scène 5: Owl‘s Scouring Eyes

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
9-7-2007, 16u38, door Zorbalt
"Luister, mijn roedelgenoten. Luister naar ons vreselijke relaas. Probeer jullie te herinneren waar het mis ging, zodat dit de laatste valstrik ooit zal zijn die jullie zal treffen."

~ Daniël "Stonecutter" Lismore






richting Route 23, de Big Stone Gap.
Woensdag 15 augustus 2006, 05:35 uur




pagina's: 1, laatste

Reacties

door malkav
achterban(k), 5158 / 7020
gepost: 29-4-2007
om 19u51

gewijzigd door malkav
29-4-2007 om 22u40

Antw: Scéne 5: Shades of the past
Rustig hobbelde het dofblauwe bestelwagentje over de halfverharde weg. Zijn twee sterke koplampen wierpen grote vlekken van helder licht in de duisternis die hen omringde. De weg was maar net breed genoeg voor het voertuig en de hoge stammen langs weerzijden gaven het soms de vreemde indruk dat ze in een kloof reden. Op Miles' schoot lag een wegenkaart opengeplooid en op het stuk dashboard voor hem lag een gedetailleerdere stafkaart.Hij volgde met zijn ogen de lichtvlekken om de volgende splitsing niet te missen. Er was geen straatverlichting op dit soort baantjes in de Appalachen en ook de bewegwijzering was schaars.
Miles hielp Sakura, die aan het stuur zat, om de weg te vinden, en dat was niet bepaald eenvoudig. Af en toe scheen hij met een klein zaklampje op de beide kaarten om dan weer de weg buiten te volgen. De radio stond aan, erg zachtjes, want op de achterbank sliepen hun drie roedelgenoten.
"Je moet de volgende links. 200 meter na een open plek op rechts,.. volgens deze stafkaart dan." Miles sprak half fluisterend tegen Sakura, om niemand te wekken. Ze zouden allemaal hun slaap nodig hebben.

Sakura knikte en keek even door de binnenspiegel naar achteren. Lismore zat achter haar en ze kon zijn gezicht niet zien zonder haar hoofd te draaien. Het zou haar niets verbazen als hij daar met opzet was gaan zitten. Het was haar in New York al opgevallen dat hij binnen 'normale menselijke' situaties iedere blik van haar afwende. Ze was er nog steeds niet achter of dit uit onbewuste arrogantie of onbewuste schaamte kwam dat hij dit deed. Ze kenden elkaar al langer natuurlijk, en in de lange tussentijd dat ze Daniël niet had gezien was er heel wat nieuw ijs aangegroeid. Vanaf het eerste moment dat ze Daniël had ontmoet in Central Park had hij niet bepaald een positieve herinnering achtergelaten bij haar. De herkansingen die hij gehad heeft op het Pentagon, toen zij hem er toevalligerwijs tegenkwam, had hij ook onbenut gelaten. De man was wat rechtlijnig. En één enkele maal had Sakura een grap van hem, die werkelijk goed was, niet eens als rascistisch opgenomen totdat ze het schaamrood zag op zijn wangen en de ontduikende blik. Ze wist wel dat hij ooit deel had uitgemaakt van 'de Ivoren Wachters', maar dit was ver voordat Sakura ook maar van het bestaan wist van deze pack. Het was pas eerder vandaag dat dat ijs uiteindelijk gebroken was tussen hen.
Ze reden langs een soort afgraving. Grote witte duinen rondom een mensgemaakt meer. Temidden van het woud. De brede bandsporen hier wezen erop dat dit waarschijnlijk de plek was waar ze wit zand vandaan haalden. Voor nieuwbouw projecten op zachte grond was veel wit zand nodig. Zover van de beschaving konden zij plots niet meer zijn. Op Miles' instructies draaide zij het busje naar links een wat bredere geasfalteerde weg op die spontaan leek te beginnen. Was het asfalt op geweest? Het busje schudde even wild omdat ze niet anders dan schuin het asfalt op kon rijden. Ze keek even geschrokken door de binnenspiegel naar haar passagiers. Ze zag enkel de kop van Waar-Niemand-Voelt opsteken na een verbaasde grom. Dwaine draaide zich weer even snel in een semi-comfortabele positie en sliep weer verder, waarschijnlijk kon Sakura een zwarte roos afsteken tussen zijn voeten en hij zou nog door slapen. Ze zou zelfs denken dat hij zulks grap wel zou kunnen waarderen,.. hij moest het immers gewend zijn aan zijn de verhalen van zijn College dagen te horen. Ze was blij dat die dingen haar groitendeels ongewoon waren gebleven op Yale. Ze lachtte in haarzelf en drukte het gas wat meer in nu ze even solide ondergrond hadden.
"Niet te snel! Er komt straks een vreemde S-bocht, waar je halverwege een klein bospad op moet. Dat is een binnenweg die ons zeker twee uur bespaart."
Na enkele minuten zag ze het woud wat spreiden en over het glooiende landschap wat even verscheen zag zij de grote S-bocht naar beneden. De aarde was overal omgewoeld en gigantische stronken lagen her en der verspreid over de kleine vlakte. Vanaf de brede achterbank was een valse grom te horen. Waar-Niemand-Voelt had haar kop onder het gordijntje van het achterraan gestoken. Sakura begreep dat zij nog niet veel van de wereld had gezien,..Maya's pijn leek onschuldig en puur.. Iets wat waarschijnlijk in het verloop van deze missie wel zou veranderen.
Sakura wist niet wat Miles als een S-Bocht zag, maar dit waren toch duidelijk twee haarspeldbochten na elkaar, en redelijk stijl naar beneden. Ze verminderde stevig vaart en liet het busje langzaam naar beneden rollen.. Ze nam de bochten behendig, zover dat kon met een busje. Op haar motor zou ze hier toch wel met zo'n 70 a 80km per uur doorheen durven hangen.. Met zo'n bus was dat zelfmoord. Ze vertrouwde op Miles's directies,.. maar zijn 'tussenwegen' waren wel heel erg 'tussen'. Sakura kon wel ietwat kaartlezen, en deze gehele reis had ze soms uitgeteld hoever de volgende stop hemelsbreed was qua afstand en tijd... Als zij er op Miles instructies minder lang over reden dan de hemelsbrede afstand was er toch wel iets scheef. "Miles, het lijkt me sterk dat je geheel op eigen initiatief die routes uitstippeld.. vertel me; wat is je geheim!!, sprak ze ietwat spottend en luid..

Miles ogen keken niet naar Sakura. Ze flitsten voortdurend over en weer tussen de kaarten en de weg die ze volgden. "Je moet de stafkaart begrijpen en het terrein aanvoelen. Dit hier," zei Miles, en hij veegde met zijn hand over de grote wegenkaart, "is eigenlijk waardeloos. Vooral in bergachtig gebied als dit." Hij keek op van de weg en naar Sakura. "Jij lijkt te vergeten dat mijn hele leven uit niets anders bestaat dan routes uitstippelen. Als je ergens op tijd moet zijn, leer je snel hoe efficiënt reizen werkt."
Sakura knikte en haar haren vielen voor de ogen. Ze trok met haar tanden aan het elastiekte van haar rechterpols en spande deze over haar hand. Met één vloeiende beweging van haar rechterhand deed ze een staart in. Vervolgens draaide ze wederom een zanderig pad in na wat nonchalant wijzen van Miles. "Efficiënt, is het zeker. Als we ongeveer een constante van veertig kilometer per uur hebben van punt A naar B,.. punten die veertig kilometer uit elkaar liggen, en we komen er na drie kwartier aan.. Dan reis je inderdaad efficiënt.."

Miles wist niet goed of Sakura dat sarcastisch bedoelde of niet. Twijfelde ze aan zijn capaciteiten of zat ze hem maar wat te jennen. Hij liet zich hoe dan ook niet opjagen. En ook niet in de hoek duwen. "Als je wil, nemen we de proef op de som. Doen we de terugreis op jouw manier. Maar ik was op tijd in New York en jij had je post op tijd, dus tot nu toe heb je geen klagen gehad."
Hij keek haar vluchtig aan uit zijn ooghoeken. "Over twee kilometer zijn we weer op de hoofdbaan."

"Ik twijfel niet aan je talenten Miles, maar ergens denk ik dat we geholpen worden sinds we New York verlaten hebben. En ja, ik ben je nog steeds dankbaar dat je op tijd in New York was.. Hoe je die adoptie papieren zo snel van Seattle naar New York hebt gekregen is ook maar gedeeltelijk gissen voor mij.."

4 Augustus,
Punjab Deli
57th Street. NY


Een beetje onhandig wrong Miles zichzelf en zijn rugzak het restaurant binnen. Het was pseudo-Indisch ingericht en dat wilde zeggen dat het was volgestouwd met goudgeschilderde prullen het manouvreren moeilijk maakte voor iemand met een rugzak van 100 liter op zijn rug. Hij liet het logge gewicht zakken en zette zich aan tafeltje om te wachten tot de vrouw binnenkwam waarmee hij een afspraak had ook al wist ze dat zelf nog niet. Hij had gedacht haar op de Caern aan te treffen, maar dat bleek niet het geval. Volgens De-maan-achter-de-wolken kwam ze hier echter eten deze namiddag en dus vatte Miles hier post en bestelde hij een noedelschotel.

Ze was vanochtend vroeg aangekomen in New York en had haar gereserveerde kamer in de Mandarin Oriental met haar zicht over Central park snel betrokken. Ze voelde zich fijn hier, dit was niet ver van waar Lucas en zij ooit woonde langs 57th Street. Ze zou vandaag de adoptie papieren moeten ontvangen van een verloren Welp hier in New York. Ze waren eergisteren uitgeschreven in Seatlle. Als de Garou zouden moeten vertrouwen op administratie van de overheid zou dit kind in een weeshuis verdwijnen. Er was een echtpaar in Seattle waarvan de man, onbekend voor zichzelf, Glasswalker Kinfolk was.. De welp was naar Sakura's idee Glasswalker zonder enige familie. Waarschijnlijk was het netwerk van haar pack, de 'Ivoren Wakers', ingeschakeld om het kind een betere plaats te gunnen. En van hen allen was Sakura de enige die beschikbaar was en toevallig ook in New York moest zijn. Als werd ze pas over enkele dagen verwacht.
Tegen lunchtijd ging ze richting de Punjab Deli, ze had daar altijd gelunched met haar collega's sinds ze voor de FBI werkte in New York. Hun koffie was heerlijk. Zelf was Sakura niet zo wild van de Indische keuken. Ze stapte binnen en ging aan een tafeltje zitten dicht aan het raam, in het zonlicht. Ze bestelde een Crème Koffie en een Nan met rauw gezouten lamsvlees. Dit was waarschijnlijk het enige gerecht wat ondanks enig verschil van naam het meest in de buurt kwam van de Japanse traditionle keuken, op noodles na dan, al prefereerde Sakura ramen. Misschien was het ook enkel de naam.
Miles veerde niet meteen recht toen er een elegante oosterse vrouw binnenstapte. Ten eerste was hij nog aan zijn noedels bezig en ten tweede observeerde hij contactpersonen graag een tijdje. Als zij Sakura Takashi was, zou ze heus niet meteen weglopen. Hij verwerkte zijn berg noedels op en wachtte tot ook zij haar bestelde schotel had opgegeten.
Toen opende hij zijn rugzak en haalde er een harde zwarte map uit. Hij stond recht van zijn tafeltje en liep met de kaft naar dat van de Oosterse vrouw. De persoonsbeschrijving klopte als een bus. "Mevrouw Sakura Takashi?"

Ze had haar lege bord naar de andere kant van de tafel geschoven en haar bestek er netjes opgelegd. Ze dronk haar laatste koffie en veegde de schuimsnor af met een servetje. Ze zocht oogcontact met een van de bedienden toen ze plots haar naam hoorde noemen. Ze draaide zich om en zag een vreemde gestalte. De man had zich wat verborgen in zijn kleding maar zijn gelaat zag er wat vreemd uit. In de enkele strepen zonlicht die over zijn gezicht langs de met 'Punjab Deli' bedrukte ramen schenen leek ze wel een aslaag te zien. Waarschijnlijk bedroog haar zicht haar.
"Ik ben de spoedkoerier. Ik heb post voor u. Uit Seattle." Miles opende de zwarte map en zocht even tussen een aantal grote bruine en witte enveloppes. Eén van de witte enveloppes overhandigde hij aan Sakura. "Hiermee zou alles op tijd in orde moet geraken."
Sakura keek vol ongeloof op en nam de grote enveloppe aan. Ze zag direct de bedrukking op de enveloppe: Amara Parenting and Adoption Services. Haar ogen werden groot en ze sprong op. "Je wil niet weten hoe belangrijk dit is.. Een verloren welp krijgt een goed thuis nu. Deze papieren moeten vóór vijftienhonderd uur op het gemeentehuis zijn.. Ik dank je namens Gaia , mijn pack 'de Ivoren Wachters', en waarschijnlijk ook de Glasswalkers van New York."

Miles knikte beleefd en ging zitten. Hij had nog nooit met een Ivoren Wachter gesproken. Dit was een mooie gelegenheid om de verhalen en oordelen die hij over hen had gehoord een eerste toetsing aan de werkelijkheid te geven."De Ivoren Wachters? Ik heb over jullie gehoord. Afgaande op de verhalen, had ik niet gedacht dat jullie je met eenvoudige adopties bezig hielden."
Sakura ging tegelijk met hem weer zitten en de man ontstak direct met een vraag die haar maar vreemd aandeed. Ze bezat de beleefdheid om nooit met een wedervraag te antwoorden. Iets waarvoor ze vroeger wel eens een tik op haar bol had gekregen van haar vader. "Ik weet niet wat voor verhalen jij gehoord hebt over de Ivoren wachters maar veelal zijn we juist met zulks zaken bezig. Sociaal-Humanitair, Millieu, Financieël en Politiek. Het is enkel de zwarte en grijze gebieden waarin wij ons bevinden die ter sprake komen natuurlijk.. We zijn geen Keizers die een Imperium willen starten, zoals diegenen doen die het licht van Helios niet mogen aanschouwen. Wat weet je dan wèl van ons? Ook al is het hear-say.." Sakura was oprecht benieuwd wat anderen überhaubt over haar pack zouden denken. Ze was er slechts drie jaar lid van, maar had al enkele wenkbrouwen omhoog zien gaan bij het vernoemen van haar pack de afgelopen paar jaar.

Inwendig glimlachte Miles. Als je Garou hun eergevoel een beetje prikkelde, kregen ze het erg moeilijk om géén informatie aan je vrij te geven over zichzelf. Zelf was hij geen grote babbelaar, maar hij maakte wel deel uit van het voortdurend rondtrekkend netwerk van zijn Stam. Met een paar juiste vragen kon je genoeg te weten komen om te kunnen pretenderen dat je meer wist. "Niet alle Garou stellen jullie methodes op prijs, heb ik gemerkt. Daarom had ik in eerste instantie aan spectaculairdere acties gedacht."

Het werd Sakura langzaam duidelijk de afgelopen jaren waarom de geruchtenmolen dingen uit de context trok omtrent haar pack. "Ik weet welke verhalen jij gehoord hebt, maar bedenk je het volgende; In een dicht woud raast een monster, een belichaming van de Grote Vernietiger. Garou vanuit alle windstreken zullen verschijnen om het te bedwingen.. De monsters die wij bevechten zitten in hun ivoren torens, en geen enkele Garou ziet deze monsterlijke poppenspeler.. Tand en klauw werken niet tegen deze monsters, begrijp je? En als het wel werkt,.. welnu.. dan moet het een ongeluk lijken. De pronkstukken van de Wyrm blijven Wyrm, of zij nu Ba'ashkai de Genadeloze of John Doe heetten." Ze had er genoeg van haarzelf te verdedigen, en op de een of andere manier voelde zij het helemaal niet nodig om zich te verdedigen tegenover hem.. Hij mocht haar waarheid horen..

Miles deed teken voor tweemaal koffie en luisterde rustig naar Sakura's betoog. Wat ze vertelde was interessant, maar hij moest haar niet tegen zich in het harnas jagen. "Iedereen bestrijdt de Wyrm op zijn manier. Ikzelf ben niet meer dan een koerier en ik zal nooit iemands strijd veroordelen." Een serveerster bracht hen twee koppen dampende koffie en Miles nam meteen een grote slok van de hete vloeistof. Ze dronken beiden hun beker zwijgend leeg

Heden


Miles pakte de twee lege koffiekartonnetjes, verfrommelde ze en mikte ze in de vuilnisbak.
"Als jij er weer tegen kan, kunnen we weer op weg. Dit is wel de laatste koffietent voor anderhalve dag." Hij begon moe te worden, maar hun shift duurde nog anderhalf uur. "Klaar?" vroeg hij aan Sakura. Hij stond gehaast op en liep naar buiten waar hij weer op de passagierszetel klom. Hij ontvluchtte duidelijk de blikken van het weinige volk aanwezig.

Sakura betaalde de wat oudere vrouw in een serveerster uniform wat ze in de jaren '60 waarschijnlijk goed gestaan had. Ze liep Miles achterna in de deed het portier open. Voorzichtig liet ze het portier in het slot vallen om haar slapende Alpha en roedel niet te wekken. Ze legde de papieren zak met belegde broodjes tussen hen in en zette het sixpack waterflesjes achter haar stoel, voor de voeten van Daniël. Ze draaide de sleutel in het contact en het busje ontwaakte traag maar zelfverzekerd. Ze schakelde naar Rev en draaide het busje behendig de weg op langs de twee eenzame benzinepompen. Ze zette hem in drive en gunde het desolate wegrestaurantje nog een laatste blik. De sierlijke neon constructie op het dak met de woorden 'Sweet Sally Burgers & Gas' hadden haar vanaf het begin al verzekerd om enkel koffie te pakken. Volgens Miles's aanwijzingen zouden ze morgen, of beter; later deze middag, Route 23 bereiken en verder rijden richting het zuid-westen. Dan zou Route 23 uiteindelijk over moeten gaan in een 'pad', een beschermt natuurgebied in, richting de Big Stone Gap. Bijna een gehele dag volgens de kaart en Miles, maar Sakura had inmiddels geleerd dat hun roedel totem het niet zo nauw nam met de kaarten. Zij kon niet de enige zijn die dit was opgevallen.
Ze zouden in de vroege avond aankomen nabij de Caern of the Howling Wind. Het was bijna zes uur en de zon begon zijn licht al te tonen achter enkele heuvelruggen in de verte. Het was de beurt van Dwaine om te rijden, of eigenlijk Maya, maar dat was geen verstandige optie.
door DeHeld
Stamgast, 5154 / 6056
gepost: 1-5-2007
om 13u04
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Reeds tijdens het parkeren bij de raststätte had Dwaine zijn slaperige oogjes geopend, gewekt door het remmen en het knetteren van grind onder autobanden. Hij voelde zich te verkreukeld om mee uit te stappen, omdat hij wist dat hij straks zelf weer aan het stuur zou zitten en dus pauzes kon inlassen als nodig. Toen de anderen weer instapten, leunde hij zich tegen de achterkant van Miles' stoel en fluisterde zachtjes: "Als ik straks moet rijden hoop ik dat je eraan gedacht hebt om me een ontbijt te kopen."
Zich niet echt bewust van het gesprek dat hij gestoord had door zich in de intimistische sfeer te mengen, bleef hij een beetje hangen en voerde op fluistertoon een gesprekje met Miles en Sakura.

Korte tijd later loodste hij zelf de bestelwagen door de beboste bergen en dalen, met Lismore naast hem als navigator. Dwaine verwachtte niet bepaald een opwindende rit. Het was lang rijden en Lismore, had hij gemerkt, was geen grote prater.
Het kwam dus enigzins als een verrassing voor hem dat Lismore tussen zijn aanwijzingen door niet alleen begon te praten, maar hem zelfs een vraag stelde: "Wat denk je van deze missie?"
Dwaine aarzelde voor hij antwoord gaf. "Waarom vraag je dat" zou hetzelfde effect bereikt hebben, maar het is een vrij belachelijke vraag. Lismore was niet direct genoeg om te bekennen waar hij naartoe wilde.
"Ik denk dat het belangrijk genoeg is om jou als alpha te selecteren. Ze hebben de vorige keer al boodschappers uitgestuurd. Wij zijn verkenners. Of een voorhoede.". Daarmee vertelde hij niets nieuws. Het bleef even stil.
"Waarom denk je dat jij bent geselecteerd?" Daar zou je het hebben. Dwaine koos opnieuw voor het voor de hand liggende antwoord. Laat Lismore maar uit zijn schulp komen, dacht hij. "Nou, voor mijn talenten, zeker? Voor mijn bijdrage aan de roedel."
Lismore glimlachte flauwtjes. "Weet je, sommigen hebben me gewaarschuwd dat je een Philodox met een moeilijk karakter bent." Het gesprek begon richting aan te nemen. Nu moest Dwaine enkel nog een beetje polsen of het dankzij of ondanks die karaktereigenschappen van hem was, dat hij gekozen was.
"Dat kan kloppen. Misschien lijkt het enkel zo omdat ik weinig geduld heb met een aantal Garou-gewoontes." dat was ongeveer evenredig verdeeld. Hij wist dat Lismore meer hechtte aan traditie en de roeping van de Garou. Dit keer antwoordde die vrij snel. "Ik neem aan dat dat ligt aan je jeugd bij de Kinderen van Gaia. Je hebt de kans om je te bewijzen aan de Garou, weet je. Je kan je nog willen verzetten tegen je erfenis, maar wij weerwolven vervullen al sinds oudsher onze taak. We maken deel uit van iets dat groter is dan onszelf."
Het gesprek begon Dwaine al tegen te staan. "Dat weet ik. We zijn gekozen, zonder dat we daarvoor kiezen. Maar al de regels van vroeger waaraan we ons houden, daar kiezen we wel zelf voor."
Lismore schudde zijn hoofd. "Nee, dat geloof ik niet, die zijn evenzeer ons erfdeel, ze maken deel uit van onze aard."
-"Dat is wat jullie zeggen in de Silver Fangs. Maar als je het nuchter bekijkt, helpen ze ons er niet op vooruit." Omdat hij Lismore vragend zag kijken, voegde hij eraan toe: "De Wyrm groeit razendsnel. Als ze succesvol is, komt dat omdat ze zich beter kan aanpassen dan wij."
Lismore verviel weer in zijn zuinige spreektrant. Zijn punt was wel duidelijk. "Kankers groeien ook sneller dan normale lichaamscellen. Dat is een deel van de ziekte."

