Scène 7: Roestige Doornen

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
4-8-2005, 16u54, door malkav
Le Bonhomme Carnaval: Pier 12 ,ook wel Jeteé Point du Jour genoemd , aan Rue de la Comunne


Datum / Tijd: Woensdag 25 Juni / 00:45











~Bescheiden sloegen de golven tegen de grote pilaren van de pier.. Hij was doorweekt... Zijn lange jas trok hij uit omdat het geval aan zijn rug plakte. Hij tuurde in de mist maar het zicht was slecht.




Het geschreeuw van de mensen en de sirenes van de hulpverleners en een aanstormende politiemacht brachten een spookachtig gezang teweeg onder de pier.


Hij liet de riemen weer voor wat ze waren en liet de buitenboord motor in het water zakken.




Langzaam manouvreerde hij de boot tussen de dikke steunpilaren van de pier door. Zodra zij La Ville hadden gestaakt zouden zij met hem over de lage reling springen. Diep van binnen maakte hij zich zorgen. Er was al flink wat tijd voorbij gegaan en hij zag de Dockers nergens. Het water had zijn radio onbruikbaar gemaakt.




Plotseling hoorde hij geluiden onder de pier. Al snel herkende hij de drie schimmen en ging er heen.
~















pagina's: 1, laatste

Reacties

door Zorbalt
Moorderator, 2864 / 5435
gepost: 20-1-2005
om 10u45

gewijzigd door Zorbalt
20-1-2005 om 16u43

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan zag dat Rafter over het water tuurde, maar toen hij zijn blik trachtte te volgen zag hij enkel duisternis en flarden mist. De vreemde roeier moest al erg ver weg zijn en de mist zou de achtervolging zeker bemoeilijken, maar in dit stadium was falen geen optie. De leiders van de Sabbat en dan in het bijzonder Carolina Valez, waren niet genadig voor Sabbatleden die faalden in dit soort missies. Indien ze bot vingen vanavond konden ze maar beter maken dat ze weg kwamen uit Montreal. De komst van de Ravnos was op dit moment een geschenk uit de hemel.




De agent drong naar voren om voor Edward en de Ductus de boot in te kunnen komen. Terwijl hij in de wiebelende schuit stapte zag hij dat Gharston verschrikt naar zijn rechterarm keek. Sellers glimlachte en haalde zijn schouders op, waarna hij knielde naast de twee lichamen. Ze hadden nog niet alle warmte verloren en lagen over elkaar tegen de zijkant van de boot. De boot was zo’n 5 meter lang en ruim 2 meter breed. Gharston stond achter aan het roer van de buitenboordmotor en voor hem bevonden zicht twee houten bankjes. Dit was het type boot bestemd voor toeristische doeleinden zoals rondvaarten voor een kleine groep en korte visexpedities.




Terwijl ook de andere Dockers aan boord klommen legde Duncan zijn wapen op het voorste bankje en pakte de bleke arm van een man. Beide lijken hadden een dikke jas aan met daarop met gouden letters Golden Tours gestikt. Die naam had hij ook op de zijkant van het bootje zien staan. Hij zette zijn tanden in de arm en dronk. Het afgekoelde stroperige bloed gleed door zijn droge keel en brandde in zijn maag. Het bloed van een dode had minder kracht en smaak dan dat van een levend slachtoffer, maar de Lasombra genoot. Terwijl hij dronk concentreerde hij zich op zijn vele wonden en vergat alles om zich heen. Bij elke teug voelde hij hoe de allesoverheersende honger werd getemperd.



door Assunkill
Wandraak, 2857 / 5128
gepost: 20-1-2005
om 22u22

gewijzigd door Assunkill
21-1-2005 om 10u56

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Vincent klom aan boord, wierp een blik op de lijken achterin en liep naar Gharston. Zijn ogen gloeiden rood op terwijl hij La Ville weer localiseerde.


Ik weet niet of jij het ziet, maar daar vaart onze prooi. Daar… nee, dáár... ik hoop dat we hem kunnen inhalen. Greg is binnen zwaar gewond geraakt in de tent, maar is nu in goede handen. Edward heeft Les Miserables duidelijk kunnen maken dat er iets mis was met hun nieuwe packmaat. Van hen moeten we geen last meer verwachten.


Hij tuurde in de verte. La Ville had zijn roeiwerk blijkbaar gestaakt en liet de buitenboordmotor in het water zakken. Vincent vloekte binnensmonds… De situatie zag werd steeds nijpender. Het frustreerde hem dat ze afhankelijk waren van het vermogen van een stom toeristenvaartuigje. Maar als zij niet sneller konden, was het misschien mogelijk om La Ville trager te laten varen.


Ik weet niet of we hem zo gaan inhalen. Maar als je je materiaal nog bijhebt, Gharston, is het misschien mogelijk om hem op een kogel te trakteren. Niet noodzakelijk in zijn hoofd, in zijn motor zou al fijn zijn. Als dat lukt kunnen we hem nog wel inhalen.


Terwijl hij met Gharston praatte, liet Vincent zijn lichaam werken om zichzelf weer te herstellen. En hoe fitter hij raakte, hoe meer honger hij kreeg. Hij draaide zich om.


Laat iets over voor mij, als het even kan.






Walk The Night Alone
door sareth
webslaaf, 4877 / 6375
gepost: 21-1-2005
om 10u40
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Hoewel Edward bijna kwijlde bij het zien van een verse hap, volgde hij eerst mee de briefing van Gharston. De paladijn werkte geruststellend, zelfs zonder zijn zwijgzame mond open te doen. Hij wàs er, hij hàd een boot mee en hij hàd voor een kleine snack gezorgd. Dàt was een professional. Edward hield van professionals, hij was er immers zelf een.


"...Niet noodzakelijk in zijn hoofd, in zijn motor zou al fijn zijn." Edward rook de verdoken zin 'want dan kan ik hem nog persoonlijk mollen, de klootzak' en glimlachte om het enthousiasme van zijn Zoon.


"Kijk maar uit dat hij niet plots zin krijgt in een frisse duik. Je moet geen ranzige grijze walvis zijn om zonder snorkel te kunnen gaan zwemmen, en dan mag jij hem terugvinden in deze smeerpoel." Edward rolde met zijn ogen toen de Ductus zich boog over het tweede lijk. Hij had ook dorst, maar geen zin om het te laten blijken.


"Geef mij dat roer maar Gharston, dan kan je je speelgoed uitpakken. Veel moeite gehad om onze restjes te vinden? En hoeveel kost een kaartje trouwens ?"
door Zorbalt
Moorderator, 2870 / 5435
gepost: 21-1-2005
om 16u39

gewijzigd door Zorbalt
21-1-2005 om 20u03

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Toen de agent eindelijk verzadigd was liet hij de arm van het bleke lijk los. Hij voelde hoe de stroperige vitae doordrong tot in kern van zijn ondode spiervezels. Eenmaal uit de lustroes gekomen keek hij om zich heen. Evans nam het roer over en de Ravnos liep naar de voorkant van de boot. Hij schoof een grote sporttas onder een bank vandaan en begon de onderdelen van zijn rifle aan elkaar te monteren.




Vincent Rafter tuurde in de duisternis. Ze sneden door het water en de steeds dikker wordende mist. Sellers ging op een bankje zitten en veegde zijn lippen af met de muis van zijn enige hand.




”Jongens, ik zou de maaltijd nuttigen nu het nog niet veranderd is in een koude schotel. Edward, laat mij sturen, dan kun jij eten. Bovendien heb ik veel ervaring met dit soort boten. Ik kom uit Miami remember...




Sellers voelde een tinteling aan het einde van zijn rechter arm. Als een bioloog bestudeerde hij de bloederige stomp en zag tot zijn genoegen enkele stukjes wit bot uit de smurrie steken, alsof het jonge stekjes waren van een pas gezaaide plant. Kleine rode spierdraadjes waren om het bleke bot gesponnen. Hij vroeg zich af hoe lang het zou duren eer hij zijn rechterhand weer zou kunnen gebruiken.




Achter hun dreven dikke rookwolken de nachthemel in. Een vurige gloed zette de bovenkant van de feestpier in een spookachtig licht. De zwaailichten van de vele hulpdiensten gaven dit alles extra allure. Het theater van Les Misérables was veranderd in een onuitblusbare fakkel.







door malkav
achterban(k), 3746 / 7020
gepost: 26-1-2005
om 7u22
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Terwijl ver achter hun de grote tent van Le Bonhomme Carnaval in rook op ging gleed het bootje van Golden Tours over het zwarte water van de brede rivier. Dikke mistdraden wikkelde zich om de boot. Ze achtervolgde hun prooi, maar deze bleef hen voor. Heel af en toe onttrok de mist hen het zicht, maar elke keer lukte het de Dockers om de kleine roeiboot met het pruttelende motortje van Gabriël la Ville weer te vinden.




Gharston Roland zette de slanke kolf van Danae tegen zijn kin en ging languit op de natte bodem liggen. Hij stelde het steunijzer onder de loop in en liet het rusten op de rand, net naast de voorpunt van de boot. Elke keer zocht hij door zijn vizier naar het doel,... maar voordat hij een gericht schot kon lossen verdween de boot uit het zicht. De mist werd dikker naarmate ze meer op open water kwamen. Een dikke boomtak dreef voorbij en schuurde hierbij langs het metaal van hun boot. Het was een angstaanjagend geluid. Terwijl vader en zoon klaar waren met eten kwam de Ravnos overeind en slaakte een diepe zucht.




”De mist is te dik. Ik krijg ‘m niet in mijn vizier.”




De Dockers probeerde zich te concentreren, maar het mocht niet baten. Het leek wel alsof ze een grauwe wolk binnendreven. De wereld leek te zijn verdwenen, op het klotsende water na. Het leek wel of de deken van mist ook het geluid verstompte van de stad. Er dreven dikke kluwen stinkende waterplanten voorbij en het water was modderig. Plotseling leek er een vreemde damp van de motor af te komen en toen begon deze te sputteren….en stopte….een gruwelijke stilte achterlatend.




Op datzelfde moment werd de mist dunner en waren ze getuige van iets ongelooflijks…




door Assunkill
Wandraak, 2870 / 5128
gepost: 26-1-2005
om 20u25
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Het was intussen wel genoeg geweest met tegenslag vanavond. Een vijand die zich met een perfect schot in de kop niet liet neerleggen. Grigory die zich zo sullig liet neerhalen. De monsterlijke Elias die de stelling neerhaalde en zo zijn tas met een aantal handige spullen onbereikbaar maakte. De hardnekkige en abnormale mist. En nu een defecte motor. Er waren grenzen aan wat efficiëntie in de weg stond dat Vincent’s koelbloedigheid kon weerstaan. En die grenzen waren akelig dicht in de buurt. Hij kraakte zijn vingers en probeerde zichzelf te kalmeren. Hoe uitzichtlozer een situatie, hoe moeilijker en tegelijk belangrijker het werd om volstrekt rustig te zijn. Hij moest zijn kalmte bewaren en helder nadenken. Dan bestond er altijd een oplossing.


Vincent klom op het voorplecht van het bootje en keek naar het spookachtige tafereel dat voor hen opdoemde. Een groot en duidelijk lang geleden gezonken vrachtship leek door de rivierbodem omhoog gestuwd te zijn. De roestige boeg was overwoekerd met wier en stak boven het zwarte water uit alsof het schip naar wanhopig naar adem hapte. Aan de zijkant van het schip dobberden twaalf kleine jachtjes en plezierbootjes en daar was niemand aan boord…






Dat klopte niet. Vincent had in de meer dan 50 jaar dat hij in Montreal leefde en onleefde nooit geweten dat daar een scheepswrak boven water kwam. Er kon daar helemaal geen wrak liggen zelfs, volgens hem, want het zou daar de drukke scheepvaart hebben gehinderd. Hoe kwam dat ding daar in godsnaam terecht…!?






Vincent draaide zich om en zag Duncan Sellers roeiriemen van onder de banken halen. 100 meter roeien was in ieder geval beter dan 100 meter zwemmen, dacht hij. Maar als ze daar waren zouden de problemen pas beginnen. Want het schip lag daar niet zomaar, dat was duidelijk. Het had gasten aan boord. Le Ville had geweten dat het schip er lag en waar het lag. Hij was er rechtstreeks naartoe gevaren en ging aan boord. Blijkbaar dacht hij daar in veiligheid te zijn. Dat was niet vanzelfsprekend op een roestige boot. Als hij het volk aan boord niet kende, zou het een val geweest zijn waar hij niet kon ontsnappen Dus kende degenen die aan boord waren. En zij kenden hem en zijn ware aard. Zo waren er vast niet zo gek veel in Montreal. Vincent kreeg plots een heel onbehaaglijk gevoel. Gingen ze recht op de beschermheer van La Ville af? Eén van de drie bisschoppen van Montreal wellicht? Dat waren geen mietjes, geen van de drie. En de Dockers waren intussen ernstig gehandycapt geraakt. Erg fraai zag het er niet uit.


Plots herinnerde hij zich een belachelijk klein en schijnbaar onbelangrijk voorval eerder op de avond, maar één dat een belangrijke aanwijzing kon zijn…




Jullie weten allemaal meer van het openbare nachtelijke onleven in Montreal dan ik. Hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk is het dat The Rose de chef van La Ville is…?






Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 2885 / 5435
gepost: 26-1-2005
om 21u51

gewijzigd door Zorbalt
27-1-2005 om 11u56

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Met enige verbazing keek Duncan naar de buitenboordmotor. Het leek wel alsof de rivier en die vervloekte mist hun bewust trachtten tegen te werken. Misschien was er iets tussen de rotorbladen gekomen of was de benzine op. Terwijl zijn packleden zich te goed deden aan de kadavers zakte de agent door zijn knieën. Hij kende dit soort type bootmotors maar al te goed. Tijdens zijn werk bij de U.S. Drug Enforcement Administration hielden hij en zijn collega’s verdachte boten aan die vanuit Zuid Amerika de kust van Florida trachtte te bereiken. De marine en de kustwacht deden het bulkwerk en zij schakelde de DEA in als er echt stront aan de knikker was. In die tijd woonde hij aan het water, niet ver van Miami en bezat een kleine speedboat. Hij had de verwaarloosde schuit voor een prikkie op de kop getikt en haar binnen enkele maanden omgetoverd tot een juweeltje. Hij had de boot Faith genoemd, naar zijn kleine meid. Een kort moment vergat hij alles om zich heen en keek dromerig naar de buitenboordmotor.




Er klonk een knal aan de zijkant van hun boot en dit bracht hem terug in de realiteit. Er dreef een dikke tak voorbij. Snel draaide hij de twee voorste vleugelmoeren los. Nu kon hij de motor zo draaien dat de schroef uit het water kwam.




Hij vloekte binnensmonds en kwam overeind. De schroef leek te zijn bewerkt met een honkbalknuppel. De wieken van de propeller stonden scheef en de as was gebogen. Waarschijnlijk was het water ergens erg ondiep geweest en had de rotsachtige bodem dit veroorzaakt. In principe hadden ze dat echter moeten voelen. Hij keek over de rand van de boot, maar water was troebel, smerig en er dreef veel rotzooi in.




Zijn packgenoten stonden vooraan in het schip en Sellers constateerde dat de mist langzaam begon op te klaren. Hij deed een stap naar de achterste bank en zag tot zijn opluchting twee kunststof peddels hangen. Aangezien de boot vrij groot was zou er eveneens een paar peddels onder de voorste bank moeten hangen. Met vier man was de boot eenvoudig in beweging te krijgen. Hij vroeg zich net af hoe hij dit moest doen met slechts één hand toen hij zag waar zijn roedelleden naar keken.




Hij liet de peddels rusten en stapte naar voren. Hij wreef in zijn ogen en dacht even dat Gharston hen één van zijn illusies voorschotelde. Toen hij de ernstige blik in de ogen van de tempelier zag wierp hij dit idee over zijn schouder. Hoe kon een gezonken schip weer bovenwater komen? Nu begreep hij direct waarom er zoveel rotzooi langs hun boot dreef. Het leek wel alsof de bodem van de rivier het schip had uitgekotst.




