Waarom, vraagt Mel Hartman zich af, lezen wij eigenlijk fantasy? Ik zal die vraag alleen vor mezelf proberen te beantwoorden. Het lijkt me leuk om ervaringen op dit gebied uit te wisselen.
Laat ik beginnen met zeggen dat ik nooit een boek zou lezen alleen omdat het fantasy is: voordat ik een boek wil lezen moet het voldoen aan een aantal kwaliteitseisen die voor alle boeken gelden, of ze nu fantasy zijn of niet. De stijl moet minstens goed zijn, het boek moet interessante gedachtes bevatten, het moet me verrassen, enzovoort. Ik lees ook niet alleen maar fantasy: met Joyce, Nabokov of Pynchon maak je me ook erg blij.
Maar niettemin, ik heb een voorliefde voor fantasy, en doe veel meer moeite om goede fantasy te ontdekken dan om goede boeken van andere schrijvers te ontdekken. Hoe komt dat? Ik denk dat de redenen die ik daar vroeger voor had anders waren dan de redenen die ik daar nu voor heb, hoewel niet geheel ongerelateerd. Voor de compleetheid bespreek ik beide categorieën.
Redenen die ik vroeger had
Een nieuwe wereld ontdekken
Ik vond het echt geweldig om een geheel nieuwe wereld te ontdekken, er langzaam vertrouwd mee te raken en steeds nieuwe stukjes ervan te zien. Wat was er leuker dan nog een verhaal in dezelfde wereld, zodat je nog meer erover te weten kon komen en kwam op plaatsen of tijden waar je niet eerder geweest was? Dit plezier is denk ik verantwoordelijk voor zowel de lengte van veel fantasyseries als voor het feit dat er zo vaak een kaart voorin gegeven wordt.
Als ik kijk naar mijn lezen van de laatste jaren was dit niet meer zo belangrijk. Waarom weet ik niet precies, maar ik heb wel een theorie: van alle schrijvers die geprobeerd hebben om een wereld neer te zetten die een plezier is om te ontdekken, is het eigenlijk alleen Tolkien gelukt. Alleen bij Tolkien weet en voel je dat er ongelooflijk veel intelligentie, denkkracht en noeste arbeid zit in elke plaatsnaam, elke verwijzing naar de geschiedenis, elk stukje van de kaart, elk jaartal. Alle navolgelingen van Tolkien leer je te doorzien als slappe aftreksels hiervan, en dan is het plezier snel weg. (En van de andere grote fantasy-schrijvers is er voor zover ik weet niemand die geprobeerd heeft Tolkien te evenaren. Je zal bij hen ook tevergeefs zoeken naar een kaart of een mythologische tijdlijn, bijvoorbeeld.)
Actie, spanning, avontuur
Een groot deel van de fantasy draait om actie, om spanning en om avonturen. Dat spreekt aan, zeker als je wat jonger bent en van andere boeken vindt dat ze maar saai zijn omdat er niets gebeurt. Vroeger was dit voor mij een reden om fantasy te preferen; tegenwoordig niet meer, zoals mijn voorliefde voor buitengewoon actie-loze fantasy-schrijvers als Mervyn Peake en John Crowley wel bewijst.
Gevoel van participatie
Het is vast gerelateerd aan het vorige punt: ik kon vroeger bij het lezen van een goed fantasyboek nauwelijks stilzitten, want als er een slechterik werd beschreven had ik meteen zin om me in te denken dat ik de koele tovenaar/zwaardvechter/weet ik het wat was die hem ging verslaan. Volgens mij ben ik vaak opgesprongen van mijn boek om dat even na te spelen!
Tegenwoordig heb ik dat niet meer, of in ieder geval veel minder. Dat heeft vast iets met volwassen worden te maken, maar ik ben er niet helemaal zeker van dat het een goede ontwikkeling is.
Redenen die ik nu heb
De volste uitingen van de verbeeldingskracht
Ik houd van boeken die mij mentaal stimuleren, en het liefst op zo veel mogelijk vlakken tegelijk. Eén van die vlakken is de verbeeldingskracht, en dat is een vlak dat er bij veel realistische literatuur nogal bekaaid vanaf komt. Fantasy daarentegen heeft van de verbeeldingskracht juist haar sterkste punt gemaakt. Afgezien van alle andere redenen waarom het een geniaal boek is, zou je A Voyage to Arcturus alleen al lezen om de bizarre, geweldige beelden die je voor ogen worden getoverd. Of neem Couperus: zijn fantasy-verhaal Psyche is wellicht niet zijn beste boek, maar de geweldig sterke verbeeldingskracht die hij erin kwijt kon tilt het boven een behoorlijk deel van zijn andere werken uit.
