Capitum 1: Jonge wolven

Een intern bericht sturen
Aan:
CC:
Onderwerp
Bericht
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld

Dit item bevindt zich in:

Online RPGs > Mage online RPG > 2. Slotenwakers

Reageren op dit item
Titel
Reactie
vet - cursief - onderlijnd - titel - link tekst - alinea - voorbeeld
  Gebruik mijn ondertekening
pagina's: 1, laatste

Reacties

door Assunkill
Wandraak, 4480 / 5034
gepost: 5-9-2008
om 15u26

gewijzigd door Assunkill
12-9-2008 om 15u09

Capitum 1: Jonge wolven


Om half acht uur was de schemering al ingevallen en door de prachtige koepel viel maar weinig licht meer naar binnen. Op één van de antieke en onbetaalbare stoelen zat Arthur Cleensmeets voorovergeleund te wachten op de gasten van zijn meester. Hij peuterde met een tandenstoker in zijn gebit en hield zijn blik strak op de voordeur gericht. Het was nog geen tijd, maar Arthur dacht niet dat er ook maar één invitée een halve minuut te laat zou komen.

Dit was één van de favoriete locaties van zijn meester en Arthur dacht dat het misschien wel het mooiste gebouw ter wereld was. Hij had Philippe Zacharie niet weten imponeren met de Belga Queen, maar dat dan ook patserij geweest. Aan het Hôtel Van Eetvelde was niets patserigs. Het was zuivere elegantie, architectonisch meesterschap, een uniek kunstwerk in de vorm van een groot huis, dat door zijn schoonheid eerder ontroerde dan imponeerde. Zelfs de grootste cultuurbarbaar vond dit mooi, wist Arthur en dat wist hij omdat hij er eens zelf een geweest was - tot zijn meester hem oppikte.

De duisternis viel langzaam verder in en het roerloze silhouet van Arthur Cleensmeets loste langzaam op in de dichter wordende schaduwen. Pas toen hij geklop op de deur hoorde, stond hij geruisloos op en knipte het gedimde kunstlicht aan.
door malkav
achterban(k), 5849 / 7020
gepost: 13-9-2008
om 19u41
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De natte straten glansden in het lantaarnlicht en het was wat broeierig geworden. Het was eindelijk droog en het zag er voorlopig naar uit dat dit ook zou aanhouden. Niet dat ze er geld op wilde zetten want dit jaar was het wel een hele bewolkte en natte zomer geweest. De benauwdheid en de hoge luchtvochtigheid voelden soms vreemd aan op haar gezicht en naakte huid van haar nek. Alsof ze er langs dreven zonder echt aan te raken. Regen voelde nog eigenaardiger wanneer ze de tempel , die haar lichaam was, weerbaarder had gemaakt.

De vorige avond was het gelukkig ook droog gebleven en ze had wat cafeetjes bezocht aan de Grote markt. Ze had met redelijk wat mensen gesproken, sommigen hadden bijbedoelingen , anderen niet. Ze kwam eigenlijk geen mensen uit Brussel zelf tegen. Het waren allemaal forensen, studenten of mensen die er maar tijdelijk woonden. De echte Brusselaar, of hoe je het ook noemde, bestond simpelweg niet. De stad had geen identiteit, en ze vermoedde dat het machts vacuüm in de Supernale wereld hier direct verband mee hield. Ze leerde uit de gesprekken dat Brussel altijd al een toevluchtsoord was geweest voor bannelingen en vrije denkers die elders tegengewerkt werden, al was dat van hetzelfde laken een pak voor Annelies.

De zwaar beschonken leeftijdsgenoten die ze tegenkwam hadden niet veel zinnigs te melden. Ze zou bijna zeggen dat ze lesbisch was of liegen dat ze een geslachtsziekte had tegen de zoveelste strontbezopen pummel. Ruim voordat haar irritatie grens bereikt was was zij teruggekeerd naar Sint-Joost-ten-Node..
Het was toch een gezellige zaterdagavond geweest en ze was zelfs een beetje tipsy op de weg terug door de twee wanhoop-wijntjes die ze maar met moeite weg kreeg. Ze dronk eigenlijk niet en de laatste keer was bijna drie jaar geleden geweest tijdens een zegening in de kerk van haar geboorte dorpje Rossum.



Annelies had haar jas open en was wederom dankbaar voor deze droge avond. Ze liep vrijwel direct richting de Palmerstonlaan, deze was niet zo heel ver lopen vanuit haar Hostel, amper twintig minuten, maar ruim dertig op Annelies' snelheid.
Ze had de kaart van Brussel bestudeerd voordat ze vertok uit het Hostel en iets eigenaardig was haar opgevallen. Toen ze de route tussen de jeugdherberg en de Palmerstonlaan probeerde te berekenen, viel haar op dat er iets niet klopte: De Palmerstonlaan lag niet in Sint-Joost-ten-Node, zoals de brief nochtans vermelde, maar in Brussel. Ze zag dat de gemeente Brussel een vreemde vorm had. Als basis een vijfhoekig centrum, met enkele grillige vormen die er precies waren 'aangeplakt'. De Palmerstonlaan lag in zo'n aangekleefd stuk, vlak naast Sint-Joost-ten-Node. Iets wat haar deed veronderstellen dat die laan vroeger wel in Sint-Joost-ten-Node lag, maar nu dus in elk geval niet meer. Het was een observatie die misschien niet van belang was, maar zulks dingen vielen haar nu eenmaal op. Ze prentte het wel in haar achterhoofd.


Een groot en statig huis viel haar direct op toen ze de straat in slenterde. Ze bekeek de huisnummers links en rechts van haar en de berekening verbaasde haar nauwelijks. Ze had de ontmoetingsplaats van Gaëlle Laudemard gevonden, al kon ze maar moeilijk geloven dat dit diens ware naam was, net zoals die Marieke uit het Hostel. Haar eigen paspoort vertelde haar immers dat ze Anna van Lokven heette. Het was gevaarlijk om je geboortenaam te blijven handhaven als Magiër. Namen behielden macht en haast iedere wijze Magister droeg een schaduwnaam. Een schuilnaam die je geboortenaam verborg in je Nimbus. Zodat deze zo goed als onzichtbaar bleef voor kwaadwillend magie gebruikers.

Geweldig ook dat haar geboortenaam zo sierlijk op de envelop stond. Annelies wist niet of ze dit als een steek onder de gordel moest zien,.. een bedreiging als je wil. Zij had haar schaduwnaam nog niet gekregen,.. als deze missie zou slagen zou ze deze krijgen volgens Angkrah.

De ontmoetingsplaats die Gaëlle Laudemard had gekozen was in een specifieke stijl gebouwd maar dat waren zaken die ze niet mee had gekregen bij Geschiedenis of misschien Kunstgeschiedenis. Het kon van alles zijn, 'Nouveau-Barak Aqoustiqe' of wat dan ook, het boeide haar niet veel. Mensen waren creatief met namen.
De bouwstijl samen met de verzegelde handgeschreven brief deed haar in ieder geval wel denken dat deze groepering weinig progressief zou zijn, dat was een geruststelling voor haar.

Ondanks de grootte van het gebouw was het anoniem. Geen bronzen plaat tegen de gevel noch een naam nabij de bel. Ze belde aan en het duurde naar haar zin te lang eer er open werd gedaan. Na een tweede keer bellen hoefde ze niet eens door de energie matrices heen te kijken om te beseffen dat de bel het niet deed. Wat was er mis met deze mensen? Annelies had deze bel waarschijnlijk binnen vijf minuten kunnen repareren door de stroomrichtingen te bespelen van het statige pand. Althans, zolang de kabel van de bel zelf niet geheel doorsneden was. Uiteindelijk klopte ze nonchalant op de grote, fijn afgewerkte, houten deur.

Vrijwel meteen werd de deur geopend door een statige man, die Philippe Zacharie al leerde kennen als Arthur Cleensmeets.
Hij monsterde Annelies in één seconde en liep naar binnen zonder iets te zeggen, kennelijk met de bedoeling dat ze als een hondje achter hem aanliep. Waarvoor had ze de brief dan nodig gehad, hoefde hij geen puntje van haar uitnodiging af te scheuren, dacht zij spottend.
De inkomhal was bijna zo breed als het hele huis, maar niet erg diep. Arthur Cleensmeets nam, in de beste butler-traditie, haar jas van de schouders en hing deze in een kast. Daarna liep hij verder tot ze in een soort ronde kamer kwamen. Annelies zuchtte duidelijk hoorbaar en rolde haar ogen terwijl ze achter 'Willem de Zwijger' aansjokte.
De statige man leek haast te hebben en maakte in eerste instantie redelijk wat afstand op haar. Aangekomen in de sjieke kamer stonden tegen de halfhoge muur enkele antieke stoelen waarop Arthur gebaarde plaats te nemen. Daarna verdween hij weer zonder iets te zeggen. Rare snuiter moest ze constateren, te elitair voor iemand als zij misschien? Zijn gemis dacht ze vluchtig.

Annelies staarde ietwat verveeld in het rond. De meubels waren antiek en vermoedelijk onbetaalbaar. Op de grond zag ze een kleurrijk mozaïek liggen, die vissen in water voorstelde. Overdag viel er waarschijnlijk overvloedig zonlicht binnen door de koepel met gekleurd glas, maar nu het halfduister ingetreden was zag het er allemaal wat eenzaam uit. Er brandde enkele kleine lampjes, maar over het algemeen was het toch maar tamelijk schimmig. Mede omdat ze in een soort 'put' zat, had ze er eigenlijk geen idee van hoe groot de ruimte was waar ze zich in bevond. Ze zag wel de halfhoge muren naast zich, maar niet de muren die het grotere vertrek waarin deze ronde ruimte was ingebouwd, afbakenden.
Er stonden enkel drie stoelen en voor de rest was het muisstil in de ruimte. Ietwat aarzelend nam ze plaats op de middelste stoel en zakte wat onderuit. Ze durfde haar speciale zicht niet te gebruiken,.. ze zou niemand willen beledigen in diens eigen huis. Niet dat ze geen magie durfde te gebruiken, ze had vanochtend al een spreuk in haar nimbus geweven voor deze komende dag. Deze was nu nog altijd actief en zichtbaar voor meeste magisters die wat moeite deden. Onbeleefd of niet, voorzichtigheid stond bij haar toch voorop.
door Zorbalt
Moorderator, 4938 / 5396
gepost: 13-9-2008
om 23u45
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Dokter Phillipe Zacharie zat comfortabel en volkomen tevreden in de taxi en liet zich naar de Palmerstonelaan brengen. Hij verfrommelde de witte papieren zak waarin daarnet nog twee stokbroodjes met brie en een flesje Jus d’Orange hadden gezeten. Deze tweede dag van het congres, de eigenlijke reden waarom hij zich in deze stad bevond, was hem beduidend beter bevallen dan de dag ervoor. Allereerst was het programma van vandaag erg vol geboekt met gastlezingen en besprekingen, waardoor de normaal zo langgerekte lunch stevig was ingekort. Mede hierdoor waren de sociale en zakelijke momenten tussen hem en zijn collegae psychiaters minimaal geweest. Verder was de locatie ten opzichte van de eerste dag positief veranderd. De harde collegebanken van de Vrije Universiteit hadden vandaag plaatsgemaakt voor de heerlijke luxueuze stoelen van La Monnaie. De dokter was onder de indruk geweest van dit prachtige theater, waarvan de neoklassieke voorgevel dateerde uit 1819 en de gehele ambiance stijl uitstraalde. Bovendien kon ook de thematiek van de dag, godsdienstwaanzin en fundamentalisme, hem wel bekoren, al had hij er zelf erg weinig mee van doen.

Hij keek op zijn horloge en hoopte dat hij niet te laat op de afspraak zou komen. Punctualiteit was een van zijn belangrijkste competenties. Als je een eigen praktijk trachtte te onderhouden was het nakomen van afspraken een groot goed. Door alle hectiek was hij misschien iets te laat vertrokken, maar gelukkig reed de man achter het stuur goed door.

Toen hij enkele minuten voor de afgesproken tijd uit het voertuig stapte en naar het gebouw keek, kreeg hij een vreemd voorgevoel. Hij wist instinctief dat dit fluisterende stemmetje in zijn hoofd afkomstig was uit hetzelfde deel van zijn brein dat hem sinds die bewuste avond drie jaar geleden zijn talenten had doen openbaren. Diep van binnen wist hij dat zijn gehele wereld zou veranderen als hij door die dubbele deuren zou lopen en dat deze dag van het congres wel eens zijn laatste geweest zou kunnen zijn. Even voelde hij de drang om de taxi in te kruipen en terug te gaan naar zijn hotel, om zich daarna in de bar een stuk in zijn kraag te drinken, maar aangezien hij dit zag als vluchtgedrag betaalde Zacharie de chauffeur en liet hem gaan. Daarna wierp hij de papieren zak in de dichtstbijzijnde vuilnisbak, klopte de kruimels van zijn grijze Ben Barton maatpak en jas en liep richting het gebouw.

De dokter bekeek de deur en vond nergens een naamsaanduiding, wat hem ietwat bevreemde. Hij drukte op de klassiek ogende bel en merkte tot zijn irritatie dat er niet werd opengedaan. Het onding werkte niet. Tijdens het wachten dacht hij aan zijn curieuze ontmoeting met Arthur Cleensmeets en hij vroeg zich af of de jongeman enkel als boodschapper dienst deed of hier vanavond ook aanwezig zou zijn. Zacharie betrapte zichzelf erop dat hij onbewust de kubuspuzzel uit de zak van zijn jas had gepakt. Dit gebeurde wel vaker vlak voordat hij besloot om zijn gaven te gebruiken. Het was alsof het speeltje wist wat er zou gaan gebeuren. Aangetrokken als door een magneet lag het in zijn handpalm. De dokter sloot zijn ogen en probeerde de jongeman voor de geest te halen en even was het alsof ze, net als de vorige avond, tegenover elkaar aan tafel zaten. Alleen stond het tafeltje dit keer niet in een chique herenclub, maar in een donkere ruimte ergens diep in zijn hersenen. Hij glimlachte naar de jongeman en zijn stem klonk zacht…

”Goedenavond Arthur. Zou je zo vriendelijk willen zijn om de deur te openen? Het lijkt erop dat de bel buiten werking is en ik zou het erg vervelend vinden als ik daardoor te laat op mijn afspraak kom.”

Enkele minuten later deed Cleensmeets met een verontschuldigende blik de zware deur open en leidde hem zwijgend door het statige gebouw, waarbij hij enkel even stopte om de jas van de genodigde op te hangen. Voordat hij de bediende volgde pakte de dokter de puzzel uit zijn jas en stopte het ding, net als de avond ervoor, in een diepe zak van zijn pantalon.

Al snel kwam hij in een prachtige kamer. De psychiater bekeek de enorme glazen lichtkoepel en richtte zijn blik daarna op de drie stoelen die er onder stonden. Op de middelste stoel zat een jonge vrouw, of in zijn optiek een meisje, ze zou immers zijn dochter kunnen zijn. Ze keek hem met een nieuwsgierige, ietwat schuchtere blik aan en Zacharie vroeg zich af of ook zij een uitnodiging had gekregen. Als ook zij een begiftigd mens bleek te zijn zou het moeilijk zijn om zijn teleurstelling te verbergen. Dit zou zijn situatie minder uniek maken dan hij in eerste instantie had ingeschat.

Cleensmeets schraapte zijn keel.

"Mijnheer Zacharie... jufrouw de Graue..."

Aangezien hij niet op de feiten vooruit wilde lopen, liep hij naar het meisje toe en reikte haar de hand. Hij besteedde geen aandacht aan Arthur Cleensmeets, die in stilte de kamer verliet.

”Hallo jongedame, ik ben dokter Zacharie. Vind u het goed als ik naast u plaatsneem?”
door malkav
achterban(k), 5850 / 7020
gepost: 14-9-2008
om 0u56

gewijzigd door malkav
14-9-2008 om 1u12

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze bekeek de man die binnen kwam gelopen en kreeg toch het zware vermoeden dat ze hevig onderkleed was voor deze ontmoeting. Was ze soms tussen een groep elitaire, al dan niet pretentieuze, magiërs beland? Dit was waarschijnlijk zoals de locaties die Angkrah normaliter aandeed. Ontmoetingen waar zij zelf niet bij was.

Ze vervloekte de kerel die voorheen gezwegen had tegen haar,.. daar stelde hij haar voor met haar geboortenaam!! Wat was dit voor totaal onbeleefde bedoeling? Ze vroeg zich werkelijk af met wat voor magisters ze van doen had.
Ze stond op toen de zojuist gearriveerde man haar benaderde en schudde hem de hand die hij zo gretig toereikte. Het was een levendig persoon. Ze schrok in de eerste instantie ietwat van het 'dokter' gedeelte toen hij zich voorstelde als zijnde dokter Zacherie. Het voelde even alsof ze hier was gebracht om een dokter consult te ondergaan. Annelies was in eerste instantie wat geïntimideerd maar dwong haarzelf om daar voorbij te denken. Angkrah zou het zien als een teken van zwakheid. Hopelijk was deze persoon hier ook op uitnodiging, en net zoals zij een magister. Haar ogen gleden naar de butler die de ruimte verliet en weer terug naar dokter Zacharie. Ze woog haar woorden kortstondig af maar durfde toch het risico te wagen. Ze keek wat naar beneden vanonder een lok haar en sprak de dokter haast op een fluistertoon aan. Ze realiseerde zich dat het misschien net enkele secondes te lang had geduurd voordat ze begon te spreken.