“Jullie weten allemaal meer van het openbare nachtelijke onleven in Montreal dan ik. Hoe waarschijnlijk of onwaarschijnlijk is het dat The Rose de chef van La Ville is…?”




De stem van Rafter klonk hard in tegenstelling met de stilte in en om hun boot. Sellers wreef met zijn hand door zijn achterovergekamde haar en trok zijn zwarte bodywarmer recht.




”Carolina heeft meerdere malen door laten schemeren dat ze vermoed dat één van de bisschoppen achter dit alles zit, maar dat hoeft natuurlijk niet. Wat weten we? Wie kennen we?




Alfred Berzini, was ooit een inquisiteur, maar zijn steun aan de toenmalige leider van de stad, Sangrius de Slang, heeft hem zijn functie gekost…althans, dat vermoed ik. Hij zou een motief kunnen hebben…zoals wraak tegenover de inquisitie. Ik ken hem verder niet, maar het zou hem wel erg verdacht maken. Misschien zelfs te voor de hand liggend.





Hij zuchtte en blies even in zijn handen, al had hij het als ondode nimmer koud. Waarschijnlijk waren het de zenuwen.




Dan hebben we Ezekiël, notabene de zoon van Sangrius. Zou hij werkelijk in de voetsporen van zijn papa zijn getreden? Ik ken hem redelijk goed en ik weet hoeveel moeite hij doet om onder het slechte imago van zijn sire uit te komen. Als hij het is dan is mijn mensenkennis belabberd en kan ik beter een andere baan gaan zoeken.




Tja, en dan hebben we The Rose nog. Eerlijk gezegd weet ik weinig van haar. Is zij ook niet de Ductus van de Widows? Waarom verdenk je haar?
Sellers keek zijn Ductus vragend aan en richtte zich daarna tot allen.




Kennen jullie haar?



door sareth
webslaaf, 4901 / 6375
gepost: 27-1-2005
om 10u32

gewijzigd door sareth
27-1-2005 om 20u18

Re: Scène 7: Roestige Doornen

Het eten was koud en te weinig, de service was onbestaande, het water stonk en er zat bloed op het tafelkleed. Veel romantisch was er niet aan dit diner sur mer. Edward had zich van tijd tot tijd in restaurants voorgedaan als michelin-keurder, waar hij dan met veel bravoure en geste een rijk menu bestelde, om op gezette tijden even in de WC (of als het niet naar zijn zin was gewoon aan tafel) de boel er weer uit te kotsen. Pittig detail: hij stuurde ook effectief zijn rapporten naar de michelin-redactie. Maar koud of niet, het hielp om zijn wonden wat te verzachten en een moment vergat hij zelfs de snertsituatie waar ze in zaten. Tot die motor sputterde natuurlijk.


"Putain merde !" Edward gaf uiting aan zijn frustratie door zijn avondmaal een flinke mep te verkopen. Er kraakte iets in de nek van het kadaver. Zijn probleem. "VIJF minuten geef je dat roer aan een gehandicapte flik en op die tijd slaagt hij er al in om de motor naar de haaien te sturen" Terwijl hij het tegen zichzelf siste, keek hij over zijn schouder naar zijn packmaat, die over de motor gebogen stond. Zijn blik bleef rusten op de walgelijke vleesstomp aan diens rechterhand, en de oude filmcriticus kreeg al spijt van wat hij zonet dacht. Spijt, een van de gevoelens waar hij het meest mee smaalde. Fuck it, niemand zag of hoorde hem.


Terwijl de boot stuurloos verder dobberde, hoorde hij aan de voorplecht dat er wat te beleven viel. Ook hij zag nu hoe als uit het niets (maar toch uit de mist eigenlijk) een oud scheepswrak opdoemde. Het leek alsof de boeg door een rotspartij half uit het water was gelicht, en vaag zag hij een vreemd soort boomwortels die de boel op zijn plaats leken te houden. Roest en mist waren de saus op dit pièce de résistance, en dat in een portie die hen zwaar op de maag zou gaan liggen. Het had, weeral, iets onwaarschijnlijk filmisch en Edward vloekte binnensmonds dat Valez hem niet de camera had gegeven waar hij om gevraagd had.


Langs de oevers van het vreemde eilandje dobberden een tiental kleine jachten en plezierbootjes. Het had een exclusief restaurant kunnen zijn, maar iets zei hem dat die kans klein was. Hij was er immers nog nooit geweest en had er nooit eerder van gehoord. Terwijl hij probeerde het mysterieuze beeld in zich op te nemen, hoorde hij hoe zijn Zoon en de agent een paar klassieke misdaadscenario's overliepen.


"Dit is no fucking way een uitgaansparadijs, anders kwam ik hier elke dag." Er klonk ontzag uit Edwards stem. "ça déchire, vraiment.." De oude man keerde zich naar de tempelier. "He Gharston makker, wat weten ze bij jou thuis van deze prachtige badkuip?"


De tempelier keek wat verslagen voor zich uit... "Als Carolina hiervan weet zou ik het ook weten..."


Edward kon een brede grijns niet onderdrukken. "Dat denk jij.."


"Er komen talloze vrachtschepen door dit water iedere dag,.. ik kan je verzekeren dat dit geval niet aanwezig was eerder deze avond"


"Dus we zitten hier wat jou betreft met een 'apparition mystérieux', om je even samen te vatten. Mooi. Als ik het goed zie, liggen daar tien, elf bootjes aangemeerd. Aangezien de kans dat die daar toevallig zijn aangespoeld kleiner is dan de kans dat je plots, ik zeg maar wat, uit een ontploffende auto ontsnapt, horen daar eigenaars bij, matroosjes zeg maar. Als ik dan even verder denk zijn er twee opties. Ofwel zijn die matrozen levend, en dan zijn het egoïstische fuckers dat ze mij nooit verteld hebben over deze prachtige stek. In het andere geval zijn het er zoals wij, en dan zijn het waarschijnlijk geen watjes omdat juf Valez er niets van wist of zei te weten. Aangezien ik geen ruk geloof van optie 1, zitten we in een hoop stront en beginnen we maar vast aan de kung-fu opwarmingen van weleer...


Trouwens, zien jullie die soort boomwortels waar het schip op rust ? Doet jullie dat niet denken aan die history van Grigory...
"


Edward viel stil en slikte even. Hij sloot zijn ogen en zuchtte diep. Met beide handen nam hij het hoofd van het bleke lijk onder zich vast en keek in de glazige ogen. Die had duidelijk ook weinig kansen gekregen om zich te verdedigen tegen het speelgoed van Gharston. Als hijzelf zo als een knorrend everzwijn neergelegd zou worden, zou hij zich vervloeken dat hij niet met meer schwung aan zijn eind was gekomen. In zo'n geval zou hij een tweede kans wel kunnen smaken. Een tweede kans, waarin je je lekker laat gelden, en niets op je pad heel laat. Een hongerig everzwijn dat snakt naar wraak en alles op zijn pad aanvalt, zonder denken. Enkel honger...




Dat gevoel kende hij. Van lang geleden. En dat gevoel kon hij de bloedloze lijken helaas niet meer geven...

door Zorbalt
Moorderator, 2887 / 5435
gepost: 27-1-2005
om 11u53
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan keek uit over het water en trachtte de gedachtestroom die door zijn schedel golfde onder controle te krijgen. Hij voelde een vreemde tinteling in de vingers van zijn rechterhand, een hand die hij momenteel moest missen. De medische encyclopedie zou op deze sensatie de stempel fantoompijn drukken, maar het kon de agent momenteel weinig interesseren. Het was enkel irritant.




Rondom de plek waar het wrak uit het water stak was de mist weggetrokken. Ook de grijze regenwolken die een groot deel van de nacht boven de stad hadden gehangen vertoonde hier enkele groeiende gaten. Het was donker op het water, maar nu het maanlicht eindelijk vrijspel had kon hij meer van het vreemde schouwspel zien. Het witte maanlicht zette de boten die voor het wrak voor anker lagen in een wit schijnsel, alsof het een gedimde spot was in een openlucht theater. Het was een wirwar van kleine jachten en ronddrijvend puin.




Plotseling viel zijn oog op een kleine schaduw op de natte rotsen nabij het wrak. Vanachter enkele dobberende boten klauterde een monster omhoog. Het had een vreemde vorm en het besef dat dit waarschijnlijk La Ville moest zijn kwam pas toen hun vijand de schuine romp van het spookachtige vrachtschip had bereikt. Hun vijand deed enkele hinkende stappen langs de romp en verdween uit het zicht.




Duncan Sellers wist niet zeker of de anderen hem ook hadden opgemerkt. Hij liep naar de achterste bank en pakte een peddel van de grond. Zonder naar zijn maten om te kijken ging hij met zijn rug naar de anderen zitten, aan de linkerkant van de boot. Terwijl hij sprak liet hij de peddel diep in het water zakken.




”Waarschijnlijk zit er een doorgang in de romp van dat wrak, want ik zag Gabriël erin verdwijnen. Als Vincent gelijk heeft dan is die pion niet meer belangrijk voor onze missie en moeten we weten wie de touwtjes in handen heeft. We zullen het gouw genoeg weten.




Hij stak de steel van zijn roeispaan door de riem van zijn schouderholster en liet het uiteinde onder zijn rechterarm doorglijden. La Ville had van hem een invalide gemaakt en dat zou Sellers hem betaald zetten.

door Assunkill
Wandraak, 2871 / 5128
gepost: 27-1-2005
om 13u46
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Hij had hier niet bijster veel zin in. Deze hele missie had natuurlijk van in het begon gestonken als een beerput, maar het spel was hoe langer hoe riskanter geworden. En hij was er hoe langer hoe minder zeker van dat hun lieflijke opdrachtgeefster hen eventueel uit de penarie zou komen redden. Na het afmaken van een zogenaamde justicar en het neerschieten van een infernalist in een overvolle circustent vaarden ze nu naar het hol van de leeuw waar ze met wat tegenslag niet gewoon één infernalist zouden ontmoeten, maar een hele club.


Welke troeven hadden ze? Ze konden mekaar blindelings vertrouwen - de situatie stond gewoon niet toe dat hij daar niet van uit ging. Ze hadden net gedronken. Iedereen zou fit en zo gezond als mogelijk aan het schip aankomen. Dat was het zo ongeveer. Verder misten ze een packlid, had hun meest ervaren lid een hand verloren, waren ze schandalig onderbewapend, stonden ze tegenover een overmacht en werden ze wellicht opgewacht. Nee, Vincent had er echt geen zin in. Maar er waren nu eenmaal zaken die moesten gebeuren. Bijvoorbeeld omdat Carolina Valez ze bevolen had.


Vincent onderdrukte een zucht. Hij zette zich aan de andere kant van Sellers en liet een peddel in het water zakken.




Twaalf bootjes... dat hield in dat er minstens twaalf personen aan boord zouden zijn, plus La Ville. Was dertien een speciaal getal voor demonen? Hoe dan ook zou er teveel volk op die vrachtboot zitten. Volk dat een feestje zou vieren waarop de Dockers niet uitgenodigd waren, maar intussen toch wel verwacht zouden worden. Het was niet onmogelijk dat ze zouden storen tijdens een belangrijke activiteit. Zo'n enorm vrachtschip omhoogstuwen, dat deed je niet even zomaar. Het zou veel energie gekost hebbben. Het was opzichtig ook. Het moest dus wel belangrijk zijn.


Toen hij Ombre - de vrouw die zo op Ombre leek - had gezien waren er veel andere passagiers aan boord geweest. Hij had niet op hen gelet maar meer vampiers, dat zou hem opgevallen zijn. Wellicht hadden de opvarenden als slachtvee gediend tijdens één of ander belangrijk ritueel. Als het om één of andere demonische reden belangrijk zou zijn om met dertien te zijn zouden ze wellicht storen voor het ritueel begon. En als La Ville er belangrijk voor was, zou dat zeker het geval zijn... Zijn meester zou vast niet blij zijn dat La Ville hen naar de boot had geleid. Misschien was die hoe dan ook wel niet heel blij...




"Gharston, Edward... het schip wacht op ons. Ik was ook liever met een man meer geweest zodat iemand dat wrak in de gaten kon houden, maar dat is nu eenmaal niet zo. Het is maar 100 meter, hoe sneller die afgelegd zijn, hoe beter...."




Langzaam, maar met steeds meer snelheid gleed het bootje in de richting van de roestige scheepsromp die als een akelig eiland boven het zwarte wateroppervlak uitstak...




Walk The Night Alone
door sareth
webslaaf, 4902 / 6375
gepost: 27-1-2005
om 14u37

gewijzigd door sareth
27-1-2005 om 20u37

Re: Scène 7: Roestige Doornen
"Gharston, Edward... het schip wacht op ons. Ik was ook liever met een man meer geweest zodat iemand dat wrak in de gaten kon houden, maar dat is nu eenmaal niet zo. Het is maar 100 meter, hoe sneller die afgelegd zijn, hoe beter...."


Edward keek op van de restjes van zijn lunch. "Jaja, maar het lijkt me niet gek om toch niet te hard van stapel te lopen. Ik heb geen zin om als de safety car bij formule 1 aan te komen." Edward richtte zich tot de groep. "Hey knapen, ik weet niet wie van jullie het vlotst is met goochelen, maar kan een van jullie ons wat 'aan het zicht onttrekken' ? Een beetje privacy kunnen we wel gebruiken." Terwijl hij een roeispaan van onder de bankjes vandaan wrikte, checkte Edward op zijn mobieltje of hij bereik had. Een vrolijke babbel met tante Carolina of nonkel Caleb zou vast geen kwaad kunnen..
door Zorbalt
Moorderator, 2896 / 5435
gepost: 28-1-2005
om 23u24

gewijzigd door Zorbalt
28-1-2005 om 23u27

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan keek over zijn schouder en zocht de blik van de oude man. Zijn ogen keken koel in die van Edward, maar langzaam verscheen er een glimlach rond zijn lippen. Dit was precies het juiste moment om hulp in te roepen. Uiteraard zou het beter zijn indien zij deze klus zelf klaarden, maar de risico’s waren gewoonweg te groot. Diep van binnen verlangde hij ernaar om Carolina weer te zien. De kans dat zij zelf naar deze vervloekte plek zou komen om persoonlijk in te grijpen was niet waarschijnlijk, maar wat was wel waarschijnlijk in deze donkere tijden?




”Je bent niet zo seniel als je eruit ziet, oude man.




Duncan hoopte niet dat Rafter’s sire deze opmerking verkeerd zou interpreteren. Langzaam maar zeker was er toch een soort vertrouwensband ontstaan. Iets wat enkele dagen eerder nog ondenkbaar was geweest.




”Misschien dat jij een illusie kan creëren Gharston, iets waardoor we misschien minder opvallen hier op het open water. Eenmaal bij dat wrak kan ik mezelf aan ieders zicht trachten te onttrekken en de boel daar verkennen. Eventueel zou ik me ook nog voor kunnen doen als iemand anders. Op dit moment zie ik daar het nut niet van in, maar wie weet in welke helse situatie we straks belanden.




Hij zuchtte en zag dat de veter van zijn linkerschoen los was. Hij liet de peddel even rusten en boog naar voren om de veter te strikken. Wederom sloeg de realiteit van zijn conditie hem in het gelaat. Ietwat te neergeslagen schudde hij zijn hoofd en keek naar Vincent. De grote man zat naast hem op de achterste bank.




”Edward, probeer onze opdrachtgeefster te bereiken. Laten we daarna eerst maar eens proberen om ongezien bij dat wrak te komen. Vincent, I need a hand.




Hij glimlachte en stak zijn been uit zodat hij zijn witte sportschoen voor de voeten van de bokser plaatste.



door sareth
webslaaf, 4915 / 6375
gepost: 29-1-2005
om 12u59
Re: Scène 7: Roestige Doornen
"Je bent niet zo seniel als je eruit ziet, oude man."


Edward keek amper op van het technisch vernuft in zijn handen. "Dank je, ik ben dan ook goed geschminkt" Met een half oor luisterde hij naar de agent, terwijl hij via de veel te kleine knopjes geconcentreerd in de richting van het nummer van hun bazin manouvreerde.