"Bizarre" boeken
Ik houd van boeken die anders zijn dan alle andere boeken die ik gelezen heb. Als een schrijver dingen doet die ik nog nooit gezien heb, dan vind ik dat geweldig. (Niet voor niets noemde ik hierboven Joyce, Nabokov en Pynchon als enkele van mijn favoriete niet-fantasy schrijvers.) In de traditie die wij fantasy noemen zijn behoorlijk wat bizarre boeken geschreven.
Vreemd genoeg zijn er echter ook heel erg veel volkomen formulaïsche boeken geschreven in de fantasy. "Laatste telg van een oud koningsgeslacht bla bla duistere heerser die de hele wereld bla bla magisch zwaard bla avonturen bla bla bla..." Van dat soort boeken houd ik dus niet.
In gesprek met oudere literatuur
Het is voor iemand die schrijft in de moderne romantraditie vrijwel onmogelijk om serieus in gesprek te gaan met literatuur die van vóór die traditie stamt. Om in gesprek te gaan met de mythe (Time and the Gods, The Silmarillion), met de heldensage (Grendel), met het epos (The Worm Ouroboros, The Lord of the Rings, Viriconium), met het sprookje (Little, Big), of met schrijvers als Dante of Milton of weet ik het wie, moet je haast wel fantasy schrijven. En dat soort gesprekken zijn spannend en leuk!
Geen psychologie
Een gerelateerd punt is dat je haast wel fantasy of iets in die richting moet schrijven om onder de psychologische verklaring uit te komen. Niets interesseert mij minder dan psychologische verklaringen van de acties van de hoofdpersonen (ik chargeer). Het is een bevrijding wanneer een boek dit eens niet doet, en dat soort boeken vind je relatief veel in de fantasy.
Ongelimiteerd uitbeelden van ideeën en gevoelens
Doordat de verbeeldingskracht in fantasy geen limieten kent, kan de schrijver op veel meer manieren de ideeën, concepten, stemmingen en gevoelens uitbeelden die hij wil gebruiken. Het kasteel Ghormengast laat Mervyn Peake de slopende verdrukking van de traditie scherper uitbeelden dan hij ooit in een realistische setting had kunnen doen; de bizarre vallei Matterplay op Arcturus maakt David Lindsays ideeën over de waarde van de levensdrang en de evolutie duidelijker dan elk theoretisch argument; enzovoort.
De mogelijkheid van actie
Eén van de meest dubieuze en tegelijkertijd meest aantrekkelijke aspecten van fantasy is dat de schrijver de mogelijkheid heeft een wereld te maken waarin de personages daadwerkelijk een verschil maken; waarin je nog relatief ongecompliceerd actie kan ondernemen en kan overwinnen. Dat dit in onze moeilijke, ultra-gecompliceerde wereld aantrekkelijk is, behoeft nauwelijks uitleg; dat het ideologisch zeer dubieus is, en niet alleen leidt tot escapisme maar zelfs iets gemeen heeft met de aantrekkingskracht van radicale politieke stromingen, ook niet. Toch is ook het nadenken over deze spanning voor zover ik gezien heb het beste gedaan binnen de fantasy: namelijk in M. John Harrisons Viriconium.
Hoop op een wereld voorbij de banale
Misschien dat dit wel het belangrijkste punt is, hoewel het niet los staat van de rest. Wat de beste fantasy ons geeft is een wereld vol betekenis, vol grote daden, hoge emoties, vol schoonheid en zuiverheid en sublimiteit. Fantasy houdt zo de belofte in van een wereld waarin de banale details van de alledaagse werkelijkheid geen belang meer hebben. Om met Nabokov te spreken: fantasy houdt de belofte in van "other states of being where art (curiosity, tenderness, kindness, ecstasy) is the norm".
Dit is een analyse van mijn voorkeur; graag hoor ik die van jullie.