PROLOOG Afgoden

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Kortverhalen

Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening

Reacties

door Gimli
mandraak, 152 / 595
gepost: 17-3-2002
om 17u32
PROLOOG Afgoden
Ik zou graag zo veel mogelijk reacties op dit verhaal hebben. En als iets niet goed vind zeg het dan. Het zou kunnen dat je nooit het einde zal kennen van dit verhaal omdat ik nu eenmaal niet lang aan het zelfde verhaal kan werken.




Afgoden


PROLOOG


Het is was een heldere nacht, de volle maan stond hoog aan de hemel. Maar niet alles was verlicht met de zilveren manestralen. In het Wyrmwoud slopen vele wezens rond die door de hoge bomen ontrokken waren van het maanlicht. Niet dat zij het maanlicht niet konden verdragen, maanlicht was onder normale omstandigheden zelfs een waar genot om mee beschenen te worden. Maar nu moesten ze aan het oog ontrokken blijven, zij hadden een missie. Daarom slopen ze vastberaden verder door het kreupelhout.


Langzaam verenigden de vele schepsels zich tot één groot leger. Ze kwamen tot stilstand voor de hoge houten poort van een grote ommuurde stad. Ze waren ondertussen uitgegroeid tot een strijdmacht van honderden individuen. Ze hadden hun doel bereikt, nu het was gedaan met de rondsluipen en extreme voorzichtigheid.


Boven de poort op de stadsmuur kwam een soldaat wakker die eigenlijk de wacht had moeten houden. Maar hij was langzaam op een kanteel in slaap gevallen. Door zijn slaperige ogen zag hij vele kleine vlammetjes oplichten beneden zich voor de poort. Naarmate de slaap langzaam verdween begon hij duidelijker te zien. Hij zag wezens die hij een meter hoog schatte en andere die veel kleiner waren. Hij verschuilde zich meteen achter de kanteel waar hij een paar uur eerder ingedommeld was.


‘Ik moet hulp halen’ dacht hij bij zichzelf.


Meteen stond hij recht en riep zo luid als hij kon ‘Aanval aanv…’ Een pijl trof hem in zijn hals. Zijn lichaam zakte in elkaar, het laatste wat hij zag waren de poorten ondertussen al in de fik stonden. Maar gelukkig waren andere stadswachten door de kreten van hun voormalige collega gewekt. Een tiental van hen ging op de stadswallen een kijkje nemen. Allen werden onmiddellijk neergehaald door een pijlensalvo. Behalve één die juist snel genoeg achter een kanteel wegdook. Hij keek voorzichtig naar beneden maar zag niet meer dan een groot leger mensachtigen. Wat het precies waren werd nog altijd verhuld door de nacht en de verre afstand waarvan hij hen zag. Ondanks de heldere maan en het vuur van de poort die wellicht een hoop brandend hout zou zijn.


Hij sloop terug naar beneden waar hij zich bij de andere stadswachters voegde. De stadswachters verzamelden zich voor de stadspoort. Ze haalden hun zwaarden uit het gevest en maakten zich klaar voor de strijd. De stadspoort was niet meer te redden en zou binnen de tien seconden instorten.


En zo gebeurde, een pijlensalvo trof de eerste linie stadswachters. Meteen daarna sprongen de vijandige wezens onbevreesd over de stapel brandend hout. Maar in plaats van recht door te lopen en met de stadswachten slaags te raken sloegen ze meteen links af. Ze liepen nu zo snel mogelijk langs de stadsmuur richting een onbekend doel. De stadswachten liepen hen meteen achterna zodat ze gevat zouden zijn voordat ze het leven ontnamen van onschuldige burgers. Maar de rest van het leger liep rechtdoor. Ze hadden hun fout maar door toen het leger al binnenwas.


De burgers werden wakker door al dat rumoer op straat. Toen ze hun slaapkamervensters naar buiten keken zagen ze de stadswachten die in kleine groepjes twee soorten wezens achterna liepen. De ene waren grijsgroene wezens van een meter groot. Ze hadden gepunte oren en hadden een bek vol gebroken –en messcherpe tanden.


De andere waren kleine mannetjes van zestig centmeter die in donkere kleren droegen van dierenvellen samen met bijpassend puntmutsen. Ook zij hadden eveneens gepunte oren maar die van hen maar veel groter in vergelijking met hun hoofd.


Het leek erop dat de enige reden dat ze de stad aanvielen was dat ze gewoon de boel kort en klein wilden slaan. Ze schoten vuurpijlen af in alle richtingen en zochten voorwerpen om te vernietigingen. De stadswachten deden een poging tot strijden met deze destructieve schepsels. Maar ze negeerden -en ontweken hen gewoon. Of trakteerden op een pijl of een zwaardslag in het voorbijkomen.