Terwijl hij het mobieltje naar zijn oor bracht, zette hij zich wat comfortabeler op de koude bankjes. "Pas op Sellers, als juf Valez haar regels heeft en niet zou willen langskomen, kan je misschien haar kinky neus imiteren. Met wat geluk maakt dat indruk op onze gastheren straks. Als ze niet door je fond de teint kunnen kijken natuurlijk.."
door Assunkill
Wandraak, 2873 / 5128
gepost: 30-1-2005
om 11u42
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Vincent knikte naar Edward en Gharston om te tonen dat hij instemde met Sellers’ voorstellen, in een nutteloze poging de flauwe schijn dat hij het pack nog leidde hoog te houden. Niemand zou het geloven en dat wist Vincent zelf ook. Hij was er ook niet rouwig om. Echt lekker had het leiderschap hem nooit gezeten. De praktische kant ging hem nog net af, maar het idee van leider te zijn, verantwoordelijk te zijn voor wat een ander deed en de vampiers tot één groep aan mekaar te smeden had hem nooit gelegen.


Als de situatie explosief en levengevaarlijk werd, namen de ‘natuurlijk’ leiders het over van de aangeduide leiders. En aangeduide leiders die gesteld waren op hun overlevingskansen stemden daar graag mee in. Vincent stemde er heel graag mee in. Sellers was de man met ervaring. Hij kende dit soort situaties en wist hoe ze moesten reageren.




Vincent glimlachte naar Sellers. Met een krachtige en geroutineerde beweging strikte hij de veter. De veters die loskwamen nadat Vincent ze had geknoopt, moesten nog ontworpen worden. Bij gelegenheid zou hij Sellers toch eens een beter model sportschoenen moeten aanraden. Indoor-schoenen waren niet geschikt om mee over gladde pieren te schuifelen. Het veersysteem was ouderwets inefficiënt en Vincent betwijfelde ernstig of de voet genoeg steun kreeg van deze schoen. Hoe lang had de agent zich voorgedaan als Monroe? Als je de schoen bekeek, moest het jaren geduurd hebben. Dit model was absoluut achterhaald. Voor 60$ had je een prima polyvalente sportschoen. Het kwam niet in Vincent op dat sommige mensen sportschoenen niet droegen voor de sportieve kwaliteiten ervan, maar gewoon omdat ze comfortabel waren.




Duncan Sellers liet z’n been weer zakken. Vincent keek naar zijn sire. Edward had vaak een grote bek en was ongetwijfeld de meest cynische grapjas van heel Montreal. Maar hij wist ook perfect hoe hij dit soort telefoontjes moest regelen. Vincent was ervan overtuigd dat Edward het maximum uit het gesprek zou kunnen halen.






Walk The Night Alone
door malkav
achterban(k), 3757 / 7020
gepost: 1-2-2005
om 23u51
Re: Scène 7: Roestige Doornen
Edward Evans beroerde de toetsen van zijn mobile telefoon en hield het speeltje tegen zijn oor in de hoop de warme stem van de Aartsbisschop te horen. De telefoon ging drie keer over en leek daarna te worden opgenomen. In plaats van de stem van hun opdrachtgeefster klonk er een ietwat monotone vrouwenstem door de hoorn…




”U spreekt met 0315 669 101…, het toestel is op dit moment uitgeschakeld…. Spreek een bericht in na de toon…”




Terwijl de vier Cainites langzaam in de richting van het mysterieuze wrak dreven sloot Garston Roland zijn ogen en concentreerde zich op het drogbeeld dat hij wilde creëren. Hij beheerste de kunst van de rakshasas als geen ander in deze verdorven stad en wist hoe hij zintuigen kon bespelen. Vooral stervelingen zagen maar moeilijk door zijn gecreëerde kunststukken heen, maar om iets te scheppen dat ondode ogen om de tuin kon leiden moest een vampier van goeden huize komen. Gelukkig had de tempelier een talent voor het maken van illusies, al koste het hem dit keer veel moeite en energie. Hij voelde de kracht uit zijn vitae wegvloeien. Dit was de klei waarmee hij werken kon.



door sareth
webslaaf, 4925 / 6375
gepost: 2-2-2005
om 12u48
Re: Scène 7: Roestige Doornen
U spreekt met 0315 669 101…, het toestel is op dit moment uitgeschakeld…. Spreek een bericht in na de toon…


Edward vloekte binnensmonds. Die draagbare rottelefoons waren hem nog niet te vaak van pas gekomen. Eigenlijk was het te verwachten. Ze waren al veel te veel verwend geweest vandaag en een gezellige babbel met de heetste chick van Montréal was te veel van het goede geweest. Met zijn ogen op onweer sprak hij een bericht in. "Hey lekker dier, Eddy hier. Zin in een date? Ik ken een romantisch plekje in de baai waar enkel de hipste vogels van de stad komen, blijkbaar. Geef een biep als je zin hebt in een wip. Kus. Eddy." Het klonk als de eerste beste wildneuker die een van zijn vaste sloeries bestelde, maar de boodschap zou wel overkomen, meende hij. Even aarzelde hij en toen gooide hij er nog gauw "en snel..." achter aan, in schril contrast met de vlotte praat ervoor. Edward keek op het schermpje om te kijken hoe hij het gesprek afbrak. Geen ontvangst
door Zorbalt
Moorderator, 2910 / 5435
gepost: 3-2-2005
om 16u39

gewijzigd door Zorbalt
3-2-2005 om 16u40

Re: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan wierp geïrriteerd een blik over zijn schouder. Het liefst was hij opgestaan en had hij de oude man bij zijn pafferige keel gegrepen, maar dat liet de huidige situatie niet toe. Waarschijnlijk voelde Evans zijn blik steken, want hij melde vrijwel direct na zijn vuilbekkerij dat zijn mobile telefoon geen bereik had. De agent ontspande zijn schouders en liet zijn peddel weer in het water glijden. Zijn stem klonk zacht, maar verbitterd.




”Nog zo’n geintje Edward en ik zet je persoonlijk uit de boot. Je hebt Carolina al één keer beledigd en ik waarschuw je, doe dit niet nog een keer.”




Hij wilde net beginnen met roeien toen hij getuigen werd van een vreemd schouwspel. De contouren van hun schuit begonnen te vervagen. Alsof het een spiegeling was in het water trok er een rimpeling langs zijn ogen. Heel even was hij gedesoriënteerd, maar toen realiseerde hij zich dat dit het werk moest zijn van de Ravnos. De talenten van Gharston waren in dit soort situaties buitengewoon nuttig. Hij twijfelde of het enkel zijn zintuigen waren die voor de gek werden gehouden of dat er daadwerkelijk iets gebeurde met de omgeving. Voor een buitenstaander verdwenen boot en bemanning, om plaats te maken voor een drijvend stuk geblakerd hout, afkomstig van de kermispier. Aangezien hij wist dat het enkel een droombeeld was, lukte het hem om deze flinterdunne vernislaag te negeren.



door sareth
webslaaf, 4930 / 6375
gepost: 3-2-2005
om 20u59
Re: Scène 7: Roestige Doornen
"Ach man, had je liever gehad dat ik telefonisch voor haar door het stof kroop ? Nu is ze tenminste gemotiveerd om snel terug te bellen. Bovendien mogen 'zij daar' gerust meeluisteren met dit soort onschuldige praatjes. Alsof het überhaupt wat uitmaakt." Edward stak zijn mobieltje weer in zijn broekzak en zette zich klaar om mee te roeien.


"We staan er alleen voor" Edwards peddel plensde in het water. Zijn stem klonk even duister als de schaduwen waar hij zo graag mee speelde, maar er zat een vreemde vleug van fatalistisch zelfvertrouwen in. "Als ik van jullie was zou ik trouwens vannacht even leukjes grootmoeders dorpswijsheidjes achterwege laten en geen hout vasthouden. Ik vertrouw die wortels op de kliffen voor geen meter. Het zou me ook niet verwonderen als iets wortelachtigs onze formule 1 motor om zeep heeft geholpen. En jullie herinneren je vast nog het geleuter van Greg over zijn uitje in de riolen..." Edward snoof een flinke teug dompe lucht op. Ze waren niet ver meer nu.
door malkav
achterban(k), 3770 / 7020
gepost: 16-2-2005
om 21u51
Scène 7: Roestige Doornen
Langzaam dreef de toeristenschuit van Goldentours tussen de vele andere sloepen en langs een bescheiden jacht wat aan lag gemeerd langs de groteske rotsenpartij waar het lang verloren gigantische vrachtschip vervaarlijk de nachtelijke hemel in priemde. De regen was reeds gestopt en een grote volle maan verspreidde haar licht door het wolkendek. Dit wierp een enorme schaduw over dit stille watergraf…..

In de deining van de sloep sloegen dode vissen tegen de zwarte rotsen. Enkele vissen waren opgezwollen en vertoonden etterende cysten. Een lucht van verderf kwam de schippers tegemoet. Grote glimmende rotsblokken leken doelmatig te zijn opgestapeld rond de buik van het schip. Deze vreemde pilaar leek de ijzeren wanden van het wrak te penetreren. Zo’n negen meter boven het hellende rotsoppervlak zagen ze een asymmetrisch gat in de boeg….
door Zorbalt
Moorderator, 2926 / 5435
gepost: 17-2-2005
om 11u14
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Het peddelen ging hem niet goed af en enkele malen dreven ze door zijn toedoen bijna tegen één van de dobberende boten aan. Gelukkig wisten zijn teamleden de boot elke keer weer bij te sturen door zich met de roeispanen af te zetten tegen de zijkant van de sloep waar zij langs schuurden. Het stille schouwspel deed spookachtig aan in het koele maanlicht. Het enorme wrak stak als een haaienvin uit het water en was reusachtig groot. Het grootste gedeelte van het roestige vrachtschip bevond zich onder water. Een hoge rand van steenblokken was door het omhooggekomen schip meegelift en vormde een kring rond het kolossale gevaarte.

Toen zij vlak bij de rotskade waren rook hij een misselijkmakende lucht. Langs zijn bemodderde peddel kwamen enkele dode vissen naar boven. Zij waren waarschijnlijk de oorzaak van de verrottingslucht. Duncan keek naar boven. Nu de wolkendeken openbrak zag hij de heldere sterrenhemel. Ver weg vloog een vliegtuig door het hemelgewelf. Door het zien van de kleine pulserende lampjes had hij eindelijk weer even het gevoel dat hij zich nabij Montreal bevond. Het vliegtuig was waarschijnlijk vertrokken vanaf Pierre Elliot Trudeau en hij vroeg zich af of de passagiers dit enorme wrak zouden opmerken. Wederom bracht een harde bons hem terug naar de realiteit. Hun voertuig was langs de rotsheuvel tot stilstand gekomen en dobberde op de deining die zij zelf hadden veroorzaakt.

De heuvel was zo’n kleine tien meter hoog en daar waar de rotsen eindigden bevond zich een donker gat in de buik van het wrak. Hij zag geen beweging en draaide zich om naar de anderen. Zijn stem klonk zacht, maar zeker…

”Ik ga op verkenning uit. Met een beetje geluk kan ik ongezien bij dat gat komen en een blik naar binnen werpen. Indien het veilig is geef ik jullie een seintje…

Sellers pakte de radio van zijn gordel en constateerde dat het apparaat goed functioneerde. Daarna stapte hij uit de boot en liet zijn wil het werk doen. In stressvolle situaties hadden zijn talenten hem nog nooit in de steek gelaten en ondanks dat hij nooit voelde dat de ogen om hem heen hem niet meer zagen, wist hij diep van binnen dat het was gelukt.

Duncan klom omhoog. Hij deed de radio terug aan zijn gordel, aangezien hij zijn vrije linkerhand nodig had om houvast te vinden op het gladde gesteente. Hij was nooit een goede klimmer geweest en tijdens zijn training was hij dan ook vaak te vinden op het Green Court, de beruchte stormbaan in Tampa, om zijn skills te verbeteren. Zijn Nike’s waren niet gemaakt voor dit soort ondergrond, maar hij moest het er maar mee doen. Tijdens de klim probeerde hij zo min mogelijk geluid te maken, aangezien oplettende toeschouwers hem daardoor zouden kunnen zien.

Eenmaal boven gekomen bekeek hij de roestige romp van het wrak. Het was modderig en overwoekerd door algen en kleine schelpen. Hij keek uit voor de boomwortels die overal uit de stenen leken te komen, alsof het slijmerige slangen waren op zoek naar een prooi. De waarschuwende woorden van Edward lagen nog vers in zijn geheugen. Hij keek naar beneden. Vanaf deze rotspartij zagen de verlaten sloepen onder het licht van de volle maan er doods uit.

Voorzichtig liep hij naar het donkere gat in de mantel van het wrak. Het deed hem denken aan een enorme wond waarbij flappen gescheurde huid naar binnen waren gebogen. Het leek wel alsof er een groot projectiel door de wand was heen geschoten. De scheur was zo’n drie meter hoog en anderhalve meter breed. Het rook naar aarde en brak water. Hij zakte door zijn knieën en keek gehurkt door de opening. Het maanlicht toonde hem alles wat hij zien moest. Toen hij er eenmaal zeker van was dat niemand hem horen kon pakte hij de radio en werd tijdens het spreken zichtbaar.

”De kust lijkt veilig te zijn. Ik zie en hoor geen teken van leven. Het gat zit in het onderste dek en komt uit in een gang. Op de grond liggen metalen vloerroosters. Ik zie een paar deuren. Het lopen zal nog moeilijk worden. Het loopt schuin hier en de algen maken alles verraderlijk glad. Ik wacht hier op jullie…Sellers out.”
door Assunkill
Wandraak, 2920 / 5128
gepost: 25-2-2005
om 21u35
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Aandachtig luisterde Vincent naar Sellers's boodschap. Het zou niet eenvoudig worden, zoveel was duidelijk. Hij had er geen idee van hoe dit zou aflopen. Falikant, waarschijnlijk. Maar mislukken was niet echt een optie.
Hij vroeg zich af of het nodig was iemand achter te laten bij de boten. Waarschijnlijk niet. Ze zouden binnen iedereen wel nodig hebben. Het had weinig zin iemand de aftocht te laten regelen als je niet tot die aftocht zou komen...

Vincent bekeek de rotsen en het schip. Het was knap dat Sellers daar met één hand naar boven raakte. Hij zou toch liefst beide handen vrijhebben. Maar zonder sporttas raakte hij zijn spullen niet kwijt. De bokser knielde neer bij het lijk met het sterkste figuur, en ontdeed het van zijn broeksriem die hij zelf om deed. Hij hing de radio er aan en stak het machinepistool er achter. Goed, het zag er niet uit, maar je kon nu eenmaal niet álles in je broekzakken stoppen.

"Edward, Gharston, vertrek al maar naar boven. Ik kijk nog even rond naar een geschikt vaartuig waar we mee kunnen vertrekken, mocht het ooit zo ver komen," zei Vincent met een vertrokken grijns waar geen flinter humor inzat.
Hij stapte uit de boot en liep naar het volgende bootje dat aangemeerd lag.




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 2942 / 5435
gepost: 26-2-2005
om 23u46
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Haastig liep Vincent langs de boten, tot hij een geschikt exemplaar tegenkwam. Een moderne speedboat, daar moesten ze een eindje mee kunnen vluchten. Sellers wist wat van boten... zou hij het ding aan de praat kunnen krijgen?

"Sellers, Vincent hier. Kan jij een speedboat starten zonder contactsleuteltjes?"

Terwijl hij een voorzichtige stap door het gat deed zag Duncan hoe twee schimmen de rotsblokken op klommen. Hij zag hoe Vincent Rafter uiterst behendig via enkele schuiten overstapte naar een motorboot. Plotseling hoorde hij de stem van de Ductus uit de speaker van zijn radio. Duncan sprak zacht en zijn stem weerkaatste hol tegen de metalen wanden van de schuine gang.

"Kan Al Pacino acteren? Volgens mij werkt dat ongeveer hetzelfde als bij de motor van een auto. You know how to hot wire a car?" Hij wilde de bokser zeker niet kleineren, maar het leek hem sterk dat deze nooit een auto had gestolen.

