WAARSCHUWING: blijkbaar ondersteunt je browser geen JavaScript of staat het niet ingeschakeld. Aangezien JS op geen enkele manier de veiligheid of privacy van je pc in gevaar kan brengen, maar wel interessante interactiemogelijkheden biedt, gebruikt deze site erg veel JavaScript. Wil je dus van alle toeters en bellen genieten, doe jezelf een lol en verzet de settings van je browser even ;o)
Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
10-10-2006, 14u35, door
DeHeld
De drie ingehuurde krachten zijn niet veel wijzer geworden uit het interview van Skolnik. Verre van. Het begint zelfs moeilijk te worden om te onderscheiden tussen bondgenoten en tegenstanders. Eric voelt het koude staal van het hek wanneer hij het openduwt, en speurt toch eerst even de straat af voor gevaren. Niks opvallends. Een geladen kar gaat naar de fabriek, een stuk of wat mannen slenteren in de richting van een café. Cutter haalt opgelucht adem. Hij heeft het vervelende gevoel dat hij binnen de korste keren meer vragen gaat moeten beantwoorden dan hij zelf stelt.
OK, Time to hit the dirt . Ze hadden enkele namen om op voort te gaan, nu was het een kwestie om die groezelige types op te sporen.
En als we ondertussen nog tijd hebben voor een gebedje: ik hoop dat het iets oplevert.
Reacties
door Ulfgar pluijmvee, 1569 / 2151 gepost: 18-1-2006 om 22u58
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Verre van enthousiast slentert Eric van het tuinpad de straat op. Hij schopt tegen een verdwaald steentje, wat meteen tegen een ietwat verwaarloosde lantaarnpaal aanketst. Aan alles is te zien dat dit niet direct een van de mooiste buurten is.
Zwijgend kijkt hij zijn vrienden aan. Hij weet niet goed wat te doen nu. Het speurwerk zou van zijn kant moeten komen, maar voorlopig hebben zijn technieken hem niet direct verder kunnen helpen. De directe manier van zowel Trashmir als Rod zijn daar ook niet direct batend bij. Stilletjes aan vraagt hij zichzelf wel af waarom hij het nog doet.
Om de stilte maar wat te breken, vraagt Eric nogmaals aan de beide anderen wat hun ideeën zijn. "Nu, wat denken jullie ervan? Zoals net gezegd stel ik me voor dat Trashmir zijn oor in de buurt te luister gaat leggen. Probeer te weten te komen wat je kan over Skolnik. Ik vertrouw die gast voor geen meter. Probeer ook wat info te verkrijgen over Onevka. Er schijnen daar nogal rare dingen te gebeuren. Aangezien de andere verdwijningen, lijken we het geloof niet direct uit te kunnen sluiten.
Roderick en ikzelf kunnen dan eens bij Herbert of Krugenflasche gaan vragen over die Nicolaj en Arthem. Misschien dat hij ons daarover wat kan vertellen."
Ondertussen vist Eric uit zijn zak zijn oude pijp. Om een of andere reden begint hij altijd weer aan die oude gewoonte wanneer hij niets te bedenken weet. Opium heeft hij gelukkig achter zich weten te laten. Met een lucifer steekt hij zijn pijp aan, waarna hij een paar kleine trekjes ervan neemt. Hij kijkt de twee afwachtend aan, terwijl hij de rook zijn longen in voelt gaan.
door Raska mandraak, 5227 / 10811 gepost: 19-1-2006 om 9u44
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
'Mja,...' Trashmir is niet overtuigt. Terwijl hij het steentje over de straat ziet kletteren en Eric zijn voorstellen uit de doeken doet, overdacht hij wat hij zou te weten komen van Skolnik bij een buurtonderzoek. Bijzonder weinig waarschijnlijk.
'De mensen hier in de buurt zijn niet happig om iets te zeggen. En al zeker niet over hun weldoeners. Ik denk dat ik met de harde hand de deur wordt gewezen als ik ergens aankom en leukweg vraag: en heb je nog smerige roddels over Skolnik.' Trashmir lacht en schud meewarrig met zijn hoofd.
'Maar over Onevka wil ik wel eens gaan horen of ik die vrienden van Moshe te pakken kan krijgen. Die zullen zeker wat meer kunnen zeggen over de gebeurtenissen daar.' hij haalt zijn schouders op. 'En als we dan toch bezig zijn kan ik ineens eens horen achter de naam Skolnik, desnoods bij een aantal vrienden van mij die hier af en toe komen om wat Russische prullaria op te kopen.'
Hij kijkt Rod en Eric aan.
'Ik ben al lang blij dat ik niet terug op het gezicht van Krugenflashe moet gaan kijken. En hij zal blij zijn dat ik er niet ben. Die kerel ligt me niet zo heb ik het gevoel.' Hij grijnst en geeft zijn twee kompanen een hand. 'Goed, dan gaan we weer uit elkaar. Ik zal proberen om deze keer geen flik zoals Monty in mijn kielzog mee te nemen'
Trashmir draait zich om en wandelt weg. Waar zou hij in godsnaam beginnen met zijn onderzoek naar die kerels die met Moshe mee naar hier zijn gevlucht? En wat zijn hun namen ook al weer?
Trashmir moest diep in zijn geheugen graven.
door Dworin draak, 361 / 726 gepost: 20-1-2006 om 8u46
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Het begint er echt op te lijken dat bij iedereen de ideen uitgeput beginnen te raken. Rod voelt als oudste een zware druk op zich om de leiding nu naar zich toe te trekken, maar een leven lang orders volgen op kantoor heeft hem volledig vervreemd van dit soort initiatief.
Erg happig om Krugenflasche terug te zien is Rod ook al niet, maar een beter idee heeft hij ook niet, dus: Tja, wij zouden Trashmir inderdaad maar voor de voeten lopen hier. Misschien kunne we dan net zo goed Mr Herbert nog eens lastigvallen. HOewel ik niet denk dat hij bijzonder blij zal zijn ons zo snel alweer terug te zien. Zonder resultaat.
Tegen Trashmir zegt hij: Die Krugenflasche ligt mij ook niet zo. Of eerder, ik lig hem niet. Maar goed, we moeten toch iets. Trouwens, je hoeft natuurlijk niet zo heel direct vragen te stellen, he. Misschien dat je zo terloops nog kunt laten vallen dat we mot gehad hebben met Fielder en Tuppence. Je weet nooit of er iemand nog wat over dat tuig te melde4n heeft.
door DeHeld Stamgast, 4150 / 6056 gepost: 23-1-2006 om 18u32
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Trashmirs voetstappen zijn nog nat in de aarde als er aan de andere kant van de straat een bobbie opduikt. Hij wandelt met snelle pas naar de Ier en de Brit, en vraagt hen om hun naam. Wanneer hij die weet, raagt hij hen niet onbeleefd maar met duidelijke aandrang om mee te komen. In de buurt van de shul staan zijn collega's, en een inspecteur van de politie. De agent fluistert hem iets in het oor en beiden kijken naar de pas toegekomenen. De inspecteur in hoed en winterjas stuurt de man heen met een bemoedigend schouderklopje en wandelt op Cutter en Flahherty af.
Hij tipt even zijn hoed aan.
"Middag heren. Jullie zijn kennelijk de huurlingen van Herbert, niet slecht bedoeld. Volgens hetgeen ze me hier vertellen hebben jullie gisteren met een van de belangrijkste getuigen gesproken. Eerder vermelde getuige is nergens te vinden vandaag. Laat me een gokje wagen. Je gaat zeggen dat jullie er niets mee te maken hebben, dat jullie van niks weten, en als ik aandring komt het erop aan dat ik geen bewijs heb tegen eender wie. Zit ik warm? "
Het is duidelijk een no-nonsens type, en geen van beide ondervraagden weet zeker of hij hen behandelt als getuigen, of als verdachten. Hoewel de omstandigheden duidelijk naar het tweede graviteren.
door Ulfgar pluijmvee, 1575 / 2151 gepost: 23-1-2006 om 19u16
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Met een koele blik kijkt Eric de man aan. Dit is zo een ventje wat een slechte naam gaf aan het korps. Te onervaren om subtiel om te gaan met een zaak. Hij kan eenzelfde reactie van Eric terugverwachten...
Op een ijzige toon zegt hij: "Goed, wanneer je dat wil horen: We hebben er niets mee te maken, we weten wel dat het gebeurd is. Graag zouden wij ook dergelijk bewijs hebben, aangezien we voor Herbert bezig waren met de moord op Moshe, maar laten we er even vanuit gaan dat dergelijk bewijs niet aanwezig is. Ik zou dus zeggen dat je op een graadje of 15 zit, ongeveer, in Europese graden."
Na een verwoestende blik te hebben gekregen, wacht Eric het getier af. Hij werd zo langzamerhand een beetje moe van de situatie en hij had weinig zin om ook nog eens gezeur te krijgen met een of andere inspecteur die tegen hem praat alsof hij een kindje is. Snel daarna bedenkt hij zich en besluit hij het getier te vroeg af te zijn.
"Indien u de rest van het verhaal wilt horen, zegt dat dan, dan zullen we het u vertellen en uitleggen waarom we contact hebben gehad met Reb. Maar begin alsjeblieft niet met een dergelijke toon. Ik had al een hekel aan die gasten toen ik zelf nog op jouw plaats stond."
door Dworin draak, 362 / 726 gepost: 24-1-2006 om 7u54
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod voelt zich betrapt wanneer de politieman zo aggressief op hen afstapt. Hoe weet die man dat Mr. Herbert hen heeft ingehuurd? Die vraag houdt hem even bezig. Dan bedenkt hij zich dat ze gisteren immers zelf het politiebureau binnengewandeld zijn. Dat verklaart de zaak.
Inmiddels heeft Eric het woord genomen, dus Rod doet niet anders dan instemmend knikken, zonder trouwens echt naar hem te luisteren. Politielieden onder elkaar zullen wel dezelfde taal spreken, denkt hij, volledig doof voor de onderhuidse spanning tussen de twee.
Dus de politie is nog maar net op de hoogte van Rebs verdwijning, peinst hij. Het moet duidelijk zijn dat die verdwijning in verband staat met de moord op Moshe, dat zal zelfs de politie snappen. En de drie 'huurlingen' hebben die moord duidelijk niet gepleegd, want ze zijn pas later ingehuurd. Maar het kan natuurlijk zijn dat Reb als getuige gevaarlijk was en dat iemand hem daarom uit de weg wilde hebben. En dan konden zij dus toch verdacht worden.
In ieder geval stond het voor Rod vast dat als Reb belangrijk genoeg was om te laten verdwijnen, dat hij voor hen belangrijk genoeg was om te gaan zoeken. Hij nam zich voor dit nogmaals tegen Eric te zeggen.