"Wel dan, misschien als we meer differentiëren als lichaamscellen, dat we dan weerbaarder zijn. Wolven zijn wolven. Dat zullen ze ook blijven. Ze veranderen weinig vanwege hun band met de Wyld. Homids zijn noodgedwongen meer mee met hun tijd. Door te proberen te blijven zoals we waren, verliezen we het voordeel dat Gaia ons gegeven heeft." Ze keken even achterom naar de Lupus die daar nog opgekrult op de achterbank zat.
-"Is het daarom dat je in New York vaak met de Glass walkers optrok?"
Dwaine keek nogal zuur. "Maakt het uit met wie ik optrek?"
-"Natuurlijk niet." suste Lismore. "Ik vroeg het maar. Je kiest inderdaad zelf met wie je optrekt. Ik wilde je gewoon vragen of je er een probleem mee hebt de Litanie te volgen tijdens onze opdracht?"
Dat was duidelijk een steek onder water, gezien het verleden van Dwaine, en niet opvallend diplomatisch van Lismore. Dwaine dacht even na en gaf het antwoord dat in het midden ligt tussen 'ja' en 'nee', zoals het een Philodox siert:
"Hey, jij bent de alpha."

Hij ging zachtjes door de bocht en bedacht dat de opkomende zon wel boven de vallei zou hangen. Zodra hij boven op deze helling was, ging hij even parkeren om de benen te strekken. Waar-Niemand-Voelt zou ook wel opstaan en een luchtje willen scheppen. De andere twee hadden hun rust verdient.
door Zorbalt
Moorderator, 4311 / 5435
gepost: 2-5-2007
om 19u42
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Terwijl Sakura en Miles achterin sliepen, werd Waar-Niemand-Voelt wakker. Ze gaapte ongegeneerd en rekte zich uit. Ze keek naar het diffuse licht dat door de voorruit naar binnen sijpelde en ging op haar achterste zitten zodat ze net tussen de bestuurder en de bijrijder door over de stoelen kon kijken. Ze sloegen geen acht op haar, net als haar andere roedelgenoten die naast haar op de bank lagen te knikkebollen. Ze rook de smerige aroma van koffie en de geur van brood en ham. Iets borrelde in haar binnenste.

Ze reden over een brede geasfalteerde rijbaan. Sporadisch kwam hen een auto tegemoet, maar het was verder erg rustig op de weg. Aan de horizon zag ze de een enorme bergrug waarvan de toppen door sluierbewolking omgeven werden. Instinctief wist ze dat dit hun plaats van bestemming zou zijn.

Diep van binnen voelde ze de neiging om deze metalen doos uit te vluchten en weg te rennen, de wouden in. Uiteraard was dit enkel de wolf in haar die diep van binnen aan haar hersenen knaagde. De geesten hadden haar uitgekozen en zij had een missie te vervullen. Bovendien wist ze dat er zich onder de verdwenen weerwolven leden van haar Tribe bevonden en dat maakte haar erg strijdlustig.

Ze had zich niet prettig gevoeld in de grote stad, maar de daar aanwezige Garou en daarbij in het bijzonder Danst-met-de-Geesten, hadden haar goed opgevangen. Het was niet zo vreemd dat zij elkaar goed lagen. Enkel de manier waarop zij daar leefde stond Maya niet aan. Danst had zich echter aangepast en de wolven die daar met haar verbleven oogden redelijk gelukkig. Ze zagen zichzelf niet als gevangenen en vreesden de wereld buiten hun verblijven zelfs. Haar verhalen konden hier niets aan veranderen.

Ze had haar roedelgenoten niet vaak gezien tijdens haar verblijf in de Bronx Zoo en ze voelde zich ietwat vreemd in hun bijzijn. Haar afkomst maakte haar anders, zelfs anders dan het Geestenkind. Deze Schaduwloper had reeds een plaats verworven binnen de groep, dat maakte haar jaloers, want Waar-Niemand-Voelt was nog niet zeker van haar positie. Het was allemaal een stuk duidelijker tussen haar soortgenoten. Homids waren onberekenbaar en hadden vreemde manieren van redeneren.

Plotseling minderde de wagen vaart en de knul achter het stuur, waarvan ze enkel diens door Gaia gegeven naam onthouden kon, parkeerde naast de weg. Buiten de drang om te eten voelde ze nog een drang en het zou heerlijk zijn als ze haar blaas zou kunnen legen voordat ze weer verder reden.
door DeHeld
Stamgast, 5172 / 6056
gepost: 5-5-2007
om 1u13
Antw: Scéne 5: Shades of the past
's Namiddags kroop Daniël Lismore weer achter het stuur en nam Miles weer plaats op de bijrijdersstoel. Hij wist zeker dat hij hun roedel goed door het gebied gidste, maar hij kon zich niet van het gevoel ontdoen dat Sakura gelijk had: zelfs met zijn routes reisden ze eigenlijk te snel. Misschien had het met hun totem te maken. Miles besloot zich er verder niet druk in te maken. Het was nu eenmaal zo en het was niet eens slecht.

Miles herplooide de kaarten en stuurde Lismore weer een grotere baan op. De bestelwagen gleed nu comfortabel over het gladde asfalt en even later reed de roedel over de dam van een gigantisch stuwmeer. Er gingen altijd discussies over stuwdammen en of ze nu Wyrm waren (ja, kostbaar natuurgebied blank gezet!) of niet (nee, proper energie winnen!). Een ogenblik staarde Miles over de enorme watermassa, maar meteen concentreerde hij zich weer op de kaart. Ze naderden hun reisdoel.

De zon was net ondergegaan toen Daniël aan een klein tankstationnetje stopte. Ze moesten even wachten, want voor hen stond een truck te tanken en er was maar één pomp. De laadback van de truck was volgestouwd met stevig verpakte vis- en kampeerspullen en de passagiers waren nogal luidruchtig. Ze leken zich bijzonder te verheugen op hun kampeeruitje - of ze waren blij dat ze weer naar de bewoonde wereld konden natuurlijk.

Een kleine blik op de achterbank maakte dat hij zelf maar even uitstapte om water te gaan kopen. Dwaine en Sakura zagen er bepaald versuft uit na een hele dag in een hete wagen. Miles liep naar het vuilwitte houten gebouwtje. Hij was blij de benen even te kunnen strekken. Reizen stond voor hem eigenlijk gelijk aan beweging. Opgeplooid in een wagen zitten was hij niet gewoon.

Van zodra hij de deur openduwde, sloeg een flauwe en toch scherpe Wyrm-stank in Miles' gezicht. Hij probeerde het te negeren; wat kon je verwachten van een oude benzinepomp in een natuurreservaat? Voor wie het overgrote deel van zijn tijd door ongerepte natuur trok, roken menselijke constructies al snel naar Wyrm.
Hij lette niet op de verkoper, die luidruchtig stond te babbelen en lachen met één van de kampeerder, maar tilde zelf een plastic verpakking met zes anderhalve literflessen uit een rek en liet het op de toonbank ploffen. De oude verkoper leek ervan op te schrikken en begon haastig op een oude kassa het bedrag in te typen. Miles haalde enkele verfrommelde biljetten uit zijn achterzak en betaalde zwijgend. Voor je het weet had hij hier een gezellige babbel aan zijn been, en Miles was niet zo gek op gezellige babbels, vooral niet als het ter plaatse naar Wyrm rook. Hij nam de flessen water onder zijn arm en wou de deur achter zich dichtslaan, maar hij zag dat zijn Alpha kwam aangelopen. Die kwam de tankbeurt betalen, veronderstelde hij.

Niet zo heel veel later waren ze weer op weg. Het was intussen donker geworden. Miles had de grote wegenkaart naast zich in het deurvakje gestoken. Ze waren er nu echt zo goed als en hij kon met enkel de gedetailleerde kaart verder.

Sakura had de rest van deze dag wat versuft naar buiten zitten staren met haar oortjes in, luisterend naar allerhande hedendaagse J-popmuziek tot traditionele muziek. Natuurlijk werden er gesprekken gevoerd. En soms waren die van het soort waar Sakura zich liever niet in mengde. En soms kwam ze wel eens terug op iets.
Het was hillarisch om aan te nemen dat een stuwdam van de Wyrm zou zijn. De enige repliek die ze gaf was dat bevers dan misschien ook al met één poot in Malfeas stonden.. Het hoorde bij de natuurlijke evolutie van de mens en de grote Wever. Als er bewust afval geloost word zou het verhaal anders zijn.. Een gemoedelijke discussie klonk door de bus terwijl Waar-Niemand-Voelt schichtig met haar kop en oren richting de opeenvolgende sprekers ging.

Na enkele minuten rijden zette Daniël de wagen al aan de kant. Naast een grote houten picknicktafel was er een slecht onderhouden stuk gazon dat als parking dienst deed. Versuft druppelde de roedel uit de warme wagen. De afkoelende avondlucht deed deugd na de lange rit.

Dwaine wreef de vermoeienissen van de rit uit zijn gezicht en strekte zijn benen. Daarna hielp hij Lismore met het uitladen van de picknick uit de koffer. Ze hielden er andere ideeën op na, die twee, maar hij moest toegeven dat Lismore een geschikte vent was. Stil, nogal, wat Dwaine niet stoorde. Ook niet vlot genoeg met mensen om een ervaren alfa te zijn. Misschien dat dat het gesprek van die ochtend verklaarde.

Afwezig en met het bijhorende gezicht beet hij in een broodje en een droge worst. Het autorijden en de hitte hadden onder zich de meeste honger gedood. Dwaine maakte er werk van om de laatste resten te smoren met energierijk voedsel. Hij eigende zich ook al snel een van de flessen water toe om voldoende vocht binnen te krijgen. Zelf was hij ook niet erg ervaren. Hun padvinder duidelijk wel. Die pakte er ook nogal mee uit. De vrouw was duidelijk een sterkhouder. Weduwe, wist Dwaine van wat hij gehoord had. Dat maakte een mens ongetwijfeld al wel wat ouder. Ook los daarvan blaakte ze van zelfvertrouwen. En de wolf was een wolf. Die waren daar over het algemeen vrij goed in. Het was duidelijk dat Waar-Niemand-Voelt niet erg hoog opliep met mensvorm, en daarom had Dwaine nog het minste met haar gesproken; het liep nogal stroef om daar gesprekken mee te voeren. Tijdens het verorberen van een stukje chocolade, kwestie van suikers binnen te krijgen, begon Dwaine zich van de groep aan de picknicktafels te verwijderen. Hij liep eens wat heen en weer rond de parking, dicht genoeg om in de cirkel van vervuiling te blijven die rond dergelijke plaatsen werd opgetrokken. Hij controleerde even zijn telefoon, zonder echt iets te verwachten. In New York hadden de Breaker Boys beloofd dat ze zouden laten weten als de geruchtenmolen iets interessants opleverde na het vertrek van de roedel. Jaz was verbazend snel geweest met het aanbieden van het kaartje. Het was een vage kaart, genoeg om een idee te krijgen. je moest het de Glasswalkers nageven: ze waren snel op sommige vlakken. En verfrissend ruimdenkend.
Zoals verwacht geen berichten. Dwaine beende weer naar de eetruimte en zag verder tussen de bomen een schim verdwijnen. Waar-Niemand-Voelt had ook behoefte aan een ommetje. Hopelijk was ze niet zo koppig om zelf nog iets te eten te zoeken, daar hadden ze geen tijd voor.

Terug bij de tafels aangekomen bood Lismore hem nog wat eten aan alvorens de boel netjes op te ruimen. Als Garou wil je toch geen afval achterlaten. Hij legde dus alles netjes in de auto en kondigde aan dat iedereen zijn spullen uit de wagen moest halen.
"We zijn dichtbij genoeg. Vanaf hier kunnen we lopen. We laten de wagen hier een tijd achter de bomen staan, het zal niet al te snel opvallen. We vertrekken onmiddelijk, dan kunnen we nog een aardige afstand afleggen."
Het herinnerde Dwaine er aan dat hij eens moest informeren naar de afstamming van Lismore. Was dat een echt Engels accent?
door Zorbalt
Moorderator, 4313 / 5435
gepost: 5-5-2007
om 9u16
Shades of the past
Na het eten vroeg Daniël Lismore Schaduwloper om de gedetailleerde kaart van het reservaat. Aangezien de duisternis van de avond zich begon aan te dienen pakte de Alpha zijn zaklamp en riep zijn roedel bijeen. De Metis spreidde de kaart open op een van de kampeertafels en de ronde lichtbundel van de zaklamp gleed als de zoeklichten van een helikopter over het landschap heen.

Het was duidelijk dat er geen wandelpaden liepen vanaf het punt waar zij zich nu bevonden, maar ze waren dan ook niet van plan om te opvallend te werk te gaan. Enkele belangrijke bezienswaardigheden stonden aangegeven en de Silver Fang besloot om het een en ander te verduidelijken. De lange nagel van zijn wijsvinger schoof over de kaart om zijn woorden kracht bij te zetten.

”We zijn nu hier. Zoals jullie zien is dit een kaart voor toeristen, maar het kan zeker handig zijn voor ons. De Cearn bevind zich zo’n kleine uur lopen van hier.”

Zijn vinger volgde een lijn die duidde op een rivier.

”Er zijn voor zover ik weet geen echte steden in de buurt, maar hier…ze zagen een donkere vlek met daarbij de naam "Utopia Trailer Park", bevind zich een woonwagenkamp en zoals jullie zien is er een indianendorp hier niet zo heel ver vandaan. Dit is de thuisbasis van de Nightravens, een militante roedel Uktana. Voor zover ik weet hebben zij weinig op met stadsgarou en zijn ze erg rechtlijnig in hun opvattingen.

De Cearn of the Howling Wind is een plek die onderhouden en beschermd wordt door enkele roedels. Hoewel ik vernomen heb dat de Nachtraven nog steeds actief zijn in dit gebied wil ik eerst rondkijken bij de Cearn, voordat we contact zoeken met deze groepering. Ik denk dat Waar-Niemand-Voelt voor deze toenadering het meest geschikt zal zijn. Immers behoord zij niet alleen tot de Uktana-Tribe, maar is ook het minst beïnvloed door het stadsleven. Misschien weten de Indianen wat hun broeders en zusters is overkomen.


In de tussentijd was de lupus teruggekeerd en was ze behendig op de houten bank gesprongen. Net als de anderen boog ze zich over de kaart en ze knikte trots naar haar Alha in reactie op zijn laatste voorstel.

Stonecutter keek vragend naar de anderen.

”Hebben jullie nog vragen?”
door Assunkill
Wandraak, 3950 / 5128
gepost: 6-5-2007
om 17u42

gewijzigd door Assunkill
6-5-2007 om 18u26

Shades of the past
Aandachtig bestudeerde Miles de kaart. Hij veronderstelde dat ze als Lupus zouden reizen en dan kon hij de kaart niet elk moment opnieuw raadplegen. Hij probeerde het patroon van waterlopen, vegetatie en belangrijkste hoogtelijnen in zijn geheugen te prenten. Het verlies aan vermogen tot planning dat de Lupus-vorm nu eenmaal met zich meebracht, zou meer dan gecompenseerd worden door zijn toegenomen instinct. Bovendien rekende Miles er op dat ze de aanwezigheid van de Caern zouden beginnen voelen vanaf een zekere afstand.

Hij vroeg zich af of de tactiek die Lismore voorstelde wel de juiste was. Als er iets niet klopte met de Caern, leek het logischer om eerst contact te zoeken met haar bewakers. Wat kon Lismore trouwens over die roedels weten, als geen enkele boodschapper met concrete informatie was teruggekomen? Maar, Lismore was de Alpha en bovendien meende hij begrepen te hebben dat Sakura bij de FBI werkte. Hij had ook niet de pretentie om te denken dat hij het beter wist dan professionele misdaadbestrijders.

Toch zat er een nog een dik haar in de boter voor Miles. Hij trok bevelen van een Alpha nooit in twijfel, tenzij het over zijn vakgebied ging en hij het er niet mee eens was. En tenzij het een overtreding van de Litanie was. Miles was zelf het product van zo'n overtreding en hij sprong niet licht om met de wetten van de Garou.
Het betreden van territorium van andere Garou vereiste volgens de Litanie dat je om toestemming vroeg, of toch minstens jezelf aankondigde. Een weerwolf die op ander terrein zou komen, huilde om daar melding van te maken. Het was niet alleen beleefd, het vermeed ook problemen. Garou sprongen niet altijd zachtzinnig om met onaangekondigde indringers.
Miles was daar als hij alleen reisde ook niet altijd honderd procent correct in. Als hij in zijn eentje gewoon door gebied trok zonder daar specifiek iets uit te voeren, vond Miles het niet nodig daar altijd melding van te maken. Maar dit was een ander geval.
Hij schraapte zijn keel.

"Dat de persoonlijke stijl van een Uktena-roedel ons niet bevalt, lijkt me niet voldoende reden om de Litanie naast ons neer te leggen. Met een hele roedel een onderzoek beginnen voeren op het terrein, de Caern zelfs, van andere roedels en dat zonder contact met hen te willen opnemen, dat kan niet."

Hij keek Lismore vastbesloten maar verontschuldigend aan. Verontschuldigend, omdat het hem speet dat hij diens bevelen niet kritiekloos kon opvolgen. Vastbesloten, omdat hij niet van plan was de roedel naar zijn reisdoel te leiden als dat een flagrante schending van alle wetten betekende.
door malkav
achterban(k), 5188 / 7020
gepost: 6-5-2007
om 18u01

gewijzigd door malkav
6-5-2007 om 18u31

Antw: Scéne 5: Shades of the past
De wolf lag op de bank en had enkele bladeren en kleverige zaadjes in haar vacht. Sakura zat naast Waar-Niemand-Voelt en plukte de rodezaadjes uit haar manen. Ze stond op en wierp het papier van de broodjes en de lege waterflesjes weg in een haast overvolle vuilbak, in de vorm van een boomstam..
Ze had Lismore's woorden aangehoord en ook zij was zeer nieuwsgierig wat ze op de Caern zouden aantreffen. Het gehele 'militante groep garou' idee klonk haar niet bepaald lekker in de oren. Deze hadden het meestal ook niet zo hoog op met federale agenten. Haar beroep zou iets gaan worden om te verzwijgen bij de latere ontmoeting met deze Nightravens. Sakura was er ook wel zeker van dat deze Indiaanse Garou het ook niet zo zouden hebben op de Silver Fangs. Het was inderdaad goed dat Waar-Niemand-Voelt bij hen was. Sakura had verder geen vragen, althans geen die met deze verkenningstocht hadden te maken. Ze schudde haar hoofd en zette haar armen op tafel, over de kaart. Ze leunde met hoofd tegen haar samengevouwen handen en keek de rest aan.

Miles keek bedenkelijk op en uitte voorzichtig zijn bedenkingen, standvastig dat wel. Hij had wel een punt op het eerste oog. Tegelijk bedacht ze zich dat dit het directe onderzoek op de Caern zou kunnen bemoeilijken, zeer zwaar zelfs.
Het was naar haar idee beter om inderdaad eerst het plaats delict te bekijken voordat je er met eventuele 'getuigen' overheen ging walsen.

Maar ze moesten zich aankondigen, ze zouden moeten huilen om hun komst aan te kondigen. Ze konden inderdaad niet 'betrapt' worden op de Caern door diens bewakers. Voor zover ze wisten was het misschien ten strengste verboden om de Caern te betreden, dan zouden ze binnen het plan van Lismore zelfs geen naïviteit kunnen veinzen.
Sakura zweeg en keek geboeid naar Miles en Daniël. Ze nam een van de appels die de kaart op zijn plaats hielden en veegde deze af aan haar jasje. Ze nam, hopelijk zonder al te veel geluid te produceren, een voorzichtige hap van de appel en wachtte af. Miles had direct tegen Daniël gesproken, dit was geen onschuldig onderonsje meer, dit was een waar roedelmoment. Er werd niet meer naar de mening van haar gevraagd. En dit was de wolf in haar die het zwijgen teweeg bracht.
door Zorbalt
Moorderator, 4318 / 5435
gepost: 6-5-2007
om 21u30
Shades of the past
Stonecutter keek met een felle blik naar de kale man. Zijn kaaklijn was in eerste instantie gespannen en met een snel gebaar griste hij de kaart van het tafelblad. Enkele appels rolden over het hout en vielen op de zanderige grond. Hij sprak op een sissende toon terwijl hij de kaart opvouwde.

”Luister, ik ben hier de Alpha. We gaan het doen op de manier die ik jullie net heb aangegeven. We weten niet wat er hier aan de hand is en ik wil onze missie niet in gevaar brengen door onszelf te verraden, Litanie of geen Litanie. Jullie zullen moeten leren dat in tijden van oorlog de regels soms gebroken moeten worden om te kunnen overwinnen.”

De man stopte de kaart in zijn rugzak en hees de hengsels over zijn schouder. Ondertussen had zijn woedende blik nog niet aan kracht ingeboet.

”Mochten we soortgenoten tegenkomen dan zal ik de volledige verantwoordelijkheid van deze kleine erecodebreuk op mij nemen. Ik stel voor dat wie het niet bevalt bij de bus blijft en hier een oogje in het zeil houdt.

Een kort moment hing er een zware en gespannen stilte over de picknickplek. Toen klonk een zachte grom vanaf de bank. Waar-Niemand-Voelt sprong van de bank en veranderde voor hun ogen. De kleine wolf groeide met het geluid van ruisende bladeren uit tot een behaard beest dat breedgeschouderd, maar nog steeds op vier krachtige poten richting de Alpha en de Metis stapte. Het licht van de maan deed haar ogen oplichten en in haar Garou-tong sprak ze haar roedelleden toe. Dit was de eerste keer dat de anderen zich konden herinneren een andere vorm van haar te zien.

