scène 4: Roadkill

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
25-4-2007, 22u23, door Zorbalt



Route 23, richting Norton
Vrijdag 25 augustus 2006, 00:54 uur



De Ford was donkerblauw van kleur en had in de motorkap en het rechter portier een paar ondiepe deuken. Het geronk onder de motorkap klonk echter prima en ook het interieur was in een prima staat. De wagen was opvallend schoon van binnen, maar de geur van tabaksrook lag zwaar op hun adem. Toen de weerwolven waren ingestapt schoot de crossmotor voor hen weg, in de richting van de bosrand. Het zanderige pad dat tussen de boomstammen liep was breed genoeg om een auto van dit type doorheen te manoeuvreren. De motor verdween in de duisternis en al snel was zelfs de gelige gloed van diens koplamp niet meer te onderscheiden.

Achter hun hoorden ze de toeter van de Pick-up, een dwingend en schel geluid. Joe Bledson stond op de veranda van zijn trailer en zwaaide de inzittenden van de Ford na toen Hank deze in de richting van het pad stuurde. Achter hen kwam het andere voertuig kuchend in beweging. De duisternis van het woud maakte een kort moment plaats voor kleur en vorm, maar alles leek nog donkerder te worden toen de lichtbundels van de wagens de bomen niet meer beroerden. Al hortend en stotend reden de voertuigen over het zandpad. Na enkele minuten bereikten zij een donkere, maar verharde weg. Deze liep onverlicht vele kilometers in de richting van Norton, om uiteindelijk over te gaan in de snelweg naar New York.

Tijdens het rijden sprak de zwager van Bledson af en toe met de inzittenden van de Pick-Up. Ze reden hard over het zwarte asfalt, maar Hank kende dit gebied als geen ander. Nadat ze ongeveer een minuut of vijf hadden gereden sprak de bestuurder.

Het is een apart meisje, onze Mary. Joe mag zich gelukkig prijzen met zo’n dochter, wat jullie?


pagina's: 1, laatste

Reacties

door DeHeld
Stamgast, 5024 / 6056
gepost: 26-3-2007
om 20u29
Antw: Scéne 4: Roadkill
Misschien niet zo slim dat Dwaine zijn spullen vanachter heeft gelegd. Daar zouden ze meer heen en weer rollen en misschien beschadigd raken. In elk geval ging hij daar nu niet over klagen. Het zandpad was niet erg effen, allicht door plantenwortels en stenen en putten. Dwaine zelf werd al eens door elkaar geschudt. De bestuurder wachtte wijselijk tot asfaltwegen verschenen voor hij begon aan zijn "smalltalk".
"Het is een inderdaad een heel speciaal meisje, hebben we gemerkt."
Dat maakte het voor Dwaine des te schrijnender dat ze in een caravan leefde, op een afvalberg, met die Bledson een stuk of wat rednecks, in plaats van de beschaafde wereld. Hard werken is een deugd, wist hij van thuis uit. Of alleszins: van zijn vader. "Van werken wordt niemand een slecht mens, jongens. Luiheid daarentegen... werkschuwe mensen, daarmee loopt het altijd slecht af." Pa had die keer toch gelijk gehad. Dit waren bepaald geen dingen die Dwaine wenste te delen met de bestuurder van deze wagen. Daarom probeerde hij toch min of meer interesse te veinzen in de betekenisloze vraag:
"Zeg, heu, is het ver rijden eigenlijk? Of woont jullie vriend in de buurt van het bos?"
Pas als hij zelf hierover nadacht, werd hem duidelijk dat de afstand tussen Alpha01 en de bewoonde wereld best belangrijk was.
door Zorbalt
Moorderator, 4220 / 5435
gepost: 26-3-2007
om 20u44
Antw: Scéne 4: Roadkill
Hank keek in zijn achteruitkijkspiegel naar de man op de achterbank.

”Ik verwacht een minuutje of tien rijden.”

De bestuurder greep tijdens het rijden naar de microfoon van zijn radio en draaide aan de frequentieknop. Hij sprak even kort met de bestuurders van de Pick-up die hen achtervolgde. De ronde koplampen schenen fel door de achterruit van de Ford heen. Het gesprek was niet interessant of inhoudelijk en gingen enkel over bowlen. Ietwat lacherig hing Hank de mic terug, waarna hij wat meer gas gaf.

”Het zal niet lang meer duren voordat de Heer Mary tot zich zal nemen. Volgens Joe is haar eerste verandering nabij. Als zij weg is heeft Utopia een nieuwe uitverkorene nodig.”

Hank Dillinger toeterde een keer naar de motor voor hen. De bestuurder daarvan reed gevaarlijk hard op enkel zijn achterwiel. In reactie op het waarschuwende geluid van de claxon kwam het voorwiel van de motor weer op het asfalt terecht. Hank lachte hees tussen zijn tanden door.

”Ik hoop dat een van mijn jongen zich zal ontpoppen tot een kind van Hem. Nu maar hopen dat mijn vrouw het kraambed wel overleefd.”
door Assunkill
Wandraak, 3834 / 5128
gepost: 27-3-2007
om 12u31
Antw: Scéne 4: Roadkill
De grote rugzak stond stevig tussen zijn benen geklemd en Miles keek hoe het donkere woud voorbij gleed. Met een auto rijden bleef een vreemde ervaring, hoeveel kilometers je ook al had meegelift. Miles was het gewoon middenin het landschap te staan en te lopen. In een wagen leek je er in een afgesloten cabine overheen te zweven. Op het zandpad had het schudden van de wagen nog aangegeven dat ze zich wel degelijk in de werkelijkheid bevonden, nu, op het gladde, harde asfalt leek elke verbinding verbroken. Miles' ogen volgden de helle koplampen die de snel opeenvolgende boomstammen belichtten. Hij draaide zijn raampje wat open. Niet alleen kon deze muffe tabakslucht wel wat frisse input gebruiken, het maakte de hermetische capsule ook wat minder hermetisch.

Hij hoorde wel wat Dillinger zei, maar bleef reactieloos uit het raampje staren, hoewel hij zich erg ongerust maakte. Hij had al langer het gevoel dat er iets niet klopte. Zijn leven was vannacht twee keer gered. Bij Maya zou hij voor altijd in het krijt blijven staan, maar zijn schuld aan Mary Bledson moest hij inlossen.
Het werd een moeilijk rijtje met prioriteiten: Alpha01 onschadelijk maken, Mary Bledson helpen, en zijn bezoek in New York afleggen...

Het stellen van intelligente vragen aan Dillinger liet Miles aan de anderen over. Ze hadden bewezen over ruim voldoende intellect en speurzin te beschikken. Hij keek naar buiten en wou plots dat ze er al waren. De situatie beviel hem niet, en dat ze er niet meteen iets aan konden doen beviel hem nog minder.
door Zorbalt
Moorderator, 4221 / 5435
gepost: 27-3-2007
om 23u38
Antw: Scéne 4: Roadkill
De auto’s reden over een kleine stuwdam. De eenzame lantaarns die hierboven hingen wierpen hun koude licht over de weg. Een aantal minuten was het stil in de auto, maar toen sprak de bestuurder weer.

”Ik weet wel waarom jullie ons met een bezoek vereren.”

Dillinger keek een keer naar de bijrijder en wierp een snelle blik achterom. Een glimlach was te zien rond zijn lippen.

”Joe denkt dat jullie voor zijn kleine meid komen, maar ik ken de echte reden. De tijd is vast weer aangebroken. Zoals altijd bieden wij jullie ook nu weer onze vruchtbaarste dochters en vrouwen aan, om zo voor juiste nakomelingen te zorgen. Wij kennen onze plicht, maar slechts zelden ontwikkeld een van onze kinderen zich tot een uitverkorene. Het is spijtig.

De man keek een kort moment dromerig voor zich uit.

Misschien hebben wij geluk met die tweeling. Ik zal ze behandelen alsof het mijn eigen kroost is.

Hij keek in de achteruitkijkspiegel naar de aantrekkelijke vrouw op de achterbank en knipoogde naar haar.

Dit is volgens mij de eerste keer dat ze een vrouw meesturen. Ik denk dat er veel mannen zijn in Utopia die een nacht met jou door willen brengen en je hun zaad willen schenken.

Hij keek nogmaals achterom naar Sakura en reed al neuriënd verder. Hij pakte een doosje sigaretten uit zijn binnenzak.
door malkav
achterban(k), 5035 / 7020
gepost: 28-3-2007
om 17u28

gewijzigd door malkav
28-3-2007 om 17u38

Antw: Scéne 4: Roadkill
Ze hoorde de voortplantings methodes aan van de tribe waarvan het Utopia volk overduidelijk het Kinfolk was. Walging vulde het diepste van haar ziel,.. wat waren dit voor vreemde mens onterende praktijken? Haar familie was al generaties kinfolk van de Stargazers. Lang geleden werden er wel eens mensen uitgehuwelijkt, maar dat was sinds jaar en dag niet meer zo. Ze draaide het raam een klein stukje open en wreef met haar mouw de aanslag van het raam. Ze bekeek de bosrijke omgeving en de kleine stuwdam die ze inmiddels achter zich hadden gelaten.

Het was natuurlijk altijd onwennig wanneer er over zulks private onderwerpen werd gepraat, maar in de cultuur waarin Sakura was opgevoed was dit topic hoogst uitgesloten in het openbaar. Zoiets besprak je enkel met je partner en ouders. Ze kon zich voorstellen dat Dwaine en Miles ook niet zaten te wachten op een gesprek als dit.

De kerel verwarde hen duidelijk met de Garou die hij 'kende'. Sakura's brein ratelde door op dat moment. Waarom zou er een vete op leven en dood zijn tussen twee groepen Garou binnen zo'n klein gebied. De pack op de ontheiligde caern hoorde duidelijk genoeg bij diezelfde heilige plaats, en dus automatisch bij de Sept die hier prominent aanwezig zou moeten zijn.
Abrupt werd Sakura uit haar gedachte trip gerukt door een knipoog van Hank, hetgeen wat hij zei drong in eerste instantie maar half tot haar door.
"...... veel mannen zijn in Utopia die een nacht met jou door willen brengen en je hun zaad willen schenken."
Ze was verbijstert en stomgeslagen. De gedachte alleen al om de pure afkomst te laten verwateren met een bende rascisten. Haar Tribe oudsten zouden haar verbannen om maar te zwijgen wat haar grootvader met haar zou doen. Het was werkelijk een hillarische gedachte, maar geen om in lachen uit te barsten. Ze merkte dat er plots een hele eigenaardige stilte in de wagen viel. Vanuit haar ooghoek zag ze Dwaine bevriezen naast haar. Ook Miles voor haar werd plots afgeleid van zijn sight-seeing. Hank pakte een sigaret en stak deze zonder schroom aan, zonder ook maar het fatsoen te nemen om te vragen of zij er bezwaar tegen hadden. Hij gooide het groene doosje met rood embleem in het vak naast hem. Circinus Brand hette het merk, ze hoefde niet op de voorzijde van het pakje te kijken. Sakura bleef even in een staar om vervolgens op te kijken.
"Zet de wagen aan de kant,.. ik voel me niet goed worden. Je vrienden kunnen wel doorrijden, laat me jullie niet ophouden.. ik vrees dat ik even een privaat moment nodig heb.. dus stop..."
door Zorbalt
Moorderator, 4222 / 5435
gepost: 28-3-2007
om 18u58
Antw: Scéne 4: Roadkill
Hank Dillinger schudde resoluut zijn hoofd en wees met een snel gebaar in de richting van het dashboardkastje. Hierbij keek hij schichtig naar zijn bijrijder.

”Daarin zit een plastic zak.”

Hij keek naar de inzittenden op zijn achterbank doormiddel van het achteruitkijkspiegeltje. Terwijl hij het gaspedaal nog dieper indrukte om de slingerende motor bij te houden sprak hij hen toe.

”Sorry schat, maar stoppen is geen optie. Als je moet kotsen kun je van mijn part uit het raam gaan hangen. Het is mijn auto niet. Met dit tempo zijn we over vijf minuten bij het tankstation.”

Ietwat verbeten ging hij naar voren zitten in zijn stoel. Zijn knokkels werden wit toen zijn handen zich hard om het stuur klemden. De rookpluim die van zijn sigaret omhoog dwarrelde vulde de cabine, maar hij scheen weinig last te hebben van de verstikkende sluier.
door Assunkill
Wandraak, 3839 / 5128
gepost: 28-3-2007
om 19u39
Antw: Scéne 4: Roadkill
Dit was te absurd om waar te zijn. Miles keek verbaasd naar de chauffeur. Duizend ideeën sprongen tegelijk door zijn hoofd, maar nog voor hij ze kon beginnen sorteren en ordenen, had Sakura blijkbaar al besloten tot actie over te gaan. Niet hier in de rijdende wagen natuurlijk, dus bedacht ze een excuus om te stoppen. Logisch, vond Miles. Spijtig dat Dillinger er niet op inging. Miles klikte het handschoenen kastje open.

Hij rommelde onhandig door de rotzooi die er lag. Lege pakjes sigaretten, zegels van een tankstation, een morsige bijbel en een nog veel morsiger pornoblad dat, geschat naar het kapsel van de covergirl, uit medio jaren tachtig moest stammen. Miles veegde een zonnebril en een plastic mapje met beduimelde wegenkaarten aan de kant en vond de plastic zak. Er zat al iets in. Miles hoopte dat het niet de maaginhoud van een vorige onfortuinlijke passagier was. Langs de buitenkant voelde het aan alsof er een dood vogeltje in zat.
Zijn hand graaide in de zak en haalde er een vreemd voorwerp uit. Van takjes was een soort hoekig wiel gebouwd, waarin een eenvoudig maar kunstig netwerk was gespannen. In het netwerk waren kleine stukjes spiegelglas gehangen en het geheel was versierd met pluimen en kraaltjes. Miles kende genoeg van Indianen om te weten wat voor iets dit was. En hij kon wel raden waar het vandaan kwam...

Hank Dillinger zag uit zijn ooghoeken wat zijn buurman bezig was. Hij sprak, zonder de sigaret uit zijn mond te halen, met een duidelijk geërgerde ondertoon:
"Die Buffelneukers horen hier niet. Hun tijd is voorbij en hun dagen zijn geteld. Ze vallen ons al lang genoeg lastig en wij hebben het lang genoeg getolereerd. Joe zegt dat het nog lang zover niet is maar ik zeg jullie dat de tijd is aangebroken om de wapens op te pakken. Weldra zal de Heer zijn engelen sturen en zullen wij hen helpen om dit gebied schoon te vegen.

Miles draaide zijn raampje helemaal open om de verstikkende tabakslucht wat te verdrijven. Zijn gehandschoende vingers speelden met de dromenvanger. Hij keek naar Dillinger.

"Oorlogstrofee van hun heilige plaats waar jullie ons vannacht oppikten?"

Dillinger lachte schor en zijn lach ging over in een droge hoestbui. Hij nam zijn sigaret uit zijn mond, maar moest die al snel terug stoppen om weer met beide handen te kunnen sturen.

"Heilige plaats... laat me niet lachen."