Of misschien een directe aanpak? Hij neemt besluit en stapt op de politieman af met uitgestoken hand: O'Flahherty is de naam. Ik kan me net zogoed voorstellen, want we zullen elkaar nog wel vaker zien. Vermoedt u een verband tussen de moord op Moshe en de verdwijning van Reb? vraagt hij zo neutraal mogelijk. Hij aarzelt even, en besluit dan dat een no-nonsense reactie op zijn plaats is. Gaan we nu, ehhh, samenwerken of elkaar tegenwerken. Ik prefereer het eerste, ziet u. Terwijl hij nog praat dringt tot hem door dat er tevoren iets onvriendelijks gezegd is. Hij hoopt nu maar dat hij geen olie op het vuur heeft gegooid.
door DeHeld Stamgast, 4153 / 6056 gepost: 24-1-2006 om 15u53
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
De inspecteur laat zich niet zo makkelijk aftroeven.
"Nee, inderdaad, meneer Cutter, jij staat niet meer op mijn plaats. Nu sta jij aan de andere kant, en we weten allebei waarom. Bid dat Reb pavel nog op lichaamstemperatuur zit als we hem vinden en hou die grote mond van je bij. Wijsneus. "
Hij is pas uit zijn lood geslagen wanneer Roderick een goedbedoelde bijdrage aan het gesprek levert, maar is kennelijk niet van zin zich door vriendelijkheid uit zijn lood te laten slagen.
"Ik weet niet wat u van plan bent, meneer Flahherty, maar als hier iemand een onderzoek voert, dan is het de politie wel. Jullie werken voor Herbert, wij werken voor het gerecht. Het is beter voor ons beiden als u dat niet zou vergeten. Voelt u zich misschien geroepen om te verklaren waarom u gisteren met Reb Pavel bent gaan praten, kort voordat enige voetsporen hem naar de vergetelheid voerden? En waar is de derde man, die gisteren bij u was?"
In zijn zak had hij al een kladblokje zitten en daarin is een potlood gewikkeld.
door Ulfgar pluijmvee, 1578 / 2151 gepost: 27-1-2006 om 17u34
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Stilaan begint het geduld van Cutter sterk op te raken. Nochtans weet hij dat het nu verstandiger is om maar gewoon mee te werken. Hij is bezig op het randje van de wet en weet waar dat randje ligt. En ook al heeft hij deze niet overschreden, hij kan moeilijk ontkennen dat op dit moment de papieren van de drie niet best zijn. Stil fluistert hij naar Roderick Beter nu maar meewerken. Ik geloof dat ons onderzoek niet direct is gebaat bij een aantal mensen in de bajes.
Even schraapt hij zijn keel en haalt nog even een trek van zijn pijp af om te voorkomen dat deze geheel uitdooft. Dan begint hij te praten:"In het begin zagen wij in Reb een persoon die mogelijk meer kon weten over de moord op Wodeski. Van hem kregen wij te horen dat de arme stakker nogal vaak vanwege anti-semitisme bedreigd werd. Dit kwamen we gistermiddag te weten. Daarna hebben wij hem niet meer gezien. De andere man is een klein buurtonderzoekje gaan doen naar twee personen die wij in verband brengen met de moord op Wodeski."
Afwachtend kijkt hij de inspecteur aan. Hij bedenkt zich of de man hem bekend voorkomt, maar hij besluit dat dit weinig uitmaakt. Zij zijn op dit moment zijn zondebok en hij ziet in hen potentiële daders of bronnen.
door Dworin draak, 365 / 726 gepost: 30-1-2006 om 6u19
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Beter meewerken, pfffff, het mocht wat. Het was immers Cutter die zojuist de agent iets onvriendelijks had toegesnauwd terwijl Rod alleen maar had voorgesteld samen te werken. Alleen het feit dat er anderen bijstaan weerhoudt de onstuimige Ier ervan om Eric onderuit de zak te geven.
Wanneer Eric is uitgepraat vult Rod aan: Ziet u, Reb was ehh, tja, niet erm, zo erg begaafd. Misschien dat hij op de hoogte was van een belangrijk detail in verband met de moord zonder dat zelf te beseffen. Dat kan hem gevaarlijk gemaakt hebben voor de moordenaar of diens opdrachtgever.
Hij realiseert zich dat hij de meer specifieke vraag van de agent niet heeft beantwoord, net zo min als Cutter. Dat we Reb in de eerste plaats bezocht hebben hoeft u toch nauwelijks te verbazen. Per slot woont hij het dichtst bij de synagoge en was bovendien een bekende van Wodeski. Nu hij verdwenen zullen we vast naar hem op zoek moeten. Hetzelfde geldt ongetwijfeld voor u.
Eigenlijk wil hij verder en hij wisselt zijn gewicht van de ene op de andere voet. Erg goed in het verbergen van zijn ongeduld is hij nooit geweest.
door DeHeld Stamgast, 4161 / 6056 gepost: 31-1-2006 om 13u04
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Kijk nou, jullie hebben er inderdaad niks mee te maken. Wat een pak van m'n hart. Je bent slim genoeg om te beseffen dat het er vreemd uitziet, natuurlijk. Waarom zou Reb pas ontvoerd worden nadat hij jullie gesproken heeft? Of is hij gevlucht? Waar hebben jullie het zoal over gehad? Trouwens, laat me iets weten als je je twee verdachten wil arresteren he. " Dat laatste was duidelijk een onnodige sneer - deze vent mocht hen duidelijk niet. of misschien begon de politie inderdaad achterdochtig te worden. Het was een gesloten wereldje. Voor de mensen van Stepney waren ze buitenstaanders. Voor de mensen van de politie waren de mensen van Herbert.
Maar de inspecteur heeft wel iets aangeraakt dat Roderick dwars zat: waarom verdween Reb Pavel? Als hem het zwijgen moest opgelegd worden, dan zou een moordenaar dat toch op dezelfde manier kunnen doen?
door Dworin draak, 366 / 726 gepost: 1-2-2006 om 15u16gewijzigd door DeHeld 7-2-2006 om 16u09
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Eric let niet op de reactie die Roderick vertoont na de plotselinge ommekeer van Eric's gemoedstoestand. De oud-inspecteur weet dat hij niet direct vrienden is met deze oud-collega en hij kon het ook niet laten om dat te tonen. Indien hij zich niet vergist, klopt het zelfs dat deze man ooit verbonden is geweest aan het team wat onderzoek deed naar mogelijke dwalingen van Eric die de dood van Frank als gevolg hadden. En dat is hij nooit vergeten.
"Onze collega heeft het over de mogelijke moord gehad. Reb vertelde over de mishandelingen die hij te verduren kreeg van twee extreem-protestantse heren. Maar ik vermoed dat deze mannen er weinig mee te maken hebben. " Peinzend kijkt hij de man aan. Ongeacht de situatie zal Eric het niet met de inspecteur hebben over de verhalen van de Snorremans over de vreemde bedoelingen in Onevka. Ten eerste zou hij ze niet geloven... Eric weet immers zelf niet wat ervan te geloven. Ten tweede is hij niet van plan om deze idioot te bedienen van deze mogelijk kostbare informatie.
Hij vervolgt:"Ik denk niet dat deze relschoppers in staat zouden zijn om iemand te ontvoeren. "
Met deze woorden stopt hij met spreken, opdat Roderick zijn gedachtengang kan laten gaan.
Maar Rod haalt zijn schouders op, Ik vroeg daarnet of we elkaar zouden helpen of tegenwerken. Ik neem aan dat ik u mag bedanken voor uw antwoord.
De smeris likt zijn lippen, als een roofdier dat al genot heeft van zijn prooi. "Nope, inderdaad, je zit op hetzelfde spoor als wij. Hier zitten de Joden zelf achter. " Dat doet hem om een of andere reden plezier. Hij voegt er enkel nog aan toe dat de beide mannen mogen gaan, en dat ze uit de problemen moeten blijven.
Roderick draait zich dan maar naar Eric. We kunnen onze tijd beter besteden dan met deze lieden te praten. Ze weten kennelijk al even weinig als wij.
Rod popelt evenwel om met Eric het belang van Rebs verdwijning nog eens te bespreken. Dat Reb gevlucht zou zijn lijkt hem onwaarschijnlijk. Ten eerste was er dat bloed en ten tweede. Tja, hij dacht eigenlijk niet dat Reb zulke initiatieven zou nemen.
Misschien was hij te onbelangrijk om het risico van een moord te nemen en was hij daarom ontvoerd. Maar dat leek Rod eerder een nog groter risico. Hier was iets niet pluis, en ze moesten er maar eens achteraan. Van praten met Skolnikken werden ze toch niets wijzer.
door Dworin draak, 370 / 726 gepost: 10-2-2006 om 9u14
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod wandelt naar de hoek van de straat. Welke hoek kan hem even niet schelen, maar hij wil met Eric kunnen praten zonder dat de agenten hen kunnen zien.
Wanneer ze buiten gehoorafstand zijn, zegt hij: Die verdwijning van Reb, dat is eigenlijk het enige spoor dat we hebben, he. Samen met dat raadselachtige briefje, maar daarmee kwamen we nog niet veel verder. We moeten nu eerst maar eens achter Reb aan. Het ongeduld klinkt duidelijk door in zijn stem. Op kantoor urenlang over een rapport gebogen zitten was een ding, dat ging tenminste vooruit. Deze zaak zat echter muurvast.
Vervelend dat dat bloedspoor zo opeens ophield, anders hadden we het kuknnen volgen. Je zou eigenlijk een neus als een hond moeten hebben .... hee hij port Eric in zijn zij, ken jij niet iemand met een speurhond? Een van je oude collega's? Of zijn ze allemaal zo behulpzaam als die van daarnet?
door Ulfgar pluijmvee, 1587 / 2151 gepost: 10-2-2006 om 17u55
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Een speurhond. "Op zich een aardig idee van je, Rod. Het heeft nog niet geregend, alhoewel de ochtendsmog het spoor niet echt goed zal hebben gedaan.
De persoon waar wij waren geweest op het bureau de eerste keer... Timothy Plint. Ik geloof alleen niet dat hij ons nog kan helpen zonder zelf gevaar te lopen. We zijn immers al illegaal bezig op dit moment..."
Snel fluistert Eric "Laat ons er later over spreken. Ik geloof dat m'n lieve collega er weer aankomt" , terwijl hij een knik richting de inspecteur gaf, die meteen achter hen aangelopen kwam.
Eric draait zich om naar de man en spreekt hem aan:"Zo, Watts, ik neem aan dat je ons niet meer nodig hebt? Want dan gaan wij ons ergens anders ophouden, om te voorkomen dat we jullie in de weg lopen." Aan het eind van de zin klinkt er een flauw sarcasme uit de woorden van Eric, voor zij die hem echt kennen.
door DeHeld Stamgast, 4173 / 6056 gepost: 10-2-2006 om 21u06gewijzigd door DeHeld 10-2-2006 om 21u06
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
C.K.Watts reageert gebeten als hij merkt dat hij betrapt is. "Je mag heen lopen, Cutter. Probeer uit de buurt van misdrijven te blijven en doe de verdachten de groeten van me. " probeert hij zijn gezicht nog te redden. Kennelijk had deze bloedhond ook wat geroken.