**”In de grote stad sprak ik met iemand die deel heeft uitgemaakt van de Raven. Ik heb begrepen dat zij een eigen heiligdom hebben en weinig te maken willen hebben met de Cearn van de Huilende Wind, omdat dit een plek is waar alle Garou welkom zijn. Zij zien alle Tribes die niet van origine van hier komen als dienaren van de Wyrm en afstammelingen van de white settlers. Gezien wat mijn Tribe heeft meegemaakt begrijp ik hun haat, maar de meesten van ons kijken gelukkig verder.”**

De Silver Fang was tot rust gekomen toen de Lupus het woord nam. Hij keek de anderen aan en schraapte zijn keel.

”We zullen de kaart waarschijnlijk nodig hebben. Ik vraag me af of het kwaad kan om via de Umbra te reizen. Vader Uil zou ons daar kunnen bijstaan, maar misschien kan onze aanwezigheid daar ons verraden.”
door Assunkill
Wandraak, 3953 / 5128
gepost: 7-5-2007
om 0u21

gewijzigd door Assunkill
7-5-2007 om 0u23

Antw: Scéne 5: Shades of the past
Tijdens de uitval van zijn Alpha vertrok Miles geen spier. Zijn gezicht bleef perfect onbewogen, maar de felle blik in zijn ogen maakte duidelijk dat hij het niet op prijs stelde om zo te worden toegesproken, na wat hij terechte kritiek op een correcte manier had gevonden. Miles was het gewoon om op een vrij afstandelijke en in elk geval respectvolle manier met andere weerwolven om te gaan. Dat Lismore hem zo agressief de mond snoerde, stak Miles meteen heel diep. Van het initiële respect dat hij voor de bekende Wyrmjager had gehad, bleef al meteen maar weinig meer over. Alpha's die hun roedels zo leidden, daar bleef hij over het algemeen niet lang bij.

Beheerst stond Miles recht van de picknicktafel om een appel op te rapen. Met enkele vlugge vegen over zijn afgeschoten jeans verwijderde hij het meeste zand. Hij nam een grote hap uit het sappige vruchtvlees. Het hielp om zijn woede te bedwingen.
De opmerkingen van Waar-niemand-voelt waren welkom, niet eens zo omwille van hun informatie, maar vooral omdat ze de spanning een beetje deden dalen. Op een bepaalde manier was er zeker een argumentatie voor het vooropgestelde plan te bedenken, maar die kon anders uitgelegd worden ook.

Miles at de appel op met klokhuis en al. Alleen het steeltje spuwde hij terug in het zand. Hij richtte zich tot Lismore en verklaarde op vlakke, emotieloze toon:

"We doent het zoals jij zegt, Alpha. Vertel me maar waarheen je plan ons leidt, en ik vecht me er dood voor je."

Hij draaide zich om en liep naar de wagen om zijn rugzak uit de koffer te halen. Hij voelde zich bepaald vernederd door de Silver Fang. Hij was terecht gewezen als de eerste de beste welp en hij was afgedreigd als de eerste de beste schooljongen. Lismore had op Miles' eergevoel getrapt en dat was als Metis toch al tamelijk gevoelig. Als het even had gekund, had hij zijn rugzak over zijn schouders gegooid en was hij precies langs de andere kant de bossen ingetrokken. Maar dat kon hij niet, want hun missie was belangrijk en officieel, en Miles' plichtgevoel was groter dan zijn eergevoel. Desalnietemin voelde hij zich bijzonder beledigd.
Als Lismore geen hulp nodig had bij zijn plannen, kwam dat goed uit. Van Miles moest hij er namelijk geen meer verwachten. Wou Lismore hersenloze helpers die zijn briljante bevelen kritiekloos uitvoerden? Die kon hij krijgen. Miles was niet van plan om ook nog maar iets te doen dat geen rechtstreeks order was.
Hij vloekte in alle stilte terwijl hij zijn rugzak controleerde. Hij vervloekte Lismore en zijn arrogante agressie en hij vervloekte zichzelf en zijn ijdelheid, die gestreeld was geweest toen Stonecutter hem had uitgekozen voor een belangrijke opdracht.
door malkav
achterban(k), 5192 / 7020
gepost: 7-5-2007
om 20u37

gewijzigd door malkav
7-5-2007 om 20u47

Scéne 5: Shades of the past
De situatie werd plots zeer pijnlijk en Sakura sloeg de twee mannen met grote interesse gade.
Plots griste Lismore de kaart weg van de tafel waar zij op leunde. Ze zat even verschrikt op en keek Daniël na terwijl zij enkele appels langs haar schoenen voelde rollen. Hij ontstak zijn relaas tegen Miles maar het was overduidelijk voor hen allen bedoeld. Maar nam Daniël het allemaal niet iets tè serieus? Zijn zakelijke en directe voorkomen was het eerste geweest wat Sakura was opgevallen enkele jaren geleden. Om de een of andere reden had hij haar nooit gemogen, of eerder; hij had haar altijd nonchalant ontweken.

Welke oorlog had Sakura gemist die onlangs was uitgebroken? Of was Daniël er zo een die de afgelopen honderdvijftig jaar zag als 'Oorlog'. Zo waren er meer Garou, en dan kreeg de Litanie inderdaad andere benaderingswijzen. Een ervan stelde zijn positie van Alpha veilig als het 'oorlog' zou zijn..
Hij wilde de verantwoordelijkheid op zich nemen, maar dat zou betekenen dat eenieder die geen gezichtsverlies wilde lijden, als ze daadwerkelijk de Litanie braken, het nu kenbaar moest maken. Sakura was zelf niet van plan om haar eigen eer te schenden en die van de Garou in het algemeen.

Waar-Niemand-Voelt droeg aan dat de Caern niet het heiligdom van de Raven was.. Ongeacht dat, een zekere kennisgeving was verplicht buiten tijden van oorlog. Voor zover ze wist hadden ze geen vrijgeleide gekregen van Moeder Larissa of welke andere Oudere ook.
Ergens was Sakura blij dat hij de volledige verantwoording op zich wilde nemen. Zij had deze zelf niet durven dragen gezien de situatie. Zij had zich uiteindelijk wel aangekondigt als ze Alpha was geweest, tegen haar wil in eigenlijk.
Een sarcastische toon was niet te missen in Miles' woorden, ook al was het mogelijk onbewust.

Ze stond op en raapte de nog overgebleven appels op die onder het tafeltje waren gerold. Ze schraapte haar keel en richtte zich tot Daniël. Ze sprak wat snel maar zelfverzekerd, en nu was er een duidelijker accent te horen. Ze was ook wat gespannen. Een korte buiging ging vooraf aan haar woorden;
"Ik volg je als mijn Alpha waar je me ook leid,... maar in dit geval op jouw verantwoordelijkheid alleen." Ze wachtte even af en hield haar hoofd naar beneden terwijl ze naar zijn schoenen keek, "Daniël.. ik keur deze illegale infiltratie af. Het spijt me.."
Ze keek voorzichtig op en ging weer op de bank zitten. Haar ogen schoten even van links naar rechts, zoekend naar haar andere roedelmaten. Miles was bezig in zijn eigen wereld, hij vrat zich waarschijnlijk op van binnen. Sakura had de situatie al geaccepteerd, welliswaar met redelijke bedenkingen. Ze keek afwachtend in Dwaine's richting. Hij had zich nog nauwelijks laten horen sinds het eten, hetzelfde wat voor Sakura opging totdat Miles en Daniël elkaar haast in de haren waren gevlogen.
door DeHeld
Stamgast, 5185 / 6056
gepost: 7-5-2007
om 22u52
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Tijdens het conflict had ook Dwaine een van de appels kunnen redden van de grond, en nadat hij het zand er even afveegde, speelde hij ermee als ware het een tennisbal in zijn bal. Er viel niet al teveel raadgeven te doen. Hij kon best begrijpen dat Lismore de roedel niet wilde splitsen, zodat Waar-Niemand-Voelt bijvoorbeeld kon gaan onderhandelen terwijl zij de caern verkenden. Te gevaarlijk in deze omstandigheden. Het was dus de caern bezoeken zonder voorafgaande waarschuwing of de Raven opzoeken en de caern bezoeken zonder voorafgaande garanties dat ze alles zouden zien. Hij kon begrijpen dat dat lastig was, en het was de taak van de alfa om dan maar een weloverwogen besluit te nemen. Dwaine had er op gegokt dat Lismore degene zou zijn die de Litanie zou aanvoeren als argument, maar daar had je het.
Nu was het nergens voor nodig om uit te vliegen tegen Miles. Dat was nu net degene die je wat voorzichtig moest aanpakken.

Hij hield de appel stil in zijn hand toen hij Sakura zag kijken. Meteen begreep hij dat het niet zijn zenuwachtige gejongleer was geweest dat haar verveelde. Wat nou? Ze leken wel de officieren van de Caine. Door te zeggen dat ze de alfa gehoorzaamden, bedoelden ze te zeggen dat ze het niet eens waren met zijn leiderschap. Zelfs als ze een soort afleidingsmanouevre konden maken van het huilen, betekende dat weer dat ze zich zouden splitsen.

En dus haalde hij zijn schouders op. "Hij heeft besloten. Als we snel tot bij de caern raken, komen we daar snel genoeg te weten of we alsnog moeten huilen of niet. Als alfa is het sowieso zijn verantwoordelijkheid. Het is een caern waar alle Garou welkom zijn. Hij kan het vast wel uitleggen, mocht dat nodig zijn."
Als de lokale Garou allemaal fijn de Litanie de respecteerden, kwam dat wel goed. Als niet, had het geen zin dat zij dat wel zouden doen. Nu viel het vooral af te wachten of het makkelijker was om de Uktena te praten dan met Lismore, want dat was niet echt een figuur die zijn groep kon samenhouden.
"Maar als ik een suggestie mag doen: misschien wil je volgende keer je roedel raadplegen, voor je een beslissing neemt."
door Zorbalt
Moorderator, 4319 / 5435
gepost: 8-5-2007
om 22u18
Shades of the past
Stonecutter keek een ogenblik zwijgend naar Volgt-de-Wind, waarna hij ietwat verbeten de kraag van zijn koltrui omhoog trok. Toen stapte hij in de richting van Schaduwloper, die klaar leek te zijn met het controleren van zijn rugzak. De man met zijn halflange, spierwitte haar deed een poging om wat vriendelijker te ogen en legde zijn hand met een zachte glimlach op de schouder van de Metis. Zijn stem klonk zacht.
” Het spijt me, ik had niet zo fel moeten reageren daarnet. Je hebt gelijk en het siert je dat je de Litanie in ere wil houden. Het is een flinke tocht naar de Cearn en misschien kunnen we de situatie beter inschatten als we er in de buurt komen.”
Hij liet zijn rugzak van zijn schouders glijden.
”Ik laat mijn rugzak hier achter. Als Lupine kan ik hem en diens inhoud niet meenemen.” Stonecutter keek vragend naar zijn kale packgenoot. ”Miles, zou jij de kaart en wat kleine bezittingen, zoals mijn portemonee, zaklamp en telefoon, mee willen nemen in die gezegende tas van jou? Dan stel ik voor dat we ons aanpassen aan deze speeltuin van de Wyld en op vier voeten het woud doorkruisen. Laten we in deze vorm aanhouden tot we bij de rivier zijn.
Nadat hij had gesproken overhandigde hij schaduwloper enkele kleine spullen en legde de rest in de bus. Even keek hij om zich heen om zichzelf er van te verzekeren dat er geen toevallige automobilist langsreed en dit tafereel kon aanschouwen, waarna hij zijn ogen sloot. Er klonk een zacht schurend geluid toen vlees en bot zich begon te hervormen. Als zachte was leek zijn bleke huid te smelten om daarna te verdwijnen onder een witte, glanzende vacht. De spieren in zijn lichaam bolden op, maar zijn zwarte wolle koltrui leek elastisch genoeg om tijdens vrijwel de gehele transformatie perfect passend te blijven. De verandering van mens - naar monster- naar beest duurde enkele minuten. Uiteindelijk stond er een grote en perfect witte wolf met ijzige blauwe ogen nabij de bus. Het huilde zacht en was erop gebrand om de wildernis in te trekken.
door Assunkill
Wandraak, 3962 / 5128
gepost: 9-5-2007
om 14u10
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Zwijgend keek Miles Lismore aan toen hij de kaart en de persoonlijke spullen aannam. Hij was niet overtuigd door diens excuses. Het was wel duidelijk dat Lismore zich onder druk gezet voelde door Dwaine en Sakura en daarom zijn verontschuldigingen aanbood - en dus niet omdat het hem echt speet of omdat hij zijn fout inzag. De opmerking van Dwaine werd fijntjes genegeerd, de beslissing bleef voorlopig wat ze was. Miles wist wel zeker dat hun Alpha niet van plan was op zijn besluit terug te komen.
Hij moest zichzelf bedwingen toen hij de hand op zijn schouder voelde om die er niet meteen af te trekken. Miles werd niet graag aangeraakt en al helemaal niet op die manier, die hij uiterst onoprecht vond. Toen Lismore hem losliet, vroeg Miles zich af of die de minuscule huivering zou hebben gevoeld die door zijn schouder was getrokken.

Miles zette zich weer aan de picknicktafel en maakte zijn rugzak open. Het lag voor de hand dat ook zijn andere roedelgenoten hem spullen wilden meegeven.
door DeHeld
Stamgast, 5206 / 6056
gepost: 9-5-2007
om 23u04
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Dwaine rolde intussen de spullen die hij wilde meenemen in zijn jas en propte die bal in zijn tas, die hij op zijn beurt aan Miles overhandigde opdat hij het zou kunnen meenemen. Soms vroeg Dwaine waarom een Garou überhaupt zonder speciale spullen zou rondlopen.

Hij zette zich met de alfa aan de kop en genoot van een stevig tempo. Af en toe waren de twee koplopers iets te snel voor de rest van de groep. Op gezette afstanden moesten ze toch wachten op Miles om zeker te zijn dat ze in de juiste richting gingen om bij de rivier te arriveren. De roedel volgde kort achter, en altijd was Waar-Niemand-Voelt de hekkensluiter. Als enige Lupus was zij het trekken door het woud zeker gewoon. Dwaine begon zich af te vragen of ze iets rook of voelde dat hem ontging. Ze was de eerste die Lismore's beslissing had goedgepraat. Had ze nu twijfels? Dat kon bijna niet. Dwaine had nauwelijks contact gelegd en terwijl ze onderweg waren, voelde hij zich niet geroepen om er nu dieper op in te gaan.

Met plezier werkte hij zich in het zweet, behendig over hellingen en tussen struiken en bomen laverend, in het deemsterende bos. Uiteindelijk liep hij nog steeds op kop toen hij de rivier hoorde, en na korte tijd ook zag glinsteren onderaan de vallei. Silver Fang was nog steeds naast hem, en gezapig bolden ze uit naar de oever toe. Dwaine duwde zijn bek in het koude water om zich te verfrissen. Lismore veranderde ondertussen in Homid-vorm. Ook hij veegde zijn gezicht even af.
"Je hebt vanmorgen iets gezegd van een kaartje dat je hebt meegekregen van je vrienden in New York. Wil je dat even gaan halen? We moeten onze positie verifiëren."

Daar had Dwaine niets op tegen, en dus duwde hij zijn rug ook recht, liet zijn vacht en klauwen verdwijnen en verscheen ook in menselijke gedaante. Niet langer gehaast slenterde hij in de richting van de drie anderen zouden komen, om Miles tegemoet te gaan. De wolven die hem naderden gaan over in mensvorm zonder dat hij daar iets voor vragen, behalve Waar-Niemand-Voelt, die enkel lijkt af te wachten.
"Kan ik even aan m'n spullen? En eventueel een zaklamp, als je die binnen bereik hebt."
Het is donker geworden, zeker onder de takken. Dwaine licht zijn uitgeprinte kaartje wat bij als hij naar de rivier terugkeert. Een beginnersfout, eigenlijk, want een mensenoog past zich sneller aan licht dan aan duisternis. Het verlies aan nachtzicht maakt dat hij wat onhandiger en trager moet gaan. Tot hij toch struikelt over een tak, glijdt over het vochtige en rotsachige oppervlak, en met zijn knie en uitgestrekte handen in een plas dondert. Zijn handen en de kaart zijn met smurrie bedekt. Een luide vloek volgt het geluid van spattend water.

Voor hem duikt, gealarmeerd door het lawaai, de figuur van Lismore op. Hij kan een grinnik niet onderdrukken. "Beetje voorzichtig zijn, Cityboy. je bent hier op de buiten." Hij helpt Dwaine overeind, en vist de zaklamp uit de modder.
"Trek het je niet aan, jongen, ik denk dat we het zonder kaartje ook wel zullen vinden. Let liever een beetje op waar je loopt."
Dwaine grijnsde ook, een beetje wrang. Het moest inderdaad een beetje idioot lijken om nu te struikelen na het geren door het bos.
door Assunkill
Wandraak, 3967 / 5128
gepost: 11-5-2007
om 17u09
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Het grootste probleem met het transport van andermans spullen, vond Miles, was dat het zijn eigen bagage uit balans bracht. Zelden kreeg hij compacte pakketjes, meestal waren het halflege rugzakken of opgerolde proppen. En niet zelden rolden de overhandigers met hun ogen als ze zagen hoe Miles met een kritische trek om zijn mondhoeken veel zorg besteedde aan het opbergen van het nieuwe materiaal in zijn rugzak. De eerste keer dat hij een kersverse roedelgenoot dat had zien doen, had hij haar aangeboden zelf een aantal kilometers te lopen met de rugzak. Toen ze dat verbaasd had geweigerd, had Miles nogal onvriendelijk gesnauwd dat ze hem dan ook maar moest laten doen, tenzij zij misschien elke dag tientallen kilometers aflegde met een rugzak en dus beter wist hoe dat moest? De rest van de missie had niemand van het pack nog met ogen gerold, maar ze hadden wel allemaal bekeken als een sociaal gestoorde rugzakfetisjist. Sindsdien liet Miles zijn commentaar ook maar voor wat hij was.
Maar hij hield niet van de kritiek kwam van onwetenden. Hij was goed in zijn ding en hij verwachtte dat anderen daar respect voor toonden, net zoals hij dat bij andermans expertise deed.
Hij stockeerde de spullen van Dwaine, Sakura en Lismore zo goed als mogelijk, maar zijn rugzak werd wel erg vol. Miles was blij dat Waar-niemand-voelt niets bijhad. De rugzak loste dan wel op in zijn lichaam, het gewicht ervan bleef hij voelen. En als de rugzak te vol was (of te leeg, maar dat kwam zelden voor) voelde dat voor Miles aan alsof zijn lichaam ook niet precies goed in zijn huid zat.
Handig klikte hij de sluitingen dicht en stak zijn armen door de riemen. Hij verbeet een zucht toen hij de verandering naar Lupus inzette.

De transformatie tot wolf was een pijnlijk gebeuren. Niet fysiek, maar wel sociaal. Ze wisten natuurlijk dat hij Metis was en allicht kenden ze ook zijn handicap, maar een kale wolf daadwerkelijk zien rondlopen, was voor zijn packgenoten meestal toch even wennen. Na de eerste keer werd hij over het algemeen niet meer aangestaard en dan voelde hij zich er ook een stuk makkelijker bij. Soms gebeurde de eerste keer in een stressvolle situatie en dat maakte het ook makkelijker, maar dat was nu niet het geval. Hij was een slanke, maar hoekige en daardoor weinig elegante, bijna zwarte wolf. En er groeide geen sprietje haar op zijn huid. Miles keek zijn de anderen niet aan, maar liep meteen naar het woud. Hoe minder hij in het zicht liep, hoe liever hem dat voorlopig was.

Haast niet te onderscheiden in het duister, maar zeer aanwezig op zijn rug en zijn flanken, waren enkele tekeningen die donkerder waren dan zijn huid.
Rond Miles’ veertiende was zijn peetvader het beu geweest om altijd Miles’ spullen voor hem te moeten meezeulen en bovendien werd Miles steeds vaker door andere weerwolven op sleeptouw genomen. Daarom had Miles zijn eigen rugzak gekregen. Het ding was onnoemlijk veel te groot geweest voor de kleine Homid-Miles, maar hij was er apetrots op geweest. Toen was hij nieuw, felblauw en helder groen geweest, met donkere symbolen rond de sluitingen, die zijn peetvader er zelf op had aangebracht. Nu was de rugzak veelvuldig versteld en van één grauwe verschoten tint, maar de runen glimden nog steeds diep en donker – ook als de rugzak door Miles’ wolvenlichaam opgenomen werd.

