scène 1: The ninth day

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
20-12-2006, 14u56, door Zorbalt


Cutters Mine
Dag 9


John. T. Harris zat aan de grote, met koffie vlekken ontsierde, rechthoekige tafel en wachtte ietwat ongeduldig op zijn gasten. Achter hem scheen de laaghangende zon door het hoge raam naar binnen. De enorme toren van de delflift stak als Arthurs zwaard de hemel in. In haar hoogtijdagen had Cutters Mine veel betekend voor de bewoners van de omliggende kleine steden. Steden die na het sluiten van de mijn met haar waren vervallen. Ze waren dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest. Nu woonden hier haast geen mensen meer, enkel kluizenaars en jagers. De vele spookstadjes waren reeds jaren met de grond gelijk gemaakt. Enkel Cutters Mine, ver verwijderd van grotere wegen, was nog een vergeten icoon uit de hoogtij dagen van deze streek.

De dokter, een man op leeftijd, keek op zijn horloge. Hij had zijn bewaking aangescherpt. Er hing te veel af van dit gesprek en Lycantropen, of Garou zoals zij zichzelf noemden, waren nou eenmaal onberekenbaar. Harris voelde dat hij klamme handen had. Hij veegde deze af aan zijn broek en stak zijn zoveelste Newport Mentol van vandaag op, die hij uit een zilveren doosje haalde wat versierd was met het Magadon logo.

Ondertussen kwamen de drie gevangenen in de andere vleugel ietwat voorzichtig hun glazen gevangenissen uit. Nu pas konden zij de cellengang volledig aanschouwen.
De gang was ongeveer vijfentwintig meter lang en de zware deur aan het einde ervan maakte niet de indruk dat deze gemakkelijk te openen was. Met enkele drukken op de knop bekeek hij wat iedere camera kon laten zien van Detentie Vleugel Beta.
De donkere man en de oriëntaalse vrouw waren gekleed in maagdelijke witte badjassen en de grijze wolf in hun midden bekeek de ruimte met de grootste voorzichtigheid.

Harris schonk nog wat koffie in uit de thermos die op tafel stond en zakte weer achterover in zijn lederen stoel, die zijn lichaam krakend en steunend droeg. Hij bekeek de monitoren die langs de tafel stonden en zag op de middelste hoe één van de gevangenen, de freak, door zijn mannen naar boven gebracht werd.
pagina's: 1, laatste

Reacties

door Ulfgar
pluijmvee, 1917 / 2151
gepost: 4-12-2006
om 22u59
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Ze had alweer een tijdje in haar hoekje gelegen, opgerold in een cirkel als een slang. Haar staart had ze voor haar kop gewikkeld en ze keek er relatief kalm over heen. Haar gedachten gingen echter in een hoog tempo langs haar heen. Wie was die vreemde jager die naar haar knipoogde... en wie was die tweevoeter die tussen hen in liep? Een Garou?

Een ding wist Waar-niemand-voelt wel: in dit gebouw voelde ze zich totaal niet op haar gemak. Ze keek wat schuw rond, niet goed wetend wat ze met de situatie aan moest.

Toen schrok ze plots, terwijl ze haar cel zag opengaan. Zou dit een val zijn? Dat kan bijna niet anders... geen bewakers...

Stil bleef ze een paar minuten liggen. Toen besloot ze om een korte, kleine wolfshuil te geven, hopend dat een eventuele medestander dit zou herkennen en naar haar zou komen. Normale mensen zouden haar toch niet mogen en de tweevoeters die hier normaal gesproken rondliepen, mocht ze zeker weten niet.

Schichtig keek ze om zich heen, wachtend op een teken van leven vanuit de celopening.
door DeHeld
Stamgast, 4657 / 6056
gepost: 4-12-2006
om 23u39
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Wel, er gebeurde tenminste iets. Dwaine liet zijn eten links liggen en piepte eens uit het raam. Niks verdacht te zien, alles was verlaten. Vreemd. Waarom zou je zo'n cellen installeren en de gevangenen dan rond laten lopen? Of was dit omdat het "dag" was?

Een schuine blik leerde hem dat er naast hem inderdaad ook cellen waren. Dus daarnet was er een gevangene opgehald door die militairen. Met een enkele blik in zijn eigen cel loopt hij verder, omdat hij wolfsgehuil hoort. Dat bezegelde het zowat: dit was een gevangenis voor Garou.
Er zit daadwerkelijk een wolf in de kale kamer, opgerold van ellende. Niet kunnen veranderen in wolfsvorm was één ding, als wolf in deze cellen zitten was nog wel en stuk erger. Dwaine stak zij hand uit en hurkte, om te laten zien dat hij geen kwaad in de zin had.

Tenzij je natuurlijk helemaal niet vriendelijk bent en wil aanvallen, dan zou ik maar wat graag mijn lichaam kunnen aanpassen, flitste door zijn hoofd, terwijl hij wat ongemakkelijk grijnst. Gelukkig ziet hij er in z'n badjas niet erg gevaarlijk uit. Nog steeds een brede nek en stevige spierbundels, ja, maar toch niet het effect dat een strakke T-shirt op mensen had. En dit was een wolf. Op dit moment toch.
"Wel, we zijn tenminste niet alleen." moedigt Dwaine de wolf aan, en kijkt even opzij. Er waren zo te zien nog cellen.
door Ulfgar
pluijmvee, 1918 / 2151
gepost: 5-12-2006
om 10u41
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Waar-niemand-voelt zag een donker tweevoeterige reu, van het grote soort en gehuld in een witte badjas, richting haar cel lopen. Er kwam iemand, ondanks dat ze niet zeker wist of er hier sprake was van een valstrik. Ze realiseerde zich terdege dat zij vastzat in haar vorm en dat er daardoor ook hier sprake kon zijn van een Garou, maar dat vertelde nog niets van de identiteit van die persoon. Allicht dat dit wel een goed uitgedachte valstrik was.

Desondanks zou ze, ondanks dat dit mogelijk een valstrik was, haar trots niet laten varen. Ze was een alpha-wolvin en zo zou ze zich ook tonen. Ze ging fier rechtop staan en plots stond er, in plaats van het zielige hoopje wolf wat hiervoor nog was te zien, een gracieus gedaante. Ze keek naar de reu die tegenover haar stond en liet niets aan de verbazing over: als hij haar ook maar een haar zou krenken, zou hij dat met z'n dood moeten bekopen. Die vurige blik sprak daarover boekdelen.

Toen ze nog altijd een rustige grijns bij de persoon zag, begon haar zelfvertrouwen wel te wankelen. Dit kon maar één ding betekenen: ofwel er was sprake van een Garou, ofwel het was een tweevoeter zoals ze er in talloze gedaanten zijn: gluiperig, niet aan elkaar duidelijk makend wat ze van plan zijn. In plaats van hiërarchie simpele verachting van deze duidelijke structuur tonen. Nu, ze zou zich in dat geval in ieder geval de reu een hoop pijn bezorgen.

Langzaam liep ze op hem af, nadat ze met een perfecte sprong op de vloer was geland. Plots sprak hij haar toen aan, met de woorden:"Wel, we zijn tenminste niet alleen." Nog eenmaal keek ze naar hem, nog altijd niet zeker van haar zaak, maar ze kreeg de fatalistische gedachte dat, mocht er hier sprake zijn van iemand die haar bedroog, hij haar dan toch wel zou uitmoorden. Ze kon ook niets anders bedenken dat er zou kunnen gebeuren, alhoewel ze van haar Kinfolk had gehoord dat de tweevoeters vele vormen van machtspelletjes met elkaar spelen die zij niet eens zou kunnen bevatten.

Ze liep tot op een halve meter en ging daar zitten op een manier die ze had afgekeken van die slaafse wolfachtigen die bij de tweevoeters liepen en op welke manier ze door de aardige tweevoeterreu ook wat vlees kon verkrijgen. Ze voelde zich er totaal niet gemakkelijk bij, maar ze had geen idee op welke manier ze hem kon tonen dat ze zich overgaf die hij kon begrijpen. Toen zijn hand haar naderde, gaf ze een aarzelend kort likje eraan, waarmee haar vernedering compleet was. Ze hoopte maar dat dit in ieder geval aantoonde dat ze van goede wil was, want ze zou dit niet snel meer vergeten.
door DeHeld
Stamgast, 4660 / 6056
gepost: 5-12-2006
om 12u47
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De wolf veerde eerst recht en staarde Dwaine in de ogen. Het begon hem te dagen dat dit ook wel eens geen goed idee geweest kon zijn. Uit zijn ooghoeken probeerde hij het bordje met eten te bekijken. Wolfen met een lege maag waren nogal gevoelig voor een rothumeur. Voor het geval dat het uitnodigende gebaar niet genoeg was, sprak hij tegen haar. Garou begrepen tenminste wat je tegen ze zei.
Tot zijn opluchting ging het dier gewoon zitten. Zijn uitgestoken hand, zodat de wolf zijn geur kon oppikken zonder te dichtbij te moeten komen, was dus niet nodig, maar tot Dwaines verrassing gaf de wolf er plots een likje aan. Misschien had het dier last van claustrofobie. Of...
"Je bent toch niet gewond?" Zo te zien waren er toch al geen open wondes. Goed, want EHBO kende Dwaine niet erg goed.
"Ik heet Volgt-de-Wind-in-de-Wolken, trouwens. Als ik op twee voeten loop noemen ze me meestal Dwaine."
door malkav
achterban(k), 4759 / 7020
gepost: 5-12-2006
om 16u40
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Ze bleef de eerste paar momenten op het betonnen bed zitten. Ze verwachtte ieder moment weer die zware voetstappen, maar deze bleven uit. Met haar tanden scheurde zij een stuk stof van de band die om haar middel zat. Ze schudde haar haren los en ze maakte een hoge staart. Ze bond deze vast met het rafelige lint.

Voorzichtig stond ze op en ze stapte in de badslippers die haar gebracht waren. Met een trage tred liep ze richting het groene pad van linoleum wat zich buiten haar cel bevond. Ze keek naar links en zag even verderop een kale witte muur. Ze zat in de één na laaste cel.

Plotseling hoorde zij een stem enkelke cellen verderop. De andere gevangenen waren er dus ook nog. Voorzichtig leip ze die kant op en tuurde om het hoekje van de cel. Ze zag een robuuste kerel en een wolf. Was dit de wolf geweest die zij eerder gehoord had? Al snel trok ze de conclussie dat ieder hier gevangen zat in zijn geboorte vorm.. De arme ziel moest wel een Lupus zijn... Aan de lijnen langs het lichaam en de elegante poten maakte Sakura al snel op dat het een wijfje moest zijn. Als de 'steriele' ziekenhuis lucht die hier hing haar al parten speelden moest deze ervaring misselijkmakend zijn voor iemand in Lupus vorm.

"Ik heet Volgt-de-Wind-in-de-Wolken, trouwens. Als ik op twee voeten loop noemen ze me meestal Dwaine."

Sakura schuivelde ietwat de cel in op haar slippers zodat het tweetal haar kon horen.

"Mijn naam is Sakura Takashi, degenen die mij beter kennen noemen me Witte-Lotus. Ik mag aannemen dat jullie evenveel weten als mijzelfe.. als in; geen idee hoe je hier terecht bent gekomen? Zoniet ontvang ik gaarne wat meer informatie."

door DeHeld
Stamgast, 4663 / 6056
gepost: 5-12-2006
om 20u20
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De andere cellen waren dus ook bevolkt geweest. Mooi meisje trouwens, dit: zelfzeker en naturel, merkte Dwaine met de scherpzinnigheid die mannen eigen is, en om zich een houding te geven begon hij prompt met zijn hoofd te schudden.
"Ik kan je niet veel meer vertellen. Maar ik wil er wel gif op innemen dat het speciale cellen zijn voor Garou. En blijkbaar weten de bewakers hoe ze moeten verhinderen dat iemand een andere vorm aanneemt." Waarmee hij onbewust dezelfde conclusie verkondigt als Witte Lotus al in stilte bij zichzelf had getrokken. Dwaine hield haar vooral in de gaten om zeker te zijn dat ze wist waarover hij het had. Mocht ze plots reageren alsof ze in en psychiatrische kliniek was opgesloten... dat zou een heel andere zaak zijn.
Vijf cellen. Waar zouden de andere dan zitten? Die deur op het einde van de gang zat ongetwijfeld op slot. Toch zou Dwaine zich beter voelen als hij dat eens zelf uitprobeerde. En dus stond hij na nog een glimlach naar de wolf recht.
door Ulfgar
pluijmvee, 1921 / 2151
gepost: 5-12-2006
om 20u21

gewijzigd door Ulfgar
5-12-2006 om 20u21

Antw: Scéne 1: Dag 9.
De reu voor haar had zich verbazend uitgelaten vanwege haar lik op z'n hand. Waarom kon ze de idioot dan niet bij z'n verstand brengen dat ze simpelweg niet op een andere manier kon duidelijk maken dat ze vriendelijk gezind was en dat ze hem snapte? Ze snuifde z'n lucht alvast op, zodat ze hem in ieder geval zou herkennen.

Ondertussen was er nog een andere tweevoeter, een teefje aan de vorm te zien. Ze gaf ook een enigzins vrouwelijk klinkende naam op, aangezien dezelfde klank in haar naam op het einde zat die ook in haar eigen tweevoeternaam zat. Kort bekeek ze haar en hoorde de woorden aan. Nee, ze wist inderdaad totaal niet waar ze was. Leek het dan soms op een plaats waar een Lupus zich vaak zou bevinden?

Ze haatte nu al dit complex, inclusief z'n koude, harde vloeren (zelfs de ronde stenen in het reservaat waren nog zachter). Het was haar wel duidelijk dat ze het liefst hier zo snel mogelijk weg was, want ze voelde zich verre van comfortabel. En als dat dan met deze groep tweevoeters zou moeten gaan gebeuren, dan was dat zo maar. Ze keek even kort en gaf een klein, buigend knikje richting het teefje om aan te geven dat ze haar gezien had, maar draaide daarna weer haar kop naar de reu die nu rechtop was gaan staan.
door malkav
achterban(k), 4761 / 7020
gepost: 5-12-2006
om 21u28
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura liep een stukje verder de cel in en leunde met haar rug tegen de muur. Ze stond net niet ver genoeg in de cel om haar zicht te verliezen op de zware metalen deur. Als deze zou openen zou ze het direct zien.
Ze hoorde de robuuste man aan en zag aan de wolf dat zij haar ook begrepen had. Een kleine glimlach ging richting de wolf toen deze haar kop wegkeerde van haar en de man die zich Dwaine noemde weer aankeek.