Cutter neemt de hemel in zich op, plots ongerust over eventuele regen. In zijn gedachten overliep hij waar hij een speurhond zou kunnen vinden. Hoe dan ook, als ze nog ver wilden lopen, konden ze best haast maken. Anders zou Trashmir maar staan wachten. En hier werden ze toch niks wijzer.
door Dworin draak, 371 / 726 gepost: 14-2-2006 om 10u24
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
De goeie Roderick had al in geen veertig jaar meer met de politie te maken gehad. 's Morgens braaf naar kantoor, 's middags weer naar huis en dat hij een deel van zijn geld afstond aan dubieuze figuren om er revolutie in Ierland mee te bekostigen wist niemand.
Maar met het onplezierige gedram van dat ettertje, Watts, noemde Eric hem, kwamen de jeugdherinneringen terug. Vader die de pacht niet kon opbrengen. De landeigenaren die hem op straat hadden gezet, dat was Rod nooit vergeten. Dat de politie op de achtergrond gestaan had om te verzekeren dat ze 'vrijwillig en ordentelijk' hun boeltje zouden pakken, daar had hij al lange tijd niet meer aan gedacht.
Kom op Eric, laten we gaan, sist hij luid genoeg om door de windbuil gehoord te worden, De politie staat zoals gebruikelijk weer eens niet aan de kant van de slachtoffers. Hij draait zich resoluut om; ogenschijnlijk om de agent geen blik meer waardig te keurem, maar feitelijk omdat hij weet dat hij anders zijn zelfbeheersing verliest. Laat hen maar met Fielder en zijn onheilige engelen praten en door hen afgezeken worden, dan volgen wij ons eigen spoor.
door Ulfgar pluijmvee, 1589 / 2151 gepost: 14-2-2006 om 20u46
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Onder het aangeven van de laatste sneer door Roderick besluit Eric om inderdaad de pas erin te zetten. Terwijl ze door de straten lopen, gaat zijn grijze massa tekeer. Een van de enige personen met wie hij nog goed contact had was Plint. Maar Timothy zal hem moeilijk aan een hond kunnen helpen. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Watts dit ongevalletje ongetwijfeld zal gaan doorspelen naar hogerhand, waar men niet zo 'in-to' de privé-speurders is.
"Goed, laten we maar op weg gaan. Wanneer we bij een telefooncel zijn, zal ik eens Plint raadplegen. Allicht dat hij nog iemand weet waar ik een dergelijke speurhond kan lenen. Het probleem is dat het baasje er ook direct bij zal moeten zijn. Die honden zijn op een speciale manier getraind, moet je weten. En ze luisteren onvoorwaardelijk naar hun baasje."
Met een zuur gezicht kijkt Eric voor zich uit. Het lijkt er allemaal niet beter op te worden. Toch intrigeert de zaak hem op een bepaalde manier. De woorden van de Snor hebben zijn uitwerking duidelijk niet gemist.
door Dworin draak, 373 / 726 gepost: 16-2-2006 om 7u53
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod werd er tijdens werkdagen vaak genoeg (te vaak, vond hij) op uitgestuurd met dossiers om te weten waar in Londen de telefooncellen te vinden waren. Kom, er is een telefooncel twee straten van hier.
Eindelijk iets concreets om te doen.En dan iets waar ze de politie te snel mee af zullen zijn. Wat Rod van de bazen moest vinden, daar was hij nog niet uit. Uitzuigers van hun arbeiders, maar zonder bazen zouden die toch ook niks te eten hebben? En dan waren het nog Joden ook. Maar Rods oordeel over de politie was in deze zaak gevormd. Arrogante lui die niet geinteresseerd waren in hun medemensen.
Maar wat hadden zij eigenlijk al gedaan voor die sloebers? Ook nog niet veel. Hij denkt terug aan dat oproerkraaiende boek van die Marx. Denk je dat ze meer loon zouden moeten eisen? vraagt hij wat afwezig terwijl hem te binnen schiet dat ze met dat briefje ook nog geen steek verder zijn gekomen.
De voorbijgangers kijken hen schuins aan. Logisch, in dit deel van de stad komen doorgaans enkel oppassende burgers. In hun sjofele vermomming vallen ze hier juist extra op. Wanneer ze bij de telefooncel aangekomen zijn staat een weldoorvoede heer met een kennelijk nagelnieuwe bolhoed op duidelijk te aarzelen of hij niet zal ingrijpen voordat deze arrebeiders de telefoon met hun ziektekiemen zouden besmetten. Angst voor zijn bolhoed geeft de doorslag en het heerschap wandelt door, mentale notitie nemend dat hij voortaan de telefoons niet meer zonder zakdoek zal vastnemen.
Rod doorzoekt zijn zakken naar kleingeld en vindt enkele pennies. Hier, ik hoop dat je het adres weet. , en verzinkt opnieuw in zijn gedachten.
door Ulfgar pluijmvee, 1590 / 2151 gepost: 16-2-2006 om 20u48
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Uit zijn portemonnee pakt hij een klein, verfrommeld briefje waarop 'T. Plint' en een telefoonnummer staat. Dit is het telefoonnummer wat Plint hem laatst heeft gegeven. Hij bedenkt zich nog een keer en realiseert zich dat hij hem hiermee wel voor het blok zet. Maar niet geschoten is altijd mis, zoals ze zeggen.
"Goedemiddag, hoe kan ik u van dienst zijn?" zegt een vriendelijke receptioniste. "Ik zou graag Sir Plint willen spreken. Zou u mij kunnen doorverbinden?"
Na een ongeduldige blik van zowel Roderick naar Eric als terug en twee muntjes later klinkt de stem van Plint door de telefoon. Een kort en positief klinkend gesprek doet Roderick hopen... en terecht zo blijkt.
"Ha Timothy, met Eric weer...
Ja, nou, ja... Ik kwam een vervelende bekende tegen...
Ja, die ja...
Bedankt daarvoor, maar dat was niet waarvoor ik belde. Ik vroeg me af of een speurhond te regelen zou vallen.
Een speurhond ja...
Hmm...
Ja, zoiets dacht ik al...
Ja? O, dat zou echt fantastisch zijn...
Nee, dat begrijp ik. Ik zal eens kijken wat er te regelen valt met Herbert...
Ja...
Natuurlijk. Ik wil al helemaal geen heibel. Ik weet in welke situatie ik zit.
vlakbij de fabriek ja..." Snel kijkt Eric naar het adres waar ze zich bevinden en geeft het door.
"Ok, bedankt Plint. Mocht je nog een drankje bij me willen komen halen, ben je altijd welkom.
Ok, is goed. Dag."
Na het gesprek richt Eric zich meteen tot Rod, die verwachtingsvol naar hem kijkt. "Ok, hij gaat het proberen te regelen. Ook hij zei dat het moeilijk is vanwege de omgeving enzo om daadwerkelijk sporen te vinden, maar hij wilt ons wel helpen.
Nu, we moeten ons bij de politiepost zodadelijk melden. De man zal in burger met ons ons kleine speurtochtje uitvoeren.
Eric loopt uit de telefooncel vandaan en staart naar de politieagenten. Hij hoopt niet dat Wats zich vervelend gaat gedragen. Die hield er sowieso al niet van om door mensen op hun plaats gezet te worden en Eric had het nare gevoel dat Watts zich zodadelijk wel zo zou voelen.
door Dworin draak, 377 / 726 gepost: 27-2-2006 om 2u52
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod is blij verrast door de vlotte instemming waarmee zijn ideetje was begroet. Per slot was het zomaar een inval geweest. Maar daarvoor werkte je nu eenmaal samen. Kleine ideetjes konden de zaak vooruit helpen. Althans, bedacht Rod zich, dat was te hopen.
Hij ziet de blik van zijn kompaan in de richting waar de windbuil ongeveer moest zijn. Hij begreep Erics ongerustheid, Het zal zaak zijn klaar te zijn met ons onderzoekje voordat die Watts het in de gaten heeft. Dan kan hij daarna zeuren wat hij wil, wat we eenmaal weten kan hij ons niet meer afnemen.
Rod wurmt zich de nauwe telefooncel uit. Zodra hij buiten komt valt het hem op hoe guur het weer is. Vooral omdat hij zijn oude, afgetrapte kleren aanheeft. Hij heeft er geen idee van of zulke kou gunstig is voor een reukspoor of juist niet. Even overweegt hij het te vragen, maar dan bedenkt hij zich dat ze aan het weer toch niets kunnen veranderen. Hij trekt de jas dichter over zijn schouders om nog een beetje warmte te krijgen en voelt een koude rilling over zijn rug lopen.
Laten we voortmaken dan, zegt hij, Ik krijg het koud.
door DeHeld Stamgast, 4219 / 6056 gepost: 28-2-2006 om 14u26
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Het duurt enige tijd, meerbepaald een thee en een koffie en plaspauze op de koer van het duistere cafeetje, alvorens een man in lange jas en met de hoed diep over de kop gedrukt komt aangestapt met een deftig tempo. Aan een lederen band heeft hij een trouw trippelende hond mee, behoorlijk wat kleiner dan verwacht. Het baasje wandelt naar zijn vermoedelijk contactpersonen en vraagt op samenzwerderige toon naar de prijs van chocolade, terwijl hij over zijn kraag naar eventuele toehoorders speurt. Nog voor een van hen van zijn verbazing bekomen is, grijnst de man en steekt zijn hand uit.
"Grapje. Ik herkende je van vroeger, we hebben als eens samengewerkt. Philmore Barring, maar noem me maar Haggard, doen ze allemaal. Sorry dat ik laat ben, maar de baas liet me niet vertrekken zonder dat ik me omgekleed had. 't Schijnt dat we uit het zicht moeten blijven, huh? Nu ja, wij zijn al lang blij dat we mochten buitenkomen. Waar is de achteringang? "
door Dworin draak, 378 / 726 gepost: 1-3-2006 om 12u17
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Vol ongeduld zit Rod in het cafe. De koffie helpt ook niet echt om hem te kalmeren, maar na een tijdje wachten komt dan eindelijk een opvallend onopvallende man het cafe binnen. Met een hond. Dat is ongebruikelijk, en zowaar de man begint koeterwaals tegen Eric uit te slaan.
Inmiddels is Rods aandacht meer gevestigd op de hond. Zijn verleden van het platteland verloochent zich niet, en binnen de kortste keren heeft hij vriendschap met het dier gesloten. Het is op slag duidelijk dat het een intelligent dier is aan de manier waarop het Rod aankijkt. En de manier waarop het dier het koekje negeert dat nog op Rods schoteltje ligt bewijst dat het goed is afgericht.