De tocht door het woud deed Miles deugd. Na dagenlang opgefrommeld te hebben gezeten in een te hete bestelwagen, was het puur genieten om door een koel nachtelijk woud te lopen. Dwaine en Lismore waren erg gretig, Miles zelf hield het iets rustiger. Hij verspilde niet graag energie nog voor een missie werkelijk begonnen was en het kon geen kwaad om na zoveel dagen passiviteit rustig te starten.
Terwijl ze de rivier naderden, besloop een ongemakkelijk gevoel de Metis. Hij kon het niet meteen thuisbrengen, maar het maakte zijn blik waakzamer en zijn pas aarzelender. Toen ze na een uurtje de rivier bereikten, was hij blij dat hij zich even op de omgeving kon concentreren. Dwaine en Lismore namen meteen weer de Homid-vorm aan. Voorlopig hield Miles het even op Crinos. Zo kon hij evengoed zijn rugzak openen en straks moesten ze toch weer verder als Lupus. Het scheelde in de moeite.
Hij overhandigde de spullen aan Dwaine, maar lette niet op hem. Er hing iets in de lucht, iets vreemd en onheilspellend. Eén blik van verstandhouding met Waar-niemand-voelt leerde Miles dat hij niet de enige was die dat opmerkte. Terwijl de anderen met Dwaine, zijn kaartje en zijn struikelpartij bezig waren, moest Miles onwillekeurig huiveren. Tegelijk sloeg een doffe stank in zijn gevoelige neus en proefde hij haar tegelijk op zijn tong. Nu moest hij niet meer naar Maya kijken om te weten wat er aan de hand was. Met een bliksemsnelle beweging had hij zichzelf weer opgetuigd en hij siste luid naar de drie Homids: “Wyrm !!”*
door malkav
achterban(k), 5203 / 7020
gepost: 11-5-2007
om 18u09

gewijzigd door malkav
12-5-2007 om 13u48

Scéne 5: Shades of the past
Sakura was naar het busje gelopen en had haar boek uit haar tas gehaald en schoof deze onder de bestuurders stoel. Het was het enige persoonlijk voorwerp op haar persoon wat niet aan haar gebonden was. Niet dat ze veel bij had in haar kleine rugzak; een zaklamp, haar badge/beurs en haar Ipod.
Ze had ook wat pakjes gedroogd fruit. Ze waren opgerold in rijstpapier met gouden bedrukking. Dit was het enige wat ze aan Miles gaf.
Ze staarde nog eens naar het zilverkleurige half automatische vuurwapen in haar tas. Met sierlijke letters stond er 'Ivory' langs de loop gegrafeerd. Ze ritste haar rugzak dicht en sloeg deze om.

Waarom had Daniël haar vanochtend zijn wapen gegeven? Een Fetish zelfs. Het gebeurde vluchtig tijdens een sanitaire stop langs Route 23 en hij wilde niets van haar vragen weten. Zelfs dit verliep met de nodige autoriteit en arrogantie. Ze kon werkelijk geen hoogte krijgen van hem,.. iets wat eigenlijk maar zeldzaam was.
Ze had zich nog niet trachten te binden aan het wapen. Ten eerste had ze er niet veel mee. Ze had haar hele leven nog geen wapen nodig gehad. Op de tweede plaats waren afstandswapens hoogst oneervol, in het bijzonder vuurwapens. Ook was het gewoonweg een te onvoorspelbare manier van strijd. Je verloor iedere keer controle over je aanval wanneer de kogel de kamer verliet. Het was ook zeker drie maanden geleden dat ze 'oefeningen' had gehad. Gelukkig was het maar drie keer per jaar verplicht als half-burger.

Ze sloeg de deur van het busje dicht en sloot de wagen af met de centrale vergendeling. Sakura liep achter het voertuig door waar ze de sleutels een stukje in de uitlaat van het voertuig schoof.
In zijn voorbijgaan richting Miles zag ze dat Daniëls jas wat opwaaide en het T-Holster op zijn rug was even gedeeltelijk zichtbaar. Er zat nog maar één wapen in en Sakura durfde haar FBI-Badge erop te verwedden dat er 'Ebony' op het dof zwarte wapen gegrafeerd zou staan.
Hij had letterlijk gezegd dat ze het wapen van hem kreeg, en tijdens wat sputterend protest van haar zijde snoerde hij haar de mond door te zeggen dat ze het nodig zou gaan hebben. Einde discussie,.. wat bezielde hem toch?

De anderen veranderden allen in hun Lupusvorm op bevel van hun Alpha. Ergens vroeg ze zich af wat de haast was om in Lupus vorm te gaan. Ze zaten al reeds veel te lang in die bedompte bus, want het was toch wel gaan 'ruiken' binnen inmiddels.
Ze had liever eerst een rustgevende wandeling gemaakt en misschien zelfs gepraat alvorens de poten onder hun lijf vandaan te gaan rennen.
Ze zou er maar het beste van moeten maken.
Ze zakte door haar knieën en ging de fases door richting haar wolfsvorm. Ze waren al een tijdje aan het rennen toen plots Waar-Niemand-Voelt haar flank beukte. Ze liet haar tanden zien en schudde met haar hoofd. In een reflex hapte Sakura naar de poten van de lupus. Ze sprong behendig uit de weg en spurtte naar een zijspoor. Sakura volgde haar behendig. Ze sprong langs spiegelgladde boomstronken die geheel met vochtig mos waren begroeid. Ze voelde hoe de kussentjes onder haar poten zich hechtte aan de ondergrond. Zolang ze zich kon herinneren was ze nog nooit gevallen, haar hele leven niet. Niet tijdens rennen of lopen. Enkel wanneer er serieuze factoren van buitenaf zich moeiden was ze onderuit gegaan of erger... Vooral tijdens de eindeloze training van haar Grootvader.

Ze gaf gehoor aan haar instincten, ze renden en speelden samen totdat Waar-Niemand-Voelt haar spurt ietwat vertraagde. Het was Sakura ook al opgevallen. Alle dieren in het bos waren overdreven angstig behalve een uil die zij voorbij snelden. Hij, of zij, zat op enkele meters hoogte en keek de richting uit waarin zij allen renden. Na enige tijd kwam de roedel tot een halt.. Sakura bleef in haar lupus vorm en observeerde Daniël en Dwaine,..vooral Dwaine. Zijn kleding was wat besmeurt geraakt tijdens de valpartij... Daniël hielp hem overeind en waarschijnlijk was enkel zijn trots beschadigd.
Langs het wildpad viel haar oog op een roestige, gesloten berenklem en een ketting die tussen enkele varens lag. Deze was dichtgeslagen. Ze rook hier oud bloed en zag haren die vermoedelijk duidde op een vos of een wasbeer. Ze veranderde terug naar haar homid vorm en plots hoorde ze Miles' stem achter haar; *"Wyrm!!"*
Hij torende boven haar uit in zijn Crinos vorm.
door Zorbalt
Moorderator, 4323 / 5435
gepost: 12-5-2007
om 12u43
Shades of the past
Nog voordat ze de rivier bereikte voelde Waar-Niemand-Voelt zich vreemd. Instinctief merkte ze de gespannen sfeer op die het leven in dit deel van het woud in zijn greep hield. Ze was dan ook niet verbaasd toen het geestenkind de naam van de grote vijand uit zijn muil liet sijpelen. De val van het Gaiakind was haar niet echt opgevallen, want haar aandacht werd getrokken door iets anders. Terwijl de anderen zich bekommerden om de te volgen route liep de Lupus iets verder, westelijk langs de rivier.


Op een kleine heuvel aan de andere kant van het water zag ze een bouwwerk staan. Het huisje lag verscholen tussen de bomen en de varens en was bijna geheel opgetrokken uit hout. Een gammel ogende smalle brug, gemaakt van touw en ongelijke planken, liep al wiegend over het kolkende water. Waar-Niemand-Voelt huilde zacht, maar net luid genoeg dat de anderen haar konden horen. Ze bekeek de rivier. In haar gevaarlijkste vorm was het mogelijk om het water de doorkruisen zonder de brug te hoeven gebruiken. Een wolf of een mens zou zonder al te veel problemen gebruik kunnen maken van deze oversteekplaats. Ze besloot om in haar geboortevorm te blijven en draaide zich om naar de anderen.


Terwijl de roedel haar kant op kwam keek ze naar Stonecutter. De man oogde verbitterd en streng, maar zij had hem anders meegemaakt. Hij was een man die vocht met de kwade geesten uit zijn verleden. Garou die dicht bij Gaia stonden wisten zich zelfs te herinneren wat zij in hun andere levens hadden meegemaakt. Voor Lismore was dit waarschijnlijk eerder een vloek dan een zegen.


De alpha liep naar de brug, gevolgd door de anderen. Hij keek toe hoe de wolf hen voorging. snel en behendig maakte ze de oversteek. Ietwat opgewonden bleef ze aan de overkant al piepend wachten.

Lismore draaide zich om naar de anderen. Hij sprak kort en zijn woorden klonken bijna als een bevel.
"Lotus, Schaduwloper...onderzoek die cabin en zeg tegen Waar-Niemand-Voelt dat ze de omgeving in de gaten moet houden." Daarna richtte hij zich tot de man met de kaart "Cityboy, waarheen nu?"

door Assunkill
Wandraak, 3973 / 5128
gepost: 12-5-2007
om 18u53
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Sakura knikte naar Daniël en tuurde naar de overkant van het bruisende water waar Maya ietwat gespannen op en neer liep.
Ze merkte dat de sfeer plots was veranderd, en niet zozeer omdat Miles dramatisch had gesist. Als de Wyrm hier heerstte kon dat enkele dingen betekenen. Of de plek was zo aangetast dat het afstraalde naar de realiteit of er waren anderen in de buurt... Ze sloot haar ogen en haar gezicht groeide donkerder. Haar kaaklijnen verscherpten zich en haar gehele voorkomen werd zeer robuust. Ze kon nog maar nauwelijks voor mens doorgaan. Ze stapte richting de brug en draaide zich om naar Schaduwloper. Ze begon te wennen aan zijn naakte voorkomen,.. ze accepteerde deze dingen snel, maar het bleef 'storend'. Het was hetzelfde als iemand met een grote wijnvlek in zijn gezicht, je kon er simpelweg niet omheen. Met een stem die als zeer rauw en hees was te omschrijven sprak ze haar roedelmaat aan.
Haar toon was zacht zodat Daniël haar moeilijk kon verstaan. "Of deze plek is zeer vervuild of er zijn derden aanwezig. Misschien willen ze ons opsplitsen,.. maar dat water zal geen probleem zijn in jouw vorm. Of kom ik nu paranoïde over?"

Miles haalde zijn schouders op. Kon je paranoïde zijn als je hele leven bepaald werd door de strijd tegen de Wyrm? Hij schudde zijn hoofd om aan te geven dat hij haar niet paranoïde vond en daalde voorzichtig de oever af om enkele meters naast de brug het water over te steken, zodat hij oogcontact kon houden met zijn roedelgenote op de brug. Het riviertje was niet zo heel breed en met enkele grote passen had Miles al snel de andere oever bereikt. Hij klauterde er weer naar omhoog en liep naar Waar-niemand-voelt. *"Stonecutter vraagt je de omgeving in de gaten te houden. Witte Lotus en ik verkennen het huis"* Hij moest zich bukken om te kunnen fluisteren tegen de wolf.

Sakura stapte de brug op toen Schaduwloper de oever bijna had bereikt. Het water klotste soms tegen hem op en er waren duidelijk stukken ondiep water. In haar hoofd speelde zich een scenario af van kleine explosieven op de brug of vuurwapengeweld vanuit het huisje of de bosrand. Dit bleek allemaal niet te gebeuren. Ze bereikte veilig de overkant van de brug. Miles draaide zich om naar haar en Waar-Niemand-Voelt verdween de bosrand in. Aan de overkant aangekomen balde zij haar vuisten langs haar lichaam en er was gekraak van gewrichten en spieren te horen in haar handen en armen. Ze reikte de hoogte in en gewrichten verzetten onder begeleiding van het getrek van iedere spier in haar lichaam.

Haar vacht was hazelbruin met een grote zwarte streep over haar rug wat uitliep in haar zwarte staart die statig omhoog stak. De vacht van haar klauwen en poten haden dezelfde zwarte kleur. Haar manen, borst en onderbuik waren van een iets lichterbruin. Haar open jasje was veel korter geworden en was haast mouwloos. De capuchon leek een enkele maal groter in haar wolfsvrouw vorm. Het had zich geheel aangepast aan haar vorm net zoals de bandjes van haar rugzak, al was die nu wel haast samengesmolten met haar jas.,, alsof het deel uitmaakte van haar kleding. Ze kon dus ook niet meer bij haar spullen. Ze stapte voorzichtig richting het huisje met Schaduwloper aan haar zijde. Er leek geen gevaar aanwezig te zijn, behalve de wetenschap dat deze plek opgeëist was door de Wyrm temidden van het Veranderende Kind.

Argwanend bekeek Miles het gebouwtje. Het was een blokhut. Die dingen zagen er altijd een beetje gammel uit, maar Miles wist dat ze oerstevig waren. Deze leek verlaten, maar er hing zo'n zware atmosfeer van Wyrm om hen heen, dat Miles geen enkel risico durfde nemen. Langzaam en omzichtig naderden ze de blokhut. Op de ruiten lag zo'n dikke laag vuil, dat het moeilijk zou worden om langs daar binnen te kijken. De deur bestond uit dikke houte planken die met zware bouten waren vastgezet en ook de scharnieren zagen er, hoewel ze roestig waren, niet uit alsof ze makkelijk zouden meegeven. Als de deur op slot zou zijn, zouden ze niet eventjes discreet een blik binnen kunnen werpen.

Het raampje in de deur was geel uitgeslagen en de vele webben langs de binnenkant maakte het zicht ook niet veel makkelijker. Witte Lortus morrelde aan de deur maar deze leek niet mee te willen geven. Ze zette er wat meer kracht op en de sierlijke gietijzeren klink aan de deur brak in zijn geheel af. Ze snauwde en liet haar tanden zien.. Hier kon ze slecht tegen. Ze nam wat afstand van de deur en ademde diep in en uit.
Ze stapte in en draaide haar lichaam snel om haar as en strekte haar poot om momentum te verzamelen. Met een doffe knal zakte de deur nauwelijks voor de helft naarbinnen. Het bovenste scharnier brak af maar de deur stond nog steeds. Het was een knap staaltje timmermanswerk geweest.

De deur proberen zou moeizaam gaan, bedacht Miles. Hij wenkte naar Sakura en liep weer naar het smerige ruit langs de zijde van het bouwwerk. Zijn vuist sloeg hard tegen het glas, dat krakend in splinters brak. Enkele scherven scheurden Miles' taaie huid open, maar de oppervlakkige wonden verdwenen bijna net zo snel als ze verschenen waren.
Gespannen wachtte Miles enkele ogenblikken af, maar er gebeurde niets. Hij verwijderde de nog vastzittende scherven en klom toen, enigszins gehinderd door zijn grote gestalte, naar binnen door het raam.

Ze klom Miles achterna, al was het meer een onhandig naar binnen stappen in deze vorm. Er was binnen geen enkel teken van leven en de crinos vorm was nu eenmaal niet functioneel in dit geval. Ze kromp weer ineen en nam haar glabro vorm aan. Het stond binnen vol met allerlei bende. Stapels blikken, waarschijnlijk verf, auto onderdelen. Aan de muur hingen verschillende huiden te drogen en er lagen grote klemmen

Binnen hing de Wyrm-atmosfeer zwaar en verstikkend. Miles had niet het idee dat er op dit moment agenten van de vijand aanwezig waren. Het zag er ook niet naar uit dat er hier überhaupt af en toe iemand was geweest de laatste jaren. Deze plek was door de jaren heen gewoon ernstig vervuild geraakt en een vieze etterende smet op Gaia's huid geworden. Miles keek voorzichtig rond. Hij wist niet goed wat hij hiervan moest denken. Wat deed deze hut hier eigenlijk?

Sakura liep langs de vele hopen schroot en het viel haar op dat het metaal op soort lag verspreid. Het begon steeds meer op een opslag te lijken. Ze liep wa verder de ruimte in en zag een stapel kranten liggen. Ze bukte en bekeek de kop. De Granny Basher uit Queens werd nu ook verdacht van enkele andere aanvallen op hoogbejaarde vrouwen. De krant was van 4 April 1971, hij was gelig en broos geworden, openvouwen zou waarschijnlijk geen optie zijn. Tussen de kranten zag ze iets liggen, een foto lijstje.. Ze raapte het op en blies het stof eraf. Er stond een familie op en de achtergrond was gesierd met een gevild varken wat ze waarschijnlijk trots hadden uitgespreid.. De mensen op de foto hadden maar een vreemde blik in hun ogen. Ze reikte Schaduwloper de foto."Lokale bevolking waarschijnlijk. De laatste krant is van april drie jaar terug.. Ik denk dat mensen die hier niet heel ver vandaan kunnen wonen deze voormalige woonstee als een soort van opslag of jagers-lodge zijn gaan gebruiken. Bewoners van het trailerpark enkele kilometers terug misschien"
door DeHeld
Stamgast, 5214 / 6056
gepost: 12-5-2007
om 22u31

gewijzigd door DeHeld
13-5-2007 om 10u08

Antw: Scéne 5: Shades of the past
De boer-met-kiespijn-grijns stierf op Dwaine's lippen. Nog maar net vertrokken of daar had je al een alarm. Het toeval wilde dat hij de kaart in handen had op dat moment, en dus probeerde hij meteen tusen de vlekken door het plannetje te lezen. De caern was niet zo dichtbij. Op zijn plannetje stond het woonwagenpark niet op, en van wat hij zich herinnerde lag dat ook in de buurt van diezelfde caern, min of meer aan hun kant. Misschien was het die vervuiling die Wyrm met zich meebracht. Of omgekeerd.
"We moeten hier de rivier over. De rest van het pad kunnen we in de beschutting van het bos afleggen." Dwaine concentreerde zich, probeerde de schaal van het kaartje om te zetten naar de echte wereld. In vogelvlucht niet veel, maar in het bos...
"... nog een halfuur, als we er tempo achter zetten."
Hij plooide kaart weer op e zette koers naar het bruggetje. De anderen waren daar als snel overgestoken, dus daar konden ze wel op vertrouwen. Aan de andere kant aangekomen hield hij halt bij Waar-Niemand-Voelt. Als er inderdad gevaar nabij was, moesten ze elkaar te hulp kunnen schieten.
Er viel echter niets te zien dat op gevaar duidde. Niets ongewoon: geen lawaai, geen beweging. Het stromen van het riviertje niet meegerekend. Zolang hij daar geen geplons hoorde, rekende hij dat ook als 'in orde'. Van de kant van de blokhut hoorde hij iets stukslagen. Het viel te hopen dat de andere twee niet zo nerveus waren dat ze boel begonnen af te breken.
door Zorbalt
Moorderator, 4326 / 5435
gepost: 13-5-2007
om 9u54

gewijzigd door Zorbalt
14-5-2007 om 20u11

Shades of the past
Terwijl de Stargazer en de silent Strider de jachthut onderzochten, stonden de anderen bij de brug te wachten. De sterrenhemel boven hen ging verscholen onder een wolkendeken en een koele wind blies tussen de bomen door. Ver weg dachten zij een huilend geluid te horen dat spookachtig door de nacht sneed. Waar-Niemand-Voelt spitste haar oren en liep onrustig langs het water, af en toe omkijkend naar de blokhut.

Stonecutter tuurde voor zich uit richting de bosrand. Het was nu aardedonker in het woud, maar boven hen hadden de wolken een vage gloed over zich in verschillende kleurtinten. De bron van dit gekleurde licht moest ergens in de buurt zijn, maar de afstand was moeilijk te bepalen. Toen pakte hij voorzichtig een kaartje uit de zak van zijn broek. In eerste instantie dacht Dwaine dat het een visitekaartje was, maar toen de maan een kort moment door de wolken brak zag hij dat het een bidprentje moest zijn. De gouden glans van het kaartje schitterde toen de Alpha het in zijn platte hand legde en zijn ogen sloot.


”Vrouwe, geef mij de kracht om te overwinnen en zegen mijn broeders en zusters.” Zijn volgende woorden waren slechts zachte fluisteringen en onhoorbaar voor de anderen. Toen hij zijn ogen opende keek hij naar het Kind van Gaia.


”Dwaine, mocht ik sneuvelen tijdens deze missie….,” Hij zweeg een kort moment en glimlachte ietwat wrang, maar de blik in zijn ogen was bijna droevig …dan moet jij er voor zorgen dat de volgende Alpha dit prentje bij zich zal dragen. Eenmaal in de grote stad moet het terug, terug naar de leden van mij sept. Dat is Falcon’s wil.”


Stonecutter keek zwijgend voor zich uit, wachtend tot de anderen terugkwamen uit de oude blokhut.

door DeHeld
Stamgast, 5227 / 6056
gepost: 16-5-2007
om 17u54

gewijzigd door DeHeld
16-5-2007 om 18u37

Antw: Scéne 5: Shades of the past
De nacht was rustig genoeg, occassionele nieuwsgierige insecten niet meegerekend. Dwaine was gespannen op nieuws van de twee verkenners aan het wachten en keerde zich pas verrast naar Lismore toen die hem het bidprentje liet zien waar hij het over had. Wat een manier om plots toch nog persoonlijk te worden.

Natuurlijk nam Dwaine het prentje goed in zich op, bekeek even hoe Maria zorgelijk naar Jezus keek, en bedacht dat hij het maar moest zo laten, aangezien de anderen elk moment het 'all clear' konden geven... of een alarm.
"Hey, je zal er staan met de beste van hen, makker. Als er iemand neergaat, zal jij het niet zijn. maar als alfa zal je er wel voor zorgen dat het niet gebeurt he." probeerde Dwaine het moment wat weg te werken.

De andere twee bleven nu wel verdacht lang stil.
"Misschien moest ik ook eens even poolshoogte nemen aan de hut? Gewoon zien of ik kan bepalen waar ze ergens zijn."
door malkav
achterban(k), 5226 / 7020
gepost: 17-5-2007
om 14u29
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Sakura stapelde wat kranten af toen haar oog plots viel op een artikel uit de Virginia times.
Ze las het door en legde het opzij. Natuurlijk was zoiets verschrikkelijk, maar het kon hen niet helpen met het oog op deze missie. Ze stond op en liep naar een grote stalen kast waarvan de dof oranje verf op vele plaatsen geheel afgebladerd was. Diep rode roestplekken waren als een kanker verspreid over de zware kast. Ze liet haar behaarde hand over een hendel hangen en draaide voorzichtig het slot open. Met een luide klik viel het uit zijn ophanging en ze opende langzaam de deur voor het geval diens inhoud de grond zou verkiezen na jarenlang verblijf in de donkere ruimte.
Ze keek in de kast en zag een verzameling aan voorwerpen die al enigzins bevestigde wat ze al dacht. Op de planken lag oude werkkleding, kapotte en bevlekte overals, werkhandschoenen, een oude mijnwerkershelm met een kapot electrisch lampje. Oud gereedschap was tegen de achterwand van de kast gehangen. Onder een stapel zwart stoffige overalls zag ze een bruine schoenendoos staan waarvan de opdruk geheel vaal was geworden. Ze nam deze uit de kast en plaatste deze op een groot motorblok wat in de hoek naast de kast stond. De deksel legde ze naast de doos neer. Er zat een redelijke stapel aan papieren en foto's in, ook lag er een gesigneerde honkbal in. De eerste foto was er een van, vermoedelijk, een mijnstadje. Het zou haar niets verbazen als dit het Utopia was uit het kranten artikel.. Een honkbalplaatje , verpakt in een plastic hoesjelegde zij terug in de schoenendoos samen met wat papieren van aankoop; Een TV met maar liefst twaalf in te stellen kanalen een '57 Chevvy, een grasmaaier en meer huisraad. Ze vond nog een oude foto van een honkbal team en een prent van een mijnwerker, achterop stond "veel liefs en bid voor me, Papa".

