WAARSCHUWING: blijkbaar ondersteunt je browser geen JavaScript of staat het niet ingeschakeld. Aangezien JS op geen enkele manier de veiligheid of privacy van je pc in gevaar kan brengen, maar wel interessante interactiemogelijkheden biedt, gebruikt deze site erg veel JavaScript. Wil je dus van alle toeters en bellen genieten, doe jezelf een lol en verzet de settings van je browser even ;o)
scène 3: The Howling Wind
De Cearn of the Howling Wind
22:15 uur
De Garou lieten de doodse kampeerplek achter zich en liepen behoedzaam de nachtelijke bossen in. Enkel met behulp van het kunstmatige licht dat ze bij zich droegen konden ze de vele verraderlijke takken en boomwortels ontwijken. Het kabbelende water van de stroom, een glinsterend lint dat zij de gehele weg hadden gevolgd, was nergens meer te bekennen. Het dichte bladerdak verdrukte het ijzige licht van Luna.
Overal vonden zij tekenen dat het creatuur waarop zij joegen hen was voorgegaan. Het had met zijn enorme lichaam een spoor van gebroken takken en vertrapte aarde achtergelaten en had duidelijk niet de moeite genomen om zijn pad te camoufleren.
Allen volgden zij de wolf het woud in.
De tocht was moeizaam en het koste hen veel inspanning. Enkele malen zwiepten de buigzame takken, weggedrukt door een voorganger, een ander in het gelaat. Nergens hoorden of zagen zij tekenen van leven. Het leek wel of alle creaties van Gaia zwegen, op de huilende wind na. De gehele weg, vanaf dat de helikopter hen had afgezet, had het vreemde en klagelijke huilen van de wind hen gezelschap gehouden. Nu klonk het echter harder en spookachtiger dan ooit.
Nadat zij ruim een half uur door het woud hadden gelopen kwam de roedel uit op een grote open plek en zagen zij de bron van het huilende geluid. Allen voelden zij Gaia’s kracht in hun bonzende harten branden. Dit was een oude en heilige plaats. Een plek die niet lichtvoetig betreden mocht worden.
In het midden van een reusachtige kring van afgeronde stenen, geen enkele hoger dan een halve meter, stond in een maagdelijke cirkel van droog gras, een grote boom. De boom was oud en scheefgegroeid, maar toch reikte hij als een krachtige hand richting de met fonkelende sterren bezaaide hemel. De wind had hier vrijspel en geselde de vele holten en kieren in het droge hout, waardoor het een vreemde fluitsymfonie veroorzaakte. Een geluid dat in een groot gedeelte van het nationale park te horen moest zijn.
Reacties
door malkav achterban(k), 4904 / 7020 gepost: 3-2-2007 om 17u34
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura liep achteraan in de kolonne met Dwaine. Ze probeerde voor Dwaine de weg zo gemakkelijk mogelijk te maken. Toen ze na enkele tientalle meters het doornige struikgewas achter zich hadden gelaten ontvouwde zich er een groot woud voor hen met een dicht bladerdak en woeste stammen die hun wortels in een wirwar over en in de grond hadden uitgespreid. Veel begroeing was er niet op de bodem behalve grote bedden mos en varens. Het was aardedonker hier beneden. Het schijnsel van hun lichten bewoog in een onvoorspelbare harmonie over de bodem voor hen en op de ruggen van hun packgenoten. Zo nu en dan riep Sakura niet al te hard naar voren wanneer de twee lupus teveel afstand maakten op hen.
De stilte die hen langzaam overmeesterde was indrukwekkend maar naar gelang ze dieper het woud betraden kwam er een wind opzetten die vreemd tussen het bladerdak en de immense stammen op hen neerdaalde. De spookachtige wind die steeds duidelijker op kwam zetten bracht een vreemde, bijna bedrukkende, sfeer met zich mee. Ze kreeg een gevoel wat ze niet direct kon plaatsen toen ze het woud diep in gingen. Na enige tijd stond Maya stil en al snel begreep Sakura waarom. Nu wist ze wat zij eerder voelde. Hier was een indrukweekende caern diep verstopt in de wouden. De wind kwam hier vandaan, hier duikelde zij via de open plek en de heilige boom het woud in.
Alpha01 was hier geweest, wat een drama. Het zag er 'uitgestorven' uit, al kreeg Sakura al direct spijt toen ze dat woord dacht. Was het normaal dat een Caern als dit altijd bevolkt was? Als dit zo was betekende het niet veel goeds.
Sakura bleef een stuk van de open plek vandaan en bewoog zich achter een brede boom. Ze wenkte de anderen om dichterbij te komen nadat zij ook hun ogen de kost hadden gegeven.
door Assunkill Wandraak, 3708 / 5128 gepost: 4-2-2007 om 11u32
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Als wolven bewogen Maya en Miles vrij vlot door het donkere woud. Ze waren kleiner en slanker en zagen beter waar ze hun poten zetten. Miles draafde op staartlengte van Maya en was blij dat ze eindelijk een spoor hadden om te volgen, ook al was het dan een spoor van vernieling. Af en toe hoorde hij Sakura zacht roepen dat ze niet zo snel moesten gaan. Wat een idee ook, om door deze woestenij te willen trekken in een andere vorm dan Lupus...
Al van ver had Miles de kracht van een Caern aan zich voelen trekken, alleen had hij zich dat niet gerealiseerd, tot hij oog in oog stond met het hart van de Caern. Normaal gezien kwam je eer je het centrum bereikt ook wel een half bataljon Garou tegen. Vreemd, een ogenschijnlijk verlaten Caern. Miles wou net zelfstandig een kijkje gaan nemen, toen Sakura wenkte. Hij draaide zich weer om en liep naar haar. Het bleef toch altijd even wennen, zo'n roedel.
door DeHeld Stamgast, 4871 / 6056 gepost: 4-2-2007 om 17u55
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Terwijl Miles enigzins onnodig de motor gestart had, was Dwaine de camera aan het uitschakelen en hij had die nog niet helemaal in zijn rugzak laten vallen op het ogenblik dat maya opgewonden de aandacht van het pack trok. Hij had zich achter Sakura aangezet, af en toe met moeite de logica van het zoeklicht volgend. Er vielen wel sporen op te pikken - de garou had zich er niet echt om bekommerd tijdens zijn spurt in het woud. Dat was intrigerend. het viel niet mee om een patroon te zien in de daden van de Garou. De pluk haar herinnerde hem aan het wazige videobeeld. Als de huid en vacht van de gekke Garou beschadigd was, maakte dat het achtervolgen wel zo makkelijk. Deze pletwals-stijl in de bossen maakte zelfs dat overbodig. De Garou was ergens naartoe getrokken, of hij was ergens verjaagd. Het eerste leek plausibel. Dwaine dacht aan de toegetakelde lijken. Als hij daar was gestoord, zou hij niet gaan lopen zijn. Of het moest zijn dat hij er niets aan kon doen... bijvoorbeeld een heli. Dezelfde heli die ze hadden ingezet bij de jeep? In dat geval moesten ze zeker weten geweten hebben dat de tenten er stonden.
De speurtocht, maar vooral de duistere doortocht, eindigde abrupt waar het geluid ook stopte. Dwaine bekeek met ingehouden adem de verwonderende plek in het woud, en schrok bijna fysiek toen hij een naakte wolfvorm naast hem zag verschijnen. Hij moest zich er actief aan herinneren dat Miles een Metis was en er dus anders uitzag dat de meeste weerwolven. Het was een caern, voelde Dwaine instinctief, voor zover dat nodig was. Het soort plaats waar hem geleerd was te mediteren.
Niet helemaal hetzelfde, evenwel. Deze plek maakte een spookachtige indruk. Had Alpha01 hier mee te maken? Of was dit het soort caern dat andere wezens dan weerwolven aantrok?
Hij week niet van de zijde van zijn Alpha.
door malkav achterban(k), 4910 / 7020 gepost: 4-2-2007 om 22u00
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura wachtte tot Miles en Maya naar hen toe waren gekomen. Zij was de gehele weg bij Dwaine gebleven en ook nu stonden zij samen achter de met mos begroeide stam. Terwijl zij over de twee lupus heenkeek overzag zij de open plek. In de uitzonderlijk gevormde boom leken wel dingen te hangen. Toen zij beter keek zag zij, in het licht van de maan, dat het glas of stukken spiegel waren. Ze zag ook andere onherkenbare dingen. Ze durfde haar zaklamp niet de open plek noch de boom in te schijnen. Sakura deed haar zaklamp uit.
De Caerns die zij gewend was leken in de verste verten niet op de vertoning die zich nu voor hen ontvouwd had. Daarnaast was er ook altijd wel leven in de Caerns waar zij kwam. was er hier geen aanwezigheid door Alpha01 of was deze Caern zo afgelegen dat het normaal was dat er geen enkele Garou aanwezig was? Hoe dan ook was de situatie vreemd.
*"Willen we de Caern betreden om de Caern zelf te inspecteren of maken we een omtrekkende beweging in de hoop dat we Alpha01's geurspoor weer oppikken wat hier vandaan gaat? En splitsen we op?
Het zint me overigens niets dat deze Caern er zo verlaten bij ligt, of is zoiets normaal voor Caerns in de wilde natuur? "*
door DeHeld Stamgast, 4874 / 6056 gepost: 4-2-2007 om 22u14
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Er was iets met die boom, Dwaine kon zijn ogen er niet van af houden, hij tuurde intens als probeerde hij de beweging van de takken te doorgronden. Het leek of hij vorm, een aanwezigheid in de boom bespeurde. De caern zag er vooral verlaten uit. Dat hoefde niet noodzakelijk zo te zijn. En dan dat prikkelende muziekje.
Hij legde zijn hand op de schouder van Sakura om haar aandacht te trekken.
Zo stil hij kon, zonder zijn lippen al teveel te bewegen en dus op de grens van het verstaanbare, zei hij: "Ik heb het gevoel dat we hier al eerder geweest zijn. Als je wil, zal ik tot aan de boom verkennen. "
door Ulfgar pluijmvee, 2060 / 2151 gepost: 5-2-2007 om 19u51
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Terwijl ze door het woud heensloop, met het geesteskind achter haar aan, bereikte ze eindelijk een speciale plek. De Caern, een plaats waar de Garou hun rituelen uitvoerden en zich beschermd mochten voelen, was een heilige plaats. Daarnaast konden ze meer van hun geesteskracht terugkrijgen, wat hun aanzienlijk kon helpen op weg. Jammer genoeg hadden ze daar eigenlijk geen tijd voor: de voorsprong van het wezen was al veel te ver en de vernielingen die het op z'n pad achter liet leken niet al te veel goeds te betekenen.
Toen ze dichter bij de Caern kwam, voelde Waar-niemand-voelt een verschrikkelijk iets. Ondanks dat ze niet exact wist wat er aan de hand was, kon ze het gevoel wel op een bepaalde manier plaatsen: deze plek was ontheiligd! Veel van de kracht die ze origineel had, is volledig weggenomen door iets. Zou er een wezen zijn die dit zou kunnen? Voor zover zij het wist, wisten alleen Wyrm van krachten die dit op zo'n manier konden ontheiligen. Bij een Garou zou iets dergelijks niet opkomen, mensen achtte Waar-niemand-voelt daartoe niet in staat. Zij waren immers geestloos.
Het geesteskind zou dit toch ook gevoeld moeten hebben. Ze sprak Miles aan, niet goed wetende hoe ze hem zou moeten benoemen. Daarom sprak ze hem aan zoals zij dit gewend was te doen: *"Eerste en nu enige Reu... Voel je het ook? Dit is niet goed... Alles is weggenomen... Er is geen Lupuswoord voor, maar HET is aangevallen... het is niet meer echt beschermplaats..."*
door Assunkill Wandraak, 3712 / 5128 gepost: 5-2-2007 om 23u25gewijzigd door Assunkill 10-2-2007 om 15u02
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Miles verkrampte toen Maya hem vroeg of hij het ook voelde. Nee, hij voelde niets. Hij voelde al een hele avond niets meer, niet als hij vlakbij bij een mysterieuze Caern stond en niet als hij drie gruwelijk verminkte lijken onderzocht. Het leek alsof iets hem van binnenuit had leeggevreten en één gapende holte had achtergelaten. Ja, soms voelde hij wel iets: een stekende pijn als hij zijn d’siah wou aanraken. Iets of iemand leek met een zilveren mes zijn band met Gaia te hebben doorgesneden, zijn Gnosis te hebben laten wegvloeien. Hij twijfelde er plots niet meer aan dat er in het lab op hem geëxperimenteerd was.
Er waren oorspronkelijk vijf proefdieren geweest. Maar ééntje was krankzinnig geworden en ontsnapt. Hun ontvoerders hadden plots begrepen hoe gevaarlijk hun experimenten waren en durfden of konden er niet meer verder mee gaan. Ze hadden besloten het ene probleem, hun onsnapte proefdier, op te lossen met het andere, de vier overblijvende proefdieren. En hier liepen ze nu. Hier liep hij nu, zonder geestelijke connectie met alles waar waar zijn hele leven rond draaide.
“Marshall… ”* siste Miles hees. Hij schudde zijn hoofd toen Maya hem aankeek. “Gewoon het spoor blijven volgen. Eerst controleren wat Alpha01 hier gedaan heeft .” Hij liep weer vooruit en pikte het spoor opnieuw op. Het leidde hem enkele meters langs de rand van de open plek rond de Caern, tot het uiteindelijk in westelijke richting weer in het woud verdween.
Hij wachtte om te kijken of de rest van de roedel volgde en keek naar de vreemde boom. Het verse litteken in zijn zij jeukte. En hij herkende deze plaats… Hij was hier beslist al eerder geweest, daar was hij opeens zeker van. Op geen van zijn eerdere reizen, dus moest het op zijn terugtocht geweest zijn. Zou hij hier samen met de anderen zijn geweest, en met Alpha01? Als ze hier gevangen genomen waren, was het niet vreemd dat Alpha01 naar hier zou terugkeren… Hoe krankzinnig en ziek ook, dat arme monster zat misschien wel met evenveel vragen als zij.
Hij realiseerde zich te laat dat hij alweer op eigen houtje aan het handelen was geslagen. Inwendig vloekte hij en excuseerde zichzelf omdat hij kwaad en bang was. Maar dat waren de anderen vast ook...
door malkav achterban(k), 4914 / 7020 gepost: 8-2-2007 om 22u12gewijzigd door malkav 10-2-2007 om 16u24
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura observeerde de open plek en bekeek de gezichten, of grimassen, van haar roedelmaten. Deze gehele situatie voelde niet prettig, het voelde nog minder prettig om nu de beslissingen te moeten nemen voor de gehele groep. Het was de storm in haar hoofd die haar van de wijs bracht. Zoveel dingen waren nog onzeker, zoveel dingen verdrongen of misschien voor altijd vergeten. Wat hadden zij gedaan de afgelopen tijd? De verklaringen van hun 'begeleiders' begon Sakura steeds meer in twijfel te trekken. Misschien was dit niet het juiste moment om daarover na te denken realiseerde zij zich. Ze bekeek de anderen.
Ze waren allen stil en bedachtzaam, een vreemde spanning hing tussen het viertal.
"*Ik wil de boom wel inspecteren maar ik heb weinig kennis van de diepere materie van Caerns. Er zou iets goeds mis kunnen zijn dus we moeten op onze hoede blijven. Het spoor van Alpha01 moet een zekerheid zijn, dat is ons werkelijke doel. We kunnen dus niet te lang en te grondig onderzoek doen. En dan daarbij; deze plek geeft me de rillingen. Het spoor zo snel mogelijk vinden, ik stel voor dat Maya of Miles dit doet, probeer in ieder geval bij elkaar te blijven. Dan bekijk ik met Dwaine de boom. *"
Sakura stopte haar zaklamp weg. Ze zou voorlopig in haar glabro vorm blijven, het was veilig genoeg. De nood of nerveusiteit om in crinos vorm rond te stappen voelde zij net niet. Het ontbreken van een directe aanleiding speelde voor Sakura ook mee.
Ze knikte naar haar packmates en glimlachtte naar hen, ervan overtuigt dat ieder wist waar die mee bezig was. Ze zette haar eerste passen richting de open plek.
door Assunkill Wandraak, 3731 / 5128 gepost: 11-2-2007 om 11u11
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het spoor wás een zekerheid, bedacht Miles. Het liep langs deze Caern en dook in het westen weer de bossen in. Op zich was het plan om de twee beste spoorzoekers het spoor te laten onderzoeken niet stom, maar toevallig waren hij en Maya ook degene met het meeste kennis van spirituele zaken. Hij controleerde of het spoor van Alpha01 wel degelijk tussen de bomen doorliep en toen dat het geval bleek, liep hij de Caern binnen.
Hij snapte niet dat Sakura en Dwaine zomaar over de stenen afgrenzing liepen. Die grens liep er met een reden, net zoals er een ingang met een reden was gemaakt, met name om het centrum te kunnen betreden zonder de grens te moeten overschrijden. Hij vond het nogal van weinig respect en inzicht getuigen dat die twee gewoon tussen de stenen doorliepen.
Zelf liep hij met zijn snuit tegen de aarde door de brede ingang. Al snel pikte hij de geur van andere Garou op. Er liepen meerdere geursporen door de vrije ingang, zoveel dat Miles ze niet allemaal kon blijven onderscheiden. Minstens vijf, maar misschien nog wel veel meer weerwolven hadden hier niet zo heel lang geleden gelopen.
Miles wist niet goed of hij daar nu blij mee moest zijn of niet. Zouden zij Alpha01 gezien hebben? Zouden ze slaags zijn geraakt, en wie zou wie dan te grazen hebben genomen? En als...
Miles keek op. Al zijn zintuigen stonden plots op scherp. Er klopte iets niet aan deze situatie, dat voelde hij gewoon. Hij probeerde voor zichzelf uit vinden wat hem dat gevoel gaf, maar nog voor hij kon bedenken dat dat nu eenmaal instinct was, zag hij opeens heel duidelijk wat er niet klopte...
door DeHeld Stamgast, 4886 / 6056 gepost: 11-2-2007 om 17u41
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
AL de hele tijd had Dwaine gespannen gewacht op het fiat van zijn leider. Toen het zover was, merkte hij dat hij zichzelf ertoe moest brengen achter haar aan te stappen. Hij volgde haar met snelle pas de open plek op, en stapte in de richting van de boom. Misschien had hij zich de vorm in de stronk en de uitwaaierende takken ingebeeld; er was iets anders met die vorm aan de hand. Dwaine wist zeker dat hij de boom al eens gezien had. Toch kon hij zich dat niet herinneren. Hij ging dichterbij.
Nogmaals tuurde hij de randen van de cirkel af, en concentreerde zich op de boom, die groter leek te worden onder zijn blik, alsof hij inzoomde met een lens. Er zat een vreemdsoortige put in de bast van de boom, zag hij, langs de randen een kurkige stop waar de sappen gestold waren.
Met een klauwachtige arm pulkte Dwaine in Crinosvorm in het gat, haalde er een voorwerp uit en liet het meteen weer vallen. Het zilver van de ingeslagen kogel verbrandde zijn duim en wijsvinger.
Dwaine was nog steeds als Glabro aan het rondlopen en wist dus meteen dat hij het beeld voor zijn geestesoog had gezien. Dus hij was hier inderdaad al geweest: de stam zag er net zo uit als zijn herinneringen. Zijn packgenoten hadden geen herinneringen opgeroepen. En ze kwamen ook niet voor in zijn lucide momenten tot nu toe. Zouden zij er vorige keer niet bij geweest zijn?