Wanneer de man is uitgepraat wil Rod al opstaan. Goed, afrekenen en vertrekken, dan maar. Voordat het gaat regenen of er andere dingen tussenkomen.
door Ulfgar pluijmvee, 1599 / 2151 gepost: 1-3-2006 om 23u19
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Haggard... Haggard... dat zou best wel eens kunnen ja... was jij niet bij één van mijn latere zaken erbij? Nu ja, we kunnen je goed gebruiken. Langs daar, dan kunnen we direct naar plaats delict om deze snufferd eventjes z'n neus in andermans zaken te laten steken."
Nadat Roderick het voorstel om maar meteen weg te gaan deed, loopt Eric richting de bar om daar met 4 pence af te rekenen voor de twee drankjes. Gedrieënlijk loopt de groep via de achteringang van het café naar buiten.
"Zeg Haggard, denk je dat het weer goed is? Het spoor is mogelijk niet al te vers, dus ik hoop dat hij het alsnog kan volgen..." Hoopvol kijkt Eric de man aan.
door DeHeld Stamgast, 4230 / 6056 gepost: 6-3-2006 om 18u01
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Hey, ik maak je niks wijs makker, de omstandigheden zijn er niet naar. Maar niet geschoten is altijd mis en Timber hier heeft z'n naam niet gestolen. Als hij iets oppikt, zul je het snel genoeg merken. Van wat me verteld is is het een achterafplaatsje. Als er niet teveel volk komt is het spoor misschien duidelijk. Wat IS dat verdomme voor een geur? "
Haggard kijkt nogal ongelukkig als de walmen van de Kosher Food fabriek hem tegemoet waaien. Dat is kennelijk een omstandigheid waarmee niet was gerekend.
Hij vertraagt, en grijpt de arm van Roderick, die naast hem vooruitloopt.
"Ik zie dat je haastig bent, m'n jongen, maar er is me op hart gedrukt discreet te zijn. Ik ga niet met dat uniform daar onderhandelen om door te mogen. Heb je geen andere plannetje gereed? "
De politie is blijkbaar nog steeds bezig rond het kerkhof.
door Dworin draak, 383 / 726 gepost: 7-3-2006 om 6u18
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Zo zie je maar weer hoe snel een mens aan alles kan wennen. De verstikkende geur, waar Rod een dag eerder zijn maag nog hevig tegen voelde protesteren, was hem nu al helemaal ontgaan. Hij kijkt eens naar de hond, en inderdaad, het dier lijkt niet blij te zijn met de overdonderende geur. Hopelijk kan het beest het spoor nog boven de stank uuit ruiken. Of er tussendoor, of wat dan ook. Het is de fabriek die hier staat, verklaart hij aan Haggard, men zegt dat het om eten gaat, maar het bederft mij de eetlust.
Omdat Rod naar beneden, naar de hond, keek, heeft hij niet gezien dat verderop in de straat een tweetal agenten met elkaar staan te praten terwijl ze de omgeving in de gaten houden. Haggard hoeft hem niet te vertellen dat ze die niet willen tegenkomen. Rod heeft genoeg frustrerende gesprekken met agenten achter de rug.
.Zeg Eric, begint hij, Waar zei Trashmir dat de achterkant van de begraafplaats was? Een steeg met een bruggetje of zoiets? Dan denk ik dat we dat steegje daar in moeten. Met het oog op de uniformen wijst hij zo onopvallend mogelijk een gapende donkerte in, waar de hogere verdiepingen van de huizen aan weerszijden van de straat elkaar bijna lijken te raken.De synagoge staat immers aan die kant van de weg, en het kerkhof ligt daar achter. verklaart hij zich nader.
door Ulfgar pluijmvee, 1604 / 2151 gepost: 11-3-2006 om 0u14
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Klinkt als een goed plan. Allicht dat het beter is om om de beurten te gaan. Een groep mensen zou denk ik wat teveel opvallen, maar een nietsvermoedende omstander des te minder. Een andere manier zou natuurlijk kunnen zijn om de agenten af te leiden. Een klein praatje met hen maken zou mogelijk net voldoende afleiding geven. De vraag is natuurlijk of we zover willen gaan."
Eric kijkt van de een naar de ander, terwijl hij hun blikken probeert te analyseren. Hoe denken zij over zijn gedachten? Eigenlijk is het natuurlijk van de zotte om een dergelijke manier te gebruiken.
Snel zegt hij daarom maar erbij:"Ehh... de voornaamste reden waarom ik daaraan dacht is omdat ik zo het kleine vermoeden heb dat dat kleine steegje mogelijk teveel in het zicht ligt. Wat denken jullie?"
Nooit had Eric gedacht dat hij ooit nog eens als een dief te werk zou moeten gaan om een synagoge binnen te sluipen. Maar ze zijn nu eenmaal in dit parket beland en er is niet direct een weg uit.
door DeHeld Stamgast, 4236 / 6056 gepost: 11-3-2006 om 22u43
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Niet nodig, als we gewoon een blokje rond lopen, komen we van de andere kant en passeren we niet langs hun gezichtsveld als we het steegje ingaan. Jij gaat eerst, want ik ken m'n weg hier niet. Als er toch ergens agenten op wacht staan aan die kant, pauzeer je even om een sigaret aan te steken. Dan weet ik dat er wat schort en hou ik afstand. Dit is veel leuker dan m'n gewone werk, weet je. "
Haggard reikt een rookstok aan en begint duidelijk op te warmen voor heel het geheimzinnige gedoe. Zelf steekt hij er ook een tussen de lippen, maar steekt hem nog niet aan. "Zelfde geldt uiteraard voor jou. Een rooksignaal is een slecht teken. "
Eric aarzelt, knikt dan kort ter bevestiging. "Volg me op een afstand, maar let op dat je ziet waar ik naartoe ga. " Dan draait hij zich om, en loopt weg om het steegje van de andere kant te benaderen. Eens hij de hoek om is, volgt Haggard met de hond. Af en toe moet hij versnellen om de man voor hem toch zeker niet kwijt te spelen, maar de weg is vrij eenvoudig, en nergens houdt Cutter halt. Dat ziet er dus goed uit. Achter zich moet de Ier lopen, maar hij kan best niet omkijken. Het laatste wat hij wil, is verdacht overkomen. Natuurlijk doen is dus de boodschap. Tussen zijn vingers laat hij zijn lucifers glijden, voor het geval er gevaar dreigt.
Nee, ze moeten er bijna zijn: Eric is van de weg afgegaan en loopt nu op een slam modderspoor naast een riool. Niet dat het verschil met de rest van deze wijk nu zo groot is. "Geweldig," denkt Haggard bij zichzelf, "straks blijkt dat die verdwenen vent op een mesthoop leefde, dan hoeft het helemaal niet meer." Alvast niemand te zien, en Eric kijkt nu duidelijk achterom om te zien wie er al is. Zelf piept Haggard ook achterom, en ziet de wat oudere wordende Ier hem inhalen. Liep hij dan zo snel? Dat was hem niet opgevallen.
Eric houdt zijn vinger voor zijn lippen en wijst met zijn duim naar het muurtje. Hierachter is het dus?
door Dworin draak, 390 / 726 gepost: 13-3-2006 om 8u57
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod is blij verrast dat zijn voorstel zomaar wordt aangenomen. Dat hadden die figuren op kantoor eens moeten horen, met hun eeuwige gezeur over hem. Rod glimt er een beetje van.
In zijn enthousiasme loopt hij sneller dan hij denkt en met een schokje merkt hij dat hij al bijna tegen Haggard aanbotst, terwijl hij eigenlijk afstand had moeten houden. Nou ja, ze zijn er nu kennelijk toch.
Wat onwenning ontwijkt Rod de laatste van de poelen drek die de straat her en der bedekken. Dan richt hij zijn aandacht tot over het muurtje waarlangs een troebele stroom een lucht verspreid die het tegen die van de Kosher Meal kan opnemen. Aan de andere kant van het muurtje doen wat sprietjes een vertwijfelde poging een gazon te vormen tussen wat troosteloos scheefgezakte stenen. Mocht er nog twijfel bestaan over de oorsprong van de stenen, dan geven de merkwaardige hebreeuwse tekens uitsluitsel. Rod denkt dat hij door een bomenrij heen nog een glimp kan opvangen van Reb's hutje.
Kennelijk had de politie er niet aan gedacht iemand bij de achterkant van het kerkhof te posteren. Rod hoopte maar dat ze er sowieso niet rondgeneusd hadden, want dat zou het spoor vast niet ten goede komen. Het strookje modder zag er hoe dan ook al vertrapt genoeg uit. Verwachtingsvol kijkt Rod naar de hond.
door DeHeld Stamgast, 4238 / 6056 gepost: 14-3-2006 om 0u56
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Haggard kijkt diep beledigd terug en trekt zijn hond beschermend wat dichterbij.
"Wat, meen je dat nou? stoot hiij uit, zonder zich om stemvolume te bekommeren, Moet de hond hier in die stinkbeek naar een spoor zoeken? Met dit weer? "
Nadat hij door zijn wild om zich heen kijkend makkers is gekalmeerd, zet zijn verontwaardiging zich om in een methodieke benadering.
"Het zwermt hier van de geuren, en zelfs als hij iets oppikt hier, hoe weten we dan dat we het juiste spoor volgen? Ik weet het niet, het zou helpen als we een leidraad hadden. Waar te beginnen? "
door Ulfgar pluijmvee, 1606 / 2151 gepost: 15-3-2006 om 12u53
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Verschrikt kijkt Eric op van de woedend gebarende agent. Natuurlijk hadden ze eerst een voorwerp moeten zoeken waaraan de hond kan ruiken, ter referentie. En dan komt de man, die speciaal voor dit met zijn job is gestopt, deze situatie tegen.
"Rod, als ik me niet vergis is het toch zo dat Trashmir via deze weg naar de achterkant van de synagoge kon? Daar bevindt zich een hutje waar nog zat spullen van Reb zich zouden moeten bevinden. Waarschijnlijk bevindt zich daar nog een stuk kleding of iets anders met dezelfde geurreferentie."
Eric wijst naar het pad wat Trashmir zegt genomen te hebben en loopt er langzaam op af, afwachtend kijkend naar hoe de anderen erop reageren. Soms vraagt hij zich sterk af of de anderen niet meer een leiderstype van hem verwachten. Maar hij was altijd een eenling, die meer de hulp van anderen kreeg. Hij durfde nooit de leiding weg te geven. Is dit zijn eeuwige mankement?
door Dworin draak, 393 / 726 gepost: 16-3-2006 om 2u33
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Iets om aan te ruiken? Daar had Rod nooit aan gedacht. En nu wees Eric naar het begraafplaatsje. Verwachtte hij nou dat Rod op zijn bijna oude dag nog een insluiper zou worden? Getsie nee toch.