"Het mag overduidelijk zijn dat deze cellen speciaal ingericht zijn om Garou vast te houden,... daarnaast heb ik ieder contact met de Umbra en het Wilde in mij verloren. We zijn gedrogeerd en zitten waarschijnlijk gevangen in onze geboorte-vormen. Iets wat communicatie tussen Homiden en Lupus nogal wat bemoeilijkt.

Ik stel voor om samen te blijven en niet al te enthousiast op 'onderzoek' uit te gaan. Hoogstwaarschijnlijk zien en horen 'ze' ons nu.. Wie die 'ze' ook mogen zijn. Ik verwacht snel genoeg opgehaald te worden. Er moet een reden zijn dat ze die kale man weggehaald hebben en ons nu de mogelijkheid gunnen om elkaar te leren kennen.

Mag ik vragen,.. kennen jullie die man die weggebracht werd,.. en hebben jullie gaten in jullie herinneringen?"


Sakura keek wederom naar de deur, maar er was niets te zien... ze keek weer terug naar het tweetal in afwachting op antwoord....

door Zorbalt
Moorderator, 3992 / 5435
gepost: 5-12-2006
om 21u37
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Plotseling klonk er een schel piepend geluid, gevolgd door een stem. Dezelfde stem die de drie Garou eerder deze middag hadden gehoord. De stem was warm en klonk zo goed als hetzelfde, maar ergens miste het de dwingende zelfverzekerdheid. Het geluid kwam vanuit de cellen. Normaal werden waarschijnlijk enkel de gevangenen toegesproken als ze achter de glazen wanden zaten. Dit keer werd er ogenschijnlijk een uitzondering gemaakt.

“Goedemiddag dames en heer. Zo dadelijk zullen jullie worden opgehaald. Wees alsjeblieft verstandig en doe geen gekke dingen. Er zal jullie niets overkomen.”
door Assunkill
Wandraak, 3589 / 5128
gepost: 5-12-2006
om 21u54

gewijzigd door Assunkill
5-12-2006 om 22u05

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Schaduwloper werd naar een kamer gebracht die vrij sober was ingericht. In het midden van de ruimte stond een grote houten tafel en de laaghangende zon zorgde voor een waterige gloed. Een man in een witte doktersjas en met een witte volle baard stond op van zijn stoel. “Miles, kom binnen. Ga zitten. Koffie?” De dokter wees naar een chromen thermoskan.
Schaduwloper pakte een stoel en schudde zijn hoofd. "Water."
Hij was niet verbaasd dat de man zijn naam kende. Zijn voornaam had hij van zijn pleegvader gekregen en hij gebruikte hem frequent om met mensen om te gaan. Twee bewakers, de kapitein en een jonge kerel met rossig haar, kwamen mee binnen en vatten post achter Miles’ rug, aan de deur.

"Je zult wel een droge keel hebben." De man in de witte jas knikte naar de jongste van de twee bewakers. "Knul, ga eens een glas water halen voor deze man. Zie je dan niet dat hij dorstig is!" De dokter glimlachte en ging zitten. De soldaat draaide zich om en verdween naar buiten.
Schaduwloper zakte een beetje onderuit in zijn stoel en stopte zijn handen in de zak van zijn sweater. Hij keek de dokter zwijgend aan.

”Het spijt me. Ze behandelen je als vuil. Hoe voel je je?” De dokter leek oprecht bezorgd. Maar ‘Miles’ was geen gemakkelijke gesprekspartner. Hij reageerde enkel als hij dat relevant vond. Bovendien probeerde de dokter hem overduidelijk te lijmen. Hij had de weerwolf nodig, zoveel was duidelijk. Schaduwloper vond dus dat hij zich niet al te inschikkelijk moest opstellen. Hij bleef zwijgen en genoot stiekem van de vervelende stilte die steeds nadrukkelijker in de kamer aanwezig werd. De dokter keek ietwat ongemakkelijk naar buiten en nam een slok koffie. De slokken klonken pijnlijk hard in de aanhoudende stilte. De soldaat bij de ingang schoof met zijn voet over de vloer. Toen klonk er een kleine klop op de deur en kwam de jongere bewaker binnen met een glas water

Miles liet het glas water onaangeroerd staan op tafel. Na wat hij dacht dat een kwartier was, besloot hij dat hij de dokter lang genoeg had laten wachten. “Ik wil mijn spullen terug." Zijn hese stem verbrak de gespannen stilte.
"Ah, je spullen. We dachten te beginnen met je kleding. Ik kreeg daarstraks de indruk dat je het koud had daarbinnen…" De man wees naar enkele monitoren waarop de cellengang te zien was. Hij zag hoe een man, een vrouw en een wolf nabij één van de cellen stonden.

Op een andere monitor zag Miles de kamer waar hij zich had mogen of moeten omkleden. Had de dokter alles gezien? Waarom werd hij dan niet ontwapend? Miles kreeg de indruk dat de bewaking ondanks alles nonchalant was. Als hij het glas leegdronk en een nieuw vroeg, was er nog maar één soldaat in de kamer. Er was een hete kan koffie, een glas dat hij kon kapot slaan en hij had een wurgkoord op zak. Geen hypermoderne wapens, maar als hij de soldaat kon overmeesteren kon hij via het raam ontsnappen…

De man in zijn witte doktersjas keek hem een kort moment onderzoekend aan. "Miles, voordat ik de anderen hier naartoe laat komen wil ik je één ding duidelijk maken. Ik ben je vijand niet. Ik ben ook geen vriend. Zie mij eerder als ... als een boodschapper.
De dokter leek op reactie te wachten, maar Miles knipperde enkel met zijn ogen.
"Ik kan mij voorstellen dat je jouw achtergrond, en dan doel ik vooral op je afkomst, niet wil delen met de anderen. Om dit te waarborgen heb ik jou eerder laten halen en je de mogelijkheid gegeven om jezelf te kleden." De dokter zuchtte en nam nog een slok van zijn koffie. Daarna drukte hij op een knop nabij hem naast de tafel. Nu pas zag Schaduwloper de smalle microfoon die naast de dokter op het tafelblad was gemonteerd. "Goedemiddag, dames en heer. Zo dadelijk zullen jullie worden opgehaald. Wees alsjeblieft verstandig en doe geen gekke dingen. Er zal jullie niets overkomen" De drie gevangenen op de monitor keken allen naar boven, maar dokter had zich alweer tot Miles gericht.

Goed, Miles...De reden waarom mijn mannen jou op deze manier behandelen is niet goed te praten, maar ik begrijp hen wel. Toen ze jou enkele uren geleden medicijnen wilden toedienen, heb je twee van hen aardig te grazen genomen”.
Miles onderdrukte een grijns. Hij herinnerde het zich niet, maar hij mocht hopen dat hij zich niet weerloos had laten kidnappen.
Een effect van bepaalde medicatie bij jullie soort is het feit dat jullie genoodzaakt zijn om in je natuurlijke vorm te blijven. Uiteraard totdat het helemaal uit je lichaam is verdwenen. Het leek ons echter niet verstandig om dit in jouw geval te gebruiken. Met die lelijke halsring dwingen wij jou al dan niet onbewust in een ongevaarlijke positie. Ik hoop dat je dit begrijpen kan?

De dokter knikte naar de kapitein bij de deur en deze opende de deur en gaf twee mannen buiten de kamer de opdracht om de gevangenen te halen.
door Ulfgar
pluijmvee, 1923 / 2151
gepost: 5-12-2006
om 23u02

gewijzigd door Ulfgar
5-12-2006 om 23u03

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Hmpfff... De wolf liet zich een klein gegrom ontvallen toen het andere teefje op zo'n bizarre manier de leiding nam over deze tijdelijke roedel. Wie was zij wel om zo te reageren ten opzichte van zij die altijd alpha was geweest? Ze keek met een vuile blik richting haar op het moment dat deze de leidinggevende woorden uitsprak.

Desondanks gaf ze haar wel gelijk in het feit dat inderdaad het niet kunnen veranderen van vorm de situatie vermoeilijkte. Ze kon hen wel verstaan, maar kon bijna niet aangeven of ze het ermee eens was ja dan nee. Toch nam Waar-niemand-voelt zich voor om de eerstvolgende keer dat de mogelijkheid er was de hiërarchie voor eens en altijd te beslissen. Ook al mocht het dan dit teefje zijn wat het alpha teefje werd, ook al kon daar eigenlijk moeilijk sprake van zijn binnen de Garou, aangezien er geen sprake was van het beschermen van welpen en dus de rol van alphateefje er veel minder toe deed, er moest in elk geval snel een beslissing daarover worden genomen.

Op onderzoek gaan zou ze voorlopig toch al niet. Daarbij werd net na deze woorden van het teefje door het onnatuurlijke middel gesproken, waardoor zij inderdaad wisten dat ze werden meegenomen.
Het irriteerde en beangstigde haar mateloos dat ze nu niet op instinct de twee anderen kon spreken en zij zelf de tweevoetertaal in deze vorm niet kon spreken. Op deze manier konden ze nooit van tevoren een plan bedenken wat het probleem zou oplossen op een wolvenmanier: ze zouden de man achter de stem afslachten en hieruit ontsnappen, want de man was een vijand. Eventueel zouden ze nog kunnen ontsnappen zonder de man te vernietigen, maar daar zag zij het doel niet direct van in.
door DeHeld
Stamgast, 4665 / 6056
gepost: 6-12-2006
om 11u38
Antw: Scéne 1: Dag 9.
"Ik durf wedden dat we momenteel niet al te ver op ontdekking kunnen gaan, als we dat al zouden willen."
Een korte blik in cel nr.22 wees uit dat die leeg was, en aan de geur te oordelen hadden ze die ook recentelijk schoongemaakt. Zouden deze cellen dan zo vaak gebruikt worden? Hij stapte verder, langs de Aziatische vrouw, om de deur eens van naderbij te bekijken.
"En ja, toch zeker een groot gat in mijn herinneringen. Misschien dat wat ze ons ook gegeven hebben om ons uit te schakelen, het kortetermijngeheugen aantast. Dat zou dan betekenen dat we hier nog niet zo gek lang zitten."
De deur gaf inderdaad niet mee. Weinig verbazend, maar je wil zoiets toch zeker weten. In elk geval had de dokter aangekondigd dat ze werden opgehaald. Vier man voor twee gevangenen en een wolf? Dat was al een heel andere zaak. Of zouden ze in totaal met 12 zijn... nee, in deze gangen was dat ook niet echt werkbaar. Het zou logischer zijn dat men ze in de cellen had laten zitten om één voor één getransporteerd te worden.
Dwaine hoopte in stilte dat ze de wolf niet aan één of andere leiband zouden leggen. Hij kon zich de vernedering levendig inbeelden, zo'n brandend touw rond je nek.
"Wel, onze gastvrije dokter laat ons ophalen. Ik twijfel er geen seconde aan dat hij ons meer kan vertellen over wat we gemist hebben. Ik ga toch maar mijn slippers aandoen, de vloer ik nogal koud."
Dit had een perfect moment geweest om een sigaret op te steken.
door Zorbalt
Moorderator, 3993 / 5435
gepost: 6-12-2006
om 21u22

gewijzigd door Zorbalt
6-12-2006 om 21u25

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Er klonk geschuifel achter de zware deur die toegang gaf tot de cellengang. De drie weerwolven zagen hoe de deur open ging. Er verschenen drie bewapende “soldaten” en dit keer bevond er zich een jonge, niet onaantrekkelijke vrouw in hun midden. Tot op heden hadden de Garou enkel nog kerels gezien. De meid, gekleed in een jas met camouflagekleuren en bijpassende broek, stapte naar voren. Ze droeg haar bruine haar in een lange vlecht en haar platte pet had dezelfde kleur als de rest van haar kleding. De twee andere cipiers bleven aan weerszijde van de deuropening staan en wachtte geduldig tot de "gasten" de gang zouden verlaten.

”De dokter is klaar om jullie te ontvangen. Als jullie mij willen volgen dan breng ik jullie naar boven.”

Zonder een antwoord af te wachten draaide ze zich om en liep de slecht verlichte gang in waar de deur van het cellencomplex op uit kwam. Terwijl zij de vrouw volgenden door de grauwe hal hoorden zij haar verhaal aan. Haar stem klonk hol en weerkaatste in het kale trappenhuis toen zij de stalen trap op klommen.

“De grond waarop dit mijncomplex is gebouwd is rijk aan een diversiteit aan mineralen. Toen de regering in 1960 de mica industrie begon te subsidiëren door middel van het Mica Stock Piling Program is dit complex uitgegroeid tot de grootste leverancier van mineralen. Voorheen was de U.S. afhankelijk van India of bijvoorbeeld Brazilië. De stoffen die hier naar boven zijn gehaald hebben een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van bijvoorbeeld de wapenindustrie.”

De twee schutters bleven op een afstand en sloten de deur naar het cellencomplex achter hun. Zij volgden zweigend, maar hielden hun wapens gereed, mochten de drie ondanks alle waarschuwingen proberen te ontsnappen.

door Assunkill
Wandraak, 3592 / 5128
gepost: 6-12-2006
om 23u51

gewijzigd door Assunkill
7-12-2006 om 8u58

Antw: Scéne 1: Dag 9.
In de kamer viel opnieuw een ongemakkelijke stilte. Miles zat nog steeds roerloos en zwijgend de dokter aan te kijken. Tot hij iets opmerkte. Of beter: iets niet opmerkte. Hij werd helemaal geen Wyrm gewaar. Deze plaats had moeten stinken als een beerput naar de Wyrm, maar dat deed ze niet. Miles wist dat hij zich niet vergiste. Zijn gevoeligheid voor de Wyrm had hem al meermaals de huid gered en liet hem zelden in de steek. Als hij hier geen Wyrm voelde, dan was er geen Wyrm. Hij bleef zwijgen, maar bekeek de dokter plots met andere ogen. Hij had intussen echter al geleerd dat niet alles dat door de Wyrm besmet was, per definitie de vijand was. Hij veronderstelde dat ook niet elke vijand per definitie door de Wyrm aangetast moest zijn.
Dr. Harris had al bevel gegeven de anderen te laten komen. Miles dacht dat hij daarom zo snel opnieuw het woord nam.
"Ik kan mij voorstellen dat je veel vragen hebt Miles, maar als je niets vraagt, kan ik ook niets beantwoorden.

"Ik heb geen vragen. Ik wil mijn spullen terug. Ik wil die halsband kwijt. Ik wil hier weg." Licht-als-de-lucht wachtte op hem in New York en die afspraak wou hij voor niets ter wereld missen.