Je zou kunnen geloven dat Garou in Glabrovorm er meer roofdierachtige aantrekkingskracht op na houden, maar de waarheid was dat zelfs Dwaine, zelf Garou en niet onvertrouwd met weerwolfgezelschap, moest toegeven dat de tussenvormen niet erg plezierig waren voor het oog. De fysieke contouren waren veranderd, de ogen en (vooral belangrijk in wolfvorm) de geur bleven hetzelfde. Dwaine leunde over de schouder van Sakura en fluisterde:
"Er zit een kogelgat in de stam; ze hebben hier met zilver wezen schieten. "
Hij vergat even te vertellen hoe hij dat wist vanop meer dan een meter afstand. Stress was iets waar ook Garou niet ongevoelig waren, tenslotte.
door Zorbalt Moorderator, 4118 / 5435 gepost: 11-2-2007 om 18u47
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Plotseling ging de zingende wind liggen en allen voelden zij een verandering in de sfeer op deze ogenschijnlijke verlaten plek. Ze hadden bij hun aankomst op deze eenzame plaats in het woud direct het gevoel gehad dat er iets niet pluis was en dit gevoel werd op dit moment alleen maar sterker. Het was een kort moment doodstil en Luna spreidde haar bleke licht uit over de over hen.
De zes monsters verschenen vanuit het niets rondom hen in de schaduw van de bosrand. De vier Garou zagen enkel hun contouren, grote, krachtige lichamen en brandende gele ogen die hen vanuit de duisternis vol nijd aankeken. Vanuit vele kelen klonken lage grommende geluiden, als een voorbode op wat komen ging.
Alles leek zich te voltrekken in slechts een paar seconden. Vrijwel direct nadat de weerwolven, allen in de gevreesde Crinosvorm, rond de open plek verschenen waren, stapte een van hen met een opgeheven kop naar voren. Zijn vacht was donker en toonde tekenen van ouderdom en de littekens van vele gevechten. Een brede lange overjas, van glanzend zwart leer, hing open en wijd langs zijn gespierde lichaam. Een brede riem lag over zijn heupen. Hieraan zagen zij twee lederen holsters. Het metaal van de revolvers die hieruit staken glom in het maanlicht. Lang grijs haar viel als de manen van een leeuw langs zijn hoekige wolvenkop. Zijn stem sneed diep en gruwelijk door de nacht en vlokken speeksel liepen langs zijn bek.
**”Dienaren van de slang! De dood van onze broeders en zusters zal vanavond gewroken worden!”**”
Met een felle blik keek hij naar zijn kameraden. Enkelen van hen wankelden op de grens van frenzy en aan hun gespannen houdingen was af te lezen dat ze klaar waren om hun prooien te bespringen. De oude Alpha balde zijn rechterklauw tot een vuist en stak hem met een woest gebaar de hemel in.
**”Dood ze! Vermorzel ze in de naam van Gaia!”**
Er klonken woeste kreten uit vele kelen en in een kakofonie van strijdlust stormden vijf monsters naar voren. Ze negeerden de stenen en sprongen de open plek in, hun ogen vol onverschrokken haat.
Hun leider bleef nabij de bosrand staan en greep met zijn klauwen in de richting van zijn revolvers.
door malkav achterban(k), 4950 / 7020 gepost: 11-2-2007 om 19u58
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Voordat zij Dwaine kon antwoorden voelde ze een schifting in de lucht. Ze sloeg haar hoofd om, weg van de boom. Veel tijd om realiseren wat er gaande was had ze niet nodig. Een stuk voor haar en in haar ooghoeken zag zij plots talloze reuzachtige schimmen verschijnen. Het waren er zeker vijf en alle aandacht werd al snel getrokken naar een figuur in Glabro vorm die hoogstwaarschijnlijk de Alpha moest zijn. Zijn ijskoude commando donderde over de vlakte en de wilde Crinos kwamen hen kant opgesprongen..
Er was geen tijd noch mogelijkheid om hen van enkele uitleg te verschaffen. Misschien was die uitleg niet eens nodig. Voor zover Sakura wist had Alpha01 deze plek misschien niet ontheiligd maar zij zelf enige tijd langer geleden. Deze pack zou dan in hun recht staan om hen te doden.. Niet dat Sakura er ook maar over dacht om zich af te laten slachten, laat staan overgeven. Ze draaide zich naar de razende Crinos die op haar af kwam gesprongen en zakte ietwat door de knieën. Haar rechterhand legde zij gestrekt om haar rechterbovenbeen en haar linkerhand hield zij achter haar rug. Er was geen ontsnappen aan...
De wilde Garou die op haar af kwam gesneld was gekleed in iets wat duidelijk een lange leren jas was in zijn homidvorm. Het viel Sakura op dat hij gewond was aan zijn rechterzijde. De vacht onder zijn jas zag er stroperig donker uit.
Plots voelde Sakura een trilling aan haar rechtervoet,.. ze keek kort weg van haar tegenstander en zag waarempel nog een reus op haar afkomen.. Ze had de situatie verkeerd ingeschat, ze waren met zes geweest... Bij Luna.
De andere colos was zo goed als naakt op een redelijk primitief ogende verzameling sieraden na. Het was een vrouw aan haar sprongen te zien. De twee hadden het overduidelijk op haar voorzien, zouden ze instinctief aan hebben gevoeld dat zij de Alpha was? Ze moest haar tactiek veranderen. Ze draaide haar benen wat verder door zodat ze de twee Garou zo goed mogelijk in haar zichtsveld kreeg. Ze moesten niet opgesplitst raken van elkaar. Sakura keek vluchtig om haar heen en zag Miles en Maya nog een redelijk aantal passen van hen vandaan staan. Dwaine stond niet ver naast haar, ook oog in oog met een wilde crinos.
*"Blijf bij elkaar! Wees bereid om tot het uiterste te gaan om deze waanzin te stoppen! Voor Gaia!!! "*
Veel meer tijd om te spreken had zij niet. Ze moest zich concentrerern op haar tegenstanders en haar roedelmaten vanaf nu.
Het was tijd......
door Assunkill Wandraak, 3734 / 5128 gepost: 12-2-2007 om 11u31
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Verbaasd keek Miles naar wat er gebeurde. Hij had niet meteen een hartelijke ontvangst verwacht, maar toch ook geen doodseskader. Zijn tegenstanders – hun tegenstanders, realiseerde hij zich – zagen er niet gewoon strijdvaardig uit. Hun blikken brandden van haat en moordlust. Dit was geen ordinaire roedel die een Caern bewaakte en enkele indringers overviel. Dit was een commando dat een gruwelijke misdaad kwam wreken. En blijkbaar waren zij de misdadigers. Miles vond het bepaald vervelend dat hij niet eens voor zichzelf kon stellen dat hij onschuldig was. Niet dat het er op dit moment toe deed: de vijand was beslist niet voor rede vatbaar.
Miles gromde diep in zijn keel en liet de Woede sneller door zijn bloed stromen. Hij kon niet bewijzen dat hij onschuldig was, maar voorlopig was zijn schuld ook niet niet bewezen. En hoe dan ook voelde hij er weinig voor om hier gedood te worden. Hij forceerde zichzelf om Crinos te worden. In een fractie van een seconde groeide de zielige, kale wolf uit tot een enorm monster, waarbij de toestand van zijn huid niet langer zielig leek, maar afchrikwekkend was geworden.
Miles deinsde enkele stappen achteruit om in de buurt van Dwaine en Sakura te geraken. Hij had geen ervaring met dit soort gevechten. Meestal was hij voorbereid en gewapend, en waren de tegenstanders bovendien geen andere Garou. Hij zou Sakura’s instructies opvolgen en kon weinig beter bedenken dan dat ze mekaars flanken zouden afdekken en hun met de boom.
Toen de Alpha zijn roedelgenoten “dienaren van de slang” noemde, dacht hij aan de d’siah. Hij had zijn wapen tot nu toe enkel gebruikt tegen banes, maar er werd gezegd dat het nog veel sterker was tegen alle aan slangen gelieerde wezens. Zijn hand tastte in een automatisme naar de linkerzijzak van zijn rugzak, maar vrijwel meteen liet hij de gedachte weer varen. Het was misschien wel een soort heiligschennis om het mes tegen Garou te gebruiken en bovendien herinnerde hij zich de pijn nog toen hij het de laatste keer had aangeraakt. Voorlopig was zijn wapen zijn wapen niet meer... Hij zou het met zijn klauwen moeten stellen.
Toen hij met zijn rug zacht tegen de boomstam botste, stopte Miles. Een Garou die er vrij jong uitzag, kwam op hem afgelopen. Zijn vacht was kort en pluizig en was getekend met een soort vlekkerig patroon waarin alle tinten tussen grijs en bruin voorkwamen. In zijn linkeroor zag Miles twee metalen ringetjes en hij droeg een zwarte leren jekker, die veel te krap was geworden nu hij Crinos was. Hij keek agressief naar Miles, maar de Metis zag ook de mengeling van verbazing en huivering waarmee de jonge weerwolf zijn monsterlijke tegenstander bekeek. Misschien kon hij daar gebruik van maken.
door DeHeld Stamgast, 4895 / 6056 gepost: 12-2-2007 om 17u03gewijzigd door DeHeld 12-2-2007 om 23u01
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Hij had nog niet genoeg tijd om iets tussen een grom en een vloek, plots stonden ze daar en ze stonden niet stil. Bijna onvrijwillig spanden Dwaine's spieren zich in een defensieve positie. Meteen werd hij zich bewust van het gewicht op zijn rug en zo snel mogelijk worstelde hij zich uit de riemen van zijn rugzak. Het zou hem maar hinderen en onder de boom lagen die spullen net zo veilig als elders tijdens een gevecht.
Dwaine wist dat ze omsingeld waren en dat er slecht voor stonden. Het bevel van Sakura achter hem ging deels aan hem verloren. De stem, het feit dat er een bevel was alleen al deed zijn werk en hij nam zich voor zoveel mogelijk rug aan rug te blijven.
Instinctief maakte hij de inschatting. Zelf in Crinosvorm veranderen zou te lang duren. De Garou voor hem met bloedzoekende ogen stormde in volle vaart op hem af. Bijster breed en sterk zag hij er niet uit - voor een wolf in Crinos. In optimale omstandigheden had hij in dezelfde strijdvorm als deze grijs-en-bruingestreepte pezige Garou kunnen kiezen. Zoals het er nu voorstond had zijn tegenstander het voordeel van gewicht en spiermassa. Maar Dwaine was toevallig goed in man-tot-man gevechten. Hij zou alles geven.
De Garou was snel op hem afgerend, een en al energie en bloedlust. Dwaine zorgde ervoor dat met een juist getimed manoeuvre niet al die massa tegen hem gebruikt kon worden, en bleef buiten bereik van de eerste klap. Liever dan op afstand blijven, koos hij zelf het moment waarom hij onzacht tegen de andere Garou aanbeukte en greep met zijn klauwende hand naar de zachte onderbuik, als hij daarbij kon.
De charge van zijn tegenstander was op niet veel uitgedraaid, wat Dwaine hoop gaf dat hij het gevecht wat eerlijker kon maken. Hij probeerde verwoed met zijn klauwen rond te graaien in de flank van de ander, en wist dat hij nergens zacht weefsel raakte. Hij kraste slechts de spiermassa van de Crinos, wiens bundels overal in de weg leken te kronkelen. Bovendien zaten ze dichtbij dat Dwaine zelf op zijn armen en torso krassen voelde. Hij verbeet de pijn en het gevloeide bloed maakten zijn gedachten gerichter. Hij proefde ijzer in zijn mond na een klap van de Garou.
Meteen zag hij zijn kans. De ander probeerde zich terug te trekken om zich te positioneren, en was verrast dat Dwaine zonder aarzelen uithaalde. Ondanks een gekke sprong wist Dwaine de treffer op de borst van de Crinos te plaatsen die hij zo had gezocht, en waarvan hij hoopte dat ze hinderlijk genoeg was om hem te belemmeren.
Sakura en, zo merkte Dwaine, ook de anderen stonden vlakbij. Het was opletten dat ze niet teveel ruimte lieten, anders stormden de woest Garou door de geslagen gaten om de anderen op de rug te springen. Dus zette Dwaine zich ditmaal gewoon schrap, en begon aan nog een ronde lijf-aan-lijfgevecht. Het lukte minder goed dan gehoopt. Enkele malen troffen ze elkaar, en Dwaine liet zich achteruit drukken. Zo zou het ook niet lukken. Een mislukte uithaal werd onmiddelijk uitgebuit, gelukkig kon dwaine de ander van zich af schudden. van de pauze maakte hij gebruik om zijn hand een meer imposante klauwvorm te geven, en hij zoog lucht naar binnen door een dunne mond.
Zijn beste hoop was het gevecht intens te houden en de ander af te matten.
door malkav achterban(k), 4953 / 7020 gepost: 13-2-2007 om 17u13
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Ze zag de twee in een haast blinde woede op haar afstormen. Ze ademde zacht in en uit, haar borstkas bewoog op het zelfde ritme als de wind die ze langs haar lichaam voelde waaien. Ze zou het duo bezig moeten houden, of in ieder geval één ervan zodat ze de andere zo snel mogelijk kon uitschakelen. De garou waren hier om hen te doden, een logische gedachte als ze aan hadden genomen dat Sakura en haar gevolg de plek ontheiligd hadden. Sakura was niet van plan om te doden, en hoopte nog altijd dat dit gigantische misverstand zichzelf op zou lossen. Al leek de mogelijkheid dat het misschien helemaal geen 'inschattings fout' van hun kant was steeds groter.
De man was dichtbij genoeg. Vanuit complete serene stilstand was er plots een explosie aan energie. Sakura dook in een vloeiende beweging naar de grond en draaide één maal heel hard rond haar as met een uitgestrekt been. De kerel sprong opzij en moest zijn charge staken. Ze had zijn aanval gestopt maar dit was niet het resultaat waar Sakura op gehoopt had. Ze had getracht de kerel voor de voeten van de andere Garou te werpen... De vrouwelijke Garou bewoog lenig langs haar packmate en haalde met een gestrekte klauw vol uit naar Sakura die net omhoog kwam. Ze voelde de klauw in het vlees van haar bovenarm krassen maar direct voelde ze een tinteling eroverheen. Haar lichaam had de schade weerstaan. Nu moest ze snel handelen.. Ze stapte terug en ietwat langs de vrouwelijke Garou om de man aan te kunnen vallen. Ze verzamelde kracht in haar knieën en bovenbenen. Haar bovenlichaam draaide sierlijk achterover en zwaaide langs de vrouwelijke Garou tot aan de voeten van de andere garou. Ze zat nu in de schaduw van de Crinos de colos die over haar heenhing. Met een enorme krachtexplosie lanceerde zij zich terwijl zij haar spiermassa voelde rollen en groeien. De snelle verandering en immense toename aan massa gaf nog meer momentum aan de aanval. Haar staalharde crinos vuist sloeg tegen de onderkaak van de Crinos. Zijn hoofd sloeg achterover en hij waggelde achteruit door de klap.
Wederom was haar weer net niet genoeg tijd gegund, een krachtige slag van de teef boorde in haar zijde. Ze voelde het vlees splijten en gedeeltelijk weer helen. Dit had een zware klap kunnen zijn. Deze pack was zeer bekwaam in het gevecht. Ze mocht hen niet meer onderschatten.
Krachtig gooide Sakura haar massieve lichaam weer om. Ze dook naar de grond en haalde breed uit met haar sterke been. De vrouw werd bruut onderuit geworpen en de zwaartekracht deed de rest. Ze viel met een doffe knal in het zand.
Sakura's ogen vielen weer op de andere Garou, ze zag hoe er bloed uit zijn bek droop, ze had hem lelijk geraakt. Ze zag plots de waanzin in zijn ogen ontstaan nadat hij zijn eigen bek afgelikt had..
Hij slaakte een brul en stormde nu daadwerkelijk in een bloedfrenzy op haar af.. Ze spandde al haar spieren in haar linkerarm en schouder.. ze zou maar één kans hebben. Ze stond nog steeds in positie, licht door de knieën gezakt. Haar vuist had ze op borsthoogte. Deze begon te trillen van de spanning. De spieren van haar onderarm trilden als staalkabels. Ze zag de wond weer in zijn flank, het zou op timing aankomen.. De jas zwaaide er voor. Daar was de wond weer, en dichtbij. Ze haalde uit met alles wat ze had richting de donker glansende plek onder de jas van de garou... Ze voelde haar elleboog knakken en alle energie ging verloren in een lompe indirecte zwaai. Haar vuist ging langs zijn borst en lichaam. Instinctief beet het beest erin.. Zijn tanden boorden oppervlakkig in haar vlees... pijnlijk. Toen hij losliet zag Sakura zijn klauw onderhands aankomen met dodelijke vastberadendheid en kracht.. Sakura wierp haar torso om en sprong naar achter. Met een sierlijke zwaai kwam zij weer een meter of twee terug te staan. Op de plek waar ze het gevecht begonnen was,.. in de vertrouwde cirkel.
Ze stond weer recht en nam haar beginpositie weer aan. Ze had een zeer wilde puppy te wassen nu, en zijn metgezel krabbelde ook al overeind..
door Assunkill Wandraak, 3747 / 5128 gepost: 14-2-2007 om 14u26
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Afwachten tot hij tot pulp werd vermalen had geen zin, besefte Miles. Nog voor zijn tegenstander hem bereikte, sprong hij naar voren en haalde uit naar de keel van weerwolf voor hem. Zijn klauw sloeg hard op het sleutelbeen van de tegenstander en scheurde de leren jas aan flarden, maar Miles slaagde er niet in om de hals van de Garou open te scheuren. De Garou herstelde zich snel en scheurde met verbazingwekkend gemak een grote wonde in Miles’ borst. De klap wierp Miles enkele passen terug en voor hij zijn evenwicht had terug gevonden, zag hij de Crinos alweer op hem afspringen. Hij slaagde er net op tijd in weg te rollen. De grond trilde toen Miles’ tegenstander zijn beide klauwen met grote kracht in de malse aarde sloeg.
Miles wachtte niet tot de ander weer volledig overeind stond. Hij sloeg zijn klauwen in de lende van zijn tegenstander en scheurde de spieren aan flarden. Woedend richtte de gewonde Garou zich weer op. Bloed droop uit de wonde aan zijn zij en het kwijl droop uit zijn muil. Het duurde even eer Miles volledig besefte dat de ander door Razernij was gegrepen. En het duurde tot de volgende rake uithaal naar zijn borst tot Miles besefte dat dat hem problemen zou opleveren. Een razende weerwolf voelde geen pijn… terwijl hij zelf de gapende wond op zijn borst pijnlijk voelde kloppen. Het belemmerde bovendien een vlotte beweging van zijn rechterarm.
Miles verbeet de pijn en viel opnieuw aan. Hij slaagde er in om de woeste weerwolf opnieuw in de lende te treffen, maar bijna tegelijkertijd voelde hij hoe diens klauwen zich in zijn schouder boorden. Langzamerhand was hij ernstig gewond aan het geraken. Het bloed gutste uit de wondes op zijn borst en schouder en de pijn brandde. Hij zou erg snel komaf moeten maken met zijn woeste tegenstander of dit gevecht zou wel eens zijn laatste kunnen worden.
door Zorbalt Moorderator, 4128 / 5435 gepost: 14-2-2007 om 16u58
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Waar-Niemand-Voelt liet een gevaarlijke grom horen. Met ontblootte tanden ging ze plat op de grond liggen. Haar oren werden naar achteren gevouwen, wat haar kop een agressieve uitstraling gaf. Normaal zou ze haar geboortevorm inruilen voor de vorm waarin ze het krachtigste en het gevaarlijkste was, maar haar tegenstander, een slanke weerwolf met pels die even zwart was als een maanloze nacht, vocht niet met zijn klauwen. Hij droeg een korte vechtspeer die van indiaanse komaf leek te zijn. De glans in het metaal van de scherp ogende punt verraadde dat het hier ging om zilver. In crinosvorm zou zij een veel te gemakkelijk doel zijn. In haar huidige omhulsel zou de vijand haar moeilijk kunnen raken. Het uiterlijk van de woedende Garou deed haar een kort moment denken aan haar mentor. Ze schrok van deze gedachte en zette zich schrap om de aanstormende Crinos aan te vallen.