Maar dan ... Haggard zou het echt onmogelijk kunnen doen. Als die een collega tegenkwam zou hij echt in de grootste problemen komen. Eric? Die had waarschijnlijk een te bekend gezicht bij de meeste agenten. Rod zou zich er, in geval van nood, misschien nog uit kunnen redden door de verstrooide burger te spelen.
Okee, okee, ik snap het. Ik zal wel iets proberen op te snorren. Deze opmerking lijkt Eric eerst wel te verbazen. Kennelijk had hij dit toch niet voorgehad. Nou ja, wie A zegt ...
Maarreh ... voor het geval dat ik iemand tegenkom, heb ik een excuus nodig. Verdwaald lijkt me nogal onwaarschijnlijk op zo'n afgelegen kerkhof. Rod kijkt opnieuw over het muurtje. Het is maar te hopen dat er iets voor het oprapen ligt, want onder de ogen van de politie inbreken in Rebs huisje ging wel erg ver.
Geef me anders even een zetje zegt hij na een blik over straat om zeker te weten dat niemand hen ziet. Het is al even geleden dat ik zulke dingen voor het laatst gedaan heb, zie?
Juist op dit moment rennen twee spelende kinderen uit een zijsteegje, joelend aan elkaar trekkend. Wanneer ze de mannen bij het muurtje zien staan, zakken hun monden open van verbazing en, wie weet, ontzag. Zo vaak zien ze kennelijk geen vreemden hier. Rod krijgt bijna spijt van zijn snelle toezegging; die jochies hadden voor een snoepje vast iets gesnaaid. En praten met de politie deed het volk hier kennelijk niet, dat was een voordeel. Maar ja, als hij dit nu zou voorstellen zou hij een lafaard lijken. Rod houdt zijn mond.
door DeHeld Stamgast, 4245 / 6056 gepost: 20-3-2006 om 11u52
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Het ging Roderick niet zo vlot af als hij zich voor de geest haalde, klimmen en sluipen. De modderige ondergrond maakt het hem niet gemakkelijker, en enkele keren moet hij zich staande houden door een boompje of een zerk te grijpen voor houvast, waarna hij zich meteen terugtrekt alsof hij zich gebrand heeft.
Als hij als kind gesnapt was geweest tijdens het spelen op een kerkhof, nou, dan had er wat gezwaaid. Thuis hadden ze daar bepaald niet om gelachen, en dan kreeg je al de verhalen te horen waarom je best wegbleef op een kerkhof.
Via de meest verhulde omweg sluipt de oude Ier naar de achterkant van het hutje. Eens aangekomen, voelt hij zich als een drenkeling die een reddingboei heeft gevonden. Zijn hart klopt in zijn keel. Om even te kalmeren neemt hij het hutje aandachtig in zich op. Veel wind en regen zal het niet tegenhouden, onder het dak is het al bouwvallig. De arme Reb zal daarom maar al die honderden mijlen hebben afgelegd, om weer in een hutje tussen het slijk te gaan wonen. Langs de andere kant, hij was erg simpel. Wie weet merkt hij het niet eens.
Rod raapt al zijn moed bij elkaar en kijkt eens langs de zijkant van de bouwval naar de kant van de synagoge. Niemand te zien. En valt er wat te horen? Blijkbaar ook niet, maar hij wist dat zijn gehoor ook niet zo acuut was. Behoedzaam, alsof zijn schoenen zouden kunnen piepen, begeeft hij zich naar de voorkant. Aan het kleine raampje houdt hij even halt, om naar binnen te gluren. Het enige wat de vuile ruitjes hem verklappen, is dat er licht door de deuropening valt. Rod ademt in en geeft het raampje een plotse duw, om te zien of hij het open krijgt. Het geeft wat weerstand, maar erg stevig is het niet. Hij probeert een tweede keer, en het raam gaat met een hoorbare krak open, zodat hij er meteen spijt van heeft. Als er maar niemand komt zoeken! Met zijn arm graait hij in het raam naar het deken dat op de zetel ligt, dat zal wel volstaan voor een geursppor, en in zijn verbeelding onnoemlijk sloom trappelt hij weer naar de achterkant. Geen bewegingen, niemand die hem aanroept. Dat viel mee. Rod weerstaat de absurde neiging om zelf even aan het deken te ruiken. Hij is geen speurhond en fris zal het in elk geval niet zijn. Nee, dit is perfect, beslist hij. En nu terug naar het beekje. Of hoorde hij daar toch geen stemmen? Rod durft nog niet te vluchten. Het zijn inderdaad stemmen.
"Klinkt inderdaad logisch he? De dader komt de eerste keer langs de achterkant, en dus langs het hutje. Dat is een mogelijke getuige, en dus doet hij de tweede keer hetzelfde. Maar waarom niet allebei in dezelfde nacht? "
"Misschien heeft die debiel zijn mond voorbij gepraat en kreeg hij schrik? Of misschien was de schrik voldoende. Het kan zijn dat hij gewacht heeft tot die drie onnozelaars Reb hebben geïnterviewd. Of misschien hebben zij er iets mee te maken. Per slot van rekening zijn ze hier omdat er iemand groot belang stelt in hun aanwezigheid. Met die Joden weet je nooit, dat zijn criminelen onder elkaar. "
Een derde stem mengt zich in het gesprek: "Maar die drie zijn toch niet Joods? Een van hen sprak met een Iers accent en de andere werkte vroeger bij ons. "
"Wilkins, hou je bek als de inspecteur aan het praten is " snauwt de eerste stem.
"Niet veel bloed. En zo'n stevige kerel versleep je niet zomaar. Hij leefde dus nog, en waarschijnlijk hebben ze hem bedreigd met een mes of een klop voor z'n kop gegeven, om hem dociel te maken. Niet dat een moordenaar zo zachtzinnig gaat blijven, met een lastpak. Goed, als die halfgare fotograaf komt opdagen, zeg hem dan dat hij een beeld neemt van het interieur en de omgeving, dat hebben ze graag in het rapport. Daarna zijn we hier klaar. Laat een of twee wachters nog hier, de rest mag mee met de zoekploegen - we kammen de buurt uit. "
Het laatste hoort Rod graag, als iedereen even weg wil gaan, kan hij het op 'n lopen zetten. Met steelse blikken achterom legt hij de weg in omgekeerde richting af. Hij zwiert het dekentje over het muurtje en probeert spartelend op het muurtje te raken.
"Help nog eens een handje, wil je? "
door Dworin draak, 395 / 726 gepost: 21-3-2006 om 6u47
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Puffend en steunend bereikt Rod de bovenkant van de muur. Iets knaagt er in zijn achterhoofd. Iets wat die agenten zojuist besproken hebben. Er klopte iets niet, maar het ontschoot hem wat dat nu juist zou moeten zijn.
Wanneer hij weer een beetje bij adem is vraagt hij zijn kameraden hulp bij het afdalen van het muurtje. De straatschoffies zijn gelukkig de een of andere groezelige steeg ingegaan. Rod staat niet graag voor paal, zelfs niet tegenover zulke snotaapjes.
Zwaar leunend op de sterke armen van de dienders hervindt Rod znijn evenwicht. Hier is een deken, zegt hij, nogal overbodig, uit het hutje. Ik was net op tijd, want de politie liep daar ook nog rond. Ik overhoorde iets ... Het zit hem nog altijd niet lekker. Ik ben vergeten wat precies. Ook iets over ons, trouwens. Met die woorden overhandigt hij het dekentje aan Haggard, die meteen de aandacht voor Rods verhaal verliest en het aan de hond voorhoudt.
door DeHeld Stamgast, 4248 / 6056 gepost: 22-3-2006 om 0u00
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Het kleine hondje Timber begint luidruchtig te snuffelen en trappelt dan wat ter plaatse, terwijl hij kriskras over de grond begint te neuzelen. Plots heeft hij de juiste invalshoek gevonden en begint met een aardig tempo, nog steeds ruikend, te lopen. Haggard gaat er meteen achteraan en ook Eric kan zich nauwelijks houden.
"Vertel het zodadelijk, Roderick, en loop nu met hem mee! "
De hondenbegeleider houdt Timber dicht bij zich en let aandachtig op wat het hondje doet. Zonder al teveel twijfel lijkt het zijn weg te vervolgen.
Met Rod puffend achteraan gaat het groepje langs het modderige pad, steekt de steeg over, gaat een hoek om... en houdt met de hond halt aan een grote ijzeren poort. Achter dit smeedijzeren hek doemt de Kosher Meal Company op, volledig met dampen, uitwasemingen en geuren.
Haggard geeft een teleurgesteld trekje aan de leiband. "Dit spoor had ik zelf ook kunnen volgen, snert. Laat jij je nou vangen door zo'n sterke geur? 't Spijt me jongens. "
Dat laatste was tegen zijn beide achtervolgers, terwijl Timber ongeduldig tegen de poort begint te snuffelen.
door Dworin draak, 410 / 726 gepost: 7-4-2006 om 9u23
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Terwijl Rod nog staat na te hijgen van de klim over de muur van het kerkhof zetten de anderen het al op een lopen. Rod zet de achtervolging in, maar dat valt nog niet mee. Verdorie, wat liep dat mormel hard.
Nog juist ziet Rod zijn kompanen om een hoek verdwijnen. Ze schijnen er geen erg in te hebben dat hun oudere collega achterop raakt. Wanneer Rod de hoek bereikt verliest hij nog meer tijd omdat hij niet direct ziet waar hij naartoe moet. Op een drafje probeert hij hen in te halen. Onwillekeurig vraagt hij zich af of de jochies die hem staan uit te lachen Joden zijn of niet. Dan botst hij bijna tegen Eric op die al stilgehouden heeft. Nog net vangt hij de laatste woorden van Haggard op.
Hoezo, sorry? denkt Rod terwijl zijn borstkas als een blaasbalg tekeer gaat. Hij werpt een vuile blik op het mormel dat hem zo onwaardig heeft laten rennen. Het beestje snuffelt verwoed aan het een of ander, dat Rod net niet goed kan zien. Kijk steunt hij, De hond heeft iets gevonden. Na deze uitspraak moet hij zoveel extra lucht binnenhijgen dat de walm hem bijna teveel wordt en hijgend, hoestend en rochelend gaat hij op het lage muurtje naast de poort zitten.
door DeHeld Stamgast, 4284 / 6056 gepost: 4-5-2006 om 19u40
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
De twee kompanen draaien zich gelijktijdig om, alsof het nu pas opvalt dat Rod er ook bij is. De hond blijft ondertussen aan de poort krabbelen.
