Dit is het verhaal van het veel te lange leven van een eenzame magiër.
De derde van de maand van de draak, 804 in de telling van Aesteron de grote.
Ik, Lithir Castel, ga u het verhaal vertellen van mijn trieste leven....
Mijn geboorte vond plaats in het grote, luxueuze huis van mijn vader, die een toentertijd een succesvolle juwelenhandelaar was.
Spijtig genoeg, betekende mijn geboorte tevens de dood van mijn moeder. Alles wat ik van haar weet is dat ze een elf was, en dat mijn vader haar tegen was gekomen op een van zijn verre handelsreizen. Nooit is mijn vader over het verlies heen gekomen van zijn geliefde vrouw. Ondanks de waardeloze jeugd die mijn vader me heeft gegeven, ben ik hem toch dankbaar dat hij mij de dood van zijn vrouw niet geeft verweten.
Na het overlijden van zijn geliefde was er, behalve mij, niets meer op aarde waar hij om gaf. Na lang rond gezworven te hebben, raakte hij zwaar aan de drank, en zijn handel stortte uiteindelijk in. In de tijden dat hij enigszins nuchter was, probeerde hij voor mij te zorgen. In die tijden werd hij vaak nogal emotioneel, en ik was uiteindelijk de gene die hém troostte.
Het strenge regime van die tijd koesterde geen tolerantie jegens dronkaards, en al snel werd mijn vader verbannen. Ik bleef alleen achter, en ik heb nooit meer iets van hem vernomen.
Zonder aandacht en liefde groeide ik op. Vaak werd ik gepest door andere kinderen die wél ouders hadden die goed voor ze zorgden. In mijn harde jeugd heb ik goed geleerd van mij af te bijten, en ik was vaak gedwongen geweld te gebruiken.
De ontmoeting met Calastor, een oude, wijze man, bracht echter grote verandering in mijn leven. Hij leerde me lezen, bood me onderdak, en behandelde me als zijn eigen kind.
Toen hij dacht dat ik er klaar voor was, begon hij me magie te leren. Buiten de boeken die ik graag las, fascineerde magie me het meest van alles.
Laat me u voor alle duidelijkheid eerst iets vertellen over de stad waarin ik het grootste gedeelte van mijn leven heb doorgebracht.
Lesthurië is de hoofdstad van Handrion, de machtigste van de zeven koninkrijken van de noordwereld. Met zijn parelwitte torens en kathedralen trok de grote stad vele bezoekers vanaf overal over de wereld.
Leshturië staat bovenal bekend om haar kostbare schatten, machtige paladijnen en grote legers. Nog nooit in de geschiedenis is de stad ingenomen, hoewel er vele pogingen zijn gedaan. Vanaf kleinschalige aanvallen van barbaren uit het koude noorden, tot enorme invasies waar duizenden goblins en orks in betrokken waren; altijd heeft de parelwitte stad stand gehouden.
Na mijn bittere jeugd, besloot ik verder te gaan ontwikkelen in magie; ik ging gevechtsmagie studeren op de Lesthurische academie. Ik wou een machtig magiër worden, en op die manier rijk worden. Tijdens mijn studie ontmoette ik Handerl, een jonge mens van mijn leeftijd, die de zelfde ambities had als ik.
We werden zowel goede vrienden als rivalen. We waren duidelijk de besten uit onze klas, hoewel de leraren dit niet toe wouden geven. Beiden van ons waren verscheidene malen bijna van de magieschool afgetrapt.
Vaak gingen we samen drinken en meisjes versieren in herbergen en kroegen. We veroorzaakten nogal eens wat problemen, en raakten nogal eens aan de vuist met andere dronken jongelingen. Als het echt te bond werd, gebeurde het wel eens dat er een paladijn op ons afgestuurd werd. Wij, als twee getalenteerde gevechtsmagiërs in opleiding, versloegen hem met gemak, en de arme man in kwestie moest soms op de vlucht slaan nadat er een vuurbezwering om zijn achterste was uitgesproken.