Miles draaide zich half om naar zijn Alpha en bood haar de plastic zak aan. Met zijn knie stootte hij het handschoenenkastje weer dicht en hij wisselde een blik met Dwaine en Sakura
door DeHeld
Stamgast, 5030 / 6056
gepost: 28-3-2007
om 20u39

gewijzigd door DeHeld
28-3-2007 om 20u52

Antw: Scéne 4: Roadkill
Het was zo onwerkelijk dat Dwaine er eerst niet op wist te reageren. Hij vergat zelfs bijna te slikken, schraapte zijn keel en werkte alles weg door zijn strot. Dan keek hij even om zich heen, als om te vergewissen dat de anderen het ook gehoord hadden. Meteen besloot hij om maar gewoon uit het raampje te kijken, want hij durfde Sakura niet echt aankijken op dit moment. De schaamte brandde in hem harder dan bij Sakura, durfde hij wedden. Dat zo'n vetzak dat tegen haar durfde zeggen. Van alle Kinfolk dat er is, net deze "lowlifes". De gedachte alleen al deed je over je nek gaan. Het was zo ongehoord dat Dwaine had kunnen lachen. Hij overweeg het idee bij zichzelf, probeerde er de lol van in te zien en hield daarmee op bij de gedachte dat Hank gezegd had 'vruchtbaarste' en niet 'knapste'. In Utopia was nog niet zeker of die twee wel inwisselbaar waren. Bovendien dacht hij hoe het zou zitten als zijn moeder of -god verhoede- Elaine zo zouden worden behandeld. Dwaine zou maar wat gauw weer beginnen boksen, besloot hij grimmig. Paar koppen tegen de muur en uit met die praat. Dat leek hem hier echter geen goede oplossing.

Hij merkte dat hij met zijn handen aan het prutsen geslagen was omdat hij met zijn houding geen blijf wist. Toen hij Sakura hoorde praten, wierp hij haar een bezorgde blik toe. Ze zag er niet erg aangeslagen uit, en zocht verwoed naar iets in haar rugzak.
Als ze inderdaad als enigen even achter bleven, moesten die Hank misschien maar eens aanmoedigen om zijn bek te houden. Het was niet louter het smakeloze van Hank's uitleg. Voor zover Dwaine zich kon herinneren (en zijn geheugen leek momenteel niet erg betrouwbaar) had hij zich nog niet eerder zo op zijn gemak was als Garou. Misschien was het de adrenaline van het constante gevaar, maar het leek Dwaine dat het vooral dit pack was dat hem zelfvertrouwen schonk.

Terwijl hij voorover leunde om te kijken of hij moest aandringen voor een 'sanitaire' stop, en zag dat het niet nodig was, concludeerde hij dat ze werden aanzien voor andere Garou. Nog meer? Toe maar. Wat had dat nu weer te betekenen. Door de voorruit zag hij dat ze langs een verlicht bord aan de bosrand reden, een picknickplaats passerend. Dorie, dat was ongelukkig getimed.
Zijn alfa keek hem doordringend aan. Dwaine had er een beetje het raden naar wat dat betekende. Dat ze slecht gehumeurd was, was zeker. Hij voelde haar bijna inwendig koken.
Tijd dat ze dit zootje achter zich lieten?

Met een ruk draaide hij zich om om door de achteruit te kijken. Dat bord, een wijzende Indiaan, dat herkende hij. Hij was er eerder geweest. Toen was het ook donker geweest, en hadden ze met behulp van enige zaklantaarns een kaart geraadpleegd op de houten picknicktafels. Hij wist zelfs wat er op het bord stond: "Pigeon River Indian Village - 8 miles". Er stond ook een totempaal, heel cliché allemaal, om toeristen te lokken ongetwijfeld. Was hij langs hier aangekomen? Het maakte hem enkel meer vastberaden om een tussenstopje te maken.
door malkav
achterban(k), 5036 / 7020
gepost: 28-3-2007
om 22u10
Antw: Scéne 4: Roadkill
Het zakje wat Miles haar aangaf propte ze gelijk weg onder de stoel voor haar begeleid door een fel ritselend geluid alsof ze het zakje gaarne aannam. Ze boog wat voorover, uit het zicht van Hank, en liet ondertussen haar hand in haar rugzak zakken.

Spookbeelden van een confrontatie waarvan zij het verloop enkel kon gissen flitsten door haar gedachtes. De afloop was haar inmiddels bekend. Maar tussen die afloop en deze dag bevond zich een nietszeggende leegte. Ze voelde de Wolf in haar roeren maar ze zou Haar onderdrukken, dit voor de veiligheid van haar metgezellen. Hoezeer ze het ook deed wenden of keren tussen de ramen van geweten, emotie en logica,.. ze kon niet langer meer in hetzelfde voertuig zitten als dit monster schuin voor haar. Haar klamme hand had zich een weg gevonden rond de kolf van het vuurwapen in haar rugzak. Ze hoefde het enkel boven te halen.

Ze concentreerde zich op het juiste moment. Hank draaide zijn ogen weer weg van de binnenspiegel. Langzaam nam ze haar Glabro vorm aan. De dichtsbijzijnde vorm waarin ze zou kunnen helen. Ze voelde hoe de veiligheidriem strakker trok en ietwat in haar nek sneed nu. Ze bewoog wat en liet de riem wat vieren zodat ze wat meer bewegingsvrijheid had. Met haar linkerhand tikte ze Dwaine aan op zijn dij en keek hem aan, tegelijk drukte ze haar rechterknie in de rug van de zetel voor haar, en dus tegelijk in die van Miles. Ze sprak rustig maar direct en overtuigd, ze had hun aandacht immers.
"Dwaine,... neem de Glabro aan. Miles, de radio moet uit."
Ze haalde in een vluchtige beweging het vuurwapen boven en zette deze rustig achter het het rechteroor van Hank Dillinger. Haar stem, die normaal zelfverzekerd en sereen klonk, was nu een raspende onmenselijke stem geworden in haar Glabro vorm.
"Hank,.. je verminderd je snelheid nu.. Stop de wagen.. Zet de wagen aan de kant! Geen rare dingen, wij genezen immers makkelijker dan jullie Hank."
door DeHeld
Stamgast, 5032 / 6056
gepost: 29-3-2007
om 0u43
Antw: Scéne 4: Roadkill
De gewisselde woorden tussen Miles en Hank ontgingen hem enigzins terwijl hij probeerde uit te puzzelen waarom hij die parkeerplaats herkende. Het geritsel van de zak registreerde Dwaine wel. Hij merkte dat de bestuurder vastberaden, bijna manisch zijn stuur vasthield. Het gezegde zou zijn mening over Hank trouwens niet echt bevorderd hebben.

Nog voor Sakura van vorm veranderde wist hij dat dat de beste keuze was. Vijf minuten onderweg en de dingen zaten alweer goed fout. Een record voor deze nacht. Hij reageerde dan ook snel op wat ze hem vroeg, en veranderde maar al te graag. Het was goed dat Miles vooraan zat. Mochter iets gebeuren kon die makkelijk naar het stuur grijpen, als al niet de automatische schakelpook. Zelf zou hij hank in bedwang kunnen proberen houden, maar verrassend genoeg had Sakura daarvoor al haar wapen. Nu hopen dat de man niet zo gek was als hij leek. Mensen die in de hemel geloven gaan anders om met gevaar, als je pech hebt. En als het mis ging, dan asjeblief geen bruuske manoeuvres. Je moet moeite doen om een wagen van zijn wielen af te krijgen. Crashen op zich is verbazend eenvoudig.
door Assunkill
Wandraak, 3839 / 5128
gepost: 29-3-2007
om 10u33
Antw: Scéne 4: Roadkill
Zelf zou Miles aarzelend zijn blijven zitten, maar Sakura was blijkbaar uit ander hout gesneden. Daarom was het goed dat zij Alpha was, bedacht Miles. Hij was blij dat ze actie ondernam. Hij volgde de instructies van een Alpha steeds stipt op, maar dat impliceerde niet dat hij er geen eigen ideeën op na hield. Hij had het geen goed idee gevonden mee te rijden en hij het beviel hem dat er nu iets tegen ondernomen werd.

Deze wagen tot stilstand brengen zou geen probleem zijn. Maar er was een tweede wagen, met gewapende mannen. Miles vroeg zich welke kans ze maakten, en vooral wat Sakura daarna wou aanvangen. Maar dat waren zorgen voor later. Ze zou vast een goed plan hebben.
Met een stevige snok rukte hij de kabel van de microfoon uit de radio en trok hem naar zich toe, buiten Dillingers bereik. Hij kon het niet laten breed te grijnzen toen hij zijn veiligheidsgordel controleerde en zichzelf ook tot Glabro liet transformeren. In zijn broekzak omklemde zijn vuist het kleine maar scherpe zakmes.
door Zorbalt
Moorderator, 4225 / 5435
gepost: 29-3-2007
om 12u41
Antw: Scéne 4: Roadkill
De bestuurder dacht in eerste instantie dat de vrouw op de achterbank een grapje maakte, maar toen hij het koude metaal van haar pistool tegen zijn slaap voelde drukken verdween de flauwe glimlach als bij toverslag. Toen de man naast hem daarna de microfoon met plug en al uit de radio trok, veranderde zijn blik in een mix van angst en haat.
Nog steeds hield hij het stuur krampachtig vast en tot zover was hij alleen maar sneller gaan rijden. In reactie op deze plotselinge sfeerverandering, en de lichamelijke veranderingen van zijn passagiers, liet Dillinger het gaspedaal een kort moment los en drukte zacht op de rem, waardoor de Ford al krakend vaart begon te minderen.

Achter hen klonk de hysterische claxon van de pick-up. De bestuurder van dit barrel minderde direct vaart en week ietwat uit. Hoewel het onmogelijk was geworden door de radio te spreken zonder microfoon, klonk er een krakende stem uit het apparaat. Hun achtervolgers namen ietwat geërgerd contact op met de auto voor hen.

”Hank, what the fuck are you doing? Even klonk er enkel geruis door de speakers, maar al snel galmde dezelfde stem door de cabine. ”Hank, Ray hier…hoor je me? Over.

Hank Dillinger wilde over zijn schouder kijken, maar werd direct herinnerd aan de op hem gerichte loop. Met een snelle, schuchtere blik keek hij naar de radio en daarna in zijn achteruitkijkspiegel. Een grote druppel transpiratievocht rolde over zijn slaap, langs de loop van Sakura’s wapen.

”Waarom doen jullie dit? We staan aan dezelfde kant, verdomme!

Voor hen was de crossmotor reeds uit het zicht verdwenen, maar achter hen schoof het logge voertuig naar de andere rijstrook, in de hoop langszij te kunnen komen. Een tegenligger zou de pick-up moeilijk kunnen ontwijken, maar vooralsnog waren ze geen andere voertuigen tegengekomen.
door Assunkill
Wandraak, 3841 / 5128
gepost: 30-3-2007
om 9u41

gewijzigd door Assunkill
30-3-2007 om 9u42

Antw: Scéne 4: Roadkill
Het kon hier heel erg beginnen mislopen, realiseerde Miles zich. In de pickup zaten twee mannen met 'heavy shit', als hij zich Bledsons woorden goed herinnerde. Dat kon hun maneuvre ernstig bemoeilijken. Er kwamen geen instructies van de achterbank, dus Miles besloot zelf een poging te wagen.
Hij nam de microfoon en plugde hem weer in, terwijl hij zijn blik strak op Dillinger hield. Zijn stem zou krakerig klinken als Glabro, maar zijn stem klonk altijd hees en bovendien hadden ze hem nooit eerder horen spreken. Zijn duim duwde de spreekknop in.

"... knop induwen? Ah, zo... Miles hier. Hank is even misselijk, verkeerd bier of zo gedronken. Hij zegt dat... hé man, wacht tot ik die plastic zak heb gevonden... Fuck! Sorry, we halen jullie wel weer in. Als er werkelijk wat gebeurd is, moet Michael niet alleen aankomen bij het tankstation. Over en out!"

Hij liet de knop weer los en hield de microfoon stevig bij zich. Een professioneel acteur was Miles niet, maar hij gokte wel dat dit min of meer overtuigend was. De sfeer in de wagen was bepaald gespannen, dus dat klopte alvast. En het argument dat Michael beter niet alleen aankwam bij Josh en zijn zoon als er nachtraven op pad waren, stond als een huis.

Als dit niet werkte, zou hun actie wel eens onaangename gevolgen kunnen hebben, vooral omdat Joe ook via de radio zou volgen. Ray en Spike konden ze misschien nog wel aan, maar als half Utopia uit jagen ging, dan zaten ze pas écht in de nesten.
door Zorbalt
Moorderator, 4230 / 5435
gepost: 30-3-2007
om 12u51
Antw: Scéne 4: Roadkill
Een kort moment klonk er enkel geruis uit de luidsprekers in het dashboard. Hank drukte zijn bijna opgerookte sigaret met bevende hand uit in de asbak naast het stuur. Toen kwam er een antwoord.

”Hank, wat ben je toch een wimp. Er werd duidelijk gelachen in de kabine van de pick-up. ”Wij rijden door naar het tankstation. Heeft die lul geen spiegels aan zijn stuur? Hij ziet toch dat wij niet meer achter hem aan rijden!…Godverdomme….Over,”

De pick-up reed al toeterend voorbij. Aangezien de Ford een stuk lager op de weg lag dan het andere voertuig, konden de inzittenden niet naar binnen kijken. Dillinger keek met een ietwat angstige blik naar buiten toen zijn maten hem voorbij reden en volgde de pick-up met zijn blik toen deze gas gaf. Al zuchtend keek hij naar zijn passagiers, het pistool nu negerend.

”…Ik zal hem hier aan de kant zetten.

De Ford minderde vaart.
door DeHeld
Stamgast, 5037 / 6056
gepost: 30-3-2007
om 16u03
Antw: Scéne 4: Roadkill
...maar dat deed de pickup ook. Dwaine zag door de voorruit dat de auto kort na het inhalen op zijn rem stond. Door een bocht in de autoweg duurde het even voor een crossmotor uit de andere richting in zijn blikveld kwam. Ogenschijnlijk waren de bestuurders gestopt om enkele woorden te wisselen.

"Kan zijn dat we gezelschap krijgen." deelde hij mee. Hank kon dat ook horen maar wat deerde het. Die mepten ze zometeen toch buiten westen.
De pickup stond een goede 150 meter verderop de weg. Te dichtbij om comfortabel te zijn. Binnen gehoorsafstand, min of meer. Als ze nu gingen lopen en ze verlieten de baan, zouden deze figuren hen niet meer kunnen inhalen. Dwaine maakte zich al klaar om het portier te openen en herinnerde zich met een schok dat zijn rugzak in de koffer lag. Hij had die te lang meegenomen om nu te laten liggen. Hij opende zijn deur nog terwijl de Ford verder bolde en maakte zijn grodel maar los.

"Ik stel voor dat we ons haasten." verklaarde hij zich nader. Hij vond ook dat iemand voor hank moest "zorgen".
door malkav
achterban(k), 5042 / 7020
gepost: 31-3-2007
om 15u03
Antw: Scéne 4: Roadkill
Ze was stil gebleven tijdens de gesprekken over de radio en was blij geweest dat Miles initiatief nam. Langzaam kwam er een rust over haar heen nadat zij had geaccepteerd wat haar te doen stond. Keuzes als deze waren zeer vals, dat wist ze. De gerechtigheid van de Garou was iets anders dan het menselijke recht. Ze stond namelijk in drie werelden tegelijk. De Garou maatschappij, de menselijke en de Federale Regering. Twee stemmen in haar hoofd schreeuwden tot voor kort over de wandaad die zij zou gaan plegen, maar het bloed wat door haar aderen stroomde kreeg uiteindelijk toch de overhand. Sakura liet het wapen wat zakken toen de wagen gestopt was, maar hield het nog steeds op Hank gericht. Ze keek door de raam naar zijn metgezellen die een stuk verderop stonden. Ze zouden nu onmogelijk kunnen zien of horen wat er zich in de wagen afspeelde. Ze moesten snel zijn. Sakura mompelde wat in het Japans om zich vervolgens op Miles en Dwaine te richten, Dwaine die het portier al in zijn handen had om de auto te verlaten. Ze praatte zelfverzekerd, op een zachte toon, maar sneller dan normaal.