Iedereen was ondertussen druk in de weer met emmertjes water wat overbleef te redden. Wat niet gemakkelijk was door de vijandige wezens die nog steeds door gingen met dingen te vernietigen. Ze maakten geen onderscheid tussen een stoel of een vrouw met een emmer water.


Na een paar uur begonnen ze langzaam terug te verdwijnen in het Wyrmwoud. Wat achterbleef was een meer dan lichtjes aangebrande stad.

door Gersom
code monkey, 1449 / 7246
gepost: 17-3-2002
om 19u19
Re: PROLOOG Afgoden
1. Kijk na op fouten... als je in de eerste regel al iets schrijft a la "Het is was een heldere nacht" lokt dat de mensen niet meteen.




2. Je vertelstandpunt is niet helemaal wat het zijn moet. Alles wordt hopeloos afstandelijk verteld. Net als ik je de vorige keer heb gezegd: 'show, don't tell'. Zeg niet wat er gebeurd, beschrijf het, liefst in de meest gruwelijke details. Zoals het er nu staat kan de val van de stad en de dood van de wachters mij geen fluit schelen.




Ik zal proberen te verduidelijken met een voorbeeld.




Naarmate de slaap langzaam verdween begon hij duidelijker te zien. Hij zag wezens die hij een meter hoog schatte en andere die veel kleiner waren. Hij verschuilde zich meteen achter de kanteel waar hij een paar uur eerder ingedommeld was.


‘Ik moet hulp halen’ dacht hij bij zichzelf.


Meteen stond hij recht en riep zo luid als hij kon ‘Aanval aanv…’ Een pijl trof hem in zijn hals. Zijn lichaam zakte in elkaar, het laatste wat hij zag waren de poorten ondertussen al in de fik stonden.





Waarom moest hij altijd de nacht trekken? Elrik wreef de slaap uit z'n beide bruine ogen. Toen dat niet hielp hield hij ermee op.


De toorts die hij bij zich had had zich gedoofd intussen Waarschijnlijk door de wind uitgeblazen. Een kille noorderbries. Zijn tondel moest hier nog ergens liggen. Hij greep wat rond met zijn klamme handen. Niets. Had hij het bij de fakkel gelaten?


Elrik's rug kraakt als hij zich uitrekt. Geen goed idee in het stikdonker zomaar op de muren rondlopen. Kan je maar beter uitkijken waar je stapt. Zijn blik houdt hij naar beneden gericht, in de hoop de tondel te zien glinsteren op de plavuizen. Wind grijpt hem naar de oren.


Dan tikt iets tegen zijn voet en triomfantelijk raapt hij de tondel op. Het ding ketst en vonken springen op boven de toorts. De wind blaast ze weg, maar Elrik probeert geen tweede maal.


Beneden, voor de stadpoort, drommen lichtjes samen. Fakkellichtjes, die holle schaduwen werpen op kleine misvormde wezens. Op de wind kwamen hun rochelende vloeken mee en gehamer op de poorten.


Een pijl raakte zijn helm langszij. Een ogenblik stond hij niet begrijpend voor zich uit te staren. Hoe konden ze... de fakkel was aangegaan, een baken voor verdwaalde schippers.


'Aanval!' schreeuwde hij en zijn slapende stembanden braken haast op het langgerekte woord. Verderop loeide een wachthoorn alsof iemand hem verhoord had. Hij haalde adem, slikte, riep opnieuw, 'Aan-!'


Daarna zonk hij weg, achter de kanteel, alsof hij wanhpog dekking zocht van de pijl die net zijn hart doorpriemd had. Zijn laatste lettergreep verdwijn in een onderdrukte schwa*.





Wederom beweer ik niet dat mijn versie hoogstaand literair is, maar het brengt in elk geval ietwat meer drama in het verhaal. Een oude vertelregel zegt dat je de lezers eerst een personage moet voorstellen (in zekere mate) voor je het de dood in jaagt. (Vereist doorgaans ietsje meer typwerk.




* Kon het niet laten, sorry.



Ask no questions and you'll be told no lies.
door delea
draak, 23 / 89
gepost: 6-12-2002
om 19u32
Re: PROLOOG Afgoden
Gersom, je bent veel te bescheiden! Met alle respect, Gimli, maar Gersom's bewerking vind ik veel beter. Bij dit verhaal had ik ongeveer dezelfde ervaring als bij het Rad des Tijds van Jordan: een goed verhaal, maar niet zo goed verteld. Als je die schrijfstijl wat weet te verbeteren zal alles wel in orde komen, denk ik


------------------------------------------------------------------------------------




No more Agony,


No more Torture,


No more Reality...

Dit item bevindt zich in:

Meer ... > Eigen schrijverij > Kortverhalen

naar boven