"Ik beloof je dat je voor de avond valt weer weg bent." Dr. Harris glimlachte.

Miles pakte het glas water van tafel en dronk het in twee grote teugen leeg. Hij zette het lege glas met een harde klap weer op tafel en leunde plots voorover op de tafel om de dokter strak aan te kijken. Hij siste: "Je hebt groot gelijk van me te lijmen, doc. Je hebt me hard nodig. Je doet het in je broek voor mij. Ik ruik de angst van je soldaten dwars door hun uniform. Als ik echt weg wil, gaan deze vervloekte halsband en wat zilverwerk me heus niet tegenhouden – dat weet jij ook. Ik help je hopen dat ik vanavond weer vrij rondloop. Met mijn rugzak. Zonder halsband. Want anders blijf ik niet aardig."

De dokter vouwde zijn handen tesamen. "Voor de avond valt krijg jij je spullen terug en wandel je hier de poort uit." De man schonk nog een kop koffie in en keek een moment zwijgend naar buiten. Daarna keek hij naar de monitoren, waar de drie gevangenen werden opgehaald en gedwee de cellengang verlieten."…en ik beloof je dat jullie mij uit vrije wil zullen helpen."

Miles keek de dokter met een schuin hoofd aan. Hij nam het lege glas en liet het zonlicht er even in spelen. Toen sloeg hij het met een felle slag kapot op de tafelrand, zodat hij enkel de bodem nog vasthield, met vlijmscherpe opstaande randen. Glasscherven spatten in het rond. "Zonder halsband. Anders blijf ik niet aardig."

De kapitein achter Miles deed snel een stap naar voren, maar de dokter stak zijn hand op. "Achteruit Bill, dit is niet nodig." De dwingende toon van de dokter deed de bewaker weer naar achteren stappen. Miles draaide zich om in de stoel en glimlachte vals naar de kapitein. "Nee Bill... dit is niet nodig..." Toen draaide hij zich terug en liet de scherpe glasbodem met een nonchalant gebaar over de tafel naar de dokter schuiven. Miles nam weer de ontspannen en stille houding aan die hij tevoren had gehad. De kale man in de stoel wachtte zwijgend op de komst zijn collega’s. Voor wie een halve minuut niet gekeken had, zou het geleken hebben het alsof er niets gebeurd was was. Het werd weer akelig stil in de kamer. Maar tientallen glassplinters op de vloer en op het tafelblad glinsterden in het licht van de opkomende zon en toverden kleine lichtvlekjes op Miles’ verweerde gezicht.
door DeHeld
Stamgast, 4666 / 6056
gepost: 7-12-2006
om 13u19
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Nauwelijks had Dwaine de kans gehad om eens rond te kijken en zijn lotgenoten te ontmoeten, of daar stond het escorte inderdaad al. Twee gewapende mannen en een meisje. Voor alle voorzorgsmaatregelen die ze eerder hadden getroffen, gedroegen ze zich nu wel heel laks. Dat beloofde. In de tusentijd kon hij eindelijk wat meer te weten komen over wat hier gaande was, en dus volgde hij. Buiten het cellenblok, en een verdieping hoger, lag een gang waarin nog eens wat zonlicht binnenviel. Terwijl Dwaine met zijn belachelijke pantoffels over de zwart-wit tegelvloer schuifelde, nam hij ietwat verrast de omgeving in zich op. Een mijncomplex godbetert. Behoorlijk geheimzinnige bedoening. Op een afstandje volgden twee bewakers, laarzen op steen, en voor hem begon het meisje een toeristische rondleiding te geven.

Het surrealisme werkte Dwaine op de zenuwen. Opschieten en doen wat er van je verwacht wordt, dacht hij bij zichzelf. Hoe minder verrassingen hoe liever, hij moest zien dat hij inlichtingen kon inwinnen over zijn omgeving. Hoe sneller hij wist waar hij aan toe was, des te eerder was hij weg, luidde de redenering. En langer dan nodig wilde hij ook weer niet blijven.

Nonchalant bekeek hij de anderen. De Japanse zag er nogal nuchter uit, dat zou geen problemen zijn. De wolf zou meer in staat zijn tot iets impulsiefs.
door malkav
achterban(k), 4762 / 7020
gepost: 7-12-2006
om 16u57
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura hoorde het verhaal van de vrouw aan. Als zij hier in een 'verlaten' mijn zaten was de kans groot dat zij zich ook ver buiten de bewoonde wereld bevonden. Ze keek naar buiten en zag de metalen skeletten omhoog steken.
Zover zij op het eerste oog kon zien zag zij geen wegen, bossen of een rafinaderij... ~Poging tot oriëntatie en tactische voorbereiding heeft een marginaal resultaat, teveel onzekerheden~, dacht Sakura.
Om te trachten om te vluchten leek Sakura geen bijster slim plan, ook al kenden zij de anderen niet, ze kon het niet maken om hen in gevaar te brengen, of nog erger, achter te laten.
Zelfs in haar Homid vorm was Sakura niet eens zo onder de indruk van de automatische geweren die de kerels droegen. De ruimte waarin zij nu liepen was veel te nauw om met zulks wapens te vuren, het zou voor de bewakers een iets te groot risico met zich meebrengen. Een risico waar zij zeer makkelijk gebruik van zou kunnen maken.

De kans die ze zag was reëel, maar met deze twee vreemde Garou bij haar zou het wel eens verkeerd kunnen aflopen. Ze zouden ook in de weg kunnen lopen. Daarnaast wist ze ook niet hoeveel meer zwaar bewapende figuren er hier rond dwaalden. Neen, ze besloot netjes om 'de dokter' te ontmoeten. Misschien werd er dan iets meer duidelijk omtrent deze waanzin.

De gangen waar ze nu doorheen liepen waren een schril contrast met met de futuristische cellen van eerst. De muffe lucht van schimmel en niet direct defineerbare materialen hing hier lichtelijk op de adem. Het zag er ook zo vervallen uit als dat het rook hier. Sakura zweeg verder, zoals Danst-op-de-Stormen haar meerdere malen op het hart had gedrukt: 'Een zwijgzaam persoon heeft iets duisters te verbergen, of verbergt niets, een pure ziel spreekt enkel wanneer dat nodig is.' Zij rekende haarzelf graag tot die tweede categorie.

Sakura bekeek de wolf en de man die zich Dwaine noemde. Het zag er niet direct uit dat zij tot impulsieve acties over zouden gaan, maar voor het geval dat concentreerde Sakura zich om in te grijpen als de situatie zich toch voor zou doen.
Terwijl ze verder liep voelde zij haar maag in een knoop belanden, ze had stevige trek. De melk had voldoening gegeven maar geen vulling. Ze zou nu wel een spreekwoordelijke moord kunnen doen voor wat Tonkatsu ramen.
door Zorbalt
Moorderator, 3994 / 5435
gepost: 7-12-2006
om 19u19
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Na een korte wandeling door het gebouw kwamen ze bij een deur. Hun gids klopte zacht op het verweerde hout. Vrijwel meteen daarna werd de deur van het slot gehaald.

Toen de deur naar de sobere conferentiekamer werd geopend stond dokter Harris op van zijn lederen zetel, waarbij het zitvlak krakend omhoog veerde. Het licht van de middagzon werd gefilterd door het met stof aangeslagen glas van het hoge raam en scheen als een troebelige stralenkrans naar binnen. Om de tafel stonden zes hoge stoelen die bekleed waren met rood leer waarin vele barsten van ouderdom zaten. Het verste van de ingang, aan het hoofd van de tafel, stond de dokter. Met zijn rug naar de deur, tegenover de dokter, zat een man. Hij zat achterover in zijn stoel en droeg een muts en handschoenen.

Aan de linkerkant, de kant van het grote raam en binnen bereik van de man in zijn witte jas, stond een tafel met daarop zes opeengestapelde beveiligingsmonitoren. Verschillende zwarte kabels lagen achter de tafel met grote tie-rips bijeengebonden op de grond en verdwenen in een rooster dat op het donkergroene linoleum was geschroefd. In de cellengang had dezelfde bodembedekking gelegen en ook deze ruimte deed schoon en modern aan, dit in tegenstelling tot de rest van het complex.

Op de monitoren was het kleurloze en trillende beeld te zien van verschillende ruimtes in de oude fabriek. Oplettende ogen zagen de cellen waar zij tot voor kort nog gevangen hadden gezeten en ze keken toe hoe enkele personen daar bezig waren om de ruimtes te reinigen. De vier Garou vroegen zich af of ze daar nog terug zouden keren. Op twee monitoren versprong het beeld iedere keer en toonde alles dat afkomstig was van de camera’s die buiten hingen, een grote binnenplaats begroeid met gras, een parkeerplaats met groeven en gaten in het asfalt, waar een handje vol auto’s stonden en enkele verweerde gebrouwen van baksteen. Van buitenaf gezien leek het terrein zo goed als verlaten op enkele beakers na die voor een grote deur stonden.

John. T. Harris wees naar de vier stoelen aan de twee lange zijkanten van de tafel. De jonge vrouw die hen had begeleid bracht vier glazen met water en zette deze op het tafelblad. De weerwolven herkende de stem van de dokter meteen en zagen nu ook de kleine microfoon die schuin voor hem op de tafel was gemonteerd. Hij keek even naar de grijze wolf en richtte zich tot zijn medewerkster die net klaar was met het ronddelen van het vocht.

Susie, zou je die stoel even naar achteren willen schuiven Dan kan de vrouwe, en hierbij wees hij naar de wolf, hierop plaats nemen. Het zou niet netjes zijn als wij haar aan onze voeten laten liggen…"

Daarna keek hij glimlachend naar de anderen.

Welkom in Cutters Mine. Het spijt me dat mijn mensen jullie op deze onwaardige manier hebben moeten behandelen, maar geen van hen heeft ooit met jullie soort te maken gehad. Voordat zij hier kwamen waren zij nog in de veronderstelling dat het bestaan van Lycantropen niet meer was dan een onderwerp voor slechte films. Ik hoop dat jullie beseffen dat de angst voor het onbekende het menselijke gedrag soms op een ietwat negatieve manier kan beïnvloeden. Mijn oprechte excuses daarvoor.

Hij glimlachte en keek even op zijn horloge. Daarna ging hij met een zucht weer terug in zijn stoel zitten. Hier wachtte hij geduldig tot iedereen was aangeschoven. Susie nam positie naast de deuropening. Aan de andere kant stond een oudere man met een ringbaardje waarin redelijk wat grijze haren waren te vinden. De haren van zijn snor waren ietwat geel uitgeslagen, deze man moest een zware roker zijn. De kerel had er de gehele tijd emotieloos gestaan en week niet van zijn post.

door malkav
achterban(k), 4766 / 7020
gepost: 7-12-2006
om 19u42

gewijzigd door malkav
7-12-2006 om 21u24

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura bekeek de ruimte goed terwijl ze naar een van de robuuste stoelen liep naast de kale man die ze eerder had gezien. Deze ruimte zag er lang niet zo vervallen uit als de corridor hierbuiten.

Ze concludeerde al snel dat deze Harris hier waarschijnlijk veel van zijn tijd doorbracht.
Rond zijn stoel zag ze redelijk wat afgebeten nagels liggen, en de ingedroogde koffievlekken op de tafel wilde ook wel het een en ander aangeven. Twee wansmakelijke gewoontes vond zij zelf, nagelbijten en veelvuldig koffie drinken. Iedere overdaad was een teken van onzekerheid, stress, lust of een combinatie van die drie. Al snel viel de trouwring op aan de ringvinger van zijn rechterhand. Iets wat haar vreemd overkwam gezien het feit dat deze in de meeste culturen links gedragen werd. Dit waren details die er niet veel toe deden, maar details die voor Sakura als een lichtbaken bij nacht opvielen. Ergens deed dit een belletje rinkelen. Had ze deze gewaarwording al niet vaker gekoppeld aan deze Harris? Ze kreeg een vaag gevoel van deja vu.

Had ze deze Harris al eerder ontmoet, misschien via haar werk? Of had ze hem op televisie gezien, als hij tenminste een bekende dokter was. Ze wist het niet. Het was voor haar zeer storend dat ze deze verbanden niet kon weerleggen..

Ze bekeek de kale man naast haar toen ze de stoel achteruit schoof. Het viel haar direct op dat de man geen wenkbrouwen had. Ze trok in de eerste instantie de voorzichtige conclussie dat deze man wel eens een 'haarloze' Metis zou kunnen zijn, maar wimpelde dit al snel weg gezien zij allen gevangen zaten in hun geboorte vormen.
Metis werden namelijk geboren in Crinos vorm. Zijn gebrek aan haar zou waarschijnlijk een andere oorzaak kunnen hebben. Misschien chemo of een ander soort medicijn waardoor haren uitvallen.
Ze knikte naar hem en duwde haar schouders ietwat naar voren voordat zij plaats nam naast hem. Het had een formele kleine buiging kunnen zijn.

"Sakura Takashi, aangenaam"

Vervolgens richtte zij zich tot deze dr. Harris nadat hij zijn zegje had gedaan. Het leek er verdomd veel op dat deze kerel hen aan het paaien was.

"Meneer Harris, u bent overduidelijk op de hoogte van ons soort. Ik zou gaarne iets meer willen weten over deze instelling en waarom wij hier zijn. U beseft zich toch wel dat ontvoering en gijzeling serieuze zaken zijn? Werkt u voor de staat, de NSA of Pentex?"

door Assunkill
Wandraak, 3593 / 5128
gepost: 8-12-2006
om 10u59
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Toen de anderen binnenkwamen, keek Miles niet op. Hij zat nog steeds comfortabel een beetje onderuit gezakt in de roodlederen stoel. Hij bekeek de anderen, die volgens Harris' woorden wel Garou moesten zijn, toen ze rond de tafel kwamen zitten. Twee van hen had hij al gezien: de wolf en de stevige kerel. De wolf was krachtig gebouwd en had en rossige gloed in haar vacht - of kwam dat van de weerschijn van de stoelen? De man zag er bepaald sportief uit en had een typisch Amerikaans gezicht, vond Miles. Niet onaardig, maar er sprak weinig karakter uit. De vrouw had Miles nog niet eerder gezien. Ze was was Aziatisch en erg knap en zag er niet uit alsof ze met zich liet sollen. Ze nam de hele kamer aandachtig op - Miles incluis - en kwam naast hem zitten.