"Noem me maar Anna,.. neemt u vooral plaats meneer.", terwijl ze weer ging zitten sprak ze aarzelend verder; " U bent hier ook op uitnodiging van een volstrekt vreemde die geïnteresseerd is in uw tak van expertise?". Ze blies de lok haar uit haar gezicht en keek dokter Zacherie aan terwijl ze haar wenkbrauwen ietwat onzeker optrok.
Annelies had geen flauw benul wat voor tak van expertise ze zelf zou moeten bezitten, en nog minder wat Gaëlle Laudemardin van haar verwachtte. Ze bezat immers nog minder dan een een fractie van de macht die toebehoorde aan mannen zoals haar Meester.
door Zorbalt
Moorderator, 4939 / 5396
gepost: 14-9-2008
om 13u43
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De dokter ging zitten en bestudeerde de schaduwrijke ontvangstruimte eens grondig. De vloer, recht onder de koepel, bevond zich iets meer dan een meter lager dan de rest van de ruimte. Een sierhek van messing omsloot het geheel voor een groot gedeelte. De enige meubels bevonden zich in het diepere deel en leken authentiek antiek. Het gehele huis, inclussief de enkele meubels in deze ruimte, waren ontworpen door dezelfde architect. Dit moest haast wel Victor Horta zijn, één van de allergrootste architecten uit de Art Nouveau-beweging. Zacharie vond dat hij aardig wat verstand had van antieke meubelen, een kleine liefde die was aangewakkerd door zijn vader. Diens kantoor had altijd vol gestaan met zware en oude siermeubels en ook in de behandelkamer van de psychiater in Lille stonden reeds enkele pronkstukken.

Phillipe Zacharie merkte bij zichzelf een licht gevoel van spanning op. Hij had vaak voor een publiek gestaan en genoot van de aandacht en het respect die hij hiermee met gemak leek te kunnen winnen. Hij was heer en meester in de wereld die hij door en door kende, maar met deze afspraak begaf hij zich op onbekend terrein. Hij had graag een sigaartje opgestoken, maar hij zag nergens een asbak en maakte hieruit op dat roken in dit gebouw niet werd toegestaan.

Toen de jongedame hem een vraag stelde keek hij haar een kort moment glazig aan, duidelijk trachtend om zijn gedachten te temmen en tegelijkertijd een passend antwoord te vinden. Al snel ontspande hij zich.

” Ik moet je eerlijk bekennen, Anna, dat ik werkelijk geen enkel idee heb waarom ik hier naartoe ben geroepen. Wel weet ik dat de persoon hier achter iemand moet zijn die mij reeds lange tijd in de gaten heeft gehouden en mijn gaven niet alleen heeft herkend, maar ook heeft erkend. Ik mag aannemen dat dit ook voor jou zal gelden.”

Even keek hij bedenkelijk naar de lege zetel aan de andere kant van Anne de Graue en daarna naar het lege tafeltje.

”Waarschijnlijk zijn wij niet de enige gasten. Ergens heb ik het vermoeden dat deze ruimte niet vaak dienst doet als wachtlokaal. Ik mis namelijk lectuur en iets te drinken, twee essentiële dingen die in geen enkele wachtruimte mogen ontbreken. Maar misschien heeft deze ongastvrije behandeling een bepaalde reden.”

Hij keek de jongedame een keer onderzoekend aan, maar kreeg geen vreemde sensatie, zoals hij de vorige avond bij Arthur Cleensmeets had gevoeld. Ze leek een doodnormale jonge vrouw van begin twintig.

"je komt niet van hier. Aan je accent te horen, kom je oorspronkelijk uit Nederland. Je spreekt echter alleraardigst Frans. In ieder geval een stuk beter dan mijn Nederlands. Misschien heb je liever dat ik Engels spreek? Mag ik vragen hoe ze jou hebben benaderd?"
door malkav
achterban(k), 5851 / 7020
gepost: 14-9-2008
om 14u35
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Langzaam voelde zij zich wat gemakkelijker worden. De man was extravert in tegenstelling tot haar in situaties als deze. Of misschien was hij gewoon meer aanwezig dan zij want ze was niet op haar mondje gevallen. Ze voelde zich gewoon niet op haar plaats tussen deze 'hoge heren', maar meneer Zacherie deed haar wel wat gemakkelijker voelen. Ook kon het zijn dat ze simpelweg blij was met wat gezelschap in het zelfde schuitje als zijzelf. Ze hoefde waarschijnlijk geen onaangename stiltes te vrezen tijdens hun wachten als het aan Zacherie lag maar als ze eenmaal los kwam beef ze wel gewoon een 21 jarige meid. Ze hoorde de dokter aan en vond dat meneer Zacherie wel heel snel een spervuur van informatie over haar heen wierp, dingen die haar nooit zouden opvallen. Ze zette haar elleboog op de leuning van de stoel en leunde met haar kin en wang op haar hand terwijl ze de dokter schuin aankeek vanonder de lok haar die weer was terug komen vallen.

"Nee, Frans is toereikend genoeg. Mijn Engels is nog beroerder, als in niet-bestaand,.. en ik kom oorspronkelijk uit Nederland inderdaad..
Hoe ze mij hebben benaderd? Ik voel er een verborgen dwang onder zitten, ondanks de jofele toon van de brief,.. en dat bevalt me niets.
Hoogst onbeleefd om me van meet af aan aan te spreken met mijn geboortenaam zonder dat ik me voorgesteld heb aan iemand, vind u ook niet?
", Ze wachtte geen antwoord af en sprak direct verder, " Ik was anoniem in de stad. Ik draag al jaren een vals paspoort begrijpt u? Je kan niet voorzichtig genoeg zijn, namen behouden immers macht."
Ze rolde haar ogen en haalde haar schouders op, het was nu eenmaal zo vanzelfsprekend dat deze Gaëlle Laudemard het enkel had gedaan om te imponeren. Ze sprak weer verder in diezelfde fluistertoon die net tegen normaal spreken aanzat, "Ik kwam gisterenmiddag aan op Brussel Centraal vanuit Antwerpen en zocht een willekeurig Jeugd Hostel op, onderweg werd ik lastig gevallen door wat Marokkanen die me de weg versperde. Ik liet er één wat schrikken zonder vulgaire machten te gebruiken en ik werd schijnbaar gespot door een sensor; een Slaper die rimpelingen in het Weefwerk kan waarnemen.
Ze hebben hun onderzoek goed gedaan kan ik u zeggen want enkele uren later ontving ik een handgeschreven brief, een uitnodiging, van een persoon waarmee ik de gehele avond op dezelfde kamer had gezeten. Ze had de brief dus al in bezit voordat ik het Hostel aandeed. En nu, om en nabij vierentwintig uur later, zit ik hier samen met u te wachten op andere gasten, zoals u zegt, en de mysterieuze Gaëlle Laudemard. "
, dit laatste zei ze met een gemeende glimlach het was niet eens lullig bedoeld.
door Raska
mandraak, 8512 / 10385
gepost: 14-9-2008
om 18u04
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin zat samen met zijn vriendin in het hippe café onder zijn appartementje een colaatje te drinken terwijl hij in een verhitte discussie was verzeild geraakt met een kunstkenner over de films van Luis Bunuel. Hij vond het maar patserig gezever, al dat surrealisme dat die regisseur tentoon stelde maar zijn medespreker dacht daar anders over en vond het een boeiende kijk in de geest van een gek. Daar waren ze nu al drie kwartier over aan het doorbomen.

’Moet je nog iets drinken Robin?’ vroeg Lies, die naar de bodem van haar glas aan het kijken was en het gewoon was dat Robin zich in dergelijke zinloze discussies wierp.
’Ach ja, doe mij nog maar een colaatje.’zei Robin, en hij draaide zich weer naar zijn gesprekspartner. Het was broeierig warm in het cafeetje en langzaamaan dropen er meer en meer mensen binnen. Plots kreeg hij Peter, een maat van hem in het oog en hij wuifde enthousiast met zijn hand ten teken van herkenning. Peter draaide zich om en wandelde met een glimlach verrast naar hem toe.

’Hey Robin!’ Peter zwierde zijn armen open. ’Wat doe jij hier? Ik dacht dat we vanavond niet weg konden gaan omdat jij iets te doen had rond acht uur?’
Robins lach zette zich snel om in de beweging van zijn hand naar zijn gsm: 19u48. ’Verdomme! mompelde hij en hij sprong recht uit zijn stoel waardoor hij bijna Lies omver liep. Peter en Robins gesprekspartner lachten allebei. ’Sorry schat, geef mijn drankje maar aan Peter. Ik moet er vandoor! met een razende vaart stormde hij de trap op, grabbelde zijn camerakoffer, dv-tapjes en statief bij elkaar en stormde weer de trap af. ’Weet niet wanneer ik terug ga zijn! riep hij zijn vriendin nog achterna.

Hij bond alles op zijn fiets, sprong er op en duwde met een rotvaart op zijn pedalen. 19u52, gelukkig was het gestopt met regenen. Hij negeerde twee rode lichten, reed bijna tegen een bloembak aan en kwam dertien minuten later puffend tot stilstand voor het schitterende huis op de Palmerstonlaan 4.

Hij sprong al rijdend van zijn fiets, zette hem tegen de gevel en haalde zijn koffer en statief van de bagagedrager.
Het was 20u05 en hij belde aan. Er was geen geluid te horen. Puffend stapte hij wat verder van de deur weg en keek naar het gebouw. Inderdaad, hij was er ooit al eens geweest als hij zich niet vergiste. Maar waarom deden ze niet open?
Hij duwde nog eens op de bel, weer geen geluid.
Het was 20u07 en hij balde zijn vuist om een aantal keer stevig op de deur te kloppen. ’Hallo! Robin hier!’ riep hij. Toen was er eindelijk gestommel te horen, de deur zwaaide open en een statige man verscheen in de deuropening. Bijna moest Robin weer lachen toen hij dacht aan zijn eigen voorstelling van de hautaine secretaris van Tertaire aangelegenheden, maar blijkbaar was dit niet de secretaris.

’Excuseer. Ik heb hier een afspraak met een zekere…’ Robin viste de brief uit zijn zak. ’…met een zekere mevrouw Laudemard. Kunt u haar melden dat ik er ben?’
De man deed zwijgend teken dat hij kon binnenkomen en wandelde hem voor. Terwijl Robin door de statige gang liep keek hij zijn ogen weer uit; het bleef een schitterend gebouw.
Bij een grote kast hield de man stil, nam Robin zijn bruine, stoffen jas aan en hing hem weg. Daarna wandelde hij verder tot ze bij een knappe kamer uitkwamen. Daar zaten al twee mensen te wachten.
’Mijnheer Zacharie... Juffrouw de Graue…De heer Maes.’ stelde de man hen kort aan elkaar voor. Daarna was hij weer weg. Robin gaf de twee mensen die voor hem zaten met een brede glimlach een hand en keek dan de kamer rond.
Er was nog één stoel vrij. Nou, die was duidelijk voor hem en hij zette zich neer.

Even was het stil, maar dat hield hij nooit lang vol. Hij boog wat voorover op zijn stoel ’Weten jullie waarom we hier naartoe zijn geroepen? vroeg hij aan Philippe en Annelies.
door Zorbalt
Moorderator, 4941 / 5396
gepost: 15-9-2008
om 19u35
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De psychiater hoorde het verhaal van het meisje aan en deed zijn best om zijn gelaat in de plooi te houden. In zijn dagelijkse praktijk kwam hij de gekste dingen tegen, maar over het algemeen waren de meeste psychische aandoeningen redelijk eenvoudig te diagnosticeren. Dit arme kind leed in zijn optiek niet direct aan een vorm van schizofrenie, maar had duidelijk last van pathologische wanen, waarbij ze in de veronderstelling was dat zelfs het bekendmaken van haar naam aan anderen een gevaar voor haar kon betekenen. De meeste psychische problemen openbaarde zich tussen het 15de en 30e levensjaar, maar in het geval van deze Anna speelde er nog iets anders mee.

Hoewel hij het niet zo sterk voelde als de vorige avond bij Arthur Cleensmeets, behoorde deze jongedame zonder twijfel eveneens tot de uitzonderlijken. De talenten die haar geëvolueerde hersenen haar gaven waren voor haar misschien moeilijk te plaatsen. Dit was niet zo vreemd natuurlijk, al helemaal niet gezien haar jeugdige leeftijd. Menig mens zou waanzinnig kunnen worden zonder de juiste begeleiding. Zacharie had geen hulp nodig. Hij was een autodidact en had zichzelf aangeleerd om zijn talenten te sturen en de baas te worden, maar Anna de Graue zocht duidelijk naar een manier om haar “ anders zijn” te verklaren. Een manier waarop het menselijke brein dit vaak deed was door een eigen innerlijke schijnwereld te creëren, met eigen wetten en een eigen logica. Voor haar waren verzonnen dingen als Sensoren, Slapers en Weefwerken de normaalste zaak van de wereld. Termen die op hem als bij elkaar geraapt overkwamen.

Phillipe Zacharie had medelijden met het meisje, maar liet dit geenszins blijken. Vaak was luisteren de beste manier om een juiste ingang te vinden. Als hij de bouwstenen van haar realiteit onderuit zou halen kon dit wel eens ernstige gevolgen hebben. Iemand moest haar leren dat het feit dat ze anders was dan de meeste mensen om haar heen, van haar geen freak maakte. Dat de talenten die ze had een natuurlijke, biologische en fysiologische oorzaak hadden.

Langzaam begon hij zich af te vragen waarom ze hier waren en allerlei doemscenario’s spookten door zijn hoofd. Hij merkte dat hij met zijn vingers op de armleuning van de stoel zat te tikken en stopte voordat het irritant zou kunnen worden voor anderen.

Toen arriveerde de derde en mogelijk laatste gast. Het was een man van rond de dertig, met een ietwat onverzorgd uiterlijk. Niet dat de man echt vies was, maar hij was ongeschoren en droeg een rafelige strohoed. Toch oogde hij zeker niet onaardig en hij had een lach in zijn ogen. Hij ging even staan toen de knul hem een hand gaf en wees vriendelijk naar de lege zetel.

”Ik had het er net met mevrouw de Graue over. We hebben beide geen enkel idee wat deze persoon van ons wil. Ik neem aan dat u een zelfde uitnodiging heeft ontvangen als wij?”
door Assunkill
Wandraak, 4503 / 5034
gepost: 15-9-2008
om 19u47
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Hoewel ze mekaar nog maar enkele minuten kenden, leek het gesprek tussen de gewezen studente, de dokter en de journalist snel vertrouwelijk te worden. Daar zaten de bizarre omstandigheden wellicht voor iets tussen. Bovendien leek het decor, met het schemerige licht en de hardnekkige stilte, speciaal gemaakt voor dit soort gesprekken. Maar het gesprek kreeg geen kans zich toen ontwikkelen. Toen er een deur boven hen openging, viel een grote vlek warmgeel licht in de patio, die de besloten atmosfeer enigszins deed opklaren. Uit de deuropening stapte een vrouw en via de galerij die rond de hele patio liep, wandelde ze naar de trap die naar haar gasten leidde.

De vrouw was misschien te jong en te ordinair gekleed om Gaëlle Laudemard te kunnen zijn, de vrouw die dokter Zacharie en Annelies de Graue hadden leren kennen als iemand invloed had in deze stad en die invloed liet gelden. Ze was eerder een meisje dan een vrouw, 21 misschien, 22 hooguit. Ze had een bleke huid en haar lange, rossig glanzend blonde haar droeg ze los. Haar ogen waren intens blauw en er lag een vreemde, duistere glans in, die suggereerde dat zij al meer gezien had dan haar 21 of 22 levensjaren rechtvaardigden. Ze droeg een dunne witte trui van katoen en een versleten jeans, die op haar knieën en onder haar billen bijna doorgesleten was. De kleren deden haar figuur goed deden uitkomen, maar pasten absoluut niet in dit dure en plechtige decor.

Maar wie anders kon het zijn dan mevrouw Laudemard? "Goedenavond, ik ben blij dat jullie er allemaal geraakt zijn. Ik ben Gaëlle Laudemard. Mijn excuses voor de magere ontvangst, maar het gebeurt helaas niet vaak meer dat we dit gebouw kunnen gebruiken om gasten te ontvangen, hoewel speciaal daarvoor ontworpen werd. De structuur is nog in orde, maar de voorzieningen laten het een beetje afweten. Komen jullie mee naar boven?"

Haar stem was licht hees en klonk vriendelijk en tegelijkertijd dominant. De vraag die ze had gesteld was geen vraag, maar een bevel. Hoewel ze er te jong uitzag en te slordig gekleed was, bestond er geen enkele twijfel over dat zij hier de lakens uitdeelde. Gaëlle Laudemard liep de trap weer op naar de galerij, waar de open deur op hen wachtte.
door malkav
achterban(k), 5852 / 7020
gepost: 16-9-2008
om 15u58

gewijzigd door malkav
16-9-2008 om 16u07

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze keek de vrouw, of eigenlijk jongedame, geïntrigeerd aan toen ze hen benaderde. Ze zag er maar wat jong uit, en dit was de Meester van Marieke? Ze kon niet veel ouder zijn dan Annelies zelf, of beter; leek niet veel ouder.
Ze kon namelijk ook niet geloven dat Angkrah, haar Meester, een dertiger was. Zijn kleding en gedrag deed Annelies vanaf het begin al denken aan haar eigen grootvader. Als Gaëlle hetzelfde was ondergaan had ze in ieder geval wel meer smaak qua mode; ze zag er ook daadwerkelijk uit als een twintiger.
Enkel haar ogen, haar ogen straalde niet zo'n onbezorgdheid uit als die je bij de meeste meiden van die leeftijd zag.
Ze wist niet of het haar zesde zintuig was wat reageerde of wat anders. Rond Gaëlle Laudemard hing 'iets' dat ze niet kon definiëren. Het deed haar denken aan de eigenaardige rimpeling in de realiteit die ze voelde toen ze langs de Sint Nicolaas Kerk liep gisteren. Maar enkel en alleen op het vlak dat ze de energie niet kon benoemen noch plaatsen. Hetgeen er om Gaëlle hing was iets volkomen anders, iets wat afweek van de magische Imago's die zij gewend was.