"We moeten ons inderdaad haasten. Onze gerechtigheid zal snel genadeloos zijn. Personen uit Utopia hebben de Caern overvallen en ontheiligd, misschien met hulp van hun Garou meesters.

En deze man hier was erbij toen ze deze halsmisdaad tegen ons ras pleegden. Toen wij er voor het eerst waren vond ik sporen, waaronder dat pakje sigaretten. Ik herinnerde het me plots toen ik het net zag. Dat pakje sigaretten waar het 'spaarzegeltje' al is uitgeknipt voordat het pakje leeg is. We schakelen ze allemaal uit.., en ik zou willen zeggen dat het me speet, maar ik kan het niet.
"
Sakura leunde wat achterover en hield het wapen nog steeds op Hank gericht vanaf haar schoot.
Ze zocht oogcontact met Miles via de binnenspiegel en knikte. Ook keek ze even terug naar Dwaine die in de eerste instantie uit wilde stappen.
"We moeten dit doen, we zijn het de gevallenen en Gaia verschuldigt.."
door Assunkill
Wandraak, 3848 / 5128
gepost: 31-3-2007
om 16u51
Antw: Scéne 4: Roadkill
Sakura nam nogal haar tijd om executies te voltrekken, vond Miles. Dit was geen situatie waarin ze tijd te over hadden. Sakura had geïmproviseerd en nu zaten ze in een positie die heel netelig kon uitdraaien. Miles besloot dat hij, nu het initiatief toch aan hem werd overgelaten, best op zijn elan kon verder gaan.

*"Hou die loop tegen z'n kop gedrukt,"* bromde hij tegen Sakura, en tegen Hank Dillinger snauwde hij: "Als je je ook maar een halve centimeter verroert, knalt zij je kop er af. Handen in je nek!" Hank begreep niet wat er allemaal besproken werd in zijn wagen, maar het laatste bevel was duidelijk genoeg en hij volgde het benauwd op.

Miles boog voorover naar Hank en trok diens bodywarmer verder open. Hij had het juist gezien: de leren riem was die van een schouderholster. De revolver die Miles er uit haalde was van een ouderwets maar oerdegelijk model. Hij klikte de cylinder open.
Zes kogels blonken in het matte licht dat werd verspreid sinds Dwaine zijn portier had geopend. Twee ervan hadden duidelijk een zilveren kop.

Voor hen klonk een luid getoeter en de pick-up reed de baan weer op, verder richting tankstation. De rode achterlichten verdwenen al snel achter een flauwe bocht. De crossmotor daarentegen, kwam rustig op hen afgereden. De koplamp naderde langzaam. Er was geen enkel teken dat hij onraad vermoedde, maar hoe dan ook zou hij binnen niet zo heel veel seconden bij hen staan.

De twee zilveren kogels zaten op plaatsen één en twee om afgevuurd te worden. Miles draaide de cylinder door tot ze op de laatste plaats zaten en gaf het wapen aan Dwaine, die vlak achter Hank zat. De crossmotor was nu minder dan honderd meter van hen verwijderd. Miles draaide zich naar de achterbank.

*"Geen tijd meer voor discussie. We mollen dat ongedierte. Dwaine, hou 'm onder schot met dat wapen. Laatste twee kogels zijn zilver. Sakura, wij nemen de motorrijder. Van zodra we hem aanvallen, maak jij Hank af, Dwaine."*

Miles duwde zijn deur open stapte uit de wagen. De frisse nachtlucht deed deugd na de zware tabakslucht in de wagen. Zijn linkerhand klapte zijn zakmes open en stak het achter zijn riem. Zijn rechterhand nam het lint van de badkamerjas dat nog steeds in de zak van zijn sweater zat. Hij leunde voorover en keek de wagen in.

"Je hebt de verkeerde heer gediend, Dillinger. En nu moeten wij je zonden wegwassen. Maar je had in één ding wel gelijk: het is tijd om de wapens op te nemen."

Hank Dillinger begon op angstige toon om genade te smeken, maar Miles sloeg het portier toe. Als Sakura voor het overzicht bleef zorgen, wilde hij zich best bekommeren om praktische details als dit.
door DeHeld
Stamgast, 5047 / 6056
gepost: 1-4-2007
om 15u32
Antw: Scéne 4: Roadkill
Gezien de omstandigheden liet Dwaine het idee om uit te stappen maar even varen. Hij had de revolver in zijn rechterhand en trok het portier aan zijn kant weer dicht, op ongeveer hetzelfde ogenblik dat Miles zijn deur opende, waardoor het binnenlicht bleef branden.
Hij overwoog of hij Hank een kogel door de zetel heen zou laten krijgen, en besloot dat dat de kogel maar zou doen afwijken. Dus leunde hij voorover, tot zijn mond naast het oor van Hank zweefde, dicht genoeg om diens angst te ruiken.

"Hank, zet de motor stil en doe wat ik je zeg. We hebben je nodig als gijzelaar momenteel." Dat was manifest onwaar en Dwaine loog niet voor zijn plezier, net zoals hij geen genoegen schepte in het idee dat hij iemand moest doden. Hank verdiende een lesje maar de dood was eerder finaal en trof ook andere mensen. Uiteindelijk had Hank zonet nog over zijn kinderen gesproken. Maar Dwaine loog als een soort reflex, een impulsieve daad om alles vlotter te doen verlopen. Het stilleggen van de motor was om capriolen van de bestuurder te vermijden. De sleutel omdraaien in het contact, de wagen in versnelling zetten en plankgas geven is voor een chauffeur niks gewoon, maar het is an sich een vrij complexe serie handelingen, die makkelijk met geweld kan worden onderbroken.

Nu de auto veilig was, moest hij zich weer op Hank richten. De drang om hem gewoon te executeren was groot, dan was het allemaal voorbij. Maar de crossmotor kwam snel dichterbij en die vermoedde nog niks. Dwaine vertrouwde wel op Miles en Sakura, maar een kogelschot nu zou alles te snel weggeven. Hij zocht naar een andere manier en bedacht dat hij Hank kon wurgen. Daarvoor zat hij in de ideale positie. Hij had alleen niets om dat mee te doen. Zijn rugzak lag in de koffer. Zijn jasje uitdoen in Glabro vorm zonder zijn revolver weg te richten was te lastig.

Hij zocht snel om zich heen en wist dat autogordels notoir taai waren, om hun drager te beschermen. Snel trok hij zijn eigen gordel tot aan zijn rechterhand, waarmee hij nog steeds de revolver vasthield. Hank zou een snelle beweging niet merken; het geluid van een autogordel in een wagen is te banaal om aandacht te trekken.

"hank, steek je handen onder je dikke reet, een voor een. Ik wil zeker zijn dat je niks dom doet. kalm blijven, Hank." loog hij verder.

Op dat moment sloeg Dwaine toe. Hij maakte gebruik van de spanning die hij in hank had opgeroepen om de lus autogordel over zijn kop te slagen, en trok zijn nek hard tegen de kopsteun. Dan plooide hij de gordel en begon met zijn stalen spieren de strot van Hank af te sluiten. De zwarte band was niet in een vloeiende beweging om zijn nek komen te zitten, maar Hank zat niet in een positie waar hij veel had kunnen uithalen. tegen de tijd dat hij vruchteloos probeerde om zich ademruimte te bezorgen door zijn vingers tussen de band en zijn nek te krijgen, had Dwaine het pleit al gewonnen. Hank kon niet meer roepen; meer dan kermen was onmogelijk gemaakt. Op dit moment zag hij er vast erg onwel uit. Dwaine probeerde af en toe op te kijken en zag hoe Miles en Sakura de motorrijder aanpakten.
door malkav
achterban(k), 5047 / 7020
gepost: 1-4-2007
om 15u55
Antw: Scéne 4: Roadkill
Ze keek Dwaine aan die inmiddels ook een wapen in zijn handen had. Hij had zijn rol als beul al op zich genomen. Sakura was blij dat Dwaione begreep wat hen te doen stond. Al zinde het Sakura niet dat hij loog over de uiteindelijke afloop van dit uitje.
Ze hoopte dat hij handig was met het wapen, of thans, handiger dan haar want het talent wat zij bezat was beneden maats.. zelfs voor een FBI agente met enkel wetenschappelijke achtergrond.
Haar lichaam deed meestal ook meer schade dan menig handwapen, en ze had zelf altijd de situatie en eventuele schade onder controle. Een kogel luisterde niet meer naar je nadat je de trekker had overgehaald. Ze fluisterde, "Dwaine. Ik beloof je dat je later een meer eervolle taak krijgt."
Sakura plaatste het vuurwapen terug in haar rugzak. Ze veranderde terug in haar menselijke gedaante en sloeg haar rugzak half om. Ze opende het portier en stapte uit. De motorrijder was niet zo heel ver van hun vandaan. Ze zwaaide naar de jongen op het voertuig. Hij zag er ongewassen uit met een mottig snorrretje en plakkerig haar op een staarje. Ze zag in een oogopslag het grote automatische wapen wat de knul met een riem om zijn rug had geslagen. Ze zouden hem geen tijd gunnen om het aan te leggen.
Ze stapte langs de wagen en zwaaide naar de jongen en Miles liep met haar mee. "Laat mij maar Miles", sprak Sakura met een akelige rust en zelfverzekerdheid in haar stem. Ze liep resoluut op de jongen af die de wagen nu bijna bereikt had. Hij drukte de remmen in van zijn voertuig en stopte voor Miles en haar nabij het voertuig. Sakura keek voor een kort moment achterom om oogcontact te vermijden met de jongen. Ze concentreerde zich vel en riep de wolf geforceerd naar de oppervlakte. Dit alles zou zou over zijn.
door Assunkill
Wandraak, 3852 / 5128
gepost: 1-4-2007
om 20u22
Antw: Scéne 4: Roadkill
Miles was erg rustig. Bij Dwaine en Sakura had hij even de aarzeling gevoeld om een mens te doden. Zelf had hij die aarzeling niet, misschien omdat hij zelf geen mens was. Hij was het nooit geweest, hij leek er hoogstens op in een bepaalde fysieke toestand. Mensen waren wezens van Gaia zoals konijnen dat in zekere zin ook waren. Je spaarde hun leven als het kon, je maakte ze dood als dat moest. En in het geval van Hank Dillinger was de zaak zo klaar als een klontje: hij moest dood. En zijn motorrijdende kompaan Michael even goed. Miles kende zijn taak als krijger voor Gaia en voerde die plichtsbewust uit.

Korreltjes asfalt knerpten onder Miles' zware bergschoenen toen hij naast Sakura de verharde baan opliep. Het luidde geratel van de motor verstilde toen de jongeman voor hen stopte. Hij had geen helm aan. Dit zou erg snel gaan, bedacht Miles. Hij zou niet eens de kans krijgen om er aan te denken om zijn wapen te gebruiken. Niet wanneer het aan Sakura lag. Hij had haar niet zien vechten, maar hij was ervan overtuigd dat ze bijzonder efficiënt was.

Ze lachte naar de jongen, maar haar lach werd een gruwelijk grimas en één ogenblik later was het de muil van een razend monster. Sakura vloog de jongen zo snel aan dat zelfs Miles verrast was.
Maar hij kreeg de kans niet om te kijken hoe Sakura's aanval afliep.
Achter hem klonk een gedempt geschreeuw uit de wagen en het was niet Hank zijn stem maar die van Dwaine. Miles draaide zich om. De wagen schommelde heftig en er hing een soort vuile mist in. Miles vroeg zich niet af hoe Dwaine de controle over de situatie had kunnen verliezen, dat deed er op dit moment immers niet toe. Het enige waar het nu om ging was hoe ze die weer zouden verwerven.
Miles twijfelde niet. In twee grote stappen was hij bij het portier van de chauffeur. In zijn linkerhand blonk het slanke maar dodelijke lemmet van zijn zakmes, met zijn rechterhand rukte hij de deur open.
door malkav
achterban(k), 5052 / 7020
gepost: 1-4-2007
om 21u04

gewijzigd door malkav
1-4-2007 om 21u10

Antw: Scéne 4: Roadkill
In haar draai terug naar de jongen ervaarde haar lichaam een groei explosie. Het was alsof haar lichaam plots uiteenbarstte. Haar slanke lichaam nam toe in massa en veranderde in dat van een perfect gevormde moordmachine. De jongen op zijn motor deinsde achteruit maar Sakura's beweging had al getroffen. Ze draaide met een krachtige beweging rond haar as terwijl ze voorover leunde. Toen ze haar circel bijna had gemaakt sprong ze op. Haar lichaam maakte nogmaals een snelle spin terwijl ze haar rechterarm strekte. Ze raakte de jongen met haar platte hand vol in zijn nek en kwam gehurkt naast diens motor terecht. Zijn lichaam werd in een zeer korte hoek richting het asfalt gelanceerd en zijn motor viel niet lang na hem ook om. Hij raakte met hoofd en borst het genadeloze asfalt en schoof als een lappenpop een stukje door. Hierna rolde hij nog enkele malen om uiteindelijk nabij de berm tot stilstand te komen. De positie die zijn hoofd had in opzicht van zijn nek en torso liet niet veel aan de fantasie over.
Ze zag zijn borst nog enkele malen schokkend op en neer bewegen waarna de dood overduidelijk intrad. Sakura krulde haar lippen op in een monsterlijke grimas en likte haar vlijmscherpe tanden af. Ze had iets gehoord, een schreeuw achter haar en Miles was verdwenen. Ze spiste haar oren en deze bewogen kortstondig nerveus in alle richtingen. Met een grom draaide ze haar hoofd om te zien waar ze het geschuivel hoorde en die verschrikkelijke stank rook. Ze zag dat Miles het portier van Hank had geopend en in zelfverzekrede haast iets boven had gehaald.. Met enkele krachtige sprongen op haar klauwen en poten bewoog ze naar de wagen.
door DeHeld
Stamgast, 5054 / 6056
gepost: 2-4-2007
om 11u07

gewijzigd door DeHeld
2-4-2007 om 12u51

Antw: Scéne 4: Roadkill
Wurgen met een autogordel is niet zo handig als een mens zou denken, als je het niet gewoon bent. Dat ging overduidelijk op voor Dwaine, die het vooral van zijn armspieren moest hebben terwijl hij de gordel zo dicht mogelijk bij de nek van Hank vasthield. Die begon al aardig blauw te worden en sloeg met zijn hoofd tegen de kopsteun in een vruchteloze poging om het verstikkende gevoel van zich af te schudden. na heel wat gekerm en gegorgel werd het lichaam eindelijk slap. Dwaine hield voor de zekerheid de band nog even stevig rond de nek, om zeker te zijn dat Hank niet meer zou bewegen. Zijn armen trilden en zijn maag was samengetrokken.

Hij kon het zich nu meer veroorloven om op te kijken, en zag dat de motor en zijn bestuurder uitgeschakeld waren. Ze waren kennelijk allebei met een smak op het wegdek terecht gekomen. Het is omdat hij dit zag, dat hij miste wat er recht voor hem gebeurde.

