WAARSCHUWING: blijkbaar ondersteunt je browser geen JavaScript of staat het niet ingeschakeld. Aangezien JS op geen enkele manier de veiligheid of privacy van je pc in gevaar kan brengen, maar wel interessante interactiemogelijkheden biedt, gebruikt deze site erg veel JavaScript. Wil je dus van alle toeters en bellen genieten, doe jezelf een lol en verzet de settings van je browser even ;o)
Bespreking der verscheidene legers
Ik dacht dat het mss handig zou zijn moest iedereen een stukje meer vertellen over het leger waarmee hij speelt: korte geschiedenis, vijanden, bondgenoten, leuke weetjes en sterke en zwakke punten.
Ik begin wel met iets meer te vertellen over Orks & Goblins:
De groenhuiden zijn constant in oorlog, als het niet onder elkaar is dan is het tegen een of ander volk dat in de weg loopt. Ze voeren niet echt oorlog voor buit of land maar gewoon voor het pure plezier van oorlog voeren. Het leger is opgedeeld in een paar grote groepen:
Orks: Hieronder vallen de big un’s , black orcs en de gewone orc boyz.
De orcs zijn één massa bot en spieren omringd door een taaie leerachtig huid. Hun vuisten zijn zo groot als het hoofd van een normale mens en hiermee hanteren ze één (of twee) “choppa.” Dit is een groot stuk metaal waarmee gewone mensen niet overweg kunnen maar waarmee een ork een bloederig pulpje van zijn vijand maakt.
De sterkste , grootste en luidste orcs worden big uns genoemd. Dit is de iets getraindere versie van de orcs.
Black orcs zijn de zwaarste infanterie die het O&G leger kan bieden. Dit zijn orcs die volledig tot op de tanden bewapend zijn en hierbij nog eens volledig gefocust zijn op de vijand. Dit wil zeggen dat ze nooit onder elkaar zullen beginnen vechten , wat spijtig genoeg wel voorvalt bij de gewone orcs in zo een17 %
van de gevallen. De black orcs zijn ook geboren leiders , als ze in een unit zitten waarin onderling gevochten wordt zullen ze snel een paar klappen uitdelen om de unit te kalmeren.
Goblins: Dit zijn de kleinere neefjes van de orks. Ze zijn veel gemener en achterbakser, en zullen altijd een gevecht in de rug of de flank preferen. Als ze deze kans niet hebben zullen ze oftewel als kanonvoer gebruikt worden door hun neefjes OF ze zullen zich op de reeds verzwakte units moeten focussen. Er zijn twee soorten goblins:
De gewone goblins en de night goblins.
De laatstgenoemde zijn een leuk variantje die zich hult in lange zwarte mantels en pinmutsen. Ze leven onder de grond waar ze zich vestigen in oude Dwarfbasissen, hiermee hebben ze dan ook regelmatig schermutselingen.
Persoonlijk zijn er twee dingen die ik prachtig vind aan deze rakkers.
Ten eerste de fanatics, dit zijn gobbos die door hun shamaan paddestoelen hebben gekregen waardoor ze dolgedraaide zotten worden. Met bovenmenselijke kracht zwieren ze, volledig willekeurig, een gigantische ijzeren bal rond.
Ten tweede : de squigs, dit zijn beestjes die gedeeltelijk gemaakt zijn uit paddestoelen en schimmels die onder de grond leven. De gobbos gebruiken ze om naar de tegenpartij te sturen en daar los te laten Of ze klimmen er vanboven op en proberen zo de vijand te bestormen.
Het laatste deel van het O&G leger bestaat uit hun diertjes: spinnen, wolven, squigs, trollen en giants. Ze hossen allemaal mooi met de groentjes , alles vernielend onder de baan.
Het zooitje ongeregelden dat ik zojuist heb beschreven houden zich dus voornamelijk bezig met vechten en niet zozeer met tactiek of diplomatie. Tot er één of andere slimmerd beseft dat ze beter allemaal samenspannen en iets groots gaan aanvallen. Dit zijn de zogenaamde WAAAAAGHS. Veldtochten door het ganse rijk waarbij niets overeind wordt gelaten. Vooral tegen het Empire en de Dwarfs wordt er op die manier gevochten.
De orcs zijn een neutraal leger en enkel de goblins hebben eigenlijk echt vijanden nl de dwarfs en de elfen.
De pluspunten van dit leger zijn:
-Ze zijn goedkoop, je kan verschrikkelijk veel units meenemen.
-Hun warmachines: ze zijn niet uitzonderlijk goed, maar je kan er wel veel meenemen. Bij de doomdiver krijg je zelf nog de mogelijkheid om na je schot je inslagplaats nog een beetje bij te schaven.
-Hun magie, die is vrij krachtig en relatief laag om te casten. (De miscast tabel is wel een pak harder) En je kan ook de combinatie gebruiken van een goblin shamaan op een wolfchariot waardoor deze bijzonder mobiel wordt.
- De WAAAAGH, als je een bepaalde banner meeneemt en een WAAAAGH op de juiste moment decleared zal je bijna altijd als eerste chargeren.
De minpunten zijn:
- Animosity, je moet elke ronde testen of de orks niet onderling beginnen batsen.
- De lage leadership.
- Niet echt uitzonderlijk sterke troepen die iets aankunnen , zoals een draak of hydra of zware cavalerie (denk aan bloodknights).
Zo ik hoop dat jullie er iets van hebben bijgeleerd, en weet wat je wel of niet moet meebrengen volgende keer dat je tegen een groene generaal staat. Ik kijk er al naar uit om iets over jullie leger te leren!
Reacties
door Colossus draak, 2143 / 3236 gepost: 31-12-2009 om 1u34gewijzigd door Colossus 24-3-2010 om 23u46
Antw: Bespreking der verscheidene legers
De tomb kings
(en ook een beetje vampire counts, want die zijn nauw verweven)
Geschiedenis
The covenant, het onstaan van Nehekhara
3000 jaar voor Sigmar zijn rijk stichtte, kende het mensenras hun eerste grote keizerrijk, piek van beschaving. In de oneindige woestijn, ten zuiden van het waar sigmar’s empire zou komen, stichtten de mensen het rijk Nehekhara.
Recorded history voor Nehekhara begint wanneer hun voorvaderen uit de jungle ten zuiden van Nehekhara trekken, de woestijn in. Niemand weet helaas nog waarom, maar vast staat dat het een slecht idee was. Ze vonden niets dan zand, en na maanden reizen waren hen aantallen heel erg verminderd en stonden ze op het punt om te komen van de dorst. De grote woestijngoden kregen echter medelijden met de stervende stammen, en sloten met hun een pact, gekend als ‘the great covenant’. De mensen beloofden de woestijngoden als de hunne te erkennen en te aanbidden met gebed en offer. De goden zouden in ruil waterbronnen laten ontspringen en de woestijn bewoonbaar maken voor diegenen die de covenant eerden. Waar de mensen zich ook zouden vestigen, de goden zouden die plaats zegenen tot het einde der tijden en het is ook daarom dat Nehekhara door zijn inwoners ‘the blessed land’ wordt genoemd. Om onmiddellijk de covenant te eren, deden de goden de rivier Vitae ontspringen, die in termen van onze wereld kan worden vergeleken met de Nijl.