"In theorie. Vroeger was het simpel, vandaag schijnt het een pak ingewikkelder te zijn. Kan jij een speedboat starten als we hier moeten vluchten?" Vincent wilde het risico niet nemen met een speedboat achtervolgd te worden als ze zelf op een schuitje met buitenboordmotor zouden zitten. Als Sellers zo'n boot niet kon starten, moest hij hem dus saboteren.

De agent keek nog een keer de donkere gang in en knikte naar de anderen die hem langszij naderden. Toen de oude man en de zigeuner bij het gat stonden drukte hij de connectie knop van zijn radio in.

"Waarschijnlijk kun je de bovenkant van de mantel eraf halen. Er zal daar wel ergens een schroevendraaier liggen. Zo niet, dan moeten we een manier vinden om dat kreng open te krijgen zonder dat het teveel beschadigd. Die kap is waterdicht en als er te veel water tussen de zuigers komt hebben we er niets meer aan. Ik kom eraan. Naar beneden gaat vast sneller dan naar boven. Sellers out."

Hij bevestigde de radio aan zijn gordel en trok de lage kraag van zijn bodywarmer recht. Daarna wees hij naar het gat en liep behoedzaam langs de anderen. "Wees voorzichtig op die roosters, blijf in de gang en open geen deuren." Hij schuifelde over de stenen en besloot bij de afdaling gebruik te maken van zijn zitvlak. Het zag er misschien ietwat prutserig uit, maar het was dé enige manier waarbij hij de minste risico’s liep om naar beneden te storten. Hij was niet eerder zo gewond geweest en één onbruikbaar ledermaat per nacht was meer dan genoeg.
door sareth
webslaaf, 5028 / 6375
gepost: 6-3-2005
om 14u16
Antw: Scène 7: Roestige Doornen

Het metaal rond het gat waar Edward en Gharston stonden, was duidelijk naar binnen gebogen.. Iets had zich met grote kracht in de romp van het schip geboord. Binnen waren enkele slaapruimtes te zien waar vieze gerafelde gordijntje voorhangen.. Het natte stof gaf een muffe geur.. Alles was beslagen met algen en overal bedekten kokkels de metalen wanden. De gang liep schuin naar beneden,.. en daar waren in het halfduister enkele 'sluisdeuren' te zien.
Gharston zette een voet binnen binnen,.. De duistere ruimte in.. Zijn ogen gloeiden rood op, wat een raar zwak licht op de metalen wanden wierp..
"Zie jij meer dan een kleffe pizza zeevruchten van een jaar of twee ?" Edward snoof diep. Hij had verwacht dat het soort volk waar ze nu achter aan zaten wel wat betere smaak had. Hij controleerde de lader van zijn pistool nog eens en keek waar zijn Zoon en de agent waren. Hij zag hoe Sellers net met moeite de luxe speedboat opklauterde, waar Vincent aan het knutselen was.. "Nou, onze packmakkers hebben blijkbaar nog hoop op een behouden thuiskomst." Edward was zelf duidelijk een andere mening toegedaan. "Zie je nou al wat meer of mag ik me opmaken voor een gezellig potje handen-en-voeten-gekruip?"
"Ik zie niets abnormaals,.. voor zover dit normaal is.."
"Ook nergens een romantisch tafeltje voor twee bij kaarslicht, dan kunnen we het nog gezellig maken. Ruimte zat voor verbetering wat dat betreft." Edward was bloednerveus. Ze waren al vaker dicht bij leuweholen geweest, maar dit rook naar een climax, en eentje die boven hen uit zou torenen, voor de verandering. "Kom op man, is er echt _niets_ speciaals aan dit hol ? Geen visseluchtje, geen druppelende regenpijp en geen halfverborgen schatkaartgeglinster ? Waarvoor heb je anders dat hondenzicht aangezet ?"
"Wat verwacht je, mon ami? Een leger aan vismannen met speren wat ons staat op te wachten?.. Ik zie niets behalve een spoor door het slijk wat naar die deur daar gaat. "
"Da's al beter, chérie. En met onze goede vrienden de vissen heb ik geen problemen. Kan je zien of er meerdere sporen zijn, en of hij haast of moeite had om binnen te komen ? Een slepend voetje of zo. In elke slechte cowboyfilm kan dat. En _HOOR_ je niets speciaals ? Ik word gek van dat vredig watergekabbel."
"Het is hier druk geweest,.. de vloer is zo goed als schoon geveegd... er lopen hier veel personen rond met vieze schoenen..... en ze waren niet te paard.. Ik heb genoeg van je nerveuze gegrap.. laten we eens verder gaan." Gharston hield zich vast aan de muur en liep voorzichtig de gang in,.. schuin naar beneden.
"He man, zouden we niet wachten op meer passagiers ? Volgens mij zijn er nog wel twee klanten die graag mee de wandeling maken. En ik blijf hier niet in mijn eentje staan wachten om te wijzen waar jij heen bent gestruind..."
Gharston leunde tegen een grote buis en bleef staan.. "Zeg ze dan om te komen,.. mijn praatijzer heeft wat waterschade opgelopen toen ik van de pier dook."

door Assunkill
Wandraak, 2933 / 5128
gepost: 6-3-2005
om 15u26
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan liet zich van de laatste paar stenen afglijden en zette zijn voeten voorzichtig in een lage roeiboot. Hij hield zich vast aan de reling en stapte zo behendig omogelijk over naar de schuit waar de Ductus op hem wachte.
"Als ze ons hiermee achtervolgen maken we geen schijn van kans om weg te geraken. Als wij er met dit ding vandoor kunnen, halen ze ons nooit meer in. Denk je dat je dat aan de praat krijgt, Duncan?"
Duncan bekeek de boot een kort moment. Hij kende het type niet, maar in princiepe waren alle aandrijvingen vrijwel identiek. “Geen probleem, maar ik zal je hulp nodig hebben met de bedrading.
"Je zegt maar wat ik moet doen. Ik ben geen held met techniek."
Sellers liep naar het bestuurdersgedeelte van de luxueuze speedboat en nam plaats op de stoel nabij het roer.
Je hebt zeker geen schroevendraaier gevonden, zoals ik had gevraagd?” Al zeker van het antwoord graaide Duncan in zijn bodywarmer en haalde hier een zakmes uit. Het was altijd handig om dit kleine stuk gereedschap mee te nemen. Hij zocht het bitje van de schroevendraaier en klinkte deze open met de duim van zijn goede hand.
Vincent keek geïnteresseerd toe. Als Sellers deze machine kon laten varen, maakten ze een goede kans om te ontsnappen. Het kon nooit kwaad om een beetje optimistisch te zijn. Maar Vincent dacht er liever niet verder over na wat er zou gebeuren als de schroef van deze boot ook opeens verwrongen zou worden.

Duncan overhandigde zijn Zwitserse zakmes aan de bokser. Hij had het liefst plaats gemaakt door de stoel achteruit te zetten, maar de poot zat vast aan het dek. Hij stapte van het zitvlak en zakte door zijn knieën.
De startmechaniek heeft veel weg van dat van een doorsnee auto, met enkele kleine verschillen. Als jij die klep open schroeft onder het roer snuffel ik nog even rond.
Vincent nam de schroevendraaier aan en draaide behendig de schroefjes los. Sellers kon de startmechaniek vergelijken met die van een auto, maar Vincent herkende maar weinig van de bedraging toen hij in het gat keek.

Ondertussen deed Sellers enkele onafgesloten kisten open. Eigenlijk zocht hij naar een zaklamp, aangezien het onder het overhellende dashboard aardig donker kon zijn. Hij vond niets wat zijn interesse wekken kon en ging plat op zijn rug naast Vincent onder de bedrading liggen. Hij zag geen hand voor ogen en alle draadjes leken dezelfde kleur te hebben in de duisternis.
Kun jij met je wolvenzicht zien welke kleur die draden hebben? vroeg hij aan Rafter. Toen die zijn ogen liet opgloeien, kregen alle draden dezelfde schemerige rode gloed. "Ik kan de lichte en de donkere uit mekaar houden, maar alles wordt krijgt een rode glans."
Ik zal je sire even waarschuwen dat ze daar nog even moeten wachten.
De agent kroop onder het dashboard uit en pakte zijn radio. Hij riep de oude man op, maar kreeg geen antwoord. Even stond hij op en keek naar de ingang van het wrak. Daar stond Edward te zwaaien. Duncan stak zijn hand omhoog en klom weer onder het roer.
Ik had Evans mijn radio moeten geven. Geef mij die schroevendraaier maar, dan maak ik die twee draden los. Die kunnen nooit van de accu af komen.
Vincent gaf de schroevendraaier aan en kroop weer recht.
"Edward heeft geen radio. Maar Gharston is toch bij hem?" Vincent hoopte dat Edward niet opnieuw eigenzinnige plannen ging uitvoeren zoals op het dok.
De radio van Gharston doet het niet. Sellers draaide op goed geluk twee draden van de startmotor. Er zaten nog drie draden aan het stuk techniek vast. “Goed, het lijkt wel alsof we een bom aan het ontmantelen zijn in een B film. Één van die drie draden loopt naar de accu en daarop staat dus nogal wat stroom. Ik denk dat die bovenste draad de toevoer naar het verbindingspunt geeft. De motor zou in principe moeten starten als één van die draden contact maakt met de voedingskabel.




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 2962 / 5435
gepost: 6-3-2005
om 15u33
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Het was als een spelletje Russisch Roulette. Er zaten nog drie draden vast aan het verbindingspunt onder de startmotor. Zonder de kleuren te kunnen onderscheiden kwam het slechts aan op gokken en hoewel Monroe hield van dit soort situaties verafschuwde Duncan de momenten waarop hij de resultaten van een actie niet juist kon schatten. Hij was veel van zijn scherpte verloren sinds hij tegenover La Ville had gestaan. Hij was erbij toen de radio’s werden verdeeld en had moeten weten dat Evans er geen gekregen had. Toen Gharston hen had opgepikt had hij hen medegedeeld dat zijn radio defect was. Het was noodzakelijk dat hij dit soort details onthield.

Hij voelde de boot bewegen toen Rafter opstond. Hij voelde een stroperige druppel bloed over zijn slaap glijden als ware het transpiratievocht. Ze zouden op zoek kunnen gaan naar de accu en hij had een sterk vermoeden waar deze zich bevond, maar dat zou hen enkel kostbare tijd gaan kosten. Daarom wreef hij even door zijn vettige haren en liet het zakmes terug in de binnenzak van zijn bodywarmer glijden. Daarna pakte hij 1 van de losse draadjes en concentreerde zich. Voorzichtig tikte hij met het koperen uiteinde tegen één van de schroefjes waarmee de nog vaste draden aan de startmotor waren verboden. Indien deze losse draad inderdaad de juiste was konden er drie dingen gebeuren. Indien hij een draad raakte zonder spanning gebeurde er niets. Als hij de juiste accudraad raakte zou de motor starten. Raakte hij de verkeerde accudraad…

Hij kneep zijn ogen even dicht en klemde zijn tanden op elkaar. Voorzichtig bracht hij twee uiteinden tegen elkaar aan en er gebeurde niets. Voorzichtig herhaalde hij deze actie bij de bovenste draad en schreeuwde kort toen een enorme schok door zijn arm trok. Er klonk een harde bons toen zijn voorhoofd tegen de onderkant van het dashboard aanknalde en een kleine rooksliert sluierde de hemel in.

Langzaam kroop hij onder het roer uit, een verslagen blik op zijn gezicht. Zijn hand tintelde en het opgedroogde bloed had de nasmaak van metaal. Terwijl hij overeind klauterde en zich daarbij optrok aan de stoel slaakte hij een zucht.

Die boot gaat nergens meer komen. Het was een wilde gok en ik heb geen geluk vandaag. Laten we naar boven gaan en deze stinkende klus afmaken.

Ze klommen naar boven.

Herinner mij er in het vervolg aan een zaklamp mee te nemen.
door malkav
achterban(k), 3801 / 7020
gepost: 10-3-2005
om 17u06

gewijzigd door malkav
10-3-2005 om 17u08

Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Terwijl twee Deadly Dockers de rotsheuvel beklommen na hun 'gevecht' met de boot liep Gharston Roland voorzichtig de hellende gang in. De gang bevond zich in het onderste dek van het wrak, dit was waarschijnlijk de plaats waar degenen van de laagste rang sliepen.

Zijn zwarte leger kisten gleden enkele malen weg op de slijmerige roosters,... maar hij wist steun te vinden aan de roestige scheepswand.



Schuin tegenover de “wond” waardoor zij binnen kwamen bevond zich een vies donker gordijn. De Ravnos deed een grote voorzichtige stap en schoof het vochtige gordijn opzij wat aangeslagen was door algen en haast uiteenviel toen hij het beroerde. Hij droeg Danae aan een gordel over zijn schouder en het wapen tikte een kort moment tegen de ingang van de smalle hut toen hij naar binnen stapte.



Het was donker,.. maar met zijn wolvenblik kon hij de rommel in de hut goed zien. Aan beide kanten bevonden zich metalen stapelbedden. De dekens en matrassen waren smerig en lagen niet allemaal op hun plaats. Boven de bedden hingen vergeelde foto’s en hij zag een tekening gemaakt door klein kind, vergeeld, gekruld en uitgelopen. Een geschenk aan een vader die nooit was teruggekeerd. Ooit hadden hier mensen geslapen en Gharston vroeg zich af wat er met hen was gebeurd. Toen de roedel compleet was keek hij naar de drie Dockers.



”Ik vraag me af wat er met de bemanning is gebeurd. Laten we naar die sluisdeur gaan.” Gharston wees naar beneden. ”Het grootste gedeelte van dit schip ligt onder water. De kans bestaat dat we moeten zwemmen. Hoewel we niet bang hoeven te zijn om te verdrinken kan dit funest zijn voor jullie wapens, ik mag aannemen dat die niet zijn gemaakt voor een omgeving als deze, en natuurlijk de radio’s. Die van mij is al verdronken.



De Ravnos nam zijn kapotte radio van zijn gordel en gooide deze in de hut. Daarna controleerde hij zijn deerne voor de laatste maal.



”Goed, wie gaat er eerst?”

door Assunkill
Wandraak, 2940 / 5128
gepost: 21-3-2005
om 11u01
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Vincent zei niets, maar liep als eerste verder. De gang helde naar beneden en leek uit te komen op een zware sluisdeur die open was, maar in het slot hing. De vloer en de wanden waren met wier en algen begroeid en er lag een laag slijk. Glibberig, maar het liet wel een duidelijk spoor van hun voorganger achter.Op een bronzen plakaat dat op de met kokkels begroeide wand was geschroefd, las Vincent Pendleton – 1949. Hij slipte zo goed en zo kwaad als het kon tot aan de deur. Door het ronde raampje probeerde hij te kijken naar wat er achter de deur was, maar goor, troebel water dat tussen de twee ruitjes zat belette hem het zicht.
Vincent boog zich voorover en tilde de zware deur open. Ze klikte in een magneetslot en bleef open staan. De gang liep gewoon verder naar beneden: even glibberig, maar nog duisterder dan tevoren. Enkel op het einde van de gang scheen een groen, wazig licht door het raampje van de volgende sluisdeur. Vincent liet zich voorzichtig naar de deur glijden. Ook hier was de deur niet vergrendeld, maar hing ze opnieuw dicht door de scheve houding van het schip. Het raampje zat weer vol vuil, groenig water, waarin kleine beestjes leken rond te zwemmen. Aan de andere kant van de deur klonk een zacht gezoem.

Vincent maakte zich zorgen. Op deze gladde ondergrond naar beneden gaan was één ding, maar als ze moesten vluchten hier terug naar boven klimmen zo quasi onmogelijk zijn. En als de geopende deur uit hun magneetslot zouden springen en dicht vielen, zaten ze helemaal in de val. Vluchten zou geen optie zijn. Ze zouden binnen de boel moeten afmaken.
Hij zette zich schrap. Met één hand wuifde hij naar zijn pack dat ze moesten opletten en zich klaarhouden: hij ging de deur openen. Licht en geluid deden weinig goeds vermoeden, maar hij had nog geen stemmen gehoord… Vincent hief de deur open.