"Timber heeft de fabriek gevonden, ja. In alle eerlijkheid: die had ik zelf ook nog wel kunnen opsporen. " Haggard is zo te horen niet onder de indruk. Hij draait zich weer naar de poort. Het mormel heeft zich kwispelend recht gezet en leunt met zijn voorpoten tegen de ingang, in een futiele poging die open te duwen.
"Jezus, wat een stank zeg. Wat is dit eigenlijk voor een gebouw? Je wil me toch niet vertellen dat ze hier gewone etenswaren fabriceren? Conserven of zo? *snuf snuf* Ik zou het nog met geen stok aanraken. Serieuze schoorsteen ook daar. Zijn jullie hier al eens geweest? "
Zijn blik keert van het gebouw naar Rod, die nog steeds gevaarlijk rood aangelopen is.
"Gaat het eigenlijk een beetje? "
door Dworin draak, 413 / 726 gepost: 5-5-2006 om 4u08
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod wil niet geloven dat de hond zomaar naar deze stinkfabriek is gehold. Hij kan toch het spoor van Reb hebben gevolgd en hier zijn uitgekomen. Dat zou betekenen dat Reb hier is geweest. Of misschien zelfs nog steeds is.
Misschien is de wens wel de vader van deze gedachte, maar hoe dan ook: de walm is zo op Rods longen geslagen dat hij met de grootste moeite genoeg lucht binnen kan krijgen. Het enige wat hem nog lukt is naar de lap wijzen, in de hoop dat Haggard die de hond nogmaals voorhoudt.
Wanneer Haggard vraagt of ze hier al eens geweest zijn schudt Rod het hoofd. Hij blijft schudden wanneer hem gevraagd wordt of het gaat. Overbodige vraag ook, denkt hij bij zichzelf. Toch merkt hij dat zijn benauwdheid langzaam afneemt.
door Ulfgar pluijmvee, 1660 / 2151 gepost: 6-5-2006 om 11u47
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
"Nu, gaat dit te moeilijk worden voor de hond? Die geur van de fabriek is volgens mij wel ietwat overheersend." Met die opmerking snuift hij een beetje in de lucht, waarna hij zich realiseert dat hij dat beter maar niet had kunnen doen.
"Aan de geur van die fabriek te denken, zou je bijna zeggen dat je de begraafplaats van Reb al hebt gevonden" , grapt hij wat in zichzelf, zonder zichzelf te bedenken dat deze opmerking allicht wat aanstootgevend gevonden kan worden. Hij kijkt eens rond. Z'n blik waart vanaf het oude, stenen gebouw en weer terug naar het pad waar zij vandaan gekomen zijn. Dan probeert hij zich te oriënteren waar het huisje van Reb zich bevind.
Ondertussen let hij nog wat achteloos op de omgeving, waar hij niet direct aanwijzingen uit denkt te halen. De tijd die is verstreken is immers al lang en daarbij is hij geen spoorzoeker. Allicht dat een dergelijk persoon ooit nog gebruikt zou kunnen worden tijdens het speuren?
Tijdens het achteloos rondkijken ziet hij eindelijk Rod uit staan te hijgen. "Gaat het nog?" is het enige wat hij kan uitbrengen.
door Dworin draak, 414 / 726 gepost: 10-5-2006 om 3u04
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
De opmerkingen van Eric glijden langs Rod af. Frummelend met een zakdoek probeert hij ietwat gefilterde lucht zijn longen binnen te zuigen. Of het aan de zakdoek ligt, of aan de inmiddels torenhoge behoefte aan zuurstof weet hij niet, maar langzaam komt hij weer bij. Op Erics laatste vraag geeft hij een korte knik.
Na nog een keer diep ademhalen, wijst hij opnieuw naar het dekentje in Haggards handen.
door DeHeld Stamgast, 4389 / 6056 gepost: 27-6-2006 om 11u55
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Een zichtbaar opgewonden Trashmir loopt snel naderbij eens hij zijn makkers voor de poort heeft zien staan. Op Haggard werpt hij slechts een zijdelingse blik, en merkt dat die met de hond rondloopt.
"Geweldig," denkt ie bij zichzelf, "alweer een onbekende erbij."
"Jongens, ik ben vanalles te weten gekomen. We moeten dringend praten. "
Rod zit nog steeds door zijn zakdoek te hijgen, op degrond gezeten.
"Gaat het een beetje met hem? " vraagt Trashmir enigzins bezorgd. Hij lijkt er van uit te gaan dat Rod met die kleur in zijn gezicht lichaam en ziel niet lang bij elkaar zal houden.
Ook Roderick werpt een schuins blik op Haggard. De zakdoek, nu overbodig, verdwijnt in zijn broekzak en hij wijst naar de hond. Een spoor leidt hiernaartoe, maar volgens inspecteur Haggard hier is het alleen maar de stank van de fabriek die het dier heeft aangetrokken. Zo, nu weet Trashmir wat ze gedaan hebben, en gelijk ook dat hij moet oppassen met wat hij in bijzijn van Haggard kan zeggen.
Denkt u eigenlijk dat het zin heeft om het nog een keer te proberen? vraagt hij de agent.
Trashmir wacht het antwoord van de agent niet af. hij heeft weer net iets teveel tegenslag gehad om het rustig aan te doen en hij is blij dat hij eindelijk iets heeft waar hij naartoe kan werken. De hond komt aan zijn been snuffelen en voorzichtig, maar zeker duwt hij het beest terug opzij terwijl hij eens knikt naar de agent. Voor de rest negeert hij de man zo'n beetje, dat lijkt de Est het beste.
Ik ben de twee vrienden van Moshe gaan opzoeken. Yakov en Yona, twee mannen waar hij samen mee uit Onevka is gevlucht. Yakov is de barman van een kroeg hier ergens in de buurt. ' Hij kijkt even naar de agent. Hij kan nu toch moeilijk gaan vertellen dat hij er buiten is getrapt? Kon hij er aan doen dat die Russen niet geholpen wilden worden. Wat hij er had geleerd is alleszins dat hun opdrachtgever, Herbert, niet zo geliefd was in de omgeving. Hij likt zijn lippen 'Nu ja, laten we het er op houden dat dat een doodlopend spoor was. Veel wou Yakov niet zeggen. Het was euh..nogal druk. Had niet veel tijd... ' dat moest maar volstaan in de nabijheid van de agent.
Yona of Yonathan eigenlijk, was beter: een rustig tweedehands boekenwinkeltje. Hij was wat spraakzamer. In Onevka is er ook een rabbijn vermoord destijds. Er hingen heel wat kozakken rond in de buurt, vrij normaal. Maar op een bepaald moment is de boel ontvlamd en hebben ze alle buitenlanders gearresteerd en weggestuurd. Onevka is aangevallen, de shul afgebrand, mannen gearresteerd en gedood. Alles kort en klein geslagen. Een aantal mensen , waaronder Yakov, Yonathan, Wodeski en Reb Pavel zijn kunnen vluchten en hebben besloten naar Europa te gaan. De laatste keer dat hij Moshe had gezien was hij behoorlijk optimistisch blijkbaar.
Over Herbert wist hij niet zo heel veel te zeggen. Blijkbaar is hij de grote weldoener uit de buurt. Volgens Yonathan niets mis mee. Over Skolnik, die rijke kerel die ons niet zo graag zag komen, heeft hij niet zo heel veel goeds te vertellen. Blijkbaar wel een toffe kerel, maar ook vroeger was het al een woekeraar en professioneel gaat hij soms nogal hard. ' Trashmir pauzeert even. 'Ik heb hem het papiertje voorgelegd met de verzen. ' zegt hij dan redelijk plots.
Je weet wel:
Kom nu en laat ons samen de zaak uitmaken (jesaja 1:18)
Alle dingen komen in drievoud (vgl Yiddish, maar in ook in heidendom)
Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij (1 Korinth.15:32)
Het punt van het leven is dat het stopt (Nietzsche)
De arbeiders liggen aan de basis van het productieproces maar hebben nauwelijks eten. (Marx)
Men moet de waarheid aanvaarden, uit welke bron ze ook stamt (Maimonides)
Goede daden zijn beter dan wijze woorden (Talmud Pirke Avot)
Sleutelvraag: Wat is het judaisme?
Hij kende de tekst, was er redelijk opgewonden over. Trashmir diept het op uit zijn zak. Zie je, het is een soort code. Dat betekent de eerste regel. Het is een uitdaging. Het papiertje vertelt iets over waar we de waarheid moeten gaan zoeken. Moshe heeft iets verborgen gehouden dat te maken heeft met zijn dood. De sleutel tot het mysterie en de plaatsen waar we moeten zoeken staan in de tekst. Meer wou hij niet zeggen. Hij heeft me op een sukkeldrafje buiten geveegd, heeft zijn winkel gesloten en is gaan lopen .
Hij stopt het verfrommeld papiertje in de handen van Eric. Hier, pak vast...We moeten de plaatsen zoeken die in dit tekstje staan. Hij zwijgt even Ik denk dat we naar de fabriek moeten Trashmir kan zich moeilijk inhouden. De derde regel gaat over arbeiders en fabrieken. We moeten daar gaan zoeken.
Rod slaat zich tegen het hoofd. Alle dingen komen in drieën. zegt hij. Eerst Moshe, dan Reb. Hebben we nog een derde verdwijning te verwachten? even is hij dan stil. Maar hoe zou Moshe dat hebben kunnen weten? Waren er dan al drie mensen bedreigd? In ieder geval. Arbeiders en eten en drinken. We moeten kennelijk hier zijn ... heeft die hond ons toch goed geleid.
Langzaam beginnen er zaken te dagen voor Eric. "Niet alleen eten en drinken. Kijk eens naar die regel van Nietzsche. De schrijver hiervan geeft zelf aan dat de moorden gepleegd zouden gaan worden.
Zeg Trashmir, wist die persoon ons toevallig ook te vertellen wie deze collectie van regels heeft gemaakt? Ik vermoed zo dat dat ongetwijfeld niet onze Moshe zal zijn geweest."
Plots kijkt hij opnieuw naar het papiertje. Plots mompelt hij in zichzelf Goede daden zijn beter dan wijze woorden... . Wanneer de anderen hem vragend aankijken, zegt hij:"Ik moet meteen denken aan onze The Three Crows ontmoeting. Ik geloof dat dit zowat de lijfspreuk is van die priester... . Hij weet bij zichzelf echter ook wel dat, al zou de priester daadwerkelijk hier iets vanaf weten, dat ze met een beter praatje moeten aankomen dan dat ze voorlopig hebben gedaan. Daarnaast realiseert Eric zich ook wel dat het briefje in principe geen enkele voor van bewijs is en slechts speculeren uitlokt.
