Schrijver: Dino BuzzatiUitgeverij: De wereldbibliotheek
224 pagina's
ISBN: 90-284-2172-6
Lang geleden dat ik ooit nog eens vijf minuten tijd had om een recensie te schrijven. Maar nu dat ik de tijd heb wil ik ze graag even spenderen aan het onder de loep nemen van De Woestijn van de Tartaren, een roman geschreven in 1938, maar pas uitgegeven na de oorlog in 1945. Opgelet! Mensen die bij het zien van deze data gillend weglopen met in hun achterhoofd 'wat een ouderwets ding' zijn fout.
Het boek is opgenomen in de wereldbibliotheek en zoals dat meestal gebeurt, was daar een goede reden voor. Voor mij heeft elk boek om te beginnen een interessant idee nodig. En dat is hier zeker aanwezig.
De jonge Luitenant Giovanni Drogo krijgt zijn allereerste standplaats bij een fort hoog in de bergen, dat uitkijkt op een uitgestrekte woestijn. Al jaren gaat het gerucht de ronde dat de Tartaren in de woestijn een leger aan het verzamelen zijn en zich opmaken voor een aanval.
In verwachting dat er grote dingen te gebeuren staan, begint Drogo aan zijn dienst. Zijn leven ligt nog voor hem, een schitterende militaire carrière lonkt. Maar hij raakt in de ban van het eentonige bestaan in het fort, waar iedereen wacht op de Tartaren.
De samenvatting van het boek is waar het zoal om draait: de mens wentelt zich in gewoontes en daar is hij bijzonder gelukkig mee en hij heeft het er moeilijk mee om te breken met die gewoonten.
Iedereen denkt: de volgende dag zullen de Tartaren komen en voordat je het weet is er weeral een dag voorbij met dezelfde wachtrondes, dezelfde administratie, dezelfde uurtjes kaart.
Het is een beetje zoals poker: zet ik nog in op de volgende dag? Zo ja, dan is er waarschijnlijk weer dezelfde dag in het verschiet. Maar stel dat de Tartaren komen... En zo nee, ach ik zit hier al zo lang. Dan is die dag extra wachten op HET grote moment het wel waard.
Weggaan voordat je vastroest.
Het boek zegt nooit waar en wanneer het zich afspeelt, ook lopen er een hele hoop soldaten rond die je nooit bij naam of gezicht leert kennen. Die anonimiteit maakt het geheel mysterieus en trekt het verhaal voort.
Het taalgebruik in het boek, dat eerst wat moeilijk durft over te komen, wordt gaandeweg een plezier om te lezen. De schrijver is heel sterk in het oproepen van beelden en situaties en hij slaagt er in om het hele gegeven Komen de tartaren of komen ze niet? boeiend te houden tot en met de laatste letter.
Knap boek.