De deur gaf uit op de machinekamer van het schip. Enkele turbines waren geëxplodeerd en lagen in brokstukken verspreid door de hele kamer. Eén grote metaalsplinter had een zeeman vastgespijkerd aan de wand. Zijn botten werden bij mekaar gehouden door zijn met zeewater doortrokken overall, waar opnieuw Pendleton opstond.
Het geluid kwam van één tubine die vreemd werkte en ronkend zijn toeren draaide. Enkele gloeilampen verlichtten het vertrek. De sporen in het slijk liepen tussen de opengescheurde turbines door, naar een opening die was afgesloten met zware plastic flappen die groen uitgeslagen waren. Voor hij verder de sporen volgde bekeek Vincent de onfortuinlijke mecanicien. Misschien had hij sleutels op zak? Snelle gingen Vincents grote handen door de zakken van de overall. Toen hij daar niets vond, trok hij twee knoopjes van het pak open en doorzocht de kleding eronder.
Een gloeiende en messcherpe pijn schoot door Vincents hand, alsof het stuk schroot dat de man had doorboord nu zijn hand doorboorde. Met een ruk trok hij zijn hand terug. Uit de overall hing nu een zilveren kruis, dat uitdagende zachtjes heen en weer wiegde. Vincent verbeet de pijn van zijn verbrande hand, en ook de neiging om het lijk een enorme trap te verkopen.
Hier hebben we het wel gehad”, gromde hij. Hij liep verder langs de sporen, tot iets zijn aandacht trok: twee vreemde tentakels, die verdacht veel op boomwortels leken, hadden zich een weg geboord door de vloer. Als macabere wachters leken ze het doen en laten van de Dockers in de gaten te houden. Vincent stak zijn middenvinger naar hen uit, en liep door de plastic flappen.

De gang liep nog steeds naar beneden, en bereikte hier ook de waterspiegel. In de zijwand zat opnieuw een deur waarachter licht brandde en waar de sporen onderdoor leken te lopen. De gang zelf ging na een tijdje onder in een donkere waterpoel. Vincent keek even achter zich om te zien of iedereen gevolgd was. Hij probeerde deur deur te openen, maar die was blijkbaar vergrendeld aan de andere kant. Vincent siste tussen zijn tanden. De kans dat hij zo’n deur kon forceren, was vrijwel nihil. Zelfs als ze in de ruimte waar ze net vandaan kwamen een geschikte hefboom vonden zou het zo goed als onmogelijk zijn. De zware deuren waren ontworpen om massa’s zeewater te kunnen buitenhouden. Daar wrongen vier Dockers zich niet eventjes door…

Hij schrok op van voetstappen die door de gang, vanuit het water leken te komen. Bliksemsnel draaide hij zich naar de gang en richtte zijn automatisch pistool op de donkere poel. Een eenzame vis spartelde nog even boven water, en gleed toen weer weg naar de koude diepte, alsof hij de weg toonde.

Het is duidelijk dat we achter die deur moeten zijn. Het is ook duidelijk dat we die deur nooit openkrijgen. Terug gaan is geen optie, want er waren geen andere deuren. Dat wil zeggen dat de enige weg vooruit langs dáár is.

Vincent wees naar de glimmende oppervlak van het duistere water.

Ik heb iemand nodig die in die donkere poel kan kijken en die me kan helpen als er een stevige deur onder water opengeduwd moet worden. We duiken de gang verder in en zoeken ons onder water een toegang naar de kamer hierachter. We bidden dat hierachter geen vijftig infernalisten met een bloeddorstig ritueel bezig zijn want dan staan we er alleen voor. Als die vijftig er niet zijn, draaien we de deur open en kunnen we weer met z’n vieren verder. De twee anderen wachten hier en houden wapens en radio’s droog. Zijn er vrijwiligers? Of betere ideeën?




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 2992 / 5435
gepost: 21-3-2005
om 22u57
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan had de gehele tocht naar beneden achteraan gelopen en was enkele malen uitgegleden op de spiegelgladde schuine vloer. Hij vervloekte de winkel waar hij die verdomde sportschoenen had gekocht en hij nam zichzelf voor die ondingen weg te gooien, maar eerst moesten ze een klus zien te klaren. De uzi hing aan een gordel over zijn schouder en hij bleef dicht bij de muur. Hij verbaasde zich over de werkende turbine in de machinekamer, maar was te veel met zichzelf bezig om de ruimte aan een fatsoenlijk onderzoek te onderwerpen, iets wat de anderen overduidelijk wel deden.

Voetje voor voetje schuifelde special agent Sellers achter zijn packgenoten aan. Hij voelde zich ietwat onbeholpen en vroeg zich af hoe zij deze enorme doodskist weer uit zouden kunnen komen. Een groot deel van zijn leven had hij doorgebracht op en nabij boten en als zijn onleven hier zou eindigen dan lachte het lot hem wel héél wrang toe. Voorzichtig stapte hij langs twee enorme boomwortels die als slachttanden uit de vloer staken. Het had hem niet verbaasd als ze tot leven waren gekomen en hem hadden getracht te grijpen, maar er gebeurde niets.

In de gang achter de machinekamer stonk het verschrikkelijk en schuin beneden stonden Edward, Gharston en Vincent nabij een afgegrendelde metalen deur. Voor hun voeten verdween de gang in een slijmerige watermassa, de bron van de verrottingslucht. Iedereen luisterde naar de woorden van de ductus. Sellers was maar al te graag met de bokser meegegaan, maar hij was zich bewust van zijn beperkingen. Vanuit de rode vleesmassa aan het einde van zijn arm was bot en weefsel bezig om zich te ontplooien tot een nieuwe hand, maar een werkende hand was het nog lang niet. Hij kon zijn zintuigen doormiddel van zijn wil versterken en daarmee door het zwarte water turen, maar dit talent had hem enkele minuten geleden niet kunnen redden van een opdonder en hij kreeg het gevoel dat hij niet te veel op zijn krachten moest rekenen vanavond.

Hij was bijna met Rafter in het water gedoken, maar toen stapte gelukkig Gharston naar voren. De Ravnos ontdeed zich van een riemtas en een Glock .17 en gaf deze met een koele blik aan de agent. Duncan nam de spullen aan en zag hoe de bokser zijn radio overhandigde aan zijn sire. Terwijl Gharston Roland enkele stappen het water in deed drukte Duncan de stopwatch op zijn horloge in.

Ik geef jullie tien minuten, daarna komen we achter jullie aan. We zullen wel moeten. Naar boven klimmen is vanaf nu geen optie meer.
door sareth
webslaaf, 5068 / 6375
gepost: 22-3-2005
om 10u59
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
"Ik geef jullie tien minuten, daarna komen we achter jullie aan. We zullen wel moeten. Naar boven klimmen is vanaf nu geen optie meer."
Edward snoof. Hem werd weer niets gevraagd, ondanks het feit dat hij er steeds minder aan twijfelde dat hij de intelligentste van het stel was. Zijn zoon was bokser, dat zegt genoeg, de paladijn had hen een pak beter van dienst kunnen zijn op het Carnaval en de agent had zijn hand kwijtgespeeld door pure stommigheid. De hele klautertocht naar de turbinekamer en verder had hij zich zitten opboeien dat hij toch wel flink in de shit gezet was, al was het maar om de stank en de walgelijke glibberingen te vergeten. Hij was even geschrokken toen zijn Zoon het lijk fouilleerde en wat onaangenaams tegenkwam, maar eigenlijk bevestigde dat enkel de onuitgesproken stommigheid van zijn gespierde zoontje. Hijzelf had vast en zeker nooit de moeite genomen om te kijken of die arbeider wat op zak had...

"Bedankt om dat voor mij even te beslissen." Hij negeerde de geërgerde blikken van zijn packmates. Inwendig was hij blij dat hij niet meteen die poel in moest. Het zàg er niet enkel walgelijk uit, het zou het vast ook zijn, en hij had al genoeg plekken op zijn hemd.
Edward ontspande zich enigszins en gebaarde naar de wortels in de machinekamer. "Zal ik ondertussen hout sprokkelen voor een gezellig kampvuur ? Ik wil die wortels wel eens van wat dichter bezien."

door Assunkill
Wandraak, 2941 / 5128
gepost: 26-3-2005
om 12u49
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
"Dat beschouwen we dan maar als een instemming met die beslissing. Ik vertrouw die wortels voor geen haar, dus kijk uit wat je doet. Er zijn vandaag al genoeg handen verbrand, geloof ik."

Vincent grijnsde scheef naar Sellers.

"Geef ons een kwartier. En help me hopen dat dat sporthorloge dat ik van je kreeg écht waterdicht is."

Vincent trok zijn sweater, t-shirt uit en trainingsbroek uit. Het zou nadien niet alleen ongelooflijk onaangenaam zijn in doorweekte spullen rond te lopen, ze zouden onder water ook zijn bewegingsvrijheid beperken en hem vertragen. Hij hield alleen zijn schoenen, boxershort en horloge aan. Vincent bekeek de tatouage op zijn arm. Het was een meesterk en in de bloedrode schijn van zijn ogen zag het er enkel levensechter uit.

Vincent liep op de onheilspellende donkere poel af. Het water was vuil, koud en er dreef een dun oliefilmpje op. Terwijl hij zich diep en dieper liet zakken, vroeg hij zich af wat er zou gebeuren als ze niet terugkwamen. Of niet op tijd. Een kwartier zou normaal gezien moeten volstaan om een opening te vinden - tenzij ze iets tegenkwamen dat hen tegenhield. Boomwortels of zo. Hij dacht niet dat Edward en de gehandycapte Sellers hindernissen konden overwinnen die Gharston en hij niet aan zouden kunnen.

Het troebele water had zijn adem afgesneden, als hij adem had gehad. Dat hij die niet had, kwam goed uit. Hij zou niet boven moeten komen om lucht te happen, en als hij zijn longen vol water liet lopen zou hij niet constant naar boven getrokken worden.
Vincent had al vaker een tijdje onder water gewerkt en het was niet de eerste keer dat hij zichzelf zou 'verdrinken', maar het bleef een akelig gevoel. Ook al ging je er niet van dood, het blééf verdrinken. En je mond zat vol goor spul. Hij pompte zoveel mogelijk lucht uit zijn longen en liet het zwarte water naar binnen stromen. Toen hij tot aan zijn keel volgelopen was, klemde hij het boksijzer extra stevig vast en dook volledig onder.




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 3001 / 5435
gepost: 27-3-2005
om 12u49
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan stond in de donkere scheepsgang en keek toe hoe Gharston en Rafter zich in het zwarte water lieten zakken. Er verschenen enkele zuurstofbubbels op het slijmerige wateroppervlak, maar al snel was er van hen beide niets meer te bekennen. Het groenige schijnsel dat door het met brak water gevulde patrijspoortje in de afgegrendelde sluisdeur kabbelde gaf het verbitterde gelaat van Evans een spookachtige glans. De oude man had geïrriteerd gereageerd op zijn woorden.

Een kort moment stonden beide mannen zwijgend in de duisternis. Sellers ging met zijn rug tegen de wand aan staan, naast de deur en keek de oude man een kort moment aan. Hij merkte een vreemde trilling in de wand op die van binnenuit het schip leek te komen. Dit kon uiteraard veroorzaakt worden door die nog werkende turbine in de machinekamer. De sire van Vincent wilde terug naar boven om deze ruimte aan een grondig onderzoek te onderwerpen.

”Wees voorzichtig daarboven. Als je in de problemen komt weet ik niet hoe snel ik bij je kan zijn. Ik blijf hier voor het geval de anderen terugkomen of er iets of iemand door de deur wil komen.”

Duncan draaide zich om en trachtte een glimp op te vangen van de verlichte ruimte achter de sluisdeur, maar het raampje was te vies. Achter hem schuifelde Evans naar boven.

”Pssst, oude man, Edward keek even over zijn schouder, zet je radio aan.
door sareth
webslaaf, 5133 / 6375
gepost: 9-4-2005
om 11u10
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Edward luisterde amper naar de raad van de agent. Ietwat houterig klauterde hij terug naar de machinekamer en inspecteerde de turbines. Van de zes exemplaren die er stonden, waren er 5 ontploft, gebarsten, lekkend of gewoon van hun sokkels gevallen, wat enkele gapende pijpen en stroomdraden met hoge doorsnede blootlegde. Deze ruimte kon gerust een leslokaal voor mechanici zijn, met onthullende doosnedes van een standaardturbine. Slechts één exemplaar leek de dans ontsprongen te zijn. Kalm maar indringend zoemend bleef het ding draaien en stroom genereren.

Toen Edward verder de wortels bekeek, bleek dat er eentje als een prehistorische elektriciteitsdraad zich van onderen in de werkende turbine had geboord. Ook langs boven viel het hem plots op dat er een wortel de turbine binnen was 'gegroeid', helemaal via het plafond en een donkere hoek van de wand. Edward hoefde er niet bepaald over na te denken dat dit geen koosjer balsahout was om een terras mee te leggen, want dat geleidt helemaal geen stroom of energie, net als alle andere houtsoorten. Even overwoog hij met zijn blote hand te voelen of er stroom op de wortels stond, maar gezien de vochtigheid en het ongetwijfeld aanzienlijke vermogen van de turbine, liet hij dat idee toch maar varen.

Aan de andere kant, dicht bij de deur waar ze door waren binnengekomen, bengelde de gespieste matroos nog altijd tegen de muur, met nietsziende ogen vol ongeloof. Naast hem lag een gereedschapskist, die de sterveling blijkbaar bij zijn brochettering had laten vallen, maar die was blijven steken tegen een turbinesokkel. Dat was nog eens wat. Edward raapte de kist op en sjeesde er voorzichtig mee terug in de richting van Gharston. Wie weet konden ze er de zware gesloten deur mee openkrijgen...
door Assunkill
Wandraak, 2957 / 5128
gepost: 10-4-2005
om 0u44
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Vincent probeerde door het vuile water kijken, maar hij dacht niet dat hij verder dan een halve meter kon zien. Het water was donker, goor en er zweefden allerlei vreemde vlokachtige dingen door.
De gang bleef naar beneden lopen en Vincent sprong met grote, zwevende stappen de gang door. Aan het einde ervan brandde opnieuw licht waardoor na verloop van tijd het zicht in de gang iets beter werd.

Plots voelde hij een harde trap tegen zijn schouder en instinctmatig dook hij weg en draaide zich om. Achter hem werd Gharston door vier houtachtige tentakels gegrepen. Ze hadden zich rond zijn bovenlichaam en armen gestrengeld en de Ravnos leek weerloos.
Even twijfelde Vincent. Als er méér tentakels waren kon hij de Ravnos beter opofferen en verder gaan. Maar dat zou hoe dan ook de kans op het welslagen van de missie ernstig verkleinen. En vier tentakels, dat moesten twee vampiers toch aankunnen?
Vincent pompte extra bloed naar zijn zware spieren en sprong naar voor om zijn strijdmakker te bevrijden.




Walk The Night Alone
door Zorbalt
Moorderator, 3055 / 5435
gepost: 20-4-2005
om 15u50
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan stond alleen in de donkere gang en voelde zich niet op zijn gemak. Ze hadden hard geknokt om hier te komen en nu ze uiteindelijk in het hart van het kwaad waren bekroop hem het gevoel dat ze wel erg gemakkelijk binnen hadden kunnen komen. Hij keek om zich heen. De gang zag er niet enkel uit als een rechthoekige rioolpijp, het rook ook zo.

Hij hield zijn gehavende pols omhoog en zocht met zijn goede hand naar het minuscule knopje dat aan de zijkant van zijn digitale horloge zat. Het schermpje lichtte groen op en de zachte gloed speelde met de bleke kleur van zijn gelaat. Rafter en de tempelier waren al bijna vijf minuten weg. Schuin boven hem hoorde hij de schuifelende voetstappen van de filmcriticus in de machinekamer. Zonder licht en onverwacht geluid kon het geen kwaad om aan de metalen deur te luisteren. Eerder hadden de stemmen van de anderen zijn gevoelige zintuigen gestoord, maar nu was hij alleen.