Eric spreekt hem aan 'Hmm, nee. Dat heeft hij niet gezegd? Hij was vrij opgewonden en wou me nogal snel buiten. Ik weet niet, misschien is hij naar Yakov, missvhien naar iemand anders. Ik weet het niet. ' hij wrijft over zijn stoppelbaard. 'Ik had hem moeten volgen. '
Maar goed, dit is wat we al hebben. Hij krabelt er wat extra zinnen en opmerkingen van de anderen bij.
Kom nu en laat ons samen de zaak uitmaken (jesaja 1:18)
Het is een code, een uitdaging
Alle dingen komen in drievoud (vgl Yiddish, maar in ook in heidendom)
Drie moorden, MOshe, Reb en…?
Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij (1 Korinth.15:32)
Het punt van het leven is dat het stopt (Nietzsche)
De moorden gaan gepleegd worden
De arbeiders liggen aan de basis van het productieproces maar hebben nauwelijks eten. (Marx)
Plaats: de fabriek
Men moet de waarheid aanvaarden, uit welke bron ze ook stamt (Maimonides)
Goede daden zijn beter dan wijze woorden (Talmud Pirke Avot)
Lijkt op de lijfspreuk van de priester
Sleutelvraag: Wat is het judaisme?
Trashmir kucht en stopt het potlood in zijn jaszak. 'Wat jullie? Waar gaan we naartoe? Wat gaan we doen?'
Zeg, iets dat ik ben vergeten te vermelden over de gebeurtenissen in Onevka. Yonathan had nog wat te zeggen. Hij kucht. Er is daar ook een Rabijn vermoord en hij sprak over het feit dat die net is gearresteerd vlak voordat 'zijn buitenlandse gasten' waren gearriveerd. Wie die kerels waren weet ik niet. Hij heeft me buiten gewimpeld voordat ik er bij stil stond dat het wel handig zou zijn. Het vervolg heb ik net gezegd: alle buitenlanders zijn gearresteerd en Onevka is kort en klein geslagen.
Trashmir zwijgt. Volgens Yonathan was Moshe optimistisch de laatste keer dat hij hem zag, zou het niet kunnen dat we een parrallel kunnen trekken en dat Moshe ook buitenlanders verwachtte om een of andere reden en dat hij daarom vermoord is? Hij denkt even na. Had Moshe geen agenda ofzo? dat moet toch bijna...
Als dat 'dingen komen in drievoud' op de moorden slaat ... hoe wist Moshe dat dan van tevoren? Of in ieder geval degene die dat briefje heeft samengesteld? Geen van beide moorden was immers nog gepleegd? Een laatste zweetdruppeltje van de geleverde inspanning trekt een koud spoor over Rods wang. Hij veegt het met zijn hand weg en denkt nog even na, Als Moshe een agenda had, zou die nu bij de politie liggen, denk ik.Daar kunnen we beter eerst maar niet langs gaan. Hij maakt een verontschuldigend gebaar naar Haggard; het was immers niet persoonlijk bedoeld. Of misschien ... die nieuwe rabbijn zou het kunnen hebben. Als hij klaar is met zijn bibliotheek uitmesten kan hij ons in ieder geval meer vertellen over Jodendom. Dat moet er toch haast mee te maken hebben, als twee rabbijnen worden vermoord?
'We zullen dan maar eens teruggaan naar de rabbijn zeker?' Wat ze met haggard moeten aanvangen weet Trashmir niet. Hij heeft nog niet te horengekregen waarom die kerel er in de eerste plaats is. En dan heeft hij nog zo'n pesthond bij. Dus Trashmir keert zich om en wandelt terug naar de synagoge.
Haggard blijft achter met de hond, een beetje sip. Ik dacht dat jullie in de fabriek moesten zijn? Nu ja, in elk geval hebben wij ons best gedaan. Als jullie ons niet meer nodig hebben, neem ik maar aan dat we best teruggaan naar het kantoor. Zich er van bewust zijnde dat hij hier niet zou moeten zijn, controleert hij eerst of de kust vrij is, voor hij de hond meetrekt in de juiste richting.
Rod kijkt Haggard na terwijl deze wegloopt. Inderdaad, bij die fabriek waren ze nog niet klaar. Hij voelde dat ze daar nog wel een keer naar toe zouden moeten. Maar ze zouden de fabriek ook zonder hond wel weten terug te vinden en hoe minder de politie op de hoogte was van hun plannen hoe liever het hem was. Met huiver dacht hij terug aan zijn nauwe ontsnapping op het kerkhof ... hee, wat was het nu juist wat hij had afgeluisterd?
The Three Cows vermijdend wandelen ze terug naar binnen. Deze keer vergeet hij niet zijn hoed op te houden. Het is warmer binnen dan buiten en dat doet wel even deugt. Ze gaan op zoek naar de rabbijn. Als ze hem hebben gevonden spreekt Trashmir hem aan. 'Eh, sorry dat we u weer moeten komen storen tijdens uw werk. Maar we vroegen ons af of Moshe toevallig geen agenda had waar hij al zijn afspraken in noteerde.'
Dat moet wel bijna he? Ik ben er zelf naar op zoek. Om te weten welke taken ik in de nabije toekomst moet overpakken. Maar ik vind het nergens tussen de rommel, en de politie zou me dat toch gezegd hebben als ze het hadden meegenomen. Waarom zou iemand een agenda stelen? De rabbijn heeft nog niet alle rommel weggewerkt, maar de stapels lijken langzaam maar zeker op orde te raken.
Terwijl Trashmir met de rabbijn staat te praten trekt Rod Eric aan zijn mouw, Zeg, de achterdeur hier, die zou toch op slot geweest zijn tijdens de moord? Maar ik hoorde de politie zeggen dat de dader door de achterdeur zou zijn binnengekomen. Volgens mij klopt daar iets niet.
door Raska mandraak, 6232 / 10811 gepost: 26-9-2006 om 16u11
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Eric kijkt wederom naar de deur. Een de eerste lessen die hij leerde van zijn oude chef, de heer Lampard, kan hij zich nog goed herinneren en wederom komt deze opzetten: "Bij een beperkt aantal ingangen in een openbaar gebouw is de persoon die de ingangen bewaakt sowieso een verdachte.
Nogmaals bekijkt Eric de deur. Natuurlijk verwacht hij er geen beschadigingen te vinden, maar allicht dat hij zich daarin vergist.
Wanneer de politie daadwerkelijk sluitend bewijs heeft dat de deur op slot was tijdens de moord, dan stinkt dit zaakje.
Dan spreekt hij op zachte toon tegen Rod:"Ja, ik heb ook constant zo'n vermoeden gehad. Ik geloof dat het voor ons hard nodig gaat zijn om opnieuw gedrieënlijk te overleggen. Ik heb gewoon het sterke vermoeden dat er nog altijd een aantal dingen zijn die we over het hoofd zien en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ons allemaal zulke details is opgevallen. Schrijf je deze opmerking trouwens meteen even op in het notitieboekje? Misschien dat we maar eens al deze informatie rustig moeten gaan bekijken."
Onderwijl let hij op Trashmir die nog altijd in gesprek is met de Rabijn. "... iemand een agenda stelen?" Wederom fluistert Eric tegen Rod:"Misschien wil iemand wel een agenda stelen omdat hij verwacht hierin informatie te vinden. Zou het niet kunnen zijn dat Moshe wat bevindingen heeft gedaan omtrent wat vage zaakjes en deze informatie in z'n agenda opschreef? Ik zou dat wel als een potentiële opbergplaats zien."
Trashmir luistert met aandacht naar de Rabbijn en met een half oor naar Eric en Rod. Ik denk niet dat de agenda mee genomen zou zijn omdat er vreemde informatie in staat, Eric. Hij kijkt wat rond naar de rommel in de bibliotheek die langzaam terug op zijn plaats komt te liggen. Ik denk dat er in die agenda een afspraak stond met iemand. Met wie weet ik niet. Herinner je je nog dat er in Onevka ook een rabbijn is vermoord? Yonathan zei dat dat is gebeurt vlak voordat er 'buitenlandse gasten' zouden arriveren. Volgens mij herhaalt de geschiedenis zich. De agenda is gestolen om die afspraak te maskeren. Hij legt een boek dat nog op de grond lag gesloten op tafel.
Volgens mij moeten we eens een bezoekje brengen aan de Kosher Meal factory. Dat zaakje begint daar meer en meer te stinken. En dat ligt niet alleen aan het vlees. Hij knikt naar de nieuwe rabbijn en klopt Rod op zijn schouder. En volgens mij is Herbert ook niet zo... Trashmir zwijgt, hij wil niet dat de rabbijn eventueel aan Herbert zou doorspelen dat Trashmir hem niet vertrouwt.
Wat jullie? vraagt hij joviaal.
Rod knikt op Trashmirs voorstel. Ik snapte al niet goed waarom we zo snel weer bij die fabriek weg wilden. zegt hij. Het is waar, Rod had eerst in die fabriek willen rondneuzen. En een beetje uit zijn hum raakt hij wel van het heen en weer lopen. Dat worden stijve benen vanavond en morgen, zeker met deze kou.
Wie zou nog meer van zo'n afspraak kunnen weten? peinst hij voor zich uit. Stil loopt hij de mogelijkheden langs. Mr. Herbert? die was vast te druk met andere dingen. Skolnik? vast ook niet. Oh natuurlijk, Misschien wist Reb van het aanstaande bezoek en is hij daarom verdwenen. En ze hebben hem naar de Kosher Meal gebracht. We kunnen daar Reb terugvinden en misschien het spoor van de daders weer oppikken. We hebben geen tijd te verliezen.
door Ulfgar pluijmvee, 1771 / 2151 gepost: 26-9-2006 om 18u52
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
" Yonathan zei dat dat is gebeurd vlak voordat er 'buitenlandse gasten' zouden arriveren. Volgens mij herhaalt de geschiedenis zich. De agenda is gestolen om die afspraak te maskeren."
Langzaam aan begint dan uiteindelijk het plaatje in elkaar te vallen. Zouden Rusland en Groot Brittanië soms nog meer connecties met elkaar hebben? Of zou de buitenlandse gast niet uit Rusland komen?
"Als ik me niet vergis zei je me dat het hek hier achter ook besmeurd was met bloed, hè? Hmm. Dan zou dit pad inderdaad naar de fabriek leiden. Goed, laten we dan naar de fabriek toegaan."
Sowieso wilde hij de sfeer in de fabriek al eens gaan proeven. Hij heeft nog altijd het sterke vermoeden dat hij bij de werknemers misschien wel wat los kan krijgen. Allicht weten zij wat te vertellen over de knokploegen, de verwonding van Kondratriev (Eric kan niet geloven dat er geen link tussen deze gebeurtenissen zijn) en over Kruegerflasche en Herbert. Niet dat hij ze direct verdenkt, maar het laatste gesprek van vanochtend verliep voor hem niet bepaald vriendelijk.
door Raska mandraak, 6235 / 10811 gepost: 26-9-2006 om 20u20
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Trashmirs geknik onderschijft Eric zijn idee. 'Inderdaad, het lijkt me allemaal teveel naar die plek te lijden. Een plek waar het bloed in de kamers rond spat is niet zo'n leuke plaats om eens een moord te onderzoeken.'