Ze wachtte gespannen af en concentreerde zich op haar achterpoten. De trillende spieren wachtten onrustig in de hoop de opgebouwde kracht te mogen ontladen. Toen haar vijand dicht genoeg genaderd was en zijn speer vooruit wilde stoten, sprong ze met een woeste brul omhoog. Haar doel, de gespierde arm van de wolfman, was behendig en ze sprong rakelings langs hem heen. Haar zware kaken klapten met een dof geluid op elkaar.
Haar hoofd duizelde en snel draaide ze om haar as. Behendig wist ze een harde stoot te ontwijken en toen de speerpunt in de bodem priemde sprong ze op en beet met al haar kracht in de bovenarm van het monster. Ze proefde hoe zijn stroperige bloed in haar mond droop. Ze wilde hem loslaten en om hem heen rennen in de hoop hem te desoriënteren, maar hij bleek een geducht vechter. Op het moment dat ze losliet gaf het monster haar een harde pijnlijke trap, waarna hij de hongerige punt van zijn speer in haar ranke schouders plantte. Tranen sprongen in haar ogen en uit de open wond kringelde een stinkende damp omhoog. Haar angst voor zilver was niet ongegrond geweest. De vacht op haar rug leek in brand te staan.
Ze schudde met haar kop en viel woedend uit naar zijn gebogen kuiten, maar de weerwolf stapte weg. Het lukte haar om een volgende aanval te ontwijken en sprong naar voren, de stekende pijn in haar schouders negerend. Het vlees van de behaarde bovenbeen voelde vreemd aan in haar muil. Het bloed droop langs haar kin. In antwoord op deze aanval greep de crinos haar hardhandig in haar nekvel. Ze liet niet los en zijn vel scheurde open toen hij haar met een harde klap op de grond smeet. Ietwat duizelig stond ze op en merkte op dat de wonden die zij aan haar tegenstander had toegebracht reeds begonnen te genezen.
Ietwat wanhopig keek ze om zich heen om de situatie in de schatten.
door Assunkill Wandraak, 3752 / 5128 gepost: 16-2-2007 om 10u00gewijzigd door Assunkill 16-2-2007 om 10u43
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het zou snel moeten gebeuren. Miles' voelde dat zijn tegenstander eigenlijk de betere krijger was, en nu hij zelf gehinderd werd door de contstant kloppende pijn, was het een kwestie van tijd eer hij afgemaakt zou worden.
Hij spande al zijn spieren en zette zich af. Met een enorme sprong dook hij naar de keel van zijn tegenstander. Hij voelde hoe zijn klauwen in de hals terecht kwamen en de strot aan flarden reten. Het warme bloed spoot uit de slagaders en Miles' armen werden bedekt met het rode, plakkerige vocht.
De razende Garou zakte langzaam en gorgelend in zijn eigen bloed in mekaar.
Miles wou zich bijna tevreden wegdraaien om te kijken welke packmate zijn hulp kon gebruiken, maar zijn tegenstander haalde nog uit in een laatste wanhoopspoging. Hij raakte Miles' dij zwaar en Miles voelde zich duizelig worden. Toen hij naar beneden keek, zag hij zoveel bloed dat er wel een slagader geraakt moest zijn. Hij keek weer naar zijn aanvaller, maar die lag in een onwerkelijk grote plas bloed met opengescheurde keel en bewoog niet meer.
Een steeds lichter gevoel in zijn hoofd maakte zich van Miles meester. Bloedverlies, veronderstelde hij. Hij zocht steun bij de grote boom maar zijn klauwen tastten in het niets en hij zakte door zijn knieën. Er begonnen vlekken voor zijn ogen te dansen en tussen die vlekken door zag Miles hoe de klaarblijkelijke Alpha van hun aanvallers zijn pistolen trok en op hem richtte. Miles was te versuft om te reageren. Het laatste wat hij zag was hoe een donkere schim voor hem sprong. Toen werden de vlekken zo groot dat hij enkel nog zwart zag.
Zijn afzichtelijke, massieve lichaam sloeg tegen de grond, waar het hevig bloedend en zwaargewond bleef liggen.
door malkav achterban(k), 4958 / 7020 gepost: 16-2-2007 om 16u56
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura keek langs de waanzinnig geworden Garou en zag zijn metgezel wild opspringen. Achter en naast zich hoorde zij het gebrul en geweld van haar packmates die ook fel strijd leverde. Doordat zij zich moest concentreren op twee tegenstanders was het onmogelijk geworden voor haar om haar metgezellen in de gaten te houden.
Sakura draaide ietwat naar rechts weg zodat haar tegenstander ook gedwongen was om zijn benadering aan te passen. De reeds gewonde, en waanzinnig geworden, Garou stapte op haar af en kwam hierdoor in het zichtsveld van de vrouwelijke Garou te staan. Toen de Garou zijn gespierde arm ophief om een vernietigende klap te plaatsen stapte Sakura bliksemsnel in en stootte zij haar been in een rechte lijn naar boven.
De onderkant en hak van haar voet raakte de Garou vol in zijn gelaat. Er was duidelijk het versplinteren van botten te horen en de muil van de weerwolf bleef in een eigenaardige positie staan toen Sakura haar been wegtrok en terugstapte. De Garou sloeg wild om zich heen in een blind patroon van woede en pijn. Sakura zag dat zijn ogen gevuld waren met bloed door de hevige impact. Hij zakte door zijn poten en leunde op zijn armen, zachtjes knikkend met zijn kop. Uit zijn muil dropen klonterige slierten bloed en speeksel. Hij was zo goed als uitgeschakeld, of zou op z'n minst geen grote bedreiging meer vormen voor haar, voorlopig. Sakura's ogen schoten naar links, de plaats waar haar andere tegenstander was geweest.. Ze was spoorloos! Plots zag zij een schim van rechts komen en een fractie van een seconde later voelde zij een verscheurende pijn in haar zijde. Ze zag bloed en weefsel, háár bloed en weefsel, van de klauw afspatten die haar zojuist zo hard geraakt had. Ze zakte met één knie tegen de grond door het geweld. Ze moest braakneigingen onderdrukken en schudde haar hoofd eenmaal om de zwarte vlekken voor haar ogen te verwijderen. De vrouwelijke Garou was niet op haar afgekomen. Ze had zich achter haar metgezel omgewerkt om Sakura te raken vanuit de enige blinde vlek die ze zou hebben nadat zij terugstapte van de aanval op de kerel. Deze tante was goed.
Sakura voelde hoe haar vacht langs haar rechterflank warm en vettig werd, om over de priemende pijn maar te zwijgen. Ze mocht niet opgeven en trachtte op te staan. Dit kostte haar meer moeite dan verwacht.. In positie komen voor een aanval zat er niet snel in, ze was geheel open.
Ze stond recht en hief haar klauwen. De vrouw deed weer eenzelfde verscheurende haal richting Sakura. Ze concentreerde zich, ze zou weer de betere positie moeten krijgen binnen deze dans om ook maar enige kans te maken. Sakura voelde de windverplaatsing toen zij de klauw op haar af zag komen, toen dook ze in elkaar terwijl haar gewrichten en spieren onnatuurlijke bewegingen maakte. Haar collosale lichaam kromp snel ineen terwijl de mokerslag van de vrouwelijke garou in het wilde weg over haar heen raasde. Sakura kwam op haar vier poten terecht met haar staart hoog in de lucht. Ze zakte door haar voorpoten en liet haar vlijmscherpe grimas zien. Langs haar flank zaten drie diepe rechte wonden, alsof haar huid en vacht door een scalpel was gespelen daar. Het bloeden was haast gestopt, vetweefsel en roze pezig vlees was te zien in de brede sneden.
Plots klonk er een oorverdovend schot niet ver achter haar gevolgd door een klagelijke huil.. Sakura kon niet omkijken, ze moest erop vertrouwen dat haar metgezellen even kranig verzet zouden bieden als zijzelf. Iets waar zij het volste vertrouwen in had. Ze maakte zich klaar om haar tegenstander te bespringen vanuit haar lupusvorm, een laatste aanval.. Deze zou moeten slagen om Sakura nog enige kans te bieden in het verdere verloop van dit gevecht. Er waren namelijk nog meer tegenstanders.
door DeHeld Stamgast, 4925 / 6056 gepost: 16-2-2007 om 22u39
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Op deze manier krijg je een Crinos er niet onder, Dwaine, vertelde hij zichzelf het overduidelijke, en hij concentreerde zich om zijn klauwen toch al in Crinosvorm te krijgen. Gelijke wapens, als al niet hetzelfde formaat. Hij voelde dat zijn vingers in scherpe haken eindigden en merkte dat zijn armen gespierder en behaarder waren dan zijn overige lichaam. Zelfs voor een bovennatuurlijk wezen zag hij er vreemd uit, als een metis, als een puzzeldoos wolfonderdelen. Het hielp natuurlijk wel. Verder nam Dwaine zich voor zijn wilskracht in te zetten om alle pijn te onderdrukken. Dat zou zeker psychologisch een grote steun zijn.
Zonder zoveel als een adempauze wierp de andere Garou zich op de disproportionele ledematen die Dwaine nu hanteerde, en slaagde er welhaast in om zijn eigen uitsteeksels te begraven in de spieren. Zoals het was, kreeg hij er nauwelijks greep op en de klauwen scheurden zijn kledij en ploegden door de huid zonder vitale onderdelen te raken. Dwaine was een taaie gast. Zijn eigen rechterklauw ging met een onderarmse zwaai tussen de armen van de ander, de vingertoppen vooruit. Dwaine beukte naar voren, want als hij de Crinos aan het wankelen kon brengen, zou die zijn slag zeker niet afweren. Tot zijn verrassing, en tijdens het gevecht, zelfs voldoening voelde hij zijn nagels door het weke vlees gaan en in de smurrie en het bloed daarachter terecht komen. Zijn slag was dus onder de borstkas aangekomen en had doel getroffen in de ingewanden van de ander. Bloed en week weefsel bleven achter als Dwaine zich weer los maakte. Er zat een gapende wonde in de buik.
Maar nu had hij teveel geriskeerd. Hij stond bijna gezicht tot gezicht met zijn tegenstander, en besefte dat hij zich had laten vastgrijpen. De Crinoskop voor hem opende zich, twee rijen tanden ter hoogte van zijn ogen. Zijn schouders zaten geklemd in de houdgreep, en zijn hoofd kon slechts met enige spierverrekkingen ver genoeg achteruit om niet in het gezicht gebeten te worden. Als hij nu minder goed kon zien, was het gevecht afgelopen. Blindelings tastte hij naar de strot, voelde die onder de behaarde huid en duwde zijn nagels erin.
Dat kon niet erg veel pijn gedaan hebben. Toch liet de ander hem los, goed wetende dat achter zich genoeg manoeurvreerruimte was, iets waar Dwaine niet zo op kon bogen. Snel keek hij over zijn schouder. Miles had een of andere Crinos, in leer gehuld, tot een hoopje ellende herleidt. Hij had duidelijk ook wel zelf moeten incasseren. De knallen die Dwaine eerder niet bewust had gehoord, waren pistoolschoten geweest. Een of andere maniak met een lange baard en twee schietijzers in een trenchcoat had zich ermee bemoeit. Jezus, dacht Dwaine, ook dat nog. Het was niet Miles zelf, maar een Lupus die getroffen was, voor Miles. Dat zag er niet hoopgevend uit. Ze waren aan het verliezen. Het enige dat telde was in de eerste plaats het gedrocht dat hem wilde ombrengen.
Hij bracht zichzelf weer terug en zag dat de ander hem in de flank wilde aanpakken, al klaarstond om hem naar de keel te springen. Kapitale fout. Dwaine was linkshandig, dus zou een aanval op zijn rechterflank lang niet zoveel effect sorteren. Dwaine bukte zich en nam met zijn linker hand zijn rechterhand vast, zodat zijn dubbelgeplooide arm vooruit stak. Met al zijn kracht stootte hij zijn tegenstreven in de borst. Dat was niet verwacht, merkte Dwaine. Om zijn hoofd klauwden machteloos twee armen en het woeste gegrom ging over in een blazen, en dan kermen. Een elleboog in je ribben doet geen deugd, als je op een zware tegenstander afspringt. Jammer genoeg lukte het hem niet om met die stoot ook al dat lompe gewicht van een Crinos te doen kantelen. Als Dwaine zelf in voledige gevechtsvorm zat, had het kunnen werken, daar was hij zeker van. Dan maar de arm strekken. Voor de tweede keer voelde hij de warme lichaamssappen op zijn rechterhand, toen die landde op de wonde. Die zwakke plek was de kortste weg om het gevecht te beëindigen.
Dwaine volgde de andere op zijn terugtocht en haalde uit met zijn linkerklauw, om de wonde te verbreden met extra sneden. Zijn rivaal kon niet snel genoeg wegduiken. Het deed Dwaine geen deugd om anderen zo te doen lijden. Het was een keuze geweest die hem was opgedrongen. Voor hem lag een Garou, zo gewond dat hij rochelend ademhaalde. Ofwel was zijn long geklapt en stond hij er erg slecht voor, ofwel stroomde er bloed zijn maag in en was hij aan het kokhalzen. Het laatste leverde het meeste tijd op voor de dood intrad. Hij zag er ook niet meer zo groot uit als tijdens het gevecht. In zijn ogen lagen haat en verbazing en Dwaine wendde zijn blik af, om het zichzelf niet moeilijk te maken.
Bovendien zaten ze nog steeds in de penarie. Miles lag in een plas bloed, die was niet meer rechtgekomen. Een Lupus, dat moest wel Maya zijn, lag vlakbij, ook bewegingsloos. Sakura was de enige die ondanks alle bloedsmeren nog steeds waakzaam was. Ze stond tegenover een vrouwelijke garou in Crinosvorm. Die vent met zijn baard stond vrij afzijdig, een logische keuze met vuurwapens. De laatste bedreiging was een garou zo zwart als een gorilla, met rugweg dezelfde afmetingen en een rituele speer. Dwaine's minst favoriete tegenstander. Zijn alfa was bezig, iemand haar rug dekken. Met de moed der wanhoop dan maar...
door Ulfgar pluijmvee, 2077 / 2151 gepost: 17-2-2007 om 15u38
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Ze was de hele tijd zwak geweest... Toen het schot gelost werd, kon ze niet anders dan in de ban ervan springen. Ze wist dat zij zelf niet voorbestemd was om in gevechten te komen. Ze was altijd al een zwakke daarvoor geweest. En het was de wet van de natuur om de sterksten te laten overleven. Toen ze het schot wat voor Miles bedoeld was opving, was dat haar eigen keuze geweest. Ze hoopte dat ze daarmee het pakt dienst had gedaan.
Het was de wil van de natuur geweest en ze was teveel in de natuur opgegroeid om hiertegen te vechten. Je kon deze moedeloze strijd simpelweg niet winnen. En als Gaia het had gewild, had ze wel de oplossing gevonden. Dat had ze niet gedaan, dus moest er maar snel een einde aan komen.
De pijn van het zilver deed haar gehele lichaam een brandend gevoel aan. Nog kort hijgde ze na, waarna het al snel zwart voor haar werd. Maar ze zou terugkeren naar de geesten. Haar eigen geest zou opgenomen worden in de gehele wereld der geesten en ze zou vanaf daar haar taken gaan voldoen. Althans, zo geloofde ze. Zo had ze dit ook geleerd van haar mentor en daarin moest ze ook wel geloven. Het deed haar pijn dat ze nooit echt Sakura had kunnen bedanken voor het feit dat ze haar niet echt had leren kennen. Voor een tweevoeter had ze niet slecht gereageerd.
Waarom koos ze eigenlijk voor Miles, vroeg ze zich in de laatste seconden voor bewusteloosheid nog af? Haar keuze was haar ingegeven door Gaia, zo moest het antwoord luiden. Zij had ervoor gekozen om het geesteskind te beschermen. Het geesteskind is een bewonderenswaardig krijger, die de groep nog hard nodig zal gaan hebben. Daarbij was hij ook nog de enige die met Geesten zou moeten kunnen omgaan. Daarmee moet hij behouden worden voor de Roedel.
Het had haar van tevoren wel verbaasd dat ze zelfs de woede hiervoor durfde in te zetten. Normaal koos ze voor een subtiel gevecht, maar vanwege de plotselinge aanval was hier geen mogelijkheid toe geweest. Daarom moest het hard tegen hard. Tegen haar eigen volk nog wel...
door Zorbalt Moorderator, 4137 / 5435 gepost: 19-2-2007 om 20u31
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Op deze speciale, maar inmiddels krachtloze plek in het serene woud was een waar slachtveld ontstaan. De roedel uit Cutters Mine werd meedogenloos aangevallen door een woedende overmacht. Het brullende geluid uit de kelen van de aanwezige Garou klonk hard in de koele nacht, af en toe schel onderbroken door revolverschoten die zwaar door galmden tussen de zwijgzame bomen.
Hier en daar was de grond ietwat modderig van het rondspuitende stroperige levenssap. In een vieze glanzende poel nabij de oude boom lagen het naakte lichaam van Schaduwloper en het harige lijf van zijn tegenstander gebroken op de grond. Niet ver van hen lag een kleine wolf totaal bewegingloos op haar flank in het zand.
De nog staande Garou bewogen rond elkaar, schijnbewegingen makend daagden zij elkaar uit, een millennia oud spel. De gehele situatie was anders gelopen dan beide packs hadden vermoed. Aan beide kanten waren slachtoffers gevallen. Beide packs hielden kortstondig in. Iedereen op de vlakte voelde wat er gaande was. Er waren Garou gevallen, en die leegte was te voelen, of het nu vriend of vijand was. Er klonk een eigenaardig huilen van de wind langs de skeletachtige boom in hun midden. Ieder monster hier aanwezig voelde zich een kortmoment treurig, maar tijd om te rouwen was er nog niet.
Niet ver van de gevallenen had Dwaine Doyle zich naar zijn nieuwe tegenstander gedraaid, een schaduwzwarte weerwolf, bewapend met een rituele vechtspeer. Aan zijn voeten veranderde de door hem gedode Crinos langzaam terug in zijn menselijke geboortevorm. Het monster kromp ineen, tot er een levenloze bleke jongeman met halflang vettig haar overbleef. De grove wonden in zijn onderbuik en aan zijn hals lekten geen bloed meer. De verandering naar de veel kleinere homide vorm drukten zijn vlezige ingewanden gedeeltelijk naar buiten.
De bloeddoorlopen ogen in de brede zwarte kop van de zwarte weerwolf keken vol ongeloof naar zijn gesneuvelde roedellid, Hij had het net als ieder ander gevoeld, maar zag nu voor het eerst de tragiek van dit gevecht. Hij hief zijn hoofd en speer omhoog en keek Dwaine vol moordlust aan. De sportieve jongeman veranderde voor zijn ogen in een groot harig en gespierd monster.
Schuin achter hen had de Witte Lotus een van haar tegenstanders verslagen. De schedelfractuur die hij had opgelopen was voor iedere sterveling fataal geweest en de vraag was of hij er geen permanente misvorming aan over zou houden. Ze maakte zich klaar om zich van de ander te ontdoen. Deze Garou bleek een goed getraind vechtster te zijn. Instinctief voelde de Kailindorani aan dat ze in deze vrouwelijke strijdster een gelijke had gevonden.
Op enkele meters van hen af richtte de oude Alpha van de vijandelijke roedel de glanzende lopen van zijn schietijzers op Dwaine, de menselijk ogende vechtmachine met zijn krachtige klauwen.