Hij vloekte binnensmonds. Ze konden het hun tegenstanders niet gemakkelijker maken. De hele roedel was verdeeld en als hun onzichtbare vijanden nu zouden toeslaan konden ze één voor één worden overmeesterd. Bovendien was er geen enkele mogelijkheid waarop hij of Evans de anderen konden bereiken. Zij waren geen pack van professionals en voor het eerst sinds het ontstaan van de Dockers was hij niet trots, maar schaamde hij zich ervoor dat hij deel uitmaakte van dit groepje amateurs.

De agent legde zijn oor tegen het met water gevulde dubbeldikke raampje in de deur en hield zijn andere oor dicht met zijn platte hand. Daarna sloot hij zijn ogen en concentreerde hij zich op de verlichte ruimte achter deze barrière.

In eerste instantie hoorde hij het monotone gebrom van de werkende turbine door de wand trillen. Hij probeerde deze storing opzij te zetten en geluiden op te vangen die door dit gordijn van trillingen heen sijpelden. Het enige sijpelen wat hij opmerkte was het water dat door de stikselnaden van zijn sportschoenen heendrong. Zijn sokken waren doorweekt.
Plotseling dacht hij zachte stemmen te horen . De stemmen waren onduidelijk en leken diep vanuit de buik van het wrak te komen. Hij was verre van verrast. Ze wisten immers reeds dat ze niet alleen waren.

Hoorde hij daar nou een geluid in de gang?

De agent keek om zich heen. In eerste instantie dacht hij dat Edward naar beneden kwam, maar deze was nog boven. Hij keek naar het wateroppervlak en zag enkele donkere luchtbellen opborrelen vanuit de modderige diepte. Sellers pakte zijn radio…

”Pssst, Sellers hier. Onze collega’s zijn terug.”

Duncan deed een stap achteruit en hing de radio terug aan zijn gordel. Toen hij opkeek schoten er drie vreemde tentakels uit het water. De slijmerige wortels slingerden zich razendsnel en uiterst dodelijk rond zijn middel en onderbenen, waardoor hij met een enorme kracht achteruit op de vloer viel. Zijn kaken klapten hard op elkaar toen de achterkant van zijn schedel de metalen vloerdelen raakte. Hij proefde bloed in zijn keel en voelde hij hoe een slangachtige wortel over zijn benen naar boven gleed in de richting van zijn borst. Met zijn onbeschadigde arm zocht hij naar de uzi die ergens achter hem op de grond moest liggen.
door Assunkill
Wandraak, 2960 / 5128
gepost: 26-4-2005
om 10u47
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Het water werd snel troebeler. Gharston worstelde om zich te bevrijden maar de tentakels hadden zich rond zijn armen gewikkeld en hij kon geen kant meer uit. Vincent trok één van Gharston’s messen uit zijn gordel en probeerde een wortel te lijf te gaan. Het blad gleed langs de vezelachtige structuur en onmiddellijk liet de houtachtige slang los. Onder water galmde iets dat als een doffe, gedempte schreeuw klonk. De wortel kronkelde en sloeg wild in het rond en en verdween toen weer in het duistere water. Het water werd nog smeriger, alsof de wortel bloedsporen naliet… Gharston had nu zelf ook een arm vrij en kreeg een mes te pakken. In een korte, heftige strijd waarin de twee mannen de tentakels met de messen te lijf gingen. Vincent kreeg op een onbewaakt moment een haal in z’n nek, maar het was slechts een kwestie van tijd voor alle tentakels terug gedrongen waren.

In het steeds donker wordende water werd de lichtbron steeds zwakker. Vincent en Gharston haastten zich verder naar beneden. Het was te donker om te kunnen zien, maar het leek er sterk op dat de wortels zich op luttele centimeters van hen bevonden en dat er steeds meer bijwkamen.
Op het einde van de gang bevond zich een roestige, stalen trap waar Vincent bijna tegenop botste. Bovenaan de trap schemerde het licht en de vampiers liepen snel naar boven waar ze boven het wateroppervlak uitkwamen. In het water zweefden nog steeds de vele wortels. Het was duidelijk dat ze niet langs die weg terug konden. Vincent keek op zijn horloge, dat inderdaad waterdicht bleek. Er waren al iets meer dan tien minuten voorbij. Ze moesten voortmaken… Ze lieten het water uit hun longen lopen (Gharston geroutineerd braken, Vincent iets minder geroutineerd door een handenstand tegen de scheepswand uit te voeren) en keken in het rond.

De trap kwam uit op een t-splitsing. Achter hen flakkerde een toorts in een oude brandkraan. Er waren hier geen sporen meer die ze konden volgen natuurlijk, maar als ze terug gingen naar rechts en een trap naar beneden vonden zouden ze de andere kant van de deur moeten vinden. Vincent wenkte zijn kompaan en sloeg de gang rechts in.
De gang liep een eindje rechtdoor en boog toen af naar rechts. Op het einde ervan brandden nog meer vuren en waren er ook stemmen te horen, die vreemd vervormd werden door de enorme galm. Vincent concentreerde zich op de wonde in z’n nek en keek Gharston aan. Die haalde zijn schouders op: “Misschien even gaan kijken?

Achter de opening op het einde lag een grote ruimte. De wanden liepen hoger naar boven dan één verdieping. Ergens in de rechterwand zat een stevige deur. Vincent vroeg zich af of dat de deur was waarachter Edward en Sellers zouden zitten wachten. Het leek hem onwaarschijnlijk. Ze waren via de trap een niveau naar boven geklommen en nog nergens opnieuw gedaald. Het zou trouwens toch moeilijk zijn die deur te openen, want overal stonden vuurkorven en waren duidelijk mensen aanwezig. Vincent hoorde een vaag gemompel en opeens luid en duidelijk “Jazeker Vrouwe!

Vincent schatte de aanwezigen op een man of veertig. Ze zaten allemaal geknield voor een klein podium. Op de verhoging stond een persoon die zich had gehuld een ruime mantel met een kap, waardoor hij of zij onzichtbaar bleef. Omdat iedereen zich naar het podium richtte, dacht Vincent even dat het, met de nodige schaduwspelletjes, haalbaar moest zijn het zekere voor het onzekere te nemen en de deur te gaan openen. Maar voor hij met Gharston kon overleggen kwamen er vier personen van het podium naar beneden en liepen in de richting van deur. Ze waren gewapend, zag Vincent. Een machinepistool, een shotgun, een kortzwaard… Hij hoopte echt dat Edward en Sellers niet achter die deur zaten. Maar er was ook geen sprake van dat ze met een geweer en enkele werpmessen deze massa zouden aankunnen. Terug gaan was óók geen optie. Ze konden niets anders doen dan afwachten…
Gharston haalde zijn scherpschutterspeelgoedje van zijn rug en maakte het schietensklaar.



"Ik hoop dat ze niet achter de deur staan. Dan heb ik nog wel een truukje.. Maar we zijn hier met een doel: we moeten weten wie dat is. Wij zitten veilig."
Gharston fluisterde en Vincent fluisterde terug. Op dit moment was hij blij dat hij een ervaren Paladijn bij had.
"We wachten dus gewoon eventjes af?"
Gharston knikte en draaide zich weer om naar het schouwspel. De persoon in de mantel hief een grote gouden kelk. De mensen in de ruimte mompelde in een monotoom canon: "Methatiax... heer van Montreal.. schenk ons uw lichaam." De persoon in de mantel bracht een dolk naar de pols en sneed deze open. Bloed stroomde rijkelijk in de grote kelk. Bij het altaar ratelden van kettingen. Vincent zag hoe iets langzaam iets naar beneden kwam.. een vrouw hing ondersteboven. Ze was naakt en haar gehele lichaam was besmeurd met allerlei tekens. Haar armen waren geboeid en hingen naar beneden, haar mond was gekneveld. De kettingen stopten met ratelen en de vrouw kwam tot stilstand boven de kelk. De persoon in de mantel sneed haar polsen door en maakt hierna een diepe snede in haar nek. Het bloed sijpelde in de kelk en uit de wonde in haar nek stroomde het langs haar armen naar beneden.
Vincent keek koeltjes toe. Dit soort scenes deed hem erg weinig. Hij was niet onder de indruk van het gruwelijk wrede aspect ervan, en nog minder van het plechtige mystieke van het tafereel. Toch schrok hij plots, want hij herkende de vrouw: was dat Nina Barker niet!? Vincent wou in de geknielde massa beginnen zoeken naar Ombre, maar zijn aandacht werd getrokken door de vier personen die de deur hadden bereikt en de stalen dwarsbalk begonnen te verwijderen…




Walk The Night Alone
door sareth
webslaaf, 5224 / 6375
gepost: 28-4-2005
om 15u10
Antw: Scène 7: Roestige Doornen

Vanuit de machine kamer hoorde Evans de radio: ”Pssst, Sellers hier. Onze collega’s zijn terug.” Edward zuchtte alsof er een last van zijn schouders viel. Er was iets knap onheilspellends aan dit hele schip en die poel deed daar geen goed aan. Hij schoof voorzichtig met de gereedschapskist naar beneden. Met een vloek bleef zijn linnen hemd haken achter een scherf van de turbinemantel. De scheur was groot genoeg om in de supermarkt hele familiepakken corn flakes te stelen, bovenop de schabouwlijke donkerbruine plekken opgedroogd onbloed. "Jaja, de cavalerie komt eraan" mompelde Edward gefrustreerd, terwijl hij nog voorzichtiger en trager afdaalde richting Sellers...

Aangekomen in de ruimte waar Sellers zich bevond hoorde hij spartelende geluiden. Sellers lag op zijn rug en deed alle moeite om zich vast te grijpen om niet onderwater gesleurd te worden. Drie tentakels hadden zich om zijn lichaam gedraaid. De tentakels waren niets meer dan boomwortels die beslagen waren met algen en kokkels. Met wanhoop in zijn ogen trachtte Sellers een Uzi te grijpen die net buiten zijn bereik lag.
Edward focuste. Dat er een boom met een identiteitscrisis uit het water kroop en Sellers naar beneden trok, betekende waarschijnlijk weinig goeds voor hun strijdmakkers daar beneden. En dat betekende dan weer dat het er voor hen ook niet fraai uitzag. Edwards snelle conclusie was dat hij niet mocht falen en zonder twijfelen schoof hij met een snowboard-slide richting Sellers uzi, waarbij hij bloed door zijn aderen pompte om sneller te kunnen reageren. Een fractie van een seconde later lag Edward op zijn rug naast Sellers met het koude staal in zijn handen en koud water om zijn benen. Zijn voeten vonden in de donkere poel een uitstekende rand om zich tegen af te zetten en in één beweging ging Edward half rechtop zitten en ratelde een salvo het water in, tussen hem en de agent in.
Het salvo leek een hevige regenbui die het wateroppervlak raakte,..het water spetterde in het rond de waas aan spetters werkte bijna verblindend. Twee van de wortels sloegen zich los van het lichaam van Sellers en verdwenen terug het water in... Toen de mist van water verdwenen was krabbelde Sellers deels uit het water en een afgerukte wortel kwam bovendrijven,.. de wortel die nog half om zijn middel was gedraaid..
Het opspattende water verblindde de oude filmcriticus. Jammer, want het was vast een indrukwekkend zicht, mits de juiste belichting. Zo jammer dat het hem nijdig maakte. Hij merkte amper dat de agent naast hem weer gedeeltelijk uit het water gekropen was en jaagde een tweede salvo de diepte in. Het kon hem geen reet schelen dat die demonennichten hen nu gehoord hadden, het was die strontplant die Sellers omlaag probeerde te sleuren en het was diezelfde strontplant die hoogstwaarschijnlijk ook zijn Zoon en hun enige niet-gehandicapte professional de dieperik in hadden gesleurd. Pech voor greenpeace, dit bos moest eraan...

Na het tweede salvo sloegen er verschillende tenrakels uit het water die spastisch en bijna onnatuurlijk op en neer sloegen voordat zij weer de duepte opzochten... Toen werd het stil.. eigenaardig stil. Hierna hoorde de filcriticus geluiden van achter de deur die zij zouden bewaken. het geluid van voetstappen op een metalen trap gevolgd door het geluid van de deur. Het rad aan deze zijde van de deur draaide 360 graden en de deur kwam los.

Edward keek nog even verdwaasd naar het donkere water en draaide zich dan langzaam naar de agent die hij net voor een frisse duik behoed had. Hij moest niet achterom kijken om te weten wat hij hoorde. Hij had daarnet lang genoeg teleurgesteld naar de sluisdeur zitten staren om te weten wat er nu gebeurde. Even keek hij naar het ranzige water, waar zijn Zoon in was verdwenen. Zich daarin verstoppen was geen optie. Edward keerde zich weer naar zijn strijdmakker en haalde zijn schouders op. "Why change a winning trick.. ?" Grijnzend concentreerde hij zich en snoof heftig enkele vlagen Duisternis binnen. De moedige lichtstraaltjes die zich vanachter de deur een weg de gang in zochten, werden meedogenloos opgeslokt door een onaardse donkerte, zodat het silhouet van de deur-opener geen tijd kreeg om zich tegen de overstaande wand af te tekenen...

door Zorbalt
Moorderator, 3068 / 5435
gepost: 30-4-2005
om 0u15
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan kwam moeizaam overeind en keek naar de deur, waar enkele schimmige figuren aan de andere kant trachtten om de zware grendels te ontsluiten. Instinctief stoof de agent vanuit het water naar de metalen barrière en ging met zijn rug tegen de koude wand aan staan. Er was weinig ruimte tussen de zwarte poel en de sluisdeur, maar hij zag buiten het water geen andere verstopplaats. Aangezien hij daarnet ternauwernood een aanval had overleefd vanuit dat water zag hij er weinig heil in om daar helemaal in te duiken. Nee, agent Sellers had een beter idee en hij hoopte dat Edward zijn plan niet in de war zou schoppen. Edward bleef tot aan zijn knieën in het water staan en keek naar de deur. Door het gebrek aan tijd kon hij de oude man niet waarschuwen en hij hoopte dat deze nogmaals zijn krachten zou gebruiken om de zintuigen van hun belagers te vertroebelen. Vrijwel direct nadat deze gedachte door zijn schedel vloog werd het aardedonker in de gang. Er verscheen een ietwat gespannen glimlach op het gelaat van de agent. Op de één of andere manier waren ze op elkander ingespeeld. Hij hoopte dat de uzi in de hand van Vincent’s sire nog genoeg kogels had. Misschien waren Rafter en Gharston er niet meer en stonden zij er alleen voor.

Sellers schudde deze gedachte van zich af en haalde het pistool van Gharston uit zijn broekriem. Hij hoopte dat het wapen daarnet niet al te nat was geworden. Hij ging er vanuit dat de Ravnos had doorgeladen, want hij had geen tijd om het pistool te controleren. Gelukkig wist de agent hoe hij met dit type vuurwapen om moest gaan, het was immers gelijk aan zijn oude dienstpistool. Hij hield het koude schietijzer in een gestrekte arm naast zijn lichaam en keek toe hoe het grote sluitwiel draaide en de zware deur ontgrendeld werd. Hij concentreerde zich voor de zoveelste keer deze nacht op het talent waarin zij hem het beste getraind hadden. Op het moment dat de sluisdeur open ging was Duncan Sellers verdwenen.

De deur ging naar de andere kant open en de kerels die vanuit de verlichte ruimte de gang in stapten waren duidelijk niet voorbereid op Evan’s verrassing. Duncan scherpte zijn zintuigen, maar zelfs met zijn verbeterde blik zag hij slechts schimmen in het zwak gefilterde licht dat vanuit de deuropening de gang in gleed. Het lezen van aura’s was geen optie en er was maar één manier om te testen of dit slechts stervelingen waren. In eerste instantie bleven de eerste twee figuren staan. Beide heren waren goedgebouwd en waren vrij casual gekleed. In vergelijking met de huurlingen die zij enkele dagen geleden hadden ontmoet op dok 318, kwamen deze heren een stuk zelfverzekerder over. Zij lieten zich door het onnatuurlijke duister niet uit het veld slaan. De voorste mannen hadden ieder een vuurwapen. Voor zover Duncan het kon zien droeg zijn linker tegenstander een .44 Magnum en de man die het dichtst bij hem stond een Ingram Mac 9mm. Voorzichtig stapten zij de gang in, overduidelijk zo blind als een mol. Duncan vroeg zich af hoelang dit duister stand zou houden.