Nehekhara telt een groot aantal goden, en dit zijn de belangrijkste:
Ptra, the great father: De oppergod van de zon, aanbeden als de schepper van de mensheid.
Neru: De maangodin, vrouw van Ptra. Zij wordt aanbeden als diegene die de mensheid beschermt tegen de kwade geesten van de nacht.
Sakhmet, godin van de groene maan. De godin van de intriges en jaloezie. Het licht van Sakhmet is ideaal om duistere magie onder te bedrijven.
Asaph: Is de godin van schoonheid, magie en wraak.
Djaf, de jakhalsgod van de dood.
Khsar: De wilde god van de woestijn. Wreedaardig. Van alle goden is hij het minst geneigd zich aan de covenant te houden. Wie omkomt in de woestijn, wordt beschouwd als een offer aan Khsar.
Phakth: de havikgod van de hemel en gerechtigheid.
Qu’ahp, de serpentgod: God van de diplomatie en subtiliteit
Geheb: god van de aarde en kracht
Tahoth: god van de kennis
Usirian: god van de onderwereld, die beslist of een ziel de onderwereld binnenmag of voor altijd door de woestijnen moet zwerven.
In de covenant is ook opgenomen dat de eerste zoon van de koning voor de goden is, en pas de tweede voor de mensen. Dit hield in dat de eerste zoon altijd een priester diende te worden, en de tweede zijn vader zou opvolgen als koning. Bij het aangaan van de covenant stuurde Ptra ook zijn dochter naar de mensen. Zij, en iedere keer haar eerste dochter, was de covenant in vlees, een ultiem bewijs van vertrouwen dat de goden aan de mensen gaven.
Over heel Nehekhara werden steden gesticht, en deze zijn de belangrijkste:
-Centraal in Nehekhara lag Khemri aan de rivier Vitea. Zijn rijkdom kwam vooral voort uit het feit dat alle handel in Nehekhara langs Khemri passeerde.
-Aan de monding van de Vitea ligt Zandri. Het was vooral een havenstad en ook deze
satd werd rijk en machtig door luxegoederen te gaan halen op verre kusten en die door te verkopen aan de rest van Nehkhara.
-Numas was gekend voor de paarden die zij kweekten. Alleen In Bhagar kon men betere paarden vinden.
-Bhagar was een woestijnstad en leiner dan de meeste andere steden. Hun woestijnpaarden, het enige geschenk dat Khsar ooit aan de mensheid gaf, zijn legendarisch. De ruiters van Bhagar zijn zonder twijfel de beste van Nehekhara.
-Mahrak is gesticht op de exacte plaats waar de covenant is gesloten. Het is een stad van priesters. Zij onderhielden geen leger, maar werden verdedigd door goddelijke krijgers en woestijngesten, alsook krachtige magische schilden.
-Ka'Sabar is de stad gewijd aan Geheb. Geheb, de god van de kracht, gaf zijn mensen ook de zegen van kracht. De gemiddelde inwoner van Ka'sabar was meer dan twee en een halve mete lang, de koning vaak meer dan 3 meter. Elk van hen had de kracht van 3 mannen.
-Lahmia was gewijd aan asaph, en iedere inwoner van Lahmia was dan ook betoverend mooi. Zij werden rijk door de zijdehandel met Cathay.
-Lybaras was de stad van de priester-inginieurs. Zij bouwden de machtige constructs en zelfs luchtschepen.
-Rasetra ligt eigenlijk zelfs al gedeeltelijk in de zuidelijke jungle, in die jungle huizen gigantische reptielen, die de Rasetrans hebben weten te temmen.
-Quatar ten slotte, is de stad die de toegang tot de vallei der koningen bewaakt, waar hele dynastieën van koningen liggen begraven. Bijgevolg is Quatar gewijd aan Djaf. De legers van Quatar bewaakten de vallei der koningen en werden bijgevolg de tomb guard genoemd. Er wordt gefluisterd dat hun door djaf gezegende zwaarden konden doden met een minieme kras.
Deze steden opereerden als onafhankelijke stadsstaten. Van een rijk was eigenlijk nog geen sprake. De koningen slaagden er af en toe wel eens in om een rivaliserende stad op de knieën te krijgen en belastingen af te dwingen en zo, maar dat duurde nooit langer dan een paar decennia. Tot…
Settra the great
De eerste koning die er daadwerkelijk in slaagde alle steden onder zijn bewind te krijgen was Settra I van Khemri. Veertig jaar voerde hij oorlog, en na die 40 jaar was Nehekhara tot een keizerrijk gesmeed en boog iedereen voor Settra’s wil. Settra was echter nog niet tevreden. Er was nog een vijand die hij wilde verslaan: De dood. Nu hij zo hard gewerkt had om zijn rijk te smeden, weigerde Settra het af te geven omwille van zoiets vervelend als de dood. Hij richtte daarom een priesterorde op, gekend als de mortuary cult, die de geheimen van leven en dood voor hem moesten ontsluieren en hem het eeuwige leven schenken. Hoewel deze vorderingen maakten, in die mate dat de gemiddelde levensverwachting van een koning van Nehekhara op de piek van hun kunnen ongeveer 220 jaar was, bleef de dood uiteindelijk onvermijdelijk. Zij moesten hun falen aan Settra toegeven, maar in de hoop hun hoofd te houden, stelden ze een voorlopige oplossing voor: Ze zouden het lichaam van de koning mummificeren, zodat het perfect bewaard bleef, en dan kon de mortuary cult, vele honderden jaren later, wanneer ze het geheim eindelijk zouden hebben ontsluierd, de koning terug tot leven wekken in een lichaam van onsterfelijk goud, zodat hij tot het einde der tijden zou kunnen regeren. Settra nam dit met tegenzin aan, gewoon omdat er geen betere optie was. Legenden zeggen dat hij Djaf in zijn gezicht spuwde toen die hem kwam halen, en dat hij nadat hij zijn laatste adem had uitgeblazen nog beloofde terug te komen. De naam waarmee hij herinnerd zou worden werd Settra the Imperishable.
Mummificatie werd een algemeen gebruik onder het volk van Nehekhara. De armen werden dan misschien niet door de priesters zelf gemummificeerd en zeker niet in machtige piramides begraven, maar iedereen deed het wel. Het werd gebruikelijk dat koningen hele legers levend met zichzelf lieten begraven, zodat die legers hun ook weer zouden kunnen dienen na hun wederopstanding. Na verloop van tijd waren de necropoli vele malen groter dan de steden van de levenden.
Voor 2000 jaar ging alles zoals het moest, verschillende dynastieën regeerden na Settra en het rijk bleef een rijk.
