Je ligt knus in je bed, binnen is het warm. Buiten hoor je de wind gieren en de regen op je dak slaan. Volkomen rustig slaag je een bladzijde van het boek om. Je hebt alle tijd...Heugenis, smart en het sterrenzwaard is een van die pareltjes die nog lang blijven nazinderen in je hoofd en je verbeelding. Het is een lijvige trilogie (deel drie bestaat uit twee delen) waarvan elk deel bestaat uit een zevenhonderdtal pagina’s. Laat dit je echter niet afschrikken: Tad Williams is een meester in het beschrijven. Hij schrijft niet onnoemelijk vlot, maar hij voert je mee doorheen Osten Ard. Altijd maar verder en verder, totdat je plots merkt dat je het boek nu toch wel eens zou moeten wegleggen en gaan slapen. Op een of andere manier blijft het altijd boeien en blijf je altijd in onzekerheid over het lot van de personages. De hoofdrolspelers in het boek zijn geen helden: Simon, de koksjongen ; Bibanik, de trol en Miramele. Het zijn alledrie kwetsbare en kleine figuren in een wereld die volledig staat te veranderen, je krijgt dus nooit het gevoel van: ze redden zich wel.
Wat wel heel opvallend is, is dat het algemene geloof in Osten Ard heel hard is afgeleid van het christendom, het heet alleen anders. In het begin zeg je daar wel iets op, maar later merk je het zelfs niet meer. Ook de vergelijking van het kaartje in het boek met een kaartje van Midden-Aarde van Tolkien is snel gemaakt.
Door het eerste deel van het verhaal moet je jezelf wel door worstelen, in de eerste 250 pagina’s gebeurt er echts niets en krijg je de neiging om het boek weg te leggen en niet meer te bekijken. Had ik het toen gedaan en geweten wat ik er aan zou gemist hebben, dan zou ik eens een paar keer goed met mijn hoofd tegen de muur hebben geslagen en het manuscript terug ter hande hebben genomen. De eerste 250 pagina’s worden vooral besteed aan de karakteruitdieping van Simon en zijn leven als koksjongen op het kasteel, de teloorgang van Prester John en de komst van Pryates. Het boek komt goed van de grond als aan dit deel een einde komt (wat natuurlijk niet wil zeggen dat het eerste stuk slecht is)
De hoofdstukken zijn op zich altijd lijvige delen. Een hoofdstuk telt al snel twintig tot veertig pagina’s, ik vind dat met lange hoofdstukken soms jammerlijk het ritme uit het verhaal wordt gehaald, maar hier had ik totaal geen last van.
Conclusie: je bent lang bezig met de volledige reeks, maar het loont zeker de moeite om ze uit te lezen. 
Vecht en leef, vecht en sterf. God wacht op ons allen.