Hij wist niet waar de rook vandaan kwam. Ze was er plotseling, abrupt, zonder overgang opgedoken en vulde de cabine van de Ford met een zurige, rotte stank. De geur leek een zekere herinnering in zich te dragen. Bovendien brandde de afschuwelijke stank in zijn ogen. Toen ontplofte er iets in de wagen. Voor en moment dacht Dwaine dat de wagen door iets getroffen was, maar de knal die voelde vibreren in de auto klonk anders. Alsof een kokosnoot openspatte. Meteen daarna leek het wel of een handvol palingen uit een emmer sprongen.

Dwaine wist dat dit behoorlijk verkeerd zat, en gaf gehoor aan zijn impuls om op de vlucht te slagen, om het gevaar in de Ford te ontwijken. Op dat moment was het al te laat. Hij voelde brandende banen rond zijn polsen, waardoor hij zjn armen niet kon vrijmaken. Het waren zwarte slierten die hem vastpinden, in een omkering van zijn moord. De tentakels leken uit het lichaam in de zetel voor te komen, onder de kopsteun door. Dwaine begon te panikeren en probeerde zijn armen uit elkaar te trekken terwijl hij schreeuwde. Het duurde slechts enkele tellen voor het portier van de chauffeur opende. Miles had de gevangenis geopend en stak snel, reflexmatig met het knipmes dat hij al klaar had naar de slierten.

De stoot trof doel en de slierten lieten snel vieren, waardoor Dwaine zich eerst liet vallen uit de wagen en daarna met behulp van zijn armen van de achterbank af slingerde, naast Miles het wegdek op. Het bier was van zijn maag naar zijn slokdarm terug gekropen en Dwaine spuugde het uit. Hij veegde zijn mond schoon aan zijn mouw en strompelde weg van de wagen.
Hij wist plots niet meer zo zeker dat hij zich goed voelde om met de twee anderen op stap te zijn. Dit begon snel de slechtste dag van zijn bestaan te worden.
door Assunkill
Wandraak, 3854 / 5128
gepost: 2-4-2007
om 13u00

gewijzigd door Assunkill
2-4-2007 om 15u21

Antw: Scéne 4: Roadkill
Het was geen aangenaam gezicht om de glibberige slierten terug in Hanks opengebarsten kop te zien verdwijnen. Maar het was beter dan dat ze rond Dwaine's sterke armen waren gewikkeld. De tentakels hadden Hanks kaak moeten openbreken om naar buiten te kunnen. Het leek alsof hij een shotgun in zijn mond had afgevuurd. Het zag er bepaald walgelijk uit en Miles begreep best dat Dwaine kotsend de wagen uit strompelde, maar als er nog enige twijfel had bestaan of Dillingers executie terecht was geweest, was die nu wel weggenomen.

Miles veegde zijn mes schoon aan Dillingers hemdsmouw en stak het weer achter zijn riem. Hij dacht niet dat het lang zou duren voor het hem weer goed van pas kwam. Meestal vocht hij met de rituele dolk, maar nu die hem in de steek liet, was het fijn te merken dat hij ook met een ander mes uit de voeten kon. Achter hem was Sakura verschenen en hij draaide zich om naar haar. Hij schrok even, want achter hem stond geen frêle oosterse jonge vrouw, maar een harig monster dat hem recht aankeek - subtiliteit was niet de sterkste kan van een Crinos en als iemand dat wist was het Miles wel.

*"Hank was een fomor,"* verklaarde hij eenvoudig. *"Maar Dwaine heeft zijn werk goed gedaan. Hij is alleen wat van de kaart."*

Miles liep rond de wagen en opende de deur naar de passagierszetel. Uit zijn rugzak haalde hij de geblutste metalen drinkbus, waarmee hij naar Dwaine liep. Die stond, leunend tegen een boom, bij te komen.

*"Neem een slok water. Is alles in orde met je?"*

Miles was zelf ook nog niet erg vaak met Fomori in contact gekomen, maar hij kende ze wel en was er uitvoerig over ingelicht door verschillende mentoren. Hij kon zich wel voorstellen dat als dit Dwaine's eerste kennismaking met de freaks was, die redelijk geschrokken zou zijn.
door malkav
achterban(k), 5054 / 7020
gepost: 2-4-2007
om 20u30
Antw: Scéne 4: Roadkill
Met walging bekeek de Witte Lotus het dode figuur achter het stuur. Ze uitte diep vanuit haar keel een lage grom. Ze zat gehurkt en liet haar gespierde armen over haar benen hangen, haar klauwen ingetrokken. Ze bekeek Dwaine met een schuine kop, hij zag er eerder hevig geïrriteerd uit dan gewond. Fomor hadden dat effect op velen. Aan velen was niets op te merken, maar zodra je je klauwen in ze zette werd het duidelijk dat zij nog maar nauwelijks menselijk waren. Ze had verhalen gehoord van verschrikkelijk misvormde Fomor, gekweekte moordmachines. De gedachte hieraan rechtvaardigde alles wat je dit ongedierte aandeed.

Ze stak haar neus in de lucht maar naast de walgelijke lucht die rond het voertuig hing rook ze niets bijzonders. Als er al iets verdachts in de lucht hing zou het misschien weggedrongen zijn door de penetrante geur die vanuit Hank's binnenste kwam. Ze zag hoe Miles Dwaine wat water aanbood.

Sakura stond recht en strekte haar rug. Ze keek richting de flauwe bocht in de verte waarachter het andere Wyrmgebroed was verdwenen.
*"We moeten snel verder vrienden.. Volgt-de-Wind-kun, ik vertrouw erop dat je zo goed als onbeschadigd bent... op je eer na dan. Het spijt me dat ik je dit vuile karwei gaf. Neem je tijd als je deze nodig hebt.
Schaduwloper-kun,
"*, gromde ze, *" we moeten snel verder onderweg om dat ander Wyrmgebroed bij het tankstation een enkeltje Malfeas te geven. Ik stel voor dat je de bestuurdersstoel even leegt, als dat een optie is, en ik zal de motor nemen, ik heb het ding niet geraakt.
Daarna zoeken we verder naar de onfortuinlijke Garou. Geloof me,.. ook mijn ziel brand om terug te keren naar Utopia, maar onze prioriteiten liggen elders.
"*

Sakura stapte richting het lichaam van het motorrijdende gebroed en pakte hem met één klauw op aan zijn broeksriem. Hij zag er niet ongewoon uit. Ze hield zijn hoofd, wat onnatuurlijk aan zijn romp hing, voor haar kop. Ze gromde een keer en wierp de jongen met een krachtige beweging de bosrand in. Ze hoorde de doffe knal toen het lichaam iets raakte, waarschijnlijk een stevige boom, gevolgd door het geritsel van struiken. Enkele vogels wiens rust bruut verstoord werd vloog op uit het weelderige struikgewas. Te laat dacht ze om hem te onderzoeken,.. niet dat het veel verschil uit zou maken voor de toekomst.

Ze liep op zijn voertuig af en haar getalte leek te krimpen. Onder het wanende maanlicht leek haar glanzende hazel en zwarte vacht te smelten op haar huid. Haar trotse kop gesierd met elegante manen slonk terug naar het vriendelijke gezicht wat de meesten ooit van haar zouden zien. Ze tilde de motor van de grond en draaide deze aan de hand om met een brede boog. Ze zette hem iets voor de wagen op de standaard. Op het eerste oog had het beestje geen enkele kras opgelopen.

Sakura was nog wat gespannen en de wolf voelde zij zelfs nu nog aan de oppervlakte van haar ziel roeren. De jacht klonk nu harder door dan tevoren.
Ze bekeek haar roedelmaten, en was trots om hier met hen te staan. Ze stapte op de motor klaar om hem uit te proberen. Ze draaide zich nog eenmaal om naar haar metgezellen.

"Niet om het een of ander, maar ik vrees dat me ontschoten is welke Tribe ieder van ons in zijn hart draagt. Natuurlijk kan ik gissen, maar we zitten hier niet meer op de basisschool. Ik ben een Galliard van de Stargazers. "
door Assunkill
Wandraak, 3858 / 5128
gepost: 2-4-2007
om 21u45
Antw: Scéne 4: Roadkill
Het was duidelijk wat Sakura van hem verwachtte. De meest aangename klus was het niet, maar het zou niet redelijk zijn van Dwaine te verlangen dat hij Hanks toegetakelde lijk zou opruimen. Miles liet hem maar even en liep naar het openstaande portier, waar een misselijkmakende stank uitsloeg. Verslagen bane en kilo's verstookte tabak combineerden in een uitzonderlijk walgelijk parfum.

Uit het gapende gat waar ooit een mond, kin en keel hadden gezeten, kringelde nog steeds een beetje rook. De onderkaak bengelde halflos en er lekten vette druppels bloed uit. Hank en zijn bane hadden er bepaald een smeerboel van gemaakt.
Miles klikte de veiligheidsgordel los en sleepte het verminkte lijk uit de chauffeursstoel. Hank was geen lichtgewicht, maar als Glabro kostte het Miles niet zoveel moeite om zijn lichaam naar de kant van de weg te slepen en daar in het struikgewas te gooien.
Uit het bakje in de deur nam hij een oude handdoek, waarmee hij haastig de voorruit en het dashboard min of meer schoon veegde, want ook daar zaten allemaal spetters bloed en smurrie. De gore vod wierp hij maar achter het lijk aan.

Na zijn onprettige taak zette Miles zich tegen de nog warme motorkap van de Ford. Terwijl hij wachtte op Dwaine stroopte hij zijn linkermouw op en wikkelde de armband met zwarte kralen van rond zijn pols. Hij draaide hem strak rond zijn rechterhand en kraste toen met het zakmes enkele lijntjes in twee tot dantoe gladde pareltjes. Met zijn blik op zijn precisiewerk gericht, hoorde hij Sakura tegen hen spreken.

"Niet om het een of ander, maar ik vrees dat me ontschoten is welke Tribe ieder van ons in zijn hart draagt. Natuurlijk kan ik gissen, maar we zitten hier niet meer op de basisschool. Ik ben een Galliard van de Stargazers."


"Ik ben een theurge van de Silent Striders," antwoordde Miles zonder op te kijken. Hij kerfde nauwgezet verder. "... maar dat vermoedden jullie vast al," voegde hij er even later aan toe.

Geroutineerd draaide hij de armband opnieuw rond zijn linkerpols en schoof de mouw weer naar beneden. Hij zette zich recht en liep naar de passagierskant.

"Ik hoop dat jij kan rijden, " zei hij tegen Dwaine over het dak van de wagen, "want ik kan het in elk geval niet."
door DeHeld
Stamgast, 5061 / 6056
gepost: 3-4-2007
om 16u56
Antw: Scéne 4: Roadkill
Het koele water in zijn mond deed hem wat bijkomen, toen Dwaine de drinkbus aannam, zijn mond spoelde en enkele slokken nam. Zijn gezicht had een lege uitdrukking terwijl hij voor zich uit keek, en zo zag hij er eerder dommig uit. Dat was niet echt zijn schuld: hij had gewoon een weinig intelligente kop en dus vleide het hem niet als hij afwezig keek, net omdat hij moest nadenken.

Hij knikte, en mompelde "Jaja, ik ben OK" toen Sakura het hem vroeg. Eigenlijk was hij niet zo opgezet dat ze hem niet even had gewaarschuwd. Ergens voelde hij zich voor schut gezet. Maar dat was niet wat hij aan het overdenken was. De geur van de fomor had hem bekend voorgekomen, en aangezien hij het zich niet bewust herinnerde, moest het bijna in het laboratorium geweest zijn, dat hij ze had geroken. Wat voor tests hadden ze daar eigenlijk uitgevoerd? Hank was uitwendig normaal... hoe zeker kon hij zijn van zichzelf, laat staan zijn packgenoten? van Miles had hij al eerder gedacht dat het een vreemde snuiter was. Wat meer is; het zou niet echt opvallen als hij een beetje 'anders' was. Hij was het altijd al geweest. Dwaine hoopte maar dat hij na zijn dood ook niet zou ontploffen. Of als het toch zou gebeuren, na zijn dood en niet als hij het zelf kon meemaken.

Hij rechtte zijn rug en wandelde naar de achterkant van de wagen, waar hij de koffer opende en zijn rugzak er uit haalde. Die smeet hij vervolgens op de achterbank. Hij hoorde dat zijn alfa een Stargazer was. Dat wist hem niet echt te verrassen, maar het veranderde wel een aantal ideeën die hij over haar had. Hij liet Miles zijn zegje doen en legde kortaf uit dat hijzelf "een Philodox Kind van Gaia" was. Misschien vertelde dat ook wel wat over hem, en zijn houding.
Hij merkte dat Miles alvast naar de andere kant van de wagen was gaan gelopen. Nu moest hij nog op de plaats van Hank zou zitten ook zeker?
"Ja hoor, ik heb al met ergere dingen gereden. Het is een automaat." vermande Dwaine zich. Tot zijn opluchting bleek de zetel vrij proper te zijn. het meeste van hank was op de voorkant van de wagen terecht gekomen, waar nog enkele strepen bloed en smurrie achterbleven van Miles' spontane kuisbeurt. Al bij al was de geur die bleef hangen nog het ergste. Dwaine zette zich eroverheen, haalden zijn hemdje over zijn neus in een ietwat dwaas symbool tegen de start en dwong zichzelf om de versnellingspook in neutraal te zetten. Hij startte de motor en zocht even naar de lichtclaxon om Sakura op haar motor aan te geven dat hij achter haar zou rijden. Dan zette hij de wagen in 'drive', en gaf gas.
door Zorbalt
Moorderator, 4238 / 5435
gepost: 3-4-2007
om 22u06
Antw: Scéne 4: Roadkill
De Crossmotor en de Ford gleden als donkere eenzame vlekken over de weg. Het asfalt blonk in het koele maanlicht en de eindeloze bomen die als een muur langs beide kanten van het wegdek stonden opgesteld leken verwrongen gezichten te hebben. Hoewel de garou in de personenauto de portierramen naar beneden hadden gedraaid was de misselijkmakende stank niet geheel uit het interieur te verdrijven. Voor hen reed hun Alpha en hoewel ze een stuk tengerder was dan de vorige bestuurder leek ze maar al te bekend te zijn met dit soort machines.

Na enkele minuten door het boslandschap te hebben gereden zagen ze de contouren van een klein gebouw dat langs de weg stond. Een snoer met daaraan gekleurde gloeilampen hing als een schitterend lint uitnodigend langs het afgeplatte dak van het tankstation en zette dit alles in een vreemde, maar uitnodigende gloed. Op het dak zagen zij een bord dat veel weg had van de lichtbak die zij hadden gezien in het woonwagenkamp. Er zou Utopia Gas moeten staan, maar de laatste letter van de naam was verdwenen, alsof iemand er een hap uit had genomen.

Naast het station zagen zij een kleine parkeerplaats en ook aan de overkant van de weg zagen zij een zogenaamde rustplaats voor kampeerders, wederom compleet met houten tafels en banken. Op de parkeerplaats bij het station stonden twee voertuigen. Een zwarte Jeep, een nieuw model, stond netjes naast het gebouw geparkeerd en schuin hierbij, duidelijk in de haast geparkeerd, stond de aftandse rode Pick-Up.

Het gebouw was vierkant en had slechts 1 verdieping. Er waren enkele ramen, maar hiervoor zaten stevige luiken en de roodgeschilderde toegangsdeur bevond zich onder een overkapping. Hier stonden eveneens twee oud ogende benzinepompen. De overkapping was lang en breed genoeg om een auto te parkeren en een klant zou weinig hinder ondervinden van regen nog wind wanneer deze het dorstige voertuig voedde.