Laudemard voelde niet zo dreigend aan als de kerk, hoewel ze ergens diep in Annelies wel een soort instinctieve angst deed ontwaken. Het was maar een kortstondige bevlieging die Annelies makkelijk kon onderdrukken. Het liefste zou ze de Resonantie van hun gastvrouw lezen maar dit zou ze waarschijnlijk direct door hebben. Ze hoopte dat de anderen het woord zouden voeren en haar voor zouden gaan naar boven. Ze lette op de dokter en man die zich voor had gesteld als Robin, ze ging pas staan als zij dat deden.
door Zorbalt
Moorderator, 4942 / 5396
gepost: 16-9-2008
om 18u51
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De dokter bekeek de jonge vrouw en stond op. Door het voortdurende gevoel van spanning was het binnenste van zijn mond kurkdroog geworden. Hij had het idee dat er zich een plakkende substantie in zijn beide mondhoeken bevond en met zijn vingers wreef hij door zijn gelaat. Ook zijn ogen prikten en hij vroeg zich af of de lucht in de wachtruimte misschien te droog was. Waarschijnlijk verklaarde dat ook de hoofdpijn die plotseling op was komen zetten. Hij trachtte deze ongemakken te negeren en keek naar de anderen. Zijn stem klonk opgewekt, al was het gespeeld.

” Nou, laten we naar boven gaan en eens kijken wat mevrouw Laudemard ons te melden heeft.” Daarna richtte hij zich tot de gastvrouw en beende langzaam naar de trap. ”Ik ben trouwens erg benieuwd hoe u mij heeft kunnen traceren. Ik doe namelijk mijn uiterste best om mijn talenten enkel binnen de muren van mijn behandelkamer aan te roepen en ben in de overtuiging dat mijn patiënten hun mond niet voorbij zullen praten.”

Terwijl hij zijn eerste stappen op de traptrede zetten, keek hij over zijn schouder of zijn lotgenoten hem volgden.
door Assunkill
Wandraak, 4505 / 5034
gepost: 17-9-2008
om 12u05
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
In de ruimte die het vijftal betrad, hing een intieme maar plechtstatige sfeer, die speciaal voor dit soort gelegenheden gecreëerd leek. De vloer werd bedekt door een dik tapijt, dat alle geluid dempte en drie wanden werden bedekt door panelen van ingelegd hout. De vierde wand bestond uit grote, kunstig vormgegeven ramen, waar lichte gordijnen voor hingen. Alles was hier in dezelfde elegante stijl uitgevoerd, van het meubilair tot de gordijnen. Boven een rechthoekige tafel hing een grote koperen luster, die helder maar warm de hele ruimte verlichtte.

Rond de houten tafel stonden zes stoelen en op het blad lag een plateau met acht ondersteboven gedraaide glazen. Aan het hoofd van de tafel lag een dikke zwarte map, gesloten nog. Gaëlle Laudemard ging op die plaats zitten en knikte naar haar gasten dat ze ook moesten plaatsnemen. Ze maakte een vaag gebaar naar de deuropening, waarop Arthur Cleensmeets de deur sloot en als een bewaker naast de deur bleef staan, met licht gespreide benen en zijn handen op zijn rug.

"Welkom, alledrie. Ik geloof dat mijnheer Cleensmeets u al aan mekaar heeft voorgesteld en u weet dat ik Gaëlle Laudemard ben, dus het kenningsmakingsrondje kunnen we overslaan. Ik heb niet de gewoonte mij tijdens een uiteenzetting door vragen te laten onderbreken, maar mijnheer Zacharie is zo sluw geweest mij een vraag stellen voor ik mijn betoog begonnen was, dus zal ik hem eerst het antwoord geven waar hij recht op heeft."

Gaëlle Laudemard lachte en draaide zich zodat ze Philippe Zacharie recht in haar diepe blauwe ogen keek.

"U weet beter dan wie ook wat een getalenteerde man kan doen met de geest van een andere man. Uw uitzonderlijke prestaties vielen onze organisatie op en zodoende onderwierpen wij enkele van uw voormalige patiënten aan een onderzoek. Zij hielden hun mond, maar wij moeten niet op het woord vertrouwen om informatie te verkrijgen. Wij puren haar rechtstreeks uit de bron - de geest."

Hierop richtte ze zich opnieuw tot al haar gasten. De zwarte map schoof ze wat dichter bij zich en ze legde haar handen er op. "Zo, nu dat is uitgeklaard, moeten jullie enkel nog laten weten wat jullie het liefst drinken. Wat rode wijn betreft kan ik jullie een Chateau Kajmand uit 2002 aanbieden. Voor wie liever wit drinkt, staat er een Tokaji Furmint uit 2004 op de juiste temperatuur. En er is natuurlijk Spa."
door malkav
achterban(k), 5854 / 7020
gepost: 17-9-2008
om 17u20

gewijzigd door malkav
17-9-2008 om 22u41

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze was achter meneer Zacherie en Robin aangelopen toen zij stonden en volgde samen met hen hun eigenaardige gastvrouw. Terwijl zij door het statige pand liepen voelde Zacherie zich gedwongen om het woord te voeren en dit vond zij alles behalve erg. Ze zag hoe hij omkeek of zij en Robin volgden en ze wendde haar blik direct naar beneden toen hun ogen even kruisten. Niet dat ze het bewust deed, het was een natuurlijke reactie die ze echt eens af moest leren.

Moest hij nu werkelijk vragen hoe Gaëlle's mensen hem gevonden hadden, of liet hij anderen liever over zijn eigen persoon praten? Annelies was meer verwonderd geweest dat ze haar gevonden hadden, zij was namelijk iemand die al bijna twee jaar in de anonimiteit verbleef.

De ruimte was indrukwekkend, vooral om het feit dat Annelies maar zelden zo'n getuigenis van weelde aanschouwde. Ze bleef wat onwennig naast Robin staan en kreeg een akelige sensatie toen Gaëlle Laudemard de vraag van de dokter beantwoorde. In Gaëlles ogen leek ze vluchtig een duistere glans op te zien lichten. Annelies werd een stuk alerter en moest snel grip op de situatie krijgen. Ze voelde duidelijk hoe het Weefwerk begon te resoneren. Ze werd een beetje bevangen door onzekerheid en ze hoopte niet dat zij regelrecht een of andere valstrik was ingelopen. Er stonden, voor zover zij wist, twee Magisters in de ruimte die qua primaire macht waarschijnlijk ver boven hun stonden.
Ze wierp alle beleefdheidsformules die Angkrah haar onderwezen had overboord en trachtte door het Weefwerk te kijken, ze moest deze Resonantie lezen.

Het was ontegensprekelijk dat hun gastvrouw de rimpelingen veroorzaakte. Ze voelde hoe bogen van onzichtbare energie van hun gastvrouw straalde en alles om hun heen beroerde. Ze kon haar vinger er niet op leggen wat er precies veranderde binnen het Weefwerk, daarvoor zou ze veel dieper moeten kijken.
Het was zo'n sterke energie dat het volgens Annelies bijna onmogelijk leek dat Gaëlle enige moeite deed om de resonantie te verbergen of zelfs maar te beperken, het omgekeerde was zelfs waarschijnlijker. Annelies trachtte de rimpelingen te analyseren maar ze kon er weinig over zeggen. Het leek in geen enkel opzicht op magie die zij al eerder had bekeken of geanalyseerd. Het enige waar ze zeker van kon zijn was dat Gaëlle bewust de realiteit aan het bewerken was.
Annelies vermoedde dat dit waarschijnlijk ook de oorzaak was van hetgeen zij beneden voelde rondom de jongedame. De lichte angst voor haar kwam wederom opzetten en Annelies onderdrukte het nogmaals. Er leek verder niets op eventueel onheil te wijzen maar toch bleef ze deze ontmoeting met andere ogen bekijken. Als ze de moed bijeen kon rapen zou ze haar werkelijk examineren. Haar blik gleed naar de bewaakte deur en weer terug naar de twee mannen die richting de tafel liepen. Vervolgens vielen haar ogen weer op Gaëlle, half verborgen achter een lok haar.

".. een Spa rood graag." mompelde ze haast onhoorbaar terwijl ze naar een van de stoelen schuifelde.
door Raska
mandraak, 8514 / 10385
gepost: 17-9-2008
om 17u58
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
’Voor mij ook een watertje.’ zei Robin. Een glaasje wijn ter tijd en stond sloeg hij niet af, maar momenteel had hij er precies geen zin in. Plots rilde hij, hij voelde een tinteling passeren door zijn lijf. En dan nog een. Dan lopen de geesten door je lijf, zei Lies altijd. Kijk maar eens goed, zei ze lachend, dan zal je ze kunnen zien. Op die momenten lachte Robin altijd en porde hij Lies in haar heup, maar de laatste tijd was hij er toch minder gerust in.

Maar het waren geen ingebeelde geesten, die tintelingen die hij hier voelde, zoveel wist Robin wel. Hij mocht dan nog niet zo heel lang vreemde, onverklaarbare dingen meemaken. Hij herkende zoiets wel als hij het tegenkwam. Hij omklemde zijn camera en keek naar Gaëlle. Het verraste hem aangenaam dat ze klaarblijkelijk geen bh aan had. Haar tepeltjes waren zichtbaar door de stof van de witte katoenen trui en hij trok heel licht een wenkbrauw op. Meisjes zoals haar horen niet thuis in deze omgeving. Meisjes zoals haar horen op een bank aan een haardvuur te kijken naar een romantische komedie met een grote mok chocomelk in de hand.

Hij keek de kamer rond en lette op hoe zijn twee metgezellen reageerden. Annelies staarde, dat was het juiste woord: ze staarde alsof ze dwars door Gaëlle probeerde te kijken.
De dokter had nog niet veel reactie getoond. Het leek Robin ook niet een man die zo zijn reacties ten toon zou spreiden. Het leek hem eerder een gereserveerde, wenkbrauwoptrekkende professor zoals hij er veel had gehad tijdens zijn opleiding. De stijl die graag studenten in het nauw praat en ze dan met een opgetrokken ‘och,-wat-ben-jij-toch-dom’ wenkbrauw de grond in duwt. Langs de andere kant leek het een man waar je serieus mee kon praten zonder de hele tijd onderbroken te worden door flauwe grapjes, zoals wel eens gebeurde bij zijn vrienden. Robin zou het nog moeten aanzien.

Hij zette zich op een van de zes stoelen, legde zijn camerakoffertje naast de glazen op tafel en haalde er zijn camera uit. ’Is het een probleem dat ik wat rondfilm, Gaëlle?’
door Zorbalt
Moorderator, 4944 / 5396
gepost: 17-9-2008
om 21u13
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Phillipe Zacharie bekeek de kamer en was maar wat blij dat de jonge vrouw alsnog een gastvrij gebaar liet zien door hen drinken aan te bieden. Hij was geen groot liefhebber van wijn en dronk buiten een cognacje en een enkel speciaalbiertje op zijn tijd weinig alcohol. Enkel al het bevochtigen van zijn lippen zou hem goed doen. De kamer rook lekker fris en hij voelde hoe dit de kloppende hoofdpijn zuiverde. Toen Laudemard zich direct tot hem richtte hield hij zich groot en probeerde zijn gelaat te ontspannen. Terwijl ze sprak vroeg hij zich af of ze zijn gedachten op dit moment aan het lezen was en hij probeerde de inhoud van zijn geest te beschermen. Ondanks haar leeftijd was de gave van de gastvrouw een stuk sterker aanwezig dan bij hem. Zijn trots en ijdelheid versplinterde op dat moment op het dikke tapijt onder zijn gelakte schoenen.

Hoe naïef was hij geweest. In zijn gedachten kwamen de antwoorden op haar vragen als ontluikende bloemen naar de oppervlakte. Natuurlijk had hij gedacht dat hij uniek was, maar nu werd hij met zijn neus op de feiten gedrukt. Ze noemde hem een beginneling, maar leek potentie in hem te zien. Hij moest maar wennen aan het idee dat zijn droom nu nog niet realistisch was. Cleensmeets had het woord magie in zijn mond genomen en de dingen die hij voelde kon hij bijna niet anders omschrijven. Toch kon zijn wetenschappelijke brein het bestaan van tovenarij niet accepteren.

Hij keek naar de twee andere gasten, op het oog twee doodnormale mensen en hij besefte dat leeftijd, geld en uiterlijke schijn niet telden voor begiftigden. De volmaaktheid van zijn geest, de innerlijke potentie van zijn grijze massa, leek verder weg te zijn dan ooit. Hij stond hier op een plaats met mensen die een grotere geestelijke ontwikkeling hadden doorgemaakt dan hij. Hier stonden de nieuwe mensen. Hoe anders zou de wereld eruit zien als alle mensen zouden worden zoals zij. Uiteindelijk zou dit gaan gebeuren, al zou hij dat niet meer meemaken. De vissen waren immers ook niet in enkele dagen uit de zee gekropen om zich te ontwikkelen tot landdieren. Ze bood hem aan om zijn gaven verder te onderzoeken en de potentie van zijn geest nog verder te ontplooien. Maar de dokter wist uit ervaring dat er weinig hulpverleners waren die hun diensten voor niets aanboden. Ook haar toerijkende handen wilden iets van hem.

Er hing hier iets in de lucht, alsof het een golf was van onzichtbare statische elektriciteit. Zijn ogen zagen niets, maar hij voelde een vreemde tinteling over zijn rug lopen. Hij kende bepaalde medicijnen, veelal antidepressiva zoals Sarotex of Ludiomil, die de gebruiker het gevoel konden geven dat deze buiten zichzelf kwam te staan en vreemde tintelingen of lichamelijke gewaarwordingen konden veroorzaken. Dit moest ongeveer dezelfde sensatie zijn, maar hij gebruikte, buiten een aspirine op zijn tijd, weinig medicijnen.

Mevrouw Laudemard wilde hen een voorstel doen en hij schatte in dat de kans klein was dat zij er niet op in zouden gaan. Ook schatte hij in dat hun opdrachtgeefster een negatief antwoord van hun kant niet zou accepteren en op dit moment vroeg hij zich af hoe machtig ze was.

Hij besloot te gaan voor een koel glas bronwater en wachtte af wat ze van hen wilde.
door Assunkill
Wandraak, 4506 / 5034
gepost: 18-9-2008
om 10u36
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Arthur Cleensmeets verliet zijn post en sloot de deur zacht achter zich. Het contrast met de vorige avond was groot: toen was hij, tussen rijke en machtige heren in dure pakken, een hele kerel geweest. Nu speelde hij nederig dienstbode voor een jong meisje in een doorgesleten jeans.

Op de vraag van Robin Maes keek Gaëlle Laudemard hem poeslief aan. "Ik geef u een kans om uw reputatie van intelligent man integer te laten, mijnheer Maes. We doen alsof u die vraag niet gesteld heeft en u denkt in stilte goed na wat het antwoord zou kunnen zijn. Ik ben er zeker van u zelf tot het enige mogelijke antwoord komt."

In haar ogen lag een mengeling van ergernis en spot. Gaëlle vroeg zich af of haar informanten wel over genoeg mensenkennis beschikten. Zowel de dokter als de journalist hadden een vraag gesteld die zij zeer dom vond. En dan was ze nog niet eens aan haar uitleg begonnen... Voorlopig maakte de stille Nederlandse de beste indruk. Zij leek discreter, dat mocht Gaëlle wel. Ze pakte de zwarte map met twee handen vast en begon aan haar uitleg.

"Het doet mij plezier dat u alledrie bent opgedaagd. Ik zal u zo zo kort en helder mogelijk proberen uitleggen waarom ik u hier heb samengeroepen. Als iets u onduidelijk blijft, en dat kan ik mij zeer wel voorstellen, kan u daar na mijn uitleg vragen over stellen.

Ik ben Gaëlle Laudemard en als secretaris leid ik het departement Tertiaire Aangelegenheden. Primair noemen wij de openbare sector, de
res publica als het ware. Alle bestuurszaken waarvan de bevolking van een democratische rechtstaat, die zoals u weet de staat zelf is, op hoogte behoort te zijn. Secondair is de sector die nog steeds binnen deze staatkundige orde gesitueerd wordt, maar waarvan het in het belang van de burger is dat hij niet op de hoogte is. Diensten voor contraspionage en staatsveiligheid rekenen wij tot de secondaire sector.

De tertiaire sector is dat wat daar nog boven staat. Vanzelfsprekend zijn wij geen officiële instantie. Wij werken wel nauw samen met de officiële instanties, die, als zij ons als orgaan leren kennen, veronderstellen dat wij tot de secondaire sector behoren. Ik heb u alledrie hier uitgenodigd omdat u met dat tertiaire niveau wel bekend bent. Ik weet dat sommigen onder u het geen magie willen noemen, dat is mij best, maar ik zal dat voor het gemak zelf wel doen. U bent alledrie magiërs, en daarom wil ik op u een beroep doen.
"

Achter hen ging de deur zacht weer open en Arthur Cleensmeets kwam weer binnen. Hij droeg een grote plateau met drie karaffen van geslepen glas en schonk de gasten hun water in. Zijn meester bediende hij van een glas witte wijn. Zij negeerde de handelingen van haar dienaar volledig en zette haar uiteenzetting verder.

