Ravenloft – Wally 'Hansel' Szczerbiak
Openings scène
Het luide vrouwengekrijs was tot ver in de omliggende bossen rondom de afgelegen boerderij te horen. Ondanks het late tijdstip rookte de schoorsteen van het bruin geschilderd huis nog in volle gang. Het was een groot, maar simpel huis waar de bijna achtpersoon tellende familie van de boer ruim in kon wonen. Door het licht van de maan die bijna tot zijn volst was geïllumineerd, kon de arts van het dichtstbijzijnde dorp, die net gearriveerd was, de boerderij moeiteloos bereiken. Na het aangeven van de teugels aan zijn assistent volgde de grijs bebaarde arts de kalende boer, die door de komst van hulp zowel geschrokken als opgelucht leek, door de brede voordeur naar de plek van het oorverdovende geluid. Hoewel de arts bijna moest rennen om de boer bij te houden, zag hij, na het verlaten van de aankomsthal op weg naar de rechtsgelegen kamer, drie hoofden van kinderen boven aan de trap die hem door de balustrade heen met angstige ogen aankeken. Enkele ogenblikken later trad de assistent van de arts het huis binnen die ondanks het zicht op de boer en de arts verloren te hebben door het geluid toch de correcte kant op liep. Vanaf de eerste verdieping zagen de drie oudste kinderen hoe deze net volwassen geworden magere jongeman een zware tas dragend zich met moeite naar de plek des onheil wist te brengen.
Vanaf het schuine dak overzag een donkere gestalte de aankomst van de twee mannen. Toen beiden eindelijk binnen waren kon hij onopgemerkt met zijn lange slanke lichaam aan de dakgoot hangend via het raam van de grote slaapkamer het huis binnenglippen. Ondanks de duisternis liep hij, lijkend op een schaduw en net zo geluidloos, gemakkelijk naar de hal toe. Het geluid van fluisterende stemmen bracht hem abrupt tot een halt. De drie op de vloer zittende silhouetten van kinderen had hij niet bij het maken van zijn plan voorzien. Altijd kalm blijven was het motto van zijn genootschap. Hier was hij immers voor opgeleid. Twee opties schoten nu door zijn hoofd. Een omweg vinden of ondanks de kinderen het oorspronkelijke plan uitvoeren. Door het getreuzel van de arts’ assistent liep hij al achter om schema. Hij moest zo snel mogelijk naar beneden gaan om zijn opdracht uit te voeren. Er was maar één optie: via de kinderen…
De kamer was voorzien van twee bedden. De kleur van de dekens waren hetzelfde kleur blauw die ook gebruikt werd in het bloemenmotief die in een lange horizontale streep op de muren was geschilderd. Hoewel de twee bedden onder normale omstandigheden in de verste hoeken van de kamer waren geplaatst, was het bed van de hoognodige nu in het midden van de kamer gepositioneerd om het voor iedereen toegankelijker te maken. Naast de bezwete zwangere vrouw stond haar oudste dochter, aan de andere kant van het bed haar zus en aan haar voeten stond de arts die haar verbaasd aanstaarde.
“Ik heb dit nog nooit meegemaakt,” zei de arts vol ongeloof. “Zes maanden zwanger is al vroeg, maar zes weken is… onmenselijk.”
Terwijl de boerin nog steeds gilde van de pijn, raakte de boer door het gebrek aan een logische verklaring van de arts in paniek. “Je moet haar helpen! Je moet iets doen! Mijn vrouw is vaker zwanger geweest, maar dit is zelfs erger dan vorig jaar en toen beviel ze van een tweeling!” Hij greep de arts half dreigend en half smekend bij zijn mouw hopende dat deze een verklaring had.
“Ik zal mijn uiterste best doen, maar ik heb nog nooit een vergelijkbare situatie meegemaakt. Het enige wat ik kan doen is doen alsof het een normale zwangerschap is.”
De boer deed een stap terug en liet de arts zijn gang gaan. Het spreidden van de benen zorgde niet voor het meest aangenaamste uitzicht. Het donkere haar liep voor een deel langs haar dijbenen, waardoor het voor de arts met het beperkte licht van de olielamp niet overzichtelijk was. Hoewel de ogen van de assistent leken te walgen van dit gebeuren kon hij ze niet van haar opening weerhouden. Na het wassen van zijn handen in de voor hem klaargelegde teil kon de arts beginnen.