Nagash the sorcerer
Maar niets is eeuwig. Opnieuw was het in de stad Khemri dat het lot van Nehekhara een bruuske wending zou nemen. In die tijd was Nagash de hogepriester van de mortuary cult in Khemri. Nagash was een jaloers en arrogant man, en hij minachtte de goden die hij diende. Hij was er van overtuigd dat de enige reden dat de mortuary cult het geheim van het eeuwige leven nog niet ontdekt had, was dat de goden het voor hun verborgen hielden. Immers, als de mensen niet meer stierven, dan hadden ze ook geen reden meer om de goden om bescherming te vragen. Hij haatte bovendien het feit dat hij de eerste zoon was, gedwongen om saaie rituelen steeds maar te herhalen, terwijl zijn jongere broer Thutep de troon had. Veel meer dan eens met zijn tanden knarsen kon Nagash eigenlijk niet, tot hij in het bezit kwam van een heel speciaal soort slaven…
Deze slaven waren gevangenen van een zwart schip dat was aangespoeld in Nehekhara. Ze waren bleek, slank, en noemden zichzelf Druchii. Nagash had niet veel tijd nodig om erachter te komen dat zij een krachtige magie bezaten. De druchii mochten dan wreed, machtig en intelligent zijn, maar dat was Nagash ook, en dan nog wat meer. Onder dreiging levend begraven te worden in één van de piramiden, een gebouw gemaakt om de onwelkomen te doden, leerden zij hem het gebruik van de winds of magic. De priesters hadden nooit gebruik gemaakt van deze winden, hun magie kwam van de goden via de covenant. Zo ver van het noorden, praktisch op de evenaar van de old World, waren de winds of magic sowieso veel te zwak om er iets zinnigs mee aan te vangen. Maar door de duistere magie van de druchii te combineren met wat hij wist uit de mortuary cult, ontwikkelde Nagash de bloedmagie, een magie die zijn macht vond in het lijden en de dood van anderen. Duizenden slaven of ongelukkigen die gewoon van de straat geplukt werden stierven onder zijn experimenten. Als een laatste test van zijn kunnen vocht Nagash tegen alle druchii tegelijk, met de belofte dat ze vrij zouden zijn als ze hem konden doden, maar hij versloeg ze allemaal.
Twintig jaar nadat hij zijn bloedmagie begon te bedrijven, slaagde Nagash erin zijn broer, Thutep, van de troon te stoten en diens plaats in te nemen. Thutep werd levend begraven in de piramide die men voor hem aan het bouwen was. De andere koningen fronsten hun wenkbrauwen, de priesters schreeuwden moord en brand, maar geen van de koningen kon het voldoende schelen om ten oorlog te trekken tegen Khemri. Op één na, Zandri. Nagash gebruikte uiterst wreedaardige maar ook effectieve tactieken, en het leger van Zandri werd in de pan gehakt, alsook de meeste van hun vrouwen en kinderen. Dit schrikwekkend voorbeeld ontnam de andere steden de lust om tegen hem op te trekken.
Het was tijdens de campagne tegen Zandri, dat Nagash zijn bloedmagie perfectioneerde. Uit het bloed van zijn slachtoffers maakte hij een elixir, dat van hem de eerste waarlijk onsterfelijke maakte, mits hij het elixir regelmatig bleef drinken. Ook zijn trouwste luitenants kregen dit elixir. Zij het een vergiftigd geschenk, want doordat ze afhankelijk waren van elixir waren ze ook afhankelijk van Nagash. Sommigen argumenteren dat dit de eerste vampieren waren, anderen beginnen de onsterfelijken pas een vampier te noemen nadat de ingewikkelde incantaties niet meer nodig waren en de onsterfelijken rechtstreeks uit de mens dronken.
The black pyramid
Nagash’s bloedmagie was dan misschien de krachtigste van Nehekhara, maar hij wilde meer. 30 jaar lang werd er gebouwd aan een piramide van zwart marmer, en miljoenen slaven vonden daarbij de dood. Hun botten werden in het metselwerk van de piramide ingewerkt. Toen de piramide af was, werd zijn doel duidelijk. De piramide, gemaakt van een hoop magich geleidende materialen, werkte als een sterke magneet voor de magische winden. De winden waaiden nu veel sterker door Nehekhara, en in het centrum van zijn piramide kon Nagash magie bedrijven met zo’n kracht, alsof hij een van de chaos goden zelf was, en zelfs meer omdat hij niet vanuit een andere wereld moest werken.
Het is toen dat een van zijn trouwste helpers een moorpoging op Nagash ondernam, omdat hij wist wat hij van plan was met zijn piramide. Nagash overleefde de aanslag, en met zijn nieuwe, door de magische winden oneindig versterkte bloedmagie, ontdekte hij toen de incantaties nodig om het lijk van zijn aanvaller opnieuw te doen opstaan en zijn wil te laten doen. Het is naar dit feit dat de bloedmagie uiteindelijk werd genoemd: De necromantie.
Met zijn piramide af, begon Nagash het ritueel waarvoor die was gebouwd, en die zijn aanvaller had willen voorkomen. Hij deed het echter te haastig en te weinig geconcentreerd, nog steeds nogal verwonderd dat iemand het waagde om hem te proberen doden, en er bovendien bijna was in geslaagd. Het ritueel had de bedoeling om alle priesters in Nehekhara te doden, en zo de verbinding tussen mens en god door te snijden en de covenant ter verbreken, maar het ritueel werd niet perfect uitgevoerd en zo’n 40% van de priesters overleefde. Dit deed de koningen van de andere steden in actie springen, en uiteraard ook Mahrak, de priesterstad. Zo begonnen de oorlogen…
De oorlogen van de dood
Lange tijd leek Nagash onoverwinnelijk. De steden Zandri en Numas geloofden niet dat Nagash te verslaan was, en sloten zich vrijwillig bij hem aan. Als snel vielen Bel Aliad, Quatar, Bhagar en Ka’Sabar. Uiteindelijk stonden alleen nog Lybaras en Rasetra tegenover Nagash, gesteund door de priesters van Mahrak. Lahmia hield zich, zoals ze bij de meeste conflicten deden, neutraal, om pas mee te gaan doen wanneer het overduidelijk was wie er zou winnen en om zich dan snel bij hen aan te sluiten. Het was nagenoeg onmogelijk om tegen Nagash’ leger te vechten. Iedere ondode soldaat die je neerlsoeg stond even later al weer recht, tenzij onthoofd, en je eigen gevallen kameraden stonden na een paar minuten weer recht om je in de rug aan te vallen.
Maar uiteindelijk kwam Nagash’ leger tot stilstand voor de muren van Mahrak. Want Mahrak werd niet zoals de andere steden verdedigd door gewoon maar mensen, maar in plaats daarvan door de sphinxen, de machtigste van de woestijngeesten, en de ushabti, de heilige krijgers van de goden, waarvan gezegd werd dat dankzij de gaven die ze van hun god kregen, ze tegen een overmacht van 30 tegen 1 nog konden winnen.
5 jaar lang stond Nagash vast voor de muren van Mahrak. En toen Rasetra en Lybaras aan kwamen marcheren om Nagash in de rug aan te vallen, en zelfs de Lahmians kwamen opgemarcheerd, nog onduidelijk bij wie ze zich zouden aansluiten, werd het duidelijk dat de oorlog hier beslecht zou worden.