"Het probleem van onze dienst is geen gebrek aan middelen, maar wel een gebrek aan mankracht. Ik beschik over zeer ruime fondsen en een uitstekend informatienetwerk, maar niet over voldoende geschikt operationeel personeel. Het is moeilijk in en rond Brussel magiërs te recruteren die nog niet op deze of gene wijze betrokken partij zijn bij één van de vele conflicten en conflictjes tussen de talloze Brusselse fracties. Om voor onze dienst te werken, is deze neutraliteit wel vereist. Daarom werk ik regelmatig met freelancers en dat is precies waar ik jullie voor heb uitgenodigd. Mijnheer Zacharie en juffrouw de Graue zijn vreemden in deze stad; mijnheer Maes is al wel benaderd door een fractie, maar zolang hij niet is toegetreden kan hij voor mij werken.

Voor ik u uitleg wat het werk inhoudt, wil ik weten of u voor mijn dienst als freelancer aan de slag wil. U kan nadien nog altijd weigeren als de aard van het werk u niet aanstaat, natuurlijk, maar het is een belangrijke principesbeslissing die genomen moet worden. Als u nog vragen hebt over dit statuut of onze dienst, kan u die nu stellen.
"

Vriendelijk en geïnteresseerd keek ze haar gasten aan. Ze verwachtte een stormvloed van vragen.
door malkav
achterban(k), 5857 / 7020
gepost: 18-9-2008
om 20u13

gewijzigd door malkav
18-9-2008 om 20u39

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Zoals deze vorstin de situatie in Brussel weerlegde leek het wel of het er hier eigenlijk hetzelfde was als overal. Niet dat ze ooit aanwezig was bij prominente ontmoetingen zoals deze, noch werkelijke 'missies' toen zij in het gezelschap van haar meester verkeerde. Maar ze herinnerde zich de eindeloze, maar vooral slapeloze nachtelijke ritten met Angkrah, de monoloog meester, nog heel zuiver. Wat kon die man kankeren over de kortzichtigheid en 'kinderachtige' strubbelingen tussen Magisters. Vooral de missies die hem gegeven werden waren doelwit van een overvloed aan sarcasme, tegen de 'dove oren' van Annelies. De Magisters vormden, voor zover zij wist, geen duistere overkoepelende organisaties die diep in de politiek zaten, daarvoor waren zij simpelweg met te weinig.
Allen waren zij de spelers van een magnifiek spel wat zich vanachter de coulissen afspeelde. Een eenzaam spel waarbij er naar Annelies' zin te veel 'ge-backstabbed' werd.. Veel magiërs kregen grootheidswaan op den duur had Angkrah haar verteld, voor de gelukkigen was dit enkel een fase. Maar wie kon het je kwalijk nemen als je de potentie bezat om hemel en aarde te bewegen?

Er viel een korte stilte toen Gaëlle zich weer op hen richtte. Annelies zette haar glas bruisend bronwater met een harde tik terug op de tafel, ze schrok er zelf lichtjes van, iets wat duidelijk af te lezen was aan haar gezicht.
Ze zag geen andere uitweg dan te spreken nu ze de indruk had dat alle aandacht op haar was gericht.

Ietwat stotterend begon ze, en ging wat zachter praten,"euh..Ten eerste spijt het me dat ik de Resonantie van deze kamer lees, maar u liet me daarnet even schrikken door dat plotselinge vertoon." Ze hield even in, bang dat ze haar gastvrouw beledigd had. Maar Gaëlle keek haar nog even stoïcijns aan als voorheen. Annelies had in ieder geval laten merken dat ze niet geheel op haar achterhoofd gevallen was.
"Ik heb wel wat dingen die ik me afvraag. Zoals hoeveel groeperingen zijn er in Brussel waar ik werkelijk rekening mee moeten houden als we in dienst van de tertiaire sector treden? Want het woord 'talloos' is wel heel abstract." Ze trok haar schouders vluchtig op en rolde haar ogen onschuldig terwijl ze Gaelle aankeek," Maar mijn werkelijke vraag, mevrouw Laudermard.., speelt de Sint Nicolaas Kerk een prominente rol in de strubbelingen van de Supernale wereld van Brussel en mede de tertiaire sector? De kerk is iets uit duizenden heb ik het vermoeden, al kon ik in het voorbijgaan niet doortasten wat er precies mis is met dat bouwwerk."

Terwijl ze sprak keek ze soms even naar haar mogelijke toekomstige collegae. Ze hoopte dat ze niet de enige was die een vraag zou stellen,.. dat zou zo voor schut zijn... Ze voelde hoe ze lichtelijk begon te blozen toen ze was uitgesproken.
door Assunkill
Wandraak, 4508 / 5034
gepost: 18-9-2008
om 22u00
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Een beetje verbaasd was Gaëlle Laudemard wel, en dat was ook op haar gezicht af te lezen. Maar ze was prettig verbaasd; het Nederlandse meisje gaf blijk van inzicht en talent. Het was een aangename afwisseling na de lompe vragen van de twee mannelijke gasten.

"Je zal niet tegen Brusselse fracties werken. Onze dienst heeft genoeg gezag bij de fracties, ook al staan ze niet onder onze controle. Bovendien zouden ze in hun eigen ruiten ingooien als ze jullie missie zouden proberen saboteren. Ik kan jullie garanderen dat jullie van de magiërs in deze stad geen enkel gevaar moeten vrezen. Ze zullen misschien proberen spioneren, maar dat is mijn zorg en niet de uwe."

Gaëlle Laudemard nam een slok van haar witte wijn. Haar grote ogen vernauwden zich toen ze, meer tegen zichzelf dan tegen haar gasten sprak. "De eerste idioot die een vinger uitsteekt naar mijn gasten, zal het zich ernstig beklagen." Ze rechtte haar rug en richtte zich plots tot Arthur, die zijn positie aan de deur weer had ingenomen. "Arthur, als deze mensen bij ons in dienst treden, moet expliciet bekend gemaakt worden dat zij mijn gasten zijn en dat wie hen lastigvalt, met mij persoonlijk te doen krijgt." Ze schudde haar hoofd, alsof ze deze mogelijkheid eigenlijk te gek voor worden vond en sprak opnieuw rechtstreeks tot Annelies.

"Maar om correct op je vraag te antwoorden: op dit moment zijn er zeven groepen aanwezig in het Brusselse, maar je moet weten dat het hier een constant komen en gaan is. De zigeuners in Schaarbeek zouden elk moment vertrekken, hoorde ik, en de Roemeense groep in Molenbeek ondergaat zo'n heftige interne machtsstrijd dat ik voorspel dat zij zullen splitsen, maar die zaak volgen wij nauw op. Er schijnt zich een nieuwe kern te vormen rond een aantal eurocraten, hoewel er eigenlijk al één is. Tussen de zes en de negen fracties dus op dit moment, maar dat kan morgen alweer anders zijn. Hoe dan ook zal geen van hen zal het zich in zijn hoofd halen mij tegen zich in het harnas te jagen. Dat hoop ik tenminste - voor hen."

Ze glimlachte zo ijskoud dat het een erg onprettig idee werd dat er iemand zich de persoonlijke woede van Gaëlle op de hals haalde, maar haar lach ontdooide weer toen ze het tweede deel van Annelies' vraag beantwoordde.

"De Sint-Niklaaskerk speelt bij mijn weten geen enkele rol bij de conflicten. Het gebouw is eigendom van de Katholieke Kerk, een instituut dat door de band genomen wel gerespecteerd wordt, mede omdat het zich zo weinig mogelijk moeit met onze sector."
door Raska
mandraak, 8516 / 10385
gepost: 19-9-2008
om 10u49
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin keek naar Gaëlle en legde zijn camera terug neer. Dom ook, om het te proberen...
De manier waarop ze hem en de dokter aankeek als waren ze twee kleine kinderen zinde hem helemaal niet. Hij beet op zijn onderlip want hij wist dat de vrouw voor hem veel machtiger en bedrevener was in magie dan hij.

Maar goed, veel van zijn bazen keken een beetje raar naar freelancers en Robin had zich er de gewoonte van gemaakt eerst de opdracht te horen voordat hij besloot vragen te gaan stellen. De hele organisatiestructuur van de magiërs interesseerde hem toch niet zo: je kon er geen mooi verhaal over uitbrengen. Als hij iets schreef over magiërs zouden al zijn werkgevers hem voor gek verklaren, geen verhaal waardig dus. Hij zocht naar sensatie en spanning, maar je moest er nog wel iets mee kunnen doen. Zijn hachje wagen zonder dat hij er iets deftig mee kon aanvangen was gewoon dom.
Zelf vond hij dat magiërwereldje maar een pompeus gedoe, al besefte hij wel dat er connecties belangrijk waren. Dat was in het echte leven zo en leek in het magiërswereldje niet anders.

Hij was dus wel benieuwd naar de opdracht. Wie weet kon hij wat netwerken met interessante mensen. Eindelijk iets boeienders dan de zoveelste ramkraak in een juwelier.

Maar hij wachtte tot Gaëlle er zelf over zou beginnen. In afwachting nam hij één van de glazen en dronk een slok van het koude water. De lucht hierbinnen was een beetje droog of plakte zijn mond omdat hij zonder dat hij het wilde toegeven toch een beetje nerveus was?
door malkav
achterban(k), 5858 / 7020
gepost: 19-9-2008
om 17u04

gewijzigd door malkav
19-9-2008 om 20u34

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze knikte begrijpend toen Gaëlle haar vragen beantwoorde en zakte wat achterover toen hun gastvrouw uitgesproken was. Ze was content met de informatie, voorlopig dan. Wel was ze teleurgesteld dat er volgens mevrouw Laudermard niets bijzonders was met de kerk. Tegelijk vroeg ze zich af of ze de gehele situatie gisteren wel juist ingeschat had. Zou het niet gewoon kunnen zijn dat een andere Magister in of nabij de kerk aan zijn magie werkte. Misschien zelfs direct op haar. Het onderzoek naar de kerk zou ze dus voorlopig moeten reserveren voor haar eigen tijd.


Het was misschien wel een beetje ijdele trots geweest naar de heren toe om juist die vragen te stellen. Eigenlijk was het meer geweest om Gaëlle te laten zien dat ze niet te doen had met de eerste de beste aspirant-Magister die ze van straat geraapt dacht te hebben.
Ze nam wat slokken spa en lette er deze keer op dat ze haar glas niet te hard op de plaat zette die het antieke tafelblad beschermde. Ze keek naar de zwarte map die op tafel lag en langzaam begon haar nieuwsgierigheid te branden. Dit zou veel anders zijn dan de opdrachten die ze voorheen had gekregen van Angkrah. In tegenstelling tot die opdrachten zou er aan deze waarschijnlijk wel een beloning plakken. Ze werd al wat gelukkig van dat idee al moest ze nog niet op de feiten vooruit lopen. Ze keek de heren aan, afwachtend of ze nog vragen hadden. Nu pas kon ze werkelijk zien dat ze met mede-Magisters te maken had. Ze zag de aura's van de dokter en meneer Maes met een zacht licht pulseren op het ritme van hun eigen ademhaling, ze zag hetzelfde bij de butler en Gaëlla.
Robin leek geen aanstalten te maken om iets te vragen. Hij was misschien even nieuwsgierig als zij wat de precieze context zou zijn van het 'verzoek' wat ze zouden krijgen. Wat zou hij zijn, een journalist misschien.. of nog steeds student? Al had ze het idee dat hij misschien iets te oud was om student te zijn. Annelies keek naar de dokter en kon zich niet voorstellen dat hij geen enkele vraag had.
door Zorbalt
Moorderator, 4948 / 5396
gepost: 20-9-2008
om 14u41
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Zacharie dronk zijn glas rustig leeg, terwijl hij de sprekers aanhoorde. Met elke zin die hun opdrachtgeefster sprak voelde hij zich ellendiger. Tot gisteren avond was hij, zover hij wist, de enige mens met gaven geweest. Hij kende niemand in zijn omgeving die kon wat hij kon. Maar nu bleek er een geheime, maar levendige wereld te zijn die bevolkt werd door begaafden. Geëvolueerde geesten die zichzelf zagen als magiërs. De dokter had zich al lang neergelegd bij het gebruik van deze term en kwam tot de conclusie dat zijn wetenschappelijke benadering in geen geval hoefde te worden aangepast. Hij noemde de bijzondere dingen die hij kon doen met zijn brein gaven, maar anderen zochten een term die ze beter konden begrijpen. Een mens had weinig fantasie nodig om daarbij op het woord magie uit te komen. In principe spraken ze hier allemaal over hetzelfde. Dat deed voor hem de kous af.

Tijdens het verhaal van Gaëlle Laudemard en de vragen van de anderen liet hij zijn glas nog eens bijvullen en beende hij rustig door de kamer. Hij bekeek de prachtige houten sierpanelen alsof hij een toerist was in het Musee du Louvre, maar bleef de gehele tijd aandachtig luisteren. Hij kon zich goed voorstellen hoe de mysterieuze leidster van het departement Tertiaire Aangelegenheden zichzelf op dit moment voelde. Ze was nogal vol van zichzelf en genoot ervan om te pronken met haar talenten. Ze deed hen voorkomen dat zij niets te vrezen hadden van de andere, zogenaamde, magisters in de stad, aangezien zij voor hun veiligheid in zou staan, maar hij prikte met gemak door de façade heen. Haar "magie" kon niet verhullen dat ze diep van binnen erg onzeker was en de dokter vroeg zich af hoe groot haar invloed binnen de maatschappij der begaafden werkelijk was. Het feit dat ze met haar Resonantie, zoals Anna het noemde, respect bij hen trachtte af te dwingen, had op hem een averechts effect. Ze was bang. De dokter vroeg zich enkel af waar voor. Hij draaide zich om en nuttigde, voordat hij sprak, nog een slok water.

”U heeft mijn interesse gewekt, mevrouw Laudemard. Ik zal niet ontkennen dat ik mij enigszins verbaas over het feit dat er een geheime maatschappij van, zoals u het noemt, magiebeoefenaars bestaat, maar nu ik deze kleine schok te boven ben gekomen kan ik u enkel melden dat ik blij ben. Ik ben blij met het feit dat ik weet dat ik niet alleen sta en dat er anderen zijn die mij kunnen leren om de potentie van mijn talenten te vergroten. Aan de andere kant kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat uw opdracht enig gevaar voor ons op zal leveren.”

Phillipe Zacharie dronk zijn glas leeg en zette deze op het tafelblad, waarna hij verder sprak.

”Voordat ik enige toezeggingen doe wil ik weten wat ons werk in gaat houden. De ogen van mij en van mijn twee collegae hier worden al sinds dat we deze prachtige ruimte mochten betreden naar die zwarte bindmap getrokken. Ik neem aan dat u ervan uit bent gegaan dat het vuur van onze nieuwsgierigheid hiermee aangewakkerd zou worden en ik zal dat zeker niet ontkennen, maar u moet begrijpen dat ik iemand ben die het contract pas ondertekend als ik alles heb gelezen. Hiermee doel ik ook op de kleine lettertjes.”

De dokter glimlachte vriendelijk en was benieuwd hoe mevrouw Laudemard hierop zou reageren. Misschien was zijn benadering te direct, maar hij had geleerd dat het beter was om meteen open kaart te spelen. Hiermee hoopte hij te bereiken dat zij hetzelfde zou doen.
door Assunkill
Wandraak, 4509 / 5034
gepost: 20-9-2008
om 17u55
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De blik van Gaëlle Laudemard ging naar de zwarte map die ze in haar handen had. Dokter Zacharie liet verstaan dat hij het psychologisch effect ervan doorzag, maar dat hij er toch gevoelig voor bleef. Ze glimlachte flauwtjes naar de dokter.

"Ik begrijp hieruit dat geen van u allen een principieel bezwaar heeft tegen een freelance-contract voor mijn dienst. Dat laat mij toe om de opdracht zelf toe te lichten."

Gaëlle Laudemard nam opnieuw een slok wijn en streek met haar hand over de map. Toen stak ze van wal.

"Toen ik zonet zei dat de Sint-Niklaaskerk geen enkele rol speelde in het magische gekibbel in Brussel, was dat correct. En dat zouden wij graag zo houden. Of dat mogelijk is zal van u afhangen. De Sint-Niklaaskerk is de oudste kerk van de stad. Ze ligt midden in het toeristische centrum. Er worden al jaren geen zondagsdiensten meer gehouden en ze slaagt er niet in een rol als toeristische attractie waar te maken. Daarom onderhandelen vertegenwoordigers van het stadsbestuur en de Katholieke Kerk over een nieuwe functie voor het gebouw.

Die onderhandelingen worden zo geheim mogelijk gehouden. Niet omdat het op zich zo'n geheime materie is, maar omdat je anders allerlei buurtcomités riskeert die de transactie proberen saboteren. Nu, het wekt weinig verbazing dat het toch is uitgelekt - zo gaat dat nu eenmaal meestal op het primaire niveau.

Tot daar is het inderdaad primair en heeft onze dienst er niets mee te maken. Maar er zijn inderdaad buurtcomités ontstaan en de aard daarvan heeft onze strategische eenheid aan het denken gezet. Het eerste comité is amper een comité. Het bestaat uit twee Polen. Polen is, na Vlaanderen en misschien Ierland, het katholiekste land ter wereld. Vanuit die hoek was dus wel tegenstand te verwachten. Het is een Pools echtpaar dat nogal geïsoleerd staat in de Poolse gemeenschap en blijkbaar verder ook niemand op de hoogte heeft gebracht. Hiermee is weinig aan de hand.

Het andere comité echter, is gevormd rond een Congolese familie. U moet weten dat de Congolezen in Brussel hun eigen kerken hebben in het zuiden van de stad. Hun engagement is dus al een beetje vreemd. Maar de familie is bovendien sterk verbonden met een Congolese groep magiërs. De Polen willen gewoon dat de kerk blijft bestaan zoals ze nu is. De Congolezen richten zich vooral tegen de ontwijding van de kerk. Dat alles sterkt ons vermoeden dat er iets niet helemaal in de haak is met die Sint-Niklaaskerk. Een verkennend bezoekje aan de kerk heeft bij verschillende - maar niet alle - medewerkers van onze dienst inderdaad bevestigd dat er een vreemde sfeer in en rond het gebouw hangt.