Het gebouw leek er verlaten bij te liggen en niets of niemand roerde zich.
door malkav
achterban(k), 5055 / 7020
gepost: 4-4-2007
om 15u37
Antw: Scéne 4: Roadkill
Dat Miles een Silent Strider was kon menig persoon raden als je hem in zijn wolfvorm zag. Van Dwaine had zij minder snel gedacht dat hij een Kind van Gaïa was, de vrede brengers. Het was een uitzonderlijke combinatie. Drie Tribes waarvan er sporadisch meestal maar één in een Pack zat. Hier in de Appalachen waren er drie bij elkaar. De Geesten waren hun vreemd gezind.

Naarmate ze het tankstation naderde gloeide het rode remlicht van Sakura fel op en ze ging langzaam aan de kant terwijl ze remde. Ze nam gas terug zodat Dwaine links naast haar kwam te rijden. Ze gaf hem het gebaar om te stoppen nog vele meters voor het antiek ogende gebouw. Ze kneep haar rem in en haar achterband slipte nonchalant weg op het grind. Ze stopte langs de weg.

Sakura deed het licht uit en zette het contact af en de ronkende adem van de tweewieler stopte. Ze ging over het stuur hangen terwijl ze over de wagen keek richting het pand. Ze keek de wagen binnen, en kon Dwaine's gezicht net zien. Met zijn elleboog leunde hij op het portier van het open raam. Ook hij tastte de omgeving af. Miles keek langs Dwaine en zag waarschijnlijk hetzelfde als dat Dwaine en Sakura hadden gezien, helemaal niets op de voertuigen na.

"Parkeren we de voertuigen schaamteloos voor de deur en stappen we volledig voorbereid naarbinnen, of willen jullie het pand besluipen?
door DeHeld
Stamgast, 5064 / 6056
gepost: 4-4-2007
om 23u20
Antw: Scéne 4: Roadkill
Zachtjes reed Dwaine achter de figuur in zijn koplampen aan, streepje per streepje langs de weg, het korte stuk. Meer dan ooit zag hij de charme van een dakraam in. Toen in na de bocht het tankstation opdoemde, zwentke Sakura uit en kwam naast hem staan. De verkeerde kant dan nog. Dwaine had wat graag zijn kop uit de geopende venster gestoken, maar ze was aan de rechterkant gestopt. Het was duidelijk de juiste plaats: even kitscherig en goedkoop verlicht als het trailerpark. En even slecht onderhouden, als het naambord een indicatie was.
Hij stopte de Ford ook, en deed de lichten uit, zodat ook de lichtjes van het dashboard verdwenen. Het tankstation zelf was zonder enige beweging, dus nam hij de omgeving in zich op, hoewel het een raadsel was waarom iemand over de weg zou gaan zwerven.
Het was duidelijk weer niet pluis. Waren ze toch niet voor niks gekomen. Onmiddelijk nadat Sakura gesproken had, begon de radio luid te kraken.
"Hank, Joe hier. Zijn de anderen bij jou? Ze antwoorden niet. Alles goed? Jonathan out."
Dwaine was een beetje springerig en schakelde meteen ruw de radio uit. Dat zij ook geen antwoord zouden geven zou netjes bij de rest aansluiten, zo bleek.
"Ik zeg dat we meteen naar daar doorrijden en poolshoogte gaan nemen. Als iets of iemand ons opwacht, maakt het niet veel uit hoe we aankomen."
Met zijn arm begon hij te voelen naar zijn rugzak waar zijn sigaretten inzaten. Het zou nu verdomd wel smaken om even te kunnen roken. Halverwege bedacht hij zich. Dit is niet het moment om een op te steken. Ze moesten zo meteen toch in actie komen.
"Rij anders even achter ons aan, dan heb je gelijk wat dekking?" stelde Dwaine voor, terwijl de motor wat bezine voedde om hem te doen grommen.
door Assunkill
Wandraak, 3863 / 5128
gepost: 5-4-2007
om 1u08

gewijzigd door Assunkill
5-4-2007 om 15u03

Antw: Scéne 4: Roadkill
Op Sakura's vraag haalde Miles zijn schouders op. *"Ze weten niet wat er met de Fomor en de andere is gebeurd. Ze hebben geen enkele reden om gevaar te verwachten van ons. En ze hebben onze motoren al gehoord. Besluipen is zinloos, zeker als er niets aan de hand is."*

Peinzend bekeek hij het pompstation. Alles kón pluis zijn. Ray en Spike waren aangekomen en verkeerden net als Josh en Carl in uitstekende gezondheid. Er was niets aan de hand, buiten een technisch defect van de radio en de vier mannen zaten nu binnen te pokeren bij een glas bourbon. Dat kón. Maar waarom hadden ze Bledson dan niet ingelicht via hun radio? Er was iets in dat gebouw en Miles vertrouwde het voor geen haar.

*"Maar er is iets aan de hand en Ray en Spike zullen het grootste probleem niet zijn."*

Op dat moment klonk Joe's stem krakend door de radio. Dwaine draaide meteen de radio uit. Miles bekeek hem vreemd. Als Joe achterdochtig werd, zou hier binnen tien minuten een volgende delegatie van Utopia kunnen staan. Daar zaten ze niet bepaald op te wachten. Hij schakelde het toestel weer in en antwoordde.

"Miles hier. Hank is wat misselijk, dat heb je daarnet misschien al gehoord. We komen net aan, Ray en Spike zijn al binnen. Alles is in orde. Wij stappen nu ook uit. Over en out."

Meteen daarna schakelde Miles de radio weer uit. Hij hief zijn handen op in een hulpeloos gebaar en keek zijn roedelgenoten aan.

*"Ik heb nog nooit een tankstation belegerd. Eerlijk, ik heb er geen idee van hoe we dit best aanpakken. Maar ik wil best een kijkje gaan nemen terwijl jullie parkeren. Dat geeft ons misschien wat extra tijd of ruimte. Doe maar rustig aan met parkeren, dan ben ik zo terug."*

Zonder op een antwoord te wachten stapte Miles uit de wagen. Zijn rugzak bengelde nonchalant over één schouder. Als hij in de schaduw bleef, kon hij het gebouw probleemloos langs achter benaderen. Hij wandelde de weg over, trok de rugzak recht en transformeerde langzaam naar een enorme, bijna prehistorisch aandoende wolf.

Als Hispo rook en proefde Miles de omgeving veel duidelijker. Hij had gedacht opgelucht en diep adem te kunnen halen nu hij uit de nachtmerrie van stank uit de wagen was gestapt. Maar de frisse woudlucht werd hier vermengd met de scherpe, penetrante stank van benzine. De geur van brandstof prikte voortdurend onaangenaam in zijn gevoelige neus.
Met soepele tred liep Miles de weg af, een stuk bos door tot hij weer verscheen aan de rand van de open plek rond het tankstation. In de schaduw van het nachtelijke bos was hij bijna onzichtbaar. Er was geen straatverlichting en de maan was slechts een smalle sikkel. Zijn maan, dacht Miles. Hij schoot de enkele meters die hem scheiden van het gebouw over en zocht weer dekking tegen de houten wand.

Het gebouw was van houten planken gemaakt die witgeschilderd waren, maar dat was duidelijk al lang geleden. Hier en daar begonnen er luchtbellen onder de verf te komen en onderaan plakte er een dikke laag modderspatten tegen. Miles glipte de massieve schaduw onder de overkapping in.
De roodgeschilderde deur was in een niet al te goede staat en had enkele kleine venstertjes, waarachter een smoezelig rolgordijntje naar beneden hing, met daarvoor een scheef bordje met de duidelijke boodschap 'CLOSED' erop. Ook het enige raam was afgesloten, met een houten rollluik en een zwaar en roestig hangslot. Miles legde voorzichtig zijn grote, haarloze oor tegen het luik, maar buiten het fluiten van de wind in de spleten van het hout hoorde hij niets, hoewel er zwak schijnsel door scheen.

Hij gleed weer weg vanonder het afdak en liep rond de keet. Hij schatte dat die een kleine tien meter diep was en ruim tien meter breed. Aan de achterkant van het gebouw vond hij enkele lege jerrycans en een regenton. Het water erin was donker en zwaar, en stonk. Verder, aan de bosrand, zag hij een erg oude mercedes staan. Even twijfelde Miles of het de moeite was die te gaan bekijken, maar hij besloot dat dat teveel tijd zou kosten.

Uiteindelijk liep hij terug via de pick-up en de jeep die broederlijk naast elkaar stonden. Hier was naast de benzinegeur ook een spoor van zweet te ruiken. Hij zag dat het dekzeil terug geslagen was en keek in de laadbak. Er lagen pistolen in en een geopend koffertje met munitie, waaruit enkele doosjes waren verdwenen.

Er was niemand. Er hing geen verdacht reukspoor, er klonk geen verdacht geluid, er was geen verdachte beweging te zien. Miles voelde zich niet op zijn gemak. Er klopte iets niet. Als die rednecks hier niet waren, waarom stonden hun wagens hier dan en lieten ze wapentuig achter? Als ze hier wel waren, waarom hoorde hij dan niets en sloten ze zich op terwijl ze nog vrienden verwachtten? En waar was Josh' vervoer? Miles geloofde niet dat de oude luxewagen aan de bosrand van hem was.

Langzaam liep hij terug, opnieuw in de dekkende duisternis van de bosrand, naar Sakura en Dwaine. Hij hoopte dat tenminste één van hen meer inzicht in de situatie zou hebben dan hijzelf.
door malkav
achterban(k), 5057 / 7020
gepost: 5-4-2007
om 17u49
Antw: Scéne 4: Roadkill
De motor begon weer te lopen en ze gaf enkele malen rustig gas. Het rolde rustig over de weg richting de open plek waar het tankstation stond. Ze reed het voertuig zo'n tien meter van het gebouw en zette deze terug op de standaard. Achter zich hoorde ze het verschuiven van het grind en de stenen toen Dwaine de wagen rustig stopte naast haar.

Ze liep om de wagen heen richting de bestuurderskant van de wagen en wachtte tot Dwaine was uitgestapt. Het duurde niet lang voor ze een grote gestalte uit de duisternis van het woud zagen komen. Het was een gigantische naakte wolf, die met zijn kop nog boven ooghoogte van Sakura stond. Het had meer weg van de statige Egyptische standbeelden, die voor het overeenkomende effect ook geen vacht hadden. Het statige wezen ging in zijn tred richting hen op zijn achterpoten lopen en zijn voorste poten veranderde in grote armen. De borstkas leek op te zwellen en meer massa leek te verschuiven. Miles vergezelde hen in zijn wolfman vorm.

*"Alles lijkt verlaten. Binnen brandt licht, maar er is geen enkel geluid. Er zijn geen andere ramen en deuren dan vooraan. Ze zijn uit de pick-up gestapt en hebben wapens genomen. We kunnen wel proberen daar een geurspoor op te pikken, maar alles stinkt er naar benzine."*

Sakura stapte wat achteruit en liet haar hoofd zakken. Haar schouders werden plots breder en vanachter haar oren veranderde haar zwarte haar in glansende manen. Ze stak nu, net als Miles, een stuk boven de wagen uit.
*"Netjes aankloppen doe ik liever niet. Misschien hebben ze toch onraad geroken en is hun radio ook defect. Ze kunnen zich binnen verschanst hebben, of ze zijn het woud in gegaan. Wat me sterk lijkt. Ik zal langs de zijkant trachten het hout en platen te breken als afleiding, als jullie genoeg kabaal horen breken jullie langs achter de muur af en gaan vanuit daar binnen. Als ze ons verwachtenb zal ik waarschijnlijk de volle lading krijgen.. Ik zal voorzichtig zijn."*
Ze keek Dwaine en Miles doordringend aan, wachtend op het teken.
door Assunkill
Wandraak, 3864 / 5128
gepost: 6-4-2007
om 10u50
Antw: Scéne 4: Roadkill
Miles schudde zijn hoofd. Hij was geen specialist in het belegeren van tankstations, maar Sakura duidelijk ook niet. Hij was het manifest oneens met haar plan.

*"Dwaine is de sterkste en Sakura is zonder twijfel efficiënter in het gevecht dan ik. Bovendien zie ik niet in waarom we de tengerste het grootste risico op klappen zouden laten lopen. Als er iemand voor een afleidingsmaneuver zorgt, ben ik het dus."*

Veel tegenstand verwachtte Miles niet tegen die wijziging van het plan. Hij keek naar de twee anderen en zette zijn uitleg verder.

*"Om de schade aan mijzelf te minimaliseren en die aan deze keet te maximiliseren, stel ik voor dat ik een beetje hulp krijg bij het inbeuken van een wand, bijvoorbeeld van één van die wagens..."*

Miles wees in de richting van de geparkeerde wagens. Van minstens één hadden ze autosleutels, maar hij achtte het niet onwaarschijnlijk dat bij één van de andere wagens de sleutels gewoon nog op het contact zouden zitten.
Zijn klauwen zouden uiteindelijk wel door het hout van de barak kunnen slaan, dacht hij, maar met een wagen ramde hij er dwars door. Het zou voor extra schade, chaos en paniek zorgen. Daar kon hun overval alleen maar wel bij varen.
door DeHeld
Stamgast, 5066 / 6056
gepost: 6-4-2007
om 20u26
Antw: Scéne 4: Roadkill
Dwaine had met lede ogen toegezien hoe Miles weer zijn eigen zin moest hebben. Fair enough. Gezien de moeite die de nomadische stam in Utopia had gehad om deze zwaar bewapende expiditie samen te stellen, was het onredelijk om te verwachten dat er meteen nog volk van die kant zou arriveren. Nu kon Miles' acteerwerk ook geen echte kwaad aanrichten, zelfs als het niet veel goeds deed. Meteen daarna verliet Miles de wagen voor een verkenningstocht. Dwaine zelf parkeerde naast Sakura de Ford en stapte ook uit.

Hij veranderde naar Crinos-vorm, met alle gevolgen vandien, en luisterde met een half oor naar de beraadslaging. Het was duidelijk dat hij het vechtgedeelte moest verzorgen., en in Crinosvorm was Dwaine bepaald geen schaakspeler.