Uieindelijk werd Nagash langs alle kanten verraden. Terwijl hij langs alle kanten werd aangevallen, keerden zijn bondgenoten van Numas en Zandri zich ook tegen hem. De legers brachten ook allerlei onbekende wapens mee om als tegengewicht te dien voor zijn necromantie, waarvan hij niet wist wat hij kon verwachten. Uit lybaras kwamen gigantische machines van magie, bot, hout en staal, gemaakt om er uit te zien als reuzen en gigantische schorpioenen. De chariots van Rasetra werden getrokken door gigantische hagedissen uit de zuidelijke jungle.
De Lahmians deden alsof ze voor Nagash gingen vechten, maar ook zij verraadden hem. Het waren de Lahmians die uiteindelijk tegenover Nagash zelf kwamen te staan. Nagash voelde zich nog steeds de winnaar, maar hij werd verrast door het geheime wapen van de Lahmians. De lahmians droegen een vreemdsoortig wapen, dat werket dankzij een zwart poeder, invevoerd van Cathay. Nagash’ charge werd een stukken geblazen door de donderende wapens van Lahmia, die projectielen afschoten zo snel dat het oog ze niet kon zien. Dodelijk gewond moest Nagash vluchten.
Cursed Lahmia
Hoewel de meesten dachten dat Nagash’ geschriften met hem vernietigd werden, waren het in feite de Lahmians die ze naar hun stad smokkelden. Na meer dan 150 jaar onderzoek slaagde koningin Neferata van Lahmia erin, tijdens een nacht vol bloed, vergif, magie en dood, haar eigen versie van het elixir te maken. Zij was de eerste werkelijke vampier. Al snel volgden haar naaste dienaren, waarvan de bekendsten zijn haar grootvizier Arkhan Necrarch, de necromancer, en haar kampioen, Abhorash the Blood Dragon.
Nagash the unbroken
Ondertussen had ook nagash niet stilgezeten. Hij mocht dan dodelijk gewond zijn, en grote gaten in zijn geheugen hebben, dood was hij nog niet, kon hij niet zijn. Hij was in de vorm van een zwerm scarabeeën over de noordwestelijke grens van Nehekhara gevlucht, en hier ontdekte hij een macht nog vele malen groter dan hij uit bloed kon halen. De macht zat opgesloten in een steen die groen opgloeide, een meteoriet warpstone zo groot dat het de macht van de zwarte pyramide nog overtrof.
Met behulp van deze macht creëerde Nagash een leger ondoden nog groter dan hij ooit had geleid. En met dit leger onderwierp hij de lokale bevolking, menselijke barbaren, die hij vanuit een gevoel van minachtig en wreedaardigheid aanzette tot kanniballisme. Over de 250 jaar die Nagash nodig had om dit barbaarse rijk te onderwerpen degenereerden deze barbaren tot haarloze en redelijk hersenloze roofdieren, die later zouden worden aangeduid met de term 'ghouls'.
In die tijd liet hij ook de berg waar hij de meteoriet had gevonden door zijn leger ondoden ombouwen tot Nagashizzar, het zwarte fort, dat voor eeuwig in de duistenis van zijn zwarte magische uitwasemingen zou liggen. In de tunnels onder het fort ontdekte Nagash de eerste ratmensen, aangetrokken door de warpstone die bloot was komen te liggen. Uiteraard probeerden de skaven eerst de steen voor henzelf te stelen, maar Nagash was veel slimmer, en het klein beetje moed dat een skaven bezit liet hen al vlug in de steek toen ze beseften dat ze tegen ondoden moesten vechten. Uiteindelijk werden ook de skaven dienaren van Nagash, hun leiders betaald in schilfers warpstone.
The great ritual
Toen Nagash terugkeerde gesteund door skaven en de lahmians, die toch niet zo onafhankelijk van hem waren als ze hadden gehoopt, werd hij opnieuw verslagen. Tenminste, zijn legers. Nagash was niet teruggekomen om over Nehekhara te regeren, maar voor wraak. Hijzelf slaagde erin opnieuw de centrale kamer van zijn zwarte piramide te bereiken, en opnieuw een ritueel te volbrengen. Nog duizenden keren kwaadaardiger dan het vorige, was Nagash’ enige doel alle leven in Nehekhara te vernietigen. En zijn ritueel slaagde. Ieder levend wezen in Nehekhara stierf…
Op één na. Alcazidaar, de laatste koning van Khemri, was door de skaven vrijgelaten om hem Nagash te laten doden, zodra ze doorkregen dat Nagash' ritueel ook hen zou doden. Ze druken hem een zwaard in de hand van pure warpstone, genaamd de fellblade, en gaven hem de kans zich te wreken, een kans die hij maar al te graag greep. De fellblade voorkwam dat Alcazidaar stierf aan het ritueel, en het gevecht dat volgde deed de piramide schudden. Niemand weet of Nagash heeft kunnen vluchten en het heeft overleefd, maar het was Alcazidaar die levend de piramide buitenwandelde. Zij het niet voor lang, toen hij aan de pure kwaadaardigheid van de fellblade bezweek.
The land of the dead
Alles en iedereen was nu dood in Nehekhara, maar Nagash’ ritueel had een onverwacht neveneffect. In de soms millennia oude piramides sloegen de lang dode koningen hun ogen open, en lieten zo hun lege, verdroogde oogkassen zien. Simpelweg door hun oneindige wilskracht deden hun priesters en legers hetzelfde. Zij waren uiteindelijk, zoals hun beloofd was, onsterfelijk. En zoals ze tijdens hun leven gedaan hadden, verlieten ze hun piramides om oorlog met elkaar te voeren en het recht op te eisen de steden te besturen. Op de twaalfde dag na het ritueel verliet ook Settra the Imperishable zijn piramide, en zoals hij dat duizenden jaren geleden gedaan had, versloeg hij ook nu weer alle andere koningen en liet hij hen trouw zweren.
Settra’s ongenoegen was enorm toen hij merkte dat hij te vroeg gewekt was, en in plaats van een lichaam van onsterfelijk goud een verdroogde huls had. Hij zwoer oneindige wraak tegenover Nagash en zijn volgelingen, en de Lahmians, vampiers en dus volgelingen van Nagash, moesten vluchten. Zij vluchtten naar het noorden, waar zij later het vampiergraafschap Sylvania zouden stichten.
Settra beval alle koningen terug te keren naar hun piramide, en daar te sluimeren totdat de nu ondode priesters een manier zouden vinden om hun wederopstanding compleet te maken en hun het werkelijke onsterfelijk gouden lichaam te bezorgen. En wanneer die dag komt, zullen de koningen van Nehekhara opnieuw uitrijden om dit keer de hele wereld te veroveren. Tot die dag zullen ze echter sluimeren in hun sarcofagen, en bekend staan als de Tomb kings.
De legers van de tomb kings
De tomb kings zijn zowat het tegenovergestelde van agressief. Ze zullen nooit iemand aanvallen. Er zijn slechts 3 vuistregels voor hun gedrag:
-Betreed ons land, we jagen je weg.