Plotseling was er een verschuiving in de lucht te voelen.. Vluchtig keken zij, die nog konden staan, om zich heen, afgeleid door geuren en geluiden die ze eerder nog niet hadden opgevangen. Tussen de bomen rond de cearn was in de verte een lichtspel te zien en een diep brommend geluid stak zo af en toe boven de wind uit. Het werd weer rustig in het woud en de lage mist die sinds hun aankomst vanuit de bosrand over de vlakte had gekropen was nog het enige wat te zien was.
Een kort moment staakten allen het gevecht en keken toe hoe verschillende rechte lansen van fel licht spookachtig tussen de bomen door priemden in gezelschap van het oorverdovende, maar bekende geluid van motoren. Het geluid van de voertuigen haalden beide packs uit hun concentratie.
Vanuit de bosrand kwamen meerdere crossmotoren aangereden die een boog rond de open plek wilden maken. De coureurs, vier in getal, waren gehuld in motorkleding en helmen Ze reden brommend en ogenschijnlijk zonder enige angst om de monsters heen en trokken hun handwapens. Toen reed er vanuit de bosrand een grote stoffige quad met daarop twee personen. Nadat deze gestopt was stond de passagier op en legde een groot jachtgeweer aan wat hij op de Alpha van de moordlustige roedel richtte. Deze keek woedend om zich heen en zag dat er meerdere lopen op hem gericht waren. Nijdig spuugde hij een speekselklodder op de zanderige grond.
De kerel die van het kleine vierwielsvoertuig was afgestapt leek rechtstreeks uit een truckerskroeg te komen. Zijn kapotte spijkerbroek en geruite blouse zaten onder de smeervlekken en zijn blonde gekrulde haar kroop onder een rode cap vandaan. Hij had een blonde ongeschoren kop en om zijn nek droeg hij een rode zakdoek. Zijn ogen keken fel en helder. Hij richtte zich tot de oudere man in zijn lange leren jas die in proportie was geslonken en het bijna gebroken aandeed.
”Hé Clint, die blaffers omlaag.”
De Alpha siste tussen zijn tanden, maar liet zijn revolvers zakken. De rest van zijn roedel keek gespannen naar de twee mannen die nabij de ingang van de cearn tegenover elkaar stonden. De oude man ontspande de hanen van zijn wapens. Zijn stem klonk grommend en verwijtend.
”Joe Bledson, ik had het kunnen weten.”
De ander knikte naar de grote monsters die rond de oude boom stonden, nog steeds gevangen in een gespannen stilte.
”Neem je puppies mee en verdwijn. Dit deel is niet van jullie.”
De oude man gromde verbeten ”Ook niet van jou!”
In antwoord laadde de trucker zijn shotgun door en deed dreigende stap naar voren.
”Opgesodemieterd! Slechts een woord en mijn broers en zwagers trakteren jou en je maatjes op een portie zilver waar een juwelier jaloers op zou worden. Scheer jullie weg verdomme! Jullie hebben hier niets te zoeken.”
De Alpha keek vol haat in de richting van de twee nog actieve tegenstanders. Zijn stem trilde…
”Dit is ons gevecht Wyrmgebroed. Als wij de dood van onze broeders hebben gewroken zullen wij gaan.”
De man die Joe Bledson bleek te heten richtte de loop van zijn wapen op de borst van zijn gesprekspartner. Zijn stem klonk zacht en dreigend.
”Je krijgt van mij tien tellen om jezelf en wat er nog over is van je roedel van deze plek te verwijderen. Zo niet, dan laat ik jullie verwijderen. Als jullie jezelf dood willen vechten dan is dat prima, maar ik ken jullie soort. Daaraan is geen eer te behalen. Die anderen blijven hier. Zij behoren vanaf nu bij ons.”
”Ze hoorden altijd al bij jullie.” Grommend, maar duidelijk verslagen stopte de oude man zijn revolvers terug in de holsters aan zijn gordel.
"Ik raad aan dat je met een oog open slaapt Joe Beldson. Wij komen terug. En dan zullen een paar zilveren kogels ons niet tegenhouden."
door DeHeld Stamgast, 4943 / 6056 gepost: 22-2-2007 om 12u58
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Dwaine, een gespierde verschijning in zijn alledaagse vorm, was een boom van een vent. De verandering naar Crinos maakte hem eerder een soort rots. Zijn torso zwol in gelijke mate met zijn lengte, tot het een gewelf van ribben en spieren was. Zijn klauwarmen zwaaiden als balken naast zijn lijf, en hij stond verankerd door zijn menshoge dikke poten. Bovenaan de gekromde rug staarde zijn wolfgezicht, naar canismaatstaven evenzeer afgeplat als zijn Homid-gezicht voor mensen leek, woedende blik op de tegenstander en sporen van kwijl in de vacht onder zijn kin. Dwaine was, in een woord klaar om het uit te vechten.
Het vergde dus even om hem uit zijn concentratie te halen, want de aankomst van een derde bende gemotoriseerde Garou kwam onverwacht. Roerloos bestudeerde hij de confrontatie tussen "Clint" en de nieuw toegekomene.
Denken is niet de sterkste kant van crinos, hun gedachten zitten zo dicht opeen dat ze zich altijd door een mist moeten banen. Dwaine wist van zichzelf ook dat hij nooit prijzen zou winnen. Hij was niet dom, maar luiheid of desinteresse veroordeelden hem tot de middelmaat in het beste geval. Eigenlijk concentreerde Dwaine zich eerder op de race dan op het doel. Hij probeerde zijn door adrenaline aangedreven gedachten te onderdrukken en draaide zich naar zijn gevallen tegenstander. Het zag er niet naar uit dat die zijn klappen zou overleven en ondanks alles vulde dat Dwaine met spijt. Hij had het niet gewild, zou het in een eerlijk gevecht ook nooit gedaan hebben. En nu zag het er naar uit dat het ook niet echt nodig was geweest. Maar zijn tegenstanders lieten zich niet makkelijk vermurwen. Zij haalden bezitterig het lijk weg en Dwaine werd herinnerd aan zijn eigen gewonden.
Zijn blik kruiste die van Sakura en hij knielde neer bij Miles en Maya, die vlak bij elkaar ingestort waren. Hij was bepaald geen expert. Het verplichte uur EHBO voor de overlevingstocht die hij had ondernomen, een veredelde campingtrip, had hij ergens naar de onderste laden van zijn geheugenkast verbannen. Dankzij zijn Garou-gestel had Dwaine zich nauwelijks al eens geblesseerd. De zaak was echter duidelijk genoeg. Hij bestudeerde beiden even aandachtig, bleef even stilzitten naast de Lupus en zette zich achetr Sakura. Op dit ogenblik kon hij nog niet veroorloven om Crinos in te ruilen voor een hem meer comfortabele rol.
Hij legde zijn klauw even op haar schouderbald, om te laten voelen dat hij het was, en dat hij er was - klaar als er heibel kwam. Als alfa zou zij het praten moeten doen, en dan moest ze dit weten.
"Miles is behoorlijk toegetakeld, die blijft neer. Ik denk dat Waar-Niemand-Voelt dood is. " pas later zou hem opvallen dat hij Miles aansprak met zijn Homid naam, en Maya met haar Garou-naam.
door Zorbalt Moorderator, 4140 / 5435 gepost: 23-2-2007 om 0u00
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Op de plek waar enkele minuten geleden nog een kleine oorlog werd uitgevochten, gingen de strijdende partijen nu uit elkaar. De agressors besloten met tegenzin eieren voor hun geld te kiezen en namen hun doden en gewonden mee. Buiten hun oude Alpha bleven de andere leden van de gevechtsroedel in Crinos en waren ze allen duidelijk op hun hoede. Aan hun nijdige blikken konden alle aanwezigen afleiden dat geen van de Ahrouns achter de beslissing van hun leider stond om met de staart tussen de poten het slachtveld te verlaten. Zij waren echter gebonden aan het bevel van de oude cowboy en toen deze zijn ondergeschikten de opdracht gaf om zich terug te trekken slenterden zij tussen de pruttelende motoren door de bosrand in. Al snel was er van hen geen spoor meer te bekennen.
Joe Bledson stapte verder de open plek op. De koplampen van de stinkende voertuigen schenen hem bij en toonden hem de vier overgebleven weerwolven. Slechts twee van hen waren nog capabel genoeg om zich te verweren. De anderen waren reeds overleden of op sterven na dood. Hoewel zijn familie hem zou beschermen als de vreemdelingen het in hun koppen zouden halen om hem te belagen, voelde hij zich ietwat onbehagelijk. Hij merkte hoe de innerlijke woede als een damp om het grote monster heen hing. Het dierlijke instinct maakten dit soort monsters onberekenbaar. Een valse hond kon je doodtrappen of neerschieten, maar dit soort creaturen waren niet zo gemakkelijk klein te krijgen. Hij besloot zijn dubbelloops jachtgeweer aan haar band over zijn schouder te hangen. Een vriendelijk gebaar. Zijn keel was kurkdroog en zijn stem klonk daardoor ietwat hees.
”Howdy, ik ben Jonathan en dit, de man wees ietwat nonchalant naar de gewapende kerels om hen heen, is mijn familie…althans een deel daarvan. Ik zal hen vragen om de schietijzers te laten zakken, als jullie zo vriendelijk zijn om jullie ware gezichten te tonen. Hij glimlachte wrang…Dat praat wat makkelijker.
De trucker richtte zijn blik op de Metis en de Lupus die niet ver van hen op de grond lagen. ”Eeuwig zonde…a fucking waste. Als we hier iets sneller waren geweest...” Hij schudde mistroostig zijn hoofd en keek een kort moment naar de grond.
door malkav achterban(k), 4966 / 7020 gepost: 23-2-2007 om 21u54
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Wat was dit allemaal? Voor zover Sakura wist behoorden zij tot niemand. De Alpha noemden Joe Bledson en consorten wyrmgebroed. Dat kon ruim te interpreteren zijn als ze van doen hadden met 'conservatieve' Garou. Op zich was hun timing niet slecht geweest.. Ze veranderde terug naar glabro gedaante en voelde dat haar wond gedeeltelijk genezen was.. In lupus vorm waren wonden op de een of andere manier dragelijker. Waarschijnlijk hielp het gebrek aan rationaliserings vermogen de pijngrens omhoog. De ware schade van het gescheurde vlees zou wat langer de tijd nemen om geheel te genezen. Sakura bekeek het voormalige slagveld goed en haar oog viel direct op Maya en Miles.. Zo te zien leefde Miles nog maar was hij er slecht aan toe.. en Maya. Sakura voelde een klauw op haar schouder en wist instinctief dat dit Dwaine was. Zijn stem klonk bitter en raspent.
"Miles is behoorlijk toegetakeld, die blijft neer. Ik denk dat Waar-Niemand-Voelt dood is."
Sakura knikte naar Dwaine en keek langs hem naar de jonge wolf. Nog half in in de conclussie van het ontmoeten van Joe Bledson en de Alpha richtte Sakura zich tot Dwaine terwijl ze langzaam, met haar handen enigzins omhoog, richting de lichamen van haar gevallen packgenoten liep. *"Als lupus heeft ze een heel kort leven mogen genieten. Hier ligt ze op een ontheiligde plaats, gestorven voor idealen die oprecht waren. Maar zonder reden,.. misschien een reden die diep in ons onderbewustzijn ligt verstopt? Maya zal nooit meer leren waarom ze precies gestorven is.. We zullen haar naam eer aan moeten doen Dwaine. Nu we met zijn tweeën zijn verwacht ik wat meer eigen initiatief, begrijp je me? "*
Ze knielde naast Maya en streek met haar handen langs haar met bloed en aarde besmeurde manen. Ze maakte haar bek en hoofd schoon zodat ze wat vrediger oogde. Sakura ging met haar hand over de ogen van de wolf en sloot deze voor de laatste keer. *"Het spijt me Waar-Niemand-Voelt, je hebt dapper gevochten en ik kan niet anders zeggen dat ik het een eer vond om samen met je te dienen in deze pack meisje. Je dood was er een die bezongen zal worden, hoe nutteloos hij ook mag lijken in verbitterde ogen. Dat beloof ik. "*
Sakura veranderde terug in haar Homid vorm en stond op. Ze liep langs Miles en bekeek zijn wondes. Ze zag de een gapende wonde op zijn borst en een opengereten dij die erg hard gebloed had. Miles ging voorlopig nergens naartoe. Een zwaren dobber voor degene die hem moest 'begeleiden'.. Al wist Sakura niet waarheen..
Ze moesten weg van hier. De missie zou gestaakt moeten worden, voorlopig althans. Dat stond als een paal boven water. Aan de wondes van Miles te zien zou dit wel eens enkele dagen kunnen duren. Dagen die ze niet konden missen. Ze verloren terrein op Alpha01, en ze mochten een situatie als vanavond niet meer uitlokken. De volgende keer zouden ze te erg in de minderheid komen. Ze zouden afgeslacht worden.
Ze liep op de man af die duidelijk uit het gebied moest komen. Ze kenden de weg kennelijk goed naar deze Caern. Vooralsnog twijfelde Sakura of ze hier met Garou te maken had of Kinfolk. Ze zou wat voorzichtig zijn als het aankwam op gespreks stof handelend rond de Garou maatschappij.
"Als u ons weg kan leiden van deze plek, gaarne. Tijdens de reis zullen we een andere vorm aan moeten nemen om onze packgenoten mee te kunnen nemen. Dat moet u begrijpen meneer Bledson.. Ik wil u en de uwen ook nog bedanken voor het storen van deze zinloze slachtpartij, en ik vraag me af of het wel uitgemaakt had als u hier eerder was geweest. Misschien was het resultaat dan nog desastreuser geweest met nog meer slachtoffers aan alle drie de kanten."
Sakura keek naar Dwaine, in afwachting of hij nog iets wilde toevoegen.
door Zorbalt Moorderator, 4142 / 5435 gepost: 23-2-2007 om 23u01gewijzigd door Zorbalt 23-2-2007 om 23u38
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
De man nam zijn smoezelige pet af en veegde met de mouw van zijn bloes het parelende zweet van zijn voorhoofd. Daarna mompelde hij iets in zichzelf en keek moeizaam achterom, waar de quad geparkeerd stond. ”Jeff, haal Mary.” De stem van de trucker klonk dwingend, maar de bestuurder van de kleine vierwieler twijfelde. Joe deed een stap in zijn richting om zijn woorden kracht bij te zetten…”Heb je stront in je oren! Er liggen er daar dood te gaan, verdomme!”
De bestuurder van de quad kwam geschrokken in beweging en gaf gas. Het voertuig reed in een scheve bocht al schokkend de bosrand in. Ondertussen schreeuwde Jonathan Bledson als een generaal zonder uniform naar zijn gemotoriseerde manschappen en gaf hen het bevel om de omgeving in de gaten te houden. Iedereen verwachtte duidelijk dat de verslagen roedel zou wederkeren.
De trucker zette resoluut zijn pet weer op en pakte een verfrommeld pakje shag uit de kontzak van zijn spijkerbroek. Ietwat zenuwachtig draaide hij een peuk. Hij sprak zonder de anderen aan te kijken.
”Wij wonen hier niet zo heel ver vandaan. Ik verwacht dat ze over iets meer dan een half uurtje hier is. We zullen tezamen bidden voor hun herstel.”
door malkav achterban(k), 4967 / 7020 gepost: 24-2-2007 om 20u29gewijzigd door malkav 24-2-2007 om 20u39
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura bekeek de kale opening en de boom met haar talloze ritualistische versieringen in haar takken. Haar ogen gleden langs Maya en Miles.. Had ze gefaald als Alpha? Neen, ze zocht een doelwit om haar woede op te fixeren. De andere pack gaf ze vooralsnog het voordeel van de twijfel. Als zij de vlakte niet waren opgegaan waren ze midden in het woud het doelwit van hen geworden. Dan hadden zij er zeker slechter voor gestaan. Dit alles bleef de schuld van hun zogenaamde 'opdrachtgevers'. Miles moest er snel bovenop komen de aankomende dagen. Sakura was nu meer gedreven dan ooit. Ze wist zeker dat dit ook het geval zou zijn bij Miles. De blikken die ze inmiddels gewisseld had met de zwijgzame Dwaine, die boven haar uit torende in zijn Crinos vorm, hadden ook al boekdelen gesproken. Het voelde veilig en vertrouwd om hem aan haar zijde te hebben. "Blijf in deze vorm Dwaine."
Ze stapte op de oude Bledson af, nog steeds met haar handen ietwat geheven.
"Ik waardeer dat u voor hen wil bidden en ons veiligheid en hulp kan garanderen totdat we kunnen vertrekken hier,.. maar ik vrees dat iedere vorm van hulp te laat zal zijn voor een van mijn vrienden.. ze is al heengegaan... We willen wat tijd alleen. Ik zou u willen vragen of u toch wat enige afstand kan nemen van ons terwijl jullie waken en wachten op jullie familielid... dat kan toch wel? Dōmo arigatō Joe ", Ze keek de man vriendelijk beleefd aan en boog haar hoofd ietwat zijwaarts. "Dankjewel." Sakura maakte een kleine buiging en draaide om.
Ze liep terug naar haar metgezellen onder de treurige boom waar Dwaine waakzaam recht stond in zijn Crinos vorm.
door DeHeld Stamgast, 4947 / 6056 gepost: 25-2-2007 om 0u43
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het was in Crinos niet makkelijk om rustig na te denken, en Dwaine voelde meer ergernis dan nodig bij de tegenstrijdige instructies van Sakura. Hij besloot zich te houden aan het deel over meer initiatief en toch in Glabro te veranderen, maar eerst knielde hij een tweede keer in stilte neer bij Maya.
In die houding ging hij weer over in tussenvorm. Dat maakte het makkelijker om te praten en te denken. Ze waren in een val gelopen, en als dat nog eens gebeurde nu, stonden ze er toch niet goed voor. Nu er enkele rustige momenten waren gepasseerd leek het Dwaine dat de tijd was gekomen om te overleggen. De anderen waren op respectabele afstand, een aanval leek niet waarschijnlijk en als ze wat zacht spraken zouden ze ook niet afgeluisterd worden.
"We hebben niet veel tijd. Elk moment kunnen die Garou op hun stappen terugkeren en onze terugtocht proberen blokkeren. Als we alleen proberen gaan, jagen ze op ons. Wat erger is: we hebben bijna helemaal geen informatie. We zijn hier blindelings in gestormd. Weinig andere keus dan met deze lui weg te trekken. We moeten meer te weten komen over wat hier net gebeurd is, en over wat hier eerder gebeurd is. En als het even kan, over Alpha01. Maar niet voordat we voor Miles en Maya hebben kunnen zorgen. ".
Totnogtoe had hij niet veel nieuws kunnen aanbrengen. Bledson zag er normaal genoeg uit. Hij voelde zich niet op zijn gemak bij Crinos en maakte dat komische, hulpeloze gebaar dat mensen altijd maken als ze willen duidelijk maken dat ze geen kwaad in de zin hebben. Het klonk zelfs alsof hij het goed voorhad, en hij had merkbaar geen goede relatie met de Garou die hen net hadden aangevallen. So far so good. Maar hij had zijn tegenstanders niet verslagen. Hij had hen weggejaagd. Voor zover Dwaine kon vaststellen had hij hun veiligheid enkel op korte termijn gegarandeerd. Hoe nodig dat ook was, het maakte Dwaine nerveus.
Ze zaten vlakbij het visserskamp en dat was vlakbij de plaats waar de jeep was uitgebrand. Het kon dus niet anders of ze zouden antwoorden krijgen.
Hij probeerde een glimlach uit zijn smoel te persen en keek Sakura bemoedigend aan.
"Hey, geen zorgen, ik ben zeker dat we binnen de korste keren in een betere situatie zitten. Hoe staat het met jouw verwondingen? ".