Ze waren kennelijk met de bedoeling bijeen gebracht een pack te vormen en volgens Harris zouden ze dat straks zelfs vrijwillig doen. Miles was benieuwd wie zich als Alpha zou opwerpen. Je had er twee soorten in: zij die zichzelf naar voor schoven en zij die naar voor geschoven werden door hun roedelgenoten. Hij had het zelf meer op de tweede soort, maar omdat ze mekaar hier niet kenden was het moeilijk iemand anders voor te dragen.
Hij was zelf een aantal keer gevraagd als leider, maar hij had dt steeds afgeslagen. Op de momenten dat hij in een pack werd opgenomen beschouwde hij zichzelf als een soort extern adviseur. Per slot van rekening vroegen ze hem omwille van zijn specifieke vaardigheden en ook al voerde hij op het terrein vaak het bevel, hij besefte goed genoeg dat de Alpha-rol nooit voor hem weggelegd zou zijn. Daarvoor waren Garou te trots. Hij zou straks aan de zijlijn staan toekijken en het resultaat afwachten. De Aziatische vrouw leek hem in ieder geval zelfzeker en ondernemend.

Ze knikte nauwelijks merkbaar naar hem en Miles knikte nauwelijks merkbaar terug.Toen ze zich voorstelde zei hij kort "Miles" en keek weer naar de anderen. Wellicht hadden zij mekaar al leren kennen toen ze beneden uit hun cellen werden gelaten.
Miles bekeek de monitors terwijl Sakura haar vraag aan de dokter stelde. Op één ervan zag hij een parking buiten, waar een grote donkere wagen kwam opgereden. Het beeld versprong naar een ander stuk parking waar niets gebeurde, maar toen het beeld opnieuw de wagen toonde, zag Miles een donkere man in een lange, chique overjas gehaast naar het gebouw lopen.
Plots begreep hij de dokter. De man met de overjas was allicht zijn baas, of opdrachtgever. Harris was niet zenuwachtig voor de Garou, maar voor de man in wiens opdracht hij de weerwolven had gevangen. Als de onderhandelingen mislukte, zou Harris de schuld krijgen. Plots kreeg hij onwillekeurig medelijden met de dokter.
Hij kon zich zo voorstellen dat Harris dringend geld nodig had voor zijn complex hier. De boel was immers aardig vervallen. Het voorstel om de Garou te strikken was wellicht an offer he couldn't refuse geweest, ondanks de enorme risisco's. Maar weerwolven vangen was al niet eenvoudig en hen daarna gunstig stemmen om tot een overeenkomst te komen, dat was helemaal aartsmoeilijk... En als het niet lukte, kreeg hij wellicht niet alleen de schuld, maar bovendien ook geen geld.

Miles keek naar het gebroken glas dat nog steeds op tafel stond en het zonlicht flikkerend reflecteerde. Voor hetzelfde geld was de man in de jas een bezoeker en was de dokter zelf de man die hier aan de touwtjes trok. Voorlopig besloot Miles hem het voordeel van de twijfel niet te gunnen. Het personeel leek hem in elk geval als de hoogste autoriteit te beschouwen. Hij was benieuwd naar de uitleg die ze zouden krijgen.
door DeHeld
Stamgast, 4669 / 6056
gepost: 8-12-2006
om 11u58
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Nou, om in een vervallen complex een high security afdeling te bouwen, dat was niet goedkoop. En het was bewust gedaan ook. Dat betekende dat ze belangrijk waren voor de dokter en diens baas. Harris voelde zich blijkbaar niet op zijn gemak -met vier chagrijnige weerwolven in eenzelfde kamer kon hem dat wel vergeven worden- en checkte te vaak zijn horloge. Die werkte dus gewoon volgens het draaiboek. Dwaine besefte dat ze nog op iemand zaten te wachten. Dokters zijn mensen die je inhuurt vanwege hun kunde. Het waren bij uitstek mensen die je kon kopen. Dwaine had daar niet op tegen. Zo werkte de wereld nu eenmaal, en zolang het in balans bleef, stoorde het hem niet.

Volgt-de-Wind-in-de-Wolken zette zich neer op de stoel, en door zijn brede gestel liet hij die stoel meteen een maatje kleiner lijken. Kijk nou, die kale van daarnet heeft het zich al comfortabel gemaakt. Zou die in het complot zitten? Om iemand te verhoren hoef je hem toch niet aan te kleden zeker. Dat zou alleen maar contraproductief werken. Misschien hadden ze onderhandeld.
Hij blijkt Miles te heten.
"Ik ben Dwaine." gaf hij verveeld te kennen. Daarmee konden ze het wel doen. Deels omdat hij niet verwachtte dat de dokter al vragen zou beantwoorden, voegde hij aan de zakelijke uitbarsting van Takashi toe: " En nu we toch poeslief voor elkaar zijn, dokter, zou ik graag hebben dat wij onze spullen ook terugkrijgen." Voor het amusement van anderen deed Dwaine niet aan verkleedpartijtjes. Bovendien voelde hij zich nog lastig van zijn verdoving.

Hij had de keuze tussen het werpen van een vriendelijke blik op Oriëntaalse weerwolvin, een voor vrouwen onaangename blik op "Susie" bij de deur, of een ook voor mannen onplezierige blik op de dokter. Het laatste zinde hem nog het meest. Als die vent op zijn gemak gesteld zou worden, lag het niet aan hem. Vanuit zijn ooghoeken nam hij de beldschermen in zich op, en hij vroeg zich even af wat daar lag te glinsteren. Er was met glas gesmeten, of zo. Die Miles had wel degelijk onderhandeld. Met krachtige argumenten. Dat vond Dwaine wel leuk, hoewel hij er niet zeker van kon zijn. Het zou verklaren waarom de dokter zich gedraagt zoals hij dat nu doet.
door Zorbalt
Moorderator, 3996 / 5435
gepost: 8-12-2006
om 20u50

gewijzigd door Zorbalt
8-12-2006 om 20u51

Antw: Scéne 1: Dag 9.
De dokter schraapte zijn keel.

”Op deze plek deed mijn voorganger, de wijlen dokter Joshua Landon onderzoek naar kanker, voornamelijk leukemie. Hij was een goede bekende van me. We studeerden samen af. Tot anderhalve week geleden deed hij baanbrekend onderzoek naar mutaties doormiddel van allerlei soorten straling en vloeibare radioactieve stoffen. Dit deed hij in opdracht van een groot pharmaseutisch concern."

Harris pauzeerde even en drukte op een knop op het kleine paneeltje voor hem waar ook het slanke microfoontje uitstak. Hij sprak niet maar keek naar een van de monitoren die zojuist versprongen was en een heldere zonnige dag liet zien.

"Ik denk dat weinig mensen wisten dat hij voor dit onderzoek een zeer bijzonder soort proefdier gebruikte. Het onderzoek werd in het diepste geheim uitgevoerd en dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden dat hij deze afgelegen locatie heeft gekozen voor zijn werk. Hij wilde overduidelijk niet gestoord worden.”

De man nam een slok van zijn koffie en keek op zijn horloge. Daarna vervolgde hij zijn verhaal.

”Een week geleden werd ik naar een NSA kantoor in Washington geroepen. In het verleden deed ik veel onderzoek waarbij overheidsinstanties en de NSA betrokken waren en ik dacht in eerste instantie dat ik een getuigenis af moest leggen in een bepaalde zaak waarbij de nationale veiligheid in gevaar was enige tijd geleden. Ik had destijds nooit kunnen voorzien dat het beeld van de realiteit zo drastisch onderuit zou worden gehaald. Ik kreeg documenten te zien waarin het bestaan van jullie soort werd bewezen. Ik kon mijn ogen niet geloven. Weerwolven bestonden. Vandaar dat zij waarschijnlijk vonden dat ik de enige geschikte opvolger ben van van mijn eerwaarde collega dr Landon, de Heer hebbe zijn ziel. Ik kan zijn methoden echter niet goedkeuren.

Ik vermoed dat het deels met jullie regeneratieve krachten te maken heeft dat hij interesse in jullie had, maar ik heb nog niet al zijn documentatie gelezen.”


Op dat moment werd er geklopt en de man in het legeruniform deed de deur een slechts een stukje open. Heel even klonk er een zacht gemompel. Daarna sloot de soldaat de deur, waarna hij naar de dokter liep. Hij praatte zacht, maar iedereen in de kamer kon hem volgen.

”Dokter Harris, hij is gearriveerd. Zal ik hem naar binnen laten brengen?”

Er leek een groot gewicht van de schouders van Harris te glijden en glimlachend stond hij op van zijn stoel.

”Ja…, natuurlijk. Laat hem binnen.”

door malkav
achterban(k), 4770 / 7020
gepost: 8-12-2006
om 22u12
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura hoorde verschrikkelijke dingen. Straling? Ze had het gedacht, chemokuur. Enigzins bedenkelijk keerde zij haar hoofd weg van de dokter terwijl hij sprak. Ze bekeek Miles nu van dichtbij. Ze zag dat zijn relatief donkere huid niet donker was omdat hij negroïde bloed zou hebben. Het was een ander soort kleuring... alsof zijn huid gelooid was? In het verstoorde licht door de grote ramen leek er wel flinterdun laagje erg fijn stof op te liggen, wat de huid een vreemde textuur gaf. Was het as?

Als de beul Landon was los gegaan op deze Garou kon ze enkel maar gissen in wat voor geestelijke situatie hij nu zou verkeren. Waarschijnlijk blij dat Landon dood was.. Als hij het zelf niet had gedaan.
En belangrijker; waren zij zelf ook al 'behandeld' ?.. een storende gedachte. Een snelle blik op de wolf liet een gezonde vacht zien. Geen tekenen van vlekken of kale plekken.
Ze was even afgeleid van het verhaal van de dokter, ze keek hem wel aan maar zijn woorden gingen voor de helft aan haar voorbij.
Het enige wat ze helemaal goed opving was dat hij vertelde Landon's methodes af te keuren..
Als dat geen leugen was om hen rustig te houden totdat het bezoek kwam.
door Ulfgar
pluijmvee, 1925 / 2151
gepost: 9-12-2006
om 11u37
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Terwijl ze binnenkwam bij de dokter, waarvan ze meteen probeerde om de geur op te snuffelen, keek ze vlug wat rond. Ze had vrij gedwee de menigte gevolgd, niet goed wetend wat ze met deze situatie aan moest. Eerst had ze de gedachten gehad om de dokter met haar tanden uiteen te rijten, maar daarna was het verstand weer boven gekomen. Ze zag dat de groep mensen hier duidelijk voorbereid was op weerwolven, wat des te meer werd bewezen doordat ze zelf niet kon veranderen van Breed-vorm.

Ze ging expres niet op de stoel zitten, maar besloot om ernaast te gaan liggen, op een zodanig demonstratieve manier dat het voor de anderen wel duidelijk was dat ze hen had verstaan.

Terwijl ze op de grond lag, zag ze dat er bij de man in de hoek glasscherven op de grond lagen. In de kamer rook ze die vreemde geur van dat middel dat tweevoeters gebruikten om wakker te blijven. Duidelijk een overwerkt zooitje hier dus.

De woorden van de man begreep ze niet helemaal. Kanker? Ze had daar nog nooit van gehoord. Dat was in ieder geval de reden waarom ze hier dus waren. Het hele verhaal ging haar begrip een beetje te boven, maar ze kon wel deduceren dat het om iets ernstigs ging, zeker ook aan de reactie van het teefje te zien. Wat was in hemelsnaam dan de rol van hen? Regeneratieve krachten... dat woord had ze wel vaker gehoord. Dat sloeg op het feit dat ze sneller aanvallen kon genezen.

Plots spitste ze haar oren en bracht haar kop een beetje omhoog. Ze hoorde duidelijk het blaffen van zo'n neef van haar, die ze wel vaker aan banden had zien lopen bij tweevoeters. Ze herinnerde zich nog dat de tweevoeters waarbij ze hiervoor zat duidelijk haar wilde gebruiken als bewaker. Zou er iets mis zijn op het terein? Ze bleef luisteren naar deze geluiden, maar voelde zich machteloos omdat ze zelf geen invloed kon uitoefenen op deze situatie.
door DeHeld
Stamgast, 4671 / 6056
gepost: 9-12-2006
om 13u43
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Het werd steeds beter. De slappe dokter had banden met een 'groot farmaceutisch bedrijf' én het NSA. Van een monstercoalitie gesproken. Gelukkig vormden weerwolven ook packs, ze kregen het steeds harder te verduren. Iemand die een geheim laboratorium bouwde in een vervallen mijnsite deed dat niet om niet gestoord te worden, maar om in het geheim te werken. De smeerlappen wisten duidelijk al behoorlijk wat over Garou-fysiologie. Wie wat ze inzetten om ons in onze geboortevorm te houden, walgde Dwaine bij zichzelf. Van tegennatuurlijk gesproken. En die snuiter met zijn muts zag er ook niet al te gezond uit voor een wolfmens. Voor al wat hij wist zagen ze er allemaal zo uit binnen een week.
Dwaine voelde zich ongemakkelijk. Deze dokter was maar een werktuig. Zijn broodheren beschikten over kennis, en dus over macht. Iets zei Dwaine dat ze weinig scrupules zouden hebben om die macht uit te oefenen. In ruil voor een tegengif of behandeling, of voor vrijheid. Fuckit. De dokter zou wel merken dat hij zichzelf overschatte.

Toen de nieuwe, kennelijk belangrijke gast werd aangekondigd, ging men er van uit dat iedereen in stilte en verwondering zou wachten. Gewoon om het moment te verpesten dat de onbekende binnengevoerd werd, vuurde Dwaine een vraag met sinistere ondertoon af op Harris.
"Je vriend. De dokter. Hij is dood. Stralingsziekte? Of is hij verscheurd door een van zijn 'proefjes'?"
door Zorbalt
Moorderator, 3997 / 5435
gepost: 9-12-2006
om 15u56
Antw: Scéne 1: Dag 9.
”Hoewel hij ziek was heeft zijn ziekte hem niet gesloopt. Het creatuur dat hij hier gevangen hield heeft hem aan stukken gescheurd en gedeeltelijk opgegeten.”

De kale zwarte man die de vergaderkamer in was gekomen had een imposant voorkomen. Als een negroïde Kojak deed de man zijn lange overjas uit en beende zelfverzekerd langs de conferentietafel. In het voorbijgaan bekeek hij de vier weerwolven. Zijn stem was diep en even overtuigend als zijn houding.

De dokter schraapte zijn keel en gebaarde ietwat vluchtig naar de lege stoel. ”Mag ik jullie voorstellen aan Mr. Marshall.”

De zwarte man hing zijn jas over de hoge leuning van de stoel en ging zitten. Hij keek onderzoekend naar de anderen. ”Noem mij maar Keith.” Hierna nam de dokter het woord weer.