Los daarvan wilde hij wel vertrouwen dat Miles het gevaar kon ontwijken tijdens zijn afleidingsmanoeuvre, alspf hij Sakura's opmerking niet had gehoord. Wat hem een beetje vreemd voorkwam was het voornemen om daar een van de wagens voor te gebruiken. In principe een goed plan, daar niet van, om de boel simpelweg te rammen. Maar de enige reden dat Dwaine net had gereden, was omdat Miles beweerde dat hij niet kon rijden.
"*En hoe ga je dat doen? Ik dacht dat je niet met een auto kon rijden?*"
door malkav
achterban(k), 5060 / 7020
gepost: 7-4-2007
om 14u00

gewijzigd door malkav
8-4-2007 om 5u41

Antw: Scéne 4: Roadkill
Dwaine had duidelijk een subtiele doorn op zijn tong met zijn laatste opmerking. De reactie van Dwaine moest Miles wel uit zijn overhaaste roes halen. Nog voordat Miles kon antwoorden viel Sakura hen in de rede.
*"Het lijkt me niet verstandig om het enige vervoersmiddel waarvan we zeker weten dat we er zo mee kunnen wegrijden opofferen voor een doel wat niet eens zeker is. Voor zover we weten is het niet duidelijk of er iemand binnen is.
Hoe klein de kans ook is, ze kunnen wél overhaast het woud in zijn gegaan voor wat voor reden dan ook. We zijn immers niet de enige Garou hier.
Of stel, er komt wel een kolonne Utopia gangers op motoren binnen nu en niet al te lange tijd. Crinos of lupus, je wil niet opgejaagd worden door zilver spugende stalen rossen in dit woud. Zij kennen het terein op hun duimpje. We moeten wel vooruit blijven denken, vrienden. Hoe klein sommige kansen ook zijn, ik zie ze liever niet over het hoofd.
Schaduwloper, als jij de afleidings maneuvre alnog wil doen, maar dan handmatig of op andere wijze waarbij de auto heel blijft, ga je gang. Dan zal ik samen met Volgt-de-Wind naar de achterkant van het gebouw gaan om te infiltreren en hen uit te schakelen. Tenminste, als ze binnen zijn..
"*

De Witte Lotus keek haar roedel aan en krulde haar lip ietwat op om een rij vlijmscherpe tanden te laten zien, het was precies die akelige grijns die mensen als een 'lach' zagen bij alle canidae. Langs hen zag ze het op het oog verlaten benzinestation. Onder de zilveren sikkel aan de hemel had al het witte een vaal blauwe gloed gekregen. Een gloed die nog feller was in iedere wolfsvorm. De lak op het hout glom en lieten de nerven van de barak, want het was niets meer dan dat, nog duidelijker afsteken.
Dit pand temidden van zoveel moois bleek niets meer te zijn dan een kwaadaardig tumor op deze pure bodem. Het gebouw begon haar te roepen, het lokte haar om diens inwoners te confronteren met gerechtigheid. Ze waren het verplicht als strijders van Gaia.
*"Laten we gaan."*

Plots aarzelde Sakura, ze draaide zich terug naar Miles en keek bedenkelijk.
*"Nee.. wacht"* Sakura hief haar arm op en plaatste haar klauw op haar achterhoofd. Ze wreef even over haar achterhoofd terwijl ze haar ogen toekneep. Haar Crinos gezicht kreeg een voor beesten standaarden onnozele uitdrukking, gevolgd door een korte lach. Ze schaamde zich bijna dat zij ook zo overhaast wilde reageren.
*"Misschien zouden we beter eerst kunnen kijken of het aanzicht van het Tankstation vanuit de Penumbra ons meer kan vertellen."*, sprak ze op een ietwat onzekere toon, om vervolgens haar stemgeluid weer zekerder te laten klinken, *" Wie weet kunnen we zo makkelijker binnenkomen en simpelweg binnen naar de Realm stappen. We zouden dan misschien een kans zien om spontaan te materialiseren binnen..."*

door Zorbalt
Moorderator, 4247 / 5435
gepost: 8-4-2007
om 20u58
Antw: Scéne 4: Roadkill
Allen beseften zij dat ze met verder discussiëren enkel tijd zouden verliezen. Dwaine en Miles hadden dit keer niet stil gestaan bij de optie die de Alpha naar voren bracht, maar aangezien dit een geheel nieuw licht op hun manier van aanpak wierp en nieuwe mogelijkheden zou kunnen bieden, besloten ze om de stap naar opzij te wagen. Op aanraden van de Metis knielden zij bij het zijspiegeltje aan de passagierszijde van de Ford. De talenten van Schaduwloper zouden hen helpen om de onzichtbare grens te passeren. Met het overgaan naar de andere zijde merkten zij hoe de krachten van de Wever en de Wyrm aan hun zintuigen trokken.

De roedel werd even verblind door een felle lichtschittering die van het spiegeltje kaatste toen Luna vanachter enkele passerende sluierwolken weer tevoorschijn kwam. De overgang voelde ditmaal inwendig als een snelle afdaling in een achtbaan. Toen hun zicht terugkeerde was de omgeving veranderd. De weg waarlangs ze stonden leek half vloeibaar. Brokken asfalt dreven in een olieachtige substantie die continu borrelde. Plakkerige bellen barstte aan de oppervlakte en lieten een geur los die het best te omschrijven was als misselijkmakende afgewerkte olie met een hint van zwavel. De bomen waren dor en doods en leken te stikken in de opdwarrelende hete dampen.

Op ongeveer dezelfde plek waar eerder nog hun auto had gestaan, lagen nu enkele grote spinnenwebben over de grond. Het licht van de reusachtige maan schuin boven hen deed de metaalachtige draden opgloeien. Hoewel er nog genoeg leven was verderop in het reusachtige bos was de open plek voor hen slechts luguber, kil en doods. Midden op deze plek zagen zij het tankstation, maar in deze wereld achter de spiegel had het geheel een vreemd voorkomen.

Een oplichtende en naar benzine stinkende mist, ziekgroen van kleur, hing tussen de verwrongen bomen. Het asfalt op de parkeerplaats was op vele plaatsen gebroken en uit deze scheuren leken de vormloze mistslierten als hellezielen naar de oppervlakte te klauteren. Hier en daar liepen fonkelende webben, geweven in de ingewikkeldste symmetrische vormen, over de bodem heen.

In het midden van de open plek, een oppervlakte als van een vreemde dorre planeet, stond een groot vierkant bouwwerk dat hen deed denken aan een oude bunker. Het was massief en opgebouwd uit zwart dampend gesteente. Nergens zagen zij een doorgang, maar overal leken webachtige structuren over het geheel te lopen, alsof een titanische spin dit granieten blok had ingepakt. Over het dak zagen zij een veelkleurige gloed, afkomstig van enkele kleine insectachtige wezentjes die meer weg hadden van oude gloeilampen met pootjes die razendsnel langs de draden schuifelden.

Het was een aangezicht dat bijna filmisch aandeed, maar deze speciale effecten werden niet veroorzaakt door de mens, maar door de vele geesten en krachten in deze verborgen wereld.
door Assunkill
Wandraak, 3868 / 5128
gepost: 9-4-2007
om 21u33

gewijzigd door Assunkill
9-4-2007 om 21u42

Antw: Scéne 4: Roadkill
Miles bleef enkele ogenblikken doodstil staan. Alleen zijn ogen bewogen in hun kassen en taxeerden de situatie. Dit alles zag er op het eerste gezicht als een erg foute boel uit, maar hij voelde amper Wyrm. Dit leek hem vooral een plaats van de Weaver, hoewel de locatie duidelijk zwaar vervuild was. Er zou wel allerlei benzine en olie in de grond getrokken zijn, veronderstelde Miles. Deze plaats was niet ongevaarlijk, maar als ze voorzichtig waren konden ze wel even een kijkje nemen. De structuren die over het gebouw geweven waren, interesseerden hem.

Zonder zijn rugzak af te nemen, gleed Miles hand in een instinctieve reflex naar de linkerzijtas. Hij ritste hem open en haalde er de dolk uit, maar nog voor hij het wapen aanraakte, realiseerde hij zich dat het geen goed idee zou zijn. Zijn vuist had zich echter al rond het gevest gesloten.
Vrijwel meteen voelde hij een electrische schok door zijn arm gaan toen er een felgroene steekvlam uitschoot. De dolk viel op de olieachtige aarde en bleef daar liggen. Er leek een soort wind om heen te spelen, die de walmen wegjoegen en de lucht er rond weer helder maakte.
Miles zuchtte diep. Hij wreef even over zijn pijnlijke arm en liet zijn rugzak op de grond zakken, waarna hij trachtte om met twee stukke los asfalt de dolk weer in de rugzak te schuiven. Hij voelde zich op slag een stuk minder zelfzeker op dit terrein.

Hij wees de twee anderen de wezentjes op het dak aan. *"Patroonspinnetjes. Zolang we van hun web afblijven, doen ze niets. Als we dat beschadigen, vallen ze misschien aan. Misschien ook niet, je weet het nooit met die spinnen. Verder denk ik niet dat er meteen gevaar op de loer ligt. Dit is geen Blight als je het mij vraagt. We kunnen wel even rondkijken."*

Met enkele passen bereikte hij het gebouwtje. Er liep een ingewikkeld patroon van draden in tientallen verschillende diktes over. Hij was wel eens een Glasswalker tegengekomen die beweerde die patronen te kunnen lezen. Dat was nu aardig van pas gekomen, maar Miles kende er niets van. Het enige wat hij durfde besluiten dat dit wel verdacht veel technologie was voor een simpel en ouderwets pompstationnetje langs de kant van een nauwelijks gebruikte weg.

In de lucht prikkelde electriciteit, voel Miles. Toen hij vlak tegen het gebouw stond, klonk en hoog zoemend geluid en Miles keek op. Enkele spinnen waren gestopt met heen en weer kruipen en keken hem aan. Voorzichtig liet Miles één vinger over een dikke draad glijden. De draad was warm en plakkerig. Er leek een soort magnetische spanning op te zitten. Enkele fel oplichtende spinnen kropen snel dichterbij tot vlak bij zijn hand. Voorzicht liet Miles de draad weer los.

Hij wist niet goed wat ze moesten aanvangen met deze situatie. In elk geval was het duidelijk dat ze makkelijker door de houten planken in de realiteit zouden breken dan door dit web en de zwarte teerachtige blokken waarmee de barak hier was opgebouwd.
door DeHeld
Stamgast, 5075 / 6056
gepost: 10-4-2007
om 1u16
Antw: Scéne 4: Roadkill
Het zag er een stuk lelijker uit dan verwacht. Letterlijk en figuurlijk. Sakura's suggestie leek redelijk op het moment, maar hier werden ze duidelijk niet beter van. Zie hoe massief dat hutje er hier uitzag man! En dan die spinnen, en het gif dat hier overal rondhing. Dwaine bedankte feestelijk. Dit leek hem geen verbetering te zijn. De kans was groot dat het ook aan de andere kant verrassingen in petto had. Dwaine voelde zich "van thuis uit" beter uitgerust om die onzekerheden het hoofd te bieden. Hij ging ook iets in die trant voorstellen terwijl Miles zijn mes liet vallen. Hij bekeek de spinnetjes die Miles en bleef bij zijn voornemen om er af te blijven als het kon. Toch stapte hij mee naar het gebouw om het van dichterbij te bekijken. Helaas viel er niet erg veel aan te zien. Wat er binnen was, was goed afgeschermd, onder andere door de laag webben waarmee Miles aan het spelen was. Diens nieuwsgierige maar in de grond onzekere houding vormde het sluitstuk van Dwaines besluit. Plan B dan maar.

Hij nam wat afstand van het bouwsel.

"*Dit lijkt me niet echt een goed idee. Breng ons terug naar de andere kant, Miles, en dan proberen we het oorspronkelijke plan.*"

Het viel nu maar te hopen dat ze snel het spiegeltje van Miles konden gebruiken.

"*Desnoods leg ik wel even uit hoe je met de auto rijdt*"

voegde hij aan zijn voorstel toe, om het aantrekkelijker te maken. Dat moest dan compenseren voor het feit dat hij het niet presenteerde als een voorstel.
door malkav
achterban(k), 5070 / 7020
gepost: 10-4-2007
om 15u14
Antw: Scéne 4: Roadkill
Haar belevingswereld moest wennen aan het contrast wat zo bruut in hun maag werd gesplitst. Het Geestlandschap was hier vreemd. Ze had er zelf niet meer ervaring mee dan de gemiddelde Garou, maar iets vertelde haar dat hier duidelijk iets mis was. Ergo; de gestalte van het huisje was zeer ongewoon.

Het was alsof het huisje bewust was verstevigd in de Umbra, iets wat haar een verontrustend gevoel bleef geven. Ze aanschouwde Miles en zag hem nogal onhandig met zijn Fetish Dolk omgaan, het was alsof de dolk had besloten niet meer gehanteerd te worden door de Schaduwloper. Ze hadden geen tijd om daar nu verder woorden aan te besteden, maar Sakura had een vermoeden.
Terwijl Miles richting het pand liep om een van de wanden te inspecteren liep zijn voorzichtig rond het pand. Langs alle zijdes was het even grondig ingepakt als de kant waar Miles langs stond.]
Ze zag de vele Patroonspinnen door het web schieten. Sommigen leken niets meer dan snel bewegende LEDjes, anderen zagen er daadwerkelijk uit als hun aardse arachnide familie.
Ze kwam langs de andere zijde weer aangelopen en zag Dwaine iets achter Miles staan.

*"Ik weet niet wat hier aan de hand is Broeders, maar het bevalt me niets. Al wat ik weet is dat het geen bijster tactische optie zal zijn om mijn plan verder te zetten, iets wat jullie waarschijnlijk ook al gezien hebbeb. Dit is geen optie meer.
Ik weet niet of jij hier nog wat wil aanrichten Schaduwloper, maar ik ga liever terug om ons oorspronkelijke plan weer verder te zetten,.. voordat we hier een welkoms commitee mogen ontvangen.
"*

door Zorbalt
Moorderator, 4250 / 5435
gepost: 10-4-2007
om 16u04
Antw: Scéne 4: Roadkill
Terwijl dikke wolkflarden met een onnatuurlijke snelheid langs Luna gleden hoorden de drie Garou plotseling een kakafonie van gehuil vanuit de wouden achter hen. Het klonk zacht en werd gedragen door de wind, maar het was onmiskenbaar weerwolfgehuil. Een rituele aankondiging van de jacht, geuit door vele muilen. Hoewel het geluid van ver leek te komen was afstand binnen de penumbra moeilijk in te schatten. Zelfs de mistsluiers om hen heen leken te willen vluchten toen het klachelijke geluid de open plek rond het tankstation bereikte. Allen voelden zij een rilling over hun rug schieten, want diep van binnen voelden zij dat deze waarschuwende huil voor hen bedoeld was.
door DeHeld
Stamgast, 5083 / 6056
gepost: 11-4-2007
om 1u10
Antw: Scéne 4: Roadkill
Nou, dat zag er weer goed uit. De jachthoorn klonken al. Of het nu de betwijfelbare Garou van Utopia waren of de Night Ravens, het lag voor de hand dat ze achter hen aanzaten. Ze hoefden elkaar geen teken te geven om te weten iedereen het gehoord had, wist Dwaine. Viel ook moeilijk te negeren, zoiets.
"*Nee, je hebt gelijk,*" bezwoer hij Sakura."*We kunnen best voortmaken. Het eerste plan lijkt toch het beste. Schaduwloper, kom, we gaan terug.*"

Hij maakte een ongeduldig handgebaar naar Miles. Het kon allemaal we heel interessant zijn, maar er was werk aan de winkel. En zo te horen zat er ook een tijdslimiet op. Miles draaide zijn rug naar het gebouw en zocht met zijn handen in zijn rugzak tot hij het spiegeltje bovendiepte, waarmee hij hen tesamen terugbracht.

In het donker, zonder teken van leven, zag het hutje er minder onoverwinnelijk en minder onoverkoomlijk uit. Het leek hier een normaal gebouwtje te zijn, versleten, oud, en minder dreigend. Dwaine kreeg er meteen meer vertrouwen in dat ze het snel konden klaren. Dat hing vooral af van wat ze binnen zouden aantreffen.

"*OK, zorg voor een afleidingsmanoeuver. maak er iets moois van.*" stelde hij Miles voor. Het stuk met de wagen liet hij zo, Miles moest zelf maar beslissen hoe hij dat aanpakte. Eén intacte getaway-wagen was inderdaad geen overbodige luxe. Deed er ook niet erg toe. Miles had laten zien dat hij een vrij handige kerel was, die bedacht wel wat met die rugzak vol gerief van 'm.
door Assunkill
Wandraak, 3872 / 5128
gepost: 11-4-2007
om 15u05

gewijzigd door Assunkill
11-4-2007 om 20u26

Antw: Scéne 4: Roadkill
Het was wel duidelijk dat Dwaine zich in de Umbra niet echt op z'n gemak voelde. Begrijpelijk, vond Miles, maar hij had hun vertrek toch wat overhaast gevonden. Er was iets vreemd aan de hand met dit gebouw en hun beste kans om uit te vinden wat was de Umbra geweest. Nu zouden ze het ook wel uitvinden natuurlijk, maar misschien op iets riskantere wijze.