Dat laatste diende om haar een beetje af te leiden. Hij had niet toevallig een beter situatie voorgespiegeld, en niet louter een veilige. Hij probeerde uit te maken wat ze met Maya aan moesten. Het stond hem tegen om haar hier, op deze plek achter te laten. En als iemand haar zou dragen, zou hij dat worden, nam hij zich voor.
door Zorbalt Moorderator, 4145 / 5435 gepost: 25-2-2007 om 16u44gewijzigd door Zorbalt 25-2-2007 om 16u44
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Tijdens het lange wachten onder de heldere sterrenhemel bleef de wind spelen met de contouren en takken van de grijze boom. Talloze ornamenten van veren, botten, knoopwerken tot spiegeltjes en glas bewogen mee in de wind en brachten ook hun eigen geluiden voort. Hun gezang had geen inhoud meer, als het nog enige inhoud had was het een klaaglied geweest. Na vanavond was de plek nog doodser dan voorheen. Onschuldig bloed had hier nu enkele malen te veel gevloeid. Luna keek streng en eeuwig zwijgzaam uit over de plek en wierp lange schaduwen tegen eenieder die in haar licht stond.
De twee roedelleden uit Cutters mine knielden bij hun gevallen kameraden, beseffend dat enkel een wonder de bloedende Metis nog zou kunnen redden. In hun grieven vroegen zij zich af waarom het lot hen zo tartte. Zij vergaten de familie van Bledson. De motorrijders lieten uit respect hun voertuigen zwijgen en keken van nabij de bosrand naar de rouwende vormveranderaars die er nu beide menselijker uitzagen en daarmee minder angst opriepen.
De tijd leek stil te staan, maar toen werd de serene rust ruw doorbroken door het brommende geluid van de quad. Het voertuig reed schokkend de bosrand uit, twee felle lichtbundels op het centrum van de cearn gericht. De quad stond met ronkende motor stil aan de rand van de cirkel. Achter de bestuurder zat een meisje die haar begeleider stevig vastpakte en haar hoofd in diens nek duwde. Joe Bledson gebaarde wild naar hen en de quad kwam voorzichtig hun kant opgereden langs de vele rotsen. Aangekomen bij Joe trok de bestuurder zijn lederen jas open en haalde er een opgerold stuk stof uit. Joe Bledson nam het aan en liep naar een van de tassen die aan de quad hingen. Hij haalde er een kleine juten zak uit die hij aan zijn voeten legde. Hij ontvouwde de rol stof en sloeg deze uit. Het was een witte habijt met groene en zilveren versiersels. Hij liet de habijt over zijn hoofd zakken en haalde een rozenkrans uit zijn zakken die hij omhing. Hij legde zijn hand op de schouder van het meisje en hielp haar van de quad af. De bestuurder nam de juten zak voorzichtig van de grond en liep achter Joe en het meisje aan.
Het meisje liep ietwat op de tast in de richting van de grote naakte Metis. Ze was bleek en mager en haar nietsziende ogen schoten ongecontroleerd op en neer. Joe Bledson hield zijn ceremoniële gewaad ietwat omhoog, zodat de onderkant de bloederige zandbodem niet raakte. De bestuurder van de quad, een magere en kalende man, hielp het meisje om nabij het gewonde monster op de bodem te knielen. De motorrijders nabij de bosrand stapten van hun voertuigen en deden hun helmen af. In de schemering waren hun gezichten slechts spookbeelden. De zachte zanggeluiden die uit hun monden kwamen klonken vreemd. Begeleidt of misschien wel aangemoedigd, door dit zachte fantomenkoor nam de grote kerel in zijn maagdelijk witte habijt eerbiedig zijn pet af en gaf deze aan zijn naaste. Daarna ontknoopte hij de zak. Een zacht ratelend geluid was hoorbaar gevolgd door agressief gesis.
Voor zijn voeten beroerde de slanke kinderhanden voorzichtig de leerachtige huid van de monsterlijke weerwolf. Ze had een vreemde uitdrukking op haar gelaat toen haar vingers over het imposante lichaam gleden. Haar dof grijze ogen draaiden zo nu en dan geheel weg terwijl ze onverstaanbaar mompelde. Ze beroerde de gapende wonden met de palmen van haar handen en haar vader greep met een razendsnel gebaar in de zak. Het ratelende en sissende geluid zwol aan en toen Joe Bledson zijn grote hand omhoog stak zagen alle aanwezigen hoe hij de ratelslang vlak achter diens hoekige kop had vastgegrepen. De halflange krullen van de grote man zaten met zweet aan zijn schedel geplakt en overal klonk het prijsgezang van dit vreemde kerkkoor. Hij nam de slang nu wat verder vast langs zijn dunne lichaam. Het beest zou hem kunnen bijten als dit Gods wil zou zijn.
Terwijl het meisje zacht begon te beven, hield haar vader de muil van het serpent vlak voor zijn gelaat. Zijn ogen stonden wild, maar zijn stem klonk zacht.
”Heer, geef ons uw kracht. Een van uw zonen ligt hier voor onze voeten en zijn ziel is rein. Laat uw barmhartigheid over ons komen en genees zijn wonden, zodat hij er niet aan bezwijken zal. Want hij is een van Uw schepselen en zijn pad is nog lang. U heeft zijn zuster al tot U geroepen, zij zal dienen aan uw zalige hof,.. wachtend op haar broeders en zusters die Uw zalige pad nog bewandelen. Via de weg van het serpent vraag ik om Uw steun! Zie mij het serpent vastnemen, zie mij geen angst hebben van de Boze. Ik smeek U Heer, laat Uw heilige licht over ons schijnen!
Hij kuste het dier, dat nog steeds wild ratelde met het uiteinde van zijn staart en hield het al dansend boven zijn hoofd, geregeld moest hij de venijnige kaken ontwijken die richting zijn gelaat schoot.
Het lichaam van Schaduwloper begon hevig te trillen en zijn oogleden gingen razendsnel open en dicht. Tranen liepen over de magere wangen van het kind, maar onder haar tengere vingertjes leek het verwrongen en gescheurde vlees zich te herstellen. Allen roken zij een zurige lucht die zich meester maakte van de omgeving en uiteengereten werd door de fluitende wind.
Mary Bledson liet de handen in haar schoot vallen en hing uitgeput voorover op haar knieën. Net voor ze over de massale crinos dreigde te vallen hielp de kalende bestuurder van de squad haar overeind. Mary had een dunne streep bloed langs haar gelaat lopen. Haar neus bloedde een beetje en een scharlaken druppel hing aan haar kin. De man pakte een zakdoek en veegde het bloed weg nadat hij de zakdoek vochtig had gemaakt met zijn tong. Nadat het meisje haar kracht weer had teruggevonden liet ze zich weer op haar knieën vallen, geholpen door de man die haar vasthield. Ze raakte het lichaam van de weerwolf aan. Een lichaam waarvan de meeste wonden zich op wonderbaarlijke wijze hadden gesloten. Ze drukte haar handjes op de pompende borst van de metis.
Joe Bledson reikte met beide handen naar de hemel, terwijl er om hem heen een ingetogen gejuich losbrak. De ratelslang viel voor zijn voeten op de grond. Schaduwloper leek bij te komen...
"De Heer is machtig! Halleluja!"
door Assunkill Wandraak, 3770 / 5128 gepost: 25-2-2007 om 18u56
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Miles liep snel en oppervlakkig ademend door de te smalle steeg. Zijn mismaakte borstkas ging hijgend op en neer en het angstzweet liep in straaltjes langs zijn ruwe huid. Hij had er geen idee van hoe hij terecht was gekomen en nog minder hoe hij hier weer weg zou geraken. Doodsbenauwd was hij, en elke vezel in zijn lichaam schreeuwde dat hij moest vluchten. Maar iets dreef hem, ondanks alle angst, langzaam voorwaarts. In zijn linkerklauw voelde hij de energie van de d’siah tintelen.
De hoge muren leken hem in te sluiten. Daarboven zag Miles een wolkendek van dezelfde grauwte en donkerte als de rottende bakstenen in de muren. Die straalden een macabere flauw blauwige gloed uit. Onder hem waren de tegels gebarsten en glibberig. Regende het eigenlijk? Alles was vochtig, klam, maar vielen geen druppels uit de lucht.
Zijn hart bonsde in zijn keel en hij voelde het bloed in elke ader kloppen. Met de rug van zijn hand veegde hij het zweet uit zijn ogen en zette hij de volgende stap voorwaarts. Zijn d’siah leidde hem, maar waar was hij in godsnaam…?
Een helle, chemisch groene flits verblindde Miles. Hij hoorde het hysterisch lachen van een kind en toen een ijzingwekkend gekrijs van duizend maal duizend zielen die doodgemarteld werden. En toen was alles weg.
Aan een helse vaart liep Miles door het landschap. Hij was niet langer Crinos maar Glabro en zijn lichaam liep ongewoon snel. Stinkende, olieachtige regendruppels brandden als ze Miles’ huid raakten en hij versnelde nog.
In zijn armen droeg hij een meisje van een jaar of tien. Ze had lang donker haar en was gekleed in een besmeurd wit jurkje. Ze voelde klam en heet aan, alsof ze koorts had. Haar ogen waren onwerkelijk groot en diepzwart. Ze keken Miles vol begeerte aan. Zonder te stoppen met lopen kuste hij haar hartstochtelijk en zij kuste hem. Hij voelde hoe haar tere lichaam in zijn armen verstrakte toen zijn nagels door haar jurkje in haar vel drongen. De grote ogen waren gesloten, maar de duisternis erachter scheen door de dunne oogleden. Het meisje kreunde van genot. Haar lange tong drong bijna tot in zijn keel en Miles moest kokhalzen. Hij voelde zich misselijk wegdraaien, en kneep zijn ogen hard dicht om ze daarna weer wijd open te sperren.
Hij keek opnieuw in het gezicht van een meisje, maar dit keer waren haar ogen grijs en niet zwart. De grote ogen staarden hem aan maar leken dwars door hem te kijken. Miles’ gezicht vertrok van angst en hij wilde weglopen, maar hij merkte dat hij op zijn zij lag, in een soort modderpoel waarvan de slijkerige inhoud hem leek vast te zuigen. Alles rond hem stonk naar bloed, teveel bloed en hij kneep zijn ogen opnieuw dicht maar bij het openen keek hij opnieuw in haar vreemd magere gezicht. Zijn ademhaling versnelde en hij probeerde overeind te komen, maar het meisje haar handen drukten op zijn borstkas en zijn hele lichaam schreeuwde van de pijn.
“De Heer is machtig, hallelujah! ” Een onbekende stem galmde in Miles’ hoofd en rondom hem hoorde hij een gedempt gejuich. Hij zag verschillende gezichten naar hem kijken en pas toen hij Sakura en Dwaine herkende begon hij te twijfelen of hij nog wel aan het dromen was. Pas toen hij keek naar de tengere handen op zijn borst, en het verse littekenweefsel zag, begon het hem langzaam te dagen dat hij uit de nachtmerrie was gestapt. Het meisje en de mannen rond haar herkende hij niet, maar Sakura en Dwaine leken hen te vertrouwen. Hij veronderstelde dat zij de Garou waren waarmee ze daarnet hadden gevochten, maar dat het misverstand uitgeklaard was. Dat werd ook tijd, hij had bijna het loodje gelegd.
Moeizaam klikte Miles de sluitingen open en trok hij zijn armen uit de riemen. Hij voelde zich nog steeds duizelig, maar zonder de extra kilo’s rugzak kon hij zich overeind hijsen. Leunend tegen de massieve stam stond Miles recht, terwijl hij langzaam weer bij zijn positieven kwam. Hij voelde zich ongemakkelijk in zijn Crinosvorm, maar hij miste de kracht om zijn lichaam te transformeren. Als Crinos toornde hij boven alle andere aanwezigen uit. Zijn blik gleed over de mensen rond hem en zijn stem klonk hees toen hij vroeg: “Waar is Maya? ”
door DeHeld Stamgast, 4952 / 6056 gepost: 25-2-2007 om 20u40
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het was moeilijk om niet onder de indruk te zijn van het ritueel en de resultaten die het blinde meisje boekte. Omdat Sakura een tijdlang zweeg, had Dwaine zich opgesloten in zijn naargeestige gedachten, af en toe zichzelf onderbrekend om de bomen om hem heen af te speuren naar een teken van onraad... of van spionage.
Hij wist eigenlijk niet hoe je een roedelgenoot op de 'juiste' manier kon begraven. Hij wilde het aan Sakura niet vragen. Miles zou allicht raad weten. Die was goed met zo'n kwesties. Jammer genoeg lag hij voorlopig zelf sterven. God betere, Dwaine was oprecht dat er hulp opdaagde in de vorm van een fragiele meisje.
Hij zag met eigen ogen hoe de wonden op bovennatuurlijke wijze weer sloten en dat Miles weer bij bewustzijn kwam, zij het dan enigzins groggy. Dat kon niemand hem kwalijk nemen.
En voor de zoveelste keer die avond merkte hij dat hij zich in de verkeerde vorm bevond. Het was moeilijk, zelfs voor een gespierd iemand, om een Crinos tegen te houden. Zijn trekken aan Miles' schouder was vooral indicatief.
"Kalm aan, jongen. Er ligt een slang voor je, zie dat je daar niet op trapt. " Hij zou er nog toe in staat zijn ook. Bledson was ervandoor gegaan zonder zich om zijn slang te bekommeren. Had hij niet gedaan wat hij gedaan had, Dwaine zou aan zijn capaciteiten twijfelen.
door malkav achterban(k), 4969 / 7020 gepost: 27-2-2007 om 13u23
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura had meer verontrust dan onder de indruk naar het tafereel staan te staren. In haar leven had ze al redelijk wat menselijke riten mogen aanschouwen waarvan het bij sommigen de vraag was of het wel iets mystieks was. Deze rite had ze op televisiebeelden gezien van Cristenen of Baptisten die slangen gebruikten tijdens het preken. Op zich was dit gewoon een culturele uitlaatklep, maar in samenspel met het onverklaarbare talent van het jonge meisje kreeg het schouwspel een akelige bijsmaak voor Sakura.
Niet dat ze ook maar een seconde zou klagen, het was goed om te zien dat Miles weer bij positieven kwam, en belangrijker; zijn gruwelijke wonden waren zo goed als genezen. De ravelige littekens die achterbleven op Miles' leerachtige huid zouden voor hen drieën tastbare herinneringen blijven naar deze tragische nacht.
Het meisje werd door de kalende man naar de quad geleid, waar ze een viezige 'hello kitty' deken omgeslagen kreeg. Het was een vreemde gewaarwording voor Sakura om hier 'Hello Kitty' te zien. Het was iets uit de japanse pop-cultuur wat ook wel enige bekendheid had in de Verenigde Staten, haar zusjes waren er ook helemaal gek van. Wat een blind meisje voor bindtenis zou kunnen hebben met het geanimeerde katje was Sakura een raadsel.
Joe Bledson had tranen in zijn ogen en volgde zijn dochter. Hij liet de slang voor wat hij was. Het dier kronkelde en sidderde,.. het beest was duidelijk niet in een al te best humeur na het 'dansen' met Bledson.
Dwaine waarschuwde Miles voor het ondier en hij deed een stap achteruit. Het beest leek even te bedaren, of zijn aandacht werd door iets anders opgeeist. Het kronkelde weg van hen over de stoffige bodem. Joe Bledson, nog steeds in habijt gehuld, verontschuldigde zich non-verbaal en pakte een stevige tak die op de grond lag. Hij pakte het beest op en plaatste deze weer terug in de jute zak. Nu het magische moment voorbij was trapten de meesten hun motoren weer aan.
"Waar is Maya?" , mompelde Miles nog steeds wat ontdaan van zijn wederopstanding. Om de waarheid uit te stellen om zijn gestel te sparen zou zinloos zijn. Het wolfskind, hun gevallen packlid, lag maar enkele meters verderop. Nieuws als dit kon je niet zachtjes brengen, de enige manier voor Sakura was klinisch. "Miles,.. Maya is in haar hoofd getroffen door een kogel,.. zilver. Ik vermoed dat ze op slag dood is geweest.. We nemen haar mee en gaan weg van hier. Zo snel mogelijk. De tijd voor rouw zullen we uit moeten stellen. Het doet me goed om je weer genezen te zien Miles.. Ik maakte me heel ongerust. "
door Zorbalt Moorderator, 4149 / 5435 gepost: 27-2-2007 om 16u55
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Joe Bledson ontdeed zich van zijn habijt en bracht de zak en de kledij naar de quad, waar hij de spullen overhandigde aan de bestuurder. Hij draaide zich om naar de Garou in het centrum van deze ontheiligde plaats. Deze stonden bij hun gevallen zuster. Bledson schraapte ietwat ongemakkelijk zijn keel
”Als jullie een slaapplek zoeken dan kunnen jullie misschien met ons mee gaan. Ik heb het vermoeden dat de Nightravens jullie niet met rust zullen laten. Ik wil niet lullig doen, maar in de staat waarin jullie je nu verkeren zullen jullie een nieuwe aanval niet overleven. “
De trucker keek naar de gebroken wolvin op de grond. Hij zuchtte een keer diep en keek een kort moment naar de brommers die werden gestart. Het was duidelijk dat de bestuurders op hun leider wachtten. Wederom wierp hij een blik op de Lupus.
”Wat doen jullie met haar?”
door Assunkill Wandraak, 3781 / 5128 gepost: 28-2-2007 om 14u33gewijzigd door Assunkill 28-2-2007 om 14u34
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Hij stond nog steeds een beetje wankel op zijn benen. Het meisje had zijn wonden dan wel geheeld, Miles voelde dat zijn lichaam nog enkele dagen nodig zou hebben om deze klappen te boven te komen. Zijn borst voelde aan alsof de klauwen er nog steeds zaten. Het litteken toonde een merkwaardige gelijkenis met de sporen op de verminkte motorkap die Miles eerder op de avond had gezien. Hij probeerde het duizelige gevoel van zich af te schudden, maar zijn schouder protesteerde pijnlijk bij zoveel beweging. Miles gromde gefrustreerd en verbeet de pijn. Het was niet het moment om kleinzerig te doen. Hij bukte zich en hees zijn rugzak weer op zijn rug. Met een pijnlijk grimas zette hij enkele passen richting Sakura.
"Maya is in haar hoofd getroffen door een kogel... zilver. Ik vermoed dat ze op slag dood is geweest. We nemen haar mee en gaan weg van hier. Zo snel mogelijk. De tijd voor rouw zullen we uit moeten stellen. Het doet me goed om je weer genezen te zien, Miles. Ik maakte me heel ongerust. "
Hij knikte en draaide zich om en keek naar het bewegingloze lichaam van de wolvin. Ze zag er plots erg fragiel uit, zonder een spoor van haar trots en sterke instinct. Zolang ze leefden, dachten weerwolven superieur te zijn aan mensen en wolven. Maar een dode Lupus zag er precies zo uit als een dode wolf en een dode Homid was gewoon een dode mens. Als ze dood waren, was er opeens geen verschil meer. Tenzij je Metis was, bedacht Miles wrang. Metis kregen zelfs in de dood geen rust. Hij knielde bij het lijk neer en veegde het bloed van uit haar vacht.
Een kogel in haar kop... zilver. Miles besefte plots dat die kogel voor hém bedoeld was geweest. De man met de revolver had op hem gericht toen hij zijn tegenstander gekeeld had en de schim die voor hem sprong toen het schot had weerklonken, kon niemand anders dan Maya geweest zijn. Miles slikte moeilijk. Ze had haar leven voor hem gegeven. Uitgerekend zij...
Miles stond weer recht en keek naar het kleine, levenloze lichaam. Ze verdiende een mooi afscheidsritueel, dacht hij. Hij kon haar enkel helpen met de gebruiken van Silent Striders, maar die waren het gelukkig gewoon hun doden snel te begraven. Miles liep naar de boom en raapte een zilveren kogel op die aan de stam lag. Het was allicht niet de kogel die Maya gedood had, maar deze zou ook voldoen. Hij liet het ding in zijn borstzak glijden.
