Ah, Gormenghast! Een kolossale burcht met talloze kamers, uitgestrekte zalen en stoffige vertrekken, duistere kelders en bochtige trappen, grootse hallen en vergeten zolders… In deze stenen wildernis vol groteske karakters heerst sinds mensenheugenis het geslacht van de Graven van Grauw, of juister, heersen de heilige en ijzeren – en vastgeroeste – wetten en tradities, waar niet aan te tornen valt, en nog minder mee te spotten. Niets in Gormenghast verandert ooit, alles verloopt volgens een strak patroon dat onmogelijk gewijzigd kan worden, en zo hoort het ook. Tot er plots tóch iets verandert… iets dat schijnbaar onschuldig begint, maar al snel op een macaber spel uitloopt. Er komt leven in de burcht, maar op een erg sinistere wijze, een wijze die zeker niet door iedereen geaprecieerd wordt. Een levensgevaarlijke intrigant sluipt binnen in het slotleven, en dat heeft verregaande implicaties, zeker nu de zevenzeventigste Graaf geboren is, de enige mannelijke erfgenaam… [meer kan ik niet over het verhaal vertellen, het zou uw leesplezier en de spanning wat bederven].
Mervyn Peake moet zowat de meest onderschatte fantasy-schrijver te wereld zijn. Tegenwoordig kan je geen verhaal over fantasy meer uitbrengen of het wordt gepubliceerd – getuige daarvan de enorme massa barslechte lectuur die ik hiervan achter de kiezen heb – maar Peake heeft nooit veel succes gehad. Nochtans stond hij samen met Tolkien aan de basis van het hele genre. Titus Groan kwam in 1946 uit in het Engels, kreeg 2 herdrukken maar werd pas in 1998 (!) in het Nederlands vertaald. Eindelijk, want Peake's erg rijke Engels is niet altijd even makkelijk te begrijpen.
Het eerste boek is een pareltje. Een lijvige parel misschien, maar ongelooflijk, werkelijk schitterend. Het kasteel op zich is een spektakel, de figuren die er in rondlopen zijn stuk voor stuk magistrale en absurde creaturen met de meest vreemde ideeën en obsessies. Peake weet als geen ander scenes en taferelen te beschrijven, met een enorm gevarieerde woordenschat en een uiterst subtiel taalgevoel. De scenes zelf zijn stuk voor stuk kunstwerkjes van creativiteit, – neem nu die waarin 2 mannen mekaar proberen te vermoorden, terwijl een derde tussen hen in slaapwandelt - de plot is meesterlijk… woorden schieten te kort, want elke beschrijving, hoe fantastisch ook, vervalt in het niet bij Peake's literair talent en zou er onherroepelijk afbreuk aan doen.
Naar mijn bijzonder persoonlijke mening is dit boek zelf net iets beter dan in de ban van de ring en dat zeg ik niet licht, want zo ken ik er maar bijzonder weinig [op dit boek na geen, de rest zit kilometers onder Tolkien], hoewel ze misschien wat moeilijk te vergelijken zijn omdat de setting zo erg verschilt. Maar de sfeer en de wereld die Peake schept is zo uniek en zo geniaal, dat het in dit geval niet misplaatst is. Lezen dat boek, en mij niet meer onder ogen durven komen en zeggen "ik weet wel wat van fantasy af hoor, ik heb het belangrijkste wel gelezen" als u zich niet door dit betoverende meesterwerk hebt laten meeslepen.