Naar alle waarschijnlijkheid waren de mensen van het mijnwerkers stadje Utopia allemaal vertrokken na de grote mijnramp. Sakura vroeg zich af of de bewoners van het trailerpark, met dezelfde naam, misschien nog de restanten waren van die mensen.

Ze legde de spullen weer terug en sloot de kast waarna ze naar het grote gapende gat liep waar eerst de doffe raam zat. Miles was bezig met een oude koelkast en het verschuiven van wat spullen.

"Ben je klaar Miles?"
door Assunkill
Wandraak, 3980 / 5128
gepost: 17-5-2007
om 16u56
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Erg aangenaam rook het niet in de blokhut. naast de beklemmende wyrm-atmosfeer hing er een indringende geur van benzine en verf. Heel de hut was er van doordrongen en dat leek niet veel plaats te laten voor zuurstof.
Miles keek eventjes rond. Het was een enorme puinhoop. Wat je hier kwam zoeken, je kon het nooit snel terugvinden. Zijn oog viel op een oude koelkast en iets dat waarschijnlijk een vrieskist was, want kleefde een grote sticker van een gestileerde eskimo op. Het viel Miles op omdat hij niet had gedacht dat er electriciteit zou aangelegd zijn in deze hut.
Hij schopte wat lege verfblikken opzij en verplaatste twee kartonnen dozen vol versleten verfborstels om de koelkast te kunnen openen. Op de deur plakte een dun laagje plakkerig vet, merkte Miles. Van binnen sloeg een vochtige, zure walm in zijn gezicht en er spatte een flinke plas water op de grond. De koelkast was blijkbaar niet ontdooid geweest toen hij stopte met functioneren. Er stond bijna niets in. Van de roosters, die als rek dienden, was het meeste plastic afgebrokkeld en het metaal was op sommige plaatsen half doorgeroest. Enkele glazen potten waren ooit geopend en weer dichtgedraaid. Op de etiketten las Miles dat er ooit augurken, weense worstjes en pickels hadden ingezeten, maar als wat er nu nog inzat was een dikke gelige laag op de bodem en zwarte en witte schimmels die als pluizige spinnenwebben in de potten lagen. Miles sloeg de deur weer dicht en concentreerde zich op de vrieskist.

Het deksel was van glas, maat blijkbaar ook langs de onderkant beschimmeld zodat hij buiten wat vage donkere vlekken eigenlijk niets zag. Met een stevige ruk opende hij het deksel en een gruwelijke lucht van verotting steeg op uit de vrieskist. De jager uit deze hut had zijn trofeeën in vuilniszakken gepropt en dan in de diepvriezer gestoken. Die deed al een tijdje zijn werk niet meer en de zakken waren gescheurd en de lijken gerot. Veel vogels, konijnen, wasberen, een verdwaalde kat, en enkele kleine roofdieren zoals vossen en marters.

Walgend wou Miles het deksel weer dichtklappen, toen zijn oog viel op iets dat tussen de vuilniszakken lag en geen half vergaan beest was: een porceleinenn pop, die ooit lief en schattig was geweest. Het meest haar was ze intussen kwijt, en al die tijd tussen rottende lijken hadden kleur noch textuur van haar kleding deugd gedaan. Het verbaasde Miles dat het gezichtje nog intact was. Hij pakte de pop uit de kist en sloeg die weer weer dicht. Peinzend bekeek hij het porceleinen speelgoed. Het meisje leek hem aan te kijken. Ze deed hem ergens aan denken, maar hij wist niet aan wat.

*"Ben je klaar Miles?"* Sakura's stem haalde hem uit zijn overpeinzingen. Hij gooide de pop weg, op een berg die bestond uit samengebonden jaargangen van Penthouse.
*"Ik ben klaar,"* mompelde hij. Hoe eerder ze uit dit muffe stinkende hok wegkonden, hoe beter. Hij veegde zijn poot-handen af aan een vod vol opgedroogde olie en liep weer richting het gebroken raam.
door Zorbalt
Moorderator, 4334 / 5435
gepost: 17-5-2007
om 23u13
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Net op het moment dat de twee mannen nabij de brug zich zorgen begonnen te maken over hun packleden in de blokhut, zagen ze het monsterachtige lichaam van Schaduwloper door het gebroken venster klauteren. Toen hij zich door het gat had gewrongen volgde de Witte Lotus. Ze glipte behendig door het gebroken raam en liep samen met het haarloze monster terug naar de anderen.


Ook Waar-Niemand-Voelt verscheen vanuit de struiken en voegde zich bij haar kameraden. Gezien haar gedrag was het soms moeilijk voor te stellen dat ook dit wezen een strijdster van Gaia was. Op momenten als deze leek ze een doodnormaal, maar misschien ietwat nerveus, dier. De wolf liep snuffelend en soms zacht piepend langs de blokhut. Af en toe ging ze plat op de grond liggen, maar haar oren bleven de gehele tijd oplettend omhoog staan.


Lismore wreef door zijn halflange, spierwitte haar en knikte naar de bosrand.


”Ik hoef geen wormen te kunnen ruiken om te beseffen dat dit prachtige stuk land ziek is. Het kwaad krijgt een steeds grotere grip op dit gebied. Ik kan de vijandigheid van de Ravens tegenover buitenstaanders niet goedkeuren, maar wel begrijpen. Zij zien hoe hun territorium verziekt wordt en beseffen dat ze de Wyrm niet zomaar kunnen stoppen.”


De Alpha legde zijn hand op de brede schouder van Volgt-de-Wind.


” Volgens Dwain’s kaart moeten we nog een stuk door de bossen afleggen. Het woud is hier minder dicht en grof geschat zouden we over een minuut of dertig bij de cearn aankomen. Ik stel voor dat we dit heiligdom in Crinos betreden.”


Toen klonk er een zware, raspende stem van nabij de cabin en in de schaduw zagen ze dezelfde grijze oerwolf staan die ze eerder op de parkeerplaats hadden gezien. Hispo was de vorm waarin Maya het gemakkelijkste met haar roedelleden kon communiceren. Ze voelde zich nooit helemaal prettig op twee benen.


**” Vertel ons Geestenkind…, Lotus, wat hebben jullie aangetroffen in dat smerige hol?” **

door malkav
achterban(k), 5235 / 7020
gepost: 20-5-2007
om 13u47

gewijzigd door malkav
20-5-2007 om 13u59

Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze liep naast de reusachtige gestalte van de Schaduwloper rustig de enkele meters terug naar de brug. Dwaine en Daniël stonden waarschijnlijk op het punt om zelf polshoogte te komen nemen, ze waren reeds aan de overkant. Ze zag hoe Dwaine zich nonchalant uitrekte toen zij naderden. Zijn jasje kwam wat omhoog en ze zag zijn mooi gevormde buik.. Ze vergat soms dat Dwaine bijna tien jaar jonger was dan zijzelf, maar bij het zien van zo'n 'jongens lichaam' werd ze direct weer op de feiten gedrukt. Ze keek niet met een 'verkeerd' oog naar hem, enkel observerend. Het zag er nu eenmaal mooi uit.
Zij en Schaduwloper waren inderdaad lang bezig geweest binnen, maar hetgeen Sakura aangetroffen had was wel degelijk interessant. Ze stopte voor hun roedelmaten en maakte een kleine buiging naar ze. Waar-Niemand-Voelt sprak hen aan nabij de cabin in haar gigantische oerwolf vorm.

"Het pand is naar mijn schatting sinds 1972 niet meer bewoond, maar is daarna nog wel gebruikt als opslag voor auto onderdelen, jacht attributen en dergelijken. Het heeft voornamelijk dienst gedaan als jachtlokaal de afgelopen jaren, en ik vermoed nog steeds in beperkte mate. Ik vond een artikel in een Viginia krant en een schoenendoos met persoonlijke eigendommen, foto's, papieren en prullaria.

Er is in 1972 een tragisch ongeval in een Mica-mijn gebeurt. Ik vermoed dat het pand deel heeft uitgemaakt van een dorp gecentreerd rond Cutters Mine. Het dorp heette Utopia, zoals het woonwagenkamp kilometers terug, de kans bestaat dat de bewoners van het kamp de voormalige mijnwerkers families waren. Ik vermoed dat de mijn gesloten is, een actieve mijn had zijn aanwezigheid wel verraden aan ons doormiddel van werkverkeer of borden langs Route 23. Dat er zo'n duistere mantel over dit gebied hangt zo nabij de Caern is mij een raadsel. Ik vond geen overduidelijke tekenen van Wyrm besmetting, maar een verband met de Mijn lijkt haast onvermijdelijk... Schaduwloper?
"

Ze keek de Schaduwloper aan en wachtte af wat zijn bevindingen waren geweest.
door Assunkill
Wandraak, 3988 / 5128
gepost: 20-5-2007
om 15u11
Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Miles wist niet goed wat hij moest zeggen. Sakura had heel wat informatie gevonden, terwijl hij alleen maar een gevoel had overgehouden dat hij niet precies kon benoemen. Toen Sakura over de data begon, bedacht hij dat hij had moeten kijken naar de productie- en vervaldata op de etiketten van de beschimmelde potten. Het was wel duidelijk dat hij geen detective was en zijn collega wel. Hij keek onzeker naar Sakura en toen weer naar de rest van de roedel.

*"Ik weet niet of ik echt iets heb gevonden. Ik weet niet wat er heeft plaatsgevonden. Alleen dat wie er woonde, geen gewoon gebrek aan respect voor Gaia had. Gewone jagers bewaren hun trofeeën niet in vuilniszakken in een diepvriezer.
De Wyrm die hier zit, is geen passief gevolg van vervuiling of van de mijn. Er zijn actieve agenten van de Wyrm aan het werk.
"*

Nog steeds onzeker haalde hij zijn schouders op. Meer had hij niet te melden en dat speet hem. Stonecutter knikte naar zijn twee verkenners. Hij wou duidelijk verder naar de Caern.

Het terrein liep licht omhoog. Dwaine en Lismore liepen opnieuw voorop en Miles vormde ditmaal de achterhoede. Naarmate ze vorderden, werd de natuur woester en ongerepter, maar Miles slaagde er niet in het Wyrm-gevoel volledig van zich af te schudden.
door DeHeld
Stamgast, 5242 / 6056
gepost: 20-5-2007
om 20u16
Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Goed, liever een mysterie dan een acute dreiging, vond Dwaine. Nu dit alles achter de rug was, konden ze best gelijk vertrekken. Dwaine veranderde opnieuw in Lupus voor het laatste deel van de tocht.

Op de hellingen zat meer rots in de bodem. Volgt-de-Wind-in-de-Wolken hoefde daarvoor geen geografie te kunnen, want als wolf stond hij dichter bij de grond, letterlijk. Dat de knollige wortels van de bomen hun best moesten doen om zich hier in de bodem te verspreiden vertelde genoeg. De bomen stonden verder uit elkaar, en de plaats tussenin werd gretig ingepikt door varenplanten. Het was aardig duister inmiddels en aangezien er geen sterren of maan in zicht waren, was 'bewolkt' geen slechte gok wat het weer betrof. Aan het wuiven van zijn vacht kon hij voelen dat er af en toe wind jaagde.

Ondanks de ruwere ligging van het terrein had Dwaine min of meer gelijk toen hij op een half uurtje gokte. Het was daaromtrent toen de natuur plots merkbaar wilder werd. Hogere bomen, dichtere begroeiing, meer bladeren. Dermate veel, dat het maanlicht er niet meer door drong toen ze een gaatje in het wolkendek vond. Maar rond de caern zelf was er meer licht. Het leek wel alsof een verlicht verkeersbord de weg aangaf. Lismore hield halt, en de rest van het pack begon ook stilletjes naderbij te sluipen.
door Zorbalt
Moorderator, 4340 / 5435
gepost: 20-5-2007
om 20u19
Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Toen de Owl’s Scouring Eyes naar de plek van hun bestemming sloop begon het boven hen te rommelen. Weerlicht flitste door de dikke wolkenpartij die schuil ging achter de dichte boomkruinen. Slechts sporadisch liet Luna zich zien, haar witte licht over de open plek van de Cearn heen strooiend. Minuscule vliegjes vlogen om hen heen en bleven op hun lichamen plakken. Er hing een vreemde lading in de lucht. Zij roken de varens, de aarde en de bladeren in de bomen. Weldra zouden regendruppels op het woud neerdalen. Het woud was dorstig.


”We naderen de Cearn. Het ziet er hier verlaten uit, maar ik neem geen risico’s. Volg mijn voorbeeld.”


De stem van Stonecutter klonk emotieloos, maar berekenend. Vrijwel direct nadat hij had gesproken begon hij zijn transformatie naar de imposante Crinosvorm. Zijn witte manen blonken in het fletse licht dat gloeide van de cearnsite. Zijn zwarte koltrui rekte uit en groeide als het ware mee met zijn kolossale en gespierde torso. Zijn laarzen leken te verdwijnen en zijn camouflagebroek scheurde gedeeltelijk, waarbij de pijpen strak langs de gespierde sneeuwwitte poten gleden. Daar bleven ze onder de knieën hangen. Terwijl hij de anderen observeerde in de overtuiging dat zij zijn voorbeeld zouden volgen, sprak hij hen toe. Zijn stem leek nu even dreigend als de aanrollende donder.


**”Schaduwloper, jij en Waar-Niemand-Voelt onderzoeken het terrein rond de open plek. Geef ons een teken bij onraad of als jullie iets vreemds ontdekken. Volgt-de-Wind en Witte Lotus, ik wil dat jullie met mij de Cearn opgaan.”**


De Silver Fang bekeek de vele schaduwen om hem heen. Met zijn neus snoof hij luid de nachtelijke boslucht op. Daarna keek hij bedenkelijk voor zich uit.


**”Het is stil….te stil.”**

door Assunkill
Wandraak, 3992 / 5128
gepost: 24-5-2007
om 9u58
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Het was niet van harte, maar Miles moest zijn Alpha gelijk geven: het was te stil. In een woud hoorde je altijd ruisende bladeren, brekende takken en luidruchtige vogels, zelfs 's nachts. Hij voelde zich niet op zijn gemak, maar liep samen met Maya het bos in. Ze slopen in een cirkel rond de Caern, waar af en toe een flard licht van een zaklamp flitste. Miles zag niet goed in waarom dat nodig was, maar de anderen waren Homids natuurlijk - daarmee had je dat soort dingen voor.
Met Maya niet. Hij wist niet goed wat hij van haar moest denken, hij had weinig contact met haar gehad, nog minder dan met de anderen. Ze fluisterde hem toe dat de geesten hier zwak waren en erg hadden geleden. Miles knikte. Dat betekende dat onbehaaglijke gevoel dat hij al de hele tijd had dus.

Hij keek op toen hij boven zich het zachte ruisen van vleugels hoorde. De grote, bleke ogen van een reusachtige uil leken hem aan te staren, tot hij beter keek en moest vaststellen dat het de maan was die door openingen in het bladerdek speelde. Maar Miles wist dat dit een teken van hun beschermgeest was. Hij voelde Uil's aanwezigheid heel duidelijk aan, maar dat stelde hem vreemd genoeg niet gerust. Als je beschermgeest het nodig vindt vlak bij je te blijven, wil dat zeggen dat er gevaar dreigt.

Maya gromde zacht. Ze zat aan de stam van een grote, kaarsrechte beuk. Miles liep dichterbij en zag wat er aan de hand was. In de zachte bosgrond stonden afdrukken van schoenen van meerdere personen. Mils schatte dat ze enkele dagen oud waren.
In de verte rommelde een donderslag. Het moest ook gebliksemd hebben, maar was dat hem blijkbaar ontgaan door het dichte gebladerte. Het onweer was nog veraf, maar zou vast snel dichterbij komen.

Samen met Maya volgde hij de voetsporen, tot op het punt dat ze de Caern net uit het zicht verloren.
door DeHeld
Stamgast, 5257 / 6056
gepost: 26-5-2007
om 12u11

gewijzigd door DeHeld
26-5-2007 om 12u18

Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Op bevel veranderde Dwaine naar Crinosvorm, een meer primitieve, beestachtige vorm in het donker. Ook hij rook de ozon die de storm vooraf ging. Het was geen toeval geweest dat de maan de open plek verlichtte. Dwaine had al snel gezien dat de cirkel van rotsblokken, die als een lijfwacht om de aloude boom stonden, net zozeer het woud op een afstand hielden, als de wolken boven de caern. De boom zelf was knoestig, oud en verweerd. Vorige generaties Garou -wie weet hoeveel- hadden er hun relieken achtergelaten: de takken hingen vol kralen die de bliksem reflecteerden, witte streejes waar botten hingen en donkere waar houtsnijwerk in de wind waaide. De primitieve heilige plaats maakte indruk op Dwaine, en eigenlijk had hij geen zin om met zijn Crinospoten rond te hossen op een plaats waar Garou al eeuwen de geesten vereren. Hij voelde zich als een bokser die de kerk betreedt om enige rondjes te sparren.

Nu deed zijn voorkeur er op dit moment niet echt toe. Het was tenslotte een bevel. Lismore had eigenlijk opnieuw niet al teveel gezegd over wat hij van plan was aan de caern. Nu was het te laar om daar nog wat aan te doen. Silver Fang had hem gevraagd om zijn flank te dekken, en dat was precies wat hij deed. Het zware stappen van de Crinos die voorzichtig naar voren gingen, was het enige hoorbare geluid, alsof de caern het zelf benadrukte. Langzaam ging Dwaine achter Lismore op de boom af. Er was hier duidelijk iets niet in de haak. Misschien was de kerk toch een ring geworden?
door malkav
achterban(k), 5238 / 7020
gepost: 26-5-2007
om 22u42
Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze stapte in haar lange slanke wolfsvrouw lichaam de Caern op. Ze had haar zaklamp opgeborgen in haar rugzak nog voor ze veranderd was. Deze vorm was het equivalent van een zaklamp vanuit mensen standaarden gezien, de dierlijke instincten die haar gedachten vertroebelde moest ze maar op de koop toenemen.

Ze liep met Stonecutter en Volgt-de-Wind langs de vele ringen rotsen om de caern. In het weerlicht wat onheilspellend langs de bewolkte hemel schimmerde zag ze iets wat haar aandacht trok. Afwijkende schaduwen en/of kleuren zoals het in één van haar instructie boeken stond van het benaderen van een plaats delict. Deze waarschuwingen waren er waarschijnlijk op de eerste plaats om bewijsmateriaal niet te bevuilen voor de 'jongens' hogerop, maar het was al meerdere malen nuttig gebleken in het 'enkel' bepalen van een daders profiel. Veel politie en federale agenten zagen profilers liever gaan dan komen. Die wetenschap was een algemeen goed, zelfs binnen het FBI opleidings centrum toen Sakura nog studente was.

Ze bleef staan bij een rots waar ze haast voorbij was gelopen. Op de achterkant zag ze een patroon. Bij nadere observatie bleken het opgedroogde spetters te zijn van een niet te miskennen substantie, bloed. Haar geurzin pakte nog vage sporen op van het 'metaal'-achtige odeur.
Ze bukte bij de steen, ter grootte van ouderwetse computer monitor, en keek enigzins onzeker Stonecutter aan. Ze maakte een kleine buiging met haar hoofd. Tot haar verbazing knikte hij en vervolgde samen met Volgt-de-Wind zijn weg richting de mysterieuze boom die waarschijnlijk de foci was van deze Caern.
Ze bekeek de steen en het bloed en ingedroogd in het bloed waren duidelijk stukjes vacht, of op z'n minst plukjes haar te zien. Ze snoof aan de steen en rook de onmiskenbare lucht van andere dieren die al aan deze steen geroken hadden.. naast de geur van het bloed zelf. De geuren van de dieren waren zeker verser dan het bloed zelf, inclusief de vage urine lucht. Iets wat haar wel wat vreemd leek, maar misschien was het volkomen normaal dat zoogdieren hun ontlasting lieten gaan net zoals elders in het bos, ongeacht het feit dat het een Caern was.
Het bloed was ongeveer twee weken oud, dat gokte ze. Ze stond op en keek om haar heen. Enkele meters van haar af, terug richting de bosrand zag ze duidelijke voetstappen, of beroering, op de bodem. Ze stapte erop af en wilde de anderen roepen. Haar oog viel op een kapotte sigaret op de grond. Deze was uitgetrapt door iemand. Ze raapte hem op en bekeek de opdruk boven de filter. Het merk Ircinus Brands stond er sierlijk opgeschreven. Ze liep wat verder terug richting de bosrand en vond nog een sigaret, deze was geheel opgerookt. Een kleine observatie bevestigde dat dit eenzelfde sigaret was. Ze probeerde zich gaandeweg voor te stellen wat hier gebeurt was. Heel vaag waren nog kruitdampen te ruiken, waarschijnlijk hadden verschillende wapens dit op de stenen en kleine bomen achtergelaten.
Er moest hier hevig gevochten zijn.

Naast haar zag ze meerdere schutters, hun wapens waren als bliksem inslagen bij een soortgelijke nacht als deze. Achter haar, in de bosrand hoorde zij nog meer schoten. De persoon, of Garou, die vanaf de Caern deze kant op kwam gesneld werd niet ver voor haar neergewerkt door het eerloze salvo... waarschijnlijk.
Een van de schutters rookte na het voorval tenminste nog een gehele sigaret. De eerste sigaret moest hij vermoedelijk onderbreken door de aanwezigheid van de weerwolf...