"Als jullie een slaapplek zoeken dan kunnen jullie misschien met ons mee gaan. Ik heb het vermoeden dat de Nightravens jullie niet met rust zullen laten. Ik wil niet lullig doen, maar in de staat waarin jullie je nu verkeren zullen jullie een nieuwe aanval niet overleven. “
Miles keek vragend naar Sakura. De nacht ergens doorbrengen? Ze waren op jacht! Ze konden niet rusten, vond hij. Nightravens of niet, er was een spoor te volgen en ze wisten nu wat ze konden verwachten. Doden begraven en de tocht verder zetten… zo was Miles het gewoon. Maar Sakura was de Alpha en hij was plots zeker dat zij wel wist hoe hij erover dacht. Aan haar om de beslissing te nemen…
Voorzichtig testte hij of zijn lichaam een verandering naar Glabro aankon. De mannen op de brommers waren duidelijk niet op hun gemak met een monster in de buurt. Maar de pijn gierde door zijn borst en schouder en hij besloot dat het voorlopig maar even zo zou moeten. Als ze straks verondersteld werden om die lawaaierige bende te volgen, zou de Crinosvorm misschien van pas komen.
door DeHeld Stamgast, 4964 / 6056 gepost: 28-2-2007 om 19u37
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Dwaine ondersteunde in zijn Glabro-vorm de kolos Miles en voelde een primitieve, concurrentiële trots in het feit dat hij was blijven staan terwijl Miles het onderspit had gedolven, terwijl die toch bepaald niet kleinzerig was. Het was een bepaald kinderachtige gedachte, die Dwaine met zijn Crinosvorm verlaten moest hebben, en hij besteedde er geen verdere aandacht aan. Miles keek maar twijfelend bij Bledson's aanbod. Het had gekunnen dat hij Sakura om een time-out wilde verzoeken, ware het niet voor die verbeten blik. Miles was klaar voor meer, scheen het.
Het was waar dat ze zich goed hadden geweerd. Die nightravens waren met meer, gewapend en hadden het element van de verrassing. Toch hadden ze danig moeten incasseren. Met Miles weer op de been was het pack een strijdkracht op zichzelf.
Maar tegelijk knielden ze nu wel allemaal neer bij het lijk van een packgenote. En ze moesten zeker en vooral meer te weten dienen te komen. Zonder meer het spoor weer oppikken zou hen alleen opnieuw in een hinderlaag lokken.
"Een rustpauze zou ons niet slecht, denk ik. " gaf hij mee aan Sakura. Meer initiatief, toch? Dankzij het lawaai en de geur zou iedereen weten waar ze naartoe gegaan waren, dat maakte niet veel uit.
"Bovendien moeten we nog voor haar zorgen. " Dat laatste was voor Miles, de enige die plausibelerwijs kon zeggen welk ritueel het meest gepast was.
"En ja, het is een opluchting om je weer op je poten te zien Miles ". Dwaine toverde een van zijn charmantste bemoedigingsglimlachjes boven voor Miles, compleet vergetend dat een Glabro bijna per definitie enkel smoelen kan trekken. Hij was zich niet eens bewust van de pun.
Zo, hij had zich uitgesproken.
door malkav achterban(k), 4972 / 7020 gepost: 28-2-2007 om 22u06gewijzigd door malkav 28-2-2007 om 22u25
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura staarde naar het zielloze lichaam van Maya, eigenlijk staarde ze er voorbij. Ze was diep in gedachten verzonken. Het was overduidelijk dat Miles de missie het liefst direct voort wilde zetten. Waarschijnlijk zat hij nog steeds in de roes van het gevecht want als hij hen beter zou bekijken wist hij wel beter. Hij was ook de enige die genezen was van hun drie. Ze was er zelf slecht aan toe, misschien zou ze op iets meer dan halve maximale snelheid kunnen bewegen op lange afstanden, onafhankelijk van vorm. Ze kon moeilijk voor Dwaine spreken al was die ook redelijk gehavend geweest. De Nightravens zouden ook hun wonden moeten likken en respect moeten uiten jegens hun overledenen. Ze ging er voor de makkelijkheid vanuit dat de pack die ze getroffen hadden ook de voltallige pack was geweest. Het zou gekkenwerk van Dwaine en Sakura zijn om het spoor nu verder te volgen, en daarnaast, om Maya's laatste rite bij te wonen op deze plek zou een weerzinwekkend 'eerbetoon' zijn. Een rite waar Miles hopelijk meer van wist. Ze richtte zich tot Dwaine en Miles.
"De Nightravens zullen ook enige tijd afgeleid zijn door hun wonden en doden. En voor ons; ten eerste is er Maya. En ten tweede, Ik ben zelf in een niet al te beste staat, en Dwaine ziet er ook niet echt vers meer uit. Jij bent de enige die in staat is om te vechten nu Miles. Hoezeer ik je ook vertrouw aan mijn zijde; je kan onmogelijk Dwaine en mij tegelijk flanken. Het risico is te groot om onze jacht nu voort te zetten. Misschien kan Joe Bledson ons de tijd en de middelen geven om onze jacht zo spoedig mogelijk verder te zetten, nadat we Maya op een andere plek als deze onze laatste eer hebben bewezen. Ik vind dat Maya onze eerste prioriteit behoort te zijn nu. Ze moet snel weg van hier voordat haar vacht nog meer besmeurt word. Als een van jullie haar mee zou willen nemen zou dat veel voor me betekenen. "
Sakura draaide zich naar Bledson en deed enkele stappen in diens richting. "Joe, we gaan graag op je uitnodiging in. We kunnen wel wat rust gebruiken, en we hebben iemand onze laatste eer te bewijzen op onze eigen manier. We moeten snel weg van hier."
Sakura draaide zich om en keek afwachtend richting haar metgezellen. Miles had zich losgemaakt van Dwaine en zag hem hurken naast de boom. Hij stak zijn hand in een plas modderig bloed, waarna hij met zijn vingers drie rode diagonale strepen over de stam van de boom trok, van rechts beneden naar links boven, een Garou rune. Ze liep richting de boom en uit een wat lager hangende tak trok ze een klein stukje spiegel wat aan een verweerd lederen koortje hing. Ze stopte het stukje spiegel in de zak van haar jasje en ritste deze dicht.
door Zorbalt Moorderator, 4155 / 5435 gepost: 1-3-2007 om 13u53
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Nadat hun Alpha had gesproken pakte Dwaine vol eerbied het gebroken lichaam van de gevallen Lupus van de bodem. Dit was voor de omstanders het teken dat ze zouden vertrekken. Niemand voelde zich blijkbaar gemakkelijk op deze plaats. Bledson gaf de bestuurder van de vierwieler het bevel om vooruit te rijden en zijn dochter veilig thuis te brengen. De voorganger bleef bij hen en ook de motorrijders bleven in de buurt om hen door het woud te begeleiden.
Tijdens de wandeltocht werd er weinig gesproken. Het leek wel alsof het fluitende geluid, afkomstig van de oude cearnboom, met de doden was gestorven. Hun voeten verdwenen in de laag hangende mist. Af en toe schoten de lichtbundels van de motorfietsen als zwaarden door de vochtige lucht heen. Hun escort was duidelijk gespannen en hield elke flank in de gaten. Joe Bledson vroeg de Metis om zijn menselijke vorm aan te nemen.
Na een tocht die eindeloos leek te duren en waarbij zij hun wonden voelden branden, kwamen ze vanuit een overgroeid bospad op een redelijk brede onverharde weg. Deze was gelegen langs een heuvelachtig veld, waarnaast een bruisende rivier stroomde. De motoren reden ronkend het glooiende terrein op en verdwenen even in de verte over een heuvel.
De weg liep na de eerste bocht naar beneden en een ruim dal ontvouwde zich tussen de bossen.
Op en om een heuvel stonden verschillende grote trailers langs elkaar. Langs deze caravans was het erg rommelig. Overal zagen zij autowrakken en stukken metaal liggen. Hoewel het laat was leken de meeste bewoners nog klaarwakker te zijn.
Binnen vele mobiele huizen waren de lichten aan en waren er stemmen en muziek te horen. De motoren reden over het enige hoofdpad wat geasfalteerd was en gingen verder het terein op. Op een plek waar duidelijk een barbeque in gaande was werd er plots nerveus gereageerd toen de motoren langs hen raasden. De muziek werd zachter gezet en de mannen stonden op. Ze zetten snel enkele kratten bier in hun trailer en de vrouwen ruimden de tafel af die vol stond met lege flessen.. Enigzins 'onschuldig' zette zij hun barbeque voort.
Joe Bledson richtte zich tot zijn gasten.
"Hier wonen wij. Dit park bestond zestig jaar geleden nog uit vier wagens, maar nu staan er twaalf' Hij lachtte..."en het eind is nog lang niet in zicht, want mijn zuster zal binnenkort bevallen van een tweeling.
De bewoners bleven op een afstand, alsof zij voelden dat deze gasten "anders" waren. Ook hun verwondingen waren moeilijk te verbloemen.
"Hier zal jullie niets gebeuren. Ik wil jullie allen aanraden om hier niet te veel te koop te lopen met jullie gaven. Niet iedereen weet van jullie bestaan en dat wil ik graag zo houden"
door malkav achterban(k), 4981 / 7020 gepost: 3-3-2007 om 0u49
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Moeizaam wandelde zij mee, met haar hand op de ferme wond in haar zijde die een vochtige dieprode plek op haar topje had achtergelaten. Vanaf enige verte had ze de goedkoop ogende lichtbak al gezien,... 'Utopia' stond erop. De lichtbak had iets weg van de nostalgische reclameborden die ze zo vaak in de wat mindere buurten van Tokyo had gezien toen ze nog een jong meisje was. Het zomerse weer van de Appalachen en haar vochtige humeur maakten van de lichtbak een middernacht conventie voor motten, muggen en ander ondergedierte. Sakura keek eens goed toen zij langs het verlichtte 'bord' liepen. Zij zag binnen in de lichtbak ook schimmen bewegen, hopeloos gevangen, die wild tegen het kunststof wandje sloegen waarop de haast surrealistische woorden 'Utopia' waren geschilderd. Het waren details als deze die Sakura in de weg stonden tijdens haar werk. Ze wist als geen ander dat er tekens verborgen lagen in alles om ons heen, maar met vele tekens was niets aan te richten als het op papierwerk met een deadline aankwam wat verwacht werd dieper binnen de FBI. Haar Garou nalatenschap overlapte zo nu en dan met haar werk, iets wat ze meestal als zeer onplezierig ervaarde, het werkte namelijk meestal averechts. Nu ze hier liep met Dwaine, Miles.. en de gevallen Maya was het voor het eerst dat zij zich werkelijk Garou voelde. Een gevoel wat ze tot nu toe enkel binnen haar eigen pack uit DC had ervaren.
Ze liepen langs trailers met mensen die hen semi-vriendelijk begroette. Waarschijnlijk meer uit verplichting dan beleefdheid. Enkele malen zag ze ogen over de groep gaan. Ze zag mensen naar Miles kijken, maar ook naar haar. In het gefluister en geroezemoes hoorde zij herkenbare tonen van woorden die zij in haar verleden maar al te vaak had gehoord. Ze vroeg zich af hoe lang het geleden was dat deze mensen iemand hadden gezien die niet caucasisch was geweest. In haar ooghoek zag ze een figuur in een de deur van een trailer staan die zijn lippen aflikte, ze schrok ervan. Zij draaide haar hoofd en zag hem met een mes een stuk vlees afsnijden wat hij vanaf het lemmet opschrokte. Hij sloeg de deur dicht, maar langs hem zag Sakura de 'Rebel Flag' hangen in de trailer. Ze voelde zich ietwat onzeker, en vroeg zich af of het gevoel van 'Garou' zijn niet een reflectie was om ergens bij te horen. Ze waren alledrie Garou, iets wat menselijke rassen zou moeten overtreffen. Wat kinderlijk eigenlijk om daar aan vast te houden wanneer geconfronteerd met minder ruimdenkende mensen. Hoezeer Sakura het ook wilde ontkennen in haar dagelijkse leven, ze had nog regelmatig te maken met discriminatie en puur rascisme. Het was dus helemaal niet vreemd dat een plaats als deze haar niet bepaald op haar gemak liet voelen.
door Assunkill Wandraak, 3788 / 5128 gepost: 3-3-2007 om 8u41
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Als hekkensluiter sjokte Miles het kamp binnen. Het was beslist niet de eerste keer dat hij dit soort 'dorp' aandeed en het gaf hem altijd een dubbel gevoel. Het zou niet aan deze trailerbewoners liggen als de mensheid ooit inzag dat ze anders met Gaia moest beginnen omgaan. Het deed Miles pijn om in een National Park een plaats vol schroot en ander afval te zien ontstaan en uitbreiden. Hij deelde niet in de vreugde van clanhoofd Bledson.
Langs de andere kant was in een trailerpark aankomen ook altijd makkelijk. Als jij niet moeilijk deed, deden de bewoners dat ook niet. Voor wie zich wat terughoudend en beleefd opstelde, waren ze na een eerste argwanend contact meestal erg vriendelijk. Ze waren niet te beroerd om je met iets te helpen en als je ze eenmaal voor je had gewonnen, kon je er steeds op rekenen. Miles apprecieerde die barse vriendelijkheid wel. Het was iets waarmee hij omkon. Hij veronderstelde dat Bledson hen kort zou introduceren, waarmee het grootste probleem meteen van de baan zou zijn.
Hij vroeg zich af wat Sakura precies van plan was nu. Maya begraven allicht... en daarna? Ze konden Alpha01 toch niet nog meer voorsprong geven?
door DeHeld Stamgast, 4968 / 6056 gepost: 3-3-2007 om 20u55
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het wantrouwen en het spieden en verkennen dat de roofdierkant van Garou eigen is, liet Dwaine maar over aan de anderen. Het dode gewicht van een wolf was psychologisch zwaarder dan fysiek. Toch begon het na een poosje te wegen, Dwaine verstijfde zijn spieren en ging door. Erg ver kon het volgens Bledson niet zijn, dus stoppen was zinloos.
Na een tijdje arriveerden ze bij Bledsons thuis. Hij leek er vrij trots op. Dat sprak niet voor hem. Om een of andere reden had Dwaine vermoed dat het een soort sekte of desnoods hippies zouden blijken te zijn. In plaats daarvan passeerde hij een kranig lichtbord dat de naam van de plaats als Utopia aangaf, en de plek zelf onthulde als zijnde een roesthoop. Een trailercamp. Het kostte inspanning om de autowrakken van de autos en sommige van de woonplaatsen te onderscheiden. Het was een raadsel wat deze mensen hier eigenlijk deden, in de Appalachen. Wat voor soort mensen het waren leek al duidelijker. Ze ruimden inderhaast hun bier op en stonden vaak met sigaret in de mondhoek te staren. Naar de vrouw voor hem -vanwege haar vrouwelijkheid, of haar exotisme?-, naar Miles achter hem -die trok overal dergelijke blikken, leek Dwaine- en naar hemzelf. Of eerder: naar het dier dat hij in zijn handen hield. Een van de vrouwen wilde uit bezorgdheid dichter bij komen, maar haar man hield haar tegen. Het was hem net zo lief, Dwaine was niet direct in de stemming om veel contacten te leggen. Hij moest eerst naar een begrafenis.
Het laatste dat een evidentie was, was dat deze Utopisten meer moesten weten over de nabije omgeving. En recente gebeurtenissen. Het was mogelijk dat ze aan een ramp ontsnapt waren, als het verhaal over die Garou klopte. Los van het feit dat er intacter uitzag als de Garou op de videobeelden, was Dwaine ook het slachtoffer van experimenteerdrang, en nu voelde hij zich opgejaagd ook. Hij volgde net als Sakura Joe Bledson, die er wel zou op toezien dat ze gauw genoeg ergens uit het zicht zouden kunnen gaan zitten. Tijd voor antwoorden.
door Zorbalt Moorderator, 4163 / 5435 gepost: 3-3-2007 om 21u38
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Toen de drie nog levende weerwolven op het parkterrein aankwamen voelden zij allen de priemende blikken van de woonwagenbewoners. Ze keken toe hoe twee vrouwen, gekleed in lange rokken die erg 50’s aandeden, het blinde genezeresje verderop naar een grote stacaravan brachten. Deze woning stond ietwat van de andere wagens af, nabij de wild stromende rivier. De roedel zag hoe de bestuurder van de quad met een gespannen blik op Bledson afliep tussen enkele trailers door. Nabij een trailer keken verschillende kampbewoners hun kant op. De trucker deed een stap in diens richting en hoorde het verhaal dat de kalende man op fluisterende toon tegen hem sprak gelaten aan. De Garou konden niet volgen wat er precies gezegd werd, want de geluiden in het woonwagenkamp overstemde de zachte woorden. Af en toe zagen zij hoe de spreker wild met zijn armen zwaaide om zijn zachte woorden kracht bij te zetten. Nadat de man was uitgesproken klopte Joe Bledson hem vriendschappelijk op de schouder van zijn leren jas. Hij zette zijn pet af en hield deze in zijn hand, waarna hij zich tot zijn gasten richtte.
”Ik moet even met wat mensen onder vier ogen spreken. Ik neem aan dat jullie graag even alleen willen zijn om waardig afscheid te kunnen nemen van jullie kameraad? Als jullie in oostelijke richting langs de rivier lopen komen jullie vast een geschikte plek tegen. Indien jullie het wensen zal ik er voor zorgen dat mijn schoonbroer en twee van mijn neven in jullie buurt blijven. Mochten die smeerlappen terug komen,.. dan zullen ze het berouwen.
Joe Bledson deed zijn pet weer op en keek over zijn schouder toe hoe de boodschapper naar een zilverkleurige caravan slenterde. In de deuropening stond een grote, ietwat gezette vrouw. Haar lange haar was donker en lag in slierten over haar schouders. Ze droeg een joggingbroek met daaroverheen een wit shirt. De wijde kleding kon niet verbergen dat ze hoogzwanger was. Dit weerhield haar er echter niet van om een sigaret te roken. Ze drukte de nog brandende peuk uit tegen de wand van de caravan, waarna ze de quadbestuurder omhelsde. Al zoenend verdwenen ze de caravan in, de deur uitnodigend openlatend .
Neem gerust de tijd, wij gaan nergens heen. Ik mag ook aannemen dat er nog wonden verpleegt moeten worden. Hierbij keek Bledson naar Sakura, die overduidelijk het meeste last had van haar verwondingen. Ik weet dat jullie snel kunnen genezen, maar ik zie dat jullie niet snel ergens heen gaan nu. Dus laat ons later helpen, zodat jullie je pad zo snel mogelijk kunnen vervolgen. "
Hij wees naar de trailer die verderop langs het water stond, omgeven door auto-onderdelen. ”Daar woon ik met mijn dochter. Als jullie klaar zijn met datgene wat jullie doen moeten zijn jullie van harte welkom. Misschien dat ik dan eindelijk hoor wat jullie in hemelsnaam deden op die kloteplek.”
De trucker spuugde een fluim op de grond en tikte met twee vingers tegen zijn pet, als teken van groet. Daarna beende hij naar de blinkende sleurhut.
door Assunkill Wandraak, 3789 / 5128 gepost: 4-3-2007 om 12u21
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura knikte naar Bledson en keek even haar metgezellen aan, in het bijzonder Dwaine, die al de gehele tijd met Maya in zijn armenhad gelopen. Ze zou niet meer van hem verwachten. Ze keek Joe Bledson aan, "Begeleiding zal niet nodig zijn, we vinden onze weg zelf wel. " Sakura knikte naar Miles en maakte aanstalte om langzaam de weg terug te lopen die ze gekomen waren. Het zou maar vreemd zijn om Maya zo dich bij de mensenwereld te begraven,.. nee, het voelde niet juist.
