15-10-2002, 16u49, door
aZaZeL
Anaheim, 20 september 1920
Monsieur Le Loup,
Ik zend u dit schrijven als antwoord op uw brief die ik gisteren ontvangen heb. Eerst en vooral zou ik u willen meedelen dat ik enorm verrast was met uw verzoek. Zoals ik u al eerder vermeld heb, ben ik enorm geïnteresseerd in het occulte. Uw vraag of ik zou willen deelnemen aan een onderzoek met betrekking op spookfotografie neem ik dan ook graag aan. Ik zal zo vlug mogelijk trachten in Boston te raken op de door u aangeduide plaats.
Misschien is dit ook de gelegenheid om mezelf eens een beetje beter voor te stellen. We hebben elkaar al wel enkele keren ontmoet maar toch weten we bitter weinig over elkaar en over onze gemeenschappelijke interesse in het “onverklaarbare”.
Ik werd op 15 februari 1893 geboren onder de naam John Winston Mary Leibold in Anaheim, Californië. Eigenlijk kende ik een onbezorgde jeugd die ik doorbracht met mijn ouders en mijn twee jaar oudere broer James. Ik was juist 7 jaar toen mijn moeder beviel van mijn zuster Elisabeth. Elisabeth was een zwak kind en het leek er naar dat ze haar eerste levensjaar niet zou halen, maar door de goede zorgen van mijn vader die ook dokter was heeft ze het gehaald. Ik dank onze Lieve Heer nog steeds dat hij mijn geliefde zuster niet tot zich heeft geroepen. Ondanks ons leeftijdsverschil hebben we altijd een goed band gehad met elkaar.
Op mijn 13’de kwam ik voor het eerst in contact met wat we verstaan onder “Occulte-werken”. Als jonge snaak vertoefde ik na de schooluren vaak in het oude boekenwinkeltje in het dorp. Het was daar dat ik in contact kwam met de “Encyclopedia Cthulhiana”, een boek dat gaat over het “bovennatuurlijke”. Ik gaf er dan ook al mijn spaarcentjes aan uit en las het boek stiekem s’avonds in mijn bed. Eigenlijk is het een boek dat beter niet gelezen mag worden, en dat men beter zou verbranden in het vuur …. Toch heb ik het altijd bijgehouden. Alleen al het lezen van dergelijke boeken maakt mensen krankzinnig. Door het lezen van dit boek heb ik maanden angst gehad wanneer ik s’nachts alleen op mijn kamer was. Ik hoorde overal geluiden en ik begon zelf terug te bedwateren. Al goed dat mijn vader zaliger nooit achter de reden van mijn gedrag is gekomen of hij zou het boek vernietigd hebben. Een wijs besluit … maar toch is er iets in mij dat er anders over denkt. Obsessie? Dwaasheid? Ik weet het nog steeds niet en ik vraag me af of ik het ooit ook wel te weten zal komen.
Ik was als kind altijd al een haantje de voorste geweest, en het verbaasde dan ook niemand dat ik in mijn vader’s voetsporen trad en het tot dokter schepte. Het was in 1916 dat ik op 23’jarige leeftijd afstudeerde aan de universiteit van San Diëgo. De Grote Oorlog in Europa was toen al volop aan de gang. Toen onze regering enkele maanden later in 1917 besloot om zich in de strijd te mengen, ging ik mee als “Medic”. Het was een ware hel waar ik in terecht kwam. Wanneer ik men ogen sluit hoor ik nog steeds het ijzingwekkende gekrijs van de zwaargewonde soldaten. De doodstrijd van vele gewonden was gewoonweg gruwelijk. Het was een opluchting voor iedereen toen de Duitsers capituleerden en we terug naar huis vertrokken zodat we daar ons gewone leven konden hernemen. Toch moet ik erbij zeggen dat de gebeurtenissen tijdens de Grote Oorlog mij diep hebben geraakt. Ze hebben me zowel geestelijk als lichamelijk gekraakt … zelfs ben ik door deze gebeurtenissen vroegtijdig kaal geworden.
Na de oorlog vond ik al vlug troost in de armen van “Jennifer Parsons”, een Canadese jongedame die geëmigreerd is naar Californie. Al vanaf de eerste keer dat ik haar zag was ik smoorverliefd op die meid met haar lange rosse haren en haar hemelsblauwe kijkers. En het is ook deze jonge vrouw die vorig jaar mijn wettige echtgenote is geworden.
Toch heeft het noodlot ondertussen terug toegeslagen. Een vijftal maanden terug is mijn vader onverwacht overleden op de leeftijd van 49 jaar. Ik heb het nog steeds moeilijk om zijn dood te aanvaarden, zeker door de manier waarop het gebeurt is.
Zoals je alvast wel weet heeft Californië buiten aardbevingen ook te kampen met andere gevaren van de natuur. Slangen, poema’s, giftige spinnen, … ze zijn hier niet zelden te vinden. Het was in de schuur van de neger Martin “James” Donovan, dat ik het stoffelijke overschot van mijn vader, George Leibold, heb gevonden. Zijn lichaam was volledig ontsierd met spinnenwebben en deze ondieren waren over zijn hele lichaam terug te vinden. Als dokter had ik al veel gezien maar toen uit de mond van mijn vader een spin kroop begon ik te kokhalzen. Volgens de autoriteiten en de autopsie zou mijn vader versukkelt geraakt zijn in een web met giftige spinnen. Hij zou een allergische reactie vertoont hebben aan de beten en dit is hem dus ook fataal geworden. Mijn moeder, Esther Weddermerry” was 51 toen ze weduwe werd. Later is ook gebleken dat Martin “James” Donovan getuige is geweest van het ongeluk van mijn vader. De schoft was te laf om in te grijpen en is gaan lopen zonder hulp te gaan halen. Drie dagen heeft het geduurd alvorens we vader’s lichaam hebben gevonden.
Met men broer en mijn zus gaat alles goed. Men broer heeft zich nooit geïnteresseerd in studies en werkt momenteel als havenarbeider. Hij is getrouwd met een 8 jaar oudere vrouw, Carol Bunton, en ze hebben samen een zoontje van 6 jaar genaamd Olliver. Men zuster is verpleegster en heeft zich verloofd met Tom Foyster, een jonge dynamische chirurg.
Zo ik hoop dat u hiermee een betere kijk hebt op mij. Ik hoop u zo spoedig mogelijk te begroeten in Boston.
Met vriendelijke groeten,
Dokter John Leibold.