagedis van wel 5 meter op, die me aanstaarde. Het was in dit dier dat ik de aanwezigheid van mijn god Tyr voelde. Als beloning voor het welslagen van mijn opdracht heeft hij me een “vertrouwde” gegeven. Een dier waar ik een speciale band mee heb … Ik dank Tyr voor deze gift en bid tot hem uit dankbaarheid. Mijn metgezellen slapen nu .. En ik en mijn hagedis, die ik Lizaar heb genoemd, … wij houden zoals gewoonte de eerste wacht.
Getekend Rudolf Weathermay
Paladijn van onze Verheven Tyr – God van Rechtvaardigheid