Achter de kerels die de gang in schuifelden liepen twee collega’s. Een van hen droeg een shotgun en liep achter de anderen aan de gang in, maar de man vlak bij Duncan bleef in de deuropening staan. Sellers rook de geur van vers bloed en vroeg zich af of deze man daarnet nog gevoed had. Hij deed een klein stapje opzij en bekeek zijn tegenstander. De man was vrij kort en was gekleed in een wijd zittende flanellen blouse van een donkere kleur. Hij had geen schietwapen in zijn hand, maar een klein zwaard. De aroma van bloed leek van dit wapen af te komen. Het was een vreemde gewaarwording om vlak naast de vijand te staan zonder dat deze je zien kon. Duncan schrok toen vanuit het schimmige gelaat twee rode lichtpuntjes opgloeiden. De man keek in de richting van het water, in de richting van Evans.

Razendsnel zette Sellers een stap opzij, waarbij zijn rechtervoet het water raakte. Vrijwel gelijktijdig richtte hij zijn Glock 17 op de slaap van zijn tegenstander en pompte hij bloed naar zijn nog werkende schuttershand. De man keek geschrokken opzij, waarschijnlijk had de stap in het water hem verraden, maar het lukte de agent om een kogel door de hersenpan van de vampier te jagen. Terwijl de man zijwaarts ineen zakte, draaide de agent onnatuurlijk snel zijn arm en schoot een tweede kogel in de rug van één van de drie schutters in de gang. Vrijwel gelijktijdig ratelde de uzi van Evans, waardoor ook dit doelwit ineen kromp

Met een beetje geluk zou hij de metalen sluisdeur kunnen gebruiken als provisorisch schild, maar geluk had vanavond niet aan zijn zijde gestaan.
door sareth
webslaaf, 5231 / 6375
gepost: 30-4-2005
om 10u35
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Edward was kalm blijven zitten terwijl de sluisdeur geopend werd. De agent had zich naast hem, vlak naast de deur opgesteld terwijl hij de essentie van zijn donkere ziel uitspreidde over de hele gang. Afwezig veegde hij met zijn gehavende hemd wat druppels van zijn Uzi. Het was een goed wapen wist hij, hoewel hij er nog nooit een echt gehanteerd had. Je kon er mensen mee vermoorden en bomen mee vellen. Benieuwd of het een van die twee was die door de deur zou komen.

Edward draaide zich voorzichtig om en toen hij, en enkel hij, de deur hoorde opendraaien. Hij verwachtte niet dat de personen aan de andere kant van de deur zijn truukje niet zouden doorzien, hij verwachtte enkel dat ze er niet door konden zien. Zo goed en zo kwaad als het kon, nestelde hij zich comfortabel en nonchalant tegen de wand van de deur. Met een brede glimlach zag hij de eerste twee binnenkomen en stilhouden toen ze merkten dat er iets niet in de haak was. Speels mikte hij met zijn Uzi op het hoofd van beide heren en mompelde bij elk "pang pang". Ze konden hem toch niet horen. Vanuit zijn linkerooghoek zag hij hoe nog twee potige kerels binnenkwamen. De ene bleef blijkbaar staan. De ander had een onsmakelijke shotgun in de hand. Hij zag vaag hoe Sellers een stap naar voren zette om de nieuwe klanten beter te bekijken. Sellers leek relatief klaar te kunnen zien. Mooi zo.

De oude man schrok op van de knal. Hij was zo erg aan het genieten van de overduidelijke blindheid van hun bezoekers, dat hij half uit het oog verloren was dat deze heren demonenbezweerders waren, goed bewapend en dubbel zo talrijk als zijzelf...
Hij wist dat de andere mollen de knal maar erg dof zouden horen, maar het zou hen zeker niet ontgaan en in een flits jaagde Edward bloed door zijn dode lichaam terwijl de man in de deuropening naast hem neerviel. Twee salvo's kort achter elkaar jaagde hij in de dichtsbijzijnde tegenstander. "Die is voor Vincent", siste de recensent.
Dit was leuker dan de kermis, want daar stonden de schietschijven nog een eind verder en konden ze je zien...

door malkav
achterban(k), 4000 / 7020
gepost: 7-5-2005
om 23u26
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Cingler opende de grote sluisdeur en sloeg de deur open. Ze werden verwelkomt door een deken van gitzwarte duisternis die ook de ruimte in leek te vloeien waar ze vandaan kwamen. Hij draaide zich om naar Dinand die enkel meters achter hem stond...
"Dinand,... doe je ding!"
Ondertussen werkten Fumons en Valiant zich langs Cingler de donkere ruimte in. Plotseling klonk er een schot gevolgd doorhet geluid van twee korte salvo's van een vol automatisch wapen vanuit de duisternis.. Fumons liet zijn kortzwaard vallen en zakte als een zoutzak in elkaar, en kwam geknield op de grond terecht. Valiant werd in zijn zijde geraakt maar de kogel ging dwars door hem heen,.. zonder veel hindering,.. kort hierna werd hij vol in de buik geraakt door twee korte salvo's uit een automatisch wapen en stamelde even naar achter.

Cingler bleef in de deuropening staan en bracht zijn handen samen en er vormde zich een bol van groen vuur. De bol begon als een waanzinnige te draaien rond haar as en kleine groene vlammen sloegen er vanaf. Hij sloot zijn ogen en bracht zijn armen tot boven zijn hoofd. Plots opende hij zijn ogen en hij had in zijn gedachte de man gezien die niet zo heel ver van hem af lag... In een wild gebaar sloeg hij zijn armen vooruit en een lans van groene vlammen werd richting deze persoon geworpen. De lans sneed door de zwarte lucht en raakte de indringer recht op de borst...

Ondertussen sloot Dinand zijn ogen en concenreerde hij zich op de duistere ruimte die zich voorbij de metalen trap bevond en achter de grote deur,.. en hij begon in zijn gedachte herhalend tot drie te tellen zonder zijn concentratie te verliezen. Hij voelde hoe de deken van duisternis verdween... en daarmee ook ieder gevoel van zijn bloed. Het was een groot offer maar Cingler had hem dit opgedragen.... het was nodig...

Fumons en Valiant zagen de duisternis oplossen alsof het een mist was die werd wegegslagen en niet ver voor hen zagen zij de indringer,.. de indringer die Valiant gemeen had geraakt met zijn automatisch wapen. Valiant wist niet waar het eerste schot vandaan kwam en legde zijn zware wapen aan en richtte op de man.

Naast hem zag Fumons twee laarzen,.. er stond nog iemand naast de deur! 'Putain!'... Zijn hoofd leek wel te barsten,.. althans deze was al gebarsten.. Bloed stroomde uit de grote open wond in zijn slaap.. Hij wilde zijn kortzwaard grijpen en overeind te komen om buiten het bereik van de kerel te komen...., maar zijn bewegingen bleken moeilijk..

door sareth
webslaaf, 5248 / 6375
gepost: 8-5-2005
om 13u42

gewijzigd door sareth
8-5-2005 om 13u43

Antw: Scène 7: Roestige Doornen

De lol was er af. Ondanks het feit dat ze het viertal letterlijk konden verwelkomen, bleken ze die knakkers naar goede gewoonte onderschat te hebben. Edward had als een klein kind zitten schieten op de man met de shotgun, maar als klein kind tegen een beer van een kerel haal je niet zoveel uit natuurlijk. Het deed hem een beetje denken aan de verhalen van de garou die hij had gehoord. Je knalt er een uzi op leeg en ze kijken op alsof je op hun schouder getikt hebt. Lullig. Terwijl zijn vinger zich weer sloot om de trekker en de loop langzaam het pad buik-borst-nek-doodshoofd lied bewandelen, flitste een vuilgroene vlam zijn richting uit. Het leek wel alsof zijn borst ontplofte. Vlak naast het gat dat Tears' degen had geslagen en alweer aan het dichtgroeien was, gaapte een krater waar menig zelfmoordterrorist jaloers op kon zijn. Edward rochelde bloed en wankelde een stap achteruit. Scheel keek hij naar zijn belagers. De demonische flits kwam van de man in de deuropening, die hem blijkbaar zonder veel moeite had gezien. De man die hij al op een portie uzi-lood had getrakteerd, richtte zijn shotgun op hem en de oude man zag met lede ogen hoe een vinger zijn weg zocht naar de trekker. Ondertussen realiseerde hij zich dat de duisternis die hij daareven nog zo kwistig had rondgestrooid, langzaam oploste...
Edward pompte het weinige bloed dat hij nog in zijn lichaam had, naar zijn ogen en armen. Zijwaarts liet hij zich op de natte grond vallen terwijl hij de trekker overhaalde. Dit moest raak zijn. Snel en raak, als een linkse jab...

door Zorbalt
Moorderator, 3080 / 5435
gepost: 8-5-2005
om 21u42
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Duncan stond een armlengte van de deuropening. Zijn rechtervoet rustte in het brakke water. Hij had één van hun tegenstanders uit weten te schakelen en een ander verwond, maar had zich daarmee aan de anderen geopenbaard. De blonde man lag voorover voor de deuropening, zijn zwaard nog steeds in zijn witte vuist geklemd. Ondanks het enorme gat in de zijkant van zijn schedel probeerde hij overeind te komen. De langzame en houterige bewegingen van de man leken op die van een zombie uit de klassieke zombiefilms. Het metaal van zijn lemmet schoof piepend over de vloerroosters. Plakkerig halflang haar viel over de bloederige hoofdwond als een veel te kort en smerig gordijn.

Edward Evans stond enkele meters van hem af tot aan zijn knieën in het water en had een drietal stappen naar voren gedaan. Duncan had zich zo plat mogelijk met zijn rug tegen de wand aangedrukt en probeerde om zich zo goed en zo kwaad als dat kon te camoufleren met de schaduwen. Vanuit zijn ooghoek had hij toegekeken hoe zijn roedelmaat het vuur opende op de man die zich van zijn drie collega’s had verwijderd. Hij schrok toen één van de twee nog niet gewonde vijanden vanuit het niets een groenige vuurbol kneedde en deze naar de oude man toe schoot. Hij kneep zijn ogen dicht toen de lans van vuur langs hem heen schoot en zich in de borst van de Lasombra boorde. Een zurige lucht dreef door de gang. Vrijwel direct merkte hij op dat de door Edward gesponnen sluier van schaduwen verdween.

Hij kon onmogelijk onopgemerkt blijven. Daarvoor had hij zijn aanwezigheid te duidelijk benadrukt. Ook stond hij te dicht bij zijn tegenstanders. Hij schatte de afstand tussen hem en de twee mannen voor de openstaande sluisdeur op vier meter. Deze heren zouden hun duivelse toverkunsten op hem botvieren als hij niet direct actie ondernam. Hij richtte zijn pistool omhoog en pompte wederom kostbaar bloed naar zijn arm en triggervinger. Honger knaagde in elke ondode vezel van zijn lichaam. Tijdens de twee razendsnelle schoten, waarbij hij beide smeerlappen trachtte te raken deed hij een stap achteruit, verder het zwarte water in. Het kwaad was overal. Hij schaarde zich naast Vincent’s sire. De agent was meer dan ooit bereid om zijn onleven te geven voor de glorie van Cain’s zwaard en de bescherming van zijn packleden.

Hij voelde vitae door zijn arm stromen om zich te nestelen in zijn schuttershand. Toen hij schoot merkte hij tot zijn schrik op dat zijn bloed kracht verloor. slechts één kogel verliet de rokende loop in een snelle tocht naar de man die ietwat uitgeput leek.
door Assunkill
Wandraak, 3011 / 5128
gepost: 26-6-2005
om 19u58
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
De spanning was te snijden. Als hij had geleefd had de adrenaline door z’n lichaam gegierd, had Vincent z’n hart in z’n keel geklopt en was zijn ademhaling luid en gejaagd geweest. Maar zijn lichaam was nu stil, doodstil. Het had veel voordelen als je lichaam dood was, en dit was er één van. Hij moest zelfs niet met z’n ogen knipperen en kon de figuur met de mantel geconcentreerd en ononderbroken in de gaten houden.

Toen die begon te spreken, wist Vincent dat het een vrouw moest zijn. Haar stem klonk vloeiend en elegant. Maar ze sprak beslist geen Engels, en ook geen Frans, want dan had Vincent haar verstaan. Het klonk zelfs niet als een dialect of een verwante taal. In de haven hoorde je heel wat vreemde tongvallen, maar dit leek nergens op. De toonhoogte verandere voortdurend, maar toch leek het niet alsof ze echt zong. De klanken klonken bizar, en de echo van de enorme lege laadruimte gaf een sinister effect.
Vincent voelde zich niet op zijn gemak. Tien tegen één was dit magie of zo. Daar had hij nooit echt kennis mee gemaakt, maar hij had genoeg geruchten opgevangen om te weten dat je er met een boksijzer niet veel tegen kon uitrichten. Met een geweer…? Vincent wierp een blik op Gharston.

Wat hij zag stelde hem niet gerust. Gharston was duidelijk nog zenuwachtiger dan hijzelf. Zijn tong likte nerveus over zijn droge lippen en hij krabde trillend over de kleding op zijn onderarm.

Vincent voelde heel sterk aan wat dit was. Dit waren geen zenuwen. Zenuwen waren goed voor de prestaties. Ze hielpen je focussen – zowel je gedachten als je spieren werden sterker als je je zenuwachtigheid wist te kanaliseren. Maar Gharston was niet zenuwachtig. Gharston was bang. Doodsbang. Angst was slecht. Angst betekende het verlies van rationaliteit en controle, en dat was altijd fataal. Gharston zou niet optimaal functioneren, en dat konden ze zich niet permiteren. Maar daarover maakte Vincent zich nog niet het meeste zorgen.
Gharston was bang. De professional. De paladijn. De uitverkorene, de elitekrijger, het neusje van de zalm beefde van schrik. En niet, wist Vincent, omdat hij laffer was dan zijn Ductus. Nee, als Gharston bloed zweette van angst, dan was dat omdat hij daar reden voor had. Omdat hij beter dan Vincent besefte hoe fuckin’ gevaarlijk dit was.

Met bevende handen stroopte Gharston de natte mouw van zijn hemd omhoog. Op zijn onderarm stond een speelkaart getattouteëerd. De kaart was een schoppendame. Vincent knipperde met zijn ogen, want de kaart leek te bloeden langs de randen. Toen leek de kaart te golven en vervaagde ze, alsof ze onder de huid werd getrokken. Hij trok zijn blik los van de bizarre tekening en keek Gharston strak aan.
In zijn ogen stond zuivere doodsangst te lezen. Hij stotterde fluisterend: “A-als… als ik…
Gharstons stoere hoofd schokte, en de blik in zijn ogen werd glazig. Hij staarde Vincent aan en zei niets meer. Zijn wapen gleed uit zijn handen en hij stapte op Vincent af.

Eén nanoseconde voelde Vincent iets van een geruststelling: de reden van Gharstons angst was heel persoonlijk. Het was hier niet linker dan hijzelf al had ingeschat, het was voor Gharston zelf om één of andere reden linker. Geen reden tot paniek dus.
Toen was de nanoseconde voorbij. Zeker kon hij niet zijn, maar dit was niet meer de Gharston die hij kende, die betrouwbaar was. De blik in zijn ogen was niet meer zijn blik, en die enkele woorden hadden een waarschuwing geleken. Vincent aarzelde niet. Gharston was, in welke toestand dan ook, op alle vlakken beter gakwlificeerd dan hij. Behalve in boksen.