”Mr. Marshall…, Keith, heeft mij aan de informatie geholpen waarmee wij jullie konden opsporen. Hij heeft mij doen inzien dat jullie soort daadwerkelijk bestaat. We kunnen wel stellen dat hij mijn ogen heeft geopend.”

door Assunkill
Wandraak, 3597 / 5128
gepost: 9-12-2006
om 17u04
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De sfeer in de kamer werd steeds meer gespannen en Miles voelde de nervoziteit ook bij zichzelf toenemen. Dit was allemaal nog veel minder koosjer dan hij eerst had gedacht, hoewel hij wel wou geloven dat deze twee mannen hen niet meteen kwaad wou doen. Desalnietemin was het lang geleden dat hij zich nog zo ongemakkelijk had gevoeld. Hij kreeg sterk het idee dat ze erbij waren gehaald om hun problemen op te lossen. Een levensgevaarlijke soortgenoot opsporen, bijvoorbeeld. De weerwolf die Landon had verscheurd en blijkbaar gedeeltelijk opgevreten… Een zware misdaad, maar kon je het de arme drommel eigenlijk kwalijk nemen? Hij was waarschijnlijk krankzinnig geworden van de gruwelijke experimenten die Landon op hem had uitgevoerd.
Onder zijn muts voelde Miles de zweetdruppels prikken, hoewel hij nog steeds amper bewogen had. Hij was zenuwachtig voelde er niets voor om voor andermans fouten te moeten opdraaien. Vooral niet als ze het vroegen nadat hij was neergeschoten, verdoofd, gevangen, geketend en bedreigd. Er werd trouwens op hem gewacht in New York.
Kom verdomme tot een punt!” gromde Miles. Hij wilde hier meer weg dan ooit.
door DeHeld
Stamgast, 4674 / 6056
gepost: 9-12-2006
om 18u04
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Dwaine voelde zich best tevreden. Met wat geluk had hij een teer punt van Harris geraakt. En de man die nu binnenkwam, straalde gezag uit. Als hij van weerwolven iets af wist, was het uitgesloten dat hij niet wist wat ze konden aanrichten. Nee, dat hij op zijn gemak was wees uit dat hij een leidersfiguur was. Nu zouden ze eindelijk eens wat te weten komen.
Die vreemde snuiter, Miles, was er zo te zien niet mee opgezet. Uitstekend, dat hield wat spanning in de zaal. na al de verrassingen sinds zijn ontwaken besefte dwaine wel dat deze Keith geen goed nieuws zou brengen. En toch merkte hij dat hij benieuwd was. Tijd voor antwoorden.
door Assunkill
Wandraak, 3598 / 5128
gepost: 10-12-2006
om 13u30

gewijzigd door Assunkill
10-12-2006 om 16u10

Antw: Scéne 1: Dag 9.
De wondjes in zijn hals brandden. Miles werd er gek van. Hij voelde het zware metaal in zijn nek rusten en de zilveren punten aan de binnenkant bedreigden elke seconde het weke vlees in zijn hals. De aanwezigheid van het zilver alleen al was bedreigend genoeg…. Hij moest van die halsband af, en wel meteen. Van vorm veranderen ging niet, maar misschien bood de Umbra een uitweg? Als de halsband niet met een speciaal ritueel behandeld was, zou hij onmogelijk mee naar de Umbra kunnen. Alleen een weerwolf zou zo’n ritueel kunnen uitvoeren. En als Keith of Harris andere weerwolven kenden, zouden ze hen niet op deze manier hebben moeten benaderen. Er was natuurlijk altijd de mogelijkheid van Black Spiral Dancers, maar ook bij Keith werd Miles helemaal niets gewaar van Wyrm. Met wat geluk betekende dat ook dat de Umbra hier relatief veilig was. Hij besloot de gok te wagen. Uiteindelijk had hij niets te verliezen… toch?
Hij schoof een grote glassplinter naar zich toe tot hij zichzelf erin weerspiegeld zag en focuste zich op zijn spiegelbeeld. Miles gleed weg.

Eén moment later stond hij in een kersengaard, die volledig in rood-roze bloesem stond. Daarachter zag hij rijstvelden tegen hoge heuvels. Wat dit ook was, het was niet de Umbra, dat wist Miles wel bijna zeker. Vooral omdat hij vaag besefte dat hij nog steeds in de kamer met de anderen zat. En toen hij Sakura tussen de bomen zag verschijnen, wist hij het wel zeker.
Ze kwam op hem toegelopen. "Het spijt me dat ik je zo benader, maar ik heb een belangrijke vraag."

Miles knikte haar vriendelijk toe. Hij was vreemde dromen gewend, per slot van rekening.

Heeft deze Landon zijn experimenten gebotvierd op je?

Miles trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. "Welnee. Hoe kom je daarbij?"

Hij zag hoe dat Sakura in de war bracht. Ze leek verbaasd dat hij geen ‘patiënt’ van Landon was geweest.

Maar, Miles... Hoe kan het dan dat je er zo uitziet..." Sakura schrok van zichzelf, en deed een stapje achteruit. Ze maakte een verontschuldigende buiging. "... Het spijt me..."

Miles glimlachte wrang en negeerde haar verontschuldiging. "Een cadeautje van mijn ouders, die meer voor mekaar voelden dan voor de Wet." Hij vond het wel aardig van Sakura dat ze zichzelf excuseerde, hoewel hij niet durfde zeggen of het stapje achteruit uit beleefdheid of walging was. "... maar ik ben liever misvormd door de liefde van twee Garou dan door de experimenten van een gevaarlijke gek," voegde hij er na een kleine pauze aan toe.
Hij was benieuwd naar haar reactie. Alle weerwolven reageerden verschillend op Metis. Sommigen waren nieuwsgierig, maar hij was ook al bijna aangevallen geweest.

Sakura bracht haar hand voor de mond om haar lach te verbergen haast. Het was een 'foute' grap, maar ze vond hem te leuk om er niet om te lachen.
Je hebt daar in ieder geval gelijk in,” zei ze nog glimlachend. Ze deed weer een stap dichterbij. Ik ben blij om te horen dat ze je niet behandeld hebben. Laten we teruggaan voordat ze iets doorhebben.

Het beeld van de bloeiende kersengaard vervaagde en Miles zat weer – nog steeds, eigenlijk – in de stoel aan tafel, met een glasscherf tussen zijn vingers. Hij keek Sakura niet aan en zij hem ook niet. Discretie - dat apprecieerde hij.
Hij probeerde zich af te sluiten voor wat er rond hem gebeurde en staarde geconcentreerd in zijn eigen ogen om zo de Umbra opnieuw te proberen te bereiken.
door Zorbalt
Moorderator, 4000 / 5435
gepost: 10-12-2006
om 22u12
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De zwarte man schonk voor zichzelf een kop koffie in en hoewel het zwarte goedje overduidelijk erg heet was leek hij hier weinig last van te hebben. Hij goot de koffie in een flinke teug achterover en vervolgde zijn verhaal. Het kopje zette hij met een doffe klap op het tafelblad.

”Hoewel ik in mijn dagelijkse bestaan werk voor de NSA, maak ik eveneens deel uit van een organisatie die zich The Trust noemt. Deze groepering bestaat enkel uit Garou en wij zijn in het leven geroepen om de belangrijkste, en in onze ogen gevaarlijkste, locaties in de gaten te houden. Wij spelen informatie door aan leden van ons ras die hierop eventueel acties kunnen ondernemen. Enkel de hoogste leiders van de Garou kennen onze organisatie bij naam en eigenlijk willen wij dit graag zo houden. Normaal blijven wij altijd op de achtergrond, maar dit keer hebben we besloten om zelf in te grijpen.

Mr. Marshall keek de groep indringend aan. Hij schoof zijn zetel een klein stukje achteruit en keek een kort moment naar de wolf die aan de andere kant van de tafel op de grond zat. Toen hij er eenmaal zeker van was dat zij naar hem luisterden sprak hij verder.

”Wij hielden deze plaats al een lange tijd in de gaten. Via telefoontabs, stelselmatige observaties en gedegen onderzoek wisten we zo’n beetje wat er hier speelde, maar voordat wij de Garou in de naburige steden konden aansporen om een aanvalsoperatie te starten, ontsnapte het wezen dat ooit deel uitmaakte van ons ras. Het monster gebruikte vreselijk veel geweld en vluchtte de diepe wouden in. Toen wij er achter kwamen wat er zich hierbinnen had voltrokken stuurden wij enkele beveiligingsmensen achter het creatuur aan. Ook namen wij contact op met John, want hij zou ons, als wetenschapper en Hoogleraar oncologisch onderzoek, snel kunnen informeren over de experimenten die deze dokter Landon had uitgevoerd.

Hij zuchtte…

”In eerste instantie konden we het proefdier niet vinden, maar nu zo ongeveer 24 uur geleden, de man kijkt op zijn gouden horloge, wisten wij het in het nauw te drijven. Het had zich de gehele tijd schuil gehouden in één van de oude onderaardse mijncomplexen en het richtte een ware slachtpartij aan onder mijn werknemers. Het mag duidelijk zijn dat The Trust goed op de hoogte is van de identiteit van een groot gedeelte van de Garou populatie in deze omgeving en twee uur nadat het monster wederom ontsnapt was kreeg ik groen licht van mijn superieuren om met spoed enkele weerwolven in te huren die dit proefdier zouden kunnen vinden. Het is gebleken dat mensen, hoe goed bewapend ook, niet opgewassen zijn tegen zo’n tegenstander en daarom hebben wij al onze hoop op jullie gevestigd.”

Dan neemt de dokter het woord. Hij lijkt een stuk minder zelfverzekerd dan de andere spreker.

”Dit mijncomplex bevind zich midden in een uitgestrekt en onherbergzaam gebied, aan de voet van de Cumberland Mountains. Er liggen echter een aantal grote steden rond deze streek en wij moeten kost wat kost voorkomen dat dit proefdier de bewoonde wereld bereikt. Als dit toch gebeurd zullen de gevolgen catastrofaal zijn.”

door malkav
achterban(k), 4774 / 7020
gepost: 11-12-2006
om 10u26
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De gehele situatie begon met de minuut akeliger te klinken. Een ontsnapt experiment wat zij terug moesten gaan halen? The Trust? Een organisatie van Garou op hooggeplaatste posities binnen de staat en de NSA?
Meestal hoorde zij in de wandelgangen in Washington over de para-abnormale zaken en dat er bovennatuurlijken functies hadden binnen de geheime diensten wist zij als geen ander. Dat enkele 'menselijke' takken van de Geheime Diensten op de hoogte waren van 'de anderen' wist ze ook.
Maar een georganiseerde 'dienst' bestaande uit Garou, ze was werkelijk verbaast.

Sakura leunde voorover en keek Agent Marshall strak aan. Met een zakelijke toon zette zij haar gedachtes op een rij..
"Agent Marshall,.. Dus als ik het goed begrijp heeft deze Landon ons allen gevangen laten nemen voor zijn diabolische experimenten, maar er is één experiment, wat volgens jullie woorden meer een monster is, losgeraakt en heeft hem verscheurd.
The Trust leert hiervan en stuurt jullie. Toeval treft dat er nog enkele andere Garou vastzitten,.. logische conclussie is om hen te strikken om de losgeslagen Garou tegen te houden... Het klinkt allemaal heel solide.

Nu heb ik nog enkele vragen,.. waarom heeft The Trust niet eerder getracht om dit bedrijf tegen te houden?
Zijn wij ook al behandeld? En ik mis een groot stuk van mijn geheugen... Wat is de datum?
"

Sakura leunde terug en wachtte antwoord af..
door DeHeld
Stamgast, 4675 / 6056
gepost: 11-12-2006
om 11u23
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Enkel hooggeplaatsten wisten van het bestaan van The Trust af? Kwatsch. Waar had Dwaine die naam nog gehoord? Hij was zeker dat het hem bekend voorkwam, wist enkel niet precies meer waar en wanneer. Daar zat die stomme verdoving vast voor iets tussen. Hij had beter toch iets gegeten. Achteraf gezien is het onwaarschijnlijk dat het eten niet koosjer was. Hij dwong zichzelf om op te letten. Zo'n dingen herinner je vanzelf als je er niet meer aan denkt en hij wilde niets missen, deze uitleg ging goed zijn.

En ja hoor. Een gemartelde en mogelijk gemuteerde weerwolf los gelaten. Je vraagt je dan in de eerste plaats af waarom The Trust het zover laat komen, bedacht Dwaine. Wat heb je aan hooggeplaatste en machtige beschermheren als ze geen poot uitsteken totdat de merde moet worden opgekuist?

Bovendien was dit alles al even aan de gang, blijkbaar. Ze hadden die weerwolf -als het dat nog was- al een etmaal geleden gevonden. Waarom waren zij dan nog verdoofd geweest tot nu?
Zijn blik dwaalt af naar dokter Harris, die nerveus met zijn vingers over de tafel wrijft. Daar zou die snuiter wel voor iets kunnen tussenzitten. En eerlijk gezegd is dat nu ook niet zo onbegrijpelijke reactie, het ontdekken van de Garou was vast een klap voor hem, vergoeilijkte Dwaine, hoewel zijn ego toch gekwetst was door zijn behandeling.

Sakura had ook een punt. Wie weet wat hen allemaal aangedaan was. Voor hetzelfde was er blijvende schade aangericht aan hun regeneratief vermogen... of hun transformerende vermogen, beseft Dwaine. Misschien werden ze allemaal freaks, zoals Metis. De onzekerheid deed hem vooruit vluchten.
"Ze heeft gelijk, Keith. Als jullie wisten wat er gaande was, waarom hebben jullie die weerwolven dan al niet eerder gered?"
En dan had ongetwijfeld ook iemand die Lavon opgegeten. Die verdiende niet beter.
door Assunkill
Wandraak, 3599 / 5128
gepost: 11-12-2006
om 13u55
Antw: Scéne 1: Dag 9.
"”Hoewel ik in mijn dagelijkse bestaan werk voor de NSA, maak ik eveneens deel uit van een organisatie die zich The Trust noemt. Deze groepering bestaat enkel uit Garou..."
Miles zuchtte inwendig en schoof de glasscherf gefrustreerd weer weg. Als Keith Marshall een weerwolf was, bestond de kans dat de halsband wél behandeld was om met hem mee de Umbra in te gaan... Miles was niet bereid om op deze plaats de Umbra te verkennen zonder zijn gereedschap én zonder de mogelijkheid zich te transformeren, als dat hem toch niet vooruit zou helpen.

