Het is nu eenmaal de humor die van Arleston een speciaal reeksenschrijver maakt. Maar het is hem vergeven, en dan nu: het verhaal: we zijn aan het ochtendgloren van Troy, de planeet is nagelnieuw en nog nooit bewandeld door mensen. Maar sinds kort worden er kleine groepjes kolonialen gedropt, en dat zijn lang niet allemaal vrijwilligers… We volgen het verhaal van Zuynn en Vallend blad in de geschifte wereld van Troy, zij zijn op zoek naar hun ouders die ergens anders zijn gedropt op de planeet.
Arleston weet zich goed te redden in de wereld van Troy, hij kent ze ondertussen door en door (mag zo stilaan wel) en dat is te zien: het gemak waarmee de gebeurtenissen zich ontrollen is een lust voor het oog. Er zijn geen verwrongen plottwisten die overduidelijk alleen maar in het verhaal zitten om de personages daar of daar te krijgen. Nee, het zit mooi in elkaar. Toch heb ik het gevoel: je gaat hier minder plezier aan beleven als je de originele reeks niet hebt gelezen. In het eerste (en momentele nog enige) album van de Veroveraars van Troy zijn ze aan het bouwen aan een grote toren die later centraal zal staan in het hele verhaal van Lanfeust.
Het groepje dat hij elke keer samen stelt in elk verhaal begint wel een beetje op te vallen: er is altijd een vrouw met een veel te grote boezem die continu halfnaakt rond loopt, een sterke kerel aan haar zijde en om het af te maken de onhandige slungel-die-af-en-toe-wel-handig-is. Maar ik vond het niet erg, hoogstens een beetje doorzichtig.
De tekeningen zijn knap en dan vooral knap ingekleurd. Af en toe missen ze wat detail, maar door de vlotte inkleuring valt het helemaal niet op en zo wordt het een grafisch heel knap album.
Ik kijk uit naar het volgende album, dat alleszins wel.
Scenarist: Arleston
Tekenaar: Tota
Inkleuring: Lamirand
Uitgeverij: Talent uitgeverij