We weten voorlopig niet wat er aan de hand is met het gebouw. Maar we kunnen niet riskeren dat er een magische oorlog in Brussel uitbreekt als de Katholieke Kerk het gebouw vrijgeeft. Daarom zijn de onderhandelingen stilgelegd tot een commissie van experts een advies uitbrengt. Die experts, dat zijn jullie.

Jullie begrijpen dat wij hiervoor geen beroep kunnen doen op iemand anders. Elke magiër die hier belangen heeft, zou meteen de situatie in zijn voordeel proberen ombuigen. Die kunnen we het onderzoek niet laten voeren. We hebben dus buitenstaanders nodig en dat zijn jullie.

Jullie taak zal er dus in bestaan om het gebouw te onderzoeken op sporen of tekenen van magie, en die te analyseren. De risico's die u daarbij loopt, kan ik niet inschatten, omdat ik ook niet weet wat het precies is dat jullie mogelijk ontdekken. U krijgt een vergoeding van 2.000 euro elk, plus eventuele onkosten.
"

Gaëlle Laudemard zweeg en keek haar gasten aan. Na de vorige uitleg waren de vragen beperkt geweest, maar dat zou nu wel anders zijn.
door malkav
achterban(k), 5864 / 7020
gepost: 20-9-2008
om 22u13

gewijzigd door malkav
20-9-2008 om 22u59

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze was blij geweest dat de dokter het onderwerp heel erg kort sneed en dat hij überhaubt nog zijn gedachten wilde delen met de rest. Ze had het maar wat ongemakkelijk gevonden als ze de enige was geweest die had gesproken voor Gaëlles informatieve monoloog

Ze liet haar hoofd zakken toen Gaëlle over de Sint Nicolaas kerk begon,.. of Sint Niklaas zoals ze hier zeiden. Annelies dankte het Goddelijke nederig voor de inzichten die zij had verkregen toen zij Brussel aandeed gisteren. Geen wonder dat ze het gevoel wat ze kreeg rond de kerk niet kon plaatsen. Annelies had de vinger op de zere plek gelegd nog voordat hun opdracht bekend was, dit had zij nooit kunnen anticiperen, het was misschien ook deels een gelukkige gok geweest. Haar eerste interesse lag immers bij de Sint Niklaas kerk, deze had haar nieuwsgierigheid weten te ontwaken toen ze passeerde. Inwendig voelde ze zich gelukkig, gezegend zelfs. Het Goddelijke scheen duidelijk op haar pad en begeleide haar.

Terwijl ze luisterde naar mevrouw Laudermard vroeg ze zich af of haar metgezellen zo voorzichtig waren geweest als zij met oog op deze mysterieuze ontmoeting. Uit de woorden van de dokter merkte ze al snel op dat hij geen enkele weet had van de Supernale wereld. Althans, niet op de manier waarop zij het beleefde.
Ze kon zich eigenlijk niet voorstellen dat een Magister geen Meester zou hebben. Hoe wilde je alles jezelf aanleren,.. dat zou een heel leven duren en dan nog niet. Als een bloesem die nooit in volle groei zou staan. Ze vond het nagenoeg onvoorstelbaar en wat moest alles verwarrend zijn voor die man! Om maar te zwijgen van de dingen die nog zouden komen nu hij haar wereld instapte. Ze herinnerde zich haar eigen eindeloze onbegrip nog dat eerste jaar in gezelschap van haar Meester. Was het niet om haar geloof had ze het waarschijnlijk nooit kunnen aanvaarden.
Waarschijnlijk was dokter Zacherie hier gewoon als nietsvermoedend prominent persoon naartoe gekomen.
Ze kon haar omgeving niet te diep examineren zonder dat het zou opvallen en richtte haar aandacht even op Robin. Van hem wist ze nog het minst en ze hoopte dat hij wel zijn plaats wist in de wereld.
Ze zag zijn ademhaling resoneren in de licht pulserende aura die Magisters eigen was en ze keek dieper. Binnen in zijn aura bespeurde ze enkel zijn emoties vormgegeven in een canvas aan kleuren. Ze waren een vreemde mengeling tussen rust en ontspanning en toch een zekere nervositeit. Ze kon weliswaar geen enkel spoor van angst vinden. Iets wat in haar eigen aura waarschijnlijk wel anders was.
Ze zocht naar defensieve magie, zoals de spreuk die zij in haar eigen aura verweven had. Tot haar verbazing vond zij geen enkele resonantie van actieve spreuken in zijn aura. Ze deed haar ogen vervolgens de kost aan zijn persoonlijke resonantie zodat ze in de toekomst spreuken van zijn hand op het eerste oog zou kunnen herkennen. Ze prentte zijn Supernale 'handtekening' in haar geheugen.
Ze keek weg van hem en liet in de beweging een lok haar over haar gezicht vallen. Ze vreesde dat ze hem misschien iets te lang aangestaard had.
Mevrouw Laudermard hield op te spreken en wachtte duidelijk de reactie van haar gasten. De blik van Annelies was wat verdwenen onder een lok en ze zou in gedachte tot vijf gaan tellen, als er voor die tijd niemand sprak zou zij beginnen... Wat ze voornamelijk hoorde weerklinken nu was het woord 'tweeduizend euro' , dat was een kapitaal! Dan kon ze Angkrah eens trakteren op een sjiek maal, wat comfortabele overnachtingen en heel wat kilometers aan diesel.

door Zorbalt
Moorderator, 4949 / 5396
gepost: 21-9-2008
om 12u46
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De psychiater hoorde de opdracht enigszins stoïcijns aan en bleef het gevoel houden dat hun opdrachtgeefster iets belangrijks voor hen verzweeg. Misschien was hij nu degene die paranoïde neigingen begon te ontwikkelen, maar een beetje voorzichtigheid, in combinatie met een gezonde dosis mensenkennis, bracht hem tot deze gedachte. Tot nu toe had ze hem nog geen redenen gegeven om anders te gaan denken.

De beloning waarmee ze kwam kon hem niet bekoren. Hij had immers geld genoeg en er waren dingen die hij met een beetje hulp van haar of haar naasten kon verkrijgen, die niet in waarde waren uit te drukken. Hij was altijd al leergierig geweest en voelde dat hij klaar was om alles te weten te komen over het ontwikkelen van zijn talenten. Hij vroeg zich af hoe ver hij zou kunnen gaan. Kennis was immers macht en dit zielloze gezegden had ineens een hele andere en diepere betekenis gekregen. Hij voelde dat hij aan het begin stond van een gevaarlijke, maar uitdagende weg die hem uiteindelijk zijn droom zou laten verwezenlijken. Hij had zin in een dikke, smakelijke sigaar.

”Misschien kunt u ons wat leesvoer meegeven, zodat we wat meer over de achtergrond en geschiedenis van deze kerk kunnen leren? Ook ben ik erg benieuwd welke functie dit gebouw naar alle waarschijnlijkheid zal gaan bekleden. Aangezien de vertegenwoordigers van het bestuur van uw stad en de vertegenwoordigers van de kerk aan het onderhandelen zijn, moet hier iets meer over te vertellen zijn.”
door Raska
mandraak, 8520 / 10385
gepost: 23-9-2008
om 14u40
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin bevond zich in een tweestrijd. Enerzijds kon hij niets aanvangen met een verhaal over magische krachten en kerken, dat verkocht niet en de mensen zouden hem voor gek verklaren. Misschien dat hij het nog bij de astrolijnen van de VTM verkocht zou krijgen, maar zelfs dat leek hem onwaarschijnlijk.

Anderzijds werd hij er blijkbaar vet voor betaald en zou de zaak naar alle waarschijnlijkheid interessante connecties opleveren voor zijn werk later. Robin had nood aan afwisseling en ook al zou het gaan rond een oude stoffige kerk waar hoogstwaarschijnlijk niet zo heel veel mee aan de hand zou zijn: hij zou het graag doen. Al was het maar omdat hij dan eens met die Zacharie en De Graue kon samenwerken. Robin vond het wel sympathieke mensen.

Hij vond het wel vreemd dat zijn contactpersoon had afgeweten van deze blijkbaar geheime onderhandelingen en moest glimlachen toen Gaëlle duidde op een lek in het primaire niveau, Robin kon raden waar die vandaan kwam. Hij maakte een mentale notitie dat hij hem nog maar eens extra moest bedanken.

Maar er waren toch een aantal dingen aan deze zaak waar hij de vinger niet op de wonde kon leggen. Er was iets niet in de haak. Hij vertrouwde niet zo, maar was er niet de persoon naar om daar moeilijk over te doen.

Robin verzette zich een beetje op de grote houten stoel. 'Mja, ik heb nog een paar vraagjes.' hij kuchte. 'Wanneer zou je ons advies willen krijgen?' vroeg hij. 'En wat mogen we binnen de grenzen van jullie organisatie doen? Zijn er beperkingen of krijgen we carte blanche om het tot op de bodem uit te spitten? En wil je onderweg op de hoogte gehouden worden of is het genoeg dat we op het einde onze bevindingen kunnen doorspelen?' Hij wreef door zijn haar. 'O ja, zou je een lijstje van de betrokken personen met naam en adres kunnen geven? Dat zou ons uiteraard al een eind op weg helpen.'
door Assunkill
Wandraak, 4511 / 5034
gepost: 23-9-2008
om 16u04
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De respons leek Gaëlle Laudemard plezier te doen; ze keek glimlachend naar de twee mannen die haar vragen hadden gesteld.

"Uit jullie vragen leid ik af dat jullie de opdracht aannemen. Binnen vijf dagen wil ik een stand van zaken; of u het onderzoek dan rond heeft of niet. U krijgt carte blanche voor uw onderzoek; met uitzondering van moord en marteling. Dat kan ik niet toestaan, omdat dat onze dienst in moeilijke papieren kan brengen; verder kan u doen wat u nodig acht. Besef wel dat ik u geen juridische onschendbaarheid kan geven."

Al deze zaken sprak Gaëlle op een kalme, onbewogen toon uit, alsof ze de mogelijkheden voor moord en marteling in elk contract besproken werden. Ze focuste haar blik even op de map voor zich, terwijl ze leek na te denken.

"Alle praktische zaken kunnen jullie met Arthur regelen. Over de inhoudelijke kant van de zaak, zoals de geschiedenis van de kerk of de namen van betrokkenen, kan ik jullie zelf weinig vertellen, omdat ik dit dossier niet persoonlijk opvolg. Jullie hebben morgennamiddag om twee uur een afspraak met Kamiel Eeckhout, die de parochieraad voorzit. Hij is perfect op de hoogte van alles over de kerk, maar weet niets over Tertiaire zaken. Maar daarover valt dan ook niets meer te vertellen dan wat ik u daarnet al zei. Het is..."

Op dat moment werd Gaëlle Laudemard onderbroken door Arthur Cleensmeets, die onhoorbaar zijn plaats bij de deur had verlaten en achter zijn meester was komen staan om haar discreet iets in het oor te fluisteren. Met een schok draaide Gaëlle zich om. Ze keek vragend naar Arthur, die onbegrijpend zijn schouders ophaalde en haar een boodschap op zijn mobiele telefoon liet lezen.

"Ik had hem toch gezegd daarmee te wachten tot na middernacht? Met wat voor personeel moet ik hier werken, zeg? Nee, ik los dit zelf op. En terwijl ik deze zaak rechttrek, ga jij met hem spreken. Maak hem duidelijk dat ik dit soort fouten niet tolereer."

Arthur gaf een kort knikje en beende het vertrek uit met een grimmige gelaatsuitdrukking. Hij sloot de deur achter zich zorgvuldig en zijn gehaaste stappen op de trap naar beneden waren te horen, net zoals de voordeur die dichtsloeg.
Gaëlle was duidelijk ontriefd door de boodschap die haar net was gebracht door haar dienaar. Ze sprak opnieuw tot haar gasten.

"Excuseert u mij. Ik moet een dringende zaak persoonlijk gaan afhandelen. Dit is hoogst vervelend, maar binnen hoogstens twintig minuten ben ik terug. U kan met mekaar de zaak alvast doornemen. Als ik terug ben, betaal ik u het voorschot uit en regelen we de laatste details."

Terwijl ze kwaad in zichzelf mompelde, tastte ze in de zakken van haar jeans. Ze haalde er een verkreukt metroticketje uit. Uit de zwarte map nam ze een pen om iets op het kaartje te krabbelen.

"Als ik binnen twintig minuten niet terug ben, bel dan dit nummer. Nogmaals mijn excuses, neemt u alstublieft van me aan dat ik dit net zo vervelend vind als u."

De pen stopte ze terug in de map en het ticketje met het telefoonnummer overhandigde ze aan de dokter. Toen liep ook zij de kamer uit, met een gezicht dat op onweer stond. Haar stappen klonken lichter, maar des te zwaarder was de klap waarmee haar drie achtergebleven gasten de voordeur hoorden dichtslaan.
door Zorbalt
Moorderator, 4954 / 5396
gepost: 25-9-2008
om 12u10
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Nadat Gaëlle Laudemard de deur hard en overduidelijk kwaad achter zich dicht had getrokken deed de dokter enkele stappen in de richting van de tafel. Hij schoof een stoel naar achter en keek zijn collega’s vragend aan. Hierbij maakte hij een uitnodigend gebaar. Daarna schoof hij aan en schonk nogmaals wat water in zijn glas. Het halfvolle glas gooide hij snel achterover en moest een zachte boer onderdrukken. Hij bekeek de zwarte map die aan de andere kant van de tafel geduldig wachtte totdat een van de aanwezigen haar zou openen. Natuurlijk was ook hij benieuwd naar de inhoud, maar hij vond het ongepast om als een hongerige roofvogel op alle aanwijzingen af te duiken.

Hij pakte zijn nieuwe I Phone en sloeg daarin het telefoonnummer op. Daarna legde hij het metrokaartje bij de map in de veronderstelling dat de anderen zijn voorbeeld zouden willen volgen. Ze wisten immers niet of ze wel de gehele tijd bij elkaar zouden blijven. Hij keek de anderen glimlachend aan.

”Noem mij maar Phillipe, dat is wel zo makkelijk. Dokter Phil mag ook, maar aangezien ik in de verste verte niet lijk op deze tv persoonlijkheid, prefereer ik het eerste.”
door malkav
achterban(k), 5873 / 7020
gepost: 25-9-2008
om 16u46
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Terwijl de ontmoeting verstoord werd zag Annelies kans om de dokter beter te bekijken. Ze bestudeerde zijn aura en las er doorheen. Evenals Robin had hij ook geen defensieve spreuken verweven in zijn nimbus. Niet dat Annelies anders verwacht had van meneer Zacherie, hij bleek nog zeer onervaren in de wegen van de Supernale wereld. Er was ook geen spreuk van iemand anders verweven in zijn aura, althans niet direct zichtbaar. Ze vroeg zich echt af wat Gaëlle bij het begin van hun ontmoeting deed.
Terwijl Robin en de dokter Gaëlle nakeken prentte Annelies de magische signatuur van de dokter in haar geheugen. Deze ontmoeting was de perfecte kans geweest om dit te doen. Misschien had ze er later niet de mogelijkheid toe, het vergde immers immense concentratie om iemands magische aura te doortasten en daarnaast te analyseren. Ze werd ruw wakker geschud door de deur die hard werd dicht geslagen door hun ontzette gastvrouw.
De dokter, die zich voorheen enkel voorgesteld had als zijnde dokter Zacherie, brak het ijs door hen mede te delen dat ze hem Phillipe mochten noemen. Ze wist niet echt wie dokter Phil was, ze keek eigenlijk zelden televisie. Misschien als ze de man erbij zag wist ze waar hij het over had.
Ze keek naar de zwarte map en weer terug naar de heren. "Ze stelt ons geduld wel heel erg op de proef hè?", sprak ze met een zachte stem.
Annelies keek Robin onderuit kijkend aan want ze realiseerde zich dat ze zich nog niet had voorgesteld aan hem. "Ik ben Anna trouwens..."
door Raska
mandraak, 8537 / 10385
gepost: 25-9-2008
om 17u06

gewijzigd door Raska
25-9-2008 om 18u27

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
'Dag Anna, dag Philippe' zei Robin met een hoofdknikje. 'Ik ben Robin trouwens' Hij stak andermaal zijn hand uit en schudde die van zijn twee collega's. Daarna zette hij zich weer op zijn stoel terwijl hij peinzend naar de zwarte kaft keek. Bon, er was waarschijnlijk iets mis met dat ding. Het zou hem niet verbazen dat hij werd neergebliksemd als hij het probeerde open te doen en wat zou er ook in staan? Met een zucht besloot hij dan ook om er af te blijven, maar hij was nieuwsgierig.

Hij roffelde weer met zijn vingers op de tafel. 'Ik weet niet wat jullie betreft, maar eigenlijk vertrouw ik het hele zaakje niet. Volgens mij zit er meer achter en kan het zijn dat we goed op onze tellen gaan moeten passen. Ik denk niet dat ze de volledige waarheid geeft.'

Hij stond recht uit zijn stoel en liep naar de grote deur waar zowel Gaëlle als Arthur door naar buiten waren gegaan, opende die en stak zijn hoofd in de weelderige gang om te zien of hij daar nog iemand zag lopen. Toen hij er zeker van was dat er niemand meer op de gang aan het rondlopen was, sloot hij de deur en liep hij terug naar de tafel.
Zijn journalistieke nieuwsgierigheid had het gewonnen van zijn verstand dat zei dat Gaëlle er niet mee zou kunnen lachen als ze die kaft doorsnuisterden.

