Traag, maar vastberaden komt het schip de grootste haven van Vastland binnengevaren. De Trollen die in de haven werken zien dat het schip, wat een beetje weg heeft van een Nalisariaanse trireem, zwaar beschadigd is. De mast is nog maar half aanwezig, en in de vrijboord zitten ook een aantal gaten, gelukkig boven de waterlijn. Maar het schip ligt ook dieper in het water dan wat ze gewoon zijn van dergelijke schepen. Ook is het duidelijk dat maar 1/3 van de roeiriemen gebruikt wordt, wat mede de lage snelheid kan verklaren.
Het schip kan ook nauwelijks meer sturen, vanwege een gebroken roer, en de kapitein mist zijn laatste bocht om tegen de kade aan te meren en botst er met de stuurboord voorkant tegen. Dit is meteen de doodsteek voor het beschadigde schip, dat snel naar de bodem zinkt. Gelukkig is die daar niet zo diep, zodat er niemand verdrinkt, maar zolang het schip niet verwijderd is, kan dit stuk kade niet meer gebruikt worden om aan te meren.
De bemannning wordt aan land geholpen en ondervraagd. Blijkt dat zij, voor zover ze weten, de enige overlevenden zijn van een expeditie onder leiding van Maximilus, die door Mach Nalisar was uitgestuurd om de zuidelijke wateren te verkennen. Ze zijn in een storm terechtgekomen, waar 1 schip zeker is gezonken. Van het andere weten ze niets, en zij zijn ook maar net kunnen ontkomen. 2/3 van hun bemanning, de kapitein incluis, is omgekomen. Doordat ze met minder waren, en door de rantsoenen te verminderen, hebben ze het zolang weten uit te houden. Ze wisten ook totaal niet meer waar ze waren en zijn op goed geluk de eerste haven binnengelopen die ze tegenkwamen.