*"Het is moeilijk te schatten, maar die Garou waren nog kilometers ver weg. Tien minstens, misschien wel vijftien. Wie het ook zijn, we hebben nog wel even tijd. Kies maar een kant - ik ga voor het raam."*

Miles liep naar de bosrand en raapte een stevige stuk hout op. Het zou niet de eerste keer zijn dat hij in een afgesloten pand binnendrong, maar meestal was dat gegarandeerd verlaten geweest. Als je geen vacht had was buiten overnachten ook voor weerwolven geen pretje als het koud of nat was. Miles had al meer één schuur gekraakt en hij rekende er op om ook dit gebouwtje wel te kunnen binnendringen.
Zijn aanpak was eenvoudig en voor de hand liggend, maar wel efficiënt: focus op de zwakke punten van het systeem. In dit geval, het houten luik. Of beter, de scharnieren van het houten luik. Hij had als Crinos misschien ook de houten planken van mekaar kunnen rukken, maar dat leek hem toch flink wat moeilijker dan deze methode.

Hij tikte zachtjes met zijn slaghout tegen het luik op de plaats waar de scharnier er was ingeschroefd, om de afstand te kunnen schatten. Hij zette een voorzichtige pas achteruit en tikte nog eens tegen het luik. Toen hief hij het hout tot ver achter zijn schouder en liet het met een zware klap op het kritieke punt neerkomen.
Het luik kraakte, maar gaf nog niet toe.
Miles haalde een tweede keer vernietigend uit en zag tot zijn genoegen enkele barstjes verschijnen. Een derde en een vierde slag versplinterden het hout van het luik verder. Met enkele stevige rukken kon Miles het hout nu van rond de scharnier scheuren. Het luik bengelde nu alleen nog aan de de bovenste scharnier.

Hij bekeek zijn werk tevreden. Binnen enkele seconden zou hij het tankstation kunnen binnendringen en zouden ze twee, of drie, of vier pionnen van de Wyrm kunnen uitschakelen.
Miles schudde zijn schouders los en maakte zich klaar om nu ook de bovenste scharnier te lijf te gaan.
Op het moment dat hij opnieuw toesloeg klonk er binnen in het tankstation een oorverdovend gekraak, gevolgd door een woeste, onaardse schreeuw.
door malkav
achterban(k), 5075 / 7020
gepost: 11-4-2007
om 18u41
Antw: Scéne 4: Roadkill
Het huilen van de jacht wat door de Umbra klonk liet Sakura omdraaien en de kant heenkijken waar het onheilspellende waarschuwing vandaan kwam. Het moest verder zijn dan Utopia. Ze vroeg zich af of het Black Spirals zouden zijn of de Nightravens. Ergens hoopte ze op het tweede. Als de Nightravens Utopia aan zouden doen was de kans groot dat ze daar opgehouden zouden worden, of zelf zouden beslissen om de klauwen uit de mouwen te steken. Ze zouden daar wel even mee bezig zijn. Tijd die zij drieën heel goed zouden kunnen gebruiken.

De terugkeer naar de Wereld was makkelijk verlopen, Sakura had even de angst gehad dat ze niet meer terug zouden kunnen, maar Miles bleek keer op keer een goede gids te zijn. De omgeving vervaagde en ook de smerige lucht die zwaar op de adem hing leek te verdwijnen. Ze zag Volgt-de-Wind's gelaat veranderen, niet dat het ontspannen leek nu, maar er waren wat zorgen verdwenen. Na terugkeer richtte Miles zich tot hen;

*"Het is moeilijk te schatten, maar die Garou waren nog kilometers ver weg. Tien minstens, misschien wel vijftien. Wie het ook zijn, we hebben nog wel even tijd. Kies maar een kant - ik ga voor het raam."*

Sakura knikte en bekeek het pand terwijl Miles richting de bosrand liep, waarschijnlijk om wat extra 'gereedschap' te bemachtigen. Ze liep richting de grote rode ster op de wand en streek er langs met haar klauw. Er was inderdaad geen enkel teken van leven. Ze stapte onder de overkapping aan de voorkant van het gebouw en bekeek de ingang voor het eerst van dichtbij.
Het weinige licht van Luna was gematigd in het verschaffen van details, maar toen de Witte Lotus de deur van dichterbij bekeek viel haar iets op. Ze keek in de donkere kier die de deur van de deuropening deed scheiden. Ter hoogte van het slot zag ze maar één enkel metalen deeltje de kier oversteken. Het was een ouderwets slot, en ze wist dat er twee sluiters in dit slot zaten. Een standaard om de deur vast te laten vallen, en één sluiter die enkel dienst deed als slot.
Had Miles niet gekeken of de deur op slot zat? Ze kon het zich maar moeilijk voorstellen dat hij zoiets over het hoofd kon zien. De kans was er natuurlijk wel dat de deur van binnenuit op slot kon doormiddel van een dwarsbalk, of de deur was pas sinds heel kort geopend. De gedachte aan een valstrik lag aan de oppervlakte, maar ergens kon ze zich maar moeilijk voorstellen dat dit volk bekwaam genoeg zou zijn om een hinderlaag te leggen.

Plots hoorde ze niet ver van haar oorverdovend gebonk op het tankstation. Miles stond aan de andere kant van het pand, waar het grote luik was
Dit moest Miles afleidingsmaneuvre zijn dus. Het was tijd... Ze ging rechts naast de deur staan en met haar rechterklauw beroerde ze de koper kleurige knop. Ze draaide deze voorzichtig tegen de klok in totdat ze voelde hoe de deur los kwam van het kozijn. Ze liet de knop los en trok haar klauw snel uit het zicht. De deur viel langzaam naar binnen open onder begeleiding van een droog gekraak en gepiep.

Toen de deur open ging kwam haar een lucht tegemoet die zij waarschijnlijk nooit had opgemerkt in haar menselijke vorm. Ze rook duidelijk bloed, de niet te miskennen metaalachtige lucht drong haar snuit binnen. Naast het bloed leek ze ook zweet,.. en braaksel te ruiken. De situatie werd vreemder en vreemder met iedere passerende minuut. Ze zocht oogcontact met Dwaine en haalde haar schouders op omtrent deze eigenaardige ontdekking.

door Zorbalt
Moorderator, 4257 / 5435
gepost: 11-4-2007
om 21u30
Antw: Scéne 4: Roadkill
Toen kwam er ineens een stankvlaag die uit de zwakverlichte ruimte achter de deur. De lucht was bijna ondraaglijk voor de gevoelige neuzen van de weerwolven bij de doorgang. Hun ogen traanden en het duurde even voordat zij een razendsnelle blik naar binnen konden werpen. Op het moment dat de haarloze Metis het tweede hangslot wilde bewerken klonk er een diepe, maar bijna hysterische kreet vanuit het tankstation. Dit waanzinnige geluid deed hun tandvlees verbleken en had in hun optiek niets met Gaia en haar creaties te maken, maar leek uit meerdere getergde en misvormde kelen te komen. Toch was het één. Allen beseften zij wat dit demonische geluid produceerde.

Dit was een kreet van hun doel, hun prooi…Alpha01.

Een kort moment stonden zij gespannen onder de overkapping. De filmbeelden die zij gezien hadden in de oude mijn en de gruwelijk verscheurde vissers schoten voor hun geestesogen langs. Voordat zij konden handelen klonk er een zwaar gestommel en gekraak, alsof er een volwassen bizon door de ruimte walste, een dodelijke sprint trok in de richting van de achterkant van het gebouw. Ze voelden de grond onder hun poten trillen. Glas brak. Het tankstation schudde op zijn fundering en zand werd als dwarrelende sneeuw tussen de kieren van de overkapping naar beneden geschud. Het bedekte hen met een dunne stoffige laag.

Met een oorverdovend geluid brak het monster door de houten barrière heen, weg van zijn jagers. Dikke planken en dwarsbalken braken als luciferhoutjes toen het enorme zieke lichaam van het creatuur aan de achterkant van het gebouw naar buiten rolde, een enorme ravage achterlatend. De Garou aan de andere kant van het gebouw, slechts zo’n veertien meter van het monster verwijderd voelden instinctief wat het monster van plan was. Het wilde ontsnappen, de bossen achter het Utopia Gas gebouw invluchten. Het platte dak zakte aan de achterkant ietwat naar beneden bij het verlies van een stevige achtermuur en water spoot met hoge druk uit enkele gebroken leidingen.
door malkav
achterban(k), 5080 / 7020
gepost: 11-4-2007
om 22u49
Antw: Scéne 4: Roadkill
De Witte Lotus bevroor alsof de tijd enkel voor haar stil stond, precies zoals de exotische flora waarnaar ze vernoemd was enkel deed bij de eerste wintervorst. Niet lang na de kreet schudde het tankstation op zijn grondvesten. Haar adem stokte en ze realiseerde zich dat dit het gevoel moest zijn van een hert wat had ingezien dat deze niet aan de wolf kon ontkomen. Zonder de situatie te aanschouwen wist zij wat er gebeurde.

Vrijwel gelijktijdig met Volgt-de-Wind bewoog zij richting de deuropening.. Ze keek dwars door het pand en langs de achterzijde zag zij een groot gat.
Er had licht gebrand in het pand maar nu was het enkel Luna die haar licht langs de twee roedelmaten en het grote gapende gat aan de andere zijde naar binnen deed sijpelen. Binnen werd het weinige licht wat zij hadden doorbroken door talloze dwarrelende houtsnippers en stofdeeltjes. Het was binnen een enorme ravage. Witte Lotus viel op haar klauwen en sloop als het roofdier wat zij was naar binnen. Ze keek bliksemsnel en opgewonden om haar heen. In de rechterhoek, voor het raam zag ze een houten toonbank met een ietwat ouderwetse kassa. Zo'n kassa die zoveel geluid produceerde dat het dieven zou aantrekken die kilometers verderop woonden. Op een immens groot kurken prikbord langs de rechterwand hing reclame voor krasloten, kaartavonden en bowlingkampioenschappen. In een rek aan de andere wand viel haar oog op een collectie handdoeken varieërend van The Simpsons tot Playmates en Monstertrucks. Nabij de toonbank zag zij een rek met talloze tijdschriften. Toen zij er voorbij liep leunde ze tegen de toonbank met haar klauwen en stootte het rek om met de tijdschriften. Ze hing even met haar kop over de toonbank heen. Hier lag een manspersoon, gekleed in een geblokte blouse en daar overheen een tuinbroek. Zijn afgerukte hoofd zag zij iets verderop liggen. Zijn gelig grijze baard lag als een waaier uitgespreid in een plas van zijn eigen bloed. Zijn doodse ogen staarden naar het plafond. Ze viel terug op haar klauwen en liep langs schappen met voedselwaren en kampeerspullen. Ze wilde snel door naar het gapende gat, de onfortuinlijke Garou achterna, maar ze kon niet riskeren dat er hier nog gevaar loerde.

Aan de achterzijde van de ruimte zag ze wat er over was van de twee bestuurders van de pick-up. Ze waren overduidelijk op een gruwelijke manier aan hun einde gekomen, maar anders dan fysieke strijd. Ze hadden hun wapens nog in de handen maar hun gezichten waren in een gruwelijke grimas verdrongen. Ze waren geheel ongewond, maar de pijn die hun gezichten en wijd uitgesperde ogen uitstraalden lieten maar te raden hoe hun laatste ogenblikken waren verlopen. Er was hier op het oog niets boeiends meer te vinden. Ze hadden hun prooi gevonden. Black Spirals, Nightravens, Bledsons of wie dan ook, niemand zou hen nog van hun voortbestemde pad kunnen brengen. Sakura stapte zelverzekerd richting het gigantische gat in de wand. Ze keek om naar Volgt-de-Wind die niet ver achter haar liep.

door DeHeld
Stamgast, 5084 / 6056
gepost: 12-4-2007
om 21u57

gewijzigd door DeHeld
12-4-2007 om 22u00

Antw: Scéne 4: Roadkill
Volgt De Wind In De Wolken liep met Sakura zachtjes mee naar de deur waarlangs ze zouden aanvallen. Het stemde hem niet meteen gerust dat Miles koppig weigerde om terug te komen op dat auto besturen. Als hij nou gewoon zou zeggen dat hij Dwaine had belazerd en niet in de bestuurdersstoel wilde zitten daarnet, zou dat hem gerust stellen. Het zou Miles geen applaus oogsten, natuurlijk, maar liegen om er zelf beter van te worden is iets dat Dwaine kon begrijpen. Het leven is nu eenmaal een strijd. Dat die haarloze figuur gelogen zou hebben om een andere reden dan eigenbelang zu wijzen op iets ergers, in de gedachten van Dwaine.

Hij bouwde de spanning in zichzelf op voor de nakende confrontatie, en bleef zorgvuldig uit het licht dat Sakura nodig had om de deur te kunnen bestuderen. Ongeveer terzelfder tijd als hij tegen het "verzwaren" van zijn klauwen had besloten kwam de eerste van een reeks kloppen, die aantoonde dat Miles de show aanvoerde. Tot zijn niet geringe verbazing draaide Sakura schijnbaar op magische wijze de deur opende. Het was een zwaar feestje geweest daarbinnen, zo te ruiken. Er volgde meteen een tweede golf geur aangedreven, die Dwaine's ogen en neus irriteerde.

Het gebalk dat van de binnenkant van de hut weerklonk was ofwel Miles' meest geniale afleiding ooit, of het was het enige wezen dat fysiek voldoende verwrongen was om voor het geluid in te staan: Alpha01...

Het geluid en het opwarrelende stof deden geloven dat Alpha01 de hut aan het slopen was. En dat was niet zo gek ver van de waarheid. Dwaine zette zich al schrap om te bakkeleien met de moed der wanhoop. Maar ze waren niet de hele tijd prooi geweest. Aan het begin van de avond waren zij het die de achtervolging voerden. Eens het duidelijk was dat het zich allemaal afspeelde aan de achterkant, stormden Dwaine en Sakura naar binnen. Een groot gat wees aan waarlangs Alpha01 was weggekomen. Water spoot er nog naar beneden. Naast het gat lag een frisdrankautomaat, omver gevallen en zonder stroom. Ook de delen van het interieur die niet direct door de vlucht waren getroffen, waren danig overhop gehaald. Rommel bedekte overal de vloer.

Sakura begon eerder methodisch haar deel van de ruimte te verkennen. Dwaine's eerste reflex zou geweest zijn om zo hard als hij kon opbrengen achter Alpha01 aan te spurten en te zien wie dat het langst kon volhouden. Hij toomde zich wat in en keek naar de grond terwijl hij naar het gat in de muur ging, om niet op pakjes chips of snoep te trappen. Eender wat van plastiek zou ernstige geluidshinder produceren, en hij wilde toch graag wat voorzichtig overkomen op Sakura. Hij maakte een noot aan zichzelf dat hij straks moest zoeken tussen de wegenkaarten die ze hier hadden. Dit was een voorpost van Koning Auto en de kans dat het ging om kaarten met expresswegen en tankstations was vrij groot, maar je weet nooit. Zijn eigen kaart was ook niet erg gedetailleerd.