Sakura zou in de bosrand waarschijnlijk nog veel meer aanwijzingen vinden.. Aanwijzingen zouden kunnen duiden op sporen, en met vijf garou zou dat nooit een probleem moeten wezen. Ze dacht zelf niet dat er veel aanwijzingen van geweld op de open plek te vinden zou zijn. Ze verloor haar oog op de anderen.

door Assunkill
Wandraak, 3998 / 5128
gepost: 28-5-2007
om 10u46
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Onder het dichte bladerdek van het woud was het erg donker. Van Maya zag Miles een vage schim en haar heldergeel oplichtende ogen die zoeken door de duisternis gleden. Ze volgden langzaam de sporen, maar hoe verder ze gingen, hoe minder Miles zich op zijn gemak voelde. De aanwezigheid van de Wyrm maakt zijn hele lichaam misselijk. Dit was geen beetje vervlogen Wyrmstank uit een verleden, dit was een manifeste aanwezigheid, hier en nu. Hij had zelden het gevaar zo drukkend aanwezig weten zijn.

Hij hoorde Maya ruisend tussen varens snuffelen. *"Vreemd, ik ruik veel oude sporen..., maar ook enkele die nog erg vers zijn."*
Miles twijfelde nog even, maar stopte toen. Hij wou niet de laffe angsthaas zijn, maar dit voelde allemaal érg fout aan en hij wou nog veel minder ernstig in de problemen komen.
*"Deze plaats is zo vergeven van de Wyrm als maar kan zijn, Waar-niemand-voelt. Ik ben niet gek op Stonecutter, maar ik heb hem en de rest van de roedel liever in de buurt in dit soort situaties."*

Maya leek niet op hem te letten en liep nog steeds verder. Miles bleef staan en keek in het rond. Hij wist niet goed wat hij met de situatie aanmoest. Hij was niet bang, maar wel erg ongerust.
Plots viel er een flauwe glans in zijn ooghoek. Hij draaide zich om. Onder een struik, niet meer dan vijftien meter bij hem vandaan, lag een man. Miles moest zijn blik focussen, maar er lag een man. Hij droeg camouflagekledij en ook zijn gezicht was geschminkt. Op zijn schouder lag een groot geweer met een telescoop en een geluidsdemper. Het wapen was dofzwart, maar het glas van de lenzen weerspiegelde zachtjes het weinige licht. De schutter had zijn loop op Maya gericht en Miles zag hoe zijn vinger de greep om de trekker verstrakte.

*"Waar-niemand voelt! Wég daar!!"* Miles schreeuwde zo luid dat zijn keel er pijn van deed.
Maya keek op, maar Miles zag hoe de schutter even schokte. Hij hoorde geen knal, maar met een hoog jankend geluid kromp Maya in mekaar en de scherpe lucht van verbrand kruit hing plots in de lucht. Miles zag de schutter opnieuw richten en dook achter een boom.

"*Terug naar de Caern!!*" Maya was intussen Crinos geworden en zijn richting uit beginnen lopen. De loop van het wapen draaide langzaam mee. Miles sprong recht vanachter zijn boom en duwde haar hard tegen de schouder. Zijn roedelgenote struikelde naar de zijkant en Miles voelde hoe een kogel vlak langs zijn onderarm vloog, door de plaats waar een halve seconde eerder Maya nog had gelopen.

Vanop de achtergrond klonk het geluid van opstartende motoren. Voertuigen werden gestart en verblindende lichtbundels priemden door het woud. Overal rond hen leken plots soldaten aanwezig te zijn. Miles wierp een blik op hun schutter onder zijn struik. In twee sprongen zou hij daar zijn en de man gedood hebben, maar dan zouden de lichtbundels en andere soldaten hem ook gevonden hebben...
Miles richtte een smeekbede tot Meester Uil om lichtvoetigheid en begon toen zigzaggend tussen de bomen naar de Caern te lopen.
door malkav
achterban(k), 5246 / 7020
gepost: 28-5-2007
om 11u34

gewijzigd door malkav
28-5-2007 om 12u12

Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze liep behoedzaam richting de bosrand. Daar aangekomen zag ze omgewoelde kluiten aarde. Er hadden hier motoren gereden, van het cross type aan de afdrukken te zien. Iets verderop lag een klein kartonnen doosje. Ze hurkte en nam het in haar klauw. Het was een groen pakje sigaretten, van hetzelfde merk als de peuken die ze gevonden had. Het viel haar op dat de actiecoupun er uitgeknipt was. Ze kon zich moeilijk voorstellen dat de roker dit hier had gedaan. Het was waarschijnlijk een verzamelaar. Zijn huidige prioriteit lag bij een collectie van vier quasi kunstzinnige asbakken kon Sakura opmaken vanuit de bedrukking van het pakje.

In de struiken naast zag ze iets glinsteren ze reikte met haar klauw onder de doornige struik, wiens uitsteeksels haar hand lichtelijk ophenhaalde. Ze greep een kluitje aarde met daarin de glinsterende objecten. Nog voor ze haar klauw uit de struik had getrokken waren de kleine schrammen al genezen. Ze opende haar klauw en tussen het zand lagen enkele kogelhulzen. Aan hun geur op te maken lagen ze er al geruime tijd. Dieren met een fascinatie voor glinsterende objecten hadden de hulzen die in het open lagen waarschijnlijk al opgeëist.

Ze draaide zich om en wilde snel terugkeren naar de Caern toen ze met haar klauw de aarde omwoelde waarop ze zat.. Een duidelijke sigarettenlucht vulde haar gevoelige snuit. Ze keek onder haar poot en net onder het aardoppervlak had een sigarettenpeuk gelegen, slechts half opgerookt.. waarschijnlijk zojuist. Haar hart begon plots harder te kloppen en haar snuit werd vochtig. Ze maakte zich klein, voor zover dat kon in haar Crinos vorm, en duwde haar staart tegen de grond.

Plots hoorde ze een subtiel gekraak in de bossen, niet ver bij haar vandaan. Zo'n zeven meter links van haar zag ze meerdere personen positie innemen vanuit wat ondergroei, ze waren zwaarbewapend en leken uniformen te dragen. Dit was moeilijk te zien voor haar omdat ze zich niet durfde te bewegen. Ze bekeek hen immers vanuit haar ooghoek. Omdat ze roerloos gehurkt had gezeten hadden zij haar nog niet opgemerkt. Ze zat geheel in het open, iedere beweging zou haar aanwezigheid verraden.

*"Waar-niemand voelt! Wég daar!!"*, gevolgd door een wrange korte huil. Iemand van hen was geraakt.
"*Terug naar de Caern!!*" , het was de stem van de Schaduwloper. In de verte zag ze lichtbundels door de wouden priemen onder begeleiding van het geronk van enkele motoren.
De mannen naast haar begonnen te bewegen. Ze moest terug naar haar roedel. Ze sprong op met grof geweld en snelde op de Caern af. Ze sloeg met haar rechterklauw een lading mul zand en grind richting hun belagers.
Nu ontstaken ook zij hun lichten achter haar. Ze zette zich ferm af op een grote platte steen en sprong hoog schuinwaarts terwijl ze haar lichaam in de lucht draaide. Ze hoorde het 'ploppen' van de geluidsdempers en zag de lichtflitsen terwijl haar massieve vorm zeer snel kromp. Ze zou zweren dat ze de kogels langs haar vacht voelde strelen. Ze landde op haar vier wolfenpoten, en kwam ietwat lomp tegen een steen terecht. Ze snelde als een speer richting de boom, langs de vele rotsen terwijl ze haar lupuslichaam zo laag mogelijk probeerde te houden.
Ze moest Stonecutter en Volgt-de-Wind bereiken. Schaduwloper en Waar-Niemand-Voelt deden hetzelfde.
door DeHeld
Stamgast, 5261 / 6056
gepost: 28-5-2007
om 11u44
Antw: Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Het geluid van de militairen had Dwaine verrast toen hij nabij de stam van de boom stond. Hij was in formatie met de twee anderen de caern opgelopen, en had over Sakura's schouder meegekeken toen ze daar een spoor ontdekte op de rotsen. Zelf kon hij er niet zo veel in lezen en dus stapte hij verder naar het midden. Het idee had zich in hem genesteld dat de toestand van de majestueuze boom hem iets moest kunnen of zelfs willen vertellen over wat er gaande was. Toen hij daar aankwam verloor hij Lismore even uit het oog. Op het eerste zicht was de boomstam teleurstellend spaarzaam met informatie. Dwaine stapte wat heen en weer, en begon tussen de takken te kijken. Tussen het gebladerte zag hij de wolken zweven, zwaar met regen. Het duurde even voor hij het gat in de stam opmerkte. Er glinsterde iets binnenin. Misschien was het iest onschuldigs als waterdruppels, maar zo zag het er niet uit. Met de nagel van zijn indrukwekkende Crinosklauw peuterde hij even in de stam. Er zat duidelijk iets in. Onhandig wroetend met zijn vingers slaagde hij erin om het kleine, grillige voorwerp vast te nemen, en liet het meteen verschrikt weer vallen. Het metaal was een kogel geweest natuurlijk. Waarom gebruikt iemand een zilveren kogel? Het branden van de toppen van zijn vingers liet er geen twijfel over bestaan dat er hier op Garou gejaagd was.

Helaas kwamen al deze inlichtingen te laat. Schaduwlopers schreeuw weergalmde over de open plek voordat hij zelf had kunnen reageren, en een hoge kreet van pijn volgde vrijwel onmiddelijk. In de donkere begroeiing om hem heen hoorde hij geschreeuwde bevelen en brullende motoren, en als snel was er kunstlicht door het bos aan het stralen. Dwaine zocht naar Lismore, om van hem enige hoogte te krijgen. Wat was het plan nu? Maar die leek uit zijn evenwicht gebracht. Zo goed als het ging zette Dwaine zich in Crinosvorm in dekking, achter de boom op het beregende gras. Hij probeerde te weten te komen langs welke kant het gevaar kwam. Vergeefse moeite. Het was duidelijk dat ze omsingeld waren.
door Zorbalt
Moorderator, 4345 / 5435
gepost: 28-5-2007
om 12u55
Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Stonecutter stootte een enorme brul. Een grote zwerm vogels vloog geschrokken en luid kwetterend op uit een verre boomkruin toen het geluid over de open plek donderde. Met felle witte flitsen en een zwaar gerommel brak de onweersbui in alle hevigheid los. Alsof het keelgeluid van de Silver Fang de wolken een bevel had gegeven. Hemelwater viel als een natte deken over de dorstige bossen, klaar om het bloed dat weldra zou vloeien weg te wassen.
Overal om hen heen schoten rechte lichtlanzen tussen de bomen door. Het was moeilijk in te schatten tegen hoeveel tegenstanders zij het zouden moeten opnemen. Vanuit een ooghoek zag hij de Witte Lotus in haar zwartbruine Crinosvorm uit de bosrand komen, waar ze in een oogwenk veranderde in een slanke wolf. Ze stoof naar voren. De grond was hier nog niet nat genoeg en stoffig zand werd door haar hard werkende poten omhoog geschoven, waardoor het leek op opdwarrelende rook. Terwijl Volgt-de-Wind dekking zocht voor de kogels die vanuit de duisternis op hen werden afgevuurd, sprong de Alpha naar voren. Als een brede sneeuwgeest, zonder angst voor de rondsuizende kogels, knielde hij nabij een grote steen. Grommend scherpte hij zijn klauwen aan het harde oppervlak en er verscheen een demonische grijns langs zijn monsterachtige bek.
Toen hij Schaduwloper, zijn haarloze huid glanzend van de regen, uit de bosrand zag snellen schreeuwde hij naar hem. Zijn woorden waren echter bestemd voor alle leden van de roedel.
***”NAAR DE BOOM EN VECHT, VECHT VOOR GAIA!!!”***
Hij draaide zich om en sprong terug naar het centrum van de open plek. Achter hem kwam een tweede wolf, ietwat mank, tussen de struiken gekropen. Ook Waar-niemand-Voelt maakte de gevaarlijke oversteek. Overal om hen heen verschenen hun tegenstanders, allen in legeruniform en bewapend met automatische pistolen.
door DeHeld
Stamgast, 5287 / 6056
gepost: 2-6-2007
om 16u35
Antw: Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Neerslaande regen, duisternis afgewisseld met lichtbundels en het lawaai maakten het er niet gemakkelijker op om het overzicht te bewaren. Het was duidelijk dat ze omsingeld waren en dat hun tegenstander zich goed had voorbereid op de valstrik. Alle Garou van het pack waren nu op de open plek en dat was vermoedelijk precies waar "ze" hen wilden.
Overal aan de bosrand doken mannen in camouflagepakken op, ongetwijfeld goed bewapend.

Nog voor er enige sprake was van coördinatie - Dwaine had van Lismore nog geen bevel gehoord anders dan te vechten - dook Dwaine naar de beboste en dus veiligere duisternis rond de caern. Hij droeg er zorg voor het bos in te gaan aan de andere kant dan dat hij de jeeps mende te zien komen. Als ze moesten terugtrekken, was dat de meest zinnige reactie. Door bij de boom te blijven staan gunden ze het voordeel aan de mannen met automatische geweren. Dwaine was niet echt in een humeur om zijn tegenstrevers een voordeel te gunnen. Als hij enkele mannen kon uitschakelen, was de omsingeling toch alvast gebroken.

De omvangrijke Crinos wist dat hij niet kon schuilen, en onder het roepen naar zijn pack ging hij snel, met grote sprongen naar de bosrand. Hij wilde de afstand dichten tussen hemzelf en de soldaten, eens zien hoe vechtlustig ze nog waren als hij voor hun neus stond. Lichtflitsen aan de mond van de vuurloop vertelden hem dat minstens twee soldaten in zijn richting schoten. Slechts enkele schampschoten voelde hij zijn vel penetreren, en hij wist dat hij die als Garou gewoon kon negeren voor nu. Het stelde hem wel teleur dat een huilende, chargerende Crinos een handvol soldaten niet op de vlucht had gejaagd. Het zag er niet naar uit dat hij dit gevecht kon winnen zonder strijd. Die idioot voor hem zette zich zelf schrap!

Eigen fout, dacht Dwaine, en hij haalde uit tijdens een donderslag hard uit, zodat hij het geluid van de klap boven het natuurgeweld en strijdgewoel uit kon horen. De klauwen sloegen diepe wonden die zich met bloed vulden en de soldaat vloog door de energie achteruit. Het lichaam dat wat slapjes door de struiken werd opgevangen was zo te zien niet meer bij bewustzijn. Dat zou de rest misschien afschrikken.

Tot op zekere hoogte deed het dat inderdaad. De andere soldaten probeerden weer een respectvolle afstand in acht te nemen. Om zich te beschermen vuurden ze met hun geweren enkele salvo's af. De kogels troffen af en toe doel, ook. Zo erg in paniek waren ze dus nog niet. Taaie kerels. "LANGS HIER" huilde Dwaine opnieuw. Hij wilde zo lang mogelijk de omsingeling hier verstoren om een ontsnappingsroute vrij te houden. Waar bleven die idioten nu toch? Dwaine besloot nog maar een van de soldaten te verpletteren, om zichzelf te beschermen.

Het lukte niet. Ongelooflijk. De mannen in militaire outfit hadden zich al aangepast aan het gevaar en legden aan op zijn rug terwijl hij de snel bewegende soldaat voor hem probeerde te raken. Hun koelbloedigheid maakte hem enkel nog meer bloeddorstig. Hij klemde zijn kaken op elkaar en wilde de vluchter voor hem vermorzelen. Dat plan onderbrak hij toen zijn packgenoten eindelijk opdaagden. Een ervan, toch al. Miles brak het gevecht daar af en liepen eindelijk zijn kant op. In het bos maakten ze een veel betere kans om die soldaten tot de aftocht te dwingen. Enkele aanvallen op korte afstand, tussen de bomen, zou hen snel genoeg ondermijnen.

De jeeps waren aangekomen op de caern en het leek plausibel dat ze de anderen aan het gezicht onttrokken, tot een vreemde constructie zijn aandacht trok. Dwaine herkende een menselijke en een wolfsvorm onder het net dat daar lag, en het was niet moeilijk om te raden aan welke zijde die slachtoffers gevallen waren. Sakura had zich verscholen achter enkele van de stenen, klaar om ook zijn kant op te spurten. Tijd om hier weg te gaan, leek Dwaine, en hij vergat welhaast meteen de soldaat die voor hem was weggekropen.

Het was goed dat hij had omgekeken. Nu was hij tenminste gewaarschuwd dat de jeeps een onconventioneel wapen gebruikten. Toen ze zagen dat de Garou op vluchten stonden, probeerden ze haastig een tweede net af te schieten, dat Dwaine maar net op tijd kon ontwijken door dieper in het bos te duiken. Hij hoorde Sakura schreeuwen toen de vonken uit het net sloegen, en zag toen enkel nog een menselijk lichaa liggen, plat op de grond. Miles hadden ze helemaal gemist, en die dook het struikgewas in aan zijn kant van de cirkel. De helft van de roedel was dus al uitgeschakeld, en Dwaine kon enkel hopen dat het net diende om de anderen gevangen te houden. Het experimentele wapen zou ook wel eens bedoeld kunnen zijn om de weerwolven uit te roeien. Hier viel geen overwinning meer te halen. Dwaine moest wel vluchten, en de anderen achter zich laten. Nu was het aan hem en Miles om de vrijheid te heroveren.
door malkav
achterban(k), 5255 / 7020
gepost: 3-6-2007
om 21u07

gewijzigd door malkav
4-6-2007 om 17u29

Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze hoorde links en rechts van haar de kogels op de rotsen weerkaatsen toen ze in de stortende regen, die vanuit het niets was losgebarst. richting de boom snelde in haar lupusvorm. Ze trachtte haar lichaam zoveel mogelijk rond de rotsen te slingeren om maar geen voorspelbare baan te trekken. Ze had schatergelach en 'woohoo's' verwacht, maar ze hoorde naast al het geweld niets vanuit de bosrand komen.. Deze soldaten waren zwijgende pro's.
Ze draaide zich om een hoge rots en kon niet om de hoek kijken. Ze zette haar achterpoten al stevig vast in het steeds modderiger wordende zand om op te springen toen zich een boomstronk op haar pad bevond met eigenaardige scherp uitstekende takken. Ze had maar een fractie van een seconde om te beslissen.. ze zette zich stevig af en haar voorpoten vonden voet op de hoger liggende stam. Pas toen haar achterpoten de stronk raakten spandde zij al de spieren in haar schouders en onderpoten. Ze sprong op en wierp haar voorpoten naar achteren die plots onnatuurlijk snel uitgroeiden tot gespierde armen met vlijmscherpe klauwen. Haar wolven lichaam vloeide in een onnatuurlijk geweld over tot de colossale Crinos vorm en lande hard in het stof nabij de boom.
Ze voelde haar schouder onnatuurlijk naar voren slaan alsog iemand een stomp gaf van achter. Even was er een priemende pijn die snel verdween in de woede die ontstak in haar. Ze dook ineen en bekeek haar schouder. Onder haar rechtersleutelbeen zat een dof rood gat in haar vacht wat verdween onder haar ogen.
Ze zag Stonecutter een kleine groep bestormen die uit de bosrand kwam gelopen, de idioten.. Stonecutter incluis. Nabij de boom blijven bleek een onmogelijke taak, wat meer dan logisch was. Sakura begreep Stonecutters bevel vanaf het eerste moment al niet. Ze had zelf waarschijnlijk eenieder naar een bosrand gezonden om vervolgens tegen de klok in de soldaten uit te schakelen.
Volgt-de-Wind zag ze niet ver voor haar zijn pad banen door veel vuurwapengeweld. Hij had een onbewaakt pad gevonden naar de rand van de Caern. Nu hun tegenstand dit doorhad werd datzelfde pad onmogelijk voor haar. Ietwat rechts van haar zag ze duidelijk vuren vanuit de bosrand. Als zij hen zou kunnen uitschakelen hadden ze allen een redelijk vrij pad de bossen in. Volgt-de-Wind was haar al voor gegaan en ze merkte dat de figuren voor haar zich meer concenteerde op Stonecutter en Waar-Niemand-Voelt,.. ze hadden waarschijnlijk het besluit genomen om Volgt-De-Wind op te laten vangen door hun collega's dieper in de bossen. Dit was haar kans.

Ze maakte een spurt richting de twee herhalende lichtshows in de bosrand. Ze werd enkele malen geraakt in haar zijde maar liet zich niet veel vertragen. De anderen, achter haar, hadden het nog steeds op haar voorzien, maar ze zou snel uit hun shotsveld verdwijnen. Nabij de bosrand zag ze de gestalte van de schutters. Ze zette zich af op een rots en sprong hoog op. Ze schermde haar gezicht ietwat af met haar onderarmen toen ze tussen de dichtbegroeide takken heen ruisde ver boven de grond. Ze zag de soldaten beneden haar die nu door het geweld in de bomen ook bewust waren geworden van haar aanwezigheid. Ze hieven hun wapens op en vuurden in het wilde weg door de wirwar aan takken en bladeren. Sakura werd geraakt in haar dijbeen en arm, maar de twee beneden waren niet bewust geweest van hun treffers. In snelle vaart zette ze nog enkele malen lichtjes af op de onderste takken van enkele bomen, takken die haar gewicht eigenlijk niet zouden kunnen dragen, en lanceerde zich naar de twee soldaten beneden haar.

