Het was al een tijdje bekend in Zapitalië: Fabian gaat een missie sturen om het westen te verkennen.
Alles is goed gepland. Het enige wat de missie heeft bedreigd is de dikke rookwolk die zichtbaar werd in het westen. Voor velen een teken van onheil. Maar toch ging de missie door.
Een grote groep, met allerlei elven vertrok vanuit Fabian.
De groep bestond uit vooral uit priesters die de contacten zouden regelen, en elitesoldaten die de voor bescherming zorgden. Verder waren er ook allerlei andere elven mee, elk met hun specialiteit. Zij droegen het grootste deel van de goederen die ze mee hadden. Allen hoopten ze om er vredevol leven tegen te komen.
Onderweg werd de groep ingelicht met hoopvol nieuws. Er zouden wezens de grenzen van Zapitalië hebben betreden op grote vlotten. En ze zijn vredevol. Ze komen van heel ver uit het westen. De elven van de missie waren heel optimistisch.
Na enkele dagen reizen langs de rivier kwamen ze aan de grenzen van hun land. Verder was nog geen elf geweest. Ze gingen verder en al snel ontdekten ze dat er een einde kwam aan hun bos. Dit hadden ze nog nooit gezien, een groen landschap met weinig bomen. Het was geen woestijn, daarvoor zag dit land er te vruchtbaar uit. en er waren veel heuvels. Nu konden ze in de verte zien waar de rookwolken vandaan kwamen. er waren daar bergen, heel hoog, en het was de berg die rookte.
Ze besloten toch verder de rivier te volgen, en niet naar de rokende berg te gaan. Nu moesten ze zich wel verder over de grond. Er waren te weinig bomen. Dit maakt het moeilijker voor de soldaten om een ideale positie in te nemen om de groep te beschermen, en om ongemerkt op verkenning te gaan om naderend gevaar op voorhand te op te merken.
Hopelijk vonden ze snel leven in dit mooie land zonder bos.



