Proloog

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Het Schrijversarchief > Aludra

Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
3-12-2007, 0u03, door Midian
In het begin der tijden was er Entropos, de Chaosgod.
Hij was alles en kende geen gelijke. Voorbij zijn grenzen lag het Grote Niets. Millennia lang zweefde hij door de leegte opzoek naar gezelschap. Maar omdat hij Alles was en er verder niets restte was zijn queeste op voorhand gedoemd te mislukken. Na een onnoemelijk lange periode van onverdroten zoeken werd Entropos wanhopig. Zijn eenzaamheid dreef de Opper-god langzaam tot waanzin.
Binnen in hem rijpte het plan om er een eind aan te maken. Tijdens het uur Nul zoals de Alud-rianen het later gingen noemen, trachtte Entropos zichzelf te vernietigen. Een enorme explosie was het gevolg, een eruptie van kracht zo alomvattend dat het de uithoeken van het universum tot op vandaag nog doet zinderen.
Die dag werden Vasha en Malek geboren, Goed en Kwaad.
Sterren ontbranden en planeten schoten door het schier oneindige hemelzwerk. Deze oerbe-weging ging duizenden jaren door en vulden geleidelijk het Grote Niets met energie en he-mellichamen.

Entropos stierf echter niet. Vervloekt met de onsterfelijkheid was zijn eigen dood het enige dat hij niet kon bewerkstelligen. In het middelpunt van de ontploffing groeide hij reeds op-nieuw in de vorm van een onooglijk zaadje. Door de essentie van de Chaosgod aangetrokken kwam Vasha dichterbij. Zij werd vervuld van medelijden toen ze zag wat er van haar vader restte. De prachtige stralende vrouw nam het zaadje in haar handpalm en speurde de onein-digheid af. Toen bleef haar blik rusten op een dorre planeet in de nabijheid van de ster die later de naam Eos zou krijgen. Ze daalde neder op het planeet, haar gestalte aanpassende aan de in vergelijking nietige wereld. Ze maakte een putje in de grond en plantte daar voorzichtig het zaadje waarna ze het toedekte met aarde.
Eeuwen gingen voorbij maar het zaadje wou maar niet ontkiemen.
Vasha plengde bittere tranen.
‘Ik heb gefaald, lieve vader…’snikte ze
Haar oogvocht overspoelde de woestenij en een miraculeuze verandering vond plaats. Steen en rots sidderden als zeeën van magische tranen de planeet overspoelden. Op de bodem van de kersverse meren en oceanen vormde zich vruchtbaar slib.
Vasha, vervuld met hernieuwde hoop, blies. Zo verspreidde ze de kostbare levensbarende modder tot ver over de oevers. Groen ontsproot gestaag aan de verrijkte bodem. Verzadigd met Vasha’s kracht ontstonden er planten en dieren op de eens zo kille planeet.
En ook het zaadje ontwikkelde zich, eerst tot een tenger twijgje dan tot een beloftevolle scheut en de volgende millennia tot een majestueuze boom wier kruin de wereld omvatte en beschermde tegen de ongenadige stralen van Eos. De Levensboom werd hij later gedoopt gaf geboorte aan schepsels die het voorzag van bescherming en zuurstof.