'Bon, die kaft zal ze wel voor ons hebben achtergelaten zeker?' Hij nam ze van de hoek van de tafel en sloeg ze open om te zien wat voor gegevens er allemaal in stonden.

Papieren met hun namen en gegevens, geboortedatum, geboorteplaats enzovoort. Een hoop was met een zwarte stift doorschapt en onleesbaar geworden. Verder zat er een rapport in 'Project Zwarte Panter' noemde het ding en het kwam van een eenheid 'Strategische analyse.'

Robins blik gleed naar het etiket dat op de voorpagina van het rapportje plakte en waar onder andere STATUS - Vertrouwelijk op stond. De datum van het rapport was de dag dat ze waren gecontacteerd door de dienst tertiare aangelegenheden, 5 september. Het leek hem wel heel bizar dat zij met z'n drieën niets met dit dossier te maken hadden.

Zo kon hij het alleszins verkopen als Gaëlle binnenkwam: ze had het immers voor hen achtergelaten.

Zijn ogen flitsten naar de deur. 'Anne, wil jij bij de deur gaan staan om te horen of er iemand aankomt?' Hij wachtte niet tot Anne bij de deur was, keek naar de dokter als om er bij te komen staan en sloeg de eerste pagina om, benieuwd naar wat dat 'Project Zwarte Panter' nu zou zijn.
door malkav
achterban(k), 5875 / 7020
gepost: 25-9-2008
om 21u35

gewijzigd door malkav
26-9-2008 om 17u16

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Nogal verontwaardigd hield ze de twee heren in de gaten. Wat een brutaliteit zeg,.. en dan direct verlangen dat zij meedeed? Nee, Gaëlle had hen niet verteld dat ze zo vrij waren om in de map te kijken. Dit viel duidelijk niet onder de 'carte blanche'. Het voelde gewoon heel erg verkeerd aan en ze weigerde om hieraan mee te werken. Annelies kon zich enkel de toorn van Angkrah voorstellen als zij zelf zoiets zou flikken,.. ze dacht dat Gaëlle niet veel milder zou zijn. Hun gastvrouw was immers al in een redelijk slechte bui. In feite was ze nu waarschijnlijk al even medeplichtig omdat ze het niet tegen had gehouden. Ze kon enkel vol ongeloof de cameraman gade slaan.

Ze keek nerveus naar de deur en richtte zich op haar collegae, ".. dit kunnen we toch niet maken?" siste ze zachtjes. Er was duidelijk een lichte vorm van angst te bespeuren in haar stem. Ze realiseerde zich dat wanneer hun gastvrouw of de butler nu zou terugkeren het een zeer beschamende situatie zou kunnen worden.
Ze zuchtte eens diep en vluchtig om duidelijk haar ongenoegen te laten doorschemeren. Ze schoof de stoel naar achteren en schuifelde naar de deur. Daar aangekomen trachtte ze te luisteren of ze iets op de gang hoorde. Het enige wat ze leek te horen was het geklop van haar eigen nerveuze hart wat weerklonk in haar hoofd. Ze voelde haar mond droog worden en een hele lichte duizeligheid kwam opzetten.
Ze fluisterde vluchtig, "Doe het dan snel, en zo mogelijk; neem er mentale platen van... maar wat jullie ook doen schiet op!"

Ze stond bij de deur te branden van spanning. Razendsnel ging ze de mogelijkheden af om nauwkeuriger te bepalen wanneer ze weer vergezeld zouden worden. Ze bedacht zich dat Gaëlle mogelijk telefonisch contact had op dit moment en terug zou keren wanneer het gesprek afgerond was. Annelies bracht haar hand naar haar wang en beeldde in dat ze een telefoon naar haar oor bracht. Toen ze de connectie tot stand voelde komen liet ze haar hand weer zakken en pretendeerde te luisteren naar wat er aan de andere kant van de deur gebeurde. Ze hoefde het gesprek niet eens af te luisteren, ze wilde enkel weten wanneer er mogelijk opgehangen werd.
Ze sloot haar ogen en een haast oorverdovende ruis vulde haar gehele essentie. Ze vond die overvloed aan nutteloze signalen altijd zo irritant. Ze wist dat ze de geluiden niet werkelijk hoorde en het leek er meer op of ze alles in de ether waarnam met al de zintuigen tegelijk. Ze omschreef het zelf liever als zware gordijnen van energie die razendsnel door haar lichaam werden getrokken.
Snel begon ze te zoeken naar inkomende of uitgaande radiogolven in het pand zelf. Het enige wat ze kon bespeuren en filteren waren vage radio frequenties, een televisiesignaal, waarschijnlijk satelliet en enkele draadloze internetverbindingen. Ze keek er haast overheen dat de internet verbindingen speciaal beveiligd waren. De signalen waren zwak en allen kwamen ze het huis binnen. Ze vond geen telefoongesprek maar dit wilde niets zeggen, misschien belde Gaëlle met een vaste lijn als ze überhaupt aan het telefoneren was.
Het enige wat Annelies werkelijk kon concluderen was dat ze er nog steeds geen pijl op kon trekken wanneer hun gastvrouw zou terugkeren. Ze verbrak haar 'verbindingen' en luisterde opnieuw naast de deur terwijl ze Robin bekeek die zich te goed deed aan de informatie uit de zwarte map.
door Zorbalt
Moorderator, 4955 / 5396
gepost: 26-9-2008
om 20u21
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Voor Phillipe Zacharie was het overduidelijk dat hun opdrachtgeefster de map met informatie voor hen had laten liggen en hij was dan ook verbaasd hoe paranoïde en gespannen de anderen reageerden. Hij keek toe hoe Anna naar de deur liep, alsof zij kinderen waren die iets stiekems deden en bang waren om betrapt te worden door hun woedende ouders. Ook de manier waarop de jongeman door het dossier bladerde verraadde zijn zenuwen. Het meisje leek een kort moment met haar gedachten ergens anders dan bij hen te zijn.

Hij schoof zijn stoel naar achter en liep om de tafel heen om daarna plaats te nemen naast de heer Maes. Terwijl hij een verontschuldiging mompelde schoof hij de geopende map een klein beetje naar zich toe, zodat ze beiden konden lezen wat erin stond. Hij irriteerde zich een beetje aan de rafelige strohoed die de bon vivant bleef dragen en vond het zelfs onbeleefd als iemand in gezelschap van anderen zijn hoofddeksel ophield. Deze knul deed hem denken aan de recente vlam van zijn moeder, een oude kunstenaar. Deze Juan trachtte zijn schilderijen op het Place du Tertre te verkopen en hij vroeg zich af hoe hij zijn appartementje in hemelsnaam kon betalen. Bovendien moest hij zijn moeder onderhouden. Phillipe stuurde haar elke maand geld toe, maar had zich voorgenomen dat deze donaties zouden stoppen op het moment dat hij er achter kwam dat die lapzwans zijn geld gebruikte om aan zijn alcohol en schilderspullen te komen. Juan, van origine een Algerijn, had ook altijd een soortgelijke hoed op en een ongeschoren kaak, net als jongeheer Maes.

Uiteraard liet hij niets van zijn irritaties blijken en haalde een klein leesbrilletje uit een van de borstzakjes van zijn maatkostuum. Daarna nam hij rustig de tijd om de informatie in zich op te nemen.

Tijdens het doornemen van de pagina's stuitte hij op enkele vellen met persoonlijke informatie over hemzelf en de anderen. De meeste informatie was weggewerkt en onleesbaar. Het waren duidelijk kopieen en de gekopieerde foto's waren erg donker en daarmee zeer onduidelijk. Hij las aandachtig en trok de teksten letter voor letter door zijn ogen naar binnen, waar deze hun weg vonden naar een grijze archieflade in zijn hersenen. Voor de twee jongelingen om hem heen leek hij geheel op te gaan in het lezen. Met een hypnotische blik gleden zijn ogen over de tekstregels.

Na iets meer dan tien minuten deed hij zijn leesbril af en wreef hij een keer door zijn vermoeide ogen. De inhoud van de zwarte map kon wat hem betreft vernietigd worden en hij besloot zijn aandacht verder te richten op zijn collega's en hun opdracht.
door Raska
mandraak, 8538 / 10385
gepost: 28-9-2008
om 21u25
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Bon, Robin sloeg de kaft toe nadat ook zijn leespartner het had doorgelezen. Veel stond er niet in, de grote lijnen van wat Gaëlle had gezegd waren wat meer uitgewerkt, wat gedetailleerder.

Maar voor de rest zag hij er op het eerste zicht niet veel speciaals in, veel afkortingen dat wel. Hij probeerde dan ook de belangrijkste te onthouden, maar voor de rest leek het hem raar waarom hun opdrachtgeefster deze papieren niet aan hen zou hebben gegeven als ze nog iets langer aanwezig was gebleven, zo speciaal waren ze niet.

Al had hij er graag eens een kopietje van gehad om ze later na te lezen. Hij keek even naar Annelies die aan de deur stond en besloot het dan maar te doen. Hij zette zijn camera aan en nam met de fotofunctie een foto van elke pagina. Er stond best veel info in en je kon er immers niet vanuit gaan dat de dokter of Robin het allemaal zouden kunnen onthouden.

Hij sloot de zwarte kaft en legde ze op tafel. 'Wil jij het ook eens lezen?' vroeg Robin aan Annelies.
door malkav
achterban(k), 5882 / 7020
gepost: 28-9-2008
om 21u31

gewijzigd door malkav
28-9-2008 om 21u47

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Het bleef akelig stil aan de andere zijde van de deur en hoe langer ze hier stond des te meer ze zich begon af te vragen wat er in de documenten stond. Het deed haar geen goed om te zien hoe de twee heren zich zo kostelijk te goed deden aan de documenten die nu over de open map verspreid lagen.
Ze had verwacht dat ze wel iets zouden zeggen,.. iets zouden mededelen. Langzaam leek het een ridicuul concept te worden dat Gaëlle niet zou doorzien dat ze de documenten reeds hadden doorgenomen. Enkele minuten kropen traag voorbij waarin het leek alsof ze geen enkele feedback hoefde te verwachten van haar collegae.
Ze zag hoe Robin een soort van foto's nam van ieder pagina,.. Annelies was vermaakt. Nu zou zij ze ook nog eens terug kunnen zien.
Uiteindelijk keek Robin haar kant op en nodigde haar uit om de documenten ook eens te bekijken. Ze was blij dat hij haar betrok, en het klonk ook alsof hij het ook echt vriendelijk meende. Ze merkte sowieso op dat ze zich al snel vertrouwd voelde bij deze twee heren. Annelies voelde haar wangen warm worden en snel streek ze met haar hand door het haar waardoor die lange lok haar weer in het gelaat viel. Ze knikte verlegen naar hem en ging enigszins twijfelend weg van haar 'post'.
Annelies, of Anna zoals ze zich liever liet noemen, liep richting de tafel en boog naast de dokter over de documenten. Ze schoof de papieren die hij al had gade geslagen onzeker naar zich toe terwijl ze oogcontact zocht met hem. Hij knikte naar haar, en in wezen gaf hij haar toestemming. Ze glimlachte flauwtjes en nam de pagina's waarmee hij al gereed was.
Ze gokte dat hij bezat over de gave die ze eens had gezien toen ze in Madrid verbleef. Ze sliep toen bij een mede-novice die diende onder een vriend van Angkrah.
Slapers noemden het fotografisch geheugen maar haar Meester vertelde haar dat het veel meer was dan dat. Zoals zij geluiden kon conserveren en bewaren waren er anderen die het geschreven woord en beelden met zich konden meedragen. Dit had haar altijd al gefascineerd.
Diep van binnen wist ze dat zij zelf de lotsbestemming van het Goddelijke volgde. De tien Arcana waren als geheel de vertegenwoordiging van de Schepping, maar de Krachten en het Primaire, het fundament van Magie, waren de Arcana die het geheel bij elkaar hielden.
Annelies betrapte zich erop dat ze wederom dwaalde met haar gedachten. Ze richtte zich weer op de documenten en las ze vluchtig door. Op het eerste oog leek het een bureaucratische spaghetti van dingen die nauwelijks boeiend leken. Het werd pas interessant toen ze namen tegenkwam die overeen kwamen met de dingen die Gaëlle had verteld. Ze trachtte zich de namen van de Congolese familie te memoriseren. Ze liep terug naar haar stoel waar ze wat nonchalant in neer zakte. Het zag er nog niet naar uit dat de dokter geheel klaar was. Ze slurpte de laatste druppels uit haar glas water en keek wat verveeld rond.
door Zorbalt
Moorderator, 4958 / 5396
gepost: 28-9-2008
om 23u41
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Toen zijn hersenen het werk hadden afgerond zag hij dat het meisje niet meer bij de deur stond, maar naast hem aan tafel zat. Waarschijnlijk had ze haar nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen. Die belangrijke eigenschap hadden ze in ieder geval gemeen. Hij merkte dat ze enkele losse vellen aan het lezen was en zag hoe de jonge excentriekeling aan zijn andere kant foto’s nam van de documenten. Phillipe was verbaasd geweest dat de personen die deze ontmoeting in het geheim hadden gepland weinig problemen hadden gemaakt van de foto apparatuur die de jongeman had meegenomen, zolang hij deze maar niet gebruikte. Het feit dat er nu foto’s werden gemaakt van de papieren vond hij riskant. Dit zouden hun opdrachtgevers zeker niet kunnen waarderen. In eerste instantie dacht de dokter dat de heer Maes een kunstenaar was, maar daarna herinnerde hij zich de gedetailleerde vragen die hij de vrouwe eerder deze avond had gesteld. Hij achtte de kans groot dat deze knul een persmuskiet was en Zacharie had iets tegen journalisten. Hij had geen aversie tegen de personen die dit beroep uitoefende, maar eerder iets tegen hun gezamenlijke missie, het blootgeven van geheimen. Maar aangezien Robin Maes zelf een groot geheim met zich meedroeg, vond de dokter dat hij zeker een kans moest krijgen.

Hij keek op zijn horloge en vouwde zijn handen samen. De jongen was blijkbaar klaar met de foto’s, want de map werd weer gesloten. Hij keek even naar Anna. Het meisje intrigeerde hem al sinds hij haar voor het beneden had gezien. Ze was klaar met lezen en dronk wat water, terwijl ze hem een beetje verlegen aankeek. Aan de ene kant leek ze heel kwetsbaar en schuw, maar Zacharie wist door deze façade heen te prikken, als een hete naald door een blaar. Het meisje geloofde werkelijk in deze magische wereld en haar gaven leken sterk ontwikkeld, maar ze leek hem ook ietwat instabiel. Hij zou haar maar wat graag helpen om haar voeten op de grond te houden, zodat ze zichzelf niet zou verliezen in wanen. De wereld om hem heen leek waanzinnig te zijn geworden, maar hij zou de stabiele factor zijn in deze groep. Hij had besloten om hen niet over te halen om de wetenschappelijke visie op dit gebeuren te zien, want dat had tijd nodig. Ook vroeg hij zich af of het zin had om energie te steken in mensen waarmee hij slechts enkele dagen op zou trekken. Hij schoof zijn stoel achteruit en probeerde zo opgewekt mogelijk te klinken.

”Goed, ik stel voor dat we vanavond eens goed nadenken over wat we daarnet gelezen hebben en waarschijnlijk nog gaan lezen.Hierbij keek hij vriendelijk naar de fotograaf. ”Laten we voor nu ieder onze weg gaan en morgen om half twaalf afspreken in restaurant La Maison du Cygne, aan de Grote Markt. Vanaf die tijd kun je daar prima lunchen en ik denk dat het verstandig is als we daar overleggen hoe we bepaalde dingen aan kunnen gaan pakken.

De dokter stond op en wreef zijn kostuum glad. Hij schoof zijn stoel onder de tafel. Morgenmiddag is er een afspraak voor ons gemaakt met de voorzitter van de parochieraad, maar ik kan mij niet herinneren dat mevrouw Laudemard ons heeft verteld waar we deze kerel zouden ontmoeten. Of heb ik misschien iets gemist?

Vragend keek hij zijn collega's aan. Ondertussen bedacht hij zich dat hij morgen onmogelijk naar congres zou kunnen gaan. Het was wel zo netjes om enkele personen op de hoogte te brengen van zijn afwezigheid.
door malkav
achterban(k), 5884 / 7020
gepost: 30-9-2008
om 21u01
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze hoorde de dokter aan en knikte begrijpend toen hij sprak. Ze voelde er zelf, waarschijnlijk net zoals de dokter, weinig voor om hier op deze locatie hun missie te bespreken. Ook al werden zij als neutrale partij op pad gezonden om een oordeel te vellen over de kerk, ze kon zich niet aan de indruk ontdoen dat de Tertiaire Sector geen belang zou hebben bij een nieuw bestemmingsplan voor de kerk. Het was haar totaal niet duidelijk wat de belangen van de Tertiaire sector waren gezien dit probleem. Behalve dat ze liever niet hadden dat de boel zou escaleren.
De kerk voelde haast aan als een pagina in een boek die liever niet beroerd werd. Het stond als een paal boven water dat er iets serieus ongewoons was met de Resonantie van dit bouwwerk, een feit wat Annelies eigenlijk zelf al aan een nadere inspectie wilde onderwerpen. Deze vreemde tussenkomst door mevrouw Laudemard had haar plannen niet echt in de war geschopt. Annelies had enkel de bevestiging gekregen dat het zeker de moeite waard was om het mysterie van de Sint Niklaas kerk te doorgronden, en daarnaast kreeg ze er ook nog voor betaald. Het was haast te mooi om waar te zijn.
Ze leunde ietwat nonchalant op haar hand terwijl ze over de tafel hing. In een drukke ruimte was het geluid van haar zachte stem waarschijnlijk versmolten met de rest van de geluiden.
"Volgens mij wilde ze ons de informatie gezien die afspraak geven net voordat die pinguïn haar betoog stoorde." Ze zat recht en haakte haar vingers ineen die ze naar haar achterhoofd bracht. Ze legde haar hoofd in haar handen en staarde naar het sjieke plafond.
"Alles wat we willen bespreken doe ik ook liever elders, maar waarom wachten tot morgen?"
door Raska
mandraak, 8541 / 10385
gepost: 1-10-2008
om 21u05
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin knikte beamend. 'Vind ik ook.' zei hij 'De avond is nog jong en ik heb momenteel niet zo heel veel te doen. Er is een leuk cafeetje onder mijn appartementje en naar ik heb begrepen hebben jullie hier geen vast adres dus als je nog geen slaapplek hebt, kan je altijd bij mij en mijn vriendin komen overnachten.'