Toch waren wij slim genoeg om te realiseren dat we beter niet al te veel aandacht konden trekken; uiteindelijk waren er altijd mensen die wij niet de baas konden.
In die tijd was het precies drie jaar geleden dat de oude koning was afgezet. Een zwakkeling had zijn plaats ingenomen. Wijzelf hadden er geen problemen mee; voor alle dingen die wij uitgevreten hebben zouden we bij de oude koning al lang in de gevangenis gezeten hebben..
Hoewel ik nog steeds beschaamd ben over mijn gedrag in die tijd, herinner ik die jaren wel als de beste tijd van mijn leven. Onze omgeving was ook niet bijzonder dankbaar voor ons gedrag. Wat wij beschouwden als “een leuke avond”, was een ware verschrikking voor onze medeklanten, en vooral de herbergier.
Deze goede tijd kwam echter ten einde toen de oude koning vermoord werd, en een tiran aan de macht kwam. Iedereen die hem tegen sprak, werd ofwel gevangen gezet ofwel geëxecuteerd. Inmiddels waren Handerl en ik flink wat ouder en wijzer geworden, en waren geclassificeerde magiërs in dienst van de regering.
Hoewel wij het niet eens waren met de manier van regeren van de nieuwe koning, waren wij gebonden aan onze plicht.
De opstandelingen hadden zich inmiddels verenigd, en vormden samen het verzet. Het verzet pleegde regelmatig aanslagen, en weigerde belasting te betalen. De koning had ons opdracht, dit verzet op te rollen en alle leden te doden. Verafschuwd van onze taak, probeerden wij te onderhandelen met onze vorst, die vervolgens woedend werd en dreigde ons op te hangen.
Met tegenzin gingen wij op weg, geëscorteerd door een aantal paladijnen. We kwamen aan bij een huis waar de rebellen zich gevestigd hadden. Toen we aankwamen, stond mijn oude vriend met tranen in zijn ogen.
”Dit kan zo niet langer! We moeten de rebellen helpen!”
Ik keek hem verward aan.
”Waar heb je het over? Als we dat doen zijn we onze baan kwijt!”
”Begrijp je het niet? We zijn fout bezig! Ik vecht niet meer voor deze koning. We moeten ons mij het verzet voegen.”
”Ik zal mijn koninkrijk niet verraden.”
Handerl zuchtte. ”Dan zijn we vanaf nu vijanden.”
Toen kwam er een menigte rebellen aanstormen. Ze waren geïmproviseerd bewapend, de meeste hadden grote stokken, zeisen, of bijlen.
In één vloeiende beweging doodde Handerl twee paladijnen. De menigte bleef verward staan. Ze aarzelden even, en vielen vervolgens samen met Handerl de volgende paladijn aan.
”Vlucht, dan. Nu! Onze volgende confrontatie zal dodelijk zijn voor één van ons beide!” Zei hij.
En ik vluchtte. Rende weg, de tranen stonden in mijn ogen. Ik kon mezelf er haast niet toe brengen het verraad van mijn beste vriend aan de koning te melden. Toen ik bij hem aan kwam, vertelde ik het bijna snikkend. Het gezicht van de koning verhardde.
”We zullen ze geen genade tonen! Verraad wordt niet getolereerd!”
Mijn volgende confrontatie met Handerl was in een letterlijk gevecht tussen de bevolking en het leger. Zwaar bewapende soldaten tegen arme opstandige arbeiders en boeren.
Burgers stierven met velen tegelijk. Uiteindelijk belanden Handerl en ik in een duel.
Iedereen keek gespannen toe. Beiden hadden we ons zwaard getrokken en staarden elkaar hatelijk aan. Toen barste het los. Met magische snelheid stormde mijn oude vriend op me af en deed een uitval in mijn rechterzij. Met dezelfde snelheid weerde ik af en viel terug aan.
