02 Op een bergwand

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Reizen naar het einde

Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
21-11-2005, 13u19, door Raska
Het is koud, de lucht is staalhelder en verder is er niets… Yanis steekt als eerste zijn hoofd door de tentopening, we hebben geluk gehad. Vannacht is er niemand tegen de stok gerold, we zijn dus niet wakker geworden omdat ze in elkaar is gestuikt. Een betere tent zou soms praktisch zijn, maar Yanis wil het niet. En hij draagt de tent dus het is mij allemaal eender.
Ik zie een ijzige druppel naar beneden rollen, maar ik besluit om Yanis niets te zeggen. Ik zie hem vallen en hij kletst recht in zijn nek. Een verraste, korte kreet en ik glimlach. Hij trekt zijn hoofd terug naar binnen. ‘Het is koud vandaag.’ weet hij me met een grijns te vertellen. Ja, dat geloof ik best. Mijn neus voelt aan als een klompje egaalblauw ijs. Ik kruip wat dieper in mijn slaapzak. ‘Kom makker’ dolt Yanis ‘Opstaan! We moeten nog een heel eind vandaag.’

Dat is waar, bedenk ik me, we moeten vandaag door het dal en langs de rivier naar de bron, een steile klim en met een zucht slaag ik het deken in één keer van me af, de korte pijn,… de koude overvalt me heel onelegant. Ik duik in foetushouding in elkaar en grabbel met een verwrongen gezicht naar de slaapzak. Met een grijns trapt Yanis de middenstok van de tent onderuit. Het hele zootje zakt als een blauwe pudding in elkaar en geschrokken begin ik te spartelen waardoor ik in de knoop geraak met de tent, de slaapzak, de riemen van de rugzakken en al het andere gerief dat naast onze slaapplaats rond slingert. Yanis is er op tijd onderuit gedoken en staat lachend toe te kijken. Ik hoor hem bulderen. Ik grabbel mijn broek en met een verweest gezicht kom ik onder het tentzeil uitgekropen. Ik worstel me met een kreun in mijn kleren, ze zijn klam en vochtig waardoor ze als een log ding over mijn lichaam vallen. Het is toch een van die geneugten: koude, natte kleren aandoen. Met een grijns kijk ik naar Yanis, ‘Makker, je ziet er niet uit vandaag.’ Zijn bruine haar steekt alle kanten uit, zijn hemd steekt scheef en zijn gezicht is vuil. ‘Jij ziet er niet veel beter uit.’ kaatst hij de bal terug.

We zijn duidelijk allebei goedgeluimd vandaag. De zon is net aan het opkomen dus eigenlijk hebben we een beetje te lang geslapen, maar wie geeft er om? Het gras is groen in het dal en we zien de rivier iets beneden ons klateren. We zitten boven de boomgrens en vanaf de bergwand heb je een mooi uitzicht over de rivier en de dorpjes die her en der als broodkruimels zijn verspreidt. Plots flitst de eerste zon het dal binnen en zet alles in een gouden waas, het wordt direct beduidend warmer. Met een stuk oud brood in onze hand laden we de rugzakken in en tillen hem op onze rug. Yanis draagt de tent, ik het eten.

Het reisplan van vandaag huppelt al de hele tijd vrolijk rondjes in mijn hoofd. De bergwand afdalen tot aan de rivier die we stroomopwaarts volgen, dan lopen we terug omhoog de andere bergwand op, richting de bron tot over de kam, dan zijn er terug bomen en daarna zien we wel weer verder. Het gaat een stevige dag worden vandaag…

Reacties

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Reizen naar het einde

naar boven