Ze stonden naast elkaar, en schoten beide de verkeerde richting op. Ze zag hoe haar schaduw over de twee begon te vallen toen ze zich neer stortte op hen. Ze trachtte haar ellebogen diep in de nekken van de beide mannen te priemen maar net voordat ze doel leek te bereiken draaide een zich weg... met onnatuurlijke snelheid??
De andere was blind voor haar geweest, en net voor het neerkomen sloeg ze haar rechter elleboog diep in diens ondernek. Zijn lichaam werd vele malen harder tegen de grond geslagen dan die van de Witte-Lotus. De slag was doeltreffend geweest, ze zou niet eens hoeven kijken. Ze had er echter op gerekend dat beide heren haar val zouden breken en dit was niet het geval geweest. Bij het neerkomen had ze haar linker knie lelijk bezeerd. Een platte steen, die haast rechtop stond, had diep in haar knieschijf gesneden. De andere soldaat was weg gesprongen en deed enkele stappen nerveus achteruit met zijn wapen geheven.
Ze had het al vreemd gevonden dat hij haar aanval aan had zien komen... er was hier iets stevigs mis. De kerel liet zijn wapen zakken en wierp zijn baret van het hoofd. Hij liet haar een misselijke grijns zien die op ieder willekeurig moment ongepast zou zijn. Ze zag hem van gestalte veranderen en zijn ogen leken te verdwijnen terwijl zijn lichaam schokkend groeide. Hij nam tegen iedere mogelijke anticipatie van haar een Crinos vorm aan! Zijn ogen leken te radieëren met een giftig groen licht, en zijn oren hingen vlezig langs zijn gelaat. Dit was een van de onheilspellende Black Spiral Dancers, de Vrucht van de Wyrm zoals Grootvader hen noemde.

Bladeren dwarrelden nog steeds naar beneden om hen heen en even leek de tijd stil te staan voor beiden. De Witte Lotus schatte de situatie in en ze zag dat haar tegenstander hetzelfde deed.
Ze was klaar om hem een slag te verkopen om haarzelf tijd te gunnen om terug naar haar pack te keren. Ze moest de anderen waarschuwen, dit veranderde alles. Ze draaide zich om maar hij had haar al bereikt. Ze zag metaal flitsen in zijn klauwen en ze schermde haar snuit af. Ze voelde een bliksemsnelle serie aan priemende pijnen op haar onderarmen, en ze rook haar eigen verbrand vlees. Dit creatuur vocht met zilver. Al was het haar een raadsel waarom, zijn klauwen zouden even fataal moeten zijn,.. tenzij..
Ze had nu geen tijd om hier over na te denken. Ze moest zich niet afvragen waarom en hoe,.. het was overduidelijk dat dit creatuur met haar aan het spelen was. Ze dook naar de grond en haalde ferm uit met haar rechterklauw. Ze voelde hoe ze zijn been raakte en hij dook met haar naar de grond nu. Ze rook zijn bloed en tot haar verbazing rook het niet veel anders dan haar bloed. Ze sprong weg vanuit het bereik van zijn messen en verbruikte meer energie dan haar massieve spieren eigenlijk konden hebben. Ze had haarzelf uitgeput, geestelijk èn lichamelijk. Ze hadden als pack de situatie onderschat. Ze sprong de vlakte op en moest wegduiken achter een grote rots. Ze keek wanhopig achter haar maar de Spiral was haar niet gevolgd... de enige die ze zag ... was.. De blikken van Volgt-de-Wind en haarzelf werden plots gevangen in een kortstondige staar terwijl zij beiden bezig waren met andere dingen. Hij was in de bosrand, de bosrand die haar zo veilig had geleken niet lang geleden. Vanachter de grote rots waar ze dekking had gezocht hoorde ze het kermende gehuil van Stonecutter en Waar-Niemand-Voelt. Ze waren gevallen.
Ze had de Schaduwloper niet meer gezien noch gehoord, ze hoopte bij Gaia dat hij ontkomen was. Hier blijven en vechten was uiterste waanzin.. Volgt-de-Wind was haar enige optie nu.. Ze sprong op en maakte grote stappen langs en over de rotsen richting de enige roedelmaat waarvan zij zeker wist dat hij nog stond.
Vanuit de bosrand zag zij plots een fel licht opdoemen wat haar geheel blind maakte. Een oorverdovend knal was te horen en een grote schaduw wierp zich over haar uit. Ze werd hard tegen de grond gedrukt door iets wat een loodzwaar net moest zijn.. Ze voelde plots al haar spieren samenspanen en haar gehele lichaam leek in vuur en vlam te staan. Ze beet in haar eigen wangen en nu werd de metaal achtige smaak in haar mond enkel extra versterkt. Haar spieren bleven verkrampen, en leken een eigen leven te leiden.. Al de geluiden in haar omgeving leken plots veraf te klinken en het gonzen in haar oren en de wazige blik ging over in complete stilte en duisternis.

door Assunkill
Wandraak, 4016 / 5128
gepost: 4-6-2007
om 9u49
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Nog voor Miles de Caern weer had bereikt, besefte hij dat dit onmogelijk goed kon aflopen. Ze waren verraden, al had hij er geen idee van door wie, en dat betekende dat hun aanvallers erg goed voorbereid zouden zijn. Dat idee werd bevestigd toen hij plots een stekende pijn in zijn linkerzij voelde, en er even later warm en stroperig bloed langs zijn heup en dij naar beneden droop. Deze lui wisten wat ze deden - ze schoten met zilver.
Miles probeerde de gedachte aan verraad en de pijn uit zijn hoofd te zetten. Overleven was de prioriteit, over al de rest kon hij later nog nadenken.

Op de open plek was het duidelijk dat ze omsingeld waren. Wat een chaos... het enige bevel dat van Stonecutter kwam, was dat ze moesten vechten. Dat had Miles zelf ook wel kunnen bedenken. Hij kreeg steeds meer twijfels bij de leiderschapskwaliteiten van zijn Alpha. Bij de grote boom waren ze vogels voor de kat, kwetsbaar voor lichtbundels en scherpschutters. Hij besloot het bevel te negeren en sprong weer naar voren, de bosrand in.

Langs twee kanten hoorden hij automatische geweren vuren. Vlak voor hem spatte grond op, maar een fractie van een seconde later voelde hij hoe de twee soldaat niet had gemist. Opnieuw drong zilver zijn zij binnen. Miles gromde luid en één tel later stond hij vlak voor de soldaat die hem geraakt had.
Het was een vrouw, zag Miles. Op haar gezicht zag hij haar zelfvertrouwen, ongetwijfeld ingegeven door haar boots, haar gevechtsuitrusting en haar met zilver geladen wapen, aan stukken spatten toen het massieve en monsterlijke lichaam van Miles vlak voor haar opdook. Ze gilde, liet haar wapen vallen en struikelde achteruit. Miles greep haar bij de schouder en trok haar naar zich toe.
Achter hem had haar collega zijn automatisch wapen laten zakken en richtte zijn pistool op de weerwolf. Miles draaide zich om, om de vrouw als schild te gebruiken, maar was niet snel genoeg. Er klonk een droge knal en Miles voelde een schampschot langs zijn schouder gaan. Niet genoeg om hem echt pijn te doen, wel om hem kwader te maken.

Met een grote zwaai wierp hij de vrouw tegen de soldaat met het pistool. De klap kwam hard aan: de man viel achteruit over een wortel en sloeg hard met zijn hoofd tegen een boomstam. Hij bleef stil liggen, hoewel Miles niet dacht dat hij dood was. De vrouw krabbelde versuft weer half recht en kroop, nog steeds in paniek, op handen en knieën zo snel mogelijk het struikgewas in.

Miles richtte zich vol op en genoot van de halve seconde rust die hij kreeg. Hij wachtte nog steeds op een bevel van Stonecutter. Idealiter zou dat bevel een hergroeperen inhouden, dacht Miles, om dan op één plaats de omsingeling te doorbreken. Misschien had Stonecutter zelfs een beter idee, Miles gunde het hem. Maar er kwam niets. Het enige dat van achter hem klonk, was het getergde gegrom van gewonde weerwolven, het luide geronk van zware motoren en het dodelijke geratel van automatische wapens. Ergens vaag boven die chaos hoorde hij Dwaine uitkomen, die wel brulde dat ze allemaal zijn kant uitmoesten. Toch één iemand die zijn hoofd erbij hield.

Plots baadde Miles in een verblindende zee van licht. Vlak voor hem dook een luid brullende jeep op. Miles kromp ineen en maakte zich klaar voor een sprong. Hij dacht dat het haalbaar moest zijn de jeep te ontwijken en hem daarna te kantelen. Net op tijd zag hij in het tegenlicht een soldaat op de laadbak staan die, ondanks het schudden van het voertuig, erg rustig en stabiel een vreemd, harpoenachtig wapen op hem richten. Instinctief sprong Miles naar achteren en half struikelend viel hij de open plek weer op. In de boom voor hem hoorde hij hoe het wapen zich met een harde 'tok' in een boomstam boorde.

Het was weinig fraai wat zich intussen op Caern zelf afspeelde. Maya en Lismore waren dood of bewusteloos en lagen in hun geboortevorm roerloos onder een net. Sakura zat ineengedoken achter enkele rotsblokken. Ze was zwaargewond, zag Miles. Voorlopig zat ze er even veilig voor de schutters, maar het zou niet lang duren die kregen haar weer in het vizier. Dwaine zag hij niet, maar hoorde hij opnieuw roepen. Miles twijfelde niet langer en riep naar zijn roedelgenote in de benarde positie:

*"Sakura! Weg! Volg me naar Dwaine"*

Zijn boodschap ging grotendeels verloren in een nieuw salvo dat ergens losbarstte. Miles stoof zigzaggend de open plaats over. De kogels floten langs hem. Ze waren niet Miles' grootste zorg. Dat was de jeep die hij achter zich aan hoorde komen. Met een scherpe hoek sprong hij uit de vuurlijn. Even later zag hij naast zich een groot en vreemd net op de grond landen. Hij veranderde weer van richting en dook de bosrand in, waar Dwaine hem met bebloede klauwen stond op te wachten.

Een snelle blik achter hem leerde hem dat Sakura zijn schreeuwen had gehoord, of in elk geval toch op het verstandige idee was gekomen ook de bosrand op te zoeken. Helaas was het haar minder fortuinlijk vergaan: ook zij was onder één van de blijkbaar fatale netten terecht gekomen. De enige troost was dat de dingen wellicht slechts bedoeld waren om hen uit te schakelen. Als hun roedel afgeslacht had moeten worden, waren daar wel efficiëntere manieren voor te bedenken, dacht Miles.

Hij wisselde een korte blik van verstandhouding met zijn enig overgebleven collega en toen liepen ze allebei zo snel mogelijk dieper de bossen in.
door Zorbalt
Moorderator, 4358 / 5435
gepost: 4-6-2007
om 17u54

gewijzigd door Zorbalt
4-6-2007 om 22u20

Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes


Cumberland Bridge
Vrijdag 25 augustus 2006, 02:18 uur



Het monster staakte zijn verhaal. De slijmdraden rond zijn misvormde muil deden hen denken aan opgedroogde lijm. Het hijgde zwaar terwijl het zijn vroegere roedelgenoten vanaf de rotsbodem aan keek met zijn doodse waterige ogen.


Ver weg dachten ze een aanzwellend en dierlijk gehuil te horen. Een geluid dat ergens deed denken aan de dode boom in het Centrum van de vervloekte Cearn. Dit gehuil kwam echter uit de kelen van tientallen woedende Garou, fanatiek jagende Garou en zij leken dichterbij te komen. Stonecutter sloeg geen acht op dit doemgeluid en zuchtte diep. Het was duidelijk dat het kleine, maar oplettende publiek om hem heen nog steeds slechts vage flarden herinneren kon van hetgeen hen was overkomen. Hij hapte naar adem en wederom klonk zijn raspende stem boven het klotsende water uit.


**”Ik kwam bij in een cel in het mijncomplex. Moeizaam trachtte ik mij te herinneren wat ons was overkomen. Vrijwel direct nadat ik ontwaakt was werd ik bezocht door de leider van the Trust, een locale Black Spiral hive die hier reeds jaren opereert en Cutter’s Mine gebruiken als uitvalbasis. Hij oogde vriendelijk, kalm, maar ik zag waanzin en sadisme in zijn ogen. Uit zijn vragen maakte ik op dat jullie, en hierbij keek de Silver Fang naar Schaduwloper en Volgt-de-Wind, waren weten te ontkomen. Ergens hoopte ik dat het jullie gelukt was om dit gebied te ontvluchten en terug zouden zijn gegaan naar onze vrienden in Central Park, maar enkele uren nadat ik met die smeerlap gesproken had werden jullie hardhandig en buiten bewustzijn binnengebracht. De moed verliet mij, want ik besefte op dat moment wat de Carou van de Howling Wind sept was overkomen. Ook wij zouden weldra naar de Wyrmpit worden gebracht.”**


Het creatuur dat ooit Daniel Lismore had geheten, rochelde bloed op en hield tijdens het hoesten de door hem gemaakte koker krampachtig met twee klauwhanden vast.

door DeHeld
Stamgast, 5295 / 6056
gepost: 5-6-2007
om 20u12
Antw: Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Dwaine zat voorovergebogen bij Stonecutters bloedende muil. Doorheen het verhaal had hij zijn hersens gepijnigd, maar zonder soelaas. Hij wist de flarden die al waren teruggekomen nu min of meer te ordenen, dat wel. Het benadrukte slechts het feit dat het beelden waren, en geen doorlopende film. Heel frustrerend, het leek wel alsof de herinneringen voor hem vluchten als hij eraan probeerde te denken, en zelfs tevoorschijn kwamen als hij er niet op lette. Alsof de regels telkens werden aangepast zodat hij niet kon winnen. Om zich alles te herinneren kon hij niet louter vertrouwen op wat Lismore hem vertelde.

In de verte, niet zo veraf al eerder evenwel, de tijd drong, hoorde hij de Garou die achter hen aanzaten. Hij moest strijden met zijn instinct om er niet teveel acht op te slaan. Met wat hij nu wist had hij zoveel puzzelstukjes, waarom kon hij zich nu niet dat laatste stuk herinneren: wanneer en hoe hij en Miles gevangen zijn genomen?

Ze moeten van de caern bergafwaarts gelopen zijn. waren ze achtervolgd? Het kwam hem voor dat het niet echt een klopjacht was geweest. Voor zijn geestesoog zweefde het beeld van een helikopter. Had hij dat gedroomd? Vanuit Cutter's Mine waren ze vertrokken in een heli. Het kon zijn dat ze daar zo ook waren aangekomen, en dat hij in zijn onderbewuste zelf een stuk had bijgewerkt. Langs de andere kant... ze hadden een helikopter. Misschien hadden ze die inderdaad ingezet.

Met een schok kwam Dwaine weer tot de werkelijkheid. Het angstaanjagende gehuil dat hij probeerde te negeren betekende dat ze moesten vluchten. dat wist hij al. Nu pas viel het hem te binnen dat Lismore niet dood was. Maar in zijn huidige toestand kon hij ook nergens heen. Dwaine keek op naar Sakura. Ze was een betere alfa geweest dan Lismore, en toch had ook zij al een roedelgenoot verloren op de caern. Was zij zich van de penibele situatie bewust?
door Assunkill
Wandraak, 4021 / 5128
gepost: 6-6-2007
om 13u20
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Met een mengeling van minachting, medelijden en walging bekeek Miles het zielige wezen dat blijkbaar ooit zijn Alpha was geweest. Als die zijn verhaal klopte, en waarom zou het niet kloppen, had hij zwaar gefaald als leider van Owl's Scouring Eyes en daar een nog zwaardere prijs voor betaald.
In mistige flarden dacht Miles zich fragmenten te kunnen herinneren. Hij vroeg zich af hoe Dwaine en hij gevangen waren genomen. Ze hadden blijkbaar enkele uren uit de klauwen van de vijand kunnen blijven. Hadden ze op die tijd New York niet kunnen inlichten? Volgens Harris had Miles enkele soldaten flink toegetakeld, maar diens woorden waren natuurlijk niets waard. Wellicht zou hij nooit met zekerheid te weten kunnen komen hoe die nacht afgelopen was.

Miles keek naar Sakura. Hij was in deze situatie tevredener dan ooit dat zij Alpha was. Zelf wist hij niet wat hij nu het belangrijkste vond: te weten komen wat er precies met hen gebeurd was in die cellen, of meteen vluchten. Van zichzelf wist hij dat hij perfect zou kunnen ontsnappen als ze wachtten tot de vijand vlakbij was, maar voor de hele roedel wou hij niet denken. Die beslissing liet hij de Alpha nemen. Hij lichtte haar in over hun situatie.

*"We hebben hoogstens tien minuten voor de jagers hier zijn. En ze jagen op ons. Als we nu vluchten kan ik hem - Miles wees naar Daniël Lismore - meenemen. Anders riskeer ik het niet."*

Het was geen kunst om te raden dat zij het doelwit van de huilende jagers, maar Miles moest niet raden. Hij voelde het diep in ingewanden en het was geen aangenaam gevoel. Voor iemand die het gewoon was jager te zijn, was de situatie van prooi extra oncomfortabel.
door malkav
achterban(k), 5265 / 7020
gepost: 7-6-2007
om 17u53
Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze bekeek Dwaine die bij Daniël geknield zat.
Ze was hem in haar gedachte al Daniël gaan noemen, Alpha01 bestond niet meer voor haar. Ze kende Daniël Lismore al een paar jaar, maar pas nu herkende zij hem pas, zelfs zo misvormd als dat hij nu was. Door deze herkenning werd zijn monsterachtige gestalte vele malen storender voor haar.

Het verhaal van hem had vele raakvlakken in haar geest, maar werkelijk tastbare beelden van het voorval had ze niet.
Het was niet zozeer de chaos van het gevecht wat hij beschreef wat haar herinneringen terughaalde, het was meer de seriniteit die zij in haar ziel voelde tijdens ieder gevecht die voor haar bevestigde dat zijn verhaal de waarheid was. Ze kon het gevoel achter haar furie voor de geest halen, niet de acties zelf.

Hoe meer ze nadacht over het voorval op de Caern, hoe erger ze verscheurd werd door andere, niet te plaatsen, herinneringen. In fracties van secondes hoorde ze geschreeuw en niet te verklaren geluiden,.. en de stank! Ze zag beelden van nauwe onderaardse gangen die radieëerden met een ziekelijk gelig licht.
Ze schudde haar hoofd.. Neen, terug te weten komen wat er werkelijk gebeurd was zou geen verstandige optie zijn nu. Het belangrijkste was dat ze hier snel vandaan gingen. Er werd op hen gejaagd, en zo te horen waren Owl's Scouring Eyes stevig in de minderheid.

Ze zag Dwaine haar doordringend aankijken, voor het eerst zag ze werkelijke emotie op het gezicht van de jonge bikkel,.. maar ze wist wat hij bedoelde. Niet lang daarna kwam Miles met hetgeen waarom zij hem zo waardeerde. Bevestigende informatie omtrend de situatie, tactische info als het ware. In haar gedachte had ze de keuze al gemaakt,.. of beter; De laatste stukjes van de puzzel gezien het heden vielen op hun plaats. Althans,.. ze dacht dat ze het begreep. Ondanks haar culturele afkomst en opvoeding had ze van nature maar weinig met esotherische zaken.

Ze knielde naast Dwaine neer voor Daniël. Ze sloeg haar rugzak af en opende deze. Ze haalde er een groot glansend wapen uit. Ze nam het wapen beet bij de loop en rijkte de kolf uit naar Daniël. Miles suggestie was een te groot risico, ze konden hem niet meenemen. Het zou hen teveel ophouden.
"Ik denk dat ik je nu pas begrijp Daniël... waarom je me dat wapen hebt gegeven. En het spijt me verschrikkelijk.
Ik mag aannemen dat dit door Gaia gezegende wapen vernietigend is voor iedere Wyrm manifestatie. Ik, als de nieuwe Alpha van Owl's Scouring Eyes, wil je vragen om ons wat tijd te gunnen voordat je hetgeen doet wat juist is. Laat Ivory onze redding zijn.
"

Ze liet haar hoofd zakken en strekte haar armen om het persoonlijke wapen van Daniël terug te geven.
door Zorbalt
Moorderator, 4365 / 5435
gepost: 7-6-2007
om 19u14
Owl‘s Scouring Eyes
**”Dit wapen heeft geen zilver nodig om de Wyrm te schaden Lotus. Het zal mij doden.”**


Lismore keek met eerbied naar de nieuwe Alpha van zijn pack en even leek het nobele gelaat van de Silver Fang door het monsterlijke masker heen te breken. Hij glimlacht ietwat droevig.


**”Dit moment…ik heb dit gedroomd. Ik weet niet goed wat Gaia’s plannen zijn met mij, maar ik ben er van overtuigd het haar wil is dat mij…ons…dit is overkomen. Sinds de garou in mij ontwaakte wordt ik geplaagd door vreselijke dromen. Er zijn meerdere momenten geweest in het verleden, ook tijdens deze missie, waarbij ik mij dingen, bijvoorbeeld plaatsen of gebeurtenissen, herinnerde die ik nooit zou kunnen weten. Dingen deed waarvan ik de achterliggende reden niet begreep. Volgens Waar-Niemand-Voelt zouden dit herinneringen kunnen zijn uit mijn vorige levens, of misschien zelfs de geesten van mijn voorvaderen die mij als werktuig gebruiken. Iets waarin veel Garou geloven en Ik hoop dat ze gelijk heeft.”**


Toen keek Stonecutter ietwat dromerig naar de heldere sterrenhemel. De wind was gaan liggen en in het gras langs de rivierbedding begonnen krekels hun nachtelijke lied. De huilende oorlogskreten klonken steeds scheller door de nacht.


**”Ergens wist ik dat ik deze missie niet zou overleven. Jullie moeten inderdaad zonder mij verder. Ik zal jullie alleen maar vertragen en mijn ziel is toch al verloren. Het is van enorm belang dat “the Trust” dit,- de Silver Fang toonde hen de door hem gemaakte koker die om zijn misvormde hals hing- niet in handen krijgt. Het zal een belangrijke troef zijn als de Apocalypse aanbreekt. Het moet naar New York…al kost het ons allemaal ons leven. Het is een wapen…, maar het draagt een vloek met zich mee. Het besmette mij toen ik het voor het eerst gebruikte.”**


Met een moeizaam gebaar deed de Silver Fang zijn ketting af en keek de anderen allemaal doordringend aan.