Hij plaats zijn linkervoet naar voor, haalde met een flitsende schijnbeweging van zijn rechtervuist uit, en mikte toen voor een mokerslag van een uppercut tegen Gharston zijn kin…




Walk The Night Alone
door malkav
achterban(k), 4024 / 7020
gepost: 29-6-2005
om 15u11

gewijzigd door malkav
29-6-2005 om 15u46

Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Het wapen van Gharston Roland schoof over de metalen vloerdelen en ratelde van de trap af.
Tegelijk dook hij met een geschokte blik in zijn ogen opzij. De harde vuist van Vincent Rafter miste doel en raakte enkel lucht. Schuin onder hen had zich een tafereel geopenbaard dat voer leek voor een horrorfilm.

De mysterieuze vrouw zong haar onverstaanbare frezen en leek te worden aanbeden door de tientallen jammerende toeschouwers. Allen waren ze gekleed in lange zwarte gewaden, die ogenschijnlijk niet alleen een rituele functie hadden, maar eveneens ieders identiteit verhulden. Enkele sekteleden keken verschrikt naar boven toen de Ravnos zijn wapen liet vallen, maar in hun achterhoofd wisten zij dat het ritueel te belangrijk was om zich eraan te onttrekken. De priesteres der verdoeming slaakte een hoge schreeuw “Meester van Montreal, laat mij u bevrijden uit uw zanderige graf! Laat mij uw sleutel zijn! Aanvaard mijn bloedoffer!” De aanwezigen volgden haar voorbeeld en even klonk er een kakofonie van geluid in de buik van het spookschip.

Op de galerij ging het gevecht tussen de twee Dockers door. Gharston keek verschrikt naar zijn handen en reageerde vol afschuw toen hij twee zilveren dolken uit zijn schoudergordels trok. Hij had geen controle over zijn lichaam en schreeuwde naar de bokser terwijl hij uithaalde naar diens brede hals. ”Rafter, hoek me neer verdomme!”

Vrijwel gelijktijdig, niet ver van de laadruimte, raakte de kogel uit het wapen van Duncan Sellers de vampier met het grote schietijzer, die haast ongericht de trekker overhaalde van zijn zware wapen.. De man kermde van de pijn toen het projectiel in zijn schouder verdween en bot versplinterde.

De filmcriticus had zich met een doffe bons op de metalen vloer laten vallen terwijl er een lading hagel zo'n tientalle centimeters boven zijn hoofd een vuurwerk verookzaakte op de stalen wand. De criticus haalde de trekker over,.. de man werd vol in zijn borst getroffen, en viel achterover.

De zwaar gewonde man die voor de deur op de grond lag trachtte omhoog te klauteren. Het gat aan de zijkant van zijn schedel glom van het sijpelende wondvocht. Zijn kameraad was gevallen,.. hij moest hier weg.

Edward Evans lag half in de zwarte poel en het rokende gat in zijn borst maakte hem misselijk. De pijn was onbeschrijflijk en de woede die hij vanuit de diepste krochten van zijn geest voelde opborrelen deed hem duizelen. Zijn vermogen om logisch na te denken vervaagde in een roes van primate furie.

Vanuit de ruimte waar hun vijanden kwamen klonk een kakafonie van 'zingende' stemmen. De weg daarheen was zo goed als open,.. er stond slechts één iemand in de weg, de kerel die die onheilige vuurlans had geprojecteerd,.. de andere die achter hem stond draaide zich in paniek om en rende de metalen trap weer op richting de zaal..
door sareth
webslaaf, 5379 / 6375
gepost: 29-6-2005
om 16u16

gewijzigd door sareth
30-6-2005 om 14u41

Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Edward had zonet zijn ratio laten varen. Telkens hij iets deed, dacht hij er eerst over na. Wat het hem zou opleveren en wat anderen erna van hem zouden denken. Die twee criteria waren een deel van zijn natuur geweest, een opportunistische beheersdheid die misschien wel van vader op zoon was overgegaan. Maar dat was nu in elk geval verleden tijd. Edward kon zich niet meer herinneren dat hij ooit nog zoveel dorst gehad had. Altijd had hij voldoende bloed voorhanden gehad en zelfs in tijden van schaarste (bvb wanneer er een tijdje geen decadente feestjes meer waren) was een pizzafoongewijs telefoontje naar zijn zoon doorgaans voldoende om weer even mee te kunnen. Maar dit was anders. Dit was om waanzinnig van te worden. En dat deed hij dan ook. Instinctief.
Edward hees zich overeind. De quasi lege uzi van Sellers liet hij op de grond liggen. Met een van honger en dorst vertrokken schreeuw haalde hij zijn eigen pistool uit zijn kontzak en mikte op de enige demonenaanbidder die nog overeind stond. Op de achtergrond hoorde hij een vreemd spookachtig zingen. Het klonk als de ultieme soundtrack en een moment liet Edward zich meedrijven op de onverstaanbare klanken.
door Zorbalt
Moorderator, 3163 / 5435
gepost: 29-6-2005
om 21u02
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Sellers zag hoe de schouder van zijn tegenstander tot roze pulp werd gemalen en kon een subtiele glimlach niet onderdrukken. Hoewel hij en Edward met lood in de schoenen het gevecht aan waren gegaan, was het lot hen deze keer eindelijk eens goed gezind. Die vier Cainites hadden niet verwacht dat zij zo vreselijk efficiënt toe zouden slaan.

Toen de rook van alle kruitdampen optrok zag hij hoe drie gehavende tegenstanders het gevecht staakten. Als laffe aangeschoten hazen vluchtte zij de grote sluisdeur door, de trap op. De agent vroeg zich af hoeveel kogels er nog in zijn magazijn zaten. Slechts één duivelse ondode weigerde het gevecht te beëindigen en bleef dreigend voor de doorgang staan. Hij was moedig genoeg om de vlucht van zijn drie metgezellen zeker te stellen. De "jongeman" met de gapende hoofdwond probeerde zichzelf langs zijn beschermheer te wringen, uit het bereik van zijn belagers, maar hij was buitengewoon langzaam.

Duncan haalde zijn neus op. Zijn tong was opgezet en zijn keel was droog. Hij kon zijn honger nog goed in bedwang houden, al had dit gevecht hem verzwakt. De smeerlap voor de ingang had geen angst in zijn ogen en de agent aarzelde. Deze vijand had Evans bestookt met bovennatuurlijk groen vuur en hem daarmee zwaar toegetakeld. Deze tegenstander had zijn ziel verkocht en was waanzinnig geworden. Dit waren de gevaarlijkste tegenstanders en de kans dat deze goochelaar hen zou verrassen met één van zijn duivelse kunsten maakte de agent behoedzaam.

Hij wilde net zijn magazijn leegpompen op de torso van de vlammenwerper toen hij achter zich een zachte grom hoorde. Geschrokken draaide hij zich om en keek recht in het woeste gelaat van de oude man., zijn packgenoot, de altijd ingetogen sire van Vincent. Maar nu schoten diens ogen vuur en leek hij op een hond met Rabiës. Zijn hoektanden waren lang en donker van het bloed. Edward ontdeed zich van de uzi en trok zijn eigen pistool.

Duncan sprong opzij. Hij kon niet goed inschatten of Evans nog goed bij zinnen was en besloot enig risico uit de weg te gaan. Terwijl de Lasombra grommend zijn pistool omhoog bracht, richtte de agent op het bovenlichaam van de "fakkelman". Hij probeerde nogmaals vitae naar zijn schuttershand te leiden om de effectiviteit te verhogen. Tijdens het schieten deed hij enkele stappen naar voren. Zijn missie en de leden van zijn pack waren nu minder belangrijk voor hem dan de sterke vergeldingsdrang jegens diegene die hem zo gruwelijk had verminkt. Het woord lijden zou vanavond een diepere betekenis krijgen.

Vlak na elkaar verlieten twee kogels de zwartmetalen loop.
door malkav
achterban(k), 4033 / 7020
gepost: 19-7-2005
om 20u48
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
De ondode voor de ingang deed een stap achteruit toen twee kogels vrijwel gelijktijdig zijn lichaam raakten. Buiten de kleine gaatjes die in zijn opvallend nette kleding verschenen zagen de packleden geen bloed. In plaats van donker vocht kwam er spookachtig groen licht uit de kogelwonden die in kaarsrechte stralen een vreemd lichtschijnsel teweeg brachten in de ruimte. Een zure, misselijkmakende lucht dreef door het trappengat.

Dit trok alle aandacht,.. ook voor de criticus die voor een kort moment verloren was in tonen uit de gigantische ruimte.
De Dockers bleven een kort moment geschrokken staan en keken toe hoe deze helse tegenstander naar voren kwam. Tot hun schrik zagen ze dat het groene vuur nu niet enkel uit de gaten in zijn torso straalde, maar ook uit zijn andere lichaamsopeningen kwam. Zijn ogen, mond en neusgaten kregen een chemische groene gloed over zich, waardoor het gezicht een monsterachtige uitstraling had in deze duistere omgeving. Terwijl de vampier ietwat schokkerig naar voren liep hoorden zij zijn hese stem die diep vanuit de hel leek te komen…

”Wormen, jullie zijn niet meer dan wormen!!!"
door Zorbalt
Moorderator, 3187 / 5435
gepost: 20-7-2005
om 20u29
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
De agent deed instinctief een stap achteruit toen hij het schijnsel uit de door hen aangebrachte kogelwonden zag. Hij had ooit een Stephing King verfilming gezien over een neergestort buitenaards ruimteschip dat door de inwoners van een slapend stadje was opgegraven, met alle vreselijke gevolgen van dien. De mensen die door deze vreselijke wezens bezeten waren hadden ook zo’n groene gloed over zich heen gehad. Dit was echter verre van een film en er waren geen buitenaardse wezens in het wrak van dit schip. Deze vijanden kwamen niet uit het heelal, maar rechtstreeks uit de Hel.

Toen de vampier in het trappengat op hun af kwam rook hij een misselijkmakende stank, zuur als bedorven melk en razendsnel richtte hij de loop van zijn wapen op het gelaat van zijn tegenstander. Terwijl hij de trekker overhaalde deed hij wederom een voorzichtige stap naar achteren, waardoor hij naast Evans kwam te staan. Er klonk geen schot in de donkere gang, slechts een zachte klik. Duncan liet het wapen vallen en vloekte binnensmonds. Uitgerekend nu was hij door zijn kogels heen.
door sareth
webslaaf, 5418 / 6375
gepost: 22-7-2005
om 13u25
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
Edward keek met open mond naar de verschijning in de deuropening. Alsof het een slechte horrorfilm was, zag hij straaltjes gifgroen licht uit de wonden, ogen, neus en mond van hun laatste rechtopstaande tegenstander priemen. Een misselijkmakende stank walmde zijn richting uit, als bewijs dat het geen wansmakelijke B-film was (want die ruiken naar popcorn en cola). Edward voelde een diepe minachting naar boven komen. Het heerschap in de deuropening had zich blijkbaar niet tevreden gesteld met een 'gewoon' onleven. De nosferatu-geurkaars had overduidelijk zijn onziel verkocht aan iets dat nog veel walgelijker was dan de Sabbat of Camarilla. Een iets dat hem had omgetoverd tot een slecht getruckeerde goochelaar, die met een allesvernietigend groen hellevuur en een perverse inwendige neonlamp zijn tegenstanders intimideerde en liquideerde. Edward zag het bij deze niet enkel meer als een uitdaging, maar ook als een plicht om hun tegenstander neer te leggen. Met het weinige bloed dat hem nog restte, concentreerde Edward zich op het pistool in zijn hand en schoot twee keer kocht achter mekaar.
"Hey lavalamp, laat eens zien of je tegen milieuvervuiling kan!"
door Zorbalt
Moorderator, 3192 / 5435
gepost: 22-7-2005
om 14u00
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
De roestige gang baadde in een gifgroene waterige gloed. Bijna automatisch schatte agent Sellers de situatie in. Nu hij door zijn kogels heen was leek hij vrijwel weerloos, maar er waren altijd mogelijkheden. Een amateur was op dit moment alle hoop verloren, maar een getrainde professional wist alle kansen te benutten.

En Sellers zag een kans…

Terwijl Vincent’s sire op de bron van het helse licht vuurde, zakte Duncan door zijn knieën en greep het koude gevest van het zwaard dat één van de gevluchte tegenstanders had laten vallen. Aan het kille snijblad kleefde donker bloed en hij hoopte dat de boosaardige vitae op het wapen zijn werk nog zou doen.

Hij pakte het zwaard in zijn enige hand en tuurde langs de oude man naar de steeds feller wordende lichtbron. Hij kon niet inschatten of de schoten van zijn packgenoot de creep hadden verzwakt en kneep zijn ogen tot spleetjes. Toen zette hij zijn Nike’s af tegen de roestige bodem en als een aanvallende panter sprong hij Evans voorbij, het zwaard in bleke vuist geklemd.

”Edward bukken!”

Zijn schreeuw galmde door de gang. Hij hoopte dat de oude man naar hem zou luisteren en met een wijde armbeweging zwaaide hij het lemmet over zijn schouder. Met een kreet hakte hij in op het sissende en stinkende hoofd van zijn vijand. Als hij faalde zou het hellevuur eerst hem verteren.
door malkav
achterban(k), 4036 / 7020
gepost: 28-7-2005
om 20u46
Antw: Scène 7: Roestige Doornen
De kogels van de filmcriticus verdwenen in het oplichtende lichaam van de ondode. Het demonische wezen slaakte een kreet terwijl er uit de gaten waar de kogels het ondode vlees waren binnen gedrongen groene steekvlammen verschenen.
Het hoofd van de vampier was half verdwenen tussen zure fosfordampen en leek alle kanten op te knikken, alsof het te zwaar was om rechtop te blijven staan. Diep vanuit het oplichtende lichaam klonk een luid gesis en binnen enkele ogenblikken zou dit creatuur zijn dodelijke krachten tonen. Het werd steeds heter in de gang.

Op dat moment sprong er een brullende schim naar voren en voordat het monster iets kon doen flitste het scherpe lemmet van een zwaard door de groene vlammen heen. Het lemmet raakte vuur en vlees. Het snijblad beet zichzelf vast in de nek van de vampier en versplinterde slokdarm, luchtpijp, spieren en bot. Als een half afgehakte maiskolf viel het gillende hoofd naar opzij en bleef aan enkele sissende spier en huidvezels hangen. Vuurtongen likten de arm en het gelaat van de aanvaller. Deze liet het houwwapen los en zakte ineen. Het zwaard bleef diep vaststeken tussen sleutelbeen en het midden van de borst.

Het groene vuur doofde toen het monster al rochelend achteruit viel. Toen zijn levenloze lichaam de grond raakte was er enkel een rokend karkas overgebleven. Ook het zwaard viel op de roestige bodemplaten en bleef daar dampend en doods liggen. Een sterveling was vast en zeker gestikt in de giftige dampen die als een dikke mist door de scheepsgang dreven.


Op de galerij in de grote laadruimte, niet ver van de twee Dockers nabij het trappengat, vochten Vincent Rafter en Gharston Roland een doodsstrijd uit. De bokser wist één van de aanvallen van de Ravnos te ontwijken, maar voelde vrijwel gelijktijdig hoe de tweede dolk met kracht diep tussen zijn ribben onder zijn linker oksel werd gestoken. Een felle pijnscheut trok via Rafters gespierde arm naar zijn hand. Hij wist dat elke beweging met deze arm vanaf nu extra pijn zou doen zolang de dolk er nog zo diep instak.

Gharston vloekte hardop toen de dolk in het vlees van zijn packgenoot verdween. Hij deed een stap achteruit. Het liefste was hij van de galerij gesprongen, maar zijn benen wilde niet naar hem luisteren. Ook de rest van zijn getrainde lichaam deed niet wat zijn hersenen opdroeg en dit boezemde hem angst in. Hij keek naar de zilveren dolk in zijn hand en maakte zich klaar om op de aanval van zijn kameraad te reageren.


Onder de cultisten was er commotie ontstaan toen drie van de vier vampiers die enkele minuten eerder naar beneden waren gestuurd, gewond de gebedsruimte in strompelden. Ze bleven in de buurt van de deur en hielden zich ver van het ritueel. Zij wisten immers hoe dit zou gaan eindigen.
pagina's: 1, laatste

naar boven