Terwijl dit wonder zich voltrok zweefde Malek, Vasha’s kwade broer, door de ruimte, vastbe-sloten al het kersverse leven te vernietigen.
Toen Entropos zichzelf ongewild opsplitste tijdens de Grote Explosie, scheidde hij zijn goede en kwade kant van elkaar.
Ongetemperd door mededogen speurde de monsterachtige gespierde man de ruimte af naar een geschikt wapen. Toen hij dit niet vond, besloot hij er zelf één te smeden. Hij nam een gro-te planeet en een ster en fuseerde deze met elkaar tot gesmolten magma. Daarmee schepte hij een enorme hamer. Deze zou later de Malleus Malebolgia gedoopt worden, oftewel de Dui-velshamer. Hiermee zou de drager instaat zijn werelden te vernietigen en de goden zelf te doden.
Malek haastte zich met deze dodelijke aanwinst op weg naar zijn zuster.
Vervuld van angst plaatste Vasha zich tussen Malek en haar geliefkoosde planeet.
‘Wat zint u, broer, ziet af van uw waanzin. Onze vader heeft zijn leven gegeven voor ons. Als ge de planeet vernietigd raakt ge ook hem.’smeekte Vasha
‘Staakt uw smeekbede, zuster. Ik zal deze misselijkmakende creatie vernietigen al moet ik u daarbij opofferen. Als Malek wil heersen moet al de rest sterven.’ gromde het opperwezen terwijl het zijn hamer hief om een fatale klap uit te delen
In een laatste wanhoopsdaad om Malek’s aanval af te weren groeide veranderde Vasha zich in een beschermende deken die zich rond de prille planeet wikkelde. Dit gebeurde in een oog-verblindende flits die Malek raakte. De god schreeuwde het uit van pijn. Hij greep naar zijn verbrande ogen. Hierdoor loste hij de greep op zijn hamer die naar beneden tuimelde en be-gon te krimpen. Het onheilige wapen stortte neer op de planeet waar het een diepe krater schiep. Daar begon het zijn kwade invloed te verspreiden, uitdijend als een inktvlek veroor-zaakten de ontketende duistere machten aardbevingen en orkanen die de eens zo vredevolle planeet geselden. Levende wezens (later de Boresh genoemd of te wel de Besmetten) werden getransformeerd in op bloedbeluste monsters. Vulkanen verminkten de groene vlakten en bergketens werden gevormd.
‘Wat heb je losgelaten op de wereld, broer?’snikte Vasha
Malek stootte een boosaardig gelach uit.
‘Dwaas wicht, al wat jij hebt geschapen kan ik ongedaan maken! Jouw perfecte wereld is niet meer. Nu heerst het kwaad er, en daar kan je niets aan doen.’
Toen verdween het lichtgevende deken en versmolt met de zieltogende planeet. Vasha offerde zich op om het losgelaten kwaad van haar broer te neutraliseren. Dat lukte maar half, haar kracht die zich over de hele planeet verspreidde kon het kwaad maar amper in bedwang hou-den.
Daaraan dankte deze wereld haar naam tot op de dag van vandaag. Al-Udra (Ons Aller Moe-der).

Maar Malek zou het hier niet bij laten. Ziedend over zijn gedwarsboomde plannen creëerde hij een zwart gat dat Aludra dreigde op te slokken. Zwaar verzwakt door het verlies van zijn hamer en de creatie van het gat trachtte Malek zichzelf in veiligheid te brengen. Maar de Le-vensboom strekte daarop één van zijn gigantische wortels uit. Deze nam Malek in een wurg-greep en stuurde de tegenspartelende kwade god in een wurggreep en stuurde deze naar het hart van de maalstroom. Malek werd verzwolgen door het Zwarte Gat.
De machteloze god werd uiteengereten. Hij werd verspreid tot over de verste grenzen van het universum, niet meer instaat om zichzelf samen te rapen. En zo had de Levensboom, eens de Oppergod Entropos zowel zijn zoon als dochter verloren. Hij troostte zichzelf met het feit dat Vasha voor eeuwig deel uit maakte van zichzelf en Malek nooit meer het universum zou be-dreigen.
Dat is het einde van de 1ste Chaosoorlog, het leven gedijde op Aludra. De 10 rassen zochten hun eigen weg. Van de machtige Halfgoden die in de kruin van de Boom leefden tot de enor-me reuzen eronder en de mensen die samen met dwergen verdertrokken opzoek naar een land die ze het hunne konden noemen, allen leefden in overtuiging dat Aludra verlost was van Ma-lek en zijn kwaad.

Ze hadden het mis.

Reacties

door Midian
draak, 1 / 2
gepost: 3-12-2007
om 0u02

gewijzigd door Midian
3-12-2007 om 0u03

Antw: Proloog
http://nl.netlog.com/MichaelFPJ

http://forum.pallasfantasy.nl/index.php

De eerste is mijn site en de tweede niet te versmaden voor liefhebbers van het fantasygenre.'The only certainty in life is death...'
door Midian
draak, 2 / 2
gepost: 4-12-2007
om 17u48
1. Geboorte van A’Rath (deel 1)
Kerkasië was een droom voor de West-Gardse koningen en de Est-Gardse keizers. Deze bergachtige landstrook werd strategisch belangrijk geachte omwille van het feit dat het West en Oost verbond. Enkel via deze streek kon je over land van het ene continent naar het andere wandelen. Toch bleef het gebied zijn autonomie bewaren. Het was immers een logistieke nachtmerrie voor diegenen die een bezettingsmacht daarheen wilden sturen. De verraderlijke smalle bergpaden hadden reeds menig leven geëist. En diegenen die het toch overleefden werden afgeslacht door bergleeuwen en inwoners.
Toch was het volk van de Shudruu vreedzaam, ze wilden enkel met rust gelaten worden. Hoewel ze deels leefden van de veehandel met West en Oost lieten ze zich verder niet in met andere volkeren. Ze leefden in eenvoudige blokhutten, in harmonie met hun kudde.

