De bevolking in Ich Magrūl reageerde geschokt toen zij, vlak na de aanslag in Urtalan, eveneens bijna het slachtoffer werden van een bloedige aanslag. De veiligheidpolitie kon een man te pakken krijgen die zij al een tijdje volgden. De man was beladen met explosieven en wou één van de tempelcomplexen opblazen. De aanslag werd verijdelt, gelukkig, want er hadden veel doden kunnen vallen.
De man werd direct opgepakt voor ondervraging en op heterdaad betrapt in de cel gegooid. In zijn cel nam hij gif, het cyaan zat in zijn holle tand verstopt.
De bevolking eist antwoorden en vragen aan hun vorst of ze nog wel veilig kunnen rondlopen.