Op de kop hangend liep hij gebukt op het plafond in de richting van de drie kinderen. Zijn speciale schoenen kwamen voor de zoveelste keer goed van pas. Ook al leek hij in duisternis weg te smelten, bewoog hij zich voorzichtig voort in de richting van de trap. De ogen van de kinderen waren al aan de duisternis gewend geraakt. Bovendien had hij absoluut geen zin om voor een tweede maal het leven van een kind te moeten nemen. Nog enkele meters te gaan en hij bevond zich loodrecht boven hun. Zijn adem inhoudend pakte hij drie gif pijltjes van een hele reeks die aan zijn riem waren bevestigd. Een goed geplaatste pijl zorgde ervoor dat de geraakte voor een halfuur zijn bewustzijn verloor zonder verder schadelijke gevolgen achteraf. De meisjes waren met elkaar in discussie over de naam van hun aankomende zus of broertje. De jongen echter leek bezorgt en was bovendien meer dan twee armlengten van de zusjes verwijderd. Zijn bedoeling was om na de pijltjes in de nekken van de zusjes te hebben geprikt ook het bewustzijn van de jongen te beroven door met een gemikt schot de derde pijl op hem te werpen. Hij besloot om na de volgende harde krijs van beneden zijn slag te slaan. Plotseling stond de jongen op en maakte aan zijn zussen duidelijk dat hij buiten ging afwateren. Dit maakte zijn werk een stuk makkelijker. Hij wachtte totdat de jongen na het aflopen van de trap de voordeur dichtdeed. Nog geen moment later lagen de twee meisjes bewusteloos in het gangpad. Voordat hij zich in positie kon brengen om de jongen bij zijn binnenkomst te verrassen hoorde hij een geschreeuw dat veel luider was dan de voorafgaande. Hij kon nu niet meer voorzichtig zijn. Hij moest zich haasten want anders was het te laat. Het was waarschijnlijk al begonnen.
In de hoek van de kamer stond de assistent van de arts voorovergebogen starend naar de enorme plas van zijn maaginhoud op de grond. Ook al leek hij alles uit zijn systeem te hebben gewerkt had hij nog steeds het gevoel dat hij moest overgeven. Het slijmerige vocht gemengd met bloed dat uit haar opening gutste bracht bij de jongeman soortgelijke gevoelens naar boven.
De arts bood snel zijn verontschuldigingen aan voor zijn assistent. “Ik kan een gedeelte van zijn hoofd zien. Blijven duwen. Hij ziet er gezond uit,” merkte de arts opgelucht op.
De boerin gilde van de pijn. “Het gaat niet verder!” De volgende poging resulteerde in het hardste gegil van de avond.
De assistent, die ondertussen was bijgekomen en weer zijn assisterende rol wilde vervullen, was net op tijd om het verscheuren van de lippen door de puntige horens van de bijna geborene te aanschouwen. Zowel de boerin als de assistent verloor het bewustzijn. De arts deinsde achteruit en sloeg voor het eerste in jaren een kruis, hulp smekend aan de plaatselijke god. De vrouwen naast het bed dachten gelijktijdig dat gillen de beste optie was voor deze situatie. De boer stond versteend aan de grond genageld. Alsof hij een geest heeft gezien staart hij doelloos voor zich uit. De arts zat nu gehurkt gebeden uit zijn jeugdtijd op te ratelen door een gebrek aan een beter idee. Dat weerhield de gehoornde er niet van zijn tocht naar de mensenwereld te volbrengen. Met behulp van zijn hoorns en zijn vlijmscherpe tanden wist hij zich een weg naar buiten te vinden. In plaats van het neerploffen op het bed na zijn ontsnapping wist het monster zijn val op het met bloed doorweekte matras door met zijn vleugels omhoog te vliegen te vermijden. De arts zag het beest niet aankomen en was op slag dood toen zijn halsslagader uit zijn nek werd getrokken. De boer was het volgende slachtoffer, maar die was met zijn gedachten al in een andere wereld dus leek hij er weinig van te merken toen het monster zijn leven nam. De twee vrouwen probeerden via het raam te ontsnappen aangezien de deur in de nabijheid van het gevleugelde monster was. Terwijl de pasgeborene naar de twee dames vloog verscheen de zwartgeklede man in de deuropening. Omdat het monster niet van zijn aanwezigheid op de hoogte was, kon hij redelijk eenvoudig een verrassingaanval plaatsen. Hij pakte de kleine kruisboog van zijn rug die van te voren geladen was met een pijl. De punt van de pijl was van tevoren ingesmeerd met heilig water. Hij had weinig tijd om te mikken aangezien het monster bijna de twee vrouwen had bereikt die ondertussen het raam hadden opengezet. Het moment van schieten ging gepaard met een enorme knal. De pijl mistte hierdoor op een haar na zijn doel en vloog dwars door de rechtervleugel van het monster heen. Een deel van de vleugel werd door het heilige water verschroeid. De pijl kwam pas tot stilstand toen het via de rechteroogkas van de zus van de boerin vast kwam te zitten in haar hersenweefsel. Het dode lichaam van de stevige zus hing hierdoor gedeeltelijk uit het raam de uitgang blokkerend voor haar nicht. De zwartgeklede man begon duizelig te worden. Zijn zicht werd steeds onscherper. Hij liet de kruisboog los en greep met zijn rechterhand naar zijn zij, die onmiddellijk bedekt was met donkerrood bloed. Schuin achter hem bij de deurpost zag hij de jongen met een pistool, die hem met een boze blik aankeek.
“Waarom heb je ze vermoord?” Schreeuwde de jongen met zijn hoge kinderstem.