Het was niet de bedoeling om pottekijkers mee te nemen. Het waren vreemdelingen, buitenstaanders en bovendien een onbekende factor. Dwaine voelde weinig spijt dat hij dit zootje achter zich moest laten. Hij droeg nog steeds het levenloze lichaam van de wolf, zoveel fragieler in dood dan tijdens het leven, met zich mee. Wat ze nu zouden doen, ging alleen hen aan. Het gaf geen pas om Gaia's mystiek tentoon te spreiden voor de buitenstaanders die ze naar Bledsons eigen uitspraak waren. Dwaine vroeg zich af of Miles hen zou instrueren, of dat alles zichzelf uit zou wijzen. Tenslotte wist hij zelf nog niet wat ze eigenlijk aan moesten met Maya.
Na een eindje gewandeld te hebben, versnelde Miles zijn pas, tot hij naast Sakura liep. Hij was het volledig eens met de beslissing om het kamp te verlaten, maar hij wist niet waar zijn Alpha nu naartoe wou. En als ze dit pad bleven volgen, kwamen ze straks weer op de Caern uit die hen bijna het leven had gekost. "Waar wou je Waar-niemand-voelt begraven? " Dat ze begraven zou worden, stond al min of meer vast voor Miles. Zijn twee metgezellen waren westerse Homid, en hij ging er vanuit dat zij hun doden gewoon begroeven.
Sakura staarde tussen de bomen door toen ze langs de rivier liepen. Ze was blij dat ze het kamp verlaten had, ondanks het dreigende gevaar door hier zwaar gewond rond te wandelen met een War pack op hun hielen. "We kunnen haar niet hier achterlaten, zo dicht bij de mensen haar laatste rustplaats zoeken? Nee... We moeten de Umbra in. Hoe riskant het ook is momenteel, we moeten een betere plaats vinden, laat de Geesten Maya maar naar haar laatste rustplaats brengen,.. moge Luna en Gaia ons pad verlichten. "
Sakura voelde een pijnsteek en schokte even met haar bovenlichaam. Ze legde haar hand weer op de vochtige vleeswond in haar zijde. "Let niet op mij.. ik red me wel.. "
Bezorgd keek Miles naar Sakura. Hij kende de trots van Garou maar al te goed. Sakura zou bewusteloos vallen eer ze toegaf dat het niet meer ging. Miles was wel van plan in te grijpen voor het zover kwam.
"We stappen hier de Umbra in, " verkondigde hij. Automatisch ging hij ervan uit dat dit gedeelte van de reis zijn verantwoordelijkheid was. Hij wenkte naar Sakura, die hem meteen het spiegeltje gaf. Het gladde oppervlak veegde hij schoon op de ruwe stof van zijn hemd en hij liet het licht er een seconde in spelen. Hij was niet gerust op hun tocht in de Umbra. Dat de pack zwaar gewond was, was nog de minste van zijn zorgen. De band met zijn wapen, dat zoveel meer was dan een wapen, was nog steeds niet hersteld. Hoe kon hij zelf voor gids spelen, als hij zijn eigen gids niet had?
“Ga dicht bij mekaar staan. Ik trek jullie mee de Umbra in. Concentreer je, het schijnt te helpen als je in mekaars ogen kijkt. ” Dat had Miles wel eens horen vertellen en hij geloofde wel dat het kon kloppen. Waren ogen ook geen spiegels, tenslotte? En zelfs als ze dat niet waren, hielp het om packgenoten zich te laten concentreren.
Miles staarde in zijn eigen ogen en voelde hoe de andere kant dichterbij kwam.
door malkav achterban(k), 4982 / 7020 gepost: 4-3-2007 om 14u15
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
De driekoppige roedel met in hun midden hun gevallen kameraad vervaagden in een haast mistige sluier uit het zicht voor iedere levende ziel die in hun nabijheid zou zijn. Voor de roedel veranderde hun omliggende wereld drastisch. De bomen leker op te rekken en hun gigantische takken reikten nu meer dan ooit naar de reusachtige Theurge maan die vlak boven hen en de rivier stond. Deze rivier was niet veel anders dan in de normale wereld.
Het was rustig in het enorme woud. Miles ademde diep in en uit. Het was nu een kwestie van een maanpad te vinden, dat hen snel veel dieper de Umbra in kon brengen. Onder deze maan waren maanpaden vaak moeilijk te volgen als je een bepaald doel helder voor ogen had, of dacht te hebben. Onder de sikkel waren maanpadden grillig en onvoorspelbaar en leidden vaak naar plaatsen waar je als reiziger helemaal niet naartoe dacht te gaan. Maar deze roedel had geen specifiek doel, en misschien kwamen de rare kronkels hen nu net goed uit...
Hij wierp een blik op zijn roedelgenoten en toen hij zag dat alles in orde was, deed hij teken om te volgen. Op aarde was Miles de achterhoede, maar in de Umbra leidde hij zijn tochtgenoten.
Sakura liep kort achter Miles en naast Dwaine. Ze legde even de hand op zijn schouder en schonk hem een troostende glimlach waarna ze even door de vacht van Maya streek. Ze veranderde geleidelijk in haar Glabro vorm terwijl ze liep wat haar pad zou moeten vermakkelijken. Miles liep voor het tweetal uit en enkele malen vielen Sakura's ogen op kleinere geesten die door de ondergroei en vanuit de bomen Miles leken te inspecteren. Ze zag enkele spitsmuizen op een boomstronk staan die hun begeleider gadesloegen maar direct weg spurtte toen hij hen aansprak. Langs de bomen zagen ze ook kleinere schimmen wegbewegen toen zij naderden, vormloze geesten die haar vreemd waren. Meerdere malen had Miles de geesten om advies gevraagd maar geen van hen leek te reageren totdat ze een wasbeer zagen staan een stuk voor hen uit. Het waggelde een eindje vooruit en draaide zich om. Het sprong prompt in een boom en liep een brede lage tak op. Daar ging hij nonchalant op zijn achterwerk zitten met zijn voorpoten in de lucht terwijl hij de groep gade sloeg.
door Assunkill Wandraak, 3790 / 5128 gepost: 4-3-2007 om 15u43gewijzigd door Assunkill 5-3-2007 om 16u40
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Tijdens het lopen was Miles opnieuw Crinos geworden, omdat dat nu eenmaal de vorm was die hem het lekkerste zat. De wasbeer bleef vanop een boomtak de weerwolf aankijken, zonder angst en met een berekende nieuwsgierigheid. Miles strekt zijn rechterarm naar achteren om Dwaine en Sakura tegen te houden en liep alleen naar de geest. Hij kende wasberen redelijk goed. Je kwam ze overal tegen en ze waren bijzonder intelligent en bovendien veel sterker dan ze eruit zagen. Hij bleef op enkele meters van de wasbeer staan. Hij knikte de geest beleefd toe.
**Gegroet zijn gij en de uwen, Meester Wasbeer. Moge uw nageslacht zo talrijk zijn als de prooien die u toekomen. **
**Gegroet zijt ook gij, Meester Lederhuid. En geprezen zij het toeval ik u hier tref. Ik en de mijnen zijn juist op zoek naar iets. **
**Dan treft het dat wij mekaar treffen, Meester Wasbeer. Want ook ik en de mijnen zijn op zoek naar iets. Als gij vindt wat wij zoeken, vinden wij misschien wat gij zoekt. **
De wasbeer stond op en liep over de brede tak. Hij ijsbeerde enkele malen op en neer langs de stam en keek over de schouder van de Crinos naar zijn reisgenoten, **Mijn zoektocht eindigt hier. Laat mij vinden wat ik zoek en ik laat u vinden wat gij zoekt. **
Miles spreidde in een machteloos gebaar zijn armen. **Meester Wasbeer, ik ken uw prijs en ben ten zeerste bereid hem te te betalen. Zwaar is mijn last en licht slechts mijn bagage, doch ik kan u niet in mijn beurs laten zoeken, want alles wat u zal vinden is niets en nog tienmaal niets. Als u wenst, kan u beschikken over mijn beurs... maar ik heb u gewaarschuwd en u zal ons moeten laten vinden, zonder zelf gevonden te hebben. **
De wasbeer zou zijn rugzak niet willen, daarvoor was hij te slim. Dus moest Miles in een alternatief voorzien. Miles keek over zijn schouder naar Sakura... zij had ook een rugzak bij. Hij deed teken naar haar dat ze dichterbij moest komen.
Sakura stapte aarzelend naar voren totdat ze een stukje achter Miles stond. Ze was dit helemaal niet gewend en wist niet hoe te handelen. Ze had gezien dat Miles uiterst beleefd was, alsof hij een Sept Elder benaderde. Ze besloot hetzelfde te doen. Ze maakte een halfdiepe buiging met gestrekte rug. *"Gegroet, wijze wasbeer. Kan ik iets voor u betekenen? "*
De wasbeer bekeek de buiging niet ongenegen, maar richtte zich toch opnieuw tot Miles: **Ik en de mijnen weten dat uw beurs gesloten is langs deze zijde, Meester Lederhuid. Wat wij zoeken fonkelt als het ijskristal in het maanlicht en heeft meer kleuren dan de dauwdruppel in de ochtendzon. Wij geloven dat de winddanseres weet wat wij willen. **
Miles had er geen idee van wat de wasbeer wou, maar blijkbaar had Sakura het in haar bezit. Hij stelde zich al lang geen vragen meer hoe een geest zoiets kon weten. Voor zover Miles wist, was de Umbra in bepaalde kringen één grote broeihaard van roddels en geruchten en nieuws deed er sneller de ronde dan op aarde mogelijk was. Wasberen bewogen zich in die kringen, dat was wel zeker. Miles besloot Sakura te introduceren. Dat gaf haar een beetje standaardkrediet en door zich onder haar te stellen, zou Miles dat krediet nog verhogen. Het was een risico, want als Sakura het zou verknoeien zou hij daar ook onder lijden, maar hij rekende er op dat ze het er niet slecht vanaf zou brengen. Niet zo slecht dat er schade was die hij niet kon herstellen in elk geval.
**Meester Wasbeer, dit is Witte-Lotus, de winddanseres en leidster van zij die eerst gerechtigheid en dan wraak zoeken. Groot is haar verantwoordelijkheid op deze tocht, maar groter nog haar wijsheid. Als zij u laat vinden wat u zoekt, laat u ons vinden wat wij zoeken, want zo is ons verbond. **
Hij keek naar zijn Alpha en hoopte dat zij het zou begrijpen. Sakura keek op haar beurt naar Miles en vervolgens weer naar de wasbeer. Ze begon langs de surrealistische situatie heen te kijken en realiseerde zich langzaam dat deze ontmoeting niet veel anders zou zijn binnen veel menselijke culturen. Het was een ritueel, met bepaalde omgangsregels, ook wel étiquette genoemd. Ze dacht te berijpen hoe ze deze situatie zou moeten benaderen. Net voordat ze wilde spreken sprak de wasbeer haar aan. **Wees welkom, kleine winddanseres, en laat mij vinden wat ik zoek... opdat gij vindt wat gij zoekt. **
De wasbeer hield zijn kleine klauwen uit naar haar en Sakura begreep niet direct wat hij bedoelde totdat ze Miles zag knikken naar haar rugzak. De taal van de Geesten was er een die ze niet meester was. Ze haalde de tas van haar schouder en overhandigde deze aan de wasbeer. Hij draaide zich om en begon in haar rugzak te rommelen terwijl zij tegen zijn rug aankeken. Zijn gestreepte staart bewoog opgewonden heen en weer en er klonk allerlei gerommel.
Uiteindelijk draaide hij zich om en overhandigde hij de rugzak weer netjes gesloten aan Sakura.Tot haar verbazing had het wezen haar legitimatie en FBI-badge in zijn kleine klauw. Hij vouwde het open en bewoog de badge op en neer. Onder langs de badge was een zilverkleurige strook met een hologram te zien. De wasbeer was duidelijk bewogen door de kleurendans. Ze wilde protesteren, maar hield in. De wasbeer speelde nog even met de badge en stak hem toen weg in zijn vacht, hoewel Sakura noch Miles zich konden voorstellen dat het beest zakken in zijn huid had. Hij keek hen met glinsterende ogen aan.
**Vertel mij wat gij zoekt, vrienden, en ik zal u vertellen waar ge het vindt – want zo is ons verbond. **
Miles nam opnieuw het woord: **Gij hebt uw ijskristal in het maanlicht, uw dauwdruppel in de ochtendzon, Meester Wasbeer. Wij wachten op ons maanpad. **
De wasbeer keek plots ernstig. **Eén der uwen is gevallen in een strijd die niet de hare was. Gedenk haar met het hoogste respect en de diepste eerbied, want niet alle strijders van Gaia geven grif hun leven voor dat van een Geesteskind, meester Lederhuid. Verzamelt uw roedel en volgt mij, Meester Lederhuid. Een maanpad zocht gij, een maanpad zult gij vinden. **
De wasbeer leek Sakura weer te negeren en sprak enkel nog tegen Miles. Die haalde verontschuldigend zijn schouders op naar zijn Alpha. Toen sprong de geest van de tak naar beneden en liep dieper het woud in.
door DeHeld Stamgast, 4970 / 6056 gepost: 4-3-2007 om 20u26
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Maya begraven na een gezamelijk tocht door de Umbra... het voelde instinctief aan. Het was een elegante oplossing, en zoals dat hoort was het zelfs voor de hand liggend als je erover nadacht. Miles nam natuurlijk het voortouw, en nam niet bepaald de tijd om te wachten tot Dwaine zich had klaargemaakt.
"Ga dicht bij mekaar staan. Ik trek jullie mee de Umbra in. Concentreer je, het schijnt te helpen als je in mekaars ogen kijkt. " Nou, als dat de bedoeling was moest hij toch even wachten. Dwaine was druk bezig met verstoppen van zijn rugzak vol materiaal en, belangrijker, bewijsmateriaal, onder een steen, wat aarde en gebladerte. Ondertussen keek hij om zich heen. Hij wist natuurlijk wel dat in zo'n bos niets verborgen kon blijven, maar wilde het niet te makkelijk maken en geen overbodig risico nemen. Hij bekeek het resultaat even en trok dan zenuwachtig zijn jasje uit. Dat wreef over enkele bladeren op de grond en een boomstam, voor hij het iets verder begroef. Het valse geurspoor kon maar helpen, en dat jasje had hij niet meteen nodig in de Umbra. Vervolgens sloot hij de kring met Sakura en Miles.
Het mocht dan wel helpen om in elkaars ogen te kijken, maar om de blik van Sakura vast te houden was hij te verlegen en Miles was... te naakt, om zonder schroom naar te kijken. Dwaine moest dus in zijn eigen ogen kijken voor hij zich kon concentreren, oogleden als altijd half naar beneden.
In de Umbra droeg hij nog steeds het lichaam van maya, dat hij niet had losgelaten sinds ze op haar laatste tocht vertrokken waren. Het woud zag er nog echt woud ook, ook aan deze kant, zonder al te veel invloed van de Wever. De hier veel grotere Theurge maan in in de lucht boven hen, tussen fonkelende sterren, alsof daar in de sterrenhemel de accenten vaak verlegd werden. Het vloeiende water in de stroom weerkaatste het licht ook op een herkenbare manier, maar nooit tweemaal op dezelfde. Het maanlicht zelf filterde door de begroeiing. Er waren nergens rechte lijnen te ontwaren, en in het vale licht kreeg het allemaal een passend funeraire schoonheid. Dwaine liep als lijkbidder achter de anderen aan, tot Sakura hem even op de schouder klopte. Hij was niet erg vertrouwd met de Umbra, het was een van de aspecten van zijn Garou-afkomst die hij aanvankelijk had afgekeerd. Het was daarom eenvan de dingen die hem met andere garou in confrontatie kwam. Aanvaarding kwam slechts langzaam voor Dwaine. Dit was allicht de eerste keer dat hij zich echt bewust was van zijn opdracht als weerwolf, en dan nog omdat hij een dode Maya met zich mee droeg. Het maakte de zaken plots allemaal echter, op een of andere manier.
Terwijl de anderen probeerden om de geesten te contacteren, hield hij zich afzijdig. Hij kende toch niet veel van hun omgangsvormen en taal en zou dus meer last dan nut zijn. Daardoor kon hij ook niet duidelijk zien dat de magnetische kaart met het hologram een FBI-badge was. Hij stond er ook niet bij stil. Er stond een fotootje van Sakura op, maar voor hetzelfde geld was het een bibliotheekkaart, of een credit card. Op dit ogenblik sloeg Dwaine er nog geen acht op.
door Assunkill Wandraak, 3796 / 5128 gepost: 7-3-2007 om 22u56
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Sakura liep achter Miles aan, en Dwaine liep niet ver achter haar. De wasbeer leidde hen steeds dieper het woud in, tot het trio tussen de bomen een vreemd glinsterend soort nevel zag hangen. **Uw maanpad, Meester Lederhuid. Ik laat U Uw vondst zoals Gij mij de mijne laat. U weze gegroet! ** De geest verdween met enkele sprongen tussen de massieve boomstammen en na een laatste flikkering van Sakura's badge was hij verdwenen.
Miles vroeg zich af hoe vertrouwd zijn metgezellen met maanpaden waren. Hen inlichten over de risico's leek hem overbodig. Ze zouden toch niet op hun stappen terugkeren en hij was de enige die opduikende problemen zou kunnen oplossen. Hij draaide zich om naar Dwaine en Sakura en wachtte op een bevestigende knik.
Dwaine volgde bijna blindelings, slaafs, de weg die Miles uitstippelde. Hij hield zijn blik voornamelijk op Maya's dode lichaam in zijn armen gericht. Niet enkel omdat dat de gelegenheid een gepast ingetogen en zelfs plechtige sfeer bezorgde. Dwaine was niet erg vaardig met de Umbra. Weerwolven hebben scherpe zintuigen en het kwam hem in den beginne voor als een van de vervelende "Garou-dingen" om naar de Middelste Wereld te gaan, omdat de sensaties hem altijd overvielen. Dat beterde natuurlijk, met stappen, voor en na het conflict. Maar hij kende zijn weg niet erg goed in de diepere Umbra.
Nu hij daar zo stond, temidden van boomgeesten, ouder en anders dan dieren en mensen, kijk hij slecht op als nodig. Hij vertrouwde op Miles. Het rondkijken tijdens de processie was als een pompende hartslag, een ritmische manifestatie van het gebeuren. Voor het maanpad had hij weer zo'n moment dat hij de Umbra om zich heen opnam. Hij knikte vastberaden naar Miles, en stapte hem achterna, met Maya het maanpad op.
Sakura keek Miles slechts aan toen hij enigzins afwachtend hun kant op keek. Ze reageerde niet en stapte door, ze liet Dwaine voor gaan. Het maanpad was nauwelijks te zien beneden aan de voet van het woud. Eigenlijk wist Sakura helemaal niet waar te kijken. Als de vriendelijke geest, die nu in het bezit was van haar badge, hen niet begeleid had was ze er waarschijnlijk straal voorbij gelopen. Ze volgde Dwaine het met bladeren bezaaide pad op. Het was alsof zij een heuvel opliepen met gigantische woudreuzen links en rechts van hen. Door hun hoofd op te heffen staarden zij direct op de reusachtige sikkel aan de hemel.
Voordat ze het realiseerde liepen ze over de kruinen van de bomen en niet veel later kwamen zij daar ook los van. Voor hen zagen zij een schimmering en glans voor hen. Het leek soms alsof zij op lucht liepen. Sakura keek om en er was geen spoor meer te zien van de wasbeer beneden in het woud.. Het zat haar dwars. Ze zou problemen krijgen met het kwijtraken van haar badge, en ook al was dit niet zo; ze zou moeten gaan liegen over de verdwijning van haar badge.