Het duel duurden minuten lang, en verscheidene vuurballen waren uitgewisseld. Uiteindelijk dolf Handerl het onderspit in het zwaardvechten, en moest vermoeid terugtrekken. Ik toverde een bliksemstraal uit mijn hand en vuurde die op mijn verzwakte tegenstander af. De bliksemstraal raakte zijn doel volop, en Handerl stortte op de grond. Moeizaam krabbelde hij overeind, en pareerde enkele slagen van mijn zwaard. Uiteindelijk wist ik hem te ontwapenen, en ik maakte me klaar om mijn tegenstander de genadeslag te geven. Op het laatste moment aarzelde ik. Ik draaide mijn zwaard en sloeg met de platten kant op Handerl’s hoofd, waarop hij bewusteloos neerviel.
Ik zuchtte. De rebellen dropen af en keerden terug naar hun huizen. Handerl werd in de gevangenis gegooid.
De volgende ochtend werd de executie voorbereid.
Een menigte soldaten stond om Handerl heen. Zijn gezicht zat onder gedroogd bloed van het gevecht van de vorige dag.
Ik keek met tranen in mijn ogen toe. De koning zat erbij met een zelfgenoegzaam lachje.
De beul hief zijn bijl….
Toen knapte er iets in me. Ik vroeg me af waar ik nou helemaal mee bezig was. Ik realiseerde me dat dit niet juist was. Toen pas, zag ik in dat dit alles fout was.
Bijna was het te laat geweest.
Bliksemsnel trok ik mij mes en gooide het in de richting van de beul. Hij viel dood neer, achterover, door het gewicht van de bijl in zijn handen. De menigte schrok. Ik kwam meteen in actie. Met mijn zwaard hakte ik Handerl’s boeien los. Ik trok hem mee, dieuwde hem een zwaard in de handen en stormde met getrokken zwaard op enkele soldaten af die toe stonden te kijken. Ze deinsden terug en weken uiteen. Samen renden we een steegje in, soldaten achter ons aan. Uiteindelijk waren we in het nauw gedreven door drie soldaten. Eén van, de voorste hem maakte zich klaar om versterking te roepen, maar voor er geluid uit zijn mond kwam waren er twee zwaarden in zijn borst geplant. De andere twee keken geschrokken toe. We stormden op hen af. Eén van de twee soldaten had zijn boog getrokken, en mikte. Tevergeefs. We waren te ver genaderd. De man werd gedood en Handerl pakte zijn boog.
”Als ik nou eens….”
Inmiddels hadden we het steegje verlaten. Een stuk verder zat de koning nog steeds in zijn comfortabele stoel. Handerl legde aan, ik beschermde hem tegen aanvallende soldaten….
Toen liet hij de pees los. De pijl suisde door de lucht, en het volgende moment werd de koning met een schreeuw getroffen door een pijl in zijn schouder.
Handerl vloekte. Hij had de koning niet dodelijk geraakt.
”We moeten weg!” Riep ik, mijn vriend met me mee trekkend.
”Oke….” Zuchtte hij.
Samen vluchtten we, enkele soldaten die in onze weg staan dodend. Een bewoner stond stralend te wachten met twee paarden voor ons. Na hem haastig bedankt te hebben reden we weg op de paarden. Toen ik om keek, zag ik een soldaat de bewoner neerhakken.
Toen we een tijdje op weg waren, rijdend door de straten van Lesthurië, toegejuicht door de mensen, hadden de soldaten –die inmiddels ook op paarden zaten - de achtervolging ingezet.
Eenmaal bij de poort van de stad aangekomen, bleek die gesloten. We doodden de wachters en openden de poort. De soldaten staakten hun achtervolging toen we de stad uit waren.
In de volgende jaren reisden we rond alle grote steden van de noordwereld, en leerden zoveel mogelijk over magie.
Deel twee volgt.