De vragen van Sakura en Dwaine sloegen de nagel op de kop. Hier werd gelogen, of hier was zwaar geblunderd. Hij voelde niet de behoefte om zijn eigen kritiek daaraan toe te voegen. De twee anderen waren duidelijk mondig genoeg om het voor hen vier samen op te nemen. Miles brak de glassplinter tussen zijn vingers in twee en leunde weer achterover in de stoel. Zo woog die vervloekte halsband iets minder vervelend in zijn nek. Blijkbaar was wachten en luisteren het enige dat hij kon doen. Nou, dat moest dan maar...




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 4002 / 5435
gepost: 11-12-2006
om 16u40
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Keith Marshall leek een kort moment diep in gedachte. Daarna richtte hij zijn aandacht op de Oriëntaalse Garou die schuin tegenover hem had plaatsgenomen.

”Jullie zijn hier pas naartoe gebracht toen het monster was uitgebroken. Op niemand van jullie zijn hier experimenten gedaan. Vlak nadat het proefdier voor de tweede maal ontsnapte zijn wij een spoedoperatie gestart. Aangezien we geen tijd te verliezen hadden konden we niet aankloppen bij de reguliere packs in de dichtstbijzijnde stad, New York. Uiteraard zouden zij ons helpen, maar niet nadat zij hierover eerst zouden willen beslissen in een Moot. Daar hebben we echter geen tijd voor. Willen we het monster vangen voordat er ongelukken gebeuren moesten we snel zijn.

Wij zochten met spoed Garou die geen banden hadden met de Cearns en Septs in de nabijheid. Via onze geheime bronnen wisten wij jullie op te sporen. Een aantal nieuwe gezichten vallen nu eenmaal op. Bovendien waren enkelen van jullie reeds in de nabijheid van de stad gesignaleerd.


Hierbij kijkt hij naar Dwaine en Miles. Hij zucht en gaat ietwat ongemakkelijk onderuit zitten.

De manier waarop jullie naar deze locatie zijn gebracht is misschien niet de juiste geweest, maar we hadden weinig keus. Een gevecht of discussie had de boel alleen maar doen vertragen. Bovendien waren mijn medewerkers er niet gerust op om jullie te benaderen, immers waren enkele van hun naaste collega’s een paar uur eerder gedood en verscheurd door het proefdier.

Nu neemt de dokter het woord.

”Als we hadden geweten wat het verdovingsserum aan zou richten hadden we het nooit gebruikt. Het geheugenverlies en het tijdelijke onvermogen om van vorm te veranderen was reeds bekend, maar we hadden niet verwacht dat jullie nog zo lang zouden slapen. Het proefdier heeft nu ruim een dag voorsprong, maar het is bij zijn vlucht wel gewond geraakt. Misschien dat dit hem iets vertraagd.”

De zwarte NSA agent kijkt op zijn horloge.

”Het is nu dinsdag 15 augustus 2006, tien voor zes. De avond zal weldra vallen. Jullie zijn hier de afgelopen nacht naartoe gebracht. We hadden gepland dat dit gesprek vroeg in de ochtend plaats zou vinden, maar helaas. Ik zal de laatste zijn die ontkent dat er fouten zijn gemaakt, maar soms moeten beslissingen ad-hoc worden genomen.”
door Ulfgar
pluijmvee, 1930 / 2151
gepost: 11-12-2006
om 21u04

gewijzigd door Ulfgar
11-12-2006 om 23u37

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Waar-Niemand-Ziet had aandachtig zitten luisteren naar het relaas van de mannen. Ze verdacht de tweevoeter voor haar ervan, degene die zich Keith noemde, zich voor vals uit te geven voor weerwolf. Hoe zou hij anders hun hier op zo'n onmenselijke manier naartoe kunnen hebben laten vervoeren, zonder voor zijn eigen ras op te komen? Of zou er sprake zijn van een Black Spiral Dancer?

De wolvin concentreerde zich even kort. In een waas 'rook' ze de omgeving af. Ze merkte dat ze misschien toch wel ongelijk kon hebben: slechts Harris en de bewakers waren tweevoeters: de rest van hen waren allen Garou. Trust... Waar had ze die naam eerder gehoord? Ooit had Loopt-In-Schaduwen haar daar iets van verteld. Inwendig vloekte ze, omdat hij zo langzaam aan haar gebaren kende en dus met haar kon communiceren terwijl ze in haar Breed-vorm zat, iets wat normaal bijna onmogelijk was met Tweevoeters.

Terwijl ze daar over nadacht, besefte ze dat haar lichaam langzaam aan haar krachten begonnen terug te krijgen: allicht dat ze zich nu wel kon omtoveren in haar tweevoeter-vorm.

Omdat ze zich moeilijk kon schamen voor haar lichaam, zoals de mensen dit deden, besloot ze het erop te wagen....
door malkav
achterban(k), 4777 / 7020
gepost: 11-12-2006
om 23u17
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura zakte ietwat achterover en keek de rest van de 'gevangenen', incluis de wolvin, even doordringend aan.

"Ik had het dus duidelijk bij het verkeerde eind, uw waarheid komt mij storender over dan mijn eigen conclussie die ik daarnet nog droeg..

Wij zijn dus allen verdoofd en ontvoerd naar deze locatie om dat monster tegen te houden? Dit klinkt absurd!!"
, Sakura verhefde haar stem, net enkele 'maten' onder schreeuwen, "Als er enige screening was gedaan, die er moet zijn geweest, want ik kan me niet voorstellen dat wij allen maar zomaar willekeurig bijeen zijn geraapt. Als die screening er was geweest hadden jullie werkelijk geweten wat voor vlees jullie in de kuip hadden.
Als 'The Trust' mij hadden benaderd in Washington, waar ik woon en werk, had ik geen enkel moment geaarzeld om hulp te bieden,.. ik heb vakantie zelfs, geen dagelijkse verantwoordelijkheden dus. Om zo'n verzoek af te slaan zou in strijd zijn met de Litany verdomme!"


Sakura keek even verschrikt, bracht haar hand naar de mond en knikte beleefd... Haar lichaamstaal verzwakte en ze begon opnieuw, rustig... achterover terugzittend in haar stoel.

"Waar, wanneer en hoe ben ik ontvoerd? Ik denk dat ik voor eenieder kan spreken als ik dit vraag..."

Ze keek Dwaine doordringend aan,.. en knikte vluchtig naar hem terwijl zij even haar kaken strak op elkaar drukte. Hij was tot nu de enige geweest die van zich liet horen. Iemand die ook van aanpakken wist in plaats van achterover zitten en maar af te wachten wat deze figuren voor hen in petto hadden.
door Assunkill
Wandraak, 3604 / 5128
gepost: 12-12-2006
om 10u45
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Keith Marshall zijn uiteenzetting was belachelijk. Sneller iemand overtuigd krijgen door hem te ontvoeren dan door te discussiëren? Er moest nu nog steeds gepraat worden en er was gevochten. Wat een incompetent stelletje randdebielen was die Trust? Sakura had gelijk: geen enkele weerwolf zou aan zijn plicht verzaakt hebben als hij was gecontacteerd voor deze opdracht. Hijzelf nog het minst van al. Dat moesten ze toch weten bij de The Trust, als ze daar zoveel wisten?
Miles was behoorlijk nijdig geworden. Met een ferme beweging veegde hij de glassplinters van het tafelblad. Hij rechtte zijn rug en keek Keith Marshall agressief aan.
En nog iets: hoe gaan jullie me overtuigen voor jullie te werken? Ik ben neergeschoten, ontvoerd, gedrogeerd, gevangen gezet, geketend en bedreigd. Op dit moment word ik nog steeds vernederd en gefolterd.” Miles tikte met een vinger tegen de band onder zijn halsdoek. Zijn blik stond grimmig.
Als er haast is, Keith, maak dan maar voort. Ik ben mijn geduld aan het verliezen.
door Zorbalt
Moorderator, 4003 / 5435
gepost: 12-12-2006
om 11u38
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De zwarte man keek Schaduwloper doordringend aan en negeerde de vraag van de vrouw.

”Ik had weerstand verwacht over de manier waarop mijn mensen jullie hier naartoe hebben gehaald, maar dit slaat werkelijk alles! Door hier te debatteren verliezen we tijd en in deze situatie is tijd te kostbaar. De organisatie waarvoor ik werk kan en mag eigenlijk niet betrokken raken bij dit soort operaties. Als onze vijanden mij of een andere agent in handen krijgen dan is de kans aanwezig dat zij informatie uit ons krijgen. Dit kan vreselijke gevolgen hebben voor ons ras!

Nu stond ook hij op en de sfeer in de kamer werd alleen nog maar grimmiger. Met ingehouden woede richtte hij zich op de dokter, die ietwat ongemakkelijk onderuit zakte in zijn zetel.

”Toen mijn mensen in eerste instantie weigerden om achter hun, hij wijst naar de andere tafelgenoten, aan te gaan, koos jij er voor om dat vervloekte middel te gebruiken.! Ik probeer de Garou in de omliggende steden op de hoogte te brengen van het naderende gevaar en dat ze uit moeten kijken naar het proefdier. Moge Gaia ons bijstaan.”

Mr. Marshall liep in de richting van de deur. Zweet parelde over zijn gladde schedel. Dokter Harris schraapte zijn keel. Zijn wangen waren rood en zijn stem klonk hees. En zij dan?

De agent staakte zijn pas en keek een keer vluchtig om naar de vier weerwolven.

”We hebben ze niet meer nodig. Schop ze maar buiten! Ik zal aan mijn meederen rapporteren.

door Assunkill
Wandraak, 3605 / 5128
gepost: 12-12-2006
om 12u26

gewijzigd door Assunkill
12-12-2006 om 13u27

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Vreemd genoeg kalmeerde het Miles enigszins dat Marshall zijn geduld verloor. Nu stonden ze gelijk. Hj was niet meer de enige die bloednerveus was en dat hielp om zijn zenuwen onder controle te houden. Miles wist zeker dat Marshall dit niet graag aan zijn meerderen zou rapporteren. Hij durfde dus wel gokken dat hij hen nog steeds graag de opdracht wou geven. Even twijfelde hij of Marshall blufte, maar dan acteerde hij wel héél goed. Miles stond met een ruk recht en gooide de stoel achter zich omver. Het ding kwam met een doffe klap neer. Zijn rechterhand steunde op het tafelblad, zijn linkerhand wees priemend naar de zwarte man.

Momentje, Marshall,” snauwde hij, “ik wil jouw humeur zien als er constant een zilveren pin in je strot duwt! Gun ons even wat, ja!

Als Metis was Miles het gewoon om beledigd en geminacht te worden en de ervaring had hem geleerd dat je beslist niet meer respect kreeg als je op je kop liet zitten. Hij keek de zwarte man die al aan de deur stond strak aan. Marshall was degene die op het punt stond veel te verliezen, niet hij. Miles pauzeerde even sprak toen op rustige toon verder.

Geef mij mijn rugzak en een kaart van dit gebied en ik vertrek meteen. Zoals ik had gedaan wanneer je me dat gewoon had gevraagd.

Hij liet zijn wijzende vinger weer zakken en steunde met twee handen op de tafel. Hij keek Marshall nog steeds aan en vroeg zich af of de drie anderen er ook zo over dachten. Niet dat het er echt toe deed. Hij zou hoe dan ook de proefwolf achterna gaan, omdat dat nu eenmaal zijn plicht als Garou was.
door Ulfgar
pluijmvee, 1931 / 2151
gepost: 13-12-2006
om 8u43

gewijzigd door Ulfgar
13-12-2006 om 21u02

Antw: Scéne 1: Dag 9.





Brrr.... ze voelde de woede in de groep opborrelen. Langzaam aan besloot ze dat het voldoende was om te veranderen naar een andere vorm. Ze probeerde haar Homidvorm aan te nemen, maar slaagde daar maar deels in: ze kwam niet verder dan Glabro: de Neandertaler-achtige vorm, waarbij haar hoektanden nog altijd de vorm hadden van een Lupus en ook haar oren nog altijd neigden richting die van haar vroegere volk. De vormen had ze echter volledig overgenomen van die van een tweevoeterig teefje, inclusief de onhandige bobbels die zo typerend waren voor de tweevoeterige teefjes.
Haar tweevoeterige vorm had een Afro-Amerikaanse complexie: ze had eenzelfde vorm als de Sioux-stam wat zich dichtbij haar had gevestigd en waar ze een Kinfolk kon. Haar pikzwarte haar en haar lichtbruine complexie zouden een buitenstaander het gevoel geven dat er sprake was van een vrouw uit het Disney-sprookje Pocahontas, misschien zelfs wel van Pocahontas zelf...

Ze deed totaal geen moeite om enige vorm van naaktheid te verbergen, aangezien deze neiging nergens op sloeg. Ze kon als wolvin toch ook in volle glorie rondlopen? Natuurlijk wist ze wel dat dit bij tweevoeters ongebruikelijk was... Op een bepaalde manier intrigeerde het haar dan ook wel hoe de tweevoeters, zonder aan de vruchtbaarheid te snuffelen, de goede keuze voor een maatje konden kiezen.


Terwijl ze ademloos had geluisterd, was er een soort van onbegrip voor zowel de andere Garou als voor de dokter ontstaan. Waarom hadden ze gewoon niet gezegd dat er een taak voor hen was? De geesten zouden haar daarom gevraagd hebben, mocht die situatie daadwerkelijk zo ernstig zijn geweest. Een vervormde Garou is iets onnatuurlijks en moet daarom ook verdwijnen.

Met een krakende, slechts moeilijk verstaanbare stem, zegt ze, nadat de tweevoeters die zich in deze ruimte zich bevinden zijn bekomen van de schrik: "Tweevoeters... Garou... niet weten. Taak Gaia..."

Daarna keek ze richting Dwaine, de enige die zich op een in eerste instantie juiste manier had benaderd. Zou hij haar hebben begrepen? Met een vragende blik keek ze richting hem. Daarna ging haar blik terug richting Miles, die zelf de aanzet deed. Die zou haar zeker moeten begrijpen. Ze legte haar voorpoot op zijn achterpoot, terwijl ze zei: "Jij begggrrijp...?"
door Zorbalt
Moorderator, 4005 / 5435
gepost: 13-12-2006
om 19u57
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Het feit dat op de plek waar eerder nog een wolf had gezeten nu een vrouw opstond deed de gespannen sfeer in de ruimte ietwat teniet. Was ze geheel in haar menselijke gedaante geweest dan had hier een beeldschone vrouw gestaan. Naar Homid maatstaven miste de Glabro vorm de elegantie dat het vrouwenlichaam zo sierde. Haar plotselinge naakte verschijning deden de verhitte gemoederen in ieder geval temperen.