De Theurgemaan gaf niet al te veel licht, dus het was moeilijk om te bepalen op precies welk punt het kronkelende pad ophield en het trio zijn weg verder zette op intuïtie. Onderweg was het, naar de normen van de Umbra, erg rustig. Het was bijna gepast bewegingsloos, dacht Dwaine, maar het feit dat ze sporadisch een uilgeest zagen deed hem vermoeden dat het aan het maanpad lag. Misschien was het rustige maanpad er specifiek voor de begrafenis? Er viel te weinig te zien aan het einde van het pad om zich te kunnen oriënteren. Vast stond dat ze hoger zaten in de bergen nu. Miles bleef resoluut rechtdoor gaan, Dwaine merkte pas de vermoedelijke reden van hun aanwezigheid op toen de pikzwarte duisternis hen omgolfde.
Voor ze verder de spelonk verkenden, pakte Sakura haar rugzak beet en rommelde op zoek naar haar zaklamp. Ze scheen over de schouder van Miles heen, zodat ze met drie op een kluitje langzaam voort moesten stappen. Het was Miles die als eerste de tekeningen opmerkte, en gebaarde om meer licht. Op dat moment had Dwaine al niet echt meer een concept van hoe diep ze al zaten. Het licht van de zaklamp was te vaal om enige kleuren te onderscheiden. Er waren een aantal duidelijk herkenbare mensachtigen, lange, uitgerokken figuurtjes. De meesten ervan hadden werktuigen, stelde Sakura vast. Het was het soort veelzeggende details dat bij haar job hoorde. Ze liet het licht verder spelen. Eén grote vogel, allicht een voorstelling van een gids of geest, een stuk of wat voor haar onbekende symbolen.
Het was een jachttafereel, besefte ze toen ze bij overdreven dikke, gestileerde runderen kwam. Voor de mensen met hun werktuigjes stonden evenzeer karikaturale roofdierfiguren op hun achterste poten. Ze stonden met hun kop en klauwen naar de prooi, en de mensen stonden zo dicht dat ze hen bijna omringden. Het was zeker een jachttafereel. Wolven én mensen aan het jagen.
De vloer van de grot was behoorlijk egaal afgesleten, waarschijnlijk al duizenden jaren, en misschien daarom in gebruik genomen door de mensen die er de muurschilderingen achter lieten, en een aantal stenen werktuigen in schaduwrijke hoeken. Nu alledrie de weerwolven wisten dat ze de juiste plek gevonden hadden, wisselden ze enige blikken. Het was vooral aan Miles om te bepalen of ze nog verder moesten, want er was stilzwijgend overeen gekomen dat hij de ceremonie zou begeleiden. Hij wees de richting aan die hij verder wilde nemen, een in hoogte afnemende grot in.
Net voor de plaats waar het plafond de vloer raakte, stak een duistere steen uit het bodem en het stof. De voorwerpen die er rond lagen, hadden achteloos geworpen kunnen zijn, ware het niet dat ze opvallend netjes geordend waren. Met behulp van het licht schuifelden ze alledrie, gepast ingetogen, dichterbij. De steen wierp een vreemd akelige schaduw. De vorm aan de bovenkant van de uitstekende, donkerkleurige rots was klauwvormig. De zwarte lijnen die een skeletale klauw vormden zagen eruit alsof ze ook getekend waren. Maar de klauwen waren echt. Die zaten vast in de rots. Er was geen enkele manier waarop die daar terecht hadden kunnen komen, behalve miljoenen jaren druk en rust. De versteende krokodillenpoot in de rots deed dienst als altaar voor de grotbewoners, zoveel era's later, zich mogelijk niet eens bewust van de tijdspanne die hen scheidde van het levende beest. Natuurlijk hadden die er een heilige plaats van gemaakt. En nu zou dit de plaats worden, waar een ander beest ten grave gedragen zou worden.
Het drietal bekeek de ruimte waarin zij stonden met stilzwijgende bewondering. Het Maanpad had hen naar een vreemde locatie gebracht. Ze hadden getracht ver weg te stappen van de mensen wereld om hun laatste respect te bewijzen aan hun gevallen packgenoot. Het was ironisch om op een plaats aan te komen waar tekenen waren uit het begin der tijden waarin mens en wolf samen leefde.. Een tijd voordat ook maar één enkele Garou ooit menselijk bloed had geproefd. Het was Sakura die de doodse stilte doorbrak. *”Met alle respect, maar veel tijd hebben we niet. Als de maan nog verder wegdraaid zullen we vast zitten in deze berg, het Maanpad reist immers met vrouwe Luna mee. Buiten was het een hele steile klim naar beneden, we zitten hier hoog. En dan daarbij, wie weet hoeveel mijlen we verwijderd zijn van het Bledson kamp, tijd en ruimte kunnen immers variëren in de Umbra. "* Sakura hield plots in, of het was om haar staaltje ongepaste koude logica of de weerkaatsing van haar stem liet ze zelf liever in het midden. Haar stem had vele malen harder geklonken dan ze had gedacht. Deze galmde terug door de spelonken. Ze zweeg verder en knikte naar Miles. Dwaine kwam langs haar gelopen en plaatste Maya zachtjes op de stenen verhoging waarin een stenen klauw was versmolten.
Miles knikte terug naar Sakura. Hij wist niet precies wat ze van hem verwachtte. Hij had hen hierheen geleid en dat was vrij vlot gegaan en wellicht zou hij hen ook moeten terugbrengen. Dat zou waarschijnlijk ook nog wel lukken, als ze maar voortmaakten. Sakura had een punt over de wegschuivende maan.
door DeHeld Stamgast, 4990 / 6056 gepost: 14-3-2007 om 22u25
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
In stilte stonden de drie Garou bij hun gevallen packgenoot. Het was een onwezenlijk moment. De sfeer van deze oude en mystieke plaats droeg iets magisch in zich. Dromerig keek Miles naar Maya, op haar stenen sokkel. Hij dacht aan het maanpad van zijn maan en hoe het hen hierheen had gebracht. Zou de geest van Maya hen hierheen geleid hebben? Zou dit voor haar een goede laatste rustplaats zijn?
Sakura stootte hem zacht aan Miles schrok op uit zijn overpeinzingen. "Miles, kan jij… " Ze fluisterde bijna; het leek ongepast hier luidop te spreken. Hij begreep niet meteen wat ze bedoelde, maar haar blik wees in de richting van het altaar waarop Maya lag.
Hij beet onzeker op zijn bovenlip. Omwille van zijn vertrouwdheid met de Umbra werd van hem verwacht dat hij hier het gepaste — of een gepast — ritueel kende. Maar sociale rituelen waren Miles’ zijn specialiteit niet. Als hij al iemand begroef, was het een stamgenoot en deed hij dat in zijn eentje. Hij kende geen rituelen, enkel gewoontes, de gewoontes van zijn stam.
Sakura bleef hem aankijken en Miles wist niet goed of haar blik dwingend of smekend was. Hij knikte naar haar en stapte naar voor. Achter hem scheen Sakura met de zaklamp.
Miles bukte zich en raapte een voorwerp op dat voor het het altaar lag. Het was een soort stenen mes met een houten heft. Hij wrikte even aan het lemmet, maar het oude en broze touw, dat snede en handvat verbond, verkruimelde meteen tot stof. Hij liet het houten stuk weer vallen, rolde zijn hemdsmouwen op, zette zich helemaal recht en haalde diep adem.
Er klonk een diep en monotoon gezoem toen Miles begon te neuriën, alsof hij zijn stem wilde opwarmen — en dat was ook zo. Toen begon hij te scanderen in een onregelmatige cadans, die ondanks toch vreemd harmonieus en ritmisch klonk.
*"Waar-niemand-voelt, thans gedenken wij u, geboren voor Gaia, geleefd voor Gaia, gestorven voor Gaia, kind van Wyld en wildernis, des maans dochter, krijger voor de moeder, gij streed tegen alles wat de geur der verotting met zich droeg en uw tegenstanders waren veel, waren velen waren en groot in macht getal, maar groter was uw wijsheid, groter nog uw wilskracht, groter nog uw moed, verbeten vocht gij voor Gaia en Gaia’s kinderen, grif gaaft gij uw leven voor de zoon der zondaars,
Waar-niemand-voelt, kind van Wyld en wildernis, des maans dochter, krijger voor de moeder, gedenkt ons zoals wij u gedenken, laat uw geest de onze leiden, weest de gids voor uw broeders en zusters op de duisterde paden die wij betreden teneinde de duisternis te bestrijden, schenkt ons uw wijsheid, uw wilskracht, uw moed opdat wij de moet vinden en behouden uw strijd, die de onze is want één en dezelfde strijd strijden wij, verder te strijden, "
Toen Miles op het einde van zijn korte tekst was gekomen, begon hij gewoon opnieuw. Zijn hese, rauwe stem klonk diep en vol, zoals toen hij gesproken had voor het ritueel waarmee de Alpha gekozen was. Het klonk bijna hypnotiserend en Miles was zo geconcentreerd dat het niet duidelijk was of hij zichzelf in trance had gebracht of niet.
Tijdens de voordracht, die het midden hield tussen spreken en zingen, bewoog zijn wanstaltige lichaam op het onregelmatige ritme van woorden. Vooral zijn klauwachtige handen, die nog steeds, de scherpe steen vasthielden, speelden daarbij een rol. Door het licht van de zaklamp werden op de rotswand achter hem een vreemd schaduwenspel geworpen, waarin de twee klauwen twee vechtende figuren leken uit te beelden. Niemand wist hoe Maya haar laatste gevecht gevochten had, maar het had precies zo kunnen zijn als de schaduwfiguren het deden. Regelmatig sloeg het stenen mes in de stenen wand en op den duur kwam er een patroon tevoorschijn. Het leken Garou-runen, maar Sakura noch Dwaine herkenden de tekens of konden de boodschap lezen.
Na drie keer kwam het ritueel tot zijn einde. Miles stopte met zijn bevreemdende voordracht en langzaam stierven de echo’s in de grot weg. Hij draaide zich naar het lijk en klemde de steen in zijn linkervuist. Met een snelle haal sneed hij zijn onderarm open over de hele lengte van het spaakbeen. Het bloed gutste in eerste instantie over het stenen altaar, maar al snel begon de wonde te genezen en hoewel de snee diep was geweest, duurde het maar enkele seconden voor ze weer helemaal dichtgegroeid was zonder dat er zelfs maar een litteken achterbleef. Het donkere, stroperige vocht droop langzaam langs de ruwe steen naar beneden.
*"Vloeide uw bloed voor het mijne, het mijne vloeide voor u. *
Het was afgelopen. Met twee halen veegde Miles de steen weer min of meer proper aan zijn hemd en legde hem naast het houten handvat. Hij rolde zijn mouwen weer af en liep weg van het altaar. Hij knikte naar de twee anderen, die stil waren blijven staan. Hij wist niet of één van hen nog een laatste groet wou brengen of wat anders wou doen, maar als dat zo was, zouden ze moeten haasten. Sakura had gelijk: hun maanpad zou niet lang meer zichtbaar zijn.
Dwaine van zijn kant wist niet erg goed wat hij moest doen. Het leek hem dat het vergieten van het bloed een deel was van het ritueel, maar hij wist niet of hij dat ook moest doen. Hij wist wel wat weerwolven deden om zich uit te drukken op een moment als deze. Hij sloeg zich met de vlakke hand op zijn borst, als om de klankkast te testen en begon een langgerekte, pulserende huil aan te heffen. Een wolvenstem is niet even aangenaam voor het oor als een klassiek instrument, en het was ook niet de bedoeling om het afscheidslied even elegant en ontroerend te maken als Chopin of Purcell zouden gedaan hebben. Een begrafenisschreeuw van weerwolven dient om droefnis en verscheuring te uiten. Sakura vervoegde hem al snel, net als Miles. Met z'n drieën huilden ze in het donker van de grot, in het midden van de nacht. Het trillende en rauwe geluid vulde eerst de spelonk, en dan de hele duisternis eromheen. Het leek alsof de hele geestenwereld op de hoogte moest worden gebracht van deze verandering in de stand van zaken, van het verlies van een packgenoot.
Zonder een onderling gebaar lieten Miles, Dwaine en Sakura het gehuil weer uitdoven. Snel en efficiënt organiseerden ze zich en volgden in het licht van Sakura's lamp de route naar de uitgang. Enigzins gehaast, want het risico was gestegen dat het maanpad al zou verdwenen zijn. Op het moment dat ze de mond van de grot bereikten, schakelde de alfa haar zaklicht uit, en zagen alledrie tot hun grote opluchting dat de weg terug nog steeds duidelijk zichtbaar was, bij gratie van Luna. Onder haar hemelse sikkel zetten ze koers naar hun plaats van herkomst, in omgekeerde volgorde het hoge en lage pad volgend. Zo kwamen ze uit op het plaats waar ze het maanpad hadden gevonden, en haalde Miles zijn spiegel weer boven, om uit de Umbra te stappen.
Ditmaal kwamen ze niet uit op de plaats waar ze vertrokken waren. Het had hen immers wat zoeken gekost alvorens Miles de wasbeer bereid had gevonden voor onderhandelingen. Met gebruik van geur en geluid alleen konden ze het utopische wagenpark weer vinden. Miles, die als gewoonlijk zonder al te veel woorden wilde vertrekken, werd tegengehouden door Dwaine.
"We moeten even een omweg maken. Ik heb waar we vertrokken een zak bewijsmateriaal begraven. " Het was niet erg ver. Dwaine kon het zelf op een wip en een zucht vinden. Het punt was gewoon, een wolf alleen is kwetsbaar. Gezien de eerdere gebeurtenissen die avond was het beter om niet op te splitsen nu. Het tweetal volgde Sakura naar de plaats waar ze de rugzak en het jasje hadden begraven. Alles was vuil, maar verder ongehavend. Perfect, wat Dwaine betrof. In stilte gingen ze alledrie terug naar hun afspraak met Bledson. Alledrie: een volledig pack vanaf nu.
door Zorbalt Moorderator, 4194 / 5435 gepost: 15-3-2007 om 9u49gewijzigd door Zorbalt 15-3-2007 om 12u00
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het verloop van de tijd in de Umbra liep niet gelijk aan dat op de aarde. Als reizigers dieper de geestenwereld in trokken bleek de tijd soms stil te staan of in enkele gevallen juist te versnellen. Er waren verhalen bekend van Garou die voor hun gevoel slecht enkele minuten de Umbra in waren gegaan voor het doen van een bepaald ritueel, maar bij terugkomst merkten dat er meer dan een jaar verstreken was. Dit waren uitzonderingen uiteraard en toen de roedel het woonwagenkamp naderde hadden zij het middernachtuur slechts een half uur achter zich gelaten.
Ondanks het late uur was het nog steeds onrustig tussen de bonte kermis van wagens, vuil en schroot. Er hing een gespannen sfeer en de drie weerwolven werden door de kampbewoners die op dit tijdstip nog buiten liepen met argusogen bekeken. Achter de ramen van grote trailer die diende als woning voor Jonathan Bledson en zijn dochter scheen een zachte gelige gloed. Het was onrustig in Utopia en de Garou vroegen zich af of dit aan hun aanwezigheid zou liggen.
De deur van de trailer was dicht, maar niet op slot en vanuit de buik van het voertuig klonk een zachte brommende stem, de stem van Joe Bledson. De caravan stond vlakbij de rivier en was zo op het oog de grootste mobiele woning op het kampterrein. Het grasveld om de caravan heen was opvallend schoon, zeker in vergelijking met de omgeving. Niet ver van de trailer stond een grote paal opgesteld waaraan de Amerikaanse vlag wild wapperde.
door DeHeld Stamgast, 4997 / 6056 gepost: 15-3-2007 om 21u30
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Het ontging de hongerige Dwaine niet dat er nog steeds een zware geur van geroosterd vlees en saus hing. Zowel het wolfdeel als de mens Dwaine snakten naar een vettige hap met brood. Helaas was de barbecue zelf nergens meer te zien. Een bergje as omringd door blikken bier is het enige dat aangaf waar ze had gestaan. Bummer. De mannen die al gegeten hadden, waaronder een kale knikker die Dwaine herkende als de chauffeur die daarnet op zijn quad het meisje was gaan halen, waren in een discussie verwikkeld. Ze waren een gedeukte en eerder roestige pickup aan het inladen. Afgaand op wat er over hun schouder geslingerd was, bestond de lading vooral uit jachtgeweren. De echte, en de pump-actions waarmee men in de VS even graag op mensen schiet als op eenden. Als ze inderdaad de laadbak aan het vullen waren, was dat genoeg om een gemiddelde song van Tupac van lood te voorzien. When we ride on our enemies indeed.
iets minder geruststellend was de jongeman die onder de motorkap aan het kijken was of de expeditie überhaupt zou starten.
Bledson was iets van zin. Dwaine mocht doodvallen als dat niet te maken had met hetgeen zich bij de caern had afgespeeld. Tijd om die Bledson eens aan de tand te voelen, bedacht hij bij zichzelf, en stapte naar de deur om hun terugkomst aan te kondigen.
door malkav achterban(k), 5004 / 7020 gepost: 16-3-2007 om 23u53
Antw: Scéne 3: The Howling Wind
Nog ruim voordat ze het oplichtende baken, wat de ingang van Utopia aanduidde, bereikt hadden was Sakura al in haar mensen vorm veranderd. De tocht was zwijgzaam verlopen, maar niet zoals een akelige stilte. Er waren simpelweg geen woorden nodig geweest. Ze liep met Dwaine links en Miles rechts van haar Utopia in. Ondanks de vele onzekerheden die ze had voelde het redelijk veilig,.. naar omstandigheden dan. Wederom voelde zij de onzichtbare priemende ogen vanuit de vele woonwagens die langs weerzijde van hun stonden op de hoofdlaan. Ze liepen over het gehele terein richting de ruime woonwagen van Bledson die omringt werd door autowrakken.
Plots bedacht Sakura zich iets,.. en verdomd. Ze moest dit onwennige moment verstoren door haastig haar rugzak af te slaan langs een hengsel om diens inhoud te inspecteren. De Wasbeer- Geest was de enige die in haar rugzak had gekeken binnen de Umbra. Tot haar haar verbazing zag ze het automatisch handwapen in haar tas. Zij was zelf hoogst onbedreven met vuurwapens. Waarom zou ze een object als dat aan haar laten binden? Tenzij het wapen van een andere Garou was natuurlijk. Naast het schietijzer vond ze haar zaklamp en Ipod, haar Badge schitterde in de glorie van afwezigheid. Ook het peilbaken wat ze mee hadden gekregen was weg, dat was misschien vervelend maar niet rampzalig. Dwaine en Miles hadden het seinpistool en verdovingsapperaatje. Het ontbreken van haar badge was een gedachte die eigenlijk continu sluimerde op de weegschaal van haar geweten. Hoe zou ze dit uit gaan leggen bij terugkomst in Washington? Ze liepen langs enkele wrakken en Dwaine en Miles raakte wat vooruit op haar. Het tweetal stapte resoluut op de voordeur af waarbij Miles uiteindelijk de kop nam. Hij stapte de flauw verlichtte veranda op richting de hordeur. Vele motten en ander gevleugeld ongedierte zwermde rond de met plastic bakken afgeschermde TL lampen. Van al het onnatuurlijk licht was dit nog wel het meest kille licht wat men zich maar kon voorstellen. Sakura had er een hekel aan op kantoor, en hier gaf het nog een onwenniger gevoel. Ze keek nog eens om de laan uit en de heuvel af, maar niets ongewoons was op te merken. Ze volgde Miles en Dwaine over de veranda.
"The pack is united by sacred purpose and guided by sacred light" naar boven
© mandragon web team - 2000-2012disclaimer - privacy 2.7803 s