-Steel onze schatten, we slaan je dood
-Kom je er toch mee weg, dan komen we achter je aan
Het kan soms honderden jaren duren voor een koning nog eens wakker wordt en merkt dat er een van zijn schatten weg is. Het is dus best mogelijk dat jij ineens tegenover een leger ondoden staat omdat jouw over-over-over-grootvader ooit eens iets van de koning heeft gestolen…
Als de tomb kings dan achter je aankomen, dan doen ze dat met lichte chariots, ruiterij, boogschutters en de constructs. Een tomb kings leger is zwak op weapon skill, armour en movement, maar sterk in shooting, characters, ondode betrouwbaarheid, fear en natuurlijk hun unieke magie. Het is die magie die van hen het naar mijn mening moeilijkst te spelen, maar als je het goed doet ook moeilijkst te verslaan leger maakt. Hun zwakke punt van movement wordt ineens een sterk punt als de tomb kings aan hun tweede movement phase van de beurt beginnen.
Met het feit dat ze ondood zijn en hun magie heel anders werkt, zijn tomb kings zonder twijfel het betrouwbaarste leger in de warhammer game. De troepen doen precies wat je verwacht en als je echt wilt dat die spell er door komt op die unit, dan kan de tegenstander er meestal niet veel aan doen.
Uiteindelijk loopt een TK leger op zijn characters. Als er te vroeg een van tussen valt krijgen ze het moeilijk.
Tomb king legers hebben infanterie, boogschutters, verwaarloosbare cavalerie en ter compensatie hun chariots, het enige leger dat er hele units van zet. verder bestaat hun leger uit de constructs, gigantische schorpioenen en bone giants, de ondode gieren, die met magsiche hulp tot 40" bewegen in één beurt, en de screaming skull catapult, naar mijn mening, in combinatie met de magie opnieuw, de beste stone thrower in warhammer.
Het is makkelijk compleet de mist in te gaan met tomb kings, maar een ervaren generaal kan uiteindelijk bijna alles winnen. TK is het leger dat het minste aan geluk overlaat, en het spreekt tot de verbeelding dat, terwijl veel TK spelers bij grote toernooien meestal ergens heel laag eindigen, er een paar tactical masterminds zijn die er bijna even betrouwbaar als hun leger bijna altijd in de top 5 staan. Het beste bewijs dat het leger, indien bestuurd door een bekwaam generaal, een van de beste kan zijn.And behold, the almighty god-king Settra did awaken from his sleep of blessed oblivion. His legions, long buried beneath the sands, did arise and stand to attention, awaiting his order. And he did say 'War', and the world did tremble...
door Akyro draak, 870 / 1550 gepost: 31-12-2009 om 12u53gewijzigd door Akyro 31-12-2009 om 12u54
Antw: Bespreking der verscheidene legers
Skaven
Ontstaan:
Geleerden en academici ruziën eindeloos over het ontstaan van de kinderen van Chaos, beter bekend als de Skaven. Sommigen beweren dat ze een variant zijn van de Beastmen, anderen houden vol dat ze een geheel apart ras zijn, niet gemuteerd van mensen zoals de Beastmen, maar van echte ratten. Nog anderen ontkennen hun bestaan volledig. Skaven onderzoeken is dan ook buitengewoon moeilijk. Ze leven bijna uitsluitend ondergronds en komen slechts aan de oppervlakte tijdens hun plotse en gewelddadige oorlogen. De meest waarschijnlijke oorsprong van het ras is misschien wel te vinden in één van de legenden van het oude Tileaanse volk genaamd “The Doom of Kavzar”.
Ooit leefden mensen en dwergen samen in één grote stad. Sommigen beweerden dat het de grootste en oudste stad ter wereld was, gebouwd door oudere en wijzere handen in een tijd voor de mensen en dwergen er waren. De stad lag zowel boven als ondergronds, met in elk deel zijn natuurlijke bewoners. De dwergen zwoegden dag en nacht in de mijnen en haalden het kostbaar metaal naar boven terwijl de mensen op de graanvelden werkten, die als een gouden rivier omheen de stad lagen. De zon scheen, mensen lachten en iedereen was gelukkig.
Op een dag besloten de mensen van de stad dat er een tempel moest gebouwd worden ter ere van de goden als bedanking voor de voorspoed die men kende. Men plande een bouwwerk zoals nog nooit iemand ter wereld had durven dromen. Een gigantische vierkante hal zou gebouwd worden met daarop één enkele toren die tot in de wolken zou reiken. De toren moest zo hoog zijn dat zijn top de hemel aanraakte. Na veel planning en met de hulp van de dwergen begonnen de bewoners aan de reusachtige taak.
Weken werden maanden en maanden werden jaren en nog steeds waren de mensen aan het bouwen. Mannen werden oud en grijs, maar hun zonen gingen verder met bouwen door weer en wind. Uiteindelijk begon met vele generaties later met het bouwen van de top. De toren was echter zo hoog dat het dragen van de stenen tot de top steeds moeilijker werd. Het werk vertraagde tot het uiteindelijk stilviel. Het leek erop dat het afwerken van de toren onmogelijk was.
Op een dag kwam er een vreemde man gehuld in grijze lompen aan in de stad. Hij bood zijn hulp aan. Hij zou de toren afwerken in één enkele nacht, op voorwaarde dat ze hem toelieten één persoonlijke toets aan de toren aan te brengen. Zijn persoonlijke gift aan de goden. Hij werd uitgelachen, maar kreeg toestemming om het werk te volbrengen. Wat hadden de bewoners te verliezen?
Die avond ging de vreemdeling het onafgewerkte bouwwerk binnen en vertelde de bewoners om om middernacht terug te keren. Wolken verborgen de maan, zodat de stad in duisternis gehuld werd toen de mensen naar hun huizen terugkeerden. De gehele stad wachtte terwijl de uren voorbij sleepten. Enkele minuten voor middernacht vlokte iedereen samen op het tempelplein en keek op naar de toren die als een lans de hemel in boorde, wit en glanzend. Op de afgewerkte top hing nu een grote bel koud in het maanlicht. De persoonlijke gift aan de goden van de vreemdeling was er, maar van de man zelf was er geen spoor.
De mensen juichten dat het werk dat hun voorvaderen begonnen waren eindelijk af was, en stormden de tempel binnen, maar om middernacht begon de grote bel te luiden. Eén…twee…drie. Trage, zware geluidsgolven rolden over de stad. Vier…vijf…zes keer luide de bel, als de hartslag van een bronzen reus. Zeven…acht…negen… De bel klonk steeds luider met elke slag en de mensen liepen de tempel weer uit met hun handen op hun oren. Tien…elf…twaalf…dertien. Op de dertiende slag doorkliefde een groene bliksem de hemel en de donder echode de slagen van de bel. De duistere cirkel van Morrslieb werd verlicht door een felle flits en alles werd beangstigend stil.