De zwartgeklede man wist dat hij niet meer lang te leven had en gaf de jongen geen antwoord. Hij was hier om zijn opdracht te vol brengen en zelfs in deze staat was hij van plan zijn plicht te doen. Met veel pijn en moeite strompelde hij in de richting van het monster. Hij zag een vaag beeld van de gevleugelde die een gedeelte van de schedel van de oudste dochter had opengekrabd en een weg naar binnen probeerde te vreten. De dochter die het monster probeerde weg te slaan begon steeds langzamer te worden in haar bewegingen, totdat ze via de muur naar beneden zakte. Vreemd genoeg leek ze nog steeds bij bewustzijn te zijn. Hij greep naar een flesje die aan de achterkant van zijn riem was bevestigd en gooide deze in de richting van het monster. Het lichaam van de dochter en de gordijnen vatte direct vlam. Het monster wist het vuur op het laatste moment te ontwijken. Het vuur verspreidde zich snel rondom de kamer. Een volgende poging om een flesje te gooien mislukte. Hij had geen kracht meer in zijn handen. Het flesje glipte uit zijn hand en viel naast het lichaam van de assistent in kleine stukjes uiteen. Vervolgens stortte hij zelf ter aarde. Het monster dat door de pijl en het vuur niet meer kon vliegen liep met zijn korte beentjes richting de deur. Door het breken van de laatste fles was een deel van de transparante substantie op het gezicht van de assistent gekomen. Het wegbranden van het door zuuraangetaste huid op het linkerdeel van zijn gezicht zorgde ervoor dat de jongeman schreeuwend weer bij zinnen kwam. Niet lang daarna zag hij een klein gevleugeld mannetje aan komen rennen die met een haal met zijn klauwen de buik van de assistent openhaalde. Omdat de jongen met het pistool eindelijk besloot weg te rennen nam het monster geen tijd om zich met de anatomie van de assistent bezig te houden. Een stuk van zijn darmen vasthoudend snelde hij achter de jongen aan. Als een slang werd een lang stuk van de dunne darm over de houten vloer tot aan de deur uitgerold voordat het monster zijn interesse erin verloor en zijn aandacht volledig op de weggerende jonge stortte.
De achtjarige Wally stond nu op een tweesprong. Links van hem de voordeur, rechts de trap naar boven naar de tweelingen. Iedereen was dood en het monster achtervolgde hem. Het vuur had zich al tot drie kamers op de benedenverdieping verspreidt. Het zou niet lang meer duren voordat het hele huis in brand stond. Hij had niemand meer… behalve de tweelingen. Terwijl hij naar boven liep, zou het monster waarschijnlijk toch naar buiten de bossen in vluchten. Hij sloeg steeds een trede over tijdens zijn sprint naar boven. Toen hij bijna boven was zag hij onderaan de trap door het vuur in de naastliggende kamer het naakte lijf van het gevleugelde wezen. Ondanks zijn lengte wist hij door zowel zijn voeten als zijn goede vleugel te gebruiken snel naar boven te geraken. Wally zag de twee lijken van zijn zussen terwijl hij langs zijn vaders studeerkamer, waar hij een moment geleden het pistool uit de gesloten la van het bureau had gehaald, liep. Hij kon geen andere optie bedenken dan het lichaam van één van zijn zussen van de trap af te duwen hopende hiermee het beest te raken en dus tijd te winnen. Hij sleepte de jongste, Vara genaamd, die waarschijnlijk door het vuur beneden nog warm aanvoelde en duwde haar in de breedte van de trap af. Het resultaat niet afwachtend snelde hij direct door naar de kinderkamer. Wally vond het zorgwekkend dat de tweelingen door het lawaai van beneden niet aan het huilen waren. De rook was ondertussen ook boven aanwezig. Terwijl hij de kinderkamerdeur opendeed bleek rook zelfs daar aanwezig te zijn. Hij rende naar de twee wiegen en trof een niet meer ademend Sebastian aan. Ook Hansel leek niet meer in leven te zijn, maar na een lichte aanraking van Wally begon de eenjarige al snel te huilen. Hij pakte hem stevig met twee armen vast. Voordat hij zich kon omdraaien om naar de deur toe rennen greep het kleine monster met zijn klauwen de nek van Wally vast. Hij hing nu op zijn rug en probeerde met zijn tanden een weg door zijn achterhoofd te knagen. Wally kon door het vasthouden van de baby het beest niet met zijn handen wegslaan dus liep hij naar achteren toe om het beest met behulp van de muur van zich af te krijgen. Hoe harder Wally duwde des te harder het beest zich vastklampte. In een wanhopige poging voordat hij zijn bewustzijn verloor, rende Wally in volle sprint naar achteren. Het geluid van de brekende ruit klonk een stuk aangenamer dan de brekende botten bij de landing. Het trio viel achterwaarts van een verdieping hoog naar beneden. De schedel van het monster, die als eerst in contact kwam met de harde ondergrond, spatte als een rotte appel uiteen. De geplette hersenen en bloed van het kleine lichaam konden de val voor Wally niet breken die direct bij de val zijn nek en ruggenwervel brak. Hansel echter was ongedeerd en stopte met huilen. Ondanks de koude nacht sliep Hansel door de warmte van het huis in de armen van zijn broer als een roos.