Hij vertraagde zijn pas en gooide zijn hoofd een kwartslag op z'n nek. Hij hoorde iets bewegen achter hem. Na een snelle draai blek dat hij zich had vergist. Het was geen beweging, eerder een reactie. Het spuitende water had het geluid eerst verdronken, maar nu viel duidelijk een sissend geluid van bij de deur op te maken. In het donker zag hij wat hangen, en wist het snel te herkennen als een stel voeten, en ze in de context van een hangend lichaam te zien. Was de figuur met Adidassen en jeansbroek aan het stikken? Dwaine stapte snel naderbij. Alicht was het zijn recente belevenis die hem tot deze foute hypothese had gebracht, want de man in kwestie kon vermoedelijk niet eens naar adem happen. Behalve een arm en zijn benen was hij volledig overdekt met een dikke, slijmerige en schuimende substantie. Kennelijk was die gebruikt om de vent te bevestigen aan de zijkant en het sisende geluid indiceerde dat het ook wel zou kunnen helpen met de vertering. Hier en daar vielen druppels als kauwgum naar de vloer. het rook zelfs alsof er ergens darmen met zwavelzuur waren geopend.

Dwaine kon het niet laten om een obscene vloek te laten ontsnappen. Hij fluisterde Sakura's garou-naam, om haar aandacht op het nieuwe mysterie te vestigen en herinnerde zich zo dat ze met drie waren. Of toch voor de sprong van Alpha01.

"*Miles? Ben je ongedeerd?*"

fluisterde hij in de richting van het raam, waar Schaduwloper eerder nog voor de nodige afleiding had gezorgd.

door Assunkill
Wandraak, 3880 / 5128
gepost: 14-4-2007
om 11u07

gewijzigd door Assunkill
14-4-2007 om 11u07

Antw: Scéne 4: Roadkill
Van zodra hij de zurige geur had geroken die bij het opengaan van de deur naar buiten was geslopen, had Miles geweten dat het Alpha01 was. Inwendig glimlachte hij tevreden. Het was precies wat hij aan het begin van hun ritje aan Sakura had gezegd en het was altijd fijn als je intuïtie juistzat.
Pas toen het donderend gekraak begon, realiseerde hij zich dat zijn twee metgezellen het spoor tot aan de Caern als Homids hadden gevolgd en dus de geur wellicht niet meteen herkenden. Door het raam, waarvoor hij het rolluik intussen volledig had weggebroken, zag hij Sakura en Dwaine voorzichtig naar binnen gaan. Hij vroeg zich af wat die twee zolang stonden te kijken binnen, terwijl hun prooi zich nogal overduidelijk door de muur een weg naar buiten had gebaand. Hadden ze het nog steeds niet door? Ze moesten naar buiten, en snel. En niet alleen omdat Alpha01 daar was, maar ook en vooral omdat het dak op instorten stond...

Met zijn elleboog sloeg Miles het glas van de ruit kapot en schreeuwde naar binnen:

*"Naar buiten! Snel, het dak komt naar beneden"*

Dwaine reageerde opmerkelijk snel. Hij stond het dichtst bij de deur, en met een atletische sprong werkte hij zijn massieve lichaam de eigenlijk te kleine deuropening uit.
Sakura had voor het opengebroken gat gekozen, maar dat bleek een slechte gok. Voor ze haar uitgang had bereikt, begaf het dak het krakend, en luttele seconden later het hele gebouw eigenlijk. Een beetje van de kaart stond stond Miles te kijken naar het schouwpel, een wolk van stof, houtsplinters en toen enkele steunbalken het finaal begaven. Hij zag nog net hoe Sakura door enkele gemeen zwaar uitziende balken werd geraakt en toen kon hij niets meer zien.

Hij raapte zijn positieven bij mekaar en riep naar Dwaine dat Sakura er in gebleven was. Hij verwachtte niet dat een Crinos overdreven veel hinder zou ondervinden van de verwondingen, maar ze kon vast wel een handje hulp gebruiken om haar uit de puinhoop te bevrijden. Snel liep hij naar wat eens de achterzijde van het gebouw was geweest.
door malkav
achterban(k), 5087 / 7020
gepost: 14-4-2007
om 12u08
Antw: Scéne 4: Roadkill
Ze bewoog zich op alle vier richting het grote gapende gat langs de achterzijde van het pand toen ze stof naar beneden zag dwarrelen en het idee had scheurend metaal te horen. Achter haar werd het raam ingeslagen en ze hoorde Schaduwlopers stem door de ruimte galmen.
*"Naar buiten! Snel, het dak komt naar beneden"*
Plots was er een immens gekraak te horen en ze zag hoe het dak naar beneden kwam. Ze zette zich af met haar massieve achterpoten, want tijd om om te draaien had ze zeker niet meer. In haar vlucht richting het grote gat werd ze geraakt door een grote dwarsbalk gevolgd door de rest van het dak en de wanden. De kracht waarmee ze tegen de vloer werd gedrukt door het kolossale gewicht op haar rug had menig sterveling gedood, of op z'n minst minder mobiel gemaakt voor de rest van diens leven. Ze had gevoeld hoe haar longen het begaven, maar direct na de priememde pijn explodeerden zij weer met heerlijke stoffige zuurstof.
Het was plots nog duisterder dan voorheen en haar muil was gevuld met stof en houtsplinters. Ze voelde het gewicht van het dak steeds harder op haar lichaam drukken. Opstaan was geen optie, ze lag geheel vast. Ondanks de kracht die iedere Garou bezat, als je die kracht niet precies kon richten had het ook geen effect. Neen, brute kracht was geen optie. Ze kon zich niet bewegen en haar achterpoot voelde ook wat beurs aan.
Ze zou een andere manier moeten vinden om hiervandaan te komen. Ze trachtte zich iets groter te maken en hoorde het hout om haar heen kraken.

Vervolgens liet ze haar gestalte langzaam krimpen, massale spieren maakte plaats voor elegante poten en een slank lichaam. Ze voelde het dak nog verder naar beneden komen maar uiteindelijk leek al het puin vast te liggen, het ondersteunde zichzelf.
Ze lag nu op haar buik en haar poten lagen uitgestrekt langs haar lichaam, met haar snuit duwde ze een golfplaatje weg en ze zag door enkele nerven en kieren het licht van Luna naar beneden sijpelen. Ze wrong haar lichaam door de nauwe ruimtes onder het puin, richting het licht.

Ze kreeg weer de frisse buitenlucht in haar neus, maar deze was vermengd met een zurige lucht die in haar Lupus vorm nog wansmakelijker was dan welke andere vorm ook. Ze had deze lucht al eerder geroken, maar niet zo sterk. Dit moest de onfortuinlijke Garou wel zijn.
Ze hoorde voetstappen rond het puin, ze hoorde aan de manier van lopen dat dit Miles moest zijn. Niet lang hierna hoorde ze gestommel en gekraak, ze kwamen haar een handje helpen.
Ze kroop nog een eindje verder weg van de plaats waar ze zojuist onder bedolven was geweest en drukte haar schouders en kop omhoog op haar poten, richting het licht. Een roestige golfplaat kwam omhoog en de Witte Lotus stak haar kop erdoor naar buiten.. Ze gromde zacht met haar tong half uit haar muil. Ze zette zich nog een laatste keer af en haar wolvenlichaam tuimelde iets minder elegant uit de hopen puin. Ze hadden geen tijd meer te verliezen. Wat onhandig stond ze op en ze schudde haar lichaam. Een wolk van stof en zand steeg op van haar vacht. De zure lucht lag zwaar op de adem nu, de jacht was nu werkelijk begonnen. Ze krulde haar lippen op en liet enkele rijen vlijmscherpe tanden zien. Trots stak ze haar kop richting de bosrand en ze keek haar roedelmaten aan.
door Zorbalt
Moorderator, 4263 / 5435
gepost: 14-4-2007
om 19u45
Antw: Scéne 4: Roadkill
Op de plek waar ruim vijftig jaar het oude Utopia Gasstation had gestaan, lag nu enkel puin. Het leek wel alsof Gaia een plaatselijke orkaan naar deze open plek gezonden had om zich van deze smet op Haar lichaam te ontdoen. In werkelijkheid was er natuurlijk een andere reden geweest, iets wat weinig meer met Gaia te maken had.
Tussen de resten van het gebouw klonk het sissende geluid van gebroken water-en gasleidingen. Gezien de aard van het bouwwerk was er altijd een mogelijkheid dat de verwoesting nog niet ten einde was. Vuur, gas en benzine waren een dodelijke combinatie, zelfs voor de weerbare lichamen van de Garou.

De schaafwonden en blauwe plekken op het wolvenlichaam van de Alpha genazen razendsnel en ze wisten allemaal dat ze geluk hadden gehad. In hun geboortevormen waren Volgt-De-Wind-In-De–Wolken en de Witte Lotus uiterst kwetsbaar en was ontsnappen aan een duister lot een stuk moeilijker geweest. Schaduwloper en de Dwaine renden langs de puinhoop naar de achterkant van het tankstation. Hier hielpen zij hun Alpha om aan haar netelige positie te ontsnappen.

Achter het gebouw roken hun gevoelige reukorganen de zure lijflucht van hun prooi. Maar het volgen van hun neuzen was niet eens nodig, want het creatuur had wederom een spoor van gebroken takken en vernielde struiken achtergelaten. Als een waanzinnige was het de wouden in gevlucht. Witte plakkerige plukken vacht hingen in de wirwar van takken en hier en daar waren de haren bedekt met dikke stroperige bloeddruppels. Ze hadden het monster nog niet te pakken gekregen, maar het was zijn voorsprong op zijn belagers kwijtgeraakt.
door DeHeld
Stamgast, 5088 / 6056
gepost: 14-4-2007
om 19u54

gewijzigd door DeHeld
15-4-2007 om 10u36

Antw: Scéne 4: Roadkill
Het was dankzij de spieren waarmee Dwaine zich naar buiten had gekatapulteerd en zijn reflexen dat hij er met de schrik, een koprol en een kop vol stof vanaf kwam. Hij hoopte maar dat hij Sakura's exit niet had geblokkeerd. Zijn intuïtie en daarna een snelle blik leerden hem dat het hutje als een pudding in elkaar gezakt waren. Het was ook te klein om iets anders te verzinnen, tenslotte. Vier muren definieerden het gebouw en toen één daarvan bruusk werd weggeslagen, hield het ermee op.
Hij veegde met een mouw het vuil uit zijn wenkbrauwen -of toch, hij smeerde het uit over zijn hele gezicht- toen hij Miles hoorde roepen. Blijkbaar was ze toch niet op tijd weggesprongen. Meer had hij niet nodig. Hij sprong op zijn voeten en rende naar de achterkant van het voormalige gebouw, nu puinhoop, en zag dat Miles al van de andere kant verschenen was.

Meer indicatie dat ze aan die kant moesten zoeken had hij nu niet nodig. Ze probeerden een aantal grote brokken te verwijderen, om te zien waar ze moesten zoeken. Gelukkig had ze zich in kort tijdbestek al onder de stukken van het dakgebinte uitgewerkt, zoals bleek uit de wolvekop die onder een golfplaat kwam piepen. De wolf gleed onder het puin uit en maakte dan gebruik van een valpartij om op begane grond te bereiken.

Terwijl ze haar vacht uitschudde, vatte Volgt-de-Wind-in-de-Wolken samen wat hij net voor het instorten had gezien.
"*Je hebt nog nooit zoiets vreemds gezien. Hij had het laatste lijk vastgeplakt aan de muur met een groenig spul, helemaal ingekapseld.*" Het klonk als iets dat insecten of spinnen zouden doen. De link met de patroonspinnetjes die ze eerder hadden gezien lag in het geheugen, en dus voor de hand. Wie heeft ooit gehoord van een Garou die zijn prooi mummificeert?

In elk geval had Sakura gelijk. Verder onderzoek in het gebouw was net overbodig geworden en om door het woud te lopen had Gaia hen de wolfsvorm geschonken. Aldus veranderde Dwaine ook in Lupusvorm. Nu was het wachten op Miles. Dat bracht hem op een idee. Miles, met die eeuwige rugzak van 'm. Dwaine's spullen -de camera!- had hij veiligheidshalve in de auto laten liggen. Hij kon die best niet zomaar achterlaten. Snel stapte hij terug naar de auto, het getap van vier poten op de grond duidelijk hoorbaar in de rustige nacht.
door Assunkill
Wandraak, 3883 / 5128
gepost: 16-4-2007
om 15u39
Antw: Scéne 4: Roadkill
Even had Miles geen oog voor zijn Alpha, want achter hen hoorde hij een opvallend gekraak in het struikgewas. Hij draaide zich bruusk om en zijn hart sloeg twee tellen over toen hij zag wie zich daar bevond: het meisje uit zijn eerdere visioenen.

Ze stond tussen de dode en zieke bomen van de Umbra, waar ze zich plots bleken te bevinden, hoewel de zwarte bunker verdwenen was. Rond Miles zelf hing een groenige nevel. Hij keek vol afgrijzen naar het meisje.
Haar ziekelijk bleek huid was bedekt met een laagje slijm. Eronder dacht Miles dat hij dingen zag bewegen. Ze keek hem aan met haar immense en koortsige ogen. Ze glimlachte een ijzingwekkende glimlach en stak haar handen uit naar Miles. Tussen haar gestrekte en gespreide vingers leek het slijm wel een vlies zoals amfibieën dat hebben. Hoewel ze enkele meters van hem afstond, deinsde hij terug. Haar mond bewoog niet, maar Miles hoorde haar stem duidelijk in zijn hoofd.

"Je bent van mij Schaduwloper. Voordat Helios zich weer toont zullen wij elkaar beminnen. De pijn is heerlijk...

Miles moest kokhalzen maar hij merkte dat hij alweer tussen zijn roedelgenoten stond. Een beetje wankelend hervond hij zijn evenwicht. Hij spoog op de grond om de kleffe smaak uit zijn mond te krijgen, maar dat hielp maar gedeeltelijk. Toch voelde hij zich opgelucht: het was duidelijk dat zijn hallucinaties over de toekomst gingen. Dat wou zeggen dat hij de boel min of meer onder controle kon proberen krijgen en vooral dat hij nog geen gruwelijkheden had begaan.

Dwaine stoof weg. Zijn rugzak ophalen, wist Miles. Hij hoopte dat die niet koppig aan zijn eigen spullen zou blijven zeulen. Het moest nu snel gaan. Snel, dat betekende Lupus en Lupus betekende dan weer geen rugzakken - behalve voor Miles. Hij keek naar Sakura
*"Het moet snel gaan nu. Voor zonsopgang wil ik Alpha01 hebben. Ik weet niet wat er zal gebeuren als dat niet zo is, maar ik weet wél dat het niet goed zal zijn."*

Hij opende alvast zijn rugzak en probeerde zoveel mogelijk plaats te maken voor Dwaine's spullen. Normaal had hij altijd flink wat ruimte over, maar die begon onderhand wel langzaam volgepakt te raken door de blikken voedsel. Hij hoopte dat Dwaine niet al te veel wou meezeulen.
Vol ongeduld wachtte hij op diens terugkomst. Hij wou aan de achtervolging beginnen, niet in het minst om dat hij wist dat hij in een mum van tijd hun prooi zou hebben ingehaald. Hopelijk zouden ook de twee anderen een beetje snelheid kunnen ontwikkelen...
pagina's: 1, laatste

Photobucket - Video and Image Hosting


"The pack is united by sacred purpose and guided by sacred light"

naar boven