Mensen vluchtten naar hun bed, beangstigd en verward door wat ze hadden aanschouwd. De volgende ochtend stonden ze op, en zagen ze dat duisternis over de stad hing. Zware onweerswolken hingen over hun daken en het regende zoals het nog nooit geregend had. Het water was zwart als as, en kleurde de hele stad somber.
Eerst waren de mensen niet bezorgd en wachtten tot de regen zou stoppen om verder te kunnen gaan met hun werk, maar de regen stopte niet. De winden wakkerden aan en bliksem deed de toren daveren.
Dagen werden weken en nog steeds stopte de regen niet. Elke nacht luidde de bel dertien keer en elke morgen was de stad nog steeds in duisternis gehuld. De mensen werden bang en smeekten hun goden om hulp. De regen stopte echter niet en de zwarte wolken hingen als een duistere sluier over de rottende graanvelden. De mensen gingen naar de dwergen en vroegen hen om hulp, maar de regen kon de dwergen niet schelen. Binnen onder de aarde was het droog en warm.
De mensen schuilden in hun woningen. Angst groeide in hun harten. Sommigen werden erop uitgestuurd om elders hulp te zoeken, maar niemand kwam terug. Anderen wilden naar de tempel gaan om hun karig beetje voedsel dat ze nog hadden te offeren aan de goden, maar de grote bronzen deuren waren gesloten. De regen viel nog harder en werd nu afgewisseld door zwarte hagelbuien die alle voedsel vernielden. Nog steeds klonk de bel als een dodenmars in het midden van de nacht.
Kort daarna vielen grote stenen uit de hemel. De duistere meteoren vernielden de woningen van de mensen. Velen werden ziek en stierven zonder duidelijke reden, en pasgeboren baby’s waren verschrikkelijk misvormd. Ratten plaagden de stad en verslonden alles wat nog eetbaar was. De mensen begonnen nu echt te verhongeren.
De mensen gingen opnieuw naar de dwergen en smeekten deze keer om hulp. Ze hadden voedsel nodig en wilden kunnen schuilen, maar de dwergen werden kwaad en vertelden dat hun mijnen ondergelopen waren en ze nauwelijks voedsel hadden voor hen zelf. Ze verjaagden de mensen uit hun gewelven en sloten hun deuren.
In de ruïnes van de stad werd de situatie elke dag erger. De mensen begonnen zelfs de duistere goden om hulp te smeken. Steeds vaker werd een verboden naam van vergeten demonische prinsen genoemd, maar niemand kwam.
In de plaats daarvan kwamen de ratten terug. Groter en agressiever dan ooit. In de nacht zag je overal schaduwen van harige vachten en glinsterende oogjes. Ze verslonden de doden en jaagden op de zwakken. De bel op de toren weergalmde nog steeds elke nacht dertien keer triomfantelijk. De mensen leefden als opgejaagde dieren. Opgesloten in hun eigen stad door de duizenden ratten op zoek naar prooi.
Uiteindelijk namen de radeloze mensen de wapens op en marcheerden allen naar de deuren van de dwergen, dreigend en scheldend dat als de dwergen hen niet binnen lieten ze de dwergen langs hun baarden naar buiten zouden slepen. Er kwam geen antwoord van achter de gesloten deuren. De mensen beukten de grote deur in en gingen de donkere tunnels binnen. Er was geen levende ziel te bekennen. Angstig liepen de zielige nazaten van de ooit zo trotse beschaving dieper de tunnels in. In de oude troonzaal vonden ze de dwergen, nu niets meer dan geknaagde botten en gescheurde stukken stof. Pas toen hun toortsen herleid waren tot gloeiende stompjes zagen ze de glinsterende oogjes rondom hen.
De mensen veerden recht en vochten voor hun leven, maar waren niet opgewassen tegen de brute agressiviteit. Tegen de eindeloze aantallen van het ongedierte waren hun wapens machteloos. Een golf van ratten spoelde over hen en verscheurde hen stuk voor stuk. Gele tandjes vonden hun zachte vlees en scherpe klauwtjes klauwde in hun ogen. De donkere harige massa verdronk hun gekrijs met eindeloos gepiep.
Vrij vertaald uit de Tileaanse legende: “The Doom of Kavzar”
Ook bekend als: “The Curse of Thirteen”
Uitleg:
Skaven leven ondergronds in een rijk dat zich over de hele wereld uitstrekt. Ze zijn met miljoenen en elke Skaven ongeacht rang zit constant te plannen en complotten te smeden. Ze zijn in staat de hele wereld over te nemen, als ze maar niet zo egoïstisch waren. Elke Skaven denkt enkel aan zichzelf en hoe hij zichzelf kan verrijken. Soms is er echter eens een Warlord die een hele clan (tijdelijk) achter zich krijgt, en als dat gebeurt zullen de “Man-things” het geweten hebben.
Skaven hechten veel belang aan warpstone. Dat is een magisch gesteente dat krachtige magische en mutatie-eigenschappen bezit. Het zou kunnen dat normale ratten tot Skaven gemuteerd zijn onder invloed van warpstone. Skaven gebruiken het als geld, als katalysator voor hun magie en voor vele andere zaken. Er is eigenlijk geen enkel probleem dat niet met een bepaalde dosis warpstone kan aangepakt worden. De Fellblade die Nagash zijn ondergang betekende is bijna van pure warpstone gemaakt. Warpstone is echter behoorlijk gevaarlijk (vergelijk het met een stuk radioactief matieraal), maar dat kan de Skaven nauwelijks schelen. Er zijn testsubjecten genoeg.
De Skaven verzamelen zich in grote clans, die meer onder elkaar vechten dan tegen hun gezamelijke vijanden. De grootste onder die clans is Clan Mors, die voornamelijk uit krijgers bestaat.
Verder is er Clan Pestilens, die de pest en andere leuke ziektes verspreiden. Elk lid is geïnfecteerd met tientallen dodelijke ziektes, maar is daar zelf min of meer immuun voor. De tegenstander die voor een Plague Monk staat bezwijkt al gauw aan de giftige dampen die van deze Skaven uitgaan.
Clan Moulder is verantwoordelijk voor de talloze mutanten die in een Skaven leger zitten. Door gevangen beesten aan elkaar te naaien en met genoeg warpstone te behandelen creëren ze monsters die de nodige slagkracht geven aan het Skaven Leger.
Clan Eshin is een gevreesde en veel gevraagde clan. Assassins zijn dan ook schering en inslag in een Skaven maatschappij. Zolang er nog twee Skaven op de aarde rondlopen zal iemand iemand kwijt willen, en daar profiteert Clan Eshin natuurlijk van.
Tot slot is er Clan Skryre, de Skaven Engineers. Deze zijn verantwoordelijk voor de massa’s moordmachines die de Skaven in gevechten gebruiken. De warpstone aangedreven machines kunnen honderden soldaten neerbliksemen in enkele seconden. De reden dat Clan Skryre techologisch zoveel verder staat dan de Engineers van het keizerrijk is dat de Warlock Engineers van Clan Skryre het niet belangrijk vinden of een wapen de gebruiker of zijn doelwit opblaast. Een warlord die Clan Skryre inhuurt kan maar hopen dat de machines eerst de vijand opblazen voordat ze in zijn eigen rangen ontploffen.