Een kort moment namen de aanwezigen haar op en het leek er op dat Keith Marshall en de dokter Waar-niemand-ziet voor het eerst in een andere gedaante zagen dan haar geboortevorm.

De grote zwarte man deed een stap terug de kamer in, weg van de deur en keek met zijn brede armen over elkaar naar zijn “gasten”. Achter hem wisten de twee soldaten overduidelijk niet goed waar zij moesten kijken toen het grove naakte lichaam in vol ornaat nabij de vergadertafel bleef staan.

Dokter Harris verbrak de stilte toen hij ietwat stotterend door de microfoon sprak. ”Hallo, zouden jullie zo vriendelijk willen zijn die witte badjas in cel 23 naar mijn vergaderkamer te brengen. Even keek hij naar de monitoren. …met spoed graag.

Mr. Marshall sprak en zijn stem klonk emotieloos en vlak.

”Als jullie nu beslissen om te doen wat er van jullie wordt gevraagd zullen we jullie kleding en spullen teruggeven. Daarna zullen we de missie bespreken. Voordat de zon onder is wil ik dat jullie in de helikopter zitten.

door malkav
achterban(k), 4785 / 7020
gepost: 13-12-2006
om 20u39
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura hoorde alles aan en was wel degelijk onder de indruk dat de lupus kans wist te zien om van vorm te veranderen. Het leek de situatie ten goede te komen. Het was een opluchting voor haar om zich niet langer 'naakt' te voelen, gevangen in haar menselijke vorm.
Hoe naakt die vrouw nu ook was,.. door dit te zien kreeg Sakura weer hoop. Tegelijk kwam zij op het idee dat de medicijnen die zij toegediend hadden gekregen misschien anders werkten op Lupus dan Homids en een Metis.

"Agent Marshall,...Ik kan voor de rest spreken als ik zeg dat wij allen nu onze spullen terugwillen en zo snel mogelijk achter die arme ziel aangaan om het uit zijn lijden te verlossen. We zijn allen duidelijk rechtschapen Garou die geen onzin dulden." Sakura draaide haar hoofd naar de vrouwelijke Glabro en knikte naar haar met een glimlach, "Er is geen sprake van 'doen wat ons gevraagd word'. We weten als geen ander wat Gaia en Luna van ons verlangen. Ik zit diep in de mensen maatschappij, maar u denkt teveel als mens.. Wij hadden niet verdoofd hoeven worden, en de schade aan ons geheugen is al helemaal een blamage... Ik heb een engelengeduld,.. maar zelfs dat begint op te raken. Breng onze spullen, brief ons en breng ons op weg.. Is dat acceptabel?"

Sakura ging verzitten in haar stoel en haar badjas viel ietwat open waardoor haar sport BH goed te zien was. Ze leunde weer achterover en fatsoeneerde de positie van haar badjas. Ze keek de NSA agent doordringend aan.. Als hij een Garou was zoals hij claimde moest hij de daadkracht in haar woorden, en de puurheid van haar bloed voelen.
door DeHeld
Stamgast, 4683 / 6056
gepost: 14-12-2006
om 12u04

gewijzigd door DeHeld
14-12-2006 om 12u33

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Reeds lang had Dwaine zich erbij neergelegd dat dit zijn dagje niet was. Nu kreeg hij het bijna te kwaad. Inwendig begon hij te monkelen: Keith, Keith, Keith... Voor een zogenaamd geheime organisatie van oversten klungelde hij er maar wat op los. Zo erg zelfs dat Dwaine Doyle er niet eens meer aan twijfelde dat er tegen hem werd gelogen. "The Trust", niet willend om in te grijpen als er weerwolven werden gemarteld en vervormd; die het beest dan nog eens twee keer lieten ontsnappen ook. Zijzelf werden naar hier gesmokkeld onder verdoving om vooral geen andere Garou te moeten aanspreken. Nu ja, herstelde Dwaine zichzelf. Daarvoor geeft hij Harris de shuld en ja, die had er wel de kop voor om zoiets idoot uit te proberen.
Nee, die hadden nog niets juist gedaan. Hij moest zich inhouden om de dokter niet af te snauwen zodat die zou zwijgen. Best dat ze nu alles in een keer te horen kregen. Wel maakte hij een mentale nota dat hij de volgende die met dat serum kwam aandraven preventief zou doodbijten. Niet alleen om zichzelf te beschermen tegen dat spul -er is verder op hen niks uitgeprobeerd, het eerste goede nieuws, dit vond hij al erg genoeg- en ook wel om de dokter gelijk te geven. Bleef die tenminste weg van Garou in de toekomst.

De twijfels knaagden niet alleen aan hem. Hj begon die Sakura wel leuk te vinden: telkens de nagel op de kop. Toen daarbij nog eens die rare met zijn woedeuitbarsting volgde, was Dwaine helemaal in z'n nopjes. Een betje spanning vond hij hier wel op zijn plaats. Het had echter niet het gewenste effect.

Wat was dat trouwens over marshall's mannetjes die niet naar hen toe wilden komen? Wat was daar nu weer de redenering achter?
Hij wilde net beginnen aan een sarcastische, vijandige commentaar in de stijl van "Keith, jongen, wees toch eens vriendelijk als de mensen -garou in dit geval- om hulp vraagt. Als je organisatie niet zo blaartrekkend incompetent was, zouden jullie niet betrokken zijn bij deze zaak!"
In elk geval zag het ernaar uit dat het sowieso zou eindigen met hun vrijlating. Dat krikte Dwaine's humeur op. Maar voor hij aan zijn vrolijke opmerking begon, capituleerde Miles. De dramatiek. Dwaine besloot zijn sarcasme wat bij te werken, en werd alweer in snelheid genomen. Naast hem veranderde de wolf van vorm, en zat als Glabro op de vloer. Het was niet zozeer de transformatie, dat had hij als Garou vaak genoeg gezien en gedaan, en ook niet haar naaktheid, die hij in het voorbijgaan aan zijn blik onderwierp en die hij daarna als Homid maar gelijk weer verlegde.

Dwaine was een momentje uit zijn lood geslagen door de verandering zelf: zij kon van vorm veranderen? ZIjn wenkbrauwen stonden dus al hoog. Terwijl hij de implicaties van dit feit op een rijtje zette, keek ze hem aan en sprak. En de wolfvrouw had wel een punt. Een 'geëxperimenteerde' weerwolf op de dool. Het leek wel een neonreclamebord voor het bestaan van Garou. Hij antwoordde met een zwak "Ja". Ja, hij begreep wel wat ze bedoelde. Gelukkig keek de rest evenzeer verbaasd.

Dokter Harris klonk alsof hij zijn breekpunt naderde, wanneer hij als eerste de stilte doorbrak. Keith gegon weer te commanderen. Hij leek het wel gewoon te zijn. Je zou zien dat hij in een handomdraai weer zou beginnen dreigen.
Alles beschouwd hadden ze niet zoveel keus. Hun vrijheid konden ze bekomen en daarna moesten ze voor zichzelf uitzoeken hoe dat zat met die ontsnapte wolf. In groep beter dan alleen. Vooruit dan maar.

"Ik geef je helemaal gelijk." zei hij tegen Sakura."Ik moet je niet, Keith. Volgens mij knoei je er maar op los, en heb je geen idee van waarmee je bezig bent. Bovendien heb je ons nog niet aardig gevraagd om te helpen. Terwijl jij zo te zien toch verantwoordelijk bent voor deze situatie hier. Maar goed. Haal onze spullen al maar. Dan kunnen we zodadelijk aan de briefing beginnen."
Zoals gezegd: slechte dag vandaag.
door Zorbalt
Moorderator, 4007 / 5435
gepost: 14-12-2006
om 13u33
Antw: Scéne 1: Dag 9.
De grote neger stond duidelijk op het punt om op de woorden van Dwaine te reageren, maar hij besloot zich in te houden en draaide zich om naar de mannelijke soldaat die naast de deur op zijn post stond. Deze had zijn blik nog steeds ietwat beschamend op de Indianenvrouw gericht. ”Bill… Bij het horen van zijn naam ging de geuniformde man in houding staan. …haal de kleding en de spullen van onze gasten en zorg ervoor dat de heli gereed wordt gemaakt.

Na een korte en ietwat stijve saluutgroet verdween de soldaat de kamer uit. De vrouw, Susie, bleef aan de andere kant van de kamer staan en keek strak voor zich uit de vergaderkamer in.

Vrijwel direct nadat Marshall’s werknemer de kamer had verlaten werd er zacht op de deur geklopt. De blonde vrouw die hen eerder het eten had gebracht, gekleed in haar witte werkoutfit, bracht de badjas met bijbehorende slippers. Ze keek naar de grond terwijl ze de kledingstukken op de tafel deponeerde. Ietwat ongemakkelijk bij de aanblik van de robuuste naaktheid van de vrouwelijke “gevangene” draaide ze zich om en verdween door de deur.

”Die badjas is misschien wat klein rond je middel en schouders, maar het moet genoeg zijn voor nu. Ga zitten.

Keith Marshall liep naar zijn enige “gast” die reeds geheel was gekleed. ”Luister, ik doe je halsband af, maar ik wil niet dat je binnen dit complex in je geboortevorm veranderd. Is dat afgesproken?

De sluiting van de halsband zou automatisch open gaan je om en nabij de 2 mijlen van deze mijn verwijderd bent.


Even kijkt hij naar de andere Garou.

”Ook de bijwerkingen van het verdovingsserum zal bij jullie weldra verdwijnen.


door Assunkill
Wandraak, 3612 / 5128
gepost: 14-12-2006
om 16u01

gewijzigd door Assunkill
14-12-2006 om 16u46

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Onwillekeurig trokken de spieren in zijn been samen toen Maya hem aanraakte. Miles was het niet gewoon dat onbekenden hem aanraakten. De warme hand voelde onwennig maar niet onaangenaam op zijn dij. Hij knikte kort naar de naakte vrouw om aan te geven dat hij haar begreep.

Keith Marshall leek weinig gelukkig, maar Miles bedacht dat die blij mocht zijn dat hij er zo makkelijk mee weg kwam. Hij kende Garou zat die hier nog een hele hoop meer problemen van gemaakt zouden hebben. Maar een gezamenlijke vijand smeedde een goed team, blijkbaar. Ze waren het allevier roerend eens, dat was duidelijk, al verschilden de persoonlijke stijlen wel wat.
Het was hem niet ontgaan dat Sakura al twee keer had beweerd in naam van hen allevier te spreken. Hij tipte haar nog steeds als Alpha, hoewel Dwaine er blijkbaar ook niet zo gek van was om bevolen te worden. Nu ja, wie wou wel bevelen ontvangen van iemand wiens competentie zo dubieus was?

Luister, ik doe je halsband af, maar ik wil niet dat je binnen dit complex in je geboortevorm verandert. Is dat afgesproken?” Keith klonk nog steeds niet bepaald vriendelijk, maar wie kon hem dat kwalijk nemen. Miles gaf geen antwoord. Op vragen waarop het antwoord al overduidelijk was, gaf hij nooit antwoord. Hij wikkelde de sjaal van rond zijn hals en trok de kraag van zijn trui naar beneden.
Toen het slot losklikte, slaakte Miles een zucht van verlichting. Zijn stress gleed van hem van zodra het vervloekte ding van rond zijn hals ging. Hij had zich nog niet vaak zo benauwd en bedreigd gevoeld als met de constante druk van een zilveren lemmet op de keel. Miles trok zijn linker handschoen en uit en wreef met twee vingers over de jeukende schrammen die de boei had achtergelaten en draaide toen de doek weer rond zijn nek. Hij voelde zich al een pak beter.

Op een chromen roltafel reed een soldaat hun kleding en andere bezittingen binnen. Miles tilde zijn grote rugzak er snel af en legde hem op tafel. Hij klikte enkele bindingen open en ging met vlugge vingers door zijn bagage. Deze zak gebruikte hij al jaren en zijn handen vonden blindelings al zijn spullen terug. Vijwel meteen merkte hij dat alles nog aanwezig was. Bovenop lag een lange leren veter met zwarte kralen. Miles stroopte zijn linkermouw op en bond het snoer snel rond zijn pols. De ‘armband’ was hem dierbaar en hij had schrik gehad hem niet meer terug te krijgen toen hij niet bij zijn kleren bleek te zitten.

Uit de hoed van de rugzak haalde Miles een papieren zak, waar hij een appel uit nam. Toen pakte hij de hele rugzak weer in en deed hem om. Het gewicht voelde vertrouwd aan zijn schouders.
Een beetje onhandig zette hij de stoel die hij had omgegooid weer recht. Al bij al had zijn agressieve uitval de situatie er enkel op vooruit geholpen. Meestal was hij de rust in persoon, maar ze moesten niet over hem proberen lopen.

Miles ging met zijn rugzak om op tafel zitten en zette zijn zware schoenen op de zitting van de stoel. Bedachtzaam kauwde hij op zijn appel, terwijl hij zwijgend wachtte tot de anderen klaar waren.
door Ulfgar
pluijmvee, 1940 / 2151
gepost: 14-12-2006
om 18u36
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Nog altijd rilde ze eventjes vanwege het gebrek aan haar. Ze was daarom de vrouw dankbaar dat ze de badjas aan haar had gegeven, maar ze deed geen moeite om hem op de juiste manier aan te doen. In plaats daarvan stak ze haar armen door het ding heen en ging gewoon op de stoel zitten. Daarbij bleef ze zoiets een stuk oncomfortabeler vinden dan simpelweg een dikke vacht.

Het viel haar op dat een ieder hier haar vreemd aankeek, maar ze kon zich zo voorstellen dat de Garou geen flauw idee hadden waarom ze op dit moment zich veranderde. Ze had ook wel een bepaald gevoel dat het niet klopte dat ze tussen tweevoeters veranderde. Het was iets voor haar onverklaarbaars, ook al had Loopt-in-Schaduwen gezegd dat ze dat iets van moraal noemde. Op dit moment werd dit gevoel echter nog eens versterkt door de vreemde tweevoeterreuen die naar haar bleven kijken.

Toen de tassen eindelijk werden binnengebracht, begon ze de paar kleren die ze ooit eens van Loopt-in-Schaduwen had gekregen aan te trekken. Ondanks dat ze niet geheel pastte in deze vorm, waren ze wel zodanig gemaakt dat deze kleding in ieder geval nog groot genoeg was. In Homidvorm hing het helemaal zo om haar heen, waardoor ze in haar begintijd constant er overheen gestruikeld was.