Voor Robin was het niet vreemd om mensen uit te nodigen die hij nog niet goed kende. Het gebeurde wel vaker dat een of andere pas ontdekte maat bij hem bleef slapen na een of ander lang nachtelijk gesprek. Hij had dus altijd wel een zetel klaar staan en Lies vond het nooit erg als er 's ochtends een vreemde luis aan de ontbijttafel zat.

'Voor de rest lijkt het me ook niet nuttig om hier nog langer te blijven staan. Hij keek onzeker om zich heen. 'Maar we kunnen toch niet doorgaan zonder onze opdrachtgeefster gedag te zeggen? Of zonder dat er iets is vastgelegd op papier?'

Robin stond wat weigerachtig tegen opdrachten die niet officieel vastlagen. Daar waren over het algemeen maar twee redenen voor: ofwel wou de persoon uiteindelijk niet betalen ofwel betrof het een zaakje dat geen officiële papieren verdroeg en dan wou hij eerst beter weten waarvoor hij zijn nek zou gaan uitsteken.
door Zorbalt
Moorderator, 4965 / 5396
gepost: 2-10-2008
om 14u58
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De dokter keek op zijn horloge. Het was ondertussen bijna kwart voor negen en hoewel hun opdrachtgeefster hooguit een kwartiertje weg was merkte hij dat iedereen de neiging had om deze kamer te verlaten. Hij vond er zelf geen vervelende sfeer hangen, maar het feit dat er hier wel erg veel begaafden rondliepen in dit gebouw maakte hem onrustig. Bovendien was het voor hem een vermoeiende dag geweest. Hij was niet zo jeugdig meer als zijn collega’s en hoewel hij zeker geen oude man was, had hij zijn slaap nodig. Om de potentie van zijn ontwikkelde hersenen te kunnen benutten moest hij op tijd rusten.

Hij sliep de laatste tijd erg slecht en zijn huisarts en goede vriend had hem Limovan voorgeschreven. Eigenlijk sliep hij al slecht sinds die bijzondere avond, nu drie jaar geleden. Op een gegeven moment ging het slaapgebrek hem gewoonweg opbreken. In principe had hij iets tegen slaappillen. Ze waren verslavend en de door hen opgewekte slaap was niet natuurlijk, maar hij had ze nodig om zijn brein te verlichten. De jeugd leek zo zorgeloos.

”Jongeheer Maes, ik wil gerust met jullie babbelen, maar ik heb een erg vermoeiende dag achter de rug. Het ziet er naar uit dat het morgen een enerverende dag gaat worden en derhalve wil ik niet al te laat gaan slapen. Ik voel er trouwens ook weinig voor om hier nog langer op mevrouw Laudemard te wachten.”

Hij nam zijn telefoon ter hand en zocht met enkele soepele tikken van zijn duim naar het telefoonnummer dat hun opdrachtgeefster voor hen had achtergelaten. Hij belde het nummer en hoorde het overgaan. Uit beleefdheid zette hij het toestel op de speaker, zodat iedereen in de kamer het gesprek zou kunnen volgen en er eventueel deel aan kon nemen. Daarna legde hij de telefoon voor zich op de tafel. Het geluid stond hard genoeg en de microfoon was gevoelig genoeg om de afstand te overbruggen.
door malkav
achterban(k), 5893 / 7020
gepost: 3-10-2008
om 23u19

gewijzigd door malkav
4-10-2008 om 13u23

Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Zacherie had waarschijnlijk echt een zware dag achter de rug, of hij kon simpelweg geen prioriteiten stellen. Moe zijn was voor Annelies wel het laatste excuus als ze Angkrah wilde laten weten dat ze niet meer verder kon.
Aan de andere kant was de avond voor haar ook nog jong, zoals Robin ook al aanhaalde. Ze sliep zelf nooit vóór middernacht. De telefoongesprekken die door de ether raasden werden vaak pas interessant op het einde van de avond. Ze 'luisterde' zichzelf regelmatig in slaap op deze manier.

Annelies hing over de tafel en keek naar de telefoon toen de dokter deze neerlegde. Ze blies de lok haar uit haar gezicht en voelde nu geen noodzaak om geheimzinnig te doen. Annelies hief haar arm op. Haar handpalm rustte een kleine twintig centimeter boven de telefoon van meneer Zacherie. Ze staarde naar het plastic geval en trachtte weer in te luisteren op de omgeving die vele werelden verwijderd was van de menselijke zintuigen. Annelies vroeg zich af of Gaëlle überhaupt nog in hetzelfde gebouw was. In eerste instantie werd ze afgeleid door een digitaal signaal wat zich direct op haar netvlies brandde. Het was een flashy aankondiging van een televisie programma wat na de reclame zou beginnen. Ze zag een logo wat haar niets zei; TF1. Beelden van een of andere spannende serie raasden over haar netvlies. Een ongeluk,...een 'stretched' limousine kwam letterlijk een stripclub binnen gereden met spectaculair geweld. Een van de passagiers in het voertuig bleek doodgeschoten te zijn van buiten het voertuig.
'Greg ontdekt onbesproken familie banden van het slachtoffer..
Blijf zitten voor
Les Experts, aflevering negentien,
A tombeau ouvert! Zo direct om 20:50, alleen op TF1!'
Ze zag snel dat het nagesynchroniseerd was en herkende het als de detectiveserie CSI met haar beperkte kennis van het huidige televisie aanbod. Iemand in het gebouw had overduidelijk de televisie aangezet.
Ze keek weg van het digitale signaal en weer terug naar de telefoon. Iedere getuige die diep in haar ogen had gekeken daarnet zou enkel een fonkeling in haar ogen gezien hebben, alsof die tranige glans een minuscule televisie opname was.

Ze vroeg zich af of ze Gaëlle's locatie kon bepalen door de radiogolven te volgen die met een immense snelheid weg straalden van de gsm.
Het overgaan van de telefoon door de stille ruimte zag er vreemd uit in Annelies' optiek. De radio puls zag eruit alsof er een dunne straal bruisend water, omgeven door een soort van mist, vanaf de gsm naar het plafond viel in een typerende interval. Maar het was ontastbaar, alsof het er niet was. Dit was het telefoonnummer van Zacherie wat ze zag. Ze luisterde en trachtte het signaal van de dokter te volgen om te kijken of ze de locatie van de ontvanger kon bepalen wanneer deze het signaal antwoorde. Ze keek de twee heren even onzeker aan en besloot haar actie toe te lichten, "Ik vraag me af of ze nog in het gebouw is."
door Raska
mandraak, 8546 / 10385
gepost: 4-10-2008
om 21u43
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
'Nu ja, dat lijkt me logisch zei Robin. 'Ze zal toch niet met zoveel haast de deur zijn uitgelopen en haar telefoonnummer hebben achtergelaten als ze in het zelfde gebouw zou zijn gebleven?'

Hij keek naar Anne en Zacharie. 'Maar dat betekend niet dat ze zo onbeleeft moet zijn om niet op te nemen als we haar bellen op het nummer dat ze ons zelf heeft gegeven.' Hij wachtte even. 'Als ze niet antwoord dan stel ik voor dat we gewoon het gebouw eens doorlopen. Misschien vinden we die stijve hark van daarnet wel terug en kan die meer zeggen.'

Hij wendde zich naar Philippe en haalde zijn schouders op. 'En u zegt dat het morgen een enerverende dag zal worden. Maar is het dan niet beter om het beetje overleg dat we moeten doen nu al te doen?
Desnoods een korte brainstorm zodat we al iets in handen hebben om morgen mee te beginnen?'
Hij keek ongedurig naar de telefoon die op de grote houten tafel lag. 'Ik zal wel trakteren vanavond.' zei hij afwezig.
door Zorbalt
Moorderator, 4972 / 5396
gepost: 4-10-2008
om 22u30
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Anna en de dokter keken luisterde naar Robin Maes en keken daarna naar de telefoon die eenzaam op de grote tafel lag. Het ging twee keer over, en toen maakte een klik en een zacht geruis duidelijk dat iemand had opgenomen. Het bleef echter stil aan de andere kant van de lijn. Een kort moment keken ze elkaar aan, niet zeker hoe ze moesten reageren op deze onverwachte stilte. Uiteindelijk boog de dokter ongemakkelijk naar voren en de toon van zijn stem klonk aarzelend. "Mevrouw Laudemard?"
Annelies keek de dokter ondertussen verschrikt aan en haalde de kaart van Brussel uit haar zak, samen met een chique vulpen. 'Ze is niet meer in dit huis' krabbelde ze snel neer zodat de dokter en Robin Maes het konden lezen. Er klonk een zachte kraak uit de speaker, gevolgd door een vragende mannenstem.

”Met wie spreek ik?”

Zacharie herkende de stem aan de andere kant niet. De stem had een zakelijke ondertoon en had een overduidelijk, maar niet eenvoudig te plaatsen accent. Hij had eerlijk gezegd niet verwacht dat hun opdrachtgeefster zelf de hoorn op zou nemen en dat zij Arthur deze taak zou toebedelen. Ook Robin had dit al aangegeven. Nu hij deze onbekende stem hoorde kon hij niets anders doen dan constateren dat er nog een speler in het spel was. Hij besloot om zijn koelte te bewaren. "Ik zou graag met mevrouw Laudemard spreken." Tijdens het spreken las hij de haastig geschreven tekst die door Anna onder zijn neus werd geschoven. Hij keek haar met een vragende frons aan, toen de stem aan de andere kant weer sprak.

"Met wie spreek ik?"

Annelies schudde angstig van 'nee' toen de stem aan de andere zijde uit het toestel galmde. De dokter wist duidelijk niet precies hoe hij op deze onverwachte situatie moest reageren. Improviseren was nooit zijn sterkste kant geweest. Hij sprak uit pure noodzaak "Zegt u tegen haar dat haar dokter haar wil spreken" en had hier direct spijt van. De man aan de andere kant van de lijn leek even zwaar en piepend adem te halen, maar het kon net zo goed een verstoring in de verbinding zijn.

"Haar dokter? Kan ik u terugbellen op dit nummer?"

Zacharie dacht een spottende ondertoon te horen en ergens voelde hij zich maar wat ongemakkelijk dat de onbekende persoon aan de andere kant van de lijn nu in het bezit was van zijn telefoonnummer. Hij had nooit de noodzaak gevoeld om zijn nummer af te laten schermen. Hij bedacht zich hoeveel mensen zijn nummer op dit moment in hun toestellen hadden staan en hij moest een kort moment terugdenken aan de paranoïde reactie die de jongedame naast hem eerder had gegeven bij het verklappen van haar naam. Als er werkelijk een gevaar school in het bekendmaken van dit soort persoonlijke gegevens was hij wel erg onvoorzichtig geweest. Hij knipperde even met zijn ogen en zag dat Anna wederom iets op de kaart krabbelde. Hij voelde een kleine koele zweetdruppel over zijn wang glijden en veegde deze weg met zijn hand, voordat deze op de kaart uiteen zou spatten.Hij las de nieuwe tekst 'Zeg hem dat je binnen 5 minuten een telefoontje terug verwacht' ,
Hij keek naar Anna en knikte. Hij schraapte zijn keel. "Ik zou graag willen dat ze mij binnen vijf minuten terugbelt."

Met een droge klik werd de verbinding verbroken. Niet na vijf minuten, maar al na 20 seconden ging de telefoon terug over.

Zacharie drukte op het groene telefoontje om de connectie tot stand te brengen. Uiteraard controleerde hij vooraf of hij het nummer dat hem belde herkende. Het nummer van de beller was vanzelfsprekend wel afgeschermd. Na een korte stilte klonk wederom die zelfde, bijna spottende, mannenstem. ”Goede avond…” De dokter keek met ontzetting naar de telefoon en voelde zich ongemakkelijk een kwaad. Zijn stem klonk dan ook verre van vriendelijk.

"Meneer, zoals ik daarnet al aangaf wil ik Laudemard spreken. Ik houd niet van spelletjes. Zegt u maar tegen haar dat ze op zoek kan gaan naar een andere behandelaar als ze mij niet wil spreken." Hij keek een keer boos de kamer rond en pakte de telefoon. ”Goede avond." Hij verbrak de verbinding en stond op met een zucht.

Annelies stond ook op en lachte vriendelijk naar de dokter. Bijna onhoorbaar mompelde ze, " Ik had hetzelfde gedaan,.. maar misschien is haar iets overkomen?"

Niemand van de aanwezigen had een beneden een deur horen dichtslaan, maar op een bepaald moment hoorde iedereen wel snelle, lichte voetstappen die de trap opkwamen.
De deur van het vertrek ging open en Gaëlle Laudemard verscheen weer. Ze was doorweekt. Haar lange haar hing in plakkerige slierten langs haar gezicht en haar natte kleren kleefden tegen haar lichaam, zodat ze meer toonden dan verborgen. Op haar wangen had Gaëlle de blos van iemand die hard gelopen heeft. In de kamer stonden haar drie nieuwe medewerkers gespannen nabij de tafel. De dokter had zijn telefoon nog vast.

"Ik zie dat u net op het punt stond te bellen. Ik ben maar net op tijd terug, geloof ik." Gaëlle lachte naar de dokter. Het deed haar blijkbaar weinig dat ze door en door nat was.
Annelies monsterde Gaëlle en keek even naar haar metgezellen. Aarzelend sprak ze de zeiknatte Gaelle aan.
" We hebben al gebeld en waren dan ook verbaast dat u zelf niet opnam, misschien valt er iets recht te zetten met die persoon, het gesprek verliep nogal stroefjes namelijk." Annelies vroeg zich af of dit nummer een in-geval-van-nood iets was, voor als zij niet zou terugkeren of dat het simpelweg het telefoon nummer was van de persoon waar zij tot voor kort verbleef.
door Assunkill
Wandraak, 4520 / 5034
gepost: 5-10-2008
om 10u10
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De vriendelijke lach verdween van Gaëlle Laudemard haar gezicht toen ze Annelies hoorde spreken. Ze keek haar gasten kil aan. In haar stem trilde ingehouden woede.

"Dat nummer is een noodnummer. Ik veronderstelde dat jullie dat wel begrepen hadden. In deze branche, jufrouw, gebruik je noodnummers niet zomaar en er wachten geen vriendelijke ambulanciers aan de andere kant van de lijn. Wat zouden jullie met een klote ambulancier zijn? In deze branche zitten achter noodnummers personen waarvan je weet dat ze je echt kunnen helpen als je diep in de problemen zit. En hoe komt het dat ze je kunnen helpen? Omdat ze machtig zijn! En hoe komt dat ze machtig zijn? Omdat ze verdomme goed weten wat ze doen! Dit soort personen laat zich de les niet laten lezen door onbekenden aan de telefoon en gelijk hebben ze!"

De laatste zin schreeuwde Gaëlle bijna. Ze keek woedend naar de dokter, die zijn telefoon nog steeds vasthield. Ze haalde diep adem en vroeg opnieuw op een kalmere, maar niet minder kwade toon:

"Kan iemand mij één goede reden geven waarom jullie dat gebeld hebben vóór die twintig minuten om waren?"
door malkav
achterban(k), 5894 / 7020
gepost: 5-10-2008
om 11u53
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze voelde zich plots heel klein worden tijdens de tirade van mevrouw Laudermard. Ze had het kunnen weten, ze had het móeten weten. Annelies had er niet bij stil gestaan totdat het al veel te laat was. Zo werkte het inderdaad vaak in de wereld waarin zij verbleef.

Ze kon zich nog dat telefoontje herinneren wat midden in de nacht kwam toen Angkrah en zij vanuit Alberobella richting Modena, Italië, reden. Angkrah's gezicht stond direct op onweer en er was een duidelijke spanning te voelen vanuit hem.
Hij nam de telefoon op en Annlies hoorde op de achtergrond een kakofonie aan claxons, muziek en schreeuwende mensen. Het was alsof ze een drukke winkelstaat in een of andere derdewereldland hoorde. Ze hoorde een taal die ze niet thuis kon brengen. Door de herrie heen hoorde ze plots een kinderstem die in zeer gebrekkig Nederlands door de telefoon riep, "Lucas 2-29, Lucas 2-29, Lucas 2-29! Angkrah drukte de gsm weg en wierp het toestel gefrustreerd op het dashboard. Ze had hem verwonderd aangekeken en aarzelend gefluisterd:
"Heer, U hebt uw belofte gehouden, en U kunt Uw dienaar in vrede laten gaan?"
Angkrah had haar even verwonderd aangekeken en geknikt. Hij had uitgelegd dat die boodschap verzonden was door een goede vriend van hem, die vriend liet nu weten er niet meer te zijn. Dat was de boodschap. Annelies had een brok in haar keel gekregen en durfde niet verder te vragen. Overleven in de wereld der magisters was geen prettig bestaan.