Op de tafel:
Een enkele Skaven is niet sterk (op zijn eventuele monsters en machines na), maar als de deployment zone amper het hele leger kan bevatten wordt elke vijand bang. Hun aantal is hun kracht. Skaven hebben een waardeloze leadership en gaan snel lopen als het te gevaarlijk begint te worden, maar blijven in het gevecht zolang ze hun aantallen hebben.
Ze hebben ook veel verwaarloosbare troepen en zijn het enige ras waarbij units in combat mogen schieten. Er bestaat een kans dat ze hun eigen troepen raken in plaats van de vijand, maar de naam van de regel vat het goed samen: “Life is Cheap”.
Naast hun aantallen hebben ze ook vele monsters die ze kunnen inzetten zoals de Rat Ogres en de nu wel gevreesde Hell pit Abomination. Deze zijn echter een behoorlijke gok, want als de begeleiders sneuvelen worden dit gewoon hersenloze beesten die absoluut niet meer doen wat er van hen verwacht wordt.
Nog meer random zijn de machines: De doomwheel kan met wat geluk in je eigen rangen ploeteren en elke warmachine (en zelfs de simpele pistolen) kan elk moment ontploffen en de gebruiker samen met een kwart van je leger meenemen. Als de machines doen wat er van hen verwacht wordt zijn ze echter een verschrikking voor de tegenstander.
Spelen met Skaven is altijd een beetje een gok. Je kan aan het winnen zijn en dan plots je hele leger verliezen omdat 1 ding niet deed wat het moest doen, maar dat maakt dit leger juist leuk om te spelen.
door Colossus draak, 2296 / 3236 gepost: 23-1-2010 om 22u35
Antw: Bespreking der verscheidene legers
Daemons of Chaos
geschiedenis
Chaos is van alle tijden, of misschien net niet, maar omdat er in de chaos realm niet zoiets is als een rechte tijdlijn, is het onmogelijk om daar een zinnige uitspraak over te doen. Hoewel er welzeker een bepaald moment is in de geschiedenis van de old World waar de daemons voor het eerst hun intrede deed, bestonden ze al lang daarvoor. (of misschien ook weer lang daarna…). Vast staat dat hun ontstaan niet gelinkt is aan hun verschijnen in de old World.
Het oerverhaal kennen jullie waarschijnlijk wel. De old ones kwamen aan op deze planeet, met hun dienaren, de slann. Zij schiepen de elfen, de dwergen, de mensen. Per ongeluk kleefden aan hun ruimteschepen ook een aantal groene sporen die zich zouden ontwikkelen tot greenskins. Het ontstaan van alle rassen is uiteindelijk wel gelinkt aan de old ones. De elfen leerden magie van de old ones, de slann hadden het goed en kregen hun eigen dienaren, de lizardmen, de dwergen leerden de ambachten en de mensen zaten nog een beetje primitief te wezen. De old ones richtten in het uiterste noorden een poort op die deze wereld verbond met hun thuiswereld.
Zo’n poort is niet zonder risico. Het is een gecontroleerde tunnel door een wereld waar afstand iets heel anders is, en dus zeer snel reizen mogelijk is, maar die wereld, genaamd de chaos realm, is vijandig en gevaarlijk. En op een gegeven moment ging het inderdaad mis. De poort begaf het, en de chaos realm, meer bepaald wat daarin huisde, kon vrijelijk de old World binnenstromen. De old ones die niet op tijd konden vluchten werden door de demonen vernietigd, en ze zijn sindsdien niet meer gezien.
De eerste tide of chaos was de grootste en verschrikkelijkste. De demonen manifesteerden waar ze wilden en vielen onverwacht aan. De rassen geschapen door de old ones hadden tot dan toe nog nooit moeten vechten en wisten niet goed hoe ze het moesten aanpakken. De dwergen overleefden door van de bergen waarin ze leefden forten te maken. De lizardmen overleefden maar dan ook maar ternauwernood. Geen enkele slann van de eerste generatie overleefde het, zodat uiteindelijk ook de lizardmen niet precies meer wisten wie de old ones waren. De mensen en greenskins overleefden het vooral omdat ze gewoon met teveel waren om allemaal af te slachten. Ook chaos schiep zijn rassen. De beastmen, gemuteerde mensen of beesten, het is niet duidelijk welke van beide. En ook de skaven, gemuteerd uit ratten die zich met warpstone voedden.
Het is uiteindelijk aan de elfen te danken dat de old World niet is vergaan. Aernarion, de eerste phoenix king, trok in wanhoop het zwaard van Khaine om zijn volk te verdedigen, en leerde hen vechten. Samen met Caledor de dragon mage creëerde hij de vortex, die het grootste deel van de magische winden opslorpte en terug in de chaos realm liet verdwijnen. De demonen, die de winden nodig hadden zoals een mens lucht, verdwenen en kunnen voorlopig alleen nog bestaan waar de magische winden nog sterk zijn, in het noorden van de wereld, waar de chaos realm de old World raakt. Soms, wanneer er een sterke rimpeling in de winden is, wanneer bijvoorbeeld een waystone wordt vernietigd of er een grote hoeveelheid warpstone bloot komt te liggen, kunnen ze echter door die rimpeling, ook chaos gate genaamd, de wereld van de levenden binnen.
Van tijd tot tijd worden de winden uit het noorden sterker, en dan beginnen de demonen opnieuw een aanval genaamd storm of chaos. Wanneer ze dat doen zijn deamons een vijand zonder vrees of medelijden, want hoewel hun fysieke huls kan worden vernietigd, is hun wezen onsterfelijk, en ze zullen terugkomen.
De chaos realm
(uit de liber malific, het boek geschreven door Marius Holesher, tot nu toe het enige levende wezen dat in de chaos realm terechtkwam en er om nog steeds onbekende redenen ongedeerd weer uitkwam)
De bronzen toren
En ik viel nog verder, overgeleverd aan winden die stonken naar de dood, voortgestuwd naar een muur van bloedrode stenen en zwart ijzer. Ik werd bevreesd, want dit was de buitenmuur van het rijk van Khorne, de bloedgod. Het scheen me toe dat mijn val werd gebroken door de stank van de dood, en ik vloog verder naar nieuwe gezichten van de wanhoop.
En toen zag ik een trap, omgeven door zuilen en torens en bruggen van bloed en gesneden bot. Omgeven door demonen gesmeed in het zwarte ijzer, bronzen treden en gruwelijk krijsende monden. Alles wat kon spreken braakte lof uit voor Khorne, en kraste liederen van de dood. De trappen, niet gemaakt voor sterfelijke voeten, klommen naar duizelingwekkende hoogten, soms onderbroken door platformen met onheilige runen en met bloed bespatte offerstenen. De trap bewoog, draaide, rimpelde, en de demonen erop lachten maniakaal om deze schrikwekkende geometrie. En nog verder ging de trap omhoog, tot in de wolken van bloed en vuil die in de lucht cirkelden.