Eindelijk, de missie. Waarom Gaia en de Geesten in hemelsnaam deze lui hadden uitgekozen om hun boodschap door te geven, was Maya, zoals ze door de tweevoeters werd genoemd, nog niet geheel achter.
door malkav
achterban(k), 4788 / 7020
gepost: 14-12-2006
om 19u16

gewijzigd door malkav
15-12-2006 om 0u08

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Sakura nam haar stapeltje kleren van de tafel en ook haar rugzak. Snel zocht ze door de voorste zakjes en haalde er een zilverkleurige ketting uit met hanger. Ze slaakte een zucht van verlichting.

Terwijl ze bezig was leek ze even de rest te vergeten, herinneringen van vroeger overspoelden haar kortstondig.
De hanger had de vorm van klein aapje die een smaragden bol vastgreep met zijn handen, ze had deze van haar moeder gehad kort na haar 'eerste verandering'. De hanger was van haar grootvader geweest, Rent-Langs-De-Horizon. Haar moeder had deze speciaal voor haar bewaard.
Ze hing deze om en haalde ook nog twee gouden ringen uit het zakje die zij om haar ringvinger gleed. Het was haar trouwring en die van haar wijlen-echtgenoot.

Ze waren enkele maanden voor 11 september 2001 getrouwd en Lucas werkte ook voor de FBI. Hij was die dag op kantoor in het WTC toen het wereldbeeld van alle mensen en Garou gretig door elkaar werd geschud. Het had lang geduurd eer Sakura over het verdriet en de woede heen was. Ze had namelijk altijd gedacht dat Lucas indirect door haar afkomst iets zou overkomen, nooit had ze kunnen voorstellen dat hij op zo'n laffe en tragische manier om het leven zou komen.

Een snelle blik in haar rugzak liet zien dat ze al haar spullen nog had. Haar badge, telefoon, portomonee, gedroogd fruit, maclight, notitie boekje, Ipod en het boek 'Amurita' van Yoshimoto Maiko. Alles was er, en meer. ook trof zij een handwapen aan in haar rugzak. Sinds wanneer droeg zij wapens? Misschien hadden ze een fout gemaakt met het opbergen van de spullen. Iemand zou vanzelf wel zijn wapen missen en er naar vragen.

Ze nam haar grijze joggingbroek, sneakers, kort wit topje en het blauw flanellen jasje met capuchon en ondergoed op haar schoot en wendde zich tot hun opdrachtgevers.

"Is er hier ook een ruimte waar ik me even kan omkleden?"
Ze zag Miles opgevouwen papieren uit zijn achterzak halen, waaruit hij opkeek toen ze haar vraag stelde.
"Even terug in de gang, links. Een deur met 'verboden toegang." Hij haalde de doek weer van rond zijn hals en wierp die over één van de monitoren. Hij keek verder in de papieren...

Sakura keek terug naar Marshall en hij knikte. Ze werd door de vrouwelijke 'soldate' naar de ruimte begeleid die hij noemde. Daar kleedde zij zich om en vouwde de badjas en het ondergoed netjes op. Ze bracht haar donkere glanzende haren opnieuw in een staart en zette haar zwarte cap op. Haar staart trok ze door de opening van de cap aan de achterkant.
Ze sloeg haar rugtas om en liep terug naar de vergader ruimte. daar plaatste ze een keurig stapeltje witgoed op de tafel en ging weer zitten.
door DeHeld
Stamgast, 4690 / 6056
gepost: 15-12-2006
om 0u22
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Keith Marshall werd nijdig van alle provocatie. Het beste wat je met een slecht humeur kon doen was het doorgeven aan iemand anders. EN ze kregen hun spullen terug. Hopelijk lagen zijn herinneringen ertussen. Dwaine visualiseerde zich een hersenkwab naast zijn T-shirt en schudde de oncomrfatbele gedachte van zich af.
Hij verlegde zijn aandacht naar de halsband van Miles. Die zou wel blij zijn niet meer als een schoothond gekleed te zijn. Een draadloze zilveren halsband, wie had dat uitgedacht en waarvoor?
Pas na de eerste indruk drong het tot Dwaine door dat het ging over de geboortevorm van Miles. Lupus en Homid hadden ze al. Dat zou wel eens iets kunnen verklaren over waarom hij er zo gek uitzag.
Dwaine lummelde wat achteraan toen een soldaat hun bezittingen op een hoopje terugbracht. Dwaine wist dat mensen als vanzelf een hiërarchie van belang in hun spullen aanbrachten. Het was een beetje zoals die borden: Beware Pickpockets. Ze vertelden wel eens dat de dieven daar post vatten, omdat iedereen er naar zijn portefeuille tastte om zeker te zijn. Dat maakte het gauwdieven enkel makkelijker om toe te slaan. Hij was blij dat hij zijn spullen terugzag, maar maakte vooral van het moment gebruik om de anderen vanuit hun ooghoek te observeren.

Nou ja, de Lupus had die typisch menselijke reflex waarschijnlijk niet. Miles checkte zijn rugzak en haalde er een of ander sieraad uit. Dwaine had wel een soort vermoeden wat die armband was. Dat gedaan, toverde hij... een appel boven. Koele kikker. maar hij droeg natuurlijk z'n kleren al. Waarom kreeg hij eigenlijk een voorkeursbehandeling? En het niet kunnen transformeren, dat was natuurlijk wel behendig. Een garou op zicht herkennen was moeilijker zo. Dwaine probeerde Miles niet al te veel te vertrouwen voorlopig.

Die Japanse, Sakura nogwat, ging ook direct voor sieraden. Rond de hals en ringen. Niet onlogisch eigenlijk. Wat had Dwaine eigenlijk verwacht dat ze zouden checken? Of ze nog serum hadden voor de reis, om garou te vangen?
Norsig ging hij door zijn eigen spullen. Zijn hangertje met zilverkleurige wolftand zat er nog. Hij mocht lijen dat ze er toch enkele uren tests op gedaan, uit verbazing zoiets op zijn lijf te vinden.
Pakje sigaretten. Daar zouden er wel uit verdwenen zijn. Hij wist hoe dat ging en aangezien hij zich niks meer herinnerde, kon hij toch niet klagen. Als ze maar iets hadden overgelaten voor hem. Rokerssolidariteit. Hoewel niet echt een roker was. Maar dat wist de roker die van hem steelde toch niet. Een door water aangetaste kaart van een bosgebied. Afgeprint, zo te zien. Had hij op Google al iets opgezocht over deze streek?

Terwijl hij het kaartje probeerde te herkennen, draaide hij het horloge rond zijn pols. Pas toen merkte hij dat er water onder het glas zat. De digitale wijzer was nergens in zicht. Godverdomme. Dat horloge had het al lang bij 'm uitgehouden. Niet meer dus, zelfs het karakteristieke schudden deed niks. Niet de batterij. Met spijt in het hart bedacht Dwaine zich dat hij louter door zijn tijd op een kilometer te timen, had kunnen aflezen hoeveel dagen hij uit zijn normale ritme was.

Sakura had haar spullen en verzocht een kleedkamer. Dat was maar normaal, en het maakte het voor hem makkelijker. De Lupus zou zich niet generen, en voorts was de enige vrouw die Susie. Als Keith die al niet selecteerde om Sakura te begeleiden, gunde hij het haar. Een broek aanschieten was geen werk, en hij dacht dat ondertussen de dokter, keith en de hunnen meer zouden gegeneerd zijn als hij zich ter plaatse omkleedden, dan hij. Het T-shirt duurde vast langer, maar spannende kleren benadrukten zijn sportlichaam meer. Over zijn schouder nam hij eens poolshoogte: gingen de vrouwen weg of niet?
door Zorbalt
Moorderator, 4009 / 5435
gepost: 15-12-2006
om 15u19
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Terwijl de aanwezige Garou hun spullen nakeken riep de dochter de vrouwelijke soldaat bij zich en gaf haar de opdracht om Sakura naar een ruimte te brengen verderop in de gang, zodat zij zich in alle discretie kon aankleden. Nadat de twee vrouwen de vergaderkamer hadden verlaten pleegde Mr. Marshall overleg met enkele van zijn medewerkers.

Ietwat nerveus en uiterst gehaast droegen twee soldaten een metalen statief naar binnen die zij aan het andere eind van de grote kamer op de grond plaatsten. Daarna bevestigden zij hier een groot wit scherm aan. Nabij dokter Harris plaatsten zij een projector op het vuile tafelblad. Ook werden er voor de dokter enkele witte kartonnen mapjes neergelegd met daarop vergeelde handgeschreven labels.

De soldaten lieten afschuwelijk lelijke bruine luxaflex naar beneden zakken zodat de ruimte werd verduisterd. Nabij de deur knipte Keith Marshall de fabriekslamp aan die boven de tafel aan het hoge systeemplafond hing.

Het gelige licht van de lamp zette de gehele ruimte in een vreemde gloed. De soldaten liepen weg en de dokter sloot de stekker van de filmprojector aan op een verlengsnoer dat nabij de bijeengeboden kabels achter de beveiligingsmonitoren op de grond lag.

Mr. Marshall ging terug op zijn stoel zitten en wachtte geduldig tot alle Garou gereed waren om de missie te bespreken. Ietwat voldaan keek hij naar het team.
door DeHeld
Stamgast, 4694 / 6056
gepost: 15-12-2006
om 19u35
Antw: Scéne 1: Dag 9.
Ja, de vrouwen werd hun privacy gegund. Dwaine gunde het hen van harte: hij bedacht dat hij al een onderbroek aanhad en die niet per se moest vervangen door een van hem. De kans dat ze daarop gespeculeerd hadden en een microfoon hadden geïnstalleerd op die plaats was verwaarloosbaar.
En dus wrong hij zich in zijn T-shirt terwijl hij de rest van zijn uitrusting bekeek. Hij spendeerde enige tijd met het bestuderen van zijn telefoon en besloot plotstoch zijn sigaretten te tellen. Vreemd. Het papier en het horoge zagen eruit alsof ze in het water waren gevallen. Maar de sigaretten en gsm niet. Waarom en hoe zou hij dat gedaan hebben?
Nu ja. Ze bouwen een diascherm. En met de rolluiken neer is het een perfect moment om zijn broek aan te doen. Hij staat er nog niet half in als het licht aanfloept. Keith Marshall stond zelfgenoegzaam te grijnzen bij de schakelaar, en Dwaine geloofde dat die het wel grappig vond. Miles bleef alles ongeïnteresseerd observeren. Eens hij zijn gebruikelijke tenue aan had en zijn kettinkje om had, zette hij zich ook maar neer.
door Assunkill
Wandraak, 3619 / 5128
gepost: 16-12-2006
om 13u49

gewijzigd door Assunkill
17-12-2006 om 11u14

Antw: Scéne 1: Dag 9.
Rustig nam Miles de bladzijden door die hij uit het schrift had gescheurd. Het leken notities uit een boekhouding en persoonlijke aantekeningen, maar hij kwam er niet goed uit. Hij was ook geen expert in zo’n dingen. Sakura had al aangegeven zich veel met mensen op te houden, hij zou haar de papieren eens laten bekijken. Hij wou ze in zijn borstzak schuiven, maar daar zat blijkbaar al een ander stuk papier.

Met twee vingers viste Miles het onbekende stuk papier uit de zak. Het was een foto van een man en een vrouw. Ze zaten in een soort bar op bank van rood imitatieleer. Ze leken allebei nogal goed gezind en keken naar de lens van de camera. De vrouw was jong, blond en knap en droeg een luchtig zomerjurkje. De man was nogal hoekig gebouwd. Hij droeg een kakigroen hemd, een wollen muts op z’n hoofd en een zwarte sjaal…

Geschrokken draaide Miles de foto om… Sentpress, een adres in Manhattan en een uur: 02.23 pm. En een handgeschreven boodschap: Veel liefs en tot snel. Hij keek opnieuw naar de afbeelding. De man was hijzelf. Dat was wel zeker. De vrouw was Licht-als-de-lucht, dat was even zeker. Het was trouwens in haar geschrift dat er geschreven was. Maar Miles wist heel zeker dat hij nooit met haar in New York geweest was. Hij zag zijn vriendin niet vaak en Miles herinnerde zich elke keer haarscherp. De keer die op de foto stond had hij nooit meegemaakt. Tenzij in de periode van geheugenverlies…
Miles nam zijn logboek uit de rugzak. Hij controleerde hij de laatste datum en plaats die hij had genoteerd.

06-08-07; +/- 05.15 pm; New York, NY, USA.
Route: 3 uur gestapt tot Rochester, NY, 11.00 am. Gelift tot New York, NY, 05.00 pm.
Aankomst: Ingecheckt in St. Augustine om 05.02 pm.
Vertrek:


Bladerend bekeek Miles de overige aantekeningen in zijn logboek. Hij had precies de route gevolgd die hij had gepland en was ook in New York aangekomen. Maar zijn vertrek had hij niet meer genoteerd. Hij had er het raden naar wat hij in New York had gedaan. Had hij gedaan waarvoor hij gekomen was, om te beginnen? Harris zou eens op de rooster gelegd moeten worden. Marshall wist allicht meer, maar Harris was ongetwijfeld makkelijker te overtuigen om te antwoorden op vragen. Miles kende zijn reisschema na deze missie al: deze plaats, New York, en dan opnieuw deze plaats.

Hey, Harris,” vroeg Miles niet onvriendelijk, “waar zijn we hier? En welke datum zijn we?” De dokter leek enigszins opgelucht dat er terug normaal werd gesproken, ook tegen hem. “We zijn hier in Cutters Mine, tussen Norton en Benham, in de onherbergzame wildernis van de Appalachen. En vandaag is vijftien augustus.” Tussen Norton en Benham, Appalachen… dat moest Virginia zijn, dacht Miles. Hij keek naar buiten waar de zon langzaam onderging. Hij gokte dat de zon op deze breedtegraad tussen half acht en half negen zou ondergaan.

Miles nam zijn potlood en noteerde:
06-08-15; +/- 07u45 pm (?), Cutters Mine, VA, USA
Aankomst: onbekend
Vertrek:


Hij ruimde zijn spullen weer op. De foto ging in zijn borstzak, de papieren weer in zijn achterzak, het logboek en potlood in de rugzak. Toen Sakura weer binnenkwam haalde hij zijn halsdoek van de monitor die de ruimte toonde waar zij zich had omgekleed. Hij maakte het zich gemakkelijk in één van de stoelen terwijl het lokaal werd klaargemaakt voor de voorstelling. De film zou ongetwijfeld een aantal vragen beantwoorden.
pagina's: 1, laatste

Photobucket - Video and Image Hosting


"The pack is united by sacred purpose and guided by sacred light"

naar boven