De vraag van rod beantwoord hij niet, hoe kon hij nou laten blijken dat hij gewoon zo snel mogelijk van de bobbie af wou. En de smokkelaar was veel te enthousiast over zijn recente ontdekkingen omtrent het briefje dat ze gevonden hadden.
De Est bedankt de rabbijn en wandelt naar de deur, even kijkt hij nog naar de rommel in de bibliothek in de hoop toch nog een agenda te vinden. Maar hij laat het al snel links liggen om de rabbijn niet te hard te storen in zijn werk. Als hier nog iets lag dat de politie én de rabbijn over het hoofd hadden gezien zou hij het ook wel niet vinden...
door Dworin draak, 451 / 726 gepost: 28-9-2006 om 9u47
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Ook Rod ebdankt de Rabbi. Vreemd hoe snel je aan dingen went. Twee dagen geleden was hij nog vreselijk slecht op zijn gemak geweest bij al die Joden, en nu zag hij ze als gewone mensen.
Achter Trashmir aan loopt hij naar buiten. Buitenlanders, buitenlanders. Waar zouden die vandaan kunnen komen? Waarom naar een gehucht in Rusland en dan naar een arbeiderswijk in Londen? Zouden het oproerkraaiers zijn?
Zeg, merkt hij op wanneer ze over straat lopen, die buitenlanders, zouden dat van die, ehhh, revolutionairen kunnen zijn? Die hebben geen belang bij vredelievende types als Moshe in de buurt. En die hebben ook iets te zoeken hier in de buurt. Bovendien, raakt hij onder stoom, leken sommige zinnen op ons briefje ook nogal revolutionair. Die Jood Marx stond er zelfs tussen. Revolutie, denkt hij bij zichzelf, het lijkt altijd allemaal zo mooi, maar het heeft nog nooit iets anders opgeleverd dan moord en ellende. Daar had meneer pastoor toch wel gelijk in gehad.
door Raska mandraak, 6242 / 10811 gepost: 28-9-2006 om 13u49
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod legt de vinger op de wonde bij Trashmir, en bij gelegenheid port hij ook nog wat in de open wonde. 'Nee, Rodderick. Ik denk niet dat revolutionairen er iets mee te maken hebben. Hij kucht en kijkt wat ongemakkelijk naar de grond, dan verstrakt zijn kaaklijn. 'Die revolutionairen zijn even goed vredelievende mensen. Ze vechten voor een doel dat hun juist lijkt. En al denk de meerderheid dat het slecht is; het kan nog altijd een mooi doel zijn.'
De Est denkt aan zijn vriend die neergeschoten is door de Russen, aan zijn gevaarlijke missies met het front en aan zijn uiteindelijke vlucht naar dit land hier. En hij zwijgt, hij zwijgt en staart verbeten naar de grond. Hij slikt een, twee keer en kijkt dan terug vastberaden vooruit. 'Nee, Rod. dat is een foute denkpiste. Revolutionairen doen iets met een doel. Met een vreemdzame rabbijn vermoorden bereiken ze niets.'
Hij kijkt verder vooruit, de Kosher Meal doemt langzaam terug op in hun gezichtsveld. De vieze schorstenen braken hun dampen uit en het gebouw dat de hele buurt overheerst heeft iets vijandig en vuil.
door Ulfgar pluijmvee, 1775 / 2151 gepost: 29-9-2006 om 23u04
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Langzaam aan lopen ze richting het hek. Op dat moment realiseert Eric zich dat ze de belangrijkste vraag nog niet hadden gesteld. Hij had het gevoel dat hij dit beter zelf zou moeten doen, zonder de aanwezigheid van de rest. Dan zou hij hen later daarover kunnen informeren. Veel mensen zou opvallen en Eric twijfelde erover of de Rabbijn er graag over zou praten.
Hij kijkt naar z'n notitieboekje en verwittigt zich ervan dat de zinnen erin staan opgeschreven:
Alle dingen komen in drievoud (vgl Yiddish, maar in ook in heidendom)
Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij (1 Korinth.15:32)
Vanaf het hek roept Eric naar de andere twee, die al zijn voortgesneld:Zeg... we vergeten nog iets belangrijks aan de rabbijn te vragen. Gaan jullie alvast maar naar de fabriek, dan ben ik daar ook binnen een kwartiertje.
Snel en enigzins opgewonden loopt hij terug naar de synagoge. Hij merkt van zichzelf dat dit onderzoek hem veel meer raakt dan andere. Is hij er te lang uit geweest? Z'n hoofd schuddend opent hij de deur en kijkt er wederom naar. Dan doet hij z'n pet af en spreekt Ze'ev aan:"Sorry, eerwaarde. Zou ik u nog even kort kunnen spreken over het een en ander? Onder vier ogen graag."
door Raska mandraak, 6248 / 10811 gepost: 30-9-2006 om 14u24
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Nou goed, waat Eric nog aan denkt weet Trashmir niet, maar hij haalt zijn schouders op en kijkt naar Rod.
Samen wandelen ze al wat verder naar de Kosher Meal fabriek. In de burrt van de fabriek staat ergens een klein muurtje, daar zet Trashmir zich op en wacht tot Eric komt. Ondertussen kijkt hij naar de fabriek die zich nog altijd even groots verheft.
Hij kijkt naar Rodderick en hij kijkt naar de grond. dan zwijgt hij. Eric zal wel niet zo lang op zich laten wachten. Als hij een beetje loopt is hij hier binnen de vijf minuten.
door Dworin draak, 455 / 726 gepost: 1-10-2006 om 2u34
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Rod gaar naast Trashmir op het muurtje zitten. Een bleek winterzonnetje doet verwoede pogingen door de smog te stralen en zowaar, na enkele minuten voelt Rod iets van warmte op zijn huid. Een kille windvlaag maakt daar echter snel een einde aan; het is per slot november.
Rod overpeinst nog Trashmirs reactie op zijn veronderstelling over revolutionairen. Het was de eerste keer dat de man zich zo nadrukkelijk had uitgesproken, het moest haast wel een punt raken. Ik hoop altijd nog op een Ierland zonder grootgrondbezitters, zonder afpersers, zegt hij schijnbaar zonder aanleiding en zonder Trashmir aan te kijken. Feitelijk steun ik een groep die Engelsen en Schotten allicht revolutionair zouden noemen. Hij blijft het weggetje inturen om te zien of Eric er al aan komt.
door Ulfgar pluijmvee, 1796 / 2151 gepost: 9-10-2006 om 12u48
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Met een vrij kwiek drafje voor z'n 40-jarige leeftijd komt Eric naar de overige lieden aangezet.
"Oke. Ze'ev had hetvolgende nog te melden. 'Shema Yisrael Adonai Eloheinu Adonai Ehad'. Dat is zijn antwoord op die sleutelvraag. Hij zei:"Als je de sleutel wil tot het begrip Jodendom, zal je deze zin moeten gebruiken.'"
Ondertussen pakt Eric z'n pijp erbij en stopt deze. Na het vuur erin te hebben gezet, vervolgt hij:"Deze zin betekent 'Hoor, Israel. De Heer is onze God en Hij alleen is God!'. Wanneer we deze zin gebruiken, zouden we de Joden met wie we spreken zich wat gunstiger moeten stemmen. Het betekent dat we hun gebruiken kennen."
Met hernieuwde moed kijkt Eric naar de overigen:"Ik geloof dat we zo'n introductie wel konden gebruiken, nietwaar?"
door Raska mandraak, 6287 / 10811 gepost: 9-10-2006 om 16u27gewijzigd door DeHeld 10-10-2006 om 14u35
Antw: Scène 10: onwaarschijnlijke bedgenoten
Terwijl Rod nog met zijn gedachten bij revolutionairen is, komt Eric op een drafje aangehold. Dat draven in deze walm was Rod net slecht bekomen, maar de jongere man heeft er kennelijk geen last van.
Goh, denkt hij bij zichzelf wanneer Eric zijn mededeling doet. Een soort sesam open u voor de Jodenbuurt ... dat had Mr. Herbert hen ook wel eens mogen vertellen. Of anders dat mispunt van een Krugenflasche.
Trashmir glimlacht. Dat had af en toe wel eens handig kunnen zijn inderdaad. Hij springt van het muurtje en schudt meewarrig met zijn hoofd.
Gaan we de fabriek eens een bezoekje brengen?
Zorgelijk kijkt hij naar de hemel. Zou al dat zwart worden uitgebraakt door de grote schoorstenen? Het geeft alvast een dreigend gevoel, er hangt hen duidelijk wat boven het hoofd.
En gelijk heeft hij: nog voor ze tien stappen gezet hebben, barst de bui los, alsof het zo nog niet kou genoeg was, bijt de wind de lichaamswarmte weg.
Trashmir duikt een vervallen portaal in, en duwt en trekt de anderen ook deels in de beschutte nis. Rod staat in het midden gewrongen, zijn hoed nog net ver genoeg uitstekend om druppels op te vangen. De straat is leeggeregend. Eric stoot de anderen bijna in de maag terwijl hij zijn zakdoek bovenhaalt. Hij vloekt terwijl hij zijn neus snuit.
De bui duurt gelukkig slechts een dik kwartier, al snel vermindert de intensiteit. De kou blijft natuurlijk, er staan te grote plassen om te omzeilen. Trashmir is de eerste die aanstalten maakt om te vertrekken, maar Eric wil niet mee. Hij zoekt steun bij Roderick. "Even ernstig. We zijn nat en moe. Het wordt kortelings donker. Ik denk echt dat we meer sporen gaan vinden als we morgenochtend fris terugkomen. We moeten niet langs de baas gaan " spreekt hij sarcastisch over Herbert "dus we kunnen morgenvroeg rechtstreeks naar hier komen. Als we nu gewoon afspreken om 9 uur aan de fabriekspoort? Dan kunnen we thuis uitblazen en krachten opdoen. "
Cutter bijt op het mondstuk van zijn pijp, die hij weer een beetje moet aanblazen.
"Hij heeft wel een punt he? Het gaat erom dat we goed werk leveren, niet dat we ons haasten. "
Mooi zo, Rod is het alvast met hem eens. Die heeft het waarschijnlijk ook koud.
Trashmir haalt zijn schouders op. Die gaat ook niet veel verzet bieden: "Mij goed, dan zie ik jullie morgenochtend. "
De drie gaan elk huns weegs, elk hopende dat ze voor de volgende stortbui thuis zijn, waar de kachel smeult.
naar boven
© mandragon web team - 2000-2012disclaimer - privacy 3.4596 s