Het was een zonnige dag. Hoofdman Yirak kuierde door het dorp in opperbeste stemming. Hij had in Besla een liefdevolle vrouw gevonden en zijn eerste zoon zou er algauw aan-komen. In dagdromen verzonken botste hij bijna op tegen het schriele mannetje dat naar hem toe kwam gesloft.
‘Wijze Sjamaan, wat brengt u op mijn pad?’lachte Yirak
Het oude verweerde gezicht van de dorpswijze was een en al zorgen. ‘Ik moet u spreken, Yirak.’sprak de Sjamaan met krakerige stem ‘alleen…’voegde hij daar nog aan toe
Yirak wou net iets antwoorden toen een rumoer zijn aandacht trok.
‘Sterf, jij vuige berggeit.’brulde iemand
‘Jouw moeder baarde een vrouw!’kwam het antwoord
Yirak herkende de stemmen meteen.
‘Zuro en Kath, die twee onverbeterlijke vechtjassen zijn weer bezig.’zuchtte hij zich afke-rend van de Sjamaan’wat u mij ook wou meedelen, Oudste, het zal moeten wachten.’
‘Yirak, laat af. Je moet mij aanhoren.’gebood de dorpsoudste
‘Verontschuldigingen, Oudste, maar ik moet hen beletten van elkaars keel over te snij-den.’riep de Hoofdman nog terwijl hij reeds op het tumult afsnelde

De twee heetgebakerde Shudruu-herders hadden reeds hun messen getrokken. Ze cirkel-den als twee ervaren kemphanen rond elkaar opzoek naar een opening voor de eerste aan-val. Haat blonk in hun donkerbruine ogen.
‘Genoeg.’riep Yirak die de samengetroepte mensen opzij duwde. ‘spreek snel, waar gaat deze dwaze ruzie nu weer over?’
Even staarde het duo hun leider aan, Kath was de eerste om het woord te nemen.
‘Vergeef mij, heer, maar deze onverlaat stal mijn beste lam. Voorwaar ik zweer u, het zou wellicht de volgende bok geweest zijn.’
Shudruubokken waren uiterst zeldzaam, er verscheen maar één elke 5 generaties. Deze werd gekenmerkt door een rode stip tussen de ogen. Een lam was geslachtloos gedurende het eerste levensjaar en groeide daarna pas uit tot een bok of een ooi. Iedere herder hoopte natuurlijk dat zijn kudde een kostbare bok voortbracht.
‘Luister niet naar die leugenachtige zak wormen, heer.’riep Zuro ‘zijn vermaledijde bees-ten grazen steeds op mijn land omdat hij te lui is een degelijke omheining te bouwen.’
‘Genoeg!’blafte Zirak ‘ik heb het gehad met jullie zinloze gekibbel. Er is maar één oplos-sing om jullie redetwist te beslechten. Bij zonsondergang verwacht ik jullie beiden op de brug.’
Zuro en Kath verbleekten.
‘Maar heer,’stamelde een omstaander ‘het is toch verboden om te duelleren sinds mensen-heugenis? De Wijste heeft dat zo besloten.’
Yirak richtte zijn aandacht op de man die had gesproken.
‘Dat was vele volle manen terug, ik ben de baas en heb gesproken. Zij die volharden in hun stompzinnige vetes zullen daad bij woord moeten voeren. Eén van hen zal de brug levend verlaten, de andere wacht slechts het ravijn onder hem.’
Een verbouwereerde massa achter zich latend beende de leider weg, terug naar de Sjamaan. Een vrouw maakte zich van de menigte los en volgde hem.
‘Bent je echt van plan ze op leven en dood te laten vechten, Yirak?’ vroeg Sila, de vrouw van Kath, bezorgd
‘Helemaal niet, vrouwe, maar laat ze het maar eens uitzweten, misschien denken die heetge-bakerde vechtjassen in het vervolg dan eens twee keer na.’glimlachte Yirak
‘Oh, u kunt niet geloven hoe dat me oplucht, heer. Mijn Kath heeft wel een grote mond maar hij kan nog geen dier slachten, laat staan vechten.’
‘Maak je maar geen zorgen Sila, maar nu moet ik gaan.’stelde Yirak haar gerust'The only certainty in life is death...'

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Het Schrijversarchief > Aludra

naar boven