Annelies raapte haar moed bijeen en sprak voor het eerst wat harder. Iets wat ze gewoon was in situaties als deze. Angkrah had haar vaak een oorveeg gegeven als ze zo zachtjes of onzeker sprak tot hem.
"Het spijt me echt mevrouw Laudermard, ik had moeten weten dat het een Veiligheidslijn was. We moeten ons verkeken hebben op de tijd, althans, ik dacht echt dat de twintig minuten reeds verstreken waren."
door Raska
mandraak, 8547 / 10385
gepost: 5-10-2008
om 12u21
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
'Bon, mevrouw.' voegde Robin er aan toe. 'Volgens mij hebt u toen u wegstormde niets gezegd van het feit dat dit nummer een noodnummer was. Voor hetzelfde geld was het gewoon uw eigen gsmnummer, wat logischer had geweest. Het lijkt me dan ook niet meer dan correct om niet zo overdreven te reageren.' Hij keek naar Gaëlle.

'Dat het een noodnummer was hadden we misschien moeten begrijpen, maar had u er evengoed ook bij kunnen zeggen.
U bent een vriendelijke vrouw en hoogstwaarschijnlijk een stuk machtiger dan ons alledrie samen. Maar toch: hier staan wij omdat u gevraagd heeft of we u kunnen helpen. En ik wil graag voor u werken. Ik ben plichtsgetrouw en correct, maar dan moet u niet zo beginnen kafferen omdat u niet voldoende informatie had gegeven omtrent dat telefoonnummer.'


Hij keek de kamer rond en naar de grote houten deur die naar de uitgang leidde. 'Wat die twintig minuten betreft: ik dacht ook dat ze al verstreken waren.
Niemand van ons heeft op zijn klok gekeken toen u er vandoor stormde en aangezien u het blijkbaar niet op prijs stelt dat we hier met magie gaan goochelen om het dan wel te weten te komen, wisten we het gewoon niet. Daarvoor bied ik dan ook mijn excuses aan.'


Robin zweeg. Wat dacht die vrouw wel? Hij was geen onvolwassen peuter die een stevige tik verdiende als er iets mis was. Blijbaar hebben magiërs een stevig temprament ofwel gedragen ze zich als pubers die niet weten hoe ze een volwassen gesprek moeten voeren.
door Zorbalt
Moorderator, 4974 / 5396
gepost: 5-10-2008
om 19u17
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Phillipe Zacharie hield wijselijk zijn mond toen hun opdrachtgeefster haar ongenoegen liet blijken. Hij stopte zo onopvallend mogelijk zijn telefoon weg en vermeed haar vurige blik. Met ontzag luisterde hij naar zijn collega’s, die in deze situatie duidelijk een stuk directer bleken dan hij in eerste instantie gedacht had. Misschien dat hun kennis van “magie” wat angst of ontzag wegnam? De psychiater stond er in ieder geval bij en keek er naar.

Hij vond het vooral vervelend dat hij degene was geweest die besloten had om het noodnummer te bellen, maar zoals Robin Maes had aangegeven was het doel van dit nummer niet helemaal duidelijk geweest. Toen hij het nummer intoetste wist hij maar al te goed dat de gewraakte twintig minuten nog niet voorbij waren, maar hij was in de veronderstelling geweest dat het weinig kwaad zou doen als zij zouden bellen. Aan de reactie van Gaëlle las hij af dat ze dit niet kon waarderen. Hij was van mening dat haar reactie ietwat misplaatst en overtrokken was en vond eigenlijk dat het allemaal lag aan haar slechte manier van communiceren, maar hij dacht niet dat ze op dit moment de behoefte had om hierop te worden gewezen. Zeker niet door hem.

Toen de bon vivant had gesproken, besloot hij zo goed en kwaad als het ging om de spanningen wat te reguleren en haar aandacht terug te brengen naar de enige reden van hun aanwezigheid, de opdracht. Zijn stem klonk bedeesd, bijna zacht, maar werd krachtiger terwijl hij sprak. Ook durfde hij Gaëlle Laudemard weer in haar ogen te kijken. Hij hoopte dat het vuur achter haar blik weer zou doven.

”Vrouwe, ik hoop dat u onze excuses aanvaarden wil en vraag u hierbij om ons de laatste instructies te geven, voordat we hier vertrekken.”
door Assunkill
Wandraak, 4522 / 5034
gepost: 5-10-2008
om 23u58
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Gaëlle Laudemard knikte naar dokter Zacharie en naar Annelies, en keek toen scherp naar de jonge journalist.

"Mijnheer Maes, uw toon bevalt mij niet. U heeft een fout gemaakt, het zou u wel zo sieren dat toe te geven. Denk er eens over na en probeer uw hinderlijke trots even te negeren."

Daarna negeerde ze Robin zelf volledig en sprak ze tegen zijn twee collega's alsof hij er niet bij was.

"Morgenmiddag heeft u een afspraak, zoals ik al zei. Om veertien uur, in café De Kafka. Kamiel weet niets van de tertiaire sector, hou dat zo. Voor hem zijn jullie 'experten' van de 'onderzoekscommissie'. Je kan hem..."

Met een wijde zwaai was de deur van het vertrek geopend. Uit de duisternis van de gang verscheen een man in lange zwarte regenmantel, waar de waterdruppels in straaltjes afliepen. Ook van de rand van zijn zwarte gleufhoed droop het water. Met grote passen liep hij meteen naar Gaëlle. Zijn linkerhand hield de regenjas dicht.

"Wat is er hier verdomme aan de hand?" snauwde hij haar toe. Hij sprak wel tegen haar, maar zijn ogen keken strak naar de drie gasten in het vertrek. Instinctief voelden de drie magiërs dat hun aura's snel maar grondig werden doorgelicht, door iemand die hier erg bedreven in was en er geen moer om gaf of iemand zijn resonantie opving. Zijn blik was grimmig en alert. Gaëlle stak verontschuldigend haar handen in de lucht.

"Niets, vrees ik. Er was een klein misverstand, ontstaan door mijn schuld. Het spijt me dat je voor niets door de regen naar hier bent moeten komen."

De man in de natte regenjas bleef de drie aankijken, tot Gaëlle hem aanstootte en zei: "Een misverstand. Geen probleem, geen moeilijkheden. Deze drie zijn okay. Ik heb iets slecht uitgelegd en dat is misbegrepen, verder is er niet aan de hand."

De man ontspande en legde zijn hoed op de tafel. Hij was halverwege de dertig en had een streng gezicht, met kraaienpootjes rond zijn grijze ogen. Zijn haar was blond, kort en net geknipt, net zoals zijn baard. Beleefd knikte hij de drie gasten goedendag.

"Ik kom liever voor niets naar hier, dan dat er écht problemen zijn. Ik ben blij dat alles in orde is."

Het gezicht van de man plooide van een strenge naar een vriendelijke, kalme blik. Hij liet zijn jas openvallen en haalde twee wapens tevoorschijn: een shotgun met afgezaagde loop en een zwart pistool waar met een geluidsdemper op geschroefd was. Hij schoof de veiligheidspal terug op 'veilig' en legde ze op de tafel, naast zijn hoed. De wapens glansden mat in het warme licht en zagen er bijzonder echt en dodelijk uit. Hij draaide zich weg van Gaëlle, naar Philippe Zacharie. Zo nerveus en agressief als hij daarnet was geweest, zo ontspannen en vriendelijk was hij nu.

"U bent de dokter, veronderstel ik? Ik hoop dat ik u niet boos heb gemaakt. Wij hanteren strikte veiligheidsprocedures en voor wie de manier van werken niet kent, kan dat vreemd overkomen. Mijn excuses als ik u heb beledigd."

Daarna richtte hij zich opnieuw tot Gaëlle.

"Je moet niet altijd denken dat iedereen zo intelligent is als jij. Sommige mensen hebben soms wel twee woorden uitleg nodig. En je moet niet zonder jas door de regen lopen. Je wordt nog eens ordinair ziek, en je brengt alle kerels het hoofd op hol. Je kan evengoed géén kleren aandoen."

De man in de zwarte jas was duidelijk opgelucht dat hij geen echte noodsituatie had aangetroffen en Gaëlle glimlachte.
door Zorbalt
Moorderator, 4975 / 5396
gepost: 6-10-2008
om 17u34
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
In eerste instantie voelde Phillipe enigszins argwaan tegenover deze flamboyante man, maar nadat hij zichzelf had verontschuldigd was het ijs voor hem gebroken. Hij mompelde iets onduidelijks, in de trant van: ”U heeft me niet beledigd hoor.”, maar de man richtte zijn aandacht alweer op mevrouw Laudemard. Zacharie vroeg zich een kort moment af of hij zich wel beledigd zou moeten voelen door de woorden die deze kerel tegen hun opdrachtgeefster sprak, want hij begreep hier namelijk uit dat zou vaststaan dat zij een stuk slimmer was als hij, een begaafd en bekend psychiater. Hij besloot om dit gekrenkte gevoel weg te slikken .

Met een schuin oog keek hij naar de wapens die doods en zwijgend op de grote tafel lagen. Zacharie had niets met wapens, maar hij was dan ook nog nooit in een situatie verzeilt geraakt waarin hij zo’n onding nodig had gehad. Als het aan de dokter lag wilde hij dit graag zo houden.

Hij wachtte rustig af en maakte met zichzelf de afspraak dat hij zo snel mogelijk zijn nummer zou laten afschermen.
door Raska
mandraak, 8550 / 10385
gepost: 6-10-2008
om 18u08
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin keek naar Gaëlle. Hij had zich verdorie twee keer verontschuldigd en zij smeerde hem hinderlijke trots aan. Het leek hem het begin van een toffe samenwerking, de bitch.
De kerel die plots kwam binnengevallen, blies hem zowat mentaal omver door ongegeneerd aan zijn aura te gaan pulken. Even was hij gedesoriënteerd en wist hij niet waar te kijken, tot het moment dat de twee wapens op tafel werden gesmakt.

Robins geest helderde op en analyseerde het gegeven. Als die machtige kerel al zo over straat liep, wat hadden zij met z'n drieën dan niet nodig om zich staande te houden in deze zaak? Hij had niet zo direct een idee hoe je zelf aan wapens moest geraken. Al zou een van zijn contactpersonen in het milieu het hem wel kunnen vertellen, maar hij wist echter niet of hij daar wel behoefte aan had.

Hij vertrouwde het hoe langer hoe minder, maar bleef stil. Gaelle negeerde hem. Mooi zo, dacht hij, dan zou hij dat ook maar doen.
De man die daarnet nog zo was binnengestormd daarentegen bedaarde en leek zowaar sympathiek. Robin richtte zich dan ook naar hem en wachtte af tot hij iets zinnig ging zeggen.
door malkav
achterban(k), 5898 / 7020
gepost: 6-10-2008
om 20u28
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Ze was geschrokken van deze plotselinge vertoning. Omstandigheden als deze waren haar niet ongewoon, maar het was tot dit moment toe meer van 'erover horen'. Het was toch echt anders als je er tot over je nek inzat.
Ze had de niet te onderkennen aanwezigheid van de man al gevoeld nog voordat hij de deur naar de ruimte helemaal geopend had. De vastberadenheid waarmee deze man, misschien Gaëlle's Meester, de ruimte kwam binnengestapt deed haar denken aan haar eigen Meester. Het Klasse-verschil tussen Gaëlle en de man die haar Veiligheidslijn was kwam al snel als een paal boven water te staan. Het intrigeerde haar ten zeerste...

Ze knikte naar de man toen hij haar monsterde en liet een bescheiden glimlach zien.
Als deze man Gaëlle's Meester was leek deze een stuk vriendelijker te zijn dan Angkrah op het eerste oog. Ten eerste zou haar Meester het nooit tolereren dat ze zich zou kleden zoals Gaëlle. Angkrah zou zo'n vertoon 'hoerig' noemen, en Annelies waarschijnlijk uitmaken voor 'een hoer van Babylon' als zij zo niets verhullend gekleed ging. Annelies vond het enkel onfatsoenlijk om je zo te kleden als vrouw.
Ten tweede wilde ze niet eens denken aan Angkrah's toorn wanneer er geen 'derden' meer aanwezig waren na een fout van haarzelf. Ze vroeg zich af of Gaëlle er nog een stevige berisping overheen zou krijgen als zij gedrieën eenmaal weg waren van hier. Het zou haar namelijk niets verbazen. Ze zag een verstandhouding tussen de twee die niet zo heel veel leek te verschillen met die van haar eigen Meester op het eerste oog.

Toen de wapens op tafel verschenen schrok zij nog heviger. Ze had nog nooit van haar leven een vuurwapen van zo dichtbij gezien, enkel op televisie. Ze kon zich niet herinneren dat Angkrah ooit een vuurwapen bij zich had gedragen. In het begin stond ze al raar genoeg te kijken van Ankrah's scherpe handwapens die hij altijd met zich meedroeg. Zijn dolk en kortzwaard waren namelijk altijd binnen handbereik.

Annelies voelde al wat onderdanigheid tegenover Gaëlle maar deze kerel was van een héél ander kaliber, misschien zelfs het kaliber van Angkrah. Dit waren personen die je liever aan je zijde had. Hen kwaad maken of beledigen door onnozele vragen te stellen was wel het laatste wat je wilde doen. Ze besloot om wijselijk haar mond te houden en af te wachten hoe de situatie zich verder zou ontplooien..
door Assunkill
Wandraak, 4525 / 5034
gepost: 8-10-2008
om 21u36
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
De man in de zwarte regenjas keek naar de drie gasten van Gaëlle Laudemard, die hem nogal stil aankeken. Hoewel de spanning was weggevallen, zweeg toch iedereen. Het was een beetje een onwezenlijke situatie. Dat vond de man blijkbaar ook, en een beetje onzeker zocht hij oogcontact met Gaëlle. Met een kort schudden van haar hoofd gaf die een negatief antwoord, op wat de vraag ook geweest mocht zijn.

"Zo... Ik zou mezelf kunnen voorstellen, maar het is veiliger dat ik dat niet doe. Net zo is zeker onnodig en misschien onverstandig dat u zich aan mij voorstelt. Nu er zich geen noodscenario's voordoen, kan ik met een gerust hart weer vertrekken."

Hij pakte de wapens weer van tafel en borg hen opnieuw op onder zijn jas. Ook zijn hoed zette hij weer op. Hij schudde stevig de hand van Gaëlle, die hem bedankte:
"Bedankt om zo snel langs te komen, in elk geval. Ik apprecieer je toewijding en efficiëntie."
"Als ik die niet had, zou ik niet voor je kunnen werken. Nog een prettige nacht. U ook, mevrouw, heren." De man glimlachte naar hen en liep toen de kamer weer uit.

Gaëlle slaakte een diepe zucht en schonk zich nog een glas wijn in. Ze zette zich op de tafelrand en nam de zwarte map onder haar arm.

"Goed. Nu deze situatie afgehandeld is, wat jullie betreft althans, zal ik zelf de laatste praktische details regelen, omdat Arthur er nog niet is. Ten eerste: de afspraak met Kamiel. Morgenmiddag om twee uur, in café de Kafka. Kamiel weet alles van het gebouw, maar niets van de Tertiaire Sector. Dat wil ik graag zou houden. Jullie zijn de 'experts' van de 'onafhankelijke commissie'."

In een grote teug dronk Gaëlle haar glas leeg. Ze wipte van de tafel en liep naar één van de buffetkasten. Uit een lade haalde ze drie anonieme enveloppen, die duidelijk niet leeg waren. Ze legde hen op tafel.

"Dit zijn de voorschotten. Onkostennota's zijn welkom, maar dan moeten jullie wel rekeningetjes binnenbrengen. Binnen vijf dagen neemt onze dienst zelf contact met jullie op. Als jullie eerder klaar zijn en jullie willen telefonisch contact, dan kan Robin het verhaal laten rondgaan dat hij klaar is met zijn freelance-opdracht. Dat pikken wij snel op en dan nemen we contact op. Waren er nog vragen?"
door Raska
mandraak, 8551 / 10385
gepost: 11-10-2008
om 10u46
Antw: Capitum 1: Jonge wolven
Robin nam de bruine enveloppe van de tafel. Hij was nieuwsgierig hoeveel er inzat, maar wist zich te bedwingen om hem al open te scheuren. 'Nee, geen vragen meer.' mompelde hij in een poging om zo weinig mogelijk met Gaëlle te communiceren.

Hij nam zijn cameratas en zijn statief en knikte ter afscheid met zijn hoofd, met zijn handen vol, naar hun opdrachtgeefster en vatte post aan de grote houten deur terwijl hij wachtte op zijn twee collega's.

Wat hem betreft zouden ze Gaëlle pas terug zien als hun opdracht helemaal achter de rug was. Zonde eigenlijk van zo'n mooi meisje, bedacht hij zich. Zonde dat ze zo verwend en moeilijk is. Waarschijnlijk helemaal opgedraaid door dat magiegedoe, niet meer in staat om zich te weren tegen de normale wereld. Altijd gewend haar zin te krijgen als ze kwaad genoeg kijkt.

Je zal maar met zo iemand samenwonen, dacht hij en hij dacht aan Lies die nu waarschijnlijk thuis voor de tv zat met een grote mok thee, of met nog een paar wetenschappelijke berekeningen in haar handen. Hij had het toch getroffen.
Maar hoe zou zij reageren als ze te weten kwam dat niet alles wetenschappelijk verklaarbaar was? Hoe zou zij reageren als ze te weten kwam dat er mensen waren die een loopje namen met de fysische wetten?

Robin hoopte dat ze er nog mee zou kunnen lachen...
pagina's: 1, laatste

Dit item bevindt zich in:

Online RPGs > Mage online RPG > 2. Slotenwakers

Het gaat niet om het slot - het gaat om de deur.

naar boven