Achter dit fort zag ik de vernietigde landen van Khorne. Verdronken in bloed en bevlekt met zielen. Er was nergens een plaats waar de demonen niet met elkaar aan het vechten waren, zonder angst of pijn te tonen. De lucht was dik met de smaak van bloed, de stank van de dood en het lawaai van oneindige slachting.
Het kristallen labyrint
Verder vloog ik, en nu vloog ik boven een kristallen labyrint. Het was zo groot en uitgestrekt, dat een mens 10000 jaar zou nodig hebben om opnieuw uit te komen waar hij vertrokken was, want ik zag hou het voortdurend veranderde, oude paden verdwenen en nieuwe ontstonden. De kristallen muren weerkaatsten slecht nachtmerries, waarvan ik gek zou zijn geworden als ik ze dichter had bekeken. In het midden van het labyrint stond een fort, zo veranderlijk als het labyrint zelf. Soms leek het van hetzelfde kristal gemaakt, maar een moment later leek het te bestaan uit blauwe vlammen, en daarna weer iets anders. Dit was zonder twijfel het fort van Tzeentch, heer der verandering. In het labyrint liepen wezens rond van pure horror, en in het fort zag ik grote demonen met vogelbekken en vleugels. Eén kwam naar me toegevlogen en in pure wanhoop vroeg ik hem hoe ik hier weg kon komen. Maar elke ademtocht van de demon was een leugen, het wezen kon gewoon niet anders dan misleiden. Het enige wat ik te weten kwam was dit feit: Ik zou niets van hem leren. Hij bezat alle waarheden die ik wilde kennen, en meer, maar ze waren verstopt in de doolhof van zijn geest, en ver voorbij mijn bereik.
De tuin van verrotting
In de verte zag ik een groot fort, half verborgen in de wolk van verrotting die er deel van leek uit te maken. Het hout was verrot en vergeven van houtworm, en op het slijmerige dak zaten plagen van ieder mogelijke soort. Vergif droop van de muren af, de hele omgeving vervuilend. Maar ook al was het gebouw door en door rot, het zag er ook onontkoombaar uit. Ik voelde dat het daar al oneindig lang stond en daar ook nog oneindig lang zou staan, tot het einde der tijden.
Rond het fort lag een bos van de dood. Lijken, allemaal in verregaande staat van verrotting, lagen erin verspreid zover mijn oog kon zien. Hier voedde de dood zich met de dood. Dit was het bos van chaos, Nurgle’s tuin. Smerige wezens maakten hun nesten met de beenderen van de doden, kluifden het vlees eraf en vulden de lucht met een ziekelijk geluid van plezier.
De bomen waren versteend, hun vorm onmogelijk en hun wezen verrot. Ze voedden zich met humus die ontstond uit de lijken van de gevallenen. Doorstoken door de wortels bewogen de doden opnieuw, en iedere tak droeg een schedel, beschimmeld en vol slijm.
Op die plaats zag ik het lot van de mensheid en huilde ik voor de toekomst.
Het onontkoombare paleis
Het paleis was gebouwd uit duistere krankzinnigheid. Het daar zien liggen vulde me met vrees, want het pad waarop ik liep zou me naar zijn poort voeren. De stenen van het paleis waren uit de nacht gehouwen, en de betoverende fresco’s erop eerden valsheid in iedere vorm. De eeuwigheid was de architect van dit paleis, in duizend verschillende stijlen maar allemaal betoverend mooi.
Ik wilde niet naar dit paleis, en ik draaide me om richting de horizon. En nog steeds lag het paleis voor me. Opnieuw draaide ik me om, en opnieuw, en opnieuw. Iedere keer ik een andere kant opging, kwam ik dichter bij de poorten van het paleis. De poort was op het einde van elke weg, en wanhoop knaagde aan mijn hart.
Uit de mist kwam een wezen naar voren, van oneindige schoonheid en verlokking. I mijn wanhoop smeekte ik het wezen, een bewaarder van geheimen, om me te verlossen van mijn onontkoombaar pad, naar het paleis van zijn meester. Hij beloofde me dat, en meer, alles wat ik verlangde, in ruil voor alles wat ik van waarde achtte. Ik was standvastig en wes het aanbod af, en heb daar vandaag nog steeds spijt van. Ik zou er alles voor over hebben het wezen opnieuw te zien…
Terwijl ik halt hield en nadacht over een nieuwe manier om aan het paleis te ontsnappen, zag ik dat ik niet alleen was op dit vreselijke, onontkoombare pad. Tussen mij en het paleis stond een man, zijn hoofd gebogen en zijn ogen naar de grond gericht, verloren in diepe gedachten. Hij liep naar het paleis toe. Hij stapte stevig door, maar hij kwam niet dichte bij de poort. Ik zag hem passeren en hij was steeds verder van de poort, tot hij tenslotte verdween in de dichte mist. Zo was het dus mogelijk om het paleis en de duisternis die er als een sluier overhing te ontwijken, en ik begon te stappen, tegen alle rede in, naar het paleis toe. En toen ik dat deed, kwam het paleis niet dichterbij, en verdween het al snel uit het zicht.
The daemonic legion
Daemons of chaos worden op dit moment als het allersterkste leger gezien en dat is volkomen terecht. Door de 4 goden kunnen ze ook 4 verschillende richtingen uit (combat, magic, staying power, snelheid) en welke richting ze ook uit gaan, ze zijn er geweldig goed in, en kunnen meestal 2 of zelfs 3 van die gebieden domineren door de juiste combinaties te maken. Either way, what you can do, daemons do better, met de juiste god tenminste. Hun greater daemons zijn niet alleen de allerbeste vechters in warhammer, ze zijn ook de stevigste casters. Het feit dat ze bovendien unbreakable zijn en fear causen, en ook een ward save hebben, maakt hun een heel sterk leger. De puntenkost per model is navenant: de goedkoopste is al 12 punten. Daemons zijn bijna altijd in de minderheid. Maar dat maken ze goed met de kwaliteit van hun troepen.
Door de verschillende mogelijke samenstellingen van de goden verandert ook hun achilleshiel steeds. Wat goed werkt tegen een khorne daemon leger is misschien volledig waardeloos tegen tzeentch. Hun enige consistente weakness (en dan nog uitgezonderd nurgle) is shooting. Met algemen T3 core troops en gewoon een 5+ save, en eigenlijk ook hun specials en zelfs een paar rares met niet veel betere stats, vallen ze nogal gemakkelijk tegen veel shooting. Hun instability zorgt er ook wel voor dat als het fout begint te gaan, het meestal direct heel erg fout verdergaat.
Dit neemt niet weg dat daemons uitblinken in alles wat ze proberen. Wil je puur powerplayen, doe dan zoals zovelen en ‘jump the daemonwagon’.And behold, the almighty god-king Settra did awaken from his sleep of blessed oblivion. His legions, long buried beneath the sands, did arise and stand to attention, awaiting his order. And he did say 'War', and the world did tremble...
naar boven
© mandragon web team - 2000-2012disclaimer - privacy 1.6742 s