**”De geschiedenis van de fluit ken ik niet, maar ik heb haar kracht mogen aanschouwen. Het vernietigd en verjaagd de Wyrm. Waarom het in Malpheas lag is mij een raadsel. Waarom juist ik het daar moest vinden is mij ook onduidelijk. Door erop te blazen wist ik een groot deel van jullie Wyrmbesmetting te verdrijven, maar ik stopte te vroeg. Pas als jullie in het geheel van de smet van Malpheas geschoond zijn zullen jullie herinneringen terugkomen, daar ben ik van overtuigd. De vijand heeft zijn klauwen nog steeds om jullie zielen geslagen en het houdt zich stevig vast. De fluit heeft ons teruggebracht naar de mijn, waar ik wist te ontkomen. Maar het heeft mij vervloekt. De vijand wordt niet verjaagd of gedood bij het horen van haar tonen, maar wordt als het ware opgezogen door het instrument en nestelt zich in de muzikant. Ik ben geen Garou meer, vrienden. Ook ben ik geen dienaar van de Wyrm.”**


Hij zuchtte en ontknoopte met zijn lange nagels de touwtjes rond de eenvoudige stoffen huls. Voorzichtig liet hij een sierlijke fluit uit de koker schuiven. Ooit was het waarschijnlijk een prachtig en glanzend instrument geweest. Nu was het zwart, vuil en oogde het versleten. Stonecutter keek met een doffe blik naar het instrument…


**”Hoe erg ik het ook haat…ik ben de Wyrm.”**

door Assunkill
Wandraak, 4030 / 5128
gepost: 11-6-2007
om 21u20
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Het voelde aan alsof iemand een stalen ellenboog in Miles' zonnevlecht had geramd. Hij werd kotsmisselijk en leek geen adem te kunnen halen. De Wyrm... ze waren zelf de Wyrm. Het verklaarde zoveel tegelijk dat hij er duizlig van werd. Miles' grote klauw zocht steun bij de betonnen wand achter hen. Hij kokhalsde.

Miles' kon zich voorstellen dat sommige weerwolven niet op hun lot zaten te wachten. Ze waren een aantal jaar tevreden wolven of mensen geweest en plots kregen ze een loodzware last op de schouders gedumpt waar ze niet om gevraagd hadden. Een halve religie en een doodsvijand waar ze vanaf dan hun leven aan moesten wijden.
Voor Miles lag dat anders. Hij was vanaf zijn eerste dag opgevoed als kind van Gaia. Zijn hele leven had altijd maar één doel gehad: het bestrijden van de Wyrm. Het was simpelweg het allerenige waarvoor Miles leefde. Dat hij nu zelf Wyrm was geworden, was meer dan hij kon bevatten.

Miles probeerde zichzelf weer onder controle te krijgen. Hij draaide zich moeizaam naar zijn voormalige Alpha, waar hij ondanks alles opnieuw een begin van respect voor begon te voelen. Goed, hij had duidelijk strategische fouten gemaakt, maar hij had ze ook proberen recht trekken en was niet te beroerd geweest om daarbij risico en zijn verantwoordelijkheid te nemen. Miles richtte zich tot Stonecutter en ademde diep in, maar zijn stem klonk breekbaar.

*"Stonecutter... voor je jezelf zuivert, zuiver ons... helemaal deze keer."*

Hij keek het mismaakte monster bijna smekend aan.
door Zorbalt
Moorderator, 4377 / 5435
gepost: 12-6-2007
om 17u02
Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Daniël Lismore knikte langzaam.

**”Al vernietig ik hiermee misschien het laatste stukje onbesmette ziel, als jullie het willen zal ik jullie hiermee genezen.**

Hij hield de fluit omhoog in zijn knokelige klauw. Zijn lange sluikwitte haar viel voor zijn gelaat toen hij probeerde om verder overeind te gaan zitten. Nu zijn monsterlijke gezicht een kort moment niet te zien was leek het wezen voor hen des te meer op hun vroegere Alpha. Toen zijn ogen weer verschenen achter het witte haargordijn hadden deze een ernstige blik.

**”Ik hoop dat jullie beseffen dat met het verwijderen van de laatste wyrmsmet jullie geheugen terug zal komen. Ook de gruwelen die jullie allen hebben meegemaakt tijdens het verblijf in de mijn en in het Zwarte Labyrinth zullen zich weer aan jullie kunnen openbaren. Ze waren er bijna in geslaagd om ons te veranderen in Black Spiral Dancers. Het zou jullie waanzinnig kunnen maken. Ik neem niet graag een beslissing over jullie lot.

Is dit echt wat jullie willen?”**


door malkav
achterban(k), 5269 / 7020
gepost: 13-6-2007
om 15u28
Scene 5: Owl‘s Scouring Eyes
Ze keek haar voormalige Alpha doordringend aan en zag in zijn troebelige ogen de man die zij kende. Een Wyrm-jager van de bovenste plank die maar weinig scrupules had wanneer het aankwam op de manier van oorlog. Daniel Lismore was een veelbesproken subject geweest. Gesprekken waar Sakura nooit bij was geweest. Ze had in de wandelgangen natuurlijk wel het een en ander gehoord over hem. Het kwam erop neer dat zijn werkwijze voor 'De Ivoren Wachters' soms zelfs te ver ging. Stonecutter was een agent die erin gespecialiseerd was om bepaalde politieke en financiele kopstukken uit te schakelen en het liet lijken op een 'ongeval' . In haar ogen was hij niets meer dan een ordinaire huurmoordenaar geweest, maar nu flarden van voorheen haar geestesoog passeerden realiseerde zij zich dat ze hem niet meer zo zwart-wit kon blijven zien. Hij was werkelijk een Garou waarover gezongen diende te worden,.. of in haar geval; Zijn Garou onteerende offer zou hem postuum meer Eer bezorgen dan vele andere Garou hem zouden gunnen..

"Daniel,.. als jij de laatste Wyrm smet die we nog dragen uit onze zielen kan verwijderen is het je taak om dat te doen. Dat de herinneringen die we daarmee terugkrijgen onze zielen alsnog kunnen breken wil ik op de koop toenemen. Ik sterf liever waanzinnig zonder wyrm smet dan volledig bij zinnen, aan de hand van de Nightravens, met de weerhaak van de Wyrm diep in mijn hart. Onze tijd raakt op, ze zullen ons spoor weldra vinden.... Ik heb Waar-Niemand-Voelt al gefaald,.. dit wil ik niet nogmaals doormaken."

Sakura wist vrijwel zeker dat zij als enige van de drie, nog staande, kinderen van Uil de grootste blokkades had opgeworpen om de waanzin van Malfeas uit haar ziel te bannen.
Misschien was dit een natuurlijke reactie voor haar gebleken. Ze had altijd in meerdere werelden gestaan in haar leven. Ze was Japans, maar grotendeels opgevoed in de Verenigde Staten. Haar vader had een baan aangeboden gekregen hier en het leek allemaal zo mooi. Enkele jaren geleden leerde ze van haar moeder dat hij meer was gevlucht voor de corruptie van de Volkspartij en Openbare Werken, die nauwe banden hadden met de Yakuza en de tempels die het Shintoisme predikten. Ze waren dus meer gevlucht uit Japan dan 'verhuist', de Amerikaanse overheid had ook een hand gehad in deze ' verhuizing'.
Ondanks alles had haar vader zijn demonen geconfronteerd en de juiste beslissing genomen, hij wilde geen stropop zijn van de partijen die hij zo verachtte. Het was tijd dat Sakura haar eigen demonen confronteerde.
Ze legde haar hand op Dwaine's schouder en kneep er even zachtjes in. Hij was zeer zwijgzaam gebleven en ze zag hoe talloze gedachtes door zijn hoofd raasden. Ieder van hen had een storm in het hoofd nu. Ze moesten nu tussen twee kwaden kiezen eigenlijk..

"Dwaine?"

door DeHeld
Stamgast, 5310 / 6056
gepost: 14-6-2007
om 1u41
Antw: Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Voor deze keer kwam wat Dwaine voelde en hoe hij eruitzag wel overeen. Dat, of zijn roedelgenoten kenden hem ondertussen zo goed dat ze hem konden inschatten. Het was een tweestrijd die in hem woedde. Op korte tijd had hij te horen gekregen dat hun gehate en gevreesde vijand in elk van hen zat, en dat er een wapen tegen bestond, maar dat het onbruikbaar was. Het was dus twijfelachtig dat ze het konden gebruiken. Hun achtervolgers waren fanatiek en moesten het wapen, de fluit, terugwinnen. Ze zouden niet voorzichtig tewerk gaan.
Maar nog erger dan het weëe gevoel in zijn binnenste toen hij hoorde dat de Wyrm in hem zat, was het besef dat de Wyrm iets voor hem achterhield: de herinneringen van wat er gebeurd is voordien. Dwaine was plots niet zo zeker meer. Hoe graag hij ook wilde dat de Wyrm uit hem verjaagd werd, er straalde uit een boosaardige dreiging uit de wetenschap dat de kuur even erg zou zijn als de kwaal. iets in zijn achterhoofd zijn hem dat de gevolgen van een volledige toegang tot zichzelf vernietigend konden zijn. Wat zou het hem laten zien? Wat was er met hem gedaan, wat had hij gedaan tussen zijn ontsnapping en zijn vrijlating? Met andere woorden, Dwaine was niet zeker of hij wilde herinneren. Hij moest snel denken nu. Hoe harder hij zich forceerde, hoe moeilijker het ging. Zijn gedachten waren leeg. Hij wist zich niet tot enige actie te dwingen.

Verdomme. Zonder het te vragen half wolf geworden, en nu half gek. Half Wyrm. Hij wleek wel een konijn dat naar de koplampen staart, maar de gedachte aan de aanstormende vijanden hielp alleen zijn hartslag naar boven.

Dwaine likte zijn lippen. Niet nadenken dan. "Doe het. Snel."
door Zorbalt
Moorderator, 4381 / 5435
gepost: 14-6-2007
om 12u37
Antw: Scéne 5: Owl‘s Scouring Eyes
Stonecutter boog kreunend naar voren en legde het pistool moeizaam op een grote afgeplatte steen. Voorzichtig ging hij weer achteruit zitten, zijn kromme rug steunend tegen de cementen brugpeiler. Over de diepe wonden op zijn ontblote melkwitte schouders lag een kloppend en vochtig vlies.


**”Ik weet niet wat er met me gebeurd als ik dit instrument nogmaals gebruik. Misschien val ik in een put van waanzin waaruit ik niet meer omhoog kan klimmen. Mocht ik daarna zelf geen einde aan mijn bestaan kunnen maken dan smeek ik jullie om dit voor me te doen.”**


De Silver Fang bracht de fluit naar zijn muil. Hij sloot zijn geweldige kaak en tuitte zijn lippen in de hoop het instrument te bespelen. Het vuile metaal glom mysterieus onder het licht van Luna. Het gehuil van hun belagers klonk ineens opvallend dichtbij. Waarschijnlijk hadden zij de parkeerplaats van Utopia Gas bereikt en zochten daar verwoed naar nieuwe sporen. Het gehuil van de Nightravens leek plotseling te verdwijnen, net als alle andere nachtelijke geluiden, toen Stonecutter de eerste moeizame tonen speelden.


Vrijwel direct nadat de vroegere Alpha op de mond van de fluit blies begonnen de drie omstanders te kokhalzen. Er klonken slechts enkele hoge tonen, maar dat was genoeg om de Wyrm naar buiten te lokken. Alsof ze allemaal te veel gedronken hadden bogen ze zich gelijktijdig naar voren om zich te ontdoen van hun maaginhoud, maar toen ze hun monden en muilen open deden kwam er geen braaksel naar buiten. In plaats van maagzuur dreef er een vale groene mist uit hun kelen en neusgaten die in een wervelende dans door de lucht kolkten. De stinkende fosfordampen gleden in langgerekte draden naar het instrument dat hen tot zich had geroepen, waarna ze in de holtes van de fluit verdwenen. Nu was het Lismore die kokhalsde toen de dampen zijn keel in gleden. Hij leek zich niet meer bewust van zijn omgeving en gooide de fluit met een enorme grom in de richting van het water, waar het tussen de oeverplanten neerkwam.
door DeHeld
Stamgast, 5313 / 6056
gepost: 14-6-2007
om 16u40
Antw: Scéne 5: Owl's Scouring Eyes
Vanaf de eerste toon lijkt het alsof vlees en been van Dwaine meetrillen. Van onder tot boven voelt hij zich omkeren, diep binnenin. Hij zakt door zijn poten en merkt dat hij moet overgeven. Het is echter geen maagzuur of voedselrest die een weg naar buiten zoekt. Het is het enige giftige voor de weerwolf, de Wyrmbesmetting, die als traangas vanuit zijn binnenste naar buiten vreet. Het branden in zijn keel, neus en oren verzengt hem in pijn, en Dwaine kan zijn tranen niet bedwingen, maar om te kermen heeft hij geen tijd. Er komt zelfs zichtbaar een damp naar buiten, een ziekelijk gekleurd gas, het soort mosterdgas dat soldaten in de loopgraven onomkeerbaar verschroeide en misvormde, martelde en vermoordde.

In zijn bonzende hoofd leek het wel alsof Dwaine alle emoties voelde die hij had ondergaan en eerder niet kon herinneren. Alles voelde hij tegelijk: de angst, de twijfel, de energie, de berusting en de lust. Het was nogal een sensatie, die zelfs een drugscocktail overtrof, maar aangenaam was het zeker niet.

Alles wat Lismore had verteld had hij zich kunnen besparen. Dwaine Doyle zag het opnieuw voor zich, glashelder, als was het gisteren. De mist trok ook op rond de hinderlaag en het stuk dat Lismore niet had kunnen vertellen: in Miles' rugzak zaten alle noodzakelijke spullen inclusief de autosleutels. Nu herinnerde hij zich dat ze het zelfs tot de wagen gehaald hadden, en dat die ook al was bereikt door hun tegenstanders. Hun wilde vlucht was inderdaad afgelopen toen de helikopter achter hen aanging, hen bestookte en hun positie verraadde.

Hij wist opnieuw hoe ze hem dagenlang hadden opgesloten, alleen en afgezonderd. Hoe dokter Harris hun bloed had gebruikt voor zijn experimentele medicijnen. Dat hij ondervraagd was stond buiten kijf. Maar wat er gezegd werd en hoe het eraan toe ging, bleef wazig. Die mist wilde niet optrekken. Harris moest een of ander waarheidsserum of een drug hebben ontwikkeld die specifiek op Garou is toegepast. Uiteindelijk bekende je toch. Zoveel wist Dwaine zelfs op voorhand uit de Koude Oorlog-romannetjes die hij had gelezen. Mits voldoende tijd kunnen ze je breken als dor hout.

Dwaine was gebroken, binnenin. Hij herinnerde zich de eigenlijke marteling: het bezoek aan de ondergrondse, slijmerige poel. Bewaakt door Garou met een filmlaagje over hun ogen en een vervwrongen skelet, met slechte adem en verdorven bedoelingen. Het licht dat reflecteerde op het olie-achtige oppervlak van de poel, en Crusher of Souls, de eigenlijke leider achter het hele complot, die spotte met de gewonde Lismore en hen naar malfeas stuuurde, het ondergrondse labyrint. Het claustrofobische gevoel in zijn longen, zijn eigen gehijg en de ritmische beweging. Dwaine herinnerde zich alles. Hij hield niet op met huilen.
door Assunkill
Wandraak, 4041 / 5128
gepost: 15-6-2007
om 11u05
Antw: Scéne 5: Shades of the past
Het voelde aan alsof de essentie uit zijn lichaam werd getrokken. Vanuit de kleinste haarvaatjes in de verste uithoeken van zijn ledematen werd iets naar buiten gesleurd, via zijn slokdarm. Miles kokhalsde en braakte een smerige damp die naar lood smaakte op. Het brandde overal: in zijn keel, in zijn mond, in zijn neus. Hij moest hoesten en voelde zich misselijk worden.
Krampachtig hield hij zich vast aan zijn betonnen steunpilaar. Zo voelde het dus als je gezuiverd werd van de Wyrm: pijnlijk en walgelijk. Maar elke minuut, elke seconde van zijn leven had Miles die pijn en walging willen voelen om niet meer besmet te zijn. Hoe onaangenamer het genezingsproces was, hoe duidelijk werd hoe afschuwelijk zijn ziekte was geweest.

Bijna opgelucht haalde Miles adem toen de laatste flarden Wyrm zijn lichaam verlieten en liet de paal los. Maar als een boemerang keerden plots al zijn herinneringen terug, allemaal tegelijk. Miles werd duizelig en zakte door zijn knieën.

Hij liep met Dwaine door het woud. Twee lenige schaduwen gleden door de duisternis, weg van de Caern. Ze wonnen steeds meer terrein, nu hun vijanden het voordeel van de verrassing niet meer hadden. Dwaine wist dat ze de sleutels van de wagen nog hadden. Miles wist hoe ze er moesten geraken. Het busje werd bewaakt, maar vier soldaten waren geen partij voor twee woedende Garou, die nu zelf het voordeel van de verrassing hadden. Jammer wel dat de wagen gesaboteerd bleek. Ze trokken te voet onder dekking van het woud, maar toen ze vroeg in de ochtend een open plateau moesten oversteken, dook er vanuit het niets een helicopter op die hen meteen onder vuur nam. Ze waren kansloos.

De zilveren band rond zijn nek irriteerde hem voortdurend. De mijn stonk zo hard naar Wyrm, dat Miles het in het begin moeilijk had gehad om rustig adem te halen. Miles wist dat hij hier ten onder zou gaan. Hij zou dat eervol doen. Geen woord zou over zijn lippen komen.
Hij werd bedreigd. Hij zweeg. Hij werd geslagen. Hij zweeg. Hij werd gemarteld en hij bleef zwijgen. Hij kreeg een 'waarheidsserum' toegediend en begon aan het duizelingwekkende snelheid omhoog te vallen. Hij dacht dat hij drie keer een hartstilstand had van de schrik. Hij piste zichzelf onder van angst. Hij zweeg. Hij kreeg het serum nog twee keer toegediend en hij zweeg nog steeds. Toen gad Harris het op. Miles was trots op zichzelf en had vrede met zijn ongetwijfeld naderend einde.
Hij sprak met Stonecutter via een ventilatieschacht. Stonecutter werd minstens even hard gefolterd. Miles wist niet of zijn Alpha het volhield. Hij dacht van wel. Ze hadden iets gemeen: een leven dat uitsluitend op de bestrijding van de Wyrm was gericht. Uit die zuivere haat putten ze allebei kracht. Na zijn gesprekken met Stonecutter was Miles zekerder dan ooit dat hij niets zou lossen.
De band rond zijn nek was een gruwelijk nadeel, maar ook een voordeel. Hij kon op eender welk moment een einde maken aan zijn lijdensweg. Die gedachte schonk hem moed, via een verwrongen soort logica.

Hij zag de anderen opnieuw. Iedereen was gewond en verzwakt. Stonecutter zag er behalve uitgeput vooral woedend uit. Dwaine zag er aangeslagen uit. Sakura en Maya ook. Miles vroeg zich af hoe hij er zelf uitzag. Even murw geslagen als de anderen, wellicht. Ze stonden in een kamer, diep onder de grond, waar het duister was, op een onheilspellende gloed na, die afkomstig was van een poel waarin een donker soort olie kookte.
Er waren andere weerwolven. Miles wist nog voor hij ze gezien had dat ze Black Spiral Dancers waren. Ze beweerden dat Owl's Scouring Eyes zich bij hen zouden aansluiten. Hun leider noemde zich Crusher-of-Souls. Miles wist dat ze zich vergisten. Zijn ziel was nog niet vermorzeld. Hij zou zelfmoord plegen als hij voelde dat dat moment er aan kwam. Hij zweeg nog steeds.
Vier van de gruwelijke weerwolven grepen Stonecutter vast en probeerden hem in de poel te gooien. Het was indrukwekkend hoe zelfs een zwaar toegetakelde Stonecutter het vier opponenten lastig kon maken.
Eén van Miles' bewakers schoot hen ter hulp. Miles' instinct rook een kans. Hij ramde zijn elleboog hard in de maagstreek van zijn andere bewaker. Terwijl die naar adem hapte, slaagde hij er in zijn dolk af te nemen. Miles wist hoe je met dolken werkte: met twee snelle stoten, schuin onder de borstkas naar boven, schakelde hij de Dancer definitief uit. Hij probeerde de lift te bereiken, maar Stonecutter lag intussen in de poel, die hem snel naar beneden zoog en vijf gemuteerde weerwolven hadden hun klauwen vrij voor Miles. Ook hij zonk snel naar beneden in de olieachtige smurrie.

Hij besefte dat dit Malpheas was. Hij besefte ook dat het te laat was om de zilveren pin van de halsband door zijn eigen keel te jagen. Een meisje met onaards grote ogen keek hem begerig aan. Ze was pas tien en brandde van verlangen.
Miles probeerde zijn geheugen op dat moment tegen te houden, maar dat lukte niet en hij herinnerde zich elk detail misselijkmakend goed: de geur van haar natte haar, het dunne jurkje dat tegen haar frêle lichaam plakte, haar warme huid onder zijn ruwe vingers.

Miles viel voorover en kotste. Geen dampen, maar halfverteerde brokken gehakt en zure tomatensaus. En toen zijn maag leeg was, braakte hij maagzuur en gal.
Er bleef niets meer over van de oorspronkelijke opluchting. Hij voelde zich ziek en smerig en voor alles was er de afschuwelijke, brandende schaamte. Miles beet hard op zijn lip. Zoute tranen liepen geluidloos over zijn gezicht.

Moeizaam krabbelde hij weer overeind. Slechts heel langzaam werd hij zich weer bewust van de wereld rondom hen. Lismore gromde als een krankzinnige. Dwaine huilde met luide, heftige snikken. De Nightravens huilden ook, maar anders, en steeds dichterbij. Enkel Sakura leek min of meer zichzelf onder controle te hebben.
pagina's: 1, laatste

Photobucket - Video and Image Hosting


"The pack is united by sacred purpose and guided